Menu

maandag 18 juli 2011

Maria – Ingelies Vermeulen, Katjuscha Otte, Gerard Raven (red.)


Van het één komt het ander. Zoals ik al eerder zei: ik houd van oude kerken en kathedralen, ik houd van klassieke Maria-hymnen, ik houd van katholieke auteurs, maar waar ik niet aan kan wennen zijn al die zoetige, kitscherige Maria-beelden en beeldjes. Ik was een keer in Frankrijk in een schitterende oude kerk (waar weet ik niet eens meer), waar ik een bijkapelletje ontwaarde, nokvol devoot geknielde mensen voor een groot Maria-beeld. Ze deden me nog het meest denken aan stokstaartjes in de dierentuin; die grappige diertjes lijken door de vorm van hun oogjes ook bijna in trance naar weet-ik-wat te staren. Ik keek naar het Maria-beeld en dacht ‘wat zien ze daar nu in?’. Ik bedoel: het entertainmentgehalte van zo’n beeld is toch 0,0. Ik kan het gewoon niet meemaken. De rooms-katholieken die ik spreek merken steevast op dat ze Maria niet ‘aanbidden’ maar ‘vereren’. Wat ik daar zag doet me toch echt aan ‘aanbidding’ denken, en zelfs zo grenzeloos, dat het misschien nog wel meer is dan dat.

Later heb ik mij laten vertellen dat de beelden van Maria eigenlijk de verchristelijkte, uitgezuiverde versies zijn van de oeroude heidense vruchtbaarheidsgodin. De grote schrikwekkende Almoeder, wier dreigende, agressieve,  erotische kant zorgvuldig werd geamputeerd. Wat er overblijft is een volmaakt heilige, maar steriele maagd. “En dat bevalt jou blijkbaar niet…”. Nee, ik heb steeds maar het idee dat de heren van de Kerk dit ideaal-beeld vooral gebruiken om vrouwen hun plaats te wijzen: “Zo hoor jij te zijn”. Daar ga ik van zweten, want geen vrouw van vlees en bloed kan daaraan tippen. Zelfs ik niet!

Wat je niet begrijpt, moet je onderzoeken. Dus toen ik zag dat er een glossy over Maria op de markt kwam, dacht ik: ‘die is voor mij gemaakt…’. Dit magazine is een eenmalige uitgave van Museum Flehite, het stadshistorisch museum van Amersfoort, ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘Maria, idool van alle tijden’, te zien tot 6 november 2011, en niet te verwarren met het tijdschrift ‘Maria’ dat de KRO uitgeeft.      

Waarom Amersfoort? Nooit geweten, maar Amersfoort - ook nog eens het geografisch of kadastraal middelpunt van Nederland, met de Onze Lieve Vrouwetoren als het centrale punt binnen dat punt: de ‘navel’ van Nederland, de plek waar iedereen, maar ook Nederland, met zijn/haar moeder was verbonden - was ooit een beroemde bedevaartplaats.  Daarover gaat de volgende legende:

“… Tegen Kerst 1444 loopt het Nijkerkse meisje Geertje Arends naar Amersfoort, omdat zij wil intreden in het Sint-Agnietenklooster. Als cadeau voor het klooster heeft zij een Maria-beeldje van aardewerk bij zich. Als zij de imponerende stad ziet beseft Geertje dat ze daar niet mee aan kan komen. Zij gooit het in de gracht, bij de putplaats, en vervolgt haar weg. Dan krijgt de vrome Griet Alberts in een droom driemaal de opdracht om het beeldje uit de gracht te halen. Zij gaat naar de putplaats en redt het Maria-beeldje uit het ijs. Zij zet het thuis op een kast en brandt er een kaarsje voor. De volgende dag blijkt de kaars driemaal zo lang te branden als normaal. Griet waarschuwt haar biechtvader, die het beeldje naar de Onze-Lieve-Vrouwekapel brengt. Het ene wonder volgt op het andere en de faam van Maria van Amersfoort verspreidt zich als een lopend vuurtje. Alle 542 wonderen worden opgetekend in het Mirakelboek. Een paar voorbeelden. Het boek begint met een priester uit Hoorn die al twee jaar aan geelzucht lijdt. Wat hij ook doet, niets helpt. Maar dat verandert als hij belooft op bedevaart te gaan naar Onze Lieve Vrouw van Amersfoort. En een vrouw uit Langbroek (Utrecht) gaat haar kleren wassen in een sloot. Haar jongetje van drie valt er in, maar dat merkt ze pas na een half uur. Huilend brengt zij het lijkje thuis. De buren horen het en denken aan Maria van Amersfoort. De vrouw belooft op bedevaart te gaan en het kind wordt beter. Het meest opvallend is dat Onze Lieve Vrouw van Amersfoort vaak helpt nadat zij in andere Mariabedevaart-plaatsen vergeefs is aangeroepen…”

Janneke Volkerink heeft dit gegeven gebruikt in een prachtig kort verhaal waarmee zij terecht de eerste prijs won van de verhalenwedstrijd die Bibliotheken Eemland uitschreef bij de tentoonstelling over Maria.

Deze glossy staat vol verhalen van mensen die vertellen wat Maria voor hen betekent. Ik kom er achter dat het niet zo raar is dat ik niet zoveel met Maria heb, want alle protestantse geïntervieuwden melden hetzelfde: het zit gewoon niet in onze genen.
Schrijfster Rosita Steenbeek, komend uit een Nederlands Hervormde predikantenfamilie, vertelt hoe in Italië, waar ze inmiddels 20 jaar woont, haar kijk op Maria veranderde:
“… Ze speelt een belangrijke rol als troosteres. Daar ben ik gevoelig voor geraakt. Als ik langs een Mariabeeld loop denk ik: wat mooi, die oervrede, het accepteren van het leven zoals het komt, met de rampen die daarbij horen, en ondanks alles in de kracht van het goede blijven geloven. Maria zag in dat sommige dingen groter waren dan wijzelf…”.
Theoloog Jos van Oord: “…Er schuilt ook een gevaar in Maria. Zij antwoordde God ‘Mij geschiede naar uw woord’ en liet haar lot door Hem bepalen. Dat gegeven is door de kerk eeuwenlang misbruikt: net als Maria moest de vrouw zich schikken naar de wil van de man…” (zie-je-nu-wel: daar heb je het al).
Onder het item ‘Bespiegelingen van een zoon’: “… Heeft de (kunst) geschiedenis ons wellicht op het verkeerde been gezet? De gebeeldhouwde en geschilderde Maria is zozeer gemodelleerd naar ons vrouwelijke (moederlijke) ideaalbeeld, dat we er zelf in zijn gaan geloven. Haar moederlijke opofferingsgave en vermogen tot het bieden van veiligheid zijn zo overtuigend in steen en verf tot uitdrukking gebracht, dat we haar werkelijk als nabij kunnen ervaren en haar passie haast lichamelijk ervaren. Onze eigen moeders zijn zeker menselijk, maar meestal niet verheven. We zien ze huilen, lachen en bang zijn. We hebben ze zien ploeteren en zijn getuige geweest van de fysieke en mentale vermoeienissen van het moederschap… De verhouding van onze moeders met onze vaders, als die vaders er sowieso (nog) waren, kan de verhoudingen tussen moeder en kind danig vertroebleren… En toch, Maria houdt haar gestorven zoon vast op een manier die universele moederliefde verbeeldt. Hoe moeders en kinderen ook schipperen tussen liefde, opoffering en loslaten, de universele moederliefde is geen enkele moeder vreemd…”.

Geheimzinnig is het verhaal over de ‘Zwarte Madonna’. Deze zwarte Mariabeelden zijn vooral te vinden op vaak afgelegen plekken in Spanje, Italië en vooral Frankrijk. Ze zijn niet altijd even donker, ze verschillen van lichtbruin tot nachtzwart. “… Het zijn allemaal ongeveer dezelfde beelden van zeventig centimeter hoog. Maria zit rechtop, met het kindje Jezus als een kleine volwassene op schoot. Haar handen en voeten zijn proportioneel groot. Het verhaal gaat dat de Orde van de Tempeliers deze beelden ten tijde van de grote kruistochten mee naar huis zou hebben genomen vanuit het Midden-Oosten…”. De bewoners van de plekken waar Zwarte Madonna’s voorkomen, hebben hen altijd bijzondere krachten toegedicht. Ze zouden de vruchtbaarheid van het land en van de vrouwen bevorderen. “… In de ogen van de geestelijken bestaat er maar één Maria: en dat is de lelieblanke. Nog steeds beweren priesters glashard dat de Madonna in hun kerk niet zwart gekleurd is, ook als ze dat overduidelijk wél is: ze zou door het vuil en de kaarsen zwartgekblakerd zijn…”. De raadselachtige zwarte kleur lijkt van de oudere heidense beelden te zijn overgenomen. In haar is een stukje oermoeder bewaard gebleven. Veel heidense godinnen zoals Demeter, Isis, en Diana waren zwart, de donkere kleur van goede vruchtbare aarde. Geen wonder dat de kerk daar geen associaties mee wil.

Dan nog een paar boeiende reportages over het ‘fenomeen’ Lourdes; de plek waar Maria verscheen aan de jonge Bernadette Soubirous. Een paar jaar geleden reed ik met mijn ega op de bonnefooi door de Franse Pyreneeën, en kwamen we zomaar toevallig een bordje richting Lourdes tegen. Dat wilden we zien. 'It's a miracle': één grote bonte santenkraam met winkeltjes en kraampjes vol religieuze kits en daartussendoor al die mensen; zieken, gezonden, religieuzen, verplegers, van alles. We zijn in de grot geweest (haast eng tussen soms bijna hysterische mensen), in de protserige kerk, hebben van het water gedronken, en zijn de majesteitelijke statielaan doorgelopen. Ondertussen keek ik met een schuin oog naar de geestelijken die ik tegen kwam. In hun verschillende gewaden zagen ze er kalm en intelligent uit. En weer dacht ik bij mezelf: ‘zouden ze nu echt in deze poppekast geloven?’.
Uit de verhalen over Lourdes begrijp ik dat het niet alleen om wel of niet beter worden gaat, maar dat het vooral ook te maken heeft met ‘groepsgevoel’. Ooit heb ik een oud, maar prachtig boek over de Maria-verschijningen in Lourdes gelezen: “Het lied van Bernadette” van Franz Wervel. Van harte aanbevolen.

Verder in deze glossy: Maria in de moderne kunst, Maria in creatieve beroepen, Maria-gedichten, Maria-entertainment.
Wat opvalt is dat Maria maatschappijbreed wordt gedragen. Niet alleen Katholieken, maar ook (steeds meer) Protestanten en niet-gelovigen voelen een band met Maria.
Wat ik mij afvraag: zou dat misschien iets te maken kunnen hebben met de crisis in de  man-vrouwverhoudingen van de laatste jaren, waar b.v. iemand als Paul Verhaeghe het e.e.a. over uitlegt in “Liefde in tijden van eenzaamheid”? Is het misschien zo dat het rolpatroon van de vrouw als ‘ongevaarlijke’ maagd langzaamaan verandert in dat van de ‘gevaarlijke’ Grote Moeder, en slaan veel mannen daarvoor op de vlucht?
Prikkelend vind ik in dit verband het betoog van Camille Paglia, hoogleraar aan de Academie voor Beeldende Kunsten te Philadelphia, en tevens de grootst gebekte intellectueel die ik ooit in mijn leven ben tegengekomen (Bas Heijne schreef eens een stuk over haar onder de titel: ‘Filosoferen met een machinegeweer’…), over dat het christendom slechts een laagje vernis is dat de werkelijke krachten verhult  die er schuilgaan achter wat wij de beschaving noemen. Maria in plaats van de heidense oermoeder dus. Paglia voorspelt de terugkeer van die Grote Moeder. Als recalcitrant feministe kan zij trouwens niet wachten tot het zover is. Professor Willem J. Ouweneel schrijft hierover in zijn christelijke cultuurbeschouwing “De zevende koningin”: “… Misschien benadrukt Paglia meer dan anderen de elementen geweld en morele verdorvenheid die bij de Oermoeder horen. Maar hoe treffend lijken juist deze twee kenmerken te passen bij onze geseculariseerde en geëmancipeerde westerse wereld. Als men twee klachten hoort over de moderne media, met name de televisie, zijn het precies deze twee: de stortvloed van geweldscénes en van seksuele immoraliteit…”. Ook iemand als dr. H. Vreekamp  wijst in zijn boek “Zwijgen bij volle maan. Veluwse verkenning van Edda, Evangelie en Tora”,  deze heidense richting op.  Wederom: van harte aanbevolen.

De glossy "Maria - Idool van alle tijden" is voor €6,95 rechtstreeks te bestellen bij internetboekhandel IZB-Ark als je hier klikt (voor meer informatie over IZB-Ark: zie kolom hiernaast).

Uitgave: Museum Flehite, in samenwerking met Het Boekencentrum, Zoetermeer en Centraal Boekhuis, Culemborg – 2011

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen