Menu

donderdag 13 maart 2014

Meester Mitraillette – Jan Vantoortelboom


Een ‘gewoon’ boek. De tweede roman van Jan Vantoortelboom (Torhout, 1975). Met zijn debuut “De verzonken jongen” won hij De Bronzen Uil 2011 en de prijs Letterkunde West-Vlaanderen 2012. Het vierkoppige boekenpanel van DWDD koos unaniem voor “Meester Mitraillette” als beste boek van deze maand. En terecht. Het is een buitengewoon subtiel verhaal, badend in het soort sfeer dat een ver en vergeten heimwee wakker maakt.

In die wezens leeft mijn god
Hoofdpersoon is de jonge meester David Verbocht (Vantoortelboom werkt zelf in het onderwijs), die een groep van acht jongens les gaat geven op een katholieke school in het gehucht Elverdinge.
Hij komt op een weinig florissante manier om het leven tijdens de eerste wereldoorlog; een gegeven waarmee het boek zowel begint als eindigt. Hij krijgt de doodstraf als deserteur. Bij stukjes en beetjes komt de lezer er achter hoe het zover heeft kunnen komen.
David gelooft niet in God. Als hij voor het vuurpeloton staat en de officier vraagt of hij nog wat wil zeggen, denkt hij: “… Ik zou kunnen zeggen dat ik niet geloof in een leven na de dood, dat ik nooit heimwee heb gehad naar een god die dood en begraven is, dat, zoals mijn vader me heeft geleerd, geloof een zwakte van de mens is en biechten dus voor mij zin nog redding biedt…”.
Toch ‘aanbidt’ hij de natuur op een manier die bijna religieus aandoet, en de kracht van dit boek vormt, denk ik: “… Ik bestudeerde een zwevende buizerd hoog cirkelend in de lucht. Hij volgde mijn ogen. ‘Kijk eens Marcus (leerling). Kijk eens naar dat prachtige dier dat daar zo sierlijk, zo waardig, zo onverstoorbaar door de lucht zweeft. En kijk daar eens. Zie je die eenzame treurwilg daar midden tussen die twee akkers? Met die lange, hangende takken. Straks weer helemaal fris getooid in groene blaadjes.’ Hij knikte. ‘In die wezens leeft mijn god,’ zei ik. ‘In het kloppende hart van die buizerd, in het stromende sap van die boom’…”. De verbondenheid die hij met het leven om hem heen ervaart kennen wij al lang niet meer in onze snelle digitale wereld. David lijkt met zijn gevoelige aard en dierenliefde nog het meest op een moderne Franciscus van Assisi (ik zag toevallig net een documentaire over Franciscus, gemaakt door Antoine Bodar - vandaar).

Schuldige aanwezigheid
De natuur is alomtegenwoordig. David huurt een oud kot. Zijn beddenbak is gevuld met ‘oud maar zacht stro’. Bij gebrek aan toiletpapier veegt hij zijn gat schoon met ‘zo’n groot blad met een dikke stengel dat het wel rabarber moet zijn’, en de muur van zijn vochtige slaapkamer is groen van de schimmel.
Samen met zijn vader maakte hij ooit speelgoed voor zijn nieuwe broertje. Een bolderkar, een schommelpaard, een kasteel, die ze beschilderen met zelfgemaakte verf van berkenbladeren, bietjes, koffie en ei. “… Voor de manen van het schommelpaard was ik op zoek gegaan naar schapenwol, die, wist ik, aan de scherpe uitsteeksels van de hekken te vinden zou zijn…”. Er wordt zelfgebrouwde teerzalf op zijn verbrande arm gesmeerd.
Als David tien jaar is, mag hij alleen in het bos achter zijn huis zwerven. Dat doet hij hele dagen. Hij verzamelt van alles: bladeren, braakballen, vogelschedels, de ruggengraat van een rat. Later neemt hij zijn broertje, Rattekop, mee. In het bos ontmoeten ze een geheimzinnige dame, die zonder pardon een vals geworden wolfshond neerknalt. Zijn eerste liefde. Zij zal de oorzaak worden van een noodlottig ongeluk dat het leven van zijn broertje kost – wat zijn moeder hem nooit meer vergeeft. Vond ze dat hij beter op hem had moeten passen? En heeft zijn vader er daarom voor gezorgd dat hij ver van huis een baantje als leraar kreeg? Zodat ze van zijn schuldige aanwezigheid waren verlost?

Vier
Zijn vader is trouwens zo gek als een deur. Heeft een obsessie met het – volgens hem ‘volmaakte’ – getal vier (er zijn vier windstreken, dieren hebben vier poten, insecten vier vleugels, koeien vier magen, en zijn perfecte gezin vier leden), wat ontzettend grappig is bedacht. Hij deelt alles in de wereld in vieren. Schrijft schriften vol over de vier. Het culmineert op de universiteit, waar hij werkt als klusjesman, allemaal in een soort filosofie over de vier, als hij een professor ontmoet die de kunstgeschiedenis baseert op vier elementen. Volgens hem wordt er tijdens iedere chaos steeds weer op dezelfde manier een vierdelige uitweg gevonden: “… ‘Elk van die vier periodes heeft zijn eigen kunstvorm die op de voorgrond treedt.’ Hij nam de fluit op en zei: ‘In tijden van krisis treedt muziek op de voorgrond. Maar tijdens de opbouwperiode is de bouwkunst het belangrijkst.’ Hij nam de maquette op. ‘Want tijdens die periode wil men het ontdekte ideaal losmaken van de wereld rondom zich, een eigen ruimte scheppen waarin het kan worden beleefd. Denk aan de kloosters die werden gebouwd. Tijdens de realisatieperiode is de beeldhouwkunst het belangrijkst. En in de uitbouwperiode staat de schilderkunst centraal.’ Hij nam het schilderij op met beide handen, liet het rusten op zijn kin. Moeder begreep er niet veel van. Ik nog minder. Rattekop begon zich te vervelen. ‘Het is allemaal, eh, nogal vaag,’ zei moeder voorzichtig…”.

Meneer pastoor
David heeft het in Elverdinge voortdurend aan de stok met de pastoor die wil dat hij als meester het goede voorbeeld geeft en naar de kerk komt. David moet daar niets van hebben. Hij zegt dat de praktijk van het biechten het kwaad alleen maar stimuleert, omdat mensen zonder problemen van hun zonden afkomen.
Net als hij de klas met ‘marbels’ en ‘pekkels’ (ik heb geen idee wat dat zijn) een portret van koning Leopold aan diggelen laat gooien omdat hij in Congo handen en voeten van kinderen liet afhakken als ze niet voldoende rubber tapten, stapt een woedende meneer pastoor – “… de verdediger van het koningshuis, die zijn best deed de negers in Afrika te bekeren…” – zijn ‘goddeloze hol’ binnen. Je snapt niet dat David niet op staande voet wordt ontslagen. Temeer daar hij de jongens ook al heeft verteld dat hij niet gelooft dat er een hemel of een hel bestaat. Dat zullen hun streng katholieke ouders hem toch niet in dank hebben afgenomen. Toch zal David later het leven van de pastoor redden.
Het is verbazingwekkend hoe vaak ongelovigen in romans nadenken over God; ook nu weer – al gaan de discussies niet erg diep, en zijn de meningen nogal cliché.

Looser
Tussen alle boerenkinkels beweegt zich een hoogbegaafde jongen met wie David vanaf het begin een band heeft. Marcus Verschoppen: de groeps-looser. Een jongen die liever vlinders tekent dan kolen schept. Zoon van een rijke ruige herenboer, die zijn eniggeborene maar een mietje vindt. Zijn prachtige vrouw staat op een avond bij meester David aan de deur. Of hij Marcus niet mee wil nemen op zijn ellenlange wandeltochten. Misschien wordt hij dan wat meer een vent. Misschien wil hij zelfs wel een korte broek aan. David kan niet weigeren. Is knettergek op haar: zijn tweede liefde.
Weer volgt er een noodlottig ongeluk, waarvan hij de schuld krijgt, en uiteindelijk in de gevangenis van Ieper belandt. Hij wordt er mishandeld door mensen die het tegen hem hebben gemunt. Overleeft op het nippertje. De oorlog breekt uit. Zijn zaak wordt uitgesteld. Ze sturen hem naar het front. Zo raken ze zonder gedoe ook wel van hem af – denken ze. Tijdens de gevechten vindt David een mitraillette, een klein machinegeweer, in een boom, “… het wapen dat voor mij bestemd was…”. Zijn kameraden noemen hem vanaf dat moment ‘meester Mitraillette’ (hij leert verscheidene soldaten lezen). Hij overleeft de hel, maar gaat uiteindelijk ten onder aan een vrouw.

Schikgodinnen
Dit is een verhaal over schuld en boete waarvan je zou kunnen zeggen dat de clous worden bepaald door drie schikgodinnen – als je de moeder van David meerekent.
Het is of Jan Vantoortelboom ons duidelijk wil maken dat we niet zo heel veel in de melk te brokkelen hebben. Hoe goed je ook je best doet, het leven gaat onverbiddelijk zijn gang: goedschiks of kwaadschiks. Er is geen kruid gewassen tegen het noodlot. De dingen overkomen je. Wie zal zeggen of je slachtoffer bent van de omstandigheden, dan wel daadwerkelijk schuld draagt? Zo duidelijk is dat allemaal niet. Het is dezelfde, maar veel milder gestelde vraag, die het vorige boek opriep.
“Meester Mitraillette” is een hartverwarmend boek.

Uitgave: Atlas Contact – 2014, 271 blz., ISBN 978 902 543 731 2, €21,95
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen