Menu

dinsdag 10 juni 2014

Gods stem horen – Hanneke van Dam



Subtitel: Buitengewoon avontuur voor gewone mensen

Twee jaar geleden kreeg ik van iemand het boekje “Alles opgeven en rijk worden. Op avontuur met God in Mongolië” van Hanneke van Dam. De schrijfster had de stem van God gehoord. Luid en duidelijk. Zijn opdracht: vertrek naar Mongolië (!) - zie mijn blog van 24.06.12. Mijn eerste reactie: ‘Kom op, zeg…’.
Ik heb in mijn leven zoveel gekke dingen meegemaakt. Mijn stekels gaan recht overeind staan van mensen die beweren een rechtstreeks lijntje met God te hebben. En toch, en toch. Van Dam was geen doorgedraaide malloot, maar een goedopgeleide gedragsdeskundige die een verantwoordelijke functie had bij de kinderbescherming in Amsterdam. Iemand van wie verwacht mag worden dat ze onderscheid kon maken tussen fantasie en werkelijkheid.
Vorige week stuurde de uitgever, die er achter was gekomen dat ik een blog over haar eerste boek had geschreven, mij haar tweede boek …


Geloof en religie
In het voorwoord vertelt Van Dam dat, in het kielzog van haar boek over Mongolië, mensen tijdens spreekbeurten overal en nergens allemaal met dezelfde vraag - die ik natuurlijk ook had - naar haar toe kwamen: hoe doe je dat, de stem van God horen…
Vandaar dit summiere boekje waarin ze kort en helder uiteen zet welke dingen volgens haar van belang zijn om de stem van God te leren verstaan, en welke struikelblokken dat juist verhinderen. Allereerst moet je er natuurlijk voor open staan: ‘Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken’ (Hebreeën 11:6), staat er in de Bijbel. Van Dam: “… Het hebben van een relatie met de levende God onderscheidt christenen van mensen die een dode religie aanhangen…” en
“… Zonder deze levende relatie, zonder het horen van Gods stem, wordt ons geloof beperkt tot het onderschrijven van een serie leerstellingen waar we in het beste geval naar proberen te leven. Dat is niets anders dan religie. En religie, zelfs als deze een christelijk voorkomen heeft, is een taaie bezigheid die geen leven brengt. Christen zijn zonder Gods stem te horen en met Hem te spreken, is als getrouwd zijn zonder met je partner te praten…”.
Ik had gelijk iets van ‘Ja, maar…’. Tegelijkertijd zag ik de documentaire ‘De onzichtbare Vriend’ van filmmaker Hans Busstra (zie hier), die warempel over precies hetzelfde onderwerp ging – maar dan meer zoals ik het geloof zelf beleefde. Een beetje tobberig en moeizaam, eigenlijk. Ineens had ik mooi vergelijkingsmateriaal. Ik moest wel lachen: dat kan toch bijna geen ‘toeval’ zijn?

Dwaas
Van Dam gaat nogal luchtig om met alle spastische ‘ja maars’: “… Het onderscheiden van onze eigen ideeën en Gods spreken vergt soms fijngevoeligheid. Ik geloof dat we hier te maken hebben met een groeiproces van toenemende herkenning. Soms zullen we ons vergissen en achteraf denken: ‘Oké, dat was gewoon mijn idee’. Wat is daar zo erg aan? Lopen leer je met vallen en opstaan…”.
Ze is wel iemand met ‘dromen, visioenen en profetieën’. Maar je hoeft geen charismatisch christen te zijn om iets van God te merken; zegt ze. Ik zag in de fascinerende EO-serie ‘Op zoek naar God’, de enige uitzending die ik áltijd kijk, hoe zwemster Inge de Bruijn helemaal uit haar dak ging toen ze in een kerk een vlinder ontdekte. Voor niemand heeft zo’n vlindertje speciale betekenis, maar voor haar was het een teken van God (ze is bijvoorbeeld het beste met de vlinderslag, vertelde ze). Het zoeken naar God kan volgens dit programma blijkbaar met een hoop emoties en gevoel gepaard gaan. Dat is heel normaal, want God heeft ook emoties, zegt Van Dam - ‘Alzo lief heeft God de wereld gehad…´, enz. Van Dam: “… Veel mensen zijn bang dat emoties ons kunnen misleiden. Dat is inderdaad mogelijk, maar ons verstand kan dat ook. Hoe lang hebben mensen geloofd dat de aarde plat was?...”. Ze heeft het over de opmerking die iedereen die gelovig wordt geheid krijgt te horen: je moet wel een beetje nuchter blijven, hoor! Alsof wij Nederlanders zo’n nuchter volkje zijn: “… Er zijn veel mensen die beneveld door hebzucht leningen sluiten die ze nooit kunnen afbetalen. Beneveld door lust hun huwelijk op de klippen laten lopen. Beneveld door rancune hun levensvreugde inruilen voor levenslange strijd…”.
Zowel Van Dam als Busstra maken duidelijk dat onze westerse ratio misschien wel de grootste hinderpaal is voor het geloof. De – overigens uitgebreid in zijn neus en oren peuterende - atheïstische dominee Klaas Hendrikse zegt in de film van Brusstra dat je je verstand zo niet op nul dan toch wel een fiks eind achteruit moet zetten wil je geloven dat het verhaal over Jezus waar is. Daar heeft hij op een bepaalde manier gelijk in – denk ik. Geloof is rationeel onverklaarbaar. Of eerder: het overstijgt het verstand, want het sluit het verstand niet uit, maar in. Het lijkt of het altijd een randje gekte met zich mee brengt. Hans Busstra laat dat trouwens prachtig zien door de wereld op zijn kop te filmen. Paulus zegt in de Bijbel vaak dat het geloof voor degenen die niet geloven ‘dwaasheid’ is. Hij heeft het over ‘de dwaasheid van de verkondiging’. ‘Wij zijn dwaas om Christus wil’ (1 Korintiërs 4). En eigenlijk vind ik dat wel een opluchting, een bevrijding: dat geloven gewoon een beetje belachelijk is.

Hobbit
Hanneke van Dam vertelt over haar christelijke opvoeding – en dat herken ik volledig:
“… Op de eerste basisschool die ik als kind bezocht, werden elke dag tijdens de pauze pakjes melk aan de kinderen uitgedeeld. De pakjes waren in de vorm van een piramide en door er een rietje in te prikken, kon je eruit drinken. Ik hield niet van melk, en zeker niet van deze schoolmelk die altijd lauw was tegen de tijd dat hij werd uitgedeeld. De juf was echter onvermurwbaar; het pakje moest worden leeggedronken. ‘Dat is goed voor je,’ zei ze erbij. Lange tijd heb ik bij ‘Gods wil voor mijn leven’ een vergelijkbaar gevoel gehad. ‘Hij weet wat het beste voor je is,’ hoorde ik vaak. Dat ‘beste’ stelde ik me zo plezierig voor als het drinken van de schoolmelk. Ook al kon iedereen me uitleggen waarom ik er goed aan deed deze te drinken, de smaak deed me de rillingen over de rug lopen. Veel mensen lijken bang te zijn voor dat wat God goed voor hen vindt. ‘Als ik God de vrije hand geef, stuurt Hij me vast naar Afrika. Dat lijkt me verschrikkelijk.’ Of: ‘Ik ben bang dat God me vrijgezel laat blijven als ik Hem radicaal volg’…”. Vervolgens trekt ze het geloof in de sfeer van ‘een avontuur’. Een persoonlijke queeste. Je gaat op weg. Mét God. Náár God. Want in Zijn licht zien wij het licht, memoriseert kluizenaar Jozef van den Berg in ‘De onzichtbare Vriend’. In plaats van vervelend kan geloven een ongemeen spannende onderneming zijn. Of worden. Met God kom je tot je bestemming en word je zoals je bedoelt bent, zegt Van Dam. Want ‘Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de Heer. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk; ik zal je een hoopvolle toekomst geven’ (Jeremia 29:11). “… Ik heb nog nooit iemand gezien die ongelukkig was, omdat hij God radicaal volgde. Ik heb ook nog nooit iemand gezien die een werkelijk gevuld en vruchtbaar leven had zonder God te volgen…”. Enfin, na een tijdje lezen voelde ik me net een hobbit in ‘The Lord of the Rings’: nu pas snap ik waarom mensen dat zo’n religieus boek vinden.

Een ander mens
Wat mijzelf betreft; ik werd christen toen ik genoeg hoogopgeleiden om me heen met meewarig dédain had horen verkondigen dat geloof een vorm van escapisme was. Ik begon van de weeromstuit te denken: ‘Wat, als het nou wél waar is? …’ (ik ben een kei in andersom denken). Zo begon mijn never-ending zoektocht. Want voor iedereen die denkt dat je er bent als je jezelf definieert als ‘bekeerd’: vergeet het maar, dan begint het pas.
Wat ik van “Gods stem horen” heb geleerd, en eigenlijk overal zie gebeuren waar gezocht wordt naar de christelijke God (zie ‘Op zoek naar God’), is dat mensen zich gaan inspannen om de Bijbel te lezen – volgens Van Dam kun je dat het beste in verschillende vertalingen doen, zodat je nog wel eens verrast zou kunnen worden door de diversiteit van de teksten, en te bidden – en dan niet van die ‘floddergebeden’, zoals zij dat noemt.
Net zoals mijn dochter een keer zei dat ze zoveel in het Engels sprak en schreef dat ze op een gegeven moment zelfs in het Engels ging dromen, denk ik dat als je je doorlopend op de Bijbel concentreert, je vanzelf in de geest van de Bijbel gaat denken en handelen.
En daar word je een ander mens van, ja…

Uitgave: Gideon – 2014, 131 blz., ISBN 978 905 999 067 8, €13,50
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen