Menu

zondag 30 november 2014

Buitenwereld, binnenzee – Auke Hulst


Subtitel: De reis als verhaal, het verhaal als reis

Soms komen ze ineens op je weg: páreltjes van boeken. Hier heb ik er weer één. Een vrij dun boekje vol reisverhalen, waarvan er diversen in verschillende kranten en tijdschriften zijn gepubliceerd, van Auke Hulst (1975). In 2012 vestigde hij zijn naam onder de groten, met de sterk autobiografisch getinte roman "Kinderen van het ruige land".

Seculiere pelgrimages

In "Buitenwereld, binnenzee" reist hij zijn favoriete boeken, films en muziek achterna: "On the road" van Jack Kerouac, Londen (het ‘afvoerputje van de wereld’- waar tenslotte iedereen wel een keer terecht komt) van the Beatles, "Walden" van Thoreau. Hulst geeft er prachtige beschouwingen over: “…Zijn het seculiere pelgrimstochten die een diepe behoefte bevredigen? En zo ja, waarin verschillen mijn pelgrimstochten dan van religieuze? Of verschillen ze minder van elkaar dan zowel atheïst als gelovige zou willen?...”. Beweging doet wat met hem. Door fysiek grenzen over te steken verlegt hij ook mentale grenzen: “… Ik denk met mijn handen (schrijven) en ik denk met mijn benen (reizen). Er bestaat, zoals Robert MacFarlane opmerkt in 'The Old Ways', een krachtig verband tussen lopen en verbeelding. De indrukken en vermoeienissen onderweg maken het gekweekte pantser week, het membraan van de geest permeabel. Om vanbinnen in beweging te komen, moet ook de buitenkant bewegen…”. Het verschil tussen zomaar wat rondzwerven en een pelgrimstocht is het eindstation: “… Een pelgrimstocht vergt een speciaal einddoel, zoals de Hadj een einddoel heeft in Mekka, en de Camino in Santiago de Compostela. Volgens conservatieve schattingen van The Alliance of Religions and Conservation gaan jaarlijks zo’n tweehonderd miljoen mensen op pelgrimstocht naar Lourdes, Onze-Lieve-vrouw van Guadalupe, de Klaagmuur, Mekka, Karbala, Tirupati en nog tientallen plekken die grote betekenis hebben binnen wereldreligies. Vele miljoenen mensen gaan naar plekken die losstaan van een officiële leer of hogere macht…”. Je kunt gaan lopen om op te lossen en te ontkomen aan jezelf, of juist om je identiteit te versterken, dieper in jezelf te graven en jezelf beter te leren kennen: “… In rituelen bestendig je dat het werk van díé schrijver, díé band, de leer van díé god of díé profeet bepalend is voor wie je bent. Zo vind je een belangrijk deel van jezelf buiten jezelf…”. En nog wat plausibele redenen: “… 1) Ermee kunnen koketteren 2) De schreeuwende verveling en morele leegte van het moderne leven verdrijven (of jezelf wijsmaken dat je dat aan het doen bent) 3) Het nog even uitstellen van daadwerkelijk belangwekkende levenskeuzes…”.
Wat maakt een bestemming heilig? Auke Hulst is niet gelovig, en heeft daarom bepaalde prestaties van de mensheid op het gebied van literatuur, muziek, wetenschap en ruimtevaart heilig gemaakt: “… Atheïsten boetseren hun eigen seculiere leer, hun eigen regels voor het leven, hun eigen idee van wat belangrijk is en blijvende waarde vertegenwoordigt (zie mijn vorige blog: “… De van God vervreemde mens blijft achter met de ondraaglijke last zijn eigen beeld te vormen. Want God is dood en begraven verklaard, dus moeten we het zelf bij elkaar flansen…” - Willem Zijlstra). Dat klinkt als een privaat iets, maar het omvat ook de wens je – aan de hand van al die dingen – tot anderen te verhouden, tot de doden (en soms nog levenden) die je leven verrijkt hebben, en tot de levenden die je gevoelens delen…”. En over boeken: “… De wens via een tekst tot (zelf)inzicht te komen, en tot verbinding met anderen, maakt van veel romans niet alleen een reis maar een verhulde pelgrimage. Vooral die romans die uitdagen, inspanningen vereisen en hun geheimen moeizaam prijs geven…”. Daar zeg ik natuurlijk ‘ja en amen’ op.

Sence of wonder
Een prachtig hoofdstuk gaat over Rimbaud, de romantische dichter annex geniale gek, die in Ethiopië neerstreek, waar hij in tegenstelling tot de velen die hem hebben omschreven als een financiële brekebeen, een fiks vermogen vergaarde met het verhandelen van koffie en aftandse geweren. Een hoofdstuk dat zich afspeelt in Moermansk is zo zwaar en melancholisch als Rusland zelf. Orwell’s debuutroman "Burmese Days" brengt Hulst in Birma: “… Ook hier wordt de Socialistische Weg gevolgd van een rijke kliek die de lijdende massa uitbuit. Ook hier de knoet van de censuur. Ook hier een politiestaat waarin niemand iets durft te zeggen omdat Grote Broer alles ziet en hoort…”. Toch bestaan er clandestiene theehuizen waar stiekeme leesclubs samenkomen, die praten over literatuur, over Orwell en over politiek: “… Totale controle bestaat niet – de vrijheid triomfeert, al was het maar binnen de muren van het eigen hoofd…”. Het mooist vind ik Auke Hulst echter schrijven over het Japan van Haruki Murakami (hij sleept uiteindelijk de opdracht binnen om hem te mogen interviewen), waar ‘vervreemding zich op vervreemding stapelt’: “… Dichter bij buitenaardse wezens kun je niet komen…”. Hij schrijft over een paar meisjes die ‘uitgerekt lijken te zijn door een zwart gat’: te lang en te dun – kortom, modellen. De Japanners leven om te werken: “… Talent bepaalt niet hoever hun carrière reiken zal. Anciënniteit is de maat…”. Bazen weten niets van hun bedrijf, maar functioneren als uithangbord, als ceremonieel figuur: “… Hij is de man die sorry komt zeggen wanneer er fouten zijn gemaakt. Vroeger had hij ‘seppuku’ moeten plegen om de eer van de clan te redden, en nu pleegt hij virtueel zelfmoord door live op tv in huilen uit te barsten…”. Hoe Hulst Murakami ‘ontdekte’:
“… Had ik onbewust aangevoeld dat dit boek ("De opwindvogelkronieken") me binnenstebuiten zou keren? Ik las in bed en in bad en betrapte mezelf erop dat ik letterlijk naar adem lag te happen. Sinds ik door het universum had gereisd aan de hand van Heinlein en Vance, had ik niet meer zo’n ‘sence of wonder’ ervaren…”. De maanden daarop kocht hij elk boek dat hij van Murakami te pakken kon krijgen:
“… Terugdenkend dringt zich het beeld op van het vakantiehuisje Duinhoeve – ik had het gehuurd om mijn verjaardag te vieren, maar sloot mezelf bij voorkeur op in de badkamer met "Norwegian Wood", het verhaal van een jongen die worstelt met gevoelens voor een meisje met psychische problemen. De zon scheen, de geur van zee, helmgras en naaldbos drong binnen door het halfopen tuimelraam, meeuwen leverden sarcastisch commentaar. Ik had zelf het nodige te stellen met een zachtaardig meisje dat te veel dronk en te weinig at – ze scharrelde door het huis, ongetwijfeld eenzaam en zich bewust van naderend onheil. Ik wilde vluchten, maar zoals ik toen nog gewoon was, koos ik de weg naar binnen…”. Als je zoiets leest, wil je toch maar één ding? ‘Norwegian Wood’ bemachtigen!

Van de wereld losgezongen
Steeds vlecht Auke Hulst persoonlijke noten door zijn verhaal, die een hoge mate van compassie oproepen – in ieder geval bij mij. “… Ons isolement…”, zegt hij ergens, “… bestaat niet uit het leven te midden van de algemene rottigheid, maar uit het leven te midden van mensen op wie je nogal gesteld bent en die dat niet merken, of, als ze het al merken, zich er niets van aantrekken…”. Jongen, toch! Een van zijn verhalen begint met: “… Ooit had ik een meisje, of beter gezegd: zij had mij…”. Zoiets belooft bij voorbaat miserie. En immer droefgeestig: “… Hoe dan ook schilderde je jezelf in een hoek…”. Hij vertelt over zijn problematische jeugd, waarin desalniettemin de kiemen voor het reizen en schrijven werden gelegd. Als jongetje van vijf verloor hij zich al in ‘The Times Atlas of the World'. Nadat zijn vader overleed, desintegreerde het gezin, evenals de vervallen villa waar ze in woonden. Zijn moeder was meestal afwezig, vanwege nieuwe geliefden dan wel schuldeisers die jacht op haar maakten: “… De wereld die zij haar kinderen schetste, leek evengoed aan verbeeldingskracht ontsproten – we leefden in een moeras van verzinsels. Pas later heb ik begrepen waarom ze zo van autorijden hield. Wie rijdt is ongrijpbaar, van de wereld losgezongen in een kooi van Faraday. Ik denk dat ze nooit gelukkiger was dan s’nachts op een lege snelweg, met de autoradio op classic rock…”. Auke wilde ook ‘weg’. Toen hij een jaar of twaalf was stuitte hij op sciencefiction, “… en die ontdekking heeft het pad van mijn verdere leven bepaald…”. Een enorme leeshonger werd in hem wakker: “… Zelden heb ik zo’n ‘shock to the system’ meegemaakt…”. Alles was mogelijk: “… Voor iemand die vluchten wil, maar niet kan, is sciencefiction ideaal. Het hoofd wordt een terminal voor de verst denkbare reizen. De noodzaak daartoe groeide gestaag – moeder bleef steeds vaker weg, het aantal dieren liep de spuigaten uit, de financiële problemen werden acuut, getuige de ongeopende aanmaningen die we vonden in de kofferbak van de roestende 2CV in het bos. Of het door stress, slechte voeding of aanleg kwam, weet ik niet, maar het leek of mijn lichaam de teloorgang internaliseerde. Ik was mager en bleek, en kreeg te maken met een extreme vorm van acné. Toen ik letterlijk ziek was, bleef ik thuis, maanden aan een stuk. Ik raakte steeds meer geïsoleerd – deels verstoten, deels onbereikbaar geworden. Al die tijd woonde ik in boeken...”. Auke Hulst kwam op zijn pootjes terecht dankzij de verhalen die maakten dat hij - vrijwel direct - zélf begon te schrijven.
Dus: hoe slecht het ook met je gaat, blijf bewegen als een haai, loop desnoods alleen maar je tenen achterna. En lees boeken, want daar kan alleen maar goeds uit voortkomen.

Uitgave: Ambo/Anthos – 2014, 152 blz., ISBN 978 904 142 621 5, €16,99
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen