Menu

dinsdag 19 mei 2015

Weerwater – Renate Dorrestein


“… Mensen willen verbinding…”, schrijft Renate Dorrestein in het eerste hoofdstuk van “Weerwater”, dat bijna exemplarisch lijkt voor het verhaal van Else-Marie van den Eerenbeemt (zie mijn vorige blog); “… Een mens heeft het domweg nodig om van anderen te houden…”. Ze vertelt over haar ‘eigenhandig in elkaar geknutselde familie’: Maarten, haar vriend - zijn dochter Noor, haar zogeheten leasekind dat er hard aan toe is weer eens serieus verliefd te worden - en E. (van Elisabeth), een bijna afgestudeerd nepnichtje. “… Haar moeder, ooit mijn beste vriendin, overleed toen E. elf was. Omdat ik haar mama had beloofd een oogje in het zeil te houden, merkte ik al gauw dat Eetje erover inzat dat ik geen familie van haar was. Dat betekende immers dat ik op een dag zomaar zou kunnen verdwijnen. Als ik nou maar haar tante was geweest… ”. Dat zag die Eetje mooi goed en zelfs zonder Van den Eerenbeemt te lezen: horizontale relaties bieden geen garantie voor de toekomst. “… ‘Ik ben je neptante,’ had ik toen gezegd, ‘dat is trouwens vaak stukken beter.’…”

Doomsday

Dorrestein belandt in Almere op uitnodiging van de gemeente om als gastschrijver een boek over de stad te produceren. De dag waarop ze aankomt breekt er een enorm noodweer los, en de dag daarop flitst er een vreemd licht, een ondefinieerbaar geluid en een vlaag verzengende hitte door de atmosfeer, waarna alle elektriciteit uitvalt en Almere omringt blijkt door een sinistere ring van mist, waarachter een licht borrelend maanlandschap is te ontwaren met af en toe wat ontsnappend zwavelgele lucht. De Apocalyps, Armageddon, Ragnarok, Doomsday of hoe zo’n eindtijsdscenario ook mag heten, klopt aan de deur – jawel. Het kan aan mij liggen, maar volgens mij duikt dit thema steeds vaker op in de literatuur; zie bijvoorbeeld “Alles wat er was” van Hanna Bervoets, "Slaap zacht, Johnny Idaho" van Auke Huls, en "Het boek van wonderlijke nieuwe dingen" van Michel Faber. Overigens niet zo raar natuurlijk in een wereld die in zijn voegen kraakt vanwege het geweld van onder andere ISIS, onbeteugelbare vluchtelingenstromen, het gevaar van niet in te dammen virussen, de totaal uit de hand lopende balans tussen rijk en arm, bankencrises, klimaatverandering, enzovoorts.
Enfin; Nederland is van de kaart geveegd. Alles wat zich buiten de stadsgrenzen waagt verdampt of lost op. Dorrestein zal haar familie nooit meer zien.

Kinderen zijn de toekomst
In eerste instantie raken de voornamelijk vrouwelijke inwoners (de meeste mannen zijn als forens elders) compleet hysterisch. De in menig oog lelijkste en saaiste stad van Nederland - maar dat vindt Dorrestein niet! - verandert in een oorlogsgebied. Winkels worden geplunderd. Er is geen water. In de straten stapelt het vuil zich op. De temperatuur stijgt terwijl het amper regent. De zwaksten gaan het eerst dood aan cholera, tyfus en difterie. In het duister volvoeren sektes hun vreemde rites. De gevangenen breken uit en vestigen een waar schrikbewind; maar verliezen al gauw hun lol in het plegen van misdaden omdat er geen wet meer gehandhaafd wordt. Wat over is van het stadsbestuur (een handjevol pvv-ers en Jacob Kribbe, hoofd van de penitiaire inrichting) herpakt zich echter na een tijdje. Renate Dorrestein wordt in hun gelederen opgenomen als stadsschrijver: vandaar dat we dit verslag hebben. Gezamenlijk komen ze op het idee de inwoners voor hun veiligheid en emotionele welbevinden in te delen in kunstmatige families met als clanhoofd een gedetineerde, want volgens Jacob Kribbe gedragen mensen die ergens voor moeten zorgen zich beter dan zij die geen verantwoordelijkheden kennen. Ongeveer een derde van de criminelen voelt daar niets voor en trekt zich terug in een half afgebouwd kasteel. Heel af en toe komen ze tevoorschijn om vrouwen te roven. Al gauw wordt er niets meer van ze vernomen. Waarschijnlijk hebben ze elkaar om zeep geholpen. Terwijl Almere al maar verder verloedert worden de schaarse heren belaagt door het overschot aan dames. Desondanks worden er geen kinderen geboren. Er is welgeteld één kind in de stad: een jongetje, Dex, een door alle aandacht strontverwend ventje.

Gij zult gelukkig zijn
Sommige mensen worden in het boek apart gevolgd. Eén daarvan is de mooie Dennis, die op de vlucht is voor zijn zwangere vriendin, en toevallig de stad binnen is komen lopen op de dag dat de catastrofe zich voltrekt. Hij probeert in het reine te komen met de zelfmoord van zijn vader, een onderwerp dat een belangrijke rol speelt in Dorresteins oeuvre (haar zusje pleegde zelfmoord). Het laatste wat hij wil is eventueel depressieve genen doorgeven aan nageslacht. Eén van de mooiste fragmenten uit het boek komt van Jacob Kribbe die hem vertelt dat, ondanks alles, nooit iemand zich van kant heeft gemaakt in rampzalig Almere: “… Het heeft één groot voordeel om in een wereld te leven die niet perfect is: je hoeft zelf ook niet volmaakt te zijn. Hier heeft niemand het gevoel dat ie een loser is als ie ergens geen succes van weet te maken. Hier word je niet depressief als je de uitzondering bent die het niet redt, want niemand redt het hier. Hier hoef je je niet onmachtig te vergapen aan anderen die het wel voor elkaar hebben. Niemand eist hier van je dat je gelukkig bent, of je dromen waar maakt. De lat ligt lager, en dus hoef je je ook niet op te knopen als je faalt of tekortschiet…”. Voor het eerst kan Dennis afstand nemen en denken dat zijn persoonlijke problemen misschien wel de problemen van de wereld zijn.

Verlossing door het vrouwelijke
Heel bijzonder is dat er op een dag als een soort Mozes een babymeisje in een plastic tonnetje uit het Weerwater (een meer) wordt gevist. Waar komt ze vandaan? Wie is haar moeder? Zitten er misschien toch gaten in de mistwal waardoor ontsnapping mogelijk is? Dorrestein laat het allemaal open.
Ik moest denken aan de indrukwekkende studie "Apocalyps in de kunst. Ondergang als loutering?" waarin Sylvain de Bleeckere de ondergangsfilm ‘Melancholia’ (2011) van Lars von Trier analyseert. Daarin gaat het onder andere over Nietzsches visie op ‘de laatste mens’ die verschijnt als de zuivere consumptiemens - zie "Aldus sprak Zarathoestra". Een bruid wordt hartstikke depressief omdat alle mannen om haar heen eisen dat zij gelukkig is - ze hebben haar immers alle luxe gegeven die maar denkbaar is? Tot een immens landhuis met een golfbaan met 19 holes aan toe. De Bleeckere: “… Haar depressieve afwijzing ontspringt aan haar mentale afwijzing van die heersende, masculiene wil om ‘het grote geluk’ aan elkaar te etaleren…”. En even verder:
“… Tegelijkertijd, zo blijkt uit Von Triers ‘Melancholia’, verschijnt die vrouwelijke depressie als de barensweeën die uit de waardenapocalyps een nieuwe wereld voortbrengt. Iets analoogs gebeurt er in de nieuwtestamentische Apocalyps waar een vrouw, ‘bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd’, het teken brengt van de komende geboorte van een nieuw tijdperk (Op. 12:1,2)…”. Aan het eind van de film kijkt de bruid naar een enorme komeet die dichterbij komt, eruit ziet als een moederborst, en de kleine aarde opneemt als een tepel. Dorrestein laat, als de mannelijke wereld van succesvol zijn ten onder is gegaan, eveneens een meisje verschijnen die nieuwe hoop lijkt te brengen.
Het intrigerende is dat ook de christelijke theoloog-filosoof Willem J. Ouweneel, in navolging van de spraakmakende Amerikaanse kunsthistoricus Camille Paglia, denkt dat als de patriarchale maatschappij op zijn eindje loopt, de vrouwelijke geest van ‘de Grote Moeder’ het over zal nemen - zie "De zevende koningin". Ze zijn daar niet onverdeeld gelukkig over, de antieke Moedergodin heeft namelijk ook een zeer gewelddadige en wellustige kant (als je twee klachten hoort over de moderne media, zijn het juist deze). Paglia stelt bovendien dat, als vrouwen het voor het zeggen hebben, er niets nieuws uit handen komt. Ik zie daar evenwel weinig verkeerds in. Integendeel. Willen we de onvermijdelijke Apocalyps afwenden dan zullen we, volgens de biologen en hun vakgenoten, absoluut moeten consuminderen en de natuur rust en ruimte gunnen. Misschien was het joodse gebod in Leviticus 25 om om de zeven jaar een sabbatsjaar in te lassen zo gek nog niet. Maar ja, daar zijn we nu te laat mee, denk ik.
De rooms-katholieke abt C.J.A. Tholens, wiens "In de spiegel van de stilte. Meditaties rond de schepping" (1987) een pleidooi is voor de integratie van het christendom met de oosterse religies schreef in dit verband: “… Het is overduidelijk dat het archetype van de Maagd en Moeder onontbeerlijk wordt geacht door heel de geschiedenis als middelares in de transfiguratie van de chaos. Het is ons universeel-menselijke, religieuze bewustzijn dat in onze tijd de Vrouw en het vrouwelijke oproept om een rampzalige terugkeer in de chaos te verhinderen…”. En als we het dan toch over de Maagd-Moeder hebben; ik had er nog nooit van gehoord, maar bioloog Maarten ’t Hart schrijft in “Magdalena”: “… Een maagdelijke geboorte is overigens in theorie mogelijk. Een eicel kan, ook zonder door een zaadcel bevrucht te zijn, tot deling overgaan, bijvoorbeeld door een plotselinge verandering van de zuurgraad in de baarmoeder, en daarbij zou dan ook nog een verdubbeling van het chromosomenpaar kunnen optreden, want een haploïde mens is niet wel denkbaar. Er zijn berichten over vrouwen die een kind kregen en bij hoog en bij laag volhielden dat ze geen gemeenschap hadden gehad, en misschien dat dat in een enkel geval ook waar is geweest. Maar als een kind uit een maagd geboren wordt, is dat kind te allen tijde een meisje. Het y-chromosoom wordt door de vader geleverd. Een per ongeluk zelfstandig delende eicel heeft slechts x-chromosomen, dus een maagd kan uitsluitend een boreling voortbrengen van het vrouwelijk geslacht…”. Amazing!

Uiteindelijk stopt Dorrestein de blaadjes waarop ze haar verhaal heeft geschreven in een paar milieuonvriendelijke petflessen die ze in het Weerwater gooit. Zo is het naar ons toe komen drijven…

Uitgave: Podium B.V. – 2015, 301 blz., ISBN 978 905 759 712 1, € 19,50
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen