Menu

vrijdag 10 juli 2015

Alleen dit gezicht – Evelyn Noltus


Subtitel: Ontdekkingstocht door een burn-out

Evelyn Noltus (1961), predikant in Leersum en geestelijk verzorger in een verpleeghuis, maakte een burn-out mee, waarover ze verslag doet in “Alleen dit gezicht” - de titel komt uit een gedicht van Huub Oosterhuis. Het is geen zelfhulpboek, maar beschrijft hoe het ‘is’ en ‘voelt’ en ‘komt’. Niet iedereen zal haar verhaal evenveel aanspreken, denk ik. Het is behoorlijk ‘zweverig’, zoals dat tegenwoordig heet - alhoewel ik me afvraag of dat het juiste woord is in dit geval (maar ja, ik moet het toch een beetje duiden). Ik hou er wel van. “Alleen dit gezicht” leest niet zomaar even weg. Het is een geschiedenis waardoor je geraakt moet willen worden.

Out of control

En daar is Evelyn ook tegenaan gelopen: “… Er zijn, zo merk ik in deze hele periode, slechts enkele mensen die gewoon vragen hoe het is, hoe het voelt voor mij, waar ik bang voor ben – die gewoon vragen zonder zelf in te vullen of antwoorden te geven op vragen die ik niet stel…”.
Hoe het begon. Tussen het overlijden en de begrafenis van haar schoonmoeder gaat Evelyn een dag werken: “… terwijl ik daar rondliep en probeerde mijn werk te doen, voelde ik me hartverscheurend eenzaam. En in een flits besefte ik dat die eenzaamheid al zoveel langer speelde. Op hetzelfde moment dat dit tot me doordrong stortte ik in. Het was alsof ineens het licht uitging en ik niets meer zag. Geen restje reserve-energie was er meer, waarmee ik de schijn kon ophouden dat ik me wel zou redden. Huilend fietste ik naar huis…”.
Voor mij en iedereen die in de zorgsector werkt is het denk ik volkomen herkenbaar wat ze schrijft: “… Er worden heel veel veranderingen doorgevoerd en er wordt slecht gecommuniceerd; ieder trekt zich terug, werkt zich een slag in de rondte en runt zijn eigen toko zo goed mogelijk om te overleven. Samenwerken kan niemand zich veroorloven, lijkt het wel. Over je eigen muurtje heen kijken ook niet. Een gezamenlijke visie ontbreekt. En ‘waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk,’ staat er in de Bijbelse Spreuken…”. Terwijl ik daar over na zat te denken, bedacht ik dat wat er zich in het klein afspeelt in haar zorgcentrum, misschien wel symbool staat voor heel onze borderline-samenleving, zoals psychiater Dirk De Wachter stelt in “Borderline Times”. We rennen ons gek, en dat heeft zijn gevolgen. Evelyn: “… Tijd voor reflectie over hoe we de dingen doen, of waarom we de dingen doen zoals we ze doen is er niet. Of eigenlijk: die tijd nemen we niet…”.
Het is behoorlijk eng, wat Evelyn allemaal overkomt: “… Het is een vrije val in de diepte. Uit alle hoeken en gaten van mijn lichaam komt de vermoeidheid omhoog. Ik zit op de bank en weet letterlijk niet hoe ik de keuken moet bereiken voor een kop koffie. Er is een gevoel van totale uitputting, alsof er een heftige oorlog in mij is gevoerd. Mijn intuïtie laat me in de steek. Wat is goed voor me en wat niet? Geen enkel gevoel daarover geeft houvast. Hoe moet ik dit doen? Hoe tackel ik een burn-out, als dat het is wat iedereen zegt?...”. Ze kan zich niet concentreren (ik staar wezenloos naar mijn boodschappenlijstje), ze kan niet meer lezen (zelfs de Libelle is chinees voor mij), ze raakt overstuur van alles en iedereen (weg kritisch denkvermogen, hallo hulpeloosheid), ze is duizelig en dus letterlijk uit haar evenwicht (ik lijk wel dronken), ze sleept zich volkomen leeg door de dagen (de wereld zit potdicht voor me), en ze is te moe om te slapen (ik kom niet eens bij het winkelcentrum om de hoek). Ze geeft het roer uit handen: aan een huisarts, een osteopaat, een interim-leidinggevende, een vakkundige coach en een falende bedrijfsarts: “… Deze professional brengt me volledig in paniek en levert een week slapeloze nachten op. Schrijnend is zijn onvermogen om bij mij aan te sluiten, en strikt hanteert hij de lijstjes van hoe lang een mens van de overheid ziek mag zijn en welke stap na hoeveel tijd gezet dient te worden…”.

Wachten
Op een gegeven moment gaat ze zomaar zitten in een stoel op haar studeerkamer. Ze betrekt dat op Psalm 130 waarin de dichter wacht op God: “… Hij maakt de vergelijking met een wachter die in het donker van de nacht op de uitkijk staat en speurt naar tekens van licht, van dageraad. Uitkijken naar licht, wachten tot het komt zonder iets daaraan te kunnen doen, zonder zelf dat licht te kunnen aansteken of de komst ervan te versnellen. Dat is voor mij het maken van een draai van 180 graden. Niet zelf vechten, knokken, volhouden, opstaan, doorzetten, genezen – maar wachten tot het genezen aan mij, in mij, gebeurt. Voelen wanneer het voor mij gedaan wordt, zich in mij voltrekt…”. Gewoon maar zitten. Dat is overgave, dacht ik. Dat doe je pas als je niet anders meer kunt.
Wat er gebeurt is dat de verstandsmens die altijd gericht was op anderen, omdraait naar de gevoelsmens die zich naar binnen richt. Er volgen shockerende dromen die waarheden openbaren die Evelyn soms liever niet zou willen weten. Ze maakt intens rituelen mee zoals Aswoensdag, een katholieke traditie in het begin van de veertig dagen durende vastentijd voor Pasen. Een ITIP-therapeut (grappig, dit is de tweede keer dat ik in korte tijd met het ITIP word geconfronteerd, zie ook “Een schat aan liefde in je relatie” van Marthe van der Noordaa) leert haar een veilige ruimte – “… een bubbel, een soort bellenblaas met lichte kleuren, waardoor ik wel zicht heb op de buitenwereld maar daaraan niet hoef deel te nemen…” - te visualiseren waarin ze zich terug kan trekken. Voor Evelyn heeft dat gek genoeg het tegenovergestelde effect als de glazen stolp waarin Sylvia Plath en Kees van Duinen zich ‘gevangen’ voelen. Evelyn wil erin; Sylvia Plath en Kees van Duinen willen eruit. Dat geeft maar weer eens aan dat een burn-out heel wat anders is dan een depressie. Ze heeft een visioen waarin een boektitel opduikt: “Een heilige reis” van ene Frederick Buechner. Ze snort het boek op, dat een grote rol gaat spelen in haar genezingsproces. Een pelgrimstocht naar het Schotse eilandje Iona krijgt meta-betekenis. Evenals een reis naar een ander eiland, Terschelling, waar ze een labyrinth loopt dat haar confronteert met haar eigen levensweg. Langzaamaan onderkent ze ook haar eigen aandeel in de chaos die haar is overkomen.

Bomexplosie

Als Evelyn eindelijk zover is dat ze weer in staat is te werken, verzeilt ze tot haar verbijstering in een arbeidsconflict waardoor ze op non-actief wordt gesteld. Een situatie die maar liefst acht maanden duurt. Ze ervaart het als een ‘bomexplosie’. Haar burn-out was als een uittocht uit Egypte. Dwars door de Schelfzee ging haar weg - waarin ze dacht te verdrinken. En dan belandt ze om het zo maar eens te zeggen wederom in de shit. Zoals de Israëlieten in de woestijn. Weer helpt een boek haar door de puinhoop van haar situatie: "De donkere nachten van de ziel" van de Amerikaanse psychotherapeut en filosoof Thomas Moore. Een fascinerend schilderij van James Ensor krijgt bijzondere betekenis voor haar: “Christus bedaart de storm” (zie de afbeelding op de cover), ‘waarop je Christus met een lantaarntje moet zoeken’, aldus een demente bewoner. Na anderhalf jaar, een nieuwe manager, en talloze gesprekken met een advocaat, de bedrijfsarts en het UWV is ze toch weer terug op haar werkplek. Beschadigd en voortdurend op haar hoede weliswaar: “… Zelfs mails durf ik de eerste tijd nauwelijks te lezen, bang voor nieuw onheil…”. Maar uiteindelijk steeds zelfverzekerder en met nieuw elan: “… Ik neem de rol op me van het ‘seniorschap’ met alle verantwoordelijkheid van dien…”.

Wedergeboorte
Evelyn kwam er gaandeweg achter dat ze meer op mensen dan op God was gericht in haar leven: “… Maar los van mijn beroep: als mens is mijn lijntje met boven – en is dat voor mij niet ook het lijntje naar binnen? – wel erg dun geweest…”. Dat veranderde en zette als het ware een geestelijke wedergeboorte in gang.
“Alleen dit gezicht” herinnert me aan de oeroude woorden van een Psalm die wij vroeger in de kerk zongen: “… Merk op, mijn ziel, wat antwoord God u geeft…”. Evelyn citeert als het ware een ontroerende variant daarvan; een regel uit een modern lied geschreven door Herman Pieter de Boer: “… Als je niet luistert naar je ziel / Dan ga je dood van verlangen / Dan blijf je gevangen / In de ijzeren gangen van algebra / Ja die logica / Ik zie je staan, ik kijk je aan / Ik denk wat heb je met jezelf gedaan / Wat is geluk, je hebt het druk / Je doet, je werkt jezelf een ongeluk / Is het wat je wou, gaat het niet te gauw / ’t Lijkt wel of je leeg gaat stromen / Is het wel je lot, ga je niet kapot / Wil je nooit meer dromen?…”.
Heel vaak zegt Evelyn dat ze in gesprekken op haar werk op zoek gaat naar ‘de bron van kracht’ die mensen in zich hebben. Dat wat Myrthe van der Meer in “Paaz” aanduidt als: "... Blijkbaar was er iets wat me in leven hield, dwars door de depressies, wanhoop en het alleen maar dood willen heen. Iets wat zich door niets liet tegenhouden en alleen door wilde, dwars door alles heen, hoe dan ook, door. Iets onverbiddelijks, kei- en keihard. Iets onverwoestbaars...". Dat is wat ik de ‘ziel’ zou willen noemen, en anderen misschien hun ‘kern’ of ‘zelf’ – wat volgens Paul Verhaeghe helemaal niet bestaat (zie zijn boek “Identiteit”) - maar waar ik desondanks ‘heilig’ in geloof.
Hans Wopereis, mede-directeur van ITIP, heeft het in zijn naschrift in het boek over “… dat wat je God kunt noemen of Allah of Tao of wat ook, dat wat diep in onszelf, achter onze schillen en maskers, verborgen ligt. Dat licht, dat onverstoorbaar op mij blijft schijnen, onafhankelijk van wat de omstandigheden ook zijn…”. Dat ‘mij’ lijkt mij dan de ziel, waarin het licht van God is te vinden. Maar nou heb ik het over een dimensie die bijna niet in woorden is te uit te drukken.
“Alleen dit gezicht” zou je haast een klassiek bekeringsverhaal kunnen noemen: ellende – verlossing – dankbaarheid.

Eerder schreef ik over burn-out naar aanleiding van “Wat burnout met je doet” van Pieter Dingemanse.

Uitgave: Skandalon – 2015, 128 blz., ISBN 978 949 218 305 7, € 14,95
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen