Menu

zondag 2 januari 2011

De geweldenaars – Flannery O’Connor


Ooit zei een recensent dat je eigenlijk alleen maar de eerste regel van een boek hoeft te lezen om te weten of het boek goed is.

De eerste regel van “De geweldenaars” (voor het eerst verschenen in 1960 in de VS, onder de titel “The violent bear it away”) gaat zo: “Francis Marion Tarwaters oom was nog maar een halve dag dood toen de jongen al te dronken was om verder te graven aan zijn graf, zodat een neger  genaamd Buford Munson, die een kruik kwam laten vullen, het karwei moest afmaken en het lijk, dat nog altijd aan de ontbijttafel zat, moest wegslepen om het een fatsoenlijke christelijke begrafenis te geven, met het teken van zijn Heiland aan het hoofdeinde van het graf en genoeg aarde bovenop om te voorkomen dat de honden het zouden opgraven.”
Oef; dat zit wel snor, dacht ik.

Christenen kunnen niet schrijven. Tenminste: in Nederland niet. Er bestaat geen christelijke topliteratuur bij ons (uitgezonderd misschien Vonne van der Meer en Willem Jan Otten die wel een beetje meedoen, maar nog geen Arnon Grunberg evenaren). Dat is in andere landen wel anders. Tjerk de Reus en Coen Verboom zijn  bezig een serie “Christelijke klassieken” samen te stellen van de mooiste en duidelijk christelijk geïnspireerde buitenlandse boeken die ze hebben kunnen vinden. Dit is deel 1. 

De beroemde Amerikaanse schrijfster, Flannery O’Connor (1925-1964), hield van het ‘groteske’. Dat is direct duidelijk in die eerste zin. “Tegen de hardhorenden moet je schreeuwen”, zei ze, “en voor bijna blinden teken je grote en schrikwekkende figuren”; want de moderne lezer is middelmatig en afgestompt en moet worden wakker geschud. Ze schuwde  in haar werk bruutheid noch geweld, ondanks haar religieuze achtergrond. Het kwaad moet je recht in de ogen kijken. Door middel van  vileine en soms vrij grove humor schreef ze de scherpste kantjes aan alle gruwelijkheid weer weg. Over een achterbaks persoon: “…de stank van zijn gedrag was tot in de hemel te ruiken…”, en over een zuiplap: “…een brandende arm werd in zijn keel gestoken, alsof de duivel zijn hand in zijn binnenste stak om zijn ziel te betasten…”.

“De geweldenaars” gaat over de 14-jarige puber Tarwater die totaal geisoleerd opgroeit bij een oude godsdienstig gestoorde oom, die denkt dat hij een profeet is, maar ondertussen wel clandestien alcohol stookt, om in zijn levensonderhoud te voorzien. “Zijn oom had hem rekenen, lezen en schrijven geleerd en geschiedenis, vanaf Adam die uit het paradijs werd verdreven via president Hoover tot aan bespiegelingen over de Wederkomst des Heren en de Dag des Oordeels.” Niemand heeft zich met Tarwater te bemoeien: een jongere oom en een maatschappelijk werkster worden van het erf af geknald, en een onderwijsinspecteur wordt een loer gedraaid doordat Tarwater zich voordoet alsof hij gek is.
Als de oude oom sterft blijft Tarwater zo ongeveer gehersenspoeld achter: hij is de opvolger van de profeet en hij moet een klein idioot neefje gaan dopen.  
Hij steekt het huis in de fik en gaat op weg naar de enige familie die hij nog over heeft: een atheïstische oom en dat achterlijke neefje.
Deze verlichte oom, Rayber, een onderwijspsycholoog, heeft medelijden met hem, en probeert Tarwater op alle mogelijke manieren te bevrijden van de godsdienstige obsessies die de oude man in hem heeft geplant. Rayber gruwt van religieuze indoctrinatie. Hij vindt dat ‘misbruik’. Hij zou alle kinderen die daarmee worden opgezadeld willen redden en ‘de waarheid leren’. In zijn geval: de nihilistische waarheid.
En zo wordt Tarwater als het ware geestelijk vermalen tussen de ideeën van deze twee opvoedende ‘geweldenaars’.
Tarwater probeert zich Jezus –die voortdurend in zijn gedachten is- van het lijf te houden, zoals hij zich het debiele neefje van het lijf houdt. Tarwater durft amper naar hem te kijken. Het neefje maakt hem razend:

"Tarwater balde zijn vuisten. Hij stond daar als iemand die ter dood veroordeeld was en ter plekke op zijn executie stond te wachten. Toen kwam het visioen, geruisloos, meedogenloos, ondubbelzinnig als een kogel. Hij keek niet in de ogen van een vurig beest, hij zag geen brandend braambos. Hij wist alleen, met een stelligheid die in wanhoop was gebed, dat van hem verwacht werd dat hij het kind zou dopen en het leven zou beginnen waarop zijn oudoom hem had voorbereid. (...) In zijn zwarte pupillen, glashelder en stil, weerspiegelde zich een reeks van steeds dezelfde beelden en zag hij zichzelf geslagen wegsjokken in de bloedende, stinkende, krankzinnige schaduw van Jezus, totdat hij eindelijk zijn beloning zou ontvangen, een gebroken vis, een vermenigvuldigd brood."

De spanning bouwt zich op naar een verstikkend niveau: “Ieder onkruidje dat in het grind groeide zag eruit als een levende, groene zenuw. Het was of de wereld bezig was te vervellen”.
Uiteindelijk verdrinkt Tarwater het neefje, terwijl hij hem tegelijk doopt, waarna hij een engerd ontmoet die hem een lift aanbiedt. Flannery O’Connor zegt ergens dat dat de duivel him-self is. De ontmoeting met de duivel is zo afgrijselijk dat Tarwater weerloos terug valt op zijn godsdienstige roots.

Dit aangrijpende verhaal met zijn bizarre karakters, draait volledig rond het sacrament van de doop. Het deed me denken aan de film “Troubled Water” (zie mijn blog van 21.12. 2010).
De titel verwijst naar Mattheus 11:12: “Sinds de dagen van Johannes de Doper tot nu toe breekt het Koninkrijk der hemelen zich baan met geweld en geweldenaars grijpen ernaar.”
Deze roman illustreert niet alleen hoe religie mensen misvormt en hun vrijheid beknot; maar ook dat de overtuiging dat wij de vervulling en heelwording van de mensheid zelf kunnen regelen vanuit de gedachte dat wij autonome wezens zijn, een belachelijke idee is. Het hakt erin als een bijl.

De katholieke Flannery O’Connor streefde bewust naar een verbinding tussen kunst en geloof. Waarom zou dat elkaar bijten? Ze overleed al op haar 39ste, aan een auto-immuunziekte.
  
 Uitgave: Kok – Kampen  2010 (eerder uitgegeven bij Bert Bakker).  



2 opmerkingen :

  1. Complimenten voor dit evenwichtige en scherpzinnige stuk! Ik heb het boek nu net nog eens gelezen nadat ik het had gerecenseerd en ben ook zwaar onder de indruk.

    Leuk blog ook, ik ga het volgen

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Aanstaande zaterdag is er in Tilburg (Prof. Cobbenhagenlaan 19, 20.00 uur) een avond gewijd aan de dit jaar 50 jaar geleden overleden Flannery.
    Met Tjerk de Reus. Van harte welkom!
    https://www.facebook.com/events/1436122413306397/

    BeantwoordenVerwijderen