Menu

dinsdag 28 april 2026

Vreemden voor onszelf – Rachel Aviv

 

Subtitel: Psychische stoornissen en de verhalen die ons vormen

 

“Vreemden voor onszelf”, het debuut van Rachel Aviv (1982, journalist en redacteur bij The New Yorker), bestaat uit zes indrukwekkende verhalen over personen met een mentale stoornis die sterk tot nadenken stemmen. Wat Aviv onder andere laat zien, is hoe mensen gevangen kunnen raken in psychiatrische labels, en zich er vervolgens naar gaan gedragen. Sommige hulpverleners beschouwen geestelijk lijden vooral als een chemische disbalans die met medicatie te verhelpen is. Anderen zweren bij praten, vanwege de individuele problematiek. Aviv introduceert een derde invalshoek: de sociale omstandigheden waartoe iedereen zich moet zien te verhouden. Daar komt nog bij dat wij met onze westerse blik gedrag dat in andere gemeenschappen heel normaal is, al snel als ‘gek’ bestempelen.

 

De jongste patiënt ooit

Het eerste verhaal gaat over de schrijfster zelf. Als kind wordt ze opgenomen in een kliniek: de jongste anorexiapatiënte ooit. Hééft ze wel anorexia? Ze kent het woord niet eens, en een uitdrukking als ‘de slanke lijn’ zegt haar niets. Zou een en ander te maken kunnen hebben met de vechtscheiding van haar ouders? Thuis doet ze vaak alsof ze haar vriendinnetje Elizabeth is. Het rijkeluismeisje woont in zo’n groot huis dat je erin verdwaalt. Ze wil Elizabeth zíjn. “… Ik was net zes geworden, en de grenzen tussen mensen voelden poreus aan…”, schrijft ze. Tijdens muziekles zit ze tussen twee jongens: een hele lange, bij wie voortdurend groenig snot uit zijn neus komt, en een mollig ventje, dat zo zwaar ademt dat ze zo nu en dan kijkt of hij niet in slaap is gevallen. Ze probeert steeds midden op haar stoel te zitten, omdat ze bang is dat ze besmettelijk zijn. Ze wil niet lang en ook niet dik worden.

 

Macht

Rachel merkt dat ze aandacht van de juf krijgt als ze niet eet. Het geeft haar een ongekend gevoel van macht: “… Ik voelde me zoals op de Grote Verzoendag, Jom Kippoer, die we de week ervoor hadden gevierd. Het was de eerste keer dat ik me realiseerde dat het mogelijk was om nee te zeggen tegen eten. Het besluit had de religieuze kracht van die feestdag en droeg een aura van martelaarschap…”. Terwijl ze over het grind in een tuin loopt, bedenkt ze dat elke stap door God is voorbestemd. Tegelijk fantaseert ze dat ze via het bidden onzichtbare communicatiekanalen met God heeft. Misschien zal ze haar eigen Mozes-moment, dat van de brandende struik, beleven. Alsof ze God ook wil manipuleren. Wat tilt je hoger boven het niveau van gewone mensen dan een direct lijntje met God?! Historicus Rudolph Bell beschrijft de ‘heilige anorexia’, waarbij jonge religieuze vrouwen in de Middeleeuwen zichzelf uithongerden om één te worden met Christus: “… anorexia kan aanvoelen als een spirituele oefening, een verwrongen manier om een verhevener identiteit te vinden…”. De Franse filosoof René Girard stelt dat anorexia is geworteld in “… het verlangen als een heilige te worden gezien, niet om een heilige te zijn…”. Hij schrijft: “… Er schuilt grote ironie in het feit dat het moderne proces om religie uit te roeien talloze karikaturen ervan voortbrengt…”.

 

Aanpassing

Haar psycholoog, wiens vragen ze zo kort mogelijk beantwoordt: “… Rachel gedroeg zich zo omdat ze zich heel bewust leek te zijn van het vermogen om het interview te domineren…”. Haar vader vertelt dat ze hem al op jonge leeftijd toebeet dat hij niet de baas over haar was. Haar moeder herinnert haar als een ‘uitbundig en mal’ ukkie. Haar stiefmoeder noemt haar juist het meest trieste kind dat ze ooit heeft gekend. Volgens haar zat Rachel vaak geluidloos aan de keukentafel te huilen. Past ze haar gedrag aan naargelang de omstandigheden?

 

Bankhanger

In het ziekenhuis komt Rachel in aanraking met twee anorexia-patiëntjes van twaalf, die ze geweldig vindt en prompt gaat imiteren.  “… Ik wist eerst niet dat lichaamsbeweging iets te maken had met lichaamsgewicht, maar nu ging ik jumping jacks doen met Carrie en Hava. Ik stond mezelf niet meer toe om gewoon te zitten omdat ik geen ‘bankhanger’ wilde zijn, een term die zij me leerden…”. Even verder: “… Op mijn kamer leerde ik mezelf lezen terwijl ik stond…”. Rachel: “… De oudere meisjes leken me te beschouwen als een soort mascotte, iemand met anorexia in opleiding. Mijn ideeën over eten en het lichaam waren nog magischer dan die van hen…”. Carrie en Hava leven in een wereld van cijfers: meters, centimeters, kilogrammen, onsen, calorieën, tijden; maar Rachel heeft nog niet genoeg rekenkennis om daar wijs uit te kunnen worden.

 

De betovering verbroken

Als Rachel haar ouders gaat missen en hoort dat ze hen mag zien als ze weer eet, slaat ze binnen de kortste keren iedere maaltijd weer probleemloos naar binnen. Zodra papa en mama op bezoek komen, is de betovering gebroken. Haar ouders zijn verbijsterd als ze merken hoe ze in de ban is geraakt van een paar doorgewinterde anorexiapatiënten. Op school wil ze in eerste instantie niet aan een tafeltje zitten. De juf laat haar een beetje haar gang gaan: ze mag blijven staan zolang ze wil. Ze wordt niet gepest. Na een maand draait ze bij en gedraagt ze zich zoals alle andere kinderen.

 

Mimesis

Aviv schrijft over haar onderzoek naar het zogeheten ‘terugtrekkingssyndroom’, dat gek genoeg alleen in Zweden lijkt voor te komen: honderden kinderen uit de voormalige Sovjet-Unie, Joegoslavië en inmiddels ook Oekraïne, las ik, kruipen in bed om er niet meer uit te komen. Alsof ze in coma glijden. “… Toen ik enkele gezinnen interviewde, ontdekte ik dat veel kinderen iemand hadden gekend die ook aan de aandoening leed…”. Het doet me denken aan het begrip ‘mimesis’ van René Girard, die stelt dat ons gedrag nooit authentiek is: we apen elkaar na. Aviv: “… Deskundigen zeggen tegen deze kinderen dat ze zich gedragen op een herkenbare manier waarvoor een etiket bestaat. De kinderen passen zich vervolgens aan, bewust en onbewust, aan hun classificatie…”. Rachel Aviv heeft het gevoel dat ze op het nippertje is ‘ontsnapt’ aan anorexia; vóórdat ze erin vast kwam te zitten. Ze zet vraagtekens bij het fenomeen van ‘ziekte-inzicht’: “… Eigenlijk beoordeel je met dit inzicht de mate waarin een patiënt het eens is met de interpretatie van de arts…”. Op een gegeven moment kun je niet meer anders, ook al zou je het willen. 

 

Verhalen die ons redden en verhalen die ons gevangen houden

De filosoof Ian Hacking gebruikt de gok van Pascal als uitleg: “… om de mogelijkheid van een eeuwige hel te vermijden moeten we ons gedragen alsof God echt bestaat, ook al hebben we geen bewijs voor zijn bestaan. Uiteindelijk, schrijft Hacking, kunnen we het gesimuleerde geloof tot iets eigens maken, en dan zal ons geloof oprecht worden…”. Orthodox gereformeerden hebben het dan over ‘de toe-eigening van het heil’. Volgens Hacking is er bij sommige aandoeningen een soortgelijk proces gaande: “… We vinden een manier om ons leed uit te drukken door imitatie, totdat we uiteindelijk ‘een nieuwe psychische toestand hebben ‘geleerd’ of – beter gezegd – ‘verworven’. Cultuur, geloof, ras en etniciteit kunnen psychische stoornissen soms vanuit heel andere invalshoeken belichten en wegen openen naar bijzondere interpretaties. Er zijn verhalen die ons redden en er zijn verhalen die ons gevangen houden. Psychiatrische modellen zijn niet allesbepalend. Aviv pleit voor het luisteren naar de verhalen waarin mensen zélf betekenis vinden. Psychische aandoeningen hebben een veelzijdig karakter. Verklaringen sluiten elkaar niet uit – soms kunnen ze allemaal tegelijk waar zijn.

 

I Never Promised You a Rose Garden

Het tweede verhaal gaat over Ray Osheroff, een nierspecialist die de spil wordt in de vraag wat beter werkt: het psychoanalytische of het neurobiologische model. Hij komt in het sjieke Chestnut Lodge terecht, waar iedere patiënt psychoanalytisch wordt behandeld (een soort spiritualiteit op zich), ongeacht hoe ver iemand van de werkelijkheid afstaat – zolang ze maar betalen. In 1982 klaagt Ray de instelling aan omdat ze hem niet beter konden maken. Het wordt een ware krachtmeting. In de jaren vijftig vinden er voor het eerst experimenten plaats met een middel tegen tuberculose waarvan gebruikers high worden. In een sanatorium op Long Island dansen de patiënten door de gangen. “… Een vrouw vertelde later aan haar psychiater dat ze maar één keer geluk had ervaren in haar leven, en dat was toen ze een religieuze bekering onderging tijdens haar herstel van tuberculose. Haar psychiater vertelde aan The New York Times: ‘Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om haar te laten weten dat haar extatische ervaring misschien niet van de Heer was, maar een biochemische ervaring was op de medicatie.’…”. Als Ray, die somber is vanwege de verkeerde keuzes die hij steeds weer in zijn leven maakt, leest over deze resultaten, probeert hij het ook een paar weken met pillen, maar zonder resultaat. Wanneer zijn omgeving zijn gedrag niet meer aankan, is een opname de enige optie. Hij kiest voor Chetsnut Lodge, omdat de bestseller “I Never Promised You a Rose Garden” (1964) van Hannah Green zich daar afspeelt. Hij takelt er alleen maar verder af.

 

Afrekenen met psychoanalyse

Zijn moeder zorgt ervoor dat Ray het in een andere kliniek gaat proberen, waar hij wederom antidepressiva krijgt. Er komt nieuw mens aan de oppervlakte. Binnen drie maanden wordt hij gezond verklaard, maar is hij wel zijn medische praktijk, zijn goede naam en de voogdij over zijn kinderen kwijt. Hij begint een boek te schrijven over zijn ziekte. Een vriend vertelt dat hij zich vaak vergeleek met Ahab uit “Moby Dick”: “… ‘De Lodge was zijn witte walvis,’ zei hij. ‘Hij zocht naar het ding dat hem te grazen had genomen.’…”. Bij geen enkele rechtszaak wegens psychiatrische nalatigheid zijn zoveel prominente getuige-deskundigen aan het woord als bij die van Ray. Volgens de Lodge schrijft Ray doorlopend zijn problemen aan anderen toe. Is hij een narcist? Op 23 december 1983 concludeert de arbitragecommissie dat Chestnut Lodge de zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden. De Lodge biedt een schikking aan van 350.000 dollar, die Ray accepteert nadat een vriendin zegt dat het veel te simplistisch is om de ene school van psychiatrie tegen de andere op te zetten. De meeste vooraanstaande psychiaters van het land zien de zaak echter nog steeds als de definitieve afrekening met de psychoanalyse.

 

De waanzinindustrie

De Lodge wordt gedwongen medicijnen voor te schrijven, ook al blijkt uit een evaluatie dat ongeveer een derde van de behandelde patiënten verbetering of herstel heeft laten zien: evenveel als in elke willekeurige behandelomgeving. “… Wat de mensen die een productief leven konden gaan leiden onderscheidde van de mensen die ziek bleven, leek niets te maken te hebben met wat er in de Lodge gebeurde…”. De verzekeringsindustrie weigert echter de langdurige zorg in de Lodge te dekken. De geestelijke gezondheidszorg wordt niet langer gezien als een project van samenwerking tussen therapeut en patiënt, maar verwordt tot een bedrijfscultuur waarin sprake is van ‘aanbieders’ en ‘consumenten’. “… Waanzin is een geïndustrialiseerd product geworden dat efficiënt en rationeel binnen een bepaald tijdsbestek moet worden verwerkt…”.

 

Vadermoordenaars

De zonen van Ray vergeven hun vader niet: “… Ze geloofden dat hij zich had vastgeklampt aan de verkeerde verklaringen voor het uit de rails lopen van zijn leven…”. Volgens hen heeft hij zeker een sociale, vriendelijke, briljante kant, maar weigert hij stelselmatig zijn problemen onder ogen te zien. Zijn leven wordt getekend door wraak. Hij hopt van de ene baan naar de andere en kan alleen maar over zijn ‘rotboek’ praten. Als hij opa wordt, komt hij met zijn boek aanzetten als cadeau voor zijn kleindochter, waarin de dood van zijn eigen autoritaire vader uiteindelijk de oerscène is geworden. Na dertig jaar medicatie voelt hij zich nog steeds ontworteld en alleen. Zelfs aan het eind van zijn leven vertelt hij zijn zonen doorlopend het verhaal van Chestnut Lodge, alsof ze er nog nooit over hebben gehoord. Hij sterft op het kantoor van een louche verzekeringsbedrijf waarvoor hij tests afneemt bij patiënten die een auto-ongeluk hebben gehad. Volgens de meesten vanwege een hartaanval. Volgens zijn zoons vanwege een moord. Ze denken dat zijn collega’s hem uit de weg hebben geruimd omdat hij op het punt stond hen te verlinken. Een psychoanalyticus zou misschien zeggen dat ze zélf de moordenaars zijn, schrijft Aviv. “… In ‘Dostojevski en de vadermoord’ schrijft Freud dat wanneer een zoon ontdekt dat zijn vader is vermoord, ‘het er niet toe doet wie de daad werkelijk ten uitvoer heeft gebracht; voor de psychologie komt het er slechts op aan wie de daad gevoelsmatig heeft gewild en, toen ze eenmaal was geschied, heeft toegejuicht’…”.

 

Betekenisloos leven

Het derde verhaal is een casestudy over Bapu, een vrouw uit de hoogste sociale kaste van India. Ze heeft als kind polio gehad, waardoor ze mank loopt. Omdat ze daardoor een minder begeerlijke bruid is, koopt haar vader een statig koloniaal huis voor haar, in de hoop huwelijkskandidaten aan te trekken. Hij negeert de waarschuwing van een priester, die zegt dat het huis niet geschikt is voor een familie. Al gauw toont een zekere Rajamani belangstelling voor haar. Zodra ze getrouwd zijn, komt er allerlei familie van hem inwonen en wordt Bapu hun slaafje. Ze krijgt een dochter, Bhargavi, en een zoon, Karthik. Volgens Bapu geven haar echtgenoot en zijn familie alleen maar om geld. Rajamani bouwt een huisje op het terrein waar hij met zijn gezin gaat wonen en verhuurt de grote woning.  Bapu maakt er een gewoonte van met haar kinderen naar een ashram te gaan om lezingen over de Bhagavad Gita bij te wonen, gegeven door de sannyasin Nambudiri. Thuis begint ze veel tijd door te brengen in een kleine gebedsruimte, een soort inbouwkast. Ze walgt van geld. “… Ze wilde niet doorgaan met het leiden van ‘een betekenisloos leven’…”.    

 

Godsextase

Bapu raakt gecharmeerd van de zestiende-eeuwse dichter Mirabai, die schreef in de traditie van de bhakti-poëzie, en al duizend jaar populair is. Volgens de legende verliet Mirabai haar man omdat ze geloofde dat Krishna haar ware echtgenoot was, en begon ze door het land te zwerven. Ze gaf blijk van een soort roes die bekendstaat als ‘godsextase’. Bapu componeert liedjes voor haar kinderen over de betoverende koeherder Krishna. Ze schrijft moeiteloos in het middeleeuws Tamil. Het is een mysterie: “… Het stroomde gewoon uit haar zonder dat ze enige opleiding had gehad…”. Haar familie stuurt twee boeken met haar gedichten naar een specialist, die concludeert dat de verzen aan alle normen voldoen. Hij noemt het ‘goddelijk’ werk. Haar bundels worden in 1970 uitgegeven en verspreid in tempels in de buurt. Ze zou een heilige gave hebben. Veel vrouwen zien haar als een gids, een religieuze leraar.

 

Mystica of schizofreen?

Bapu wil vanaf dat moment het pad van de gewijde dichter Mirabai volgen, maar een priester raadt haar aan haar familie niet in de steek te laten. In een rusteloze toestand gaat ze er meermalen vandoor om heilige plaatsen te bezoeken. Haar man, die vindt dat ze geestelijk gestoord is, laat haar opsporen door de politie. “… Ze leek zich op een ander niveau te bevinden, een ander niveau van bestaan…”. Rajamani gaat met haar naar een kliniek waar westerse onderzoeksmethoden worden gehanteerd. De diagnose luidt: schizofrenie. De vroegste fase wordt gekenmerkt door ‘apofanie’ – een openbaring dat een nieuw domein van bestaan is onthuld. “… Patiënten hebben het gevoel dat de wereld pulseert van kosmische betekenis; ze zijn dicht bij de oplossing van het leven…”. In deze toestand kun je de ervaring hebben van een “… kristalhelder zicht, van een diep doordringen in de essentie van de dingen…”. Bapu heeft het idee dat Krishna bijna lijfelijk aanwezig is; ze kan de sandelhoutpasta op zijn huis ruiken. Bhargavi ziet haar moeder als een mystica.

 

Primitief

Indiase mensen die worden blootgesteld aan de westerse beschaving blijken een grotere kans te lopen op psychische aandoeningen. Zowel autochtone als allochtone artsen waarschuwen rond 1900 dat een te gretige acceptatie van die beschaving de geest van jonge mensen kan schaden. Een Bengaals tijdschrift beweert dat de Europese invloed in India de belangrijkste oorzaak is van krankzinnigheid. Schizofrenie zou in ‘primitieve’ samenlevingen zelfs nauwelijks voorkomen. Freuds psychoanalyse blijkt grotendeels onverenigbaar met een cultuur waarin mystiek vaak essentieel is voor het zelfbegrip. Bapu zit niet verlegen om inzicht in haar psyche; ze wil haar persoonlijke grenzen juist overstijgen en het ‘oceanische gevoel’ ervaren. Freud beschrijft mystiek bagatelliserend als een ‘infantiele regressie’ – een visie waar men in India weinig mee kan. Een Europeaan is niet goed in staat te begrijpen hoe mystiek doordringt tot in de diepste lagen van het alledaagse bestaan. De directeur van het All India Institute of Mental Health in Bangolore waarschuwt zijn collega’s dan ook voor het overnemen van westerse theorieën alsof het universele waarheden zijn. Hij verwerpt de westerse kijk op geestelijke gezondheid, die volgens hem in India slechts ‘ondoelmatige karikaturen’ oplevert. In India draait genezing eerder om het verheffen van de identiteit tot een hoger ideaal – onthecht, spontaan, vrij van het ego – dan om het terugbrengen van de persoon tot een zogenaamd ‘normale’ basisvorm. Ondertussen neemt het Westen wel het plantje ‘Rauwolfia serpentina’ over uit India, dat inheemse genezers al honderden jaren gebruiken, onder meer tegen slangenbeten: het heeft namelijk een kalmerend effect.

 

Devotie

Als Bapu uit het ziekenhuis wordt ontslagen, weigert ze direct de voorgeschreven chloorpromazine in te nemen. Voor Bapu is het woord ‘devotie’ de dekking van haar verhaal, in plaats van het woord ‘schizofrenie’. “… Devotie voert je naar de diepste put, naar het feit dat ik hier vandaag zit, maar morgen misschien niet meer wakker word. Dat is angstaanjagend, en komt dicht in de buurt van waanzin. Maar devotie kan je ook helpen een diepe verbondenheid te voelen met dit feit: ik heb niet om dit leven gevraagd; wat ik heb is een bonus…”. Zie de kabbalisten in “Satan in Goray”, die zo zwaar zondigen dat er van daaruit alleen nog maar een weg naar omhoog mogelijk is. Of de orthodox-gereformeerden, die het licht pas zien na het doorleven van de ‘donkere nacht van de ziel’. Bapu’s schoonfamilie is het erover eens dat ze knettergek is. Ze woont nog een poosje geïsoleerd op de bovenverdieping van het grote huurhuis. Af en toe verdwijnt ze.

 

Inzicht

Bhargavi en Karthik hebben het gevoel dat het grote huis wemelt van de verschijningen. Er wordt een groot katachtig wezen gezien. Er schieten lichtvonken door de ruimtes. Vrouwen in rode sari’s bewegen schielijk door de achterste kamers. Priesters menen dat het huis wordt geteisterd door de geest van een brahmaanse geleerde die waarschijnlijk stierf door zelfdoding en de geest van Bapu overneemt: zie haar onmogelijke dichtkunst. Bapu vindt het allemaal onzin: alles komt diep uit haarzelf. Ze ziet haar waanzin als bewijs van inzicht. Haar innerlijke wereld voelt wezenlijker dan de werkelijkheid van haar omgeving. Schreef de negentiende-eeuwse mysticus Ramakrishna niet dat een volmaakte kenner van God en een volmaakte idioot dezelfde uiterlijke kenmerken bezitten? Bapu bestudeert de mystici. Hun verhalen gaan over het zoeken naar God, maar ze vinden nooit. Dat beseft ze heel goed. Haar benen doen pijn omdat ze steeds achter Krishna aanrent, zegt ze. Als ze weer wordt opgenomen, krijgt ze elektroshocks toegediend. Na haar ontslag uit het ziekenhuis verdwijnt ze wederom. Na vijf jaar wordt ze pas weer in haveloze staat teruggevonden.

 

Goeroe

Haar man vindt haar onuitstaanbaar. Soms denkt hij dat haar waanzin alleen maar een façade is, zodat ze kan doen wat ze wil en haar eigen leven kan leiden. Bhargavi wordt een rabiate atheïst: “… Het regende goden in mijn huis – ze zaten in alle hoeken en gaten – en ik haatte ze…”.  De zware ijzeren lampen aan weerszijden van het gebouw raken tot drie keer toe volledig verwrongen. De Duitse herder wordt dood aangetroffen in een plas bloed. Ze gaat Europese filosofie studeren: Habermas, Sartre, Camus. Kathik werkt als industrieel fotograaf en trouwt met een vrouw die een zwak heeft voor Bapu. Van haar accepteert Bapu wel medicatie. Ze voelt zich gesteund door de aanwezigheid van haar schoondochter, die haar verzorging op zich neemt. Bapu begint zich aan een mindere god dan Krishna te wijden wanneer ze merkt dat hij haar van haar familie verwijdert. Onder buren verspreidt zich het gerucht dat ze genezende krachten bezit. Ze neemt de rol van heilige aan in de gemeenschap. Na haar rustige overlijden volgt een stoet mensen die haar als goeroe beschouwen de draagbaar naar de crematieplaats.

 

Zielendokters

Na de dood van haar moeder wordt Bhargavi een overtuigde vrouwenrechtenactivist. Volgens haar begrijpt de feministische beweging in India het leed van vrouwen beter dan veel psychiaters. Terwijl psychiatrische patiënten in ziekenhuizen in isolatie worden geplaatst en verwaarloosd, toont onderzoek aan dat mensen met een psychotische stoornis aanzienlijk kunnen verbeteren na een verblijf in een hindoeïstische genezingstempel. Bewoners brengen er hun dagen door met bidden en het verrichten van lichte huishoudelijke klusjes onder het wakend oog van ‘zielendokters’. Genezingsrituelen creëren een gevoel van catharsis, doelgerichtheid en spirituele verbondenheid, schrijft Bhargavi. Ze is zich maar al te bewust van de risico’s van het opleggen van westerse manieren om ziekte te beschrijven en te verklaren aan mensen met een andere achtergrond en geschiedenis. Ze zet een non-profitorganisatie op voor geestelijke gezondheid: Bapu Trust. Het uitgangspunt is holistische zorg. Bhargavi blijft het erg pijnlijk vinden dat er zoveel verwijzingen naar honger in het dagboek van haar moeder staan. “… ‘Voor mij is dat diep persoonlijk lijden,’ zei ze. Maar ze voegde eraan toe: ‘In haar momenten van extase of wat dan ook was ze bij God. En dat verhaal is ook waar.’…”.

 

Familiedrama’s

Voor het vierde verhaal neemt Rachel contact op met Naomi Gaines, een zwarte vrouw en alleenstaande moeder van vier kinderen, die in psychotische toestand haar tweeling van een brug in een rivier gooide en er zelf achteraan sprong. Een van de veertien maanden oude jongetjes overleed; de ander en zijzelf werden gered door een omstander. Rachel werd geraakt door het griezelige feit dat een vrouw in hetzelfde sociale wooncomplex als waar Naomi woonde, op dezelfde leeftijd (24 jaar), een vergelijkbare onvoorstelbare daad pleegde: ze bracht haar zes kinderen om.

 

Paranoïde

Op de bewuste dag, een feestdag, is Naomi volkomen paranoïde. Ze ziet alleen maar onvriendelijke witte mensen en vreest dat de uitroeiing van ‘onwenselijken’, zoals zij, al is begonnen. Ze durft niet terug te gaan naar haar auto, omdat ze denkt dat ze in het geniep, zonder ooggetuigen, gedood zal worden. Ze heeft het gevoel dat de wereld vergaat, dat iedereen van wie ze houdt al vermoord is en dat ze is ‘doorgebroken naar een andere dimensie’.  

 

Rouw

Naomi groeide zelf ook zonder vader op, in een van de grootste sociale woningbouwcomplexen ter wereld, in Chicago: ‘een reservaat voor onaanraakbaren’. Ze leefde er, naar eigen zeggen, als een ‘rat’ tussen het beton, zonder ooit een spoortje groen te zien. Een hellegat waar levensgevaarlijke bendes de dienst uitmaakten. Een ‘godvergeten bijstandsgevangenis’, waar negenennegentig procent van de bewoners zwart en werkloos was. Ze kwam alleen buiten om naar school te gaan: ze woonde op de veertiende verdieping en de lift was meestal kapot. De verlichting deed het ook zelden. Een andere bewoner zegt: “… Lang geleden heb ik besloten dat je geschift, met chemicaliën volgepompt, christelijk of een of andere excentriekeling moest zijn om hier te overleven…”. Naomi werd gepest omdat ze de donkerste huid had van alle zwarte kinderen in haar klas. Haar moeder papte aan met de verkeerde mannen en raakte aan de drank en cocaïne. Een zusje en broertje werden door de kinderbescherming weggehaald. Uiteindelijk besloot haar moeder naar Minnesota te verhuizen, waar dakloze vrouwen en kinderen beter werden opgevangen. Ze werkte hard en wist een eigen flatje te bemachtigen. Na een mislukte relatie volgt Naomi haar moeder. Ze heeft een baan als onderwijsassistent, volgt colleges om hogerop te komen, schrijft hiphopnummers voor een muziekgroep en voedt ook nog een zoontje op. Ze duikt in de literatuur van zwarte vrouwen en de geschiedenis van discriminatie, waardoor een intens rouwproces op gang komt. Zie de schrijver James Baldwin over ‘raciale melancholie’: “… Het lijkt of zich in het hele lichaam een grote, grote, grote wond bevindt, terwijl niemand die durft te opereren: hem te sluiten, te onderzoeken, te hechten…”.

 

Aanpassingsstoornis

Drie jaar na haar verhuizing snijdt Naomi haar polsen door, wat in het ziekenhuis wordt gelabeld als een ‘aanpassingsstoornis’. De geestelijke gezondheidszorg is niet afgestemd op het type aandoeningen dat voortkomt uit marginalisatie of onderdrukking die al generaties duurt. Een van de hardnekkige mythen in de VS is dat zwarte mensen niet krankzinnig kunnen worden. “… Waar geen beschaving is, bestaat geen nervositeit…”, volgens de neuroloog George Miller Beard in 1881. Anderen beweerden dat zwarten maanziek werden onder de druk van vrijheid; als slaaf zouden ze veel gelukkiger zijn geweest. Zwarte patiënten hadden doorgaans geen toegang tot de geestelijke gezondheidszorg, omdat de moderne psychiatrie mede tot ontwikkeling is gekomen dankzij de weelderige honoraria die de rijken konden betalen.

 

Lege bedden

Na haar ziekenhuisopname krijgt Naomi een relatie met een muzikant, Khalid, die lid is van de revisionistische beweging Five Percent Nation, een afsplitsing van de Nation of Islam, en opgericht door een leerling van Malcolm X. Als hij vertrekt, is ze zwanger van de tweeling. Na hun geboorte belandt ze in het ziekenhuis vanwege een postnatale psychose en wordt weer naar huis gestuurd met medicatie die ze niet inneemt. Ze gelooft niet in de ‘probleemetiketten’ waarmee ze wordt bestempeld: ‘niemand graaft dieper en zoekt uit wat voor individu iemand is’. Na twee weken waarin ze constant huilt en doodsbang is dat ze gearresteerd zal worden, brengt haar moeder haar weer naar het ziekenhuis. Daar rent ze naakt rond op de afdeling psychiatrie, alsof ze wil laten zien dat ze ‘niets heeft’. Weer wordt ze met pillen naar huis gestuurd. Het zorgmanagement eist lege bedden. Wanneer een agent haar midden in de nacht met haar vier kinderen op straat aantreft, draait ze voor de zoveelste keer het ziekenhuis in. Ze accepteerden niet dat ze geestesziek was, aldus Naomi. Bij welvarende witte patiënten kun je het morele schuldgevoel wegnemen door een biologische verklaring aan te dragen. De gedachte dat een ziekte niemands schuld is, werkt bevrijdend. Maar bij zwarte en arme patiënten wordt diezelfde biologische verklaring gebruikt om de schuld weg te halen bij de maatschappelijke krachten die hen in het nauw hebben gedreven.

 

Toerekeningsvatbaar

Naomi wordt aangeklaagd voor doodslag. De kennis van de hersenen heeft zich ontwikkeld, maar de definitie van toerekeningsvatbaarheid niet. Daarom worden veel mensen met een psychische stoornis berecht als criminelen. Naomi’s psychose heeft raakvlakken met de realiteit, maar haar artsen lijken niet te geloven dat waanbeelden op een bepaalde manier logisch kunnen zijn. Haar misdaad zou berusten op haar religieuze en filosofische denkbeelden. Er moet veel meer worden nagedacht over hoe huidskleur en economische status iemands ervaringen bepalen, aldus Aviv. Net als hier helpen de geestelijke gezondheidscentra in de VS, die slecht worden gefinancierd, voornamelijk de ‘makkelijkste’ patiënten: mensen met weinig sociale en financiële problemen en voorspelbare levensomstandigheden. Mensen met schizofrenie vallen al gauw buiten de boot en belanden achter de tralies.

 

De Radio

Naomi vertelt hoe ze in de isolatiecel haar ogen maar hoefde te sluiten om zich haar lievelingsmuziek voor te stellen, of ze hoorde de nummers zo duidelijk alsof er een radio aanstond (zie ook de memoires van schrijfster Jevgenia Ginzburg over eenzame opsluiting, waar Michel Krielaars het over heeft in “Rivier van bloed”). Als Naomi zich bewust wordt van de geweldige akoestiek, begint ze hardop te zingen. De vrouwen in de naburige cellen geven haar de bijnaam ‘de Radio’ en komen met verzoeknummers: “… De muziek gaf me het gevoel dat ik nog een leven had…”. In de gevangenis ziet Naomi de film “Beloved”, die is gebaseerd op de gelijknamige roman van Toni Morrison. Net als Naomi doodt de hoofdpersoon haar dochtertje om haar te beschermen tegen de wrede wereld. De dochter keert als geest terug in het huis van haar moeder. Naomi zit dag en nacht in de gevangenisbibliotheek om twee of drie boeken per week te lezen. Ze leert hoe ze gevormd is door de geschiedenis van slavernij. De pijn verdampt niet gewoon; die geef je door. Ze begint zichzelf te zien als pion in een groter spel. Ze wordt al gauw aangesteld als bibliotheeksecretaris.

 

Wedergeboorte

Na tien jaar krijgt Naomi in haar cel bezoek van haar ‘redder’, een man die zijn actie in de rivier ervaren heeft als een ‘hernieuwde doop’, alias ‘wedergeboorte’. Hij was in die tijd ook erg depressief; zijn daad betekende zijn herstel. Tegen de tijd dat haar straf erop zit, krijgt Naomi te horen dat ze te ziek is om de vrijheid aan te kunnen. Dertien jaar daarvoor voldeed ze juist niet aan de eisen van ontoerekeningsvatbaarheid. Binnen een jaar doorloopt ze een programma in het Minnesota Security Hospital, waar ze meedoet in de ziekenhuisband en verschillende integratiecursussen volgt, waarna ze vrij is.

 

Zelfvervreemding

“… Terwijl zwarte vrouwen bij depressiviteit doorgaans te weinig geneesmiddelen krijgen voorgeschreven, krijgen witte vrouwen, vooral ambitieuze, er vaak veel te veel, zodat ze ‘het allemaal kunnen hebben’: een gezin én een succesvolle carrière…”. Het vijfde verhaal gaat over Laura Delano, die het niet voor elkaar krijgt het brave meisje te spelen in een geprivilegieerd gezin, waardoor haar overprikkelde reacties ertoe leiden dat haar een bipolaire stoornis wordt aangemeten: “… Tussen 1995 en 2003 steeg het aantal kinderen en pubers bij wie deze diagnose werd gesteld met bijna vierduizend procent…”. Laura past zich zo naadloos aan haar omgeving aan, dat ze zelf niet meer weet wie ze is. Ze heeft het gevoel dat ze geen ‘kern’ heeft. De druk van hoge verwachtingen rond sociaal conformisme is in onze tijd extreem. Daar komt het keurslijf van sociale media nog eens bovenop (zie “Generatie angsstoornis” van Jonathan Haidt). In de loop van de jaren creëren artsen een soort ‘receptenwaterval’ voor Laura: het ene middel dempt de bijwerkingen van het andere. Na een zelfmoordpoging verandert haar diagnose in borderline: ‘de nieuwe vrouwenziekte van de laatmoderne samenleving’. Wanneer Laura zich verdiept in de geschiedenis van de psychiatrie, komt ze erachter dat er nooit specifieke biologische of genetische markers zijn gevonden voor welke diagnose dan ook. Het idee dat depressiviteit wordt veroorzaakt door een chemische disbalans is niet meer dan een theorie. Waarom antidepressiva werken is onduidelijk. Ze gaat zich bezighouden met een afkickforum op internet. De website doet een beetje denken aan de antispsychiatrie van vroeger, waarin het ging over de vraag: ‘Ben ik nou gek, of is de samenleving dat?’. Maar het is onmogelijk je ‘ik’ los te zien van de samenleving waardoor het gevormd is. Zie René Girard. Aviv ontdekte de blog van Laura toen ze zelf van haar Lexapro af wilde. Ze omschrijft het middel als ‘maak de ambitieuze vrouwen nog ambitieuzer’-pillen. Ze maken alle problematische ‘beste, brave meisjes’ tot de meest sociaal functionerende figuren die je je maar kunt voorstellen. “… Wat kan een psychiater zeggen, zo vraagt Elliot, tegen ‘een vervreemde Sisyphus terwijl hij de rots de berg op duwt? Dat hij de rots enthousiaster, creatiever of met diepgaander inzicht omhoog zou duwen als hij Prozac ging slikken?...”.

 

We hebben een verhaal nodig

In het laatste hoofdstuk gaat Aviv op zoek naar Hava, het meisje waar ze zo tegen op had gekeken tijdens haar ziekenhuisperiode als kind. Hava blijkt net overleden. Rachel leest haar dagboeken: “… Ze had nog steeds contact met vriendinnen van eerdere ziekenhuisopnamen, en schrok van de ontdekking dat ‘iedereen met wie het goed ging haar nieuw gevonden leven aan God toeschreef’. Ze konden verder met hun leven, zo leek het, omdat ze hun leven hadden heringericht rondom een nieuw verhaal…”. Zie “De crisis van het narratieve” van de filosoof Buying-Chul Han.

 

Uitgave: Atlas Contact – 2023, vertaling Jan Willem Reitsma & Albert Witteveen,288 blz., ISBN  978 904 504 894 9, € 24,99

Rechtstreeks bestellen bij bol: klik hier

dinsdag 21 april 2026

Satan in Goray – Isaac Bashevis Singer

 


“Het koninkrijk kome” van Bernice Rubens - zie mijn vorige blog - is een goede introductie tot het lezen van “Satan in Goray” (1935). Het verhaal gaat over een afgezonderd stadje omringd door dichte bossen, waar geruchten over de geheimzinnige Sabbatai Svi de ronde doen. Zou de afschuwelijke pogrom waarvan de bewoners het slachtoffer werden, de geboorteweeën kunnen zijn van de komst van de nieuwe Messias? De Pools-Joodse Nobelprijswinnaar Isaac Bashevis Singer (1902 – 1991) beschrijft in zijn debuut een gemeenschap vol psychopathie, magisch denken en religieuze waanzin, en vertelt daarmee een indrukwekkend, urgent verhaal over religieuze hysterie. Eerder besprak ik van hem het autobiografische “Op zoek”.

 

Wederopstanding

Goray leek voorgoed van de kaart geveegd toen in 1648 de goddeloze Oekraïense hetman Bogdan Chmelnicki er met zijn opstandige horde horige boeren huishield. Toch druppelen jaren later weer enkele burgers hun voormalige woonplaats binnen, van ieder groot gezin een paar: “… het is ’s werelds loop dat alles op zijn tijd terugkeert tot wat het is geweest. Winkels die lange tijd achter roestige luiken gesloten waren gebleven, werden één voor één geopend; beenderen werden naar het verwaarloosde kerkhof gebracht, waar ze gezamenlijk in een massagraf werden begraven; voorzichtig werden hier en daar de eerste kraampjes opgezet; leerjongens knapten de beschadigde daken op, repareerden schoorstenen en verfden muren die onder de bloed- en mergspetters zaten…”. Zelfs Rabbi Benisj keert terug, inmiddels in de zestig, en zorgt ervoor dat de Joodse tradities weer op gang komen. Ook Reb Eleazar duikt op, maar onherkenbaar: uitgemergeld en getraumatiseerd. Hij leeft teruggetrokken in zijn woning met zijn mooie, zeventienjarige dochter Rechele, een ietwat vreemd meisje dat met haar been trekt en niet praat.

 

Geruchten

Overal gebeuren onbegrijpelijke dingen. Rabbi Benisj heeft geruchten gehoord over de rabbijnse afgezant Baruch Gad, die tijdens een reis door de woestijn een boodschapper van de tien verloren stammen zou zijn tegengekomen. Ze wonen achter de woeste rivier de Sambation. Beroemde kenners van de kabbala in Polen en andere landen ontdekken talrijke toespelingen in de Zohar en andere oude boekwerken die bewijzen dat de dagen van ballingschap zijn geteld. Heimelijk wordt er gesproken over het feit dat de bloedbaden de weeën van de komst van de Messias zijn. Sommigen verklaren dat zij het blazen van de grote ramshoorn kunnen horen, wat het einde der tijden aankondigt. Anderen wekken de mensen op zich te bekeren en boete te doen voor hun zonden, terwijl verschillenden op straat dansen onder tromgeroffel van vreugde. Volksvrouwen dromen opmerkelijke dromen over een grote wolk waarop alle Joden naar Jeruzalem vliegen. Zelfs heidense waarzeggers zien een opmerkelijke ster, en priesters getuigen van de slag van Armageddon die Israël zal winnen. Landlopers vertellen dat het vuurstenen heeft gehageld in Bohemen. Tijdens een verschrikkelijke regenbui zou een slang uit de hemel een aantal steden vol Jodenhaters in Turkije hebben verpletterd. In Szebreszin hoort iemand een stem uit de hemel, en in Pulav is een vis gaan praten. Overal bekeren christenen zich tot het jodendom en laten zich stiekem besnijden. Het meest wordt er echter over de heilige man Sabbatai Zvi gepraat, wiens roeping als Messias binnenkort geopenbaard zal worden. Een zekere Reb Abraham Zalman, die de marteldood is gestorven, zou zijn voorloper zijn geweest.

 

Zweverig

Rabbi Benisj doet of hij niets hoort: “… Vele jaren wist hij al dat de Poolse joden op het verkeerde pad waren. Ze groeven te diep in dingen die bedoeld waren verborgen te blijven, ze dronken te weinig van de heldere wateren van de heilige leer…”. Jongemannen raken in de war van de pilpul. “… Jongens van nog geen twintig, wier verstand nog niet gerijpt was, bogen zich al over mystieke werken als de ‘Schatkamer van het leven’, ‘Raziël de engel’, de ‘Zohar’ en de uitleggingen van de mysteries van het goddelijk rijtuig van Ezechiël…”. Rabbi Benisj betreurt de kabbalistische werken van Isaäc Luria, die hen het hoofd op hol brengen. “… Er waren te veel asceten onder de Poolse joden, te veel kluizenaars, amulettenschrijvers en wonderdoeners…”. Hij ziet er altijd op toe dat deze plaag zich niet verspreidt. “…Zolang ik leef, zal er geen afgoderij in Goray zijn!...”, roept hij altijd. Hij houdt van gezond verstand en matigheid. Als er in Goray al ingewijden in de kabbala verschijnen - mensen die wijn uit de muren toveren, zieken kunnen genezen en zelfs doden opwekken - dwingt hij ze te vertrekken. Nu houdt hij zijn mond. De Joden raken steeds meer verdeeld in sekten. Zelfs de grote rabbi’s zijn het niet met elkaar eens. Een tijd van ziekte en rampen is geen tijd om de mensen vermanend toe te spreken.

 

Voor- en tegenstanders

Want in Goray gaat het ronduit slecht. Het wordt geteisterd door enorme slagregens en stormen. Zijn beste burgers zijn afgeslacht. De meeste mannen die het hebben overleefd, zijn jong. De angst voor nieuwe rampen verlaat de joden geen moment. Juist nu eenheid het meest nodig is, wil men niet langer verantwoordelijkheid voor elkaar dragen en trekt ieder zijn eigen plan. “… Herhaaldelijk riep Rabbi Benisj de inwoners ter vergadering bijeen, maar ze vielen in slaap of gaapten naar de muren. Ze gingen akkoord met alles, maar voerden niets uit…”. Het gerucht dat de Messias nadert, heeft zelfs het plaatsje aan het eind van de wereld wakker geschud. Een vrouw die op zoek is naar haar verdwenen man brengt wilde verhalen mee over bomen in het Heilige Land die ineens enorme vruchten dragen en vissen die in het zoute water van de Dode Zee zijn verschenen. De opschudding bereikt haar hoogtepunt als er een Jood uit Jemen het aanstaande koningschap in Jeruzalem - van Sabbatai Zvi - komt aankondigen. Iedereen moet zich klaarmaken voor de nakende verlossing. De lamme kabbalist Reb Mordechai slaat, met kruk en al, aan het dansen en bezwijmt. Rabbi Benisj laat de afgezant naar zijn studeerkamer komen. Wat er besproken wordt, weet niemand, maar de man vertrekt zonder een woord. De kabbalisten zijn zo kwaad dat er in het leerhuis een handgemeen uitbreekt tussen voor- en tegenstanders van de nieuwe Messias.

 

Een bijzonder geval

Toen Rechele vijf jaar was, overleed haar moeder, en liet Reb Eleazer haar achter bij zijn broer in Lublin, een slager die altijd en eeuwig onder het bloed en de veren zat en met een mes tussen zijn tanden rondliep, en een oude opoe van in de negentig bij wie ze op de slaapbank moest slapen. Rechele was een koppig en dwars kind. Opoe trachtte haar onder de duim te houden met doodenge verhalen “… van wilde beesten en boze geesten, van rovers die in holen met heksen woonden; van menseneters die kinderen aan het spit roosterden; en een wild, eenogig monster dat rondsloop met een dennenboom in de hand, op zoek naar een verdwaalde prinses…”. Opoe stierf de dag voor Jom Kipoer. Rechele was twaalf. Singer beschrijft de gevaarlijke nacht voor Jim Kipoer als een tijd waarin alle remmen losgaan (zie “De verborgen geschiedenis” van Donna Tartt). Verderop lees ik dat op Jom Kipoer alle zonden vergeven worden: misschien kun je daarom de nacht ervoor straffeloos tekeergaan zoveel je wilt? Rechele is alleen thuis. Er moet iets verschrikkelijks gebeurd zijn, want haar oom treft haar als dood aan. Hij zet het op een gillen, waarop er mensen komen aanrennen die Rechele weer in het land der levenden krijgen, maar na die avond wordt ze nooit meer de oude. In het begin kon Rechele helemaal niet praten. De slager liet allerlei dokters en kwakzalvers komen. Niets hielp. Toen bracht hij haar, om de pijn te vergeten, boeken en ging zelfs zo ver dat hij haar in de Thora onderwees. Dat werkte helend, al bleef ze een bijzonder geval. Toen de slager stierf, keerde Rechele terug naar haar vader, die haar meestal aan haar lot overliet. Doorgaans zit ze dan ook in haar uppie bij de haard te lezen, zonder enige interesse in de medemens.

 

Vreemde marskramer

Op een dag komt er een wel heel vreemde marskramer naar Goray: Reb Itches Mates. Hij laat toe dat iedereen met zijn tengels aan zijn koopwaar zit en mensen mogen zelf bepalen wat ze betalen voor zijn spullen. De kabbalisten voelen dat hij wat te vertellen heeft. Iemand van hen nodigt de marskramer uit voor het avondeten. Tijdens de maaltijd haalt Itches Mates een brief uit zijn binnenzak die ondertekend is door honderden rabbijnen. Hij begint fluisterend de diepste geloofsgeheimen te onthullen. Er zouden nog maar een paar ‘goddelijke vonken’ onder de verstikkende walm van dit aardse bestaan branden. De machten van de duisternis klampen zich daaraan vast. Sabbatai Zvi, Gods bondgenoot, is bezig de laatste heilige vonken naar hun oorsprong terug te brengen, en dan breekt de verlossing aan. Itches Mates blijft bij zijn gastheer slapen. Die hoort hoe hij de hele nacht bij de kachel zit te prevelen, omgeven door licht, alsof hij door de maan wordt beschenen.

 

Mezoezahs

Na het morgengebed gaat Itches Mates van huis tot huis om de mezoezahs te onderzoeken – zoals de gewoonte is van marskramers, die over het algemeen ook schrijvers zijn. Wanneer ze een fout in een mezoezah vinden, verbeteren ze die ter plekke met een ganzenveer, waarvoor ze een cent opstrijken van het gezinshoofd. Itches Mates kijkt met een schuin oog naar Rechele, die schel begint te lachen als hij vraagt of ze getrouwd is, en antwoordt van niet, omdat ze net als Jefta’s dochter een offer aan God is. De marskramer krijgt het ijskoud van zoveel heiligschennis en zegt dat God geen mensenoffers vraagt, dat een Joods meisje een echtgenoot moet hebben en zorgvuldig de wet naleven. Niemand wil haar hebben, beweert Rechele, behalve de duivel misschien. Glinsterende tranen springen uit haar dolle ogen. Dat brengt Itches Mates op een idee: misschien wil ze zijn vrouw worden.

 

Boze geesten

Een boodschapper wordt naar de dorpen gestuurd om de vader van Rechele op te sporen, die echter nergens te vinden is. Ondertussen wacht Rechele met angst en beven af. Onrustig loopt ze uren door het huis. “… Soms rolden er zonder reden tranen uit haar ogen, net als bij een boom na de regen…”. De vrouwen zorgen voor haar: ze koken lekkere dingen, verstellen haar kleren, komen haar troosten en de boze geesten weg praten. “… Tsjinkele de Vrome bracht de nacht met Rechele door, opdat er geen duivels in haar zouden varen…”. Steeds wanneer ze op het punt staat in slaap te vallen, wekt Rechele haar met een ruk aan haar schouders. Ze is zo bang is voor de marskramer: ‘hij heeft dode ogen!’. Ze moet zich niet aanstellen; hij is juist een heilig man, door de hemel gezonden om haar te redden, aldus Tsjinkele.

 

Gewaarschuwd

Dan krijgt Rabbi Benisj een brief uit Lublin met de waarschuwing dat Itches Mates voor geen haar te vertrouwen is; hij zou zo ongeveer de duivel zelve zijn. Terwijl Rabbi Benisj zich opmaakt voor een oorlog tegen de marskramer en zijn aanhang, wordt de verloving van Rechele met Itches Mates gevierd. De gemeenschap kijkt op een kluitje toe hoe Itches Mates een zakdoek uit zijn jas rukt en Tsjinkele de Vrome voorhoudt. Tsjinkele grijpt een punt, waarna ze samen de sterren van de hemel dansen, want Rechele is immers mank. Zoiets hebben ze in Goray nog nooit meegemaakt. Rechele krijgt prompt een toeval. Ondertussen meldt een spion aan Rabbi Benisj wat voor een ongehoord feest er gaande is. Rabbi Benisj pakt zich onmiddellijk dik in om verhaal te gaan halen, maar onderweg blazen boze geesten de rabbijn van de weg en kwakken hem in een berg sneeuw. Hij belandt in bed met een ontwrichte arm die niemand meer in de kom krijgt. Uiteindelijk wordt hij door zijn familie in een arrenslee naar Lublin gebracht, en in Goray blijft geen rabbi meer over die zijn verstand nog enigszins op een rijtje heeft.

 

Bruiloft

Schitterend beschrijft Singer hoe het toegaat tijdens een traditionele Joodse bruiloft. Lichtzinnigheid is toegestaan. Een nar tapt moppen. Misschien wel het mooiste fragment: “… Plotseling verdrongen de vrouwen zich om haar (Rechele) heen. De mannen naderden in gezelschap van de bruidegom, die het hoofd van de bruid kwam bedekken. Ze waren al te horen op de trappen en de meisjes probeerden de deur voor hen dicht te houden. Maar die werd met geweld opengeduwd en de mannen kwamen binnen, dronken en in een uitbundige stemming…”. Het regent rozijnen en amandelen over Rechele. Terwijl hij onder het huwelijksbaldakijn wacht tot zijn bruid bij hem wordt gebracht, prikt een ondeugende kwajongen met de breinaald van zijn grootmoeder in het achterwerk van de bruidegom, vermeldt Singer. Na zeven nachten is Rechele nog steeds maagd, constateren de teleurgestelde vrouwen die de bruid hebben weggegeven en het linnengoed controleren. Is er sprake van hekserij? Alle bezems worden uit huis gehaald. Het huwelijksbed uitgerookt. Allerlei amuletten worden opgehangen om boze geesten te weren. Rechele moet op het matje komen. Itche Mates wordt apart genomen. En de nietsnutten in de herberg verzinnen een scheldnaam voor hem: de eunuch.

 

Wonderdoener

De pseudo-Messias wordt direct vergeten als er een gezant arriveert die vertelt dat Sabbati Zvi naar Constantinopel is vertrokken om de kroon van de sultan op te eisen: Reb Gedalia. De vroomheid en geleerdheid spatten van hem af. Hij blijkt ook nog eens een kundige rituele slachter, zodat in Goray eindelijk weer vlees kan worden gegeten. Wat kan Reb Gadalia eigenlijk niet?! Hij verricht wonderen. Hij geneest de zieken. Hij verlicht de geestelijke noden. Hij beslist in moeilijke gevallen. Hij windt de rijken om zijn vinger, zodat ze gul aan de armen geven. Hij leert de vrouwen op de juiste manier deeg kneden. Hij helpt zelf mee de matses te bakken. Hij toont door middel van de kabbala aan dat alle wetten in de Thora verwijzen naar het gebod om vruchtbaar te zijn. Hij is altijd vriendelijk en opgeruimd. Tijdens de Seider mogen de mannen en vrouwen door elkaar zitten en op de binnenplaats van het gebedshuis wordt er gedanst. De zon schijnt zelfs dagelijks in Goray en zodra de nacht valt, verschijnen er vurige tekens aan de hemel.

 

Profetie

Als Rechele op een avond in haar soep kijkt en zeven maagden met een gouden kroon op het hoofd ziet, die ook nog eens zoete klanken laten klinken van een bovenaardse melodie, rent ze naar Reb Gadalia om hem in te lichten. Een nacht later spreekt de engel Sandalfon tot haar. De volgende ochtend begeeft ze zich in haar sabbatskleren naar het gebedshuis om de aanwezigen erover te vertellen. Ze valt voorover op de grond en onthult, stuiptrekkend en schokkend, met zo’n harde stem dat de echo door het hele plaatsje te horen is, de diepste mysteriën. Trillend constateert Reb Gadalia dat de profetie is teruggekeerd. Afgezanten worden de wereld ingezonden om het goede nieuws overal rond te bazuinen: Reb Mordechai en Reb Itche Mates.

 

Heilig paar

Itches Mates heeft zijn hielen nog niet gelicht of Reb Gedalia verschaft Rechele onderdak in zijn huis en woont met haar onder één dak, alsof ze getrouwd zijn. Hij leert jongemannen zwemmen en haalt goocheltoeren uit met de kinderen. Hij lapt alle reinheidswetten aan zijn laars en zegt dat op seksueel gebied alles geoorloofd is. Een paar oude huisvaders in Goray protesteren, maar niemand luistert naar hen. Er beginnen van heinde en ver bedevaartgangers naar het heilige paar te stromen. Terwijl er in Goray een uitbundige stemming heerst, wordt de rest van het land getroffen door de ene na de andere ramp: droogte, sprinkhanen en muizenplagen. “… En op een nacht zag een boer een geest op stelten dansen bij de windmolen. Wilde beesten, vossen, bunzings, marters en wolven, dansten er omheen…”.

 

Hunkeren naar verlossing

De inwoners van Goray raken zo in de ban van Rechele en Reb Gedalia dat ze hun verhalen over de aanstaande verlossing als zoete koek slikken en geen voorraad meer inslaan voor de komende winter. In plaats van hout te hakken, stoken ze hun dakspanten, kasten en vloeren op. Sinds Rechele profetes is geworden, ligt ze in bed terwijl ze bijna niets meer eet. “… Wanneer ze las, sloegen de bladzijden vanzelf om. Soms stak ze een hand uit om iets te pakken en dan vloog het op haar vingers af alsof het werd aangetrokken door een magische kracht. Haar lichaam scheen in de duisternis als een edelsteen en haar huid schoot vonken…”. In het studiehuis klinkt de ramshoorn: elke stoot kan de Messias aankondigen. Maar de grote feestdag waarop het eind der tijden is voorspeld, gaat voorbij zonder dat er iets gebeurt. Daarna is er geen meel meer om brood te bakken, geen vis of honing. Reb Gedelia is foetsie: ergens in de heuvels aan het bidden. Nog nooit is er zo geweend tijdens de boetegebeden als dit jaar. Stelt God hen op de proef? “… De kinderen huilden luid en klaagden dat ze voor de gek gehouden waren… Ze wilden naar Jeruzalem… Ze wilden gouden jasjes aan… Ze wilden vleugels, zodat ze door de lucht konden vliegen… Ze wilden marsepein en de gouden muntjes in de soep die hun beloofd waren…”. Reb Gedalia komt terug en predikt dat deze bedorven Rosj Hasjana de laatste bezoeking is die God Zijn Volk aandoet. De gemeente moet standvastig blijven in het geloof en vooral niet wanhopen.

 

Verraad

Op de eerste dag van het Loofhuttenfeest barst er een wolkbreuk los boven Goray, zodat alles onder water komt te staan. Het begint te hagelen: stenen zo groot als ganzeëieren. Onweer volgt. De kinderen worden ziek en sterven. De voor- en tegenstanders van Sabattai Zvi vliegen elkaar in de haren. En tot overmaat van ramp duiken ook nog eens Reb Mordechai en Reb Itches Mates op met het verhaal dat de pseudo-Messias hen heeft bedonderd. Hij zou zijn overgelopen naar de Turk en de fez hebben aangenomen. Iedereen is sprakeloos. Dan knalt de deur open en rent Reb Gedalia het studiehuis binnen. Voor ze hem bij zijn kladden kunnen grijpen, roept hij dat het niet waar is. Dat er een passage in de Zohar staat die er geen misverstand over laat bestaan dat slechts de schaduw van Sabattai Svi zich heeft bekeerd.  

 

De omgekeerde wereld

De verdeeldheid tussen de voor- en tegenstanders van Sabattai Svi laait hoog op. Dwepers van beide partijen doen elkaar op iedere jaarmarkt in de ban. Poolse soldaten moeten vechtende gelovigen in de gebedshuizen uit elkaar halen. De getrouwen splitsen zich ook nog eens in twee groepen. Eén groep is ervan overtuigd dat de Messias pas kan optreden als alle gelovigen zonder zonde zijn. De andere groep beweert dat de Messias eerst de Onderste Sfeer binnen moet dringen om daar de vonken van heiligheid aan te onttrekken. Heeft Jesaja niet voorspeld dat de Messias tot de zondaars gerekend zou worden?! Volgens hen moeten alle gelovigen zich onderdompelen in zonde, omdat ze dan pas verlost kunnen worden. Daarom doen ze van alles om aanstoot te geven: ze plegen in het geheim overspel, eten varkensvlees en verrichten werk op de sabbat. Met de dag worden de mensen in Goray verdorvener. “… Ze wisten zeker dat iedere overtreding een hogere sport op de ladder van zelfreiniging en geestelijke verheffing was, ze daalden af tot ze voor de negenenveertig Poorten van Onreinheid stonden…”. Op sabbatavond vergezelt Reb Gedalia de zijnen naar de oude ruïne van Goray, waar een stuitend bacchanaal wordt gehouden. Goray wordt een roversnest, een vervloekte plaats. Slechts een enkeling doet niet mee en kijkt toe hoe Satan in de straten danst.

 

Bezetenheid

Vanaf het moment dat Rechele hoort dat Sabbatai Zvi de fez heeft opgezet, verschijnen de heilige engelen niet langer aan haar. Ooit werd ze wakker met pijn in haar benen van het vele klimmen in de hemelse sferen. Dat is allemaal voorbij. Vroomheid en de genade van God hebben haar verlaten. Wel hoort ze stemmen van een heilige en een goddeloze die in een eindeloos debat zijn gewikkeld. Ze is doodsbang, want elke dag wordt de goddeloze sterker in haar. In Goray breekt een vreselijke hongersnood uit. In de buurt wordt een weerwolf gezien. Rechele raakt steeds meer bezeten van een dibboek. Reb Gedalia zoekt van de weeromstuit zijn heil in de drank.

 

En het geschiedde

De fragmenten in de twee slothoofden beginnen steeds met de herhaalde opening ‘En het geschiedde’, wat een duidelijke verwijzing is naar de verteltrant van de Hebreeuwse Bijbel (met name het Bijbelse Hebreeuws, waar ‘wayehi’ vaak zo wordt vertaald). Ze gaan over de gevangenneming van Reb Gedalia, die uiteindelijk wordt ontmaskerd als bedrieger, en de duiveluitdrijving van Rechele. Singer imiteert een kroniek- of schriftachtige stijl, alsof de gebeurtenissen achteraf als een soort religieuze of historische annalen worden vastgelegd. Het effect daarvan is dubbel:

·        het creëert afstand: de waanzin en chaos van het verhaal worden achteraf 'geordend';

·        het geeft ironie: wat eerder als messiaanse hoop begon, wordt nu bijna droog en fatalistisch opgetekend;

·        het plaatst de gebeurtenissen in een quasi-heilige context, wat wrang contrasteert met wat er werkelijk gebeurd is.

De moraal van het verhaal volgens Singer: “… Laat niemand proberen de Heer te dwingen een eind te maken aan onze pijn in deze wereld. De Messias zal komen in Gods uur…”.

 

Uitgave: L.J. Veen – 2007, vertaling P. van Koningsveld, 212 blz., ISBN 978 902 040 733 4

Alleen nog tweedehands verkrijgbaar