Menu

donderdag 23 juli 2026

In de greep van de goeroe – Ivo van Woerden

 


Subtitel: Een journalistieke zoektocht naar de cultus rond influencer Bentinho Massaro en de schaduwzijde van moderne spiritualiteit

 

"…The first effect of not believing in God is to believe in anything…", aldus Émile Cammaerts, de biograaf van de Engelse schrijver en letterkundige Chesterton (zie mijn vorige blog). "…We leven in de gouden eeuw van de goeroes…", zegt de Amerikaanse schrijver en theoloog Tara Isabella Burton. "…Het internet is een spirituele marktplaats geworden waar iedereen iets probeert te verkopen dat tot spirituele vervulling kan leiden…". In haar boek "Strange Rites: New Religions for a Godless World" (2020) spreekt Burton over’ the Remixed’: "…mensen die geloof niet zozeer afwijzen, maar het 'remixen' door hun eigen religie samen te stellen, zoals een dj een bestaand nummer met allerlei toegevoegde elementen in een volledig nieuw jasje kan steken. Volgens Burton verlangen de Remixed naar dezelfde dingen waar mensen altijd al naar verlangd hebben: 'een gevoel van betekenis, een gemeenschap om hun ervaringen mee te delen en rituelen om de kracht van die ervaringen een plaats te geven in het dagelijks leven'…". Iedereen met een smartphone of laptop kan socialmedia-accounts aanmaken, een YouTube-kanaal starten en zijn of haar ideeën verspreiden om anderen te inspireren én daar geld mee te verdienen. In “In de greep van de goeroe” onderzoekt Ivo van Woerden (1979), freelance onderzoeksjournalist, hoe iemand onder invloed kan raken van een ander. Door de vaak bizarre gebeurtenissen rond cultleider Bentinho Massaro (Amsterdam, 1988) te ontrafelen, probeert hij bredere vragen te beantwoorden. Wanneer wordt een groep een sekte? Waardoor veranderen bepaalde goeroes in sekteleiders? Zetten zij het geloof dat zij propageren in om te helpen of om te manipuleren? Drie voormalige volgers van Massaro verbraken hun zwijgcontract en lieten zich interviewen. Zij waarschuwen voor seksuele, financiële en psychologische mishandeling.

 

De vondst van Brent

Het boek begint met de vondst van het lichaam van Brent, een labiele deelnemer aan een retraite die zelfmoord heeft gepleegd door van de Midgleybrug, net buiten Sedona (Arizona), het ravijn in te springen. In Sedona heeft zich een uit Nederland afkomstige spiritueel leraar gevestigd om bijeenkomsten te organiseren in het Creative Life Center. Het is zaterdag 9 december 2017. Vervolgens is het boek verdeeld in zeven hoofdstukken, of beter gezegd zeven 'dimensies', alsof de lezer wordt opgetrokken naar de 'zevende hemel'.

 

Jetsettend over de wereld

In maart 2021 begint Ivo van Woerden aan zijn onderzoek naar de spirituele influencer Bentinho Massaro. Volgens diens website is zijn leer ‘mindblowing’, ‘extraordinary’ en ‘cutting-edge’. “… Hij bood ‘de essentie van alle grote spirituele paden’ aan door ‘de nadruk te leggen op wat werkt en te negeren wat niet werkt’. Door zijn leer toe te passen en de meditaties te volgen, zou je ‘snel een directe ervaring opdoen van je Tijdloze Eeuwige Zelf’. Dat noemde hij ‘totale vrijheid’. En je zou ook je ‘levensdoel’ vinden …”. Hij heeft één miljoen volgers en reist al jetsettend de wereld over om zijn visie aan de man te brengen via cursussen en privéretraites op tropische locaties, die soms wel 10.000 dollar kosten. Afbeeldingen tonen hem in een driedelig pak, een sigaar rokend, met een glas whisky in de hand en omringd door mooie vrouwen. Dan weet je eigenlijk al genoeg, zou ik zeggen. Van Woerden bekijkt eindeloos YouTube-video’s van Massaro, luistert naar zijn podcasts en leest zijn boeken. “… Het ging over verschillende dimensies waarin je kon verblijven, parallelle werelden, tijdreizen, een superheld zijn en je gedroomde leven manifesteren …”. Hij zoekt via sociale media contact met Massaro, maar diens woordvoerder zegt geen vertrouwen te hebben in journalisten. Wat er wél gebeurt, is dat voormalige aanhangers een boekje over Massaro opendoen, omdat de communicatie openbaar is. Wanneer Van Woerden een artikel schrijft dat op 25 februari 2022 in de Volkskrant verschijnt, volgen nog meer reacties.

 

Immediatist

Massaro blijkt de zoon te zijn van ouders die zich diep in de New Age-wereld bewegen. Ze houden zich onder andere bezig met de Silva Mind Control Method. Op zijn vijftiende leest Massaro boeken van Eckhart Tolle en de Indiase yogi Patanjali. Vervolgens stort hij zich op neurolinguïstisch programmeren (NLP), Emotional Freedom Techniques, reiki, meditatie, zelfhypnose en yoga. In 2008 vertrekt hij met een vriendin naar India. Volgens hem brengen de leraren die hij daar tegenkomt hem echter verder van zichzelf af, in plaats van dat ze hem meer antwoorden geven. Met andere woorden: hij heeft hen helemaal niet nodig, omdat hij veel verder op het pad van de verlichting is dan zij. Godsdienstwetenschapper Arthur Versluis schaart Massaro dan ook onder de 'immediatists', een nieuw religieus fenomeen van mensen die niet meer een leven lang willen studeren of mediteren om uiteindelijk spiritueel verlicht te raken. "… Ze kunnen worden gezien als het religieuze antwoord op de consumptiemaatschappij, waarin de nadruk ligt op onmiddellijke behoeftebevrediging, waarbij 'instant verlichting zonder veel werk' het product is dat wordt verkocht …".

 

Dimensie 1 – Verlichting in India

Na de coronacrisis reist Van Woerden zelf af naar India, de bakermat van de hedendaagse spiritualiteit, om de heilige graal van de 'verlichting' te onderzoeken: "… Wie spiritueel verlicht is geraakt, zou het aardse overstijgen en loskomen van zijn of haar problemen …". Met spirituele verlichting doe je het licht in jezelf aan, aldus de swami's die hij daar ontmoet. Hij is echter een gewaarschuwd man. Uit de reisgids “The Lonely Planet India (editie 2019): "… Wees je ervan bewust dat veel goeroes recentelijk zijn beschuldigd van het uitbuiten van hun volgers, financieel of seksueel. Check altijd de reputatie van een ashram waar je naartoe wilt gaan". Verder waarschuwt de gids: "Wees op je hoede als je vrienden maakt met sadhoes (een sadhoe is een volledig aan een spiritueel pad gewijde hindoe die zichzelf alles ontzegt voor het geloof en bijvoorbeeld in kleermakerszit aan de oever van de Ganges te vinden is). Hoewel sommigen een waarachtig spiritueel pad volgen, werden de oranje gewaden al sinds de middeleeuwen ook gebruikt als vermomming door mensen die op de vlucht waren voor de wet. Mensen zijn beroofd en erger …". In India kan iedereen goeroe worden; het hangt af van je overtuigingskracht en gedrevenheid of je succes zult hebben: "… Terwijl ik terugliep naar mijn hotel, lachten de gezichten van allerhande goeroes die hun diensten aanboden mij vanaf de aanplakbiljetten op de muren van Rishikesh toe. Ze zagen er allemaal hetzelfde uit: woest haar, een baard, rode of witte kleding, een rode stip op het voorhoofd en een lach om de mond …". Van Woerden reist naar de ashram van goeroe en wijsgeer Ramana Maharshi, die hem enig soelaas biedt. Het ontplooien van innerlijke blijdschap is de weg naar spirituele verlichting, wordt hem verteld. "… Het ligt verscholen achter het ego, achter de gedachtestroom, de rede, die we 'ik' zijn gaan noemen omdat we ons ermee zijn gaan identificeren …". Als het verlangen naar uitwendig geluk afneemt, heb je steeds minder nodig: "… Dan is het rustig versmolten zijn met je diepste wezen meer dan genoeg …". Voor het eerst begrijpt Van Woerden dat de focus op de stilte achter je gedachten een aantrekkelijk alternatief kan zijn voor het volgen van een goeroe, vooral door mensen in een kwetsbare situatie. Maar wat voor leven houd je over als je afdaalt in jezelf en je je daardoor onttrekt aan de dagelijkse realiteit? Is dat geen vlucht in plaats van een oplossing? Is zo'n leven wel houdbaar? Is het wel echt?

 

Dimensie 2 – Een respijtperiode in Asheville

Massaro heeft zoveel succes met zijn YouTubevideo’s dat hij uitnodigingen krijgt voor lezingen in het buitenland. Hij bemachtigt een visum van een jaar voor de Verenigde Staten en strijkt neer in Asheville, de perfecte uitvalsbasis voor spirituele ondernemers. Het ligt volgens een helderziende namelijk in het midden van 24 ‘vortexen’, plaatsen waar bijzondere energie de aarde in of uit komt. Van Woerden spreekt een paar deelnemers die Massaro in Asheville mee hebben gemaakt. Iemand vertelt over een twee uur durende sessie waarin Massaro uitlegt hoe je jezelf kan resetten door ‘het broodkruimelspoor van opwinding’ te volgen: aandacht te besteden aan de dingen waar je blij van wordt. Ik zie niet wat daar anders aan is dan wat Hartmut Rosa verstaat onder het begrip ‘resonantie’ in zijn essay “Democratie vraagt om religie”. Popidool Ash Ruiz vindt Massaro op zijn pad na een overrompelende piek-ervaring bij de Peruaanse Inca-ruïnes van Machu Picchu (zie ook: “De sjamaan en ik” van Willemijn Dicke). De roes van beroemdheid noemt hij een ‘energetische cocaïne’: “… een verslavende drug die je gek kan maken en je het idee kan geven dat je ook echt zo geweldig bent als al die fans zeggen…”. Hij is op zoek naar de ‘verbondenheid die onder de realiteit verscholen ligt’. Hij maakte allerlei spirituele leraren mee en deed de ervaring op dat sommigen ineens doorslaan waardoor ze hun leerlingen juist schade berokkenen. “… Is er een glijdende schaal waar je, misschien wel onbedoeld, op terecht kunt komen?. Volgens Ash is er een ‘grace period’, een ‘respijtperiode’, waarin iemand helder verbonden is met wat Ash ‘de bron’ noemt. ‘Daarna kan er iets insluipen wat die energie vertroebelt,’ zegt Ash. ‘Zoals het ego dat bijvoorbeeld bedenkt hoe er van die krachtbron ‘iets’ gemaakt kan worden: kan het ergens toe dienen, kan het geld opleveren, kan ‘ik’ ermee verleiden, charmeren, manipuleren?’ Dan staat volgens Ash de helderheid van de bron op het spel…”.

 

De Bijbel en het ware zelf

Dat is wel iets om over na te denken. In de Bijbel wordt God ook ‘de levensbron’ genoemd. Zie Jung, die het ‘Zelf’ — waar Massaro het ook steeds over heeft — ‘het vat van het goddelijke’ noemt. Volgens de Bijbel heeft iedereen een ingeboren ‘godsbesef’. De apostel Johannes omschrijft Jezus als ‘het ware licht, dat ieder mens verlicht’. Even verder zegt hij dat de mensen meer van de duisternis houden dan van het licht. Dat wij in onze kern iets van Gods licht kunnen gewaarworden, geloof ik daarom zeker. Wat wij daar vervolgens mee doen, is heel wat anders. Massaro propageert dat wij zélf goddelijk zijn: jij bent je eigen goeroe. In de christelijke traditie wordt deze geestelijke kern aangeduid met allerlei omschrijvingen en synoniemen: hart, ziel, geest, midden, centrum, godsvonk, zon, parel, graankorrel, roos. Het is de plek waar contact gemaakt wordt met de ‘Gans Andere’; waar een ‘afglans van het goddelijke’ huist. Daarom kan de Franse schrijver Éric-Emmanuel Schmitt in zijn roman “Het evangelie van Pilatus” een kind ook laten zeggen: “… Mama, diep in mezelf vind ik niet mezelf …”. In de Bijbel worden gelovigen wel omschreven als ‘schapen’ en Jezus als de ‘herder’. Zou de ‘stal’ van de ‘schapen’ in Johannes 10 een voorstelling kunnen zijn van deze kern? In de tijd van de Bijbel sliepen schapen ’s nachts in een omheinde ruimte. Dit was de stal. Er was één opening of poort. De herder ging zelf in die opening liggen. Zo beschermde hij de schapen tegen wilde dieren. De herder was als het ware de deur. De tekst noemt degenen die niet via de deur naar binnen gaan, maar over de muur klimmen, ‘dieven en moordenaars’. Massaro heeft het, in plaats van over ‘het ware Zelf’, net zo makkelijk over ‘het ware Ik’: een soort superego. Volgens Jung is er echter een verschil tussen het ‘Ik’ en het ‘Zelf’: “… Ik zie steeds weer dat het individuatieproces verwisseld wordt met de bewustwording van het Ik en daarmee met het Zelf wordt geïdentificeerd. Dit veroorzaakt natuurlijk een heilloze begripsverwarring. Want daarmee wordt de individuatie enkel tot egocentriciteit en auto-erotiek …”. Het gaat bij Jung dus niet om een verheffing van het ego, maar om een weg naar heelwording die uiteindelijk gericht is op God (zie ook de allegorie “De Christenreis” van John Bunyan). In de Bijbel wordt eveneens onderscheid gemaakt tussen ‘ziel’ en ‘geest’ (zie Hebreeën 4:12): zou dit mogelijk overeen kunnen komen met het onderscheid tussen ‘ik’ en ‘zelf’?

 

Verandering

Ash Ruiz vertelt hoe Massaro onheuse spirituele taal begint te gebruiken om zijn zin te krijgen. Zijn ‘hogere Zelf’ zou met de ‘hogere Zelven’ van anderen kunnen communiceren, zonder dat zij zich daarvan bewust zijn. Een dergelijke vorm van manipulatie komt ook in de christelijke wereld voor: leiders die beweren hoogstpersoonlijk boodschappen van de Heilige Geest te ontvangen, enzo. Massaro schakelt een reclamebureau in om meer geld in het laatje te brengen. Hij gaat zich steeds meer richten op de wet van de ‘aantrekking’, bekend van de boodschap uit “The Secret”. Hij experimenteert met ‘polyfasische slaap’, waarbij iemand in een etmaal zes korte dutjes van vijftien tot twintig minuten doet. Hij choqueert mensen door hen uit te schelden: sommigen zouden nu eenmaal een schop onder hun kont nodig hebben. Zijn plotselinge botheid zorgt voor een sfeer van hyperalertheid: iedereen is voortdurend op zijn hoede. Zijn naaste medewerkers moeten zeven dagen per week, 24 uur per dag voor hem klaarstaan. Hij beweert dat hij wordt aangevallen door demonische entiteiten. Hij begint te spreken over de zeven dimensies, informatie die hij ontleent aan het boek “The Law of One” van ufo-onderzoeker Don Elkins. De laatste zou naar eigen zeggen contact hebben gehad met Ra, een buitenaards wezen van de planeet Venus. Iemand die in 2014 voor de derde keer een retraite in Asheville bijwoont, zegt dat hij Massaro niet meer terug herkent: “… Het was alsof ik een popidool op de troon zag zitten, met voornamelijk jonge mensen om zich heen. De sfeer was totaal veranderd. Ze dronken alcohol, er werd gerookt en gefeest …”.

 

Denkers over goeroes

Filosoof Stine Jensen schrijft in haar boek “Goeroes. Mijn zoektocht naar de verleidingen en gevaren van moderne spiritualiteit” (2019) dat er bijzondere zintuiglijke en bewustzijnservaringen kunnen worden opgewekt in spirituele groepen die zich bezighouden met meditatie, visualisatie en ademhalingsoefeningen. Psycholoog en filosoof André van den Braak schrijft dat de groepsenergie ervoor kan zorgen dat je ‘uit je dak’ gaat. Overgave aan de goeroe behoort tot de meest intense emoties die je kunt ervaren. Je bent in extase, net als bij een grote verliefdheid. De goeroe wordt vergoddelijkt omdat hij een magische uitwerking heeft op zijn leerlingen. Hij ‘betovert’ de groep. Patrick McNamara waarschuwt in zijn boek “The Cognitive Neuroscience of Religious Experience: Decentering and the Self” (2022) dat je door het ‘oplossen van je ego’, de zogeheten ‘ego death’, de mogelijkheid kunt verliezen om je geloofsovertuigingen te bevragen. Erger nog: je kunt in een psychotische toestand terechtkomen. Je kunt een religieuze fanaat worden en onder invloed van een sekteleider komen te staan. Zie mijn vorige blog: “Danswoede” gaat van het begin tot het eind over beïnvloeding en de vervanging van een verhaal door een ander verhaal. “… Als je in een sekte zit en je krijgt te horen dat je goddelijk bent, dat de wereld om jou draait, dat je onbegrensd bent, dat je in overvloed kunt leven, dan denk ik dat dat de kans vergroot dat je er met een opgeblazen ego uit komt, zeker als je al wat narcistische trekjes in je hebt…”. Bij een psychedelische trip lost het ego eveneens op. Gebruikers zeggen vaak dat ze allerlei entiteiten zijn tegengekomen. “… Als ik opmerk dat je ervaringen van ‘bezetenheid door bovennatuurlijke wezens’ dan sceptisch kunt uitleggen als ‘je hersenen die kortsluiting hebben’, zet McNamara daartegenover dat je ze net zo goed ook spiritueel kunt uitleggen: ‘Juist als je kwetsbaar bent en je afweermechanismen minder goed functioneren, zouden dit soort wezens, als ze bestaan, ervoor kunnen kiezen om bezit van je te nemen.’…”

 

Dimensie 3 – Superman in Boulder

Na een tijdje strijkt Massaro met zijn groep neer in een riante miljoenenvilla in de Rocky Mountains bij Boulder. Zijn aanhang volgt hem op de voet: ze gedragen zich als groupies. Hij vindt dat hij meerdere relaties tegelijk kan hebben. Over de mensen om hem heen: “… Hij gebruikte ze als speeltjes, van wie hij de energie nodig had om zich goed te voelen…”. Geluk, en vooral geld, kun je volgens hem ‘manifesteren’, door het in gedachten naar je toe te trekken. Lukt dat niet, dan ben je ‘low vibrationel’. Het is zaak dat iedereen ‘high vibrationel’ is en blijft. In feite is er volgens Massaro maar één leven waar 7 miljard mensen doorheen lopen. Er bestaan parallelle werelden. Je ‘ik’ is een bedrieger die je moet uitschakelen. Massaro leert zijn aanhangers ‘de gedachtestroom van het ego stil te leggen’ en als het ware ‘op te stijgen naar een plek waar alles met elkaar verbonden is’. Het tegenovergestelde gebeurt: het maakt je onbereikbaar en je verliest het contact met alles en iedereen. Ongeruste familieleden en vrienden moeten bovendien genegeerd worden. We houden elkaar ‘normaal’; Massaros’s visie is een recept om psychotisch te raken. Een webdesigner die onder de indruk is van Massaro komt hem helpen zijn website op te pimpen, waarop hij een peperdure online academy introduceert. De man werkt dag en nacht en wordt nauwelijks betaald. Massaro richt ook een eigen bedrijf met winstoogmerk op: Massaro Trinifinity Corp. Hij ontpopt zich steeds meer als de alleswetende, goddelijke leraar die zich verheven voelt boven de mensheid en geen kritiek duldt. “… Het is mijn passie om de meest effectieve leer voor de mensheid neer te zetten…”, schrijft hij op Facebook. In 2035 moet de hele wereld volgens hem ‘verlicht’ zijn. Hij beweert vrouwen te kunnen helpen door met hen naar bed te gaan: hij zou hun ‘chakra’s kunnen helen’. De vrouwen met wie hij relaties aangaat, moeten wel ‘puur’ blijven en mogen geen relaties met andere mannen beginnen. Hij raakt geobsedeerd door zakenman Elon Musk. Tijdens retraites laat hij zich als een superster begeleiden door twee bodyguards. Hij begint complottheorieën te verspreiden, zoals de bewering dat 9/11 een ‘inside job’ was en dat de wereld wordt bestuurd door een geheime overheid, een ‘deep state’, die in het geniep aan alle touwtjes trekt. Volgens Massaro moet je je loskoppelen van de gedeelde werkelijkheid. Je moet je bevrijden van je ‘ik’. De buitenwereld bestaat niet eens; je produceert die zelf. De realiteit is een illusie die je eigenhandig creëert. Je kiest zelf voor kanker of om verkracht te worden. Er bestaat niets buiten het bewustzijn. De buitenwereld is een reflectie van jezelf. Iedereen kan daarom een superheld worden. Maar wat gebeurt er wanneer je de grip op de werkelijkheid kwijtraakt en jezelf gaat zien als een frequenties uitzenden­de radiomast die alleen nog maar bezig is met het bevredigen van eigen verlangens? Wat zijn de gevolgen wanneer je ervan uitgaat dat je alle mensen om je heen slechts bij elkaar hallucineert? Wat doet dat met je grenzen van goed fatsoen? En als je de ander gaat zien als door jou geschapen eigendom, hoe ga je dan met je medemens om?

 

Sektedeskundigen

Ivo van Woerden interviewt sektedeskundige Sjoukje Drenth Bruintjes  die vindt dat er sprake is van een ‘destructieve sekte’ wanneer iemands zelfbeschikking wordt afgenomen en de eigen identiteit wordt vervangen door een groepsidentiteit. Sektedeskundige en ‘deprogrammer’ Rick Alan Ross zegt dat veel mensen die met zelfhulp bezig zijn niet door hebben dat spirituele zwendelaars hen aan het lijntje houden omdat ze anders niets meer verdienen. Het gaat om een miljoenenbusiness. Je zult dan ook nooit zo verlicht als je leraar worden. Zie: “In therapie” van Lena Bril. Susannah Crockford, deskundige op het terrein van New Age-spiritualiteit, wil het woord sekte niet in de mond nemen, maar noemt Massaro wel een influencer die religie als zijn haakje gebruikt om op sociale media te laten zien hoe rijk hij is en hoe geweldig zijn leven zich ontvouwt - en hij doet dat goed. Mensen die hetzelfde willen, kunnen hem als voorbeeld nemen. Bij beroemde acteurs en modellen werkt het precies zo.

 

Dimensie 4 – Zelfmoord in Sedona

Na een korte inzinking vestigt Massaro zich met zijn groep in het magische stadje Sedona, een hotspot voor alternatievelingen, om zijn betaalde website ‘Bentinho Massaro TV’ op te zetten. Vervolgens plaatst de zelfbenoemde undercoverjournalist Be Scofield een uiterst negatief artikel over Massaro op het blogplatform ‘Medium’, waarin ze hem omschrijft als een kruising tussen Steve Jobs en Jim Jones. Ze vreest dat hij mensen voorbereidt op een massale zelfmoord. Achter de schermen wordt de blog door Massaro’s team van een weerwoord voorzien. Ruim een week later pleegt Brent, die al langere tijd duidelijk mentaal niet in orde is, zelfmoord. De politie vindt onvoldoende bewijs dat Massaro direct verantwoordelijk is voor zijn dood, maar de rest van de wereld denkt daar anders over. Online regent het kritiek en Massaro krijgt duizenden haatberichten over zich heen. De inwoners van Sedona zijn inmiddels wel klaar met Massaro’s aanwezigheid. Hij wordt ‘the talk of the town’ en moet opnieuw op zoek naar een andere uitvalsbasis.

 

Spiritual bypassing

Van Woerden bespreekt het begrip ‘spiritual bypassing’ (of ‘spirituele ontwijking’), een term die deskundigen gebruiken voor het vermijden van onverwerkte emoties, psychologische trauma’s of pijnlijke realiteiten door middel van spirituele ideeën of praktijken. In plaats van angstige of verdrietige emoties toe te laten, worden deze onderdrukt onder het mom van positiviteit: ‘alles gebeurt met een reden’. Een voorbeeld hiervan is de in de christelijke bubbel te pas en te onpas gebruikte Bijbeltekst: ‘alles werkt mee ten goede’. Ook in de mainstreamkerk ben ik de volgende kenmerken allemaal wel eens in meer of mindere mate tegengekomen: “… onderdrukking en emotionele verwijdering, overdreven loskoppeling, extra nadruk leggen op het positieve, blinde compassie en excessieve tolerantie, verkleining of ontkenning van de schaduwkant van iemands persoonlijkheid, overdreven zelfvertrouwen over het spirituele ontwaken, de notie dat alles een illusie is, waaronder ook het lijden, en het afwijzen van het persoonlijke of alledaagse …”. Mogelijke negatieve gevolgen hiervan zijn: “… de noodzaak om overmatig controle uit te oefenen over anderen en zichzelf, schaamte, spanning, zwart-witdenken, emotionele verwarring, overdreven tolerantie voor ongepast gedrag, codependentie (ongezonde afhankelijkheid van anderen), compulsief aardig zijn, obsessie of verslaving, spiritueel narcisme, een blinde overgave aan een charismatische leraar en het wegwuiven van persoonlijke verantwoordelijkheid …”. Zie ook: “Mantel van angst” van Inge Bosscha.

 

Dimensie 5 – Vlucht naar Nederland

Massaro duikt onder bij een vriendengroep in het Mariënburgklooster in Bussum. De dood van Brent levert veel media-aandacht op. “Playboy” wil een groot interview met hem. Massaro stemt in: “… Hij vergeleek de media met ‘muggen’. ‘Ze prikken en bijten en zijn eerder vervelend dan fijn, maar ze verspreiden wel het bloed. Kom me maar pikken, motherfuckers!’…”. Het zeer kritische artikel is bepaald geen reclame voor hem.

 

Dimensie 6 – Rondreis door Zuid-Amerika

Omdat Massaro geen visum krijgt voor de Verenigde Staten gaat hij naar Equador, waar hij met zijn team in het Shantidham Hotel in Quito logeert. Vandaar gaat het naar Panama-Stad. Hij begint een puntensysteem te hanteren voor de mensen om hem heen. Hoe meer punten, hoe dichter je in zijn buurt mag komen. De vrouwen met wie hij aanpapt, maakt hij wijs dat hij ze overal kan controleren via ‘remote viewing’: ‘waarnemen op afstand’. Ondanks alle waarschuwingen uit de buitenwereld dat Massaro een sekteleider, een sociopaat en een absolute vampier is, blijven ze op hem vallen. Na een ‘love bombing’-fase treedt de ‘devaluatie- en weggooifase’ op, waarin hij zijn veroveringen begint te kleineren, minachten en gaslighten. Hij gebruikt ze voor zijn veelzijdige seksuele lusten en trekt hun bankrekening leeg. En dat allemaal om ‘de wereld te verbeteren’. Hij houdt zijn slachtoffers in een spirituele houdgreep. Massaro eist maximale transparantie van zijn volgers. Iemand die een trauma opbiecht, wordt als ‘vriendendienst’ door de mangel gehaald: dat zou hem/haar genezen. Iedereen moet zijn eigen ‘flow’ creëren om het welzijn van de groep te bevorderen. Maar als niets er meer toe doet, holt dat ook de moraal uit. Een en ander wordt verkocht als ‘totale vrijheid’. Massaro, die zichzelf zegt te zien als de Joker, de opperschurk uit “Batman”, deelt mee dat hij droomt van een villa aan zee met vijftig vrouwen om hem heen die volledig ‘leeg’ zijn en hem dienen als zombies. De volgende halte is een resort in Costa Rica. Daarna gaat het naar Mérida in Mexico. Er is geen geld en iedereen begint zich een psychisch wrak te voelen. Vragen steken de kop op: “… waarom maakt het team geen vorderingen? Als Bentinho al die bijzondere krachten heeft, dan moet hij toch veel sneller zijn doelen kunnen bereiken?...”. Ondertussen beweert een teamlid dat Massaro ‘verder dan Jezus’ is. Wanneer er mensen uit zijn inner circle vertrekken, voelt Massaro zich ‘verraden’. Hij voert een oorlog, en zijn team is zijn bataljon. Onbetrouwbare soldaten zijn bezeten door demonen.  

 

Ex-sekteleden

De wereld van zelfhulp en spiritualiteit is een miljardenindustrie. Ook de sector die zich richt op het opvangen en begeleiden van mensen die hiervan slachtoffer zijn geworden, groeit sterk. Ex-sekteleden blijken vaak zwaar getraumatiseerd en rouwen om de delen van zichzelf die zij zijn kwijtgeraakt. Ze moeten opnieuw onderzoeken wat er precies met hen is gebeurd en op welke momenten ze zichzelf zijn verloren.

 

Dimensie 7 – ‘Shambhala’ in Zuid-Afrika

Aan het eind van het boek heeft Massaro een safarilandgoed in Zuid-Afrika gevonden om er zijn eigen ‘Shambhala’ te stichten. Hij ‘verdwijnt’ een tijd, totdat hij in 2025 voor het eerst na vier jaar weer publiekelijk naar buiten treedt met ‘The God Tour’, “…waarbij je wat je ‘God’ noemt direct zou kunnen leren kennen…”. Een aanhanger publiceert een essay van anderhalf uur waarin zij Massaro verdedigt. De laatste nieuwsbrief die Massaro verstuurt, heeft als titel ‘Welcome to the Endgame’. Hierin staat een link naar de ‘Desert Immersion Retreat’, waar deelnemers negen dagen lang volledig afgezonderd van de buitenwereld op een geheime plek in de woestijn samenkomen. De promotievideo hint op het mogelijke einde van Benhito’s leer en heeft als titel: ‘Verlies jezelf, word God. Van Woerden: “…Sinds de komst van sociale media lijkt het aantal sektes geëxplodeerd, vooral tijdens de coronacrisis. Uit Frans onderzoek bleek dat de pandemie zo’n vijfhonderd nieuwe sektes had opgeleverd…”. Uit Brits onderzoek kwam naar voren “…dat er in 2021 tweeduizend nieuwe sektarische groepen waren bijgekomen die duizenden Britten tot slachtoffer hadden gemaakt…”. In Nederland zijn geen cijfers bekend. Stine Jensen: “…In een vermoeide samenleving met veel digitale prikkels, onzekerheid en chaos worden onder meer yoga, meditatie en boeddhisme als ‘medicijn’ populair, omdat zij technieken bieden om de geest te kalmeren…”. Maar: “…Tegelijkertijd vormt de onrustige samenleving ook een potentiële voedingsbodem voor uitwassen en mogelijke spirituele radicalisering. Want het gapende gat van betekenisgeving wordt ook opgevuld door een wildgroei aan coaches, yogaleraren en selfmade goeroes die handvatten bieden voor de vraag hoe te leven…”. Dat komt overeen met wat theoloog en filosoof Willem Ouweneel zegt over het Bijbelse fenomeen van de ‘antichrist’, een personage dat niet zozeer tégen Christus is, maar zich eerder ‘in de plaats van’ Christus stelt: een soort ‘pseudo-Christi’. Volgens hem gaat het om zonderlinge figuren die geregeld opduiken, vooral in roerige tijden zoals de onze.

 

Uitgave: Meulenhoff – 2026, 496 blz., ISBN 978 902 909 817 5, 23,99

Rechtstreeks bestellen bij bol: klik hier

vrijdag 17 juli 2026

Danswoede – Vincent Merjenberg

 


De tweede roman van Vincent Merjenberg (1983) heb ik vooral gelezen vanwege een fascinerend thema: de Sint Vitusdans, een mysterieuze middeleeuwse dansziekte die mensen liet dansen tot ze erbij neervielen. Tot op heden heeft eigenlijk niemand een goede verklaring voor het ‘mirakel’. Het gegeven vormt in het boek de aanleiding voor een onderzoek naar wat je, denk ik, het beste kunt aanduiden met het woord ‘paradigmaverandering’.

 

Bezeten

Op 24 juni 1374 was er in het Duitse Aken een van de eerste grote, plotseling uitbraken van deze toxische dansplaag, lees ik in het Dansmagazine van 21.08.17. Merjenberg opent met een schitterende schets van de gebeurtenissen: “… Een vrouw begint te dansen, ze weet zelf niet waarom. Ze danst haar huis uit, de straten van de oude stad in, en kan niet stoppen. Door haar voeten te volgen verliest ze haar verstand niet. Algauw sluiten anderen zich bij haar aan. Mannen, vrouwen, kinderen. Ze bewegen ritmisch en sierlijk, maar doen dat huilend of schreeuwend van angst. Honderd, duizend radeloze dansers. De vrouw begon, maar ze is niet de eerste die instort. Een man breekt een been en valt op straat. Hij probeert nog even door te gaan, maar liggend in het zand vallen zijn bewegingen al snel stil. Anderen raken uitgeput en zijgen ineen, maar na een tijdje staan ze gewoon weer op en gaan door. Op de derde dag valt de eerste dode, een man wiens hart het begaf. Omstanders weten niet wat ze moeten doen. Als ze de slachtoffers bedwingen ontstaan er gevechten, zodra ze hen loslaten dansen ze gewoon weer verder. En wanneer ze treuren om hun bezeten geliefden worden die woedend. Sommige omstanders dansen met de slachtoffers. Ze doen dat uit eigen wil, zijn zelf niet gegrepen door wat duidelijk besmettelijk is. Een jongen probeert met de vrouw te dansen, hij wil haar helpen uitbannen wat haar voortdrijft. Hij doet alsof hij ook bezeten is, tot het moment dat hij dat ook daadwerkelijk is. De vrouw en de jongen hebben geen oog meer voor elkaar en dansen alleen verder, ieder voor zich. Ze raken elkaar kwijt in de groeiende mensenmassa…”. Het doet denken aan sprookjes als “De rode schoentjes” van Hans Christian Andersen en “De rattenvanger van Hamelen” van de gebroeders Grimm.

 

Bovenkant formulier

Onderkant formulier

Echt

De protagonist van het verhaal is de vereenzaamde auteur Elias, een man van rond de vijftig. Na het schrijven van de roman “Danswoede”  - het verhaal gaat over een boek in een boek - en het overlijden van zijn moeder zwerft hij enkele jaren rond als dakloze. Uiteindelijk plukt zijn uitgever hem van de straat om hem onder te brengen in een rommelig appartement dat maar geen 'thuis' wil worden. Inmiddels schrijft Elias niet meer voor lezers, maar voor zichzelf. Hij laat zijn gekte 'dansen op papier', zodat hij er achter kan komen kan hoe hij 'écht' in elkaar steekt. Het valt mij trouwens op hoe massaal mensen tegenwoordig op zoek zijn naar zichzelf: naar een vorm van 'authenticiteit' die volgens de filosoof René Girard helemaal niet bestaat. Maar dit terzijde. Elias ontvangt een brief van Ea, de vrouw van zijn voormalige mentor, professor doctor Amon Encke, met de mededeling dat haar man op sterven ligt en hem graag nog één keer zou willen ontmoeten.

 

Dubbele persoonlijkheid

Elias moet destijds compleet zijn doorgedraaid. Hij vertelt dat hij het gevoel had uit twee personen te bestaan en niet meer kon stoppen met lopen. Hij liep als het ware achter zichzelf aan en praatte met duiven. Soms meende hij professor Encke aan de overkant van de straat te zien staan, met een opschrijfboekje in zijn hand. Feit is dat de prof hem heeft laten stikken en is verhuisd naar zijn geboorteplaats Lebensrode, in de bossen tussen Duitsland en Polen. Elias stapt in zijn auto en heeft een rit van achthonderd kilometer voor de boeg, waarin hij zijn verhaal doet.

 

We dansen ons nog steeds dood

Elias werd lang geleden betoverd door Enckes werk “De dansmanieën van de late Middeleeuwen in West-Europa”, dat hem heeft geholpen zijn roman te schrijven: “… zich dood dansende mensenmenigtes, ‘het ervaren’ als het enige betekenisvolle (zie Jung), geestverruimend ‘moederkoren’, pogroms, ziekte en bijgeloof, het Kwaad, massahysterie, de grenzeloze verbeeldingskracht – hoe had hij dit alles naast zich neer kunnen leggen nadat het eenmaal op zijn pad was gekomen? Het dwong hem, zo ervoer hij dat sterk, een poging te doen historische fictie te schrijven, die hem iets vertelde over zijn eigen tijd en vooral ook over hemzelf. Over dat wat zich in hem schuilhield…”. Hij vindt namelijk dat wij ons in zekere zin nog steeds massaal dood dansen, doordat we gewoon maar dóór leven zonder enig besef te hebben van de betekenis van het hele gebeuren. Wat bezielde de dansende menigtes? “… Niemand begreep de dansziekte, en niemand zou dat ooit doen…”. De dingen die verwarren, intrigeren. Zo gaat dat met geheimen. Mensen worden geraakt door zaken waar ze geen vat op krijgen: de drama’s, het geweld, het niets. Professor Encke schreef over het onbeschrijflijke. Het domste wat een schrijver kan doen, is volgens Encke het raadsel oplossen. Hij diende het juist te vergroten. ‘Waarom?’ was de onbelangrijkste vraag. En omdat mensen die vraag als de belangrijkste beschouwen, blijven ze blind, vond hij. “… Er zal altijd iets onverklaarbaars in de danswoede blijven schuilen…”. Iets wat kortsluiting veroorzaakt in bepaalde geesten. “… Het boek ging over dansen, ja, maar ook over bezetenheid, besmetting, over het lichaam als collectief geheugen…”. Elias denkt na over de macht van het lichaam over de geest, terwijl hij ritmisch met zijn wijsvinger op het stuur tikt (!) en denkt aan zijn moeder en grootvader, die beiden ten prooi zijn gevallen aan wanen. Zijn vader heeft hij nooit gekend.

 

Verhalen die zich laten verdrijven door nieuwe verhalen

Enkele paragrafen uit het boek van professor Encke worden in hun geheel afgedrukt. Het meest opvallende is dat de dansziekte vaak begon met een soort epileptische aanval. Merkwaardig is ook dat de slachtoffers panisch waren voor de kleur rood en voor puntschoenen. Hun voeten sopten echter vaak in hun schoenen van het bloed (net als de voeten van Elias tijdens zijn omzwervingen). Veel dansers getuigden dat ze zich in straten vol kniehoog klotsend bloed waanden. Huilende toeschouwers maakten hen woedend. Wanneer ze even uit hun trance ontwaakten, werden ze gegrepen door angst en smeekten ze hun omstanders om hulp. De slachtoffers werden opgesloten als ‘gewone’ krankzinnigen, maar dat maakte hun gedrag alleen maar erger. Vervolgens werden ze naar afgesloten pleinen gedirigeerd, waar ze geacht werden hun danswoede uit te leven, alsof ze hun koorts konden uitzweten. Ze raakten de ziekte echter niet kwijt. De besmettelijke danswoede verspreidde zich van geest tot geest. Pas toen de dansers op karren werden afgevoerd naar een vochtige grot waarin een kapel was ingericht ter ere van de beschermheilige Sint-Vitus, een martelaar uit de derde eeuw, kwamen ze tot rust. De besprenkeling met wijwater en de geprevelde bezweringen en gebeden hadden een heilzaam effect: “Dat genezing plaatsvond via een ritueel en niet via een medische ingreep, is veelzeggend…”. Angst was de kern van de aandoening, aldus Encke: angst die stoelde op verbeeldingskracht. Een angst die bezworen werd door een sterker geloof in een andere waan. Verhalen laten zich alleen verdrijven door nieuwe verhalen: het leven als een gevecht met de eigen overtuigingen.

 

Moedereend

Onder het rijden mijmert Elias steeds verder weg. Hij herinnert zich hoe hij als kind met zijn moeder de eendjes voerde en ziet opnieuw hoe een eend voor haar leven vecht terwijl een stel woerden haar belaagt. Zonder te begrijpen dat hij getuige is van een verkrachtingsscène, vraagt hij zijn moeder waarom de andere eenden die ene pijn doen. Zijn moeder zegt alleen dat het een ‘moedereend’ is. Wanneer hij vraagt of zij óók een moedereend is, barst zijn moeder in lachen uit.

 

Angst en nieuwsgierigheid gaan samen

Steeds blikt Elias terug. Als reactie op een brief aan professor Encke, waarin Elias hem laat weten hoe gefascineerd hij is door diens filosofische werk, wordt hij uitgenodigd om bij de professor en diens vrouw langs te komen. Zij is een gerenommeerde psychiater. Elias herkent vooral de angst die met danswoede gepaard gaat. Hij vertelt de professor dat zijn moeder hem heeft opgezadeld met de angst dat hij net als zijn grootvader zal worden, al heeft hij nooit begrepen wat ze daarmee precies bedoelt. Volgens professor Encke is het tegenovergestelde van angst ‘nieuwsgierigheid’: nieuwe kennis houdt zich bij uitstek schuil in donkere spelonken. Je ontkomt er niet aan je handen vuil te maken en je moet weerstand overwinnen. Misschien kan Elias erachter komen welke rol zijn grootvader in het leven van zijn moeder heeft gespeeld? Angst en nieuwsgierigheid zijn volgens Elias helemaal niet tegengesteld, maar gaan juist altijd samen.

 

Vrije dans

Er bestaan twee vormen van dansen, aldus professor Encke: de bestaande dansen en de vrije dans, die draait om loslaten: “… Je verstand verliezen. De meesten van ons kunnen dit alleen onder invloed. Tegelijkertijd kan overgave aan deze manier van dansen juist geestverruimend zijn…”. Lieten de middeleeuwse dansers hun beknotte levens wat al te letterlijk los? De menselijke tragiek schuilt in zijn haast obsessieve hang naar schoonheid. Schoonheid is orde. Maar orde gaat niet samen met geluk: “… pas als de kaders wegvallen, is er ruimte voor euforie…”. De prof lijkt zijn fascinatie voor massahysterie als kind te hebben opgevat. Hij herinnert zich het gegil van een menigte mensen op het dorpsplein, die niet konden weten dat zijn vader — hun predikant — op dat moment dood op de voorste bank van de nog gesloten kerk zat. Hij haalt een collectieve zelfmoord aan van een groep Parijse studenten in 1983: zes jongens en vijf meisjes sprongen uit een raam. Het wordt nooit duidelijk wat deze groep heeft bezield. Zijn collega’s vinden dat professor Encke zich bezighoudt met pseudowetenschap. Toch wordt hij een graag geziene gast in praatprogramma’s op radio en televisie, waar hij spreekt over een waaier aan fenomenen: bijgeloof, samenzweringstheorieën, populisme, burn-out onder twintigers en sociale-mediaverslaving. Het aantal hedendaagse culturele verschijnselen met een soortgelijk patroon als de dansziekte blijkt enorm. Maar zijn populariteit bij het grote publiek loopt synchroon met zijn academische val. Zijn onderzoek naar massahysterie is niet meetbaar of verifieerbaar, en alles wat vreemd is, wordt door de moderne mens — bewust dan wel onbewust — vernietigd. Bestaat niet. Hij doet onderzoek naar het koro-syndroom onder cadetten van een militair opleidingscentrum in Singapore, die denken dat hun geslachtsdeel krimpt en zich terugtrekt in het lichaam, met de dood als gevolg. Ook houdt hij zich bezig met mythen en sprookjes in conservatieve gemeenschappen in Zuidoost-Azië, die lijken te fungeren als stichtelijke waarschuwingen tegen zondig gedrag. Iedereen zegt wel dat hij of zij niet onderhevig is aan bijgeloof, maar toch wordt ernaar geleefd. Ik moest denken aan Franca Treur, die op zondag droge boterhammen at omdat ‘iets’ haar ervan weerhield boodschappen te doen, ondanks het feit dat ze allang afscheid had genomen van de strenge kerk uit haar jeugd. Zie de quote: ‘Je kunt een kind wel uit de oorlog halen, maar hoe haal je de oorlog uit het kind?’

 

Familieanekdotes

Elias’ moeder doet nogal lacherig over haar vader: een angstaanjagende, onberekenbare, gestoorde en soms ronduit kwaadaardige man. Volgens haar had hij een overgevoelige natuur en werd hij verkeerd begrepen door het bekrompen milieu waarin hij zich staande moest houden. Opa wordt met geweld uit huis gehaald en in een gesticht weggestopt, waar hij binnen een jaar overlijdt. Elias is ervan overtuigd dat zelfmoord de oorzaak is. Hij is doodsbang dat de familiegekte ook in zijn DNA zit. De moeder van zijn opa was namelijk al ‘vreemd’. Zij kon niet praten, omdat ze na haar geboorte werd opgevoed in een klooster waar de nonnen een zwijgbelofte hadden afgelegd. Misschien zijn professor Encke’s theorieën ook van toepassing op het geval van Elias. Hij gelooft in de angstaanjagende familieanekdotes die zijn moeder hem voorschotelt en probeert ze door het schrijven van een roman te bezweren. Zijn grootvader staat vooral voor ‘leegte’: “... Elias wist niet veel meer dan dat er tussen zijn moeder en hem iets was voorgevallen wat haar voorgoed had beschadigd ...”. Het is mensen eigen om die ‘leegtes’ in te vullen met eigen verzinsels. Dat geldt natuurlijk ook voor de lezer. Ik vermoedde vanaf het begin dat Elias het product van incest moest zijn, omdat zijn moeder hem voortdurend inpepert dat hij op zijn opa lijkt. Bovendien laat Elias zijn opa in het ziekenhuisbed als laatste afscheidswoorden tegen zijn dochter fluisteren: “... Je mag nooit vertellen wat er is gebeurd ...”. Mijn aanname wordt echter nergens in het boek bevestigd.

 

High

Flarden van herinneringen rijgen zich aaneen. Over onbekenden in huis die zijn moeder verdriet doen. Slaan. Gillen. Zijn slapende moeder die niet meer voor hem zorgt, in een knalrode, opengevallen ochtendjas op de bank. Hij slaapwandelt, heeft nachtmerries. Zijn moeder komt hem troosten, maar stinkt naar alcohol. Hij heeft haar nodig en tegelijk weet hij dat er iets heel erg mis is. Maar wat? Naarmate de roman vordert, worden de familieverhalen steeds heftiger. Elias vertelt dat hij af en toe als negenjarige al door zijn moeder een nacht alleen werd gelaten. Hij experimenteert met de slaappillen die zijn moeder voor haar rugpijn gebruikt. Ze heeft hem verteld dat ze, als je je tegen de slaap verzet, andersom gaan werken. Hij merkt dat hij er hartstikke high van wordt. Net zoals zijn opa, die in een batterijfabriek in Indonesië terechtkwam waar hij zwaar giftige oranje pulp in batterijen moest scheppen — troep waarvan hij in een roes raakte toen het via huidverwondingen in zijn lichaam terechtkwam. Door het batterijzuur op te likken werd de bedwelming nog sterker. Tegen de tijd dat hij het spul droogde om het vervolgens als korrels door zijn shag te rollen en op te roken, was hij compleet verslaafd. Toen iedereen bang werd voor de ontaarde junk met zijn lege ogen, werd hij met man en macht op straat gezet.

 

Verstikkende dans

De symbiotische relatie met zijn moeder gaat Elias in zijn puberteit steeds meer ervaren als ‘ingezwachtelde voeten’. Om zich aan haar houdgreep te ontworstelen, confronteert hij haar met de verschillen tussen hen. Hij ontloopt haar, sluit zich op in zijn kamer en uiteindelijk leven ze als vreemden naast elkaar in hetzelfde huis: “… steeds meer zag hij in dat ze hem al die tijd had gevoed met haar eigen dwanggedachten, de voorspellingen over zijn aanstaande waanzin…”. Wanneer hij gaat studeren, vertrekt hij voorgoed. Als zijn moeder ontdekt dat hij schrijft, stuurt ze hem brieven vol interpretaties van zijn werk. Volgens haar zijn de verhalen die uit zijn pen vloeien zijn manier om controle te krijgen over de storm in zijn hoofd. Met “Danswoede” schrijft Elias haar uit zijn leven. Nadat ze het manuscript heeft gelezen, nog voordat het boek in de winkel ligt, verbreekt ze het contact. Kort daarna overlijdt ze: ze wordt met kapotte polsen in de tuin gevonden. Nu zwiert ze als personage mee in een eindeloze dans in zijn hoofd. Meer dan ooit. Eigenlijk is ze er altijd. Elias is ervan overtuigd dat hij haar moordenaar is.

 

Proefdier

Elias lijkt zich tijdens de autorit steeds meer in zichzelf te verliezen. Tegen de tijd dat hij in Lebensrode aankomt, weet je als lezer niet meer wat werkelijkheid is en wat waan. Professor Encke ligt opgebaard in de koele kelder van zijn huis. Elias meent echter dat hij nog leeft. Hij mag van Ea blijven overnachten en beweert wekenlang in Lebensrode te verblijven, wat niet overeenkomt met het feit dat professor Encke al die tijd ook in de kelder ligt. Hij maakt wandelingen in het bos, waar hij paddenstoelen vindt die ondergronds met elkaar verbonden zijn als ‘periscopen op zee’: “… Wat vertelden de paddenstoelen het moederschip? Of waren zij juist boodschappers die de bovenwereld iets duidelijk wilden maken over het verborgene?...”. Zie Jung en zijn opvatting over ons collectieve onbewuste. Elias vereenzelvigt zich volledig met professor Encke en trekt zelfs diens kleren aan. Uiteindelijk speelt Ea open kaart door hem te vertellen dat haar man Elias als experiment heeft gebruikt om zijn theorieën over bijgeloof en massapsychologie te testen. De hulp bij het schrijven van zijn roman was vooral een therapeutisch middel, met als doel om door het herinterpreteren van het trauma van zijn moeder de cyclus van angst en waanzin te doorbreken: “… Maar de roman veroorzaakte niet de beoogde catharsis, hij verergerde het trauma…”. Dansen tegen je zin tot je eraan doodgaat verschilt niet veel van wat Elias allemaal heeft ondergaan. Ea: “… Als je leven een schilderij is, wie is dan de schilder?...”.

 

Vogelvrij bewustzijn

In de notities van professor Encke, die Elias mag lezen, schrijft deze dat hij heeft verzuimd Elias een vervangend narratief te bieden waaraan zijn bewustzijn zich kon vastklampen. Daardoor was het in staat zich aan iedere willekeurige fabulatie te hechten. Émile Cammaerts: “… The first effect of not believing in God is to believe in anything…”. Zie de gelijkenis van Jezus over de onreine geest die is uitgeworpen, maar die, wanneer hij zijn voormalige huis opgeruimd en schoongeveegd aantreft, zeven andere geesten meeneemt om er opnieuw zijn intrek te nemen (Mattheüs 12:43-45). “… Het bewustzijn van E. was vogelvrij en werd gegrepen door een zelfdestructieve overtuiging: dat hij verantwoordelijk was voor de dood van zijn moeder…”. Even verder: “… E.’s lot raakt aan een bredere culturele ontwikkeling. We leven in een tijd van epidemische verhalen: van identiteiten gebaseerd op trauma, van populisme dat mensen bevrijding belooft via simplistische mythes. Narratieven vervangen feiten, of vormen ze om. Zoals E. zijn erfelijke dreiging wilde herschrijven, herschrijven anderen hun sociale positie, hun lijden en hun woede via (online) mythes, complotten en heldenrollen. De waanzin is collectief geworden; de dans is opnieuw begonnen…”. Toch zit Elias’ verhaal nog veel complexer in elkaar dan de professor denkt. Maar dat moet je zelf maar lezen.

 

Kunnen verhalen genezen of maken ze ziek?

Merjenbergs raadselachtige en — vind ik zelf — nogal vergezochte roman roept allerlei vragen op. “… Kunnen verhalen genezen? Of maken ze ziek? En wanneer weet je nog het verschil?...”. Is er (g)een objectieve waarheid? Zijn wij werkelijk de verhalen die we elkaar en onszelf vertellen? Hoe verhoudt zich dat bijvoorbeeld tot transgender-zijn? En vervolgens tot conversietherapie? Ik noem maar wat. Het is een feit dat sociale media ons leven kunnen verknallen. En dat meisjes door het eindeloos gezamenlijk herkauwen van hun problemen elkaar soms de put in praten. Misschien zijn de getrokken conclusies slechts ‘een beetje’ waar? Zie bijvoorbeeld Byung-Chul Han, die in “De crisis van het narratieve” betoogt dat wij een verhaal nodig hebben, en RenéGirard, die in “De zondebok” stelt dat mensen elkaar voortdurend na-apen. Zie ook Paulus, die in Galaten 5:1 spreekt over ‘de vrijheid in Christus’: het geloof in God maakt volgens hem dat de mens niet langer onderworpen is aan allerlei andere machten, dingen of mensen.

 

Uitgave: Atlas Contact – 2026, 288 blz., ISBN 978 902 547 29 79, € 23,99

Rechtstreeks bestellen bij bol: klik hier