Menu

maandag 16 februari 2026

De crisis van het narratieve - Buying-Chul Han

 


“… Luister goed, en vergeet vooral niet dat echte verhalen verteld moeten worden; als je ze voor jezelf houdt, pleeg je verraad…”Israel Baal Shem Tov

 

Filosoof en journalist Lena Bril vraagt zich in haar boek “In therapie” af of mensen in het in rap tempo ontkerkelijkte Nederland wel zonder enige vorm van geloof of een ander ‘collectief verhaal’ kunnen. Waar kom je elke dag je bed voor uit? De seculiere samenleving heeft veel beloofd en vooral veel afgebroken. Wat nu? De religie die ervoor in de plaats kwam is die van ‘het ideaal-ik’, van ‘zelfverwerkelijking’. Maar ja, op een gegeven moment kom je erachter dat de ‘perfecte versie van jezelf’ niet te verwezenlijken valt. We zijn en blijven falende mensjes. Wat we nodig hebben is een ‘nieuw verhaal’. Zie ook Victor Kal in mijn vorige blog: “… Het gaat erom, dat je bij het lezen van de krant kunt zeggen: ‘Nou, het is allemaal hevig, maar er is ook een ánder verhaal, een verhaal waar ik óók in leef.’  In zo’n verhaal kun je op adem komen…”. De vooral in Duitsland enorm populaire denker Buying-Chul Han (1959), van wie ik eerder “Via contemplativa” besprak, schreef een indringend essay over de crisis van het narratieve (zie ook videoplatform “De Nieuwe wereld” - nr. 1883).

 

Pornografische zelfpresentatie

“… Verhalen stichten een gemeenschap…”, schrijft Buying-Chul Han. Maar het kampvuur is allang gedoofd en vervangen door het digitale beeldscherm, waar vereenzaamde consumenten aan ‘storytelling’ doen. Oftewel reclame maken voor zichzelf. Het promoten van je ‘ideale ik’ middels posts, likes en shares is ontaard in een soort tsunami van ‘pornografische zelfpresentatie’. Het luidruchtige gekakel duidt vooral op het gemis van een écht verhaal, “… dat tot uiting komt in zinledigheid en gebrek aan oriëntatie…”. Alleen al het feit dat dit gebrek inmiddels een geliefd thema van onderzoek is geworden, legt een ‘diepgaande vervreemding’ bloot. “… De luide roep om het narratieve duidt op een ‘functionele verstoring’…” (zelfs Poetin krijgt van de miskende profeet Alexander Doegin het verwijt dat hij bewust heeft verzuimd de inerte Russen, door middel van een ‘wervende mythe’ dan wel een ‘goed verhaal’, te mobiliseren voor wat hij aan het doen is – zie mijn vorige blog). We leven in een ‘postnarratieve’ tijd. We moeten het doen zonder ‘narratieve toverkracht’.

 

Metaverhaal

Verhalen verankeren je in de wereld. Wijzen je je plek. Geven je een thuis, en daardoor houvast en richting. Het christendom is zo’n ‘metaverhaal’ dat tot voor kort elke uithoek van het leven omvatte. Religieuze feesten en rituelen, die inmiddels zijn vercommercialiseerd tot events en spektakels, gaven glans- en hoogtepunten aan het leven. Het verhaal verándert de wereld; ópent de wereld. Geeft de wereld zin. Sticht identiteit. Begrenst ook (zie de grenzeloze wereld van Epstein). “… Verhalen vertellen en informatie overbrengen zijn tegengestelde krachten…”. Informatie mist de ‘stabiliteit van het zijn’. We verliezen onszelf in het dichte bos van informatie, terwijl we door verhalen onszelf en de wereld juist gaan begrijpen. Verhalen verbinden omdat ze het empathisch vermogen bevorderen. Verhalen vertellen veronderstelt geduldig luisteren en diepe aandacht, vermogens die we zienderogen aan het verliezen zijn. “… De geest van het verhaal stikt in de informatiestroom…”.

 

Draai de persen

Byuing-Chul Han baseert zich op de filosoof Walter Benjamin (1892-1940) die over de zeldzaam geworden kunst van het verhalen vertellen het volgende schreef: “… Informatie verdringt de gebeurtenissen die niet verklaarbaar zijn, maar alleen verteld kunnen worden. Verhalen hebben niet zelden wonderbaarlijke en raadselachtige kanten. Ze zijn niet te verenigen met informatie als tegenhanger van het geheim. Verklaring en vertelling sluiten elkaar uit…”. De verslaggever stroopt de wereld af op zoek naar ‘informatie’, ‘nieuwtjes’. De verteller is zijn tegenhanger. De verteller is een ‘raadsman’ voor wie om raad verlegen zit. In de vertelling komt weten en mensenkennis naar boven. Een goed verhaal blijft inspireren: “… Met zijn rijkdom aan ervaring en wijsheid kan hij iemand bij leven raad geven…”. Vertellen vergt een toestand van diepe geestelijke ontspanning. Een tijd van ‘niets te doen te hebben’. Dan broedt de droomvogel zijn ei van ondervinding uit. Wikkelen we ons in de doek van haar dromen. Luisteren vergt ‘zelfvergetelheid’, wat precies het tegenovergestelde is van de tegenwoordige trend inzake ‘zelfrealisatie’. Wij leven juist in een tijd van hyperactiviteit. Een tsunami aan informatie fragmenteert de aandacht. Zorgt voor permanente overprikkeling. Het is erg moeilijk geworden om over te schakelen naar een contemplatieve modus. Volgens Benjamin begint de neergang van het verhaal met de roman. Het verhaal sticht een gemeenschap, de roman wordt in eenzaamheid genoten. Het is de opkomst van de informatievoorziening binnen het kapitalisme die de vertelling definitief om zeep helpt. Er wordt niet meer ‘overgeleverd’ en ‘doorverteld’. Waar niets bindends of blijvends meer bestaat, waar continuïteit en stabiliteit zijn verdwenen, resteert alleen nog maar het ‘overleven’. Geven we ons prijs aan de ‘barbaren’. Maar dat hoeft niet per se negatief te zijn. Misschien is het wel eens goed ‘opnieuw te beginnen’. Schoon schip te maken. De ‘nieuwe barbaar’ viert de ervaringsarmoede als ‘emancipatie’.  Zie de lichtheid van het bestaan van bijvoorbeeld Mickey Mouse.

 

Marionetten van de macht

Benjamin wist honderd jaar geleden niet dat het nog wel een graadje erger kon: zie de huidige digitalisering. Inmiddels is er een ‘informatieregime’ ontstaan, dat werkt middels ‘verleiding’: “… Het neemt een ‘smarte’ vorm aan…”. De vrijheid wordt niet ‘onderdrukt’, maar compleet ‘uitgebuit’. Zonder dat wij het in de gaten hebben slaat zij om in controle en sturing. En wel door een macht die steeds subtieler en onzichtbaarder te werk gaat (zie Jonathan Haidt in “Generatie Angststoornis”). We zijn bedwelmd door een ‘informatie- en communicatieroes’. We zijn overgeleverd aan een algoritmische black box waaraan de meesten van ons zich blindelings onderwerpen. Zie Georg Büchner: “… Poppen zijn we, en onbekende machten trekken aan de touwtjes; niets, niets zijn we zelf!...”. In de neoliberale hel van het gelijke staan paradoxaal genoeg authenticiteit en creativiteit op een voetstuk. Zie de marionettenfilm “Anomalisa” (2015) van Charlie Kaufman. De protagonist, een succesvolle motivatietrainer, beseft opeen dag dat hij een pop is. Als zijn mond van zijn gezicht valt, ziet hij tot zijn schrik dat het bij het oppakken gewoon verder babbelt.

 

Overleven

De uitgeputte laatmoderniteit ontbreekt het nogal aan ‘omwenteling’ en ‘verandering’. Ze is eerder verlamd tot ‘almaar zo verder’ en ’alternatiefloosheid’. Ze is elke moed verloren om een nieuw verhaal te vertellen, een wereldveranderend narratief te verzinnen. “… Wij ‘bekennen ons’ nergens toe. Wij ‘schikken ons’ voortdurend…”. Niemand weet hoe het verder moet. We zijn in een impasse geraakt. Zie de huidige politiek, zou ik zeggen. Zelfs de ChristenUnie komt niet verder dan waarschuwen voor Forum. Het leven dat voortjakkert van de ene actualiteit naar de volgende, van de ene crisis naar de volgende, van het ene probleem naar het volgende, verlamt ons. Alsof we vooral ‘overleven’. Is het bestaan niet méér dan het oplossen van problemen? Ons ontbreekt elke hoop, elke hartstocht, elk visioen, elke ‘verte’.

 

Phono sapiens

Niet ‘glanzen’, maar ‘nagloeien’ is de verschijningsvorm van geluk. Daarom zijn we ervan verstoken zolang we in de actualiteitsroes zitten. De digitalisering maakt dat de werkelijkheid uiteenvalt in een stroom van informatiepartikels. We ‘fragmenteren’ letterlijk in ‘snaps’. We ‘atomiseren’ in data. Des te beter kunnen we worden gecontroleerd, gestuurd en economisch uitgebuit: “… De smartphone als speeltuin blijkt een ‘digitaal panopticum’ te zijn…”. De ‘Phono sapiens’ leeft pas echt in het nu, bedacht ik. Als een zombie, zonder verleden, zonder toekomst, zonder doel en zonder verhaal. Er is geen verwerking van het beleefde mogelijk. Geen reflectie van het gepasseerde. Geen interpretatie. Alles gaat ‘buiten het bewustzijn’ om. Geschiedt bijna ‘reflexmatig’. Of misschien wel ‘instinctmatig’. ‘Driftmatig’ (zie de vier V’s van Karen Armstrong: geen wonder dat de content voornamelijk uit porno, geweld, en maffe fotootjes van borden eten bestaat). We reageren met ons ruggenmerg in plaats van met ons brein. We etaleren vooral ons ‘digitaal onbewuste’. Het enge is dat de ‘datagedreven psychopolitiek’ zich daardoor meester kan maken van ons voorbewuste niveau van gedrag. Bij ‘self-tracking’, waarbij het ‘tellen’ compleet in de plaats komt van het ‘vertellen’ via het bijhouden van je hartfrequentie, bloeddruk, lichaamstemperatuur, bewegings-en slaapprofielen et cetera, verander je al aardig richting cyborg. In de derde aflevering van het eerste seizoen van “Black Mirror”: ‘The Entire History of You’, snijdt de protagonist zijn implantaat, dat alles wat de drager ziet en meemaakt opslaat, met een scheermesje uit zijn huid (zie ook Openbaring 13:16-18).

 

Leven of posten

Buying-Chul Han haalt Sartres roman “Walging” aan, waarin de pure feitelijkheid van de dingen bij de protagonist Antoine Roquentin een ondraaglijke walging oproept. Alles is van betekenis ontdaan. Roquentin: “… Dit is wat ik dacht: om van het meest alledaagse voorval een avontuur te maken hoeft iemand het alleen maar aan een ander te ‘vertellen’…”. Roquentin besluit uiteindelijk dan ook romanschrijver te worden: “… Wat geluk schenkt, is het ‘waarnemen in verhalende vorm’. Alles past in een welgevormde orde. Een narratief ‘en’, gevoed door de fantasie, verbindt de dingen en gebeurtenissen die anders niets met elkaar te maken zouden hebben – zelfs futiliteiten, banaliteiten of bijzaken – tot een verhaal, waarin de ‘pre feitelijkheid’ is overwonnen. De wereld verschijnt dan als ‘ritmisch geheel’. Dingen en gebeurtenissen staan niet geïsoleerd op zichzelf. Het zijn eerder schakels in een verhaal…”. Daarom schrijft Peter Handke in “Essay over de jukebox”: “… hij vroeg zich af of dat vertellen dat voor hem in het begin in een goddelijk licht was verschenen, niet een begoocheling was – was het niet een uitdrukking van zijn angst voor alles wat geïsoleerd was, wat buiten een samenhang stond?...”. Dat is net zoiets als het fenomeen dat mensen ‘dapper’ worden gevonden die níet geloven: zij durven de afgrond tenminste in de bek te kijken. Maar ja, dat durfde Nietzsche ook en hij werd wel gek. “… In de digitale laatmoderniteit verdoezelen we de naaktheid, de zinledigheid van het leven, doordat we permanent posten, liken en sharen. Het kabaal van communicatie en informatie zorgt ervoor dat het leven geen beangstigende leegte te zien geeft. De huidige crisis luidt niet leven óf vertellen, maar leven óf posten…”.

 

Magie

De postnarratieve tijd is een tijd zonder ‘innerlijkheid’. Zonder ‘betovering’. Bestaat domweg uit een opsomming van objectieve feiten. Juist gebeurtenissen die zich aan elke verklaring onttrekken vragen erom verteld te worden. Zorgen voor poëzie. De verteller keert naar binnen. Informatie keert alles naar buiten: “… In plaats van de ‘innerlijkheid van de verteller’ hebben we te maken met de ‘waakzaamheid van de informatiejager’…”. Wie verhalen vertelt neemt een duik in het leven en spint in zijn innerlijk nieuwe draden tussen gebeurtenissen. In de tijd als vertelling bestaan Pasen, Pinksteren, Kerstmis en hebben zelfs weekdagen een narratieve betekenis: woensdag is de dag van Wodan, donderdag de dag van Donar, enzovoort. Achter het scherm verkommert de magische ervaring van de wereld. Het van het narratieve beroofde geheugen lijkt op een ‘uitdragerij’. De opeenhoping van data en informatie zonder verhaal is niet ‘narratief’ maar ‘cumulatief’. Een zielloze brij.

 

Vetgemest consumptievee

Volgens Freud is de voornaamste rol van het bewustzijn gelegen in de prikkelafweer. Het moet zich zien te vrijwaren van de nivellerende, verwoestende invloed van de buitenwereld. Gebeurt dat onvoldoende dan raken we getraumatiseerd. Dromen is een manier om shockerende gebeurtenissen te verwerken. Herinneren ook: “… Wordt de shock door het bewustzijn gepareerd, dan wordt het voorval dat hem heeft uitgelokt tot een belevenis afgezwakt…”. Over het digitale beeldscherm dat we tegenwoordig bijna dag en nacht voor ons hebben: “… Het woord ‘scherm’ heeft oorspronkelijk de betekenis van iets wat bescherming biedt…”. Het beeldscherm bant de werkelijkheid: “… Daardoor schermt het ons voor haar af…”. Op de smartphone is de werkelijkheid zo gekrompen dat haar indrukken geen enkel shockkarakter meer hebben: “… De shock maakt plaats voor de like…”. Het echte gezicht van de ander gebiedt distantie te houden. Het is een ‘jij’ en geen ‘het’. De smartphone versnelt de verdrijving van de ander. Alleen wijzelf blijven nog over in onze infantiele, narcistische wereld. Op den duur kunnen we nergens meer tegen. Zal iedere, echte ander, ons ongemakkelijk doen voelen. Men kan de niet-participerende wijze van waarnemen, zoals het kijken naar Netflixseries, dan ook karakteriseren als ‘bingewatchen’ of ‘comakijken’: “… De toeschouwer wordt als consumptievee vetgemest…”. Ons psychische apparaat went mettertijd aan de grote hoeveelheid prikkels die op haar wordt afgevuurd, waardoor de waarneming afstompt. Er vormt zich als het ware een eeltlaag over onze hersenschors.

 

Wow

Wilde kunstenaars als Baudelaire nog shockeren (zie “Het Modernisme. De schok der vernieuwing” van Peter Gay), het huidige type kunstenaar is iemand als Jeff Koons: “… Hij maakt een ‘smarte’ indruk. Zijn werken weerspiegelen de gladde consumptiewereld, die diametraal tegengesteld is aan die van de shock. Van de toeschouwer van zijn werk verlangt hij niets dan een simpel ‘wow’. Zijn kunst is bewust ontspannen en ontwapenend. Hij wil vooral ‘in de smaak vallen’. Zijn devies luidt daarom: ‘De kijker omarmen’. Niets aan zijn kunst mag de kijker afschrikken of schokken. Deze kunst heeft zich aan gene zijde van de shock genesteld. Zij wil, aldus Koons, ‘communicatie’ zijn. Hij had ook kunnen zeggen: ‘het devies van mijn kunst is like’…”.

 

Passie

Big data maakt wetenschappelijke theorievorming overbodig, ook al verklaart het niets. Wat maakt het uit waarom mensen doen wat ze doen? “… Ze doen het gewoon, en wij kunnen dat met ongeëvenaarde nauwgezetheid op de voet volgen en meten…”. En voorspellen. Data verdrijft de geesteswetenschap. “… Kunstmatige intelligentie kan het volledig zonder begrip stellen. Intelligentie is geen geest…”. Hier houden de verhalen dus op. Freud, wiens genezing erin bestaat dat zijn patiënten instemmen met het narratief dat hij hun aanbiedt, kan wel inpakken. Zo ook Plato met zijn dialogen. En Dante met zijn “Goddelijke komedie”. Evenals de ‘Verlichting’, dat ook maar een verhaal is. En Nietzche met zijn ‘hervertelling van de wereld’, dat toch een ‘nieuw verhaal’ is, een ‘verhaal als waagstuk en feest’, ja als ‘avontuur’. Een ‘dronkenschap’ van de geest. Is het een wonder dat daar heel wat onredelijkheid en gekkigheid bij komt kijken! Kunstmatige intelligentie kent geen ‘passie’. Daarom ‘verstomt’ het verhaal.

 

Luisteren

“… All sorrows can be borne if you put them into a story or tell a story about them…”. Verhalen herscheppen de wereld tot een vertrouwd huis. Verhalen zorgen voor sociale cohesie. Péter Nadás vertelt in zijn essay “Behutsame Ortsbestimming” over een reusachtige perenboom in het centrum van een dorpje, waaronder op warme zomeravonden de dorpsbewoners samenkomen om elkaar verhalen te vertellen. Ook wordt er zachtjes gezongen en geeft het dorp zich over aan een ‘rituele contemplatie’: samen zwijgen. Verhalen brengen de dingen weer in het reine. Verhalen zijn heilzaam. Verhalen genezen. Verhalen bevrijden. “… Freud begrijpt de pijn als een symptoom dat wijst op de blokkade in iemands levensverhaal. De persoon in kwestie kan zijn verhaal niet voortzetten…”. Momo in “Momo in de tijdspaarders” van Michel Ende, zorgt ervoor dat de ander zich ‘vrijvertelt’, alleen door te ‘luisteren’. Zelfs een kanarie die niet wil zingen krijgt ze na een week aan het kwetteren en kwinkeleren. Het luisteren is in eerste instantie niet gericht op de inhoud van de mededeling, maar op de ander. Momo ‘ziet’ de ander. Er wordt een resonantieruimte geopend waarin de verteller zich gezien, gehoord en geliefd voelt. Ook aanraking heft als ‘tactiel verhaal’ spanningen en blokkades op. De aanraking in empathische zin scheurt ons los van ons ego. We worden ziek, depressief, angstig en eenzaam door toenemende aanrakingsarmoede. De ‘stories’ op sociale netwerken zijn ‘schreeuwen om aandacht’. De digitale netwerksamenleving werkt isolement in de hand.

 

Wij

De innigste gemeenschap is een gastvrije vertelgemeenschap. Maar niet alle verhalen stichten gemeenschap. Het neoliberale prestatie-narratief bijvoorbeeld maakt van iedereen zijn eigen ondernemer, zodat de ander een concurrent wordt. Waar iedereen de godsdienst van het Zelf huldigt en zijn eigen priester is, zichzelf produceert en performt, ontstaat geen ‘wij’. Integendeel, het (vaak moralistische) privé-narratief breekt zowel de solidariteit als de empathie af. Verhoogt alleen de eigenwaarde. De conservatieve, nationalistische narratieven die tegen de liberale permissiviteit gericht zijn, zijn eveneens buitensluitend en discriminerend. Moderne managers hebben de waarde van het verhaal ook ontdekt: “… ‘Stories sell’ betekent uiteindelijk: ‘emotions sell…”. Uit winstbejag eigent het kapitalisme zich moedwillig verhalen toe. In deze wereld van storytelling wordt alles gereduceerd tot consumptie. De storytelling als verkapte commercie mist elke vorm van bezieling. “… Daardoor worden we blind voor andere verhalen, voor andere levensvormen, voor andere waarnemingen en werkelijkheden…”. Dát is de crisis van het narratieve.

 

Uitgave: De Nieuwe Wereld/Ten Have – 2024, vertaling Mark Wildschut, 160 blz., ISBN 978 902 591 277 2, 14.99

Rechtstreeks bestellen bij bol: klik hier

zaterdag 7 februari 2026

Poetins filosoof. Alexander Doegin – Victor Kal

 


Victor Kal (1951) is een filosoof die veel heeft nagedacht over de omgang met tradities (zelf oriënteerde hij zich op het Jodendom). In een artikel in 'Wapenveld’ (december 2003): “… ‘Wat mij zorgen baart’, zegt Kal, ‘is de kwetsbaarheid van de moderne mens. Het gevoel dat mensen niet meer zichzelf kunnen zijn, omdat iets anders hun de wet voorschrijft. Het idee dat mensen hun wortels hebben verloren en daardoor gemakkelijk op sleeptouw worden genomen. Dat is wat er gebeurt in onze moderne maatschappij. Mensen denken te leven in een individualistische samenleving. Maar de particuliere identiteit van het individu is flinterdun. We lopen allemaal achter de mode aan. Op het niveau van de waarden, de opvattingen, hebben we persoonlijk nog maar weinig in huis. Het is de vraag, of wij ons nog kunnen verweren als ons leven in het gedrang komt…”. Even verder: “… Het gaat erom, dat je bij het lezen van de krant kunt zeggen: ‘Nou, het is allemaal hevig, maar er is ook een ánder verhaal, een verhaal waar ik óók in leef.’  In zo’n verhaal kun je op adem komen…”. Zie ook “In therapie” van Lena Bril. Echter, het terugvallen op de traditie heeft zo zijn gevaarlijke kanten. Zie Alexander Doegin (1962), die wel ‘de Raspoetin van Poetin’ wordt genoemd.

 

Het derde Rome

De Russische filosoof en ‘Poetinfluisteraar’ Alexander Doegin is in het westen vooral bekend geworden doordat zijn dochter Daria Doegina op 20 augustus 2022 werd gedood door een autobom die waarschijnlijk voor hém was bedoeld (Kal vraagt zich trouwens af of het niet om fakenieuws gaat). Doegin ziet Moskou als het ‘derde Rome’, een thema waar ik het in mijn vorige blog ook even over heb gehad. Hoe zit het nu met dat ‘eeuwige Rome’? Op de site van EBSCO wordt een en ander beknopt maar helder uit de doeken gedaan: “… Ivan de Grote, die regeerde in de late 15e eeuw, wordt vaak gezien als de grondlegger van Ruslands opkomst als grootmacht en van het concept Moskou als het ‘Derde Rome’. Deze ideologie, geformuleerd door de monnik Filofei, stelde dat Moskou de gevallen steden Rome en Constantinopel opvolgde als het rechtmatige centrum van het orthodoxe christendom en het universele christelijke gezag. Het eerste Rome viel ten prooi aan ketterij en het tweede aan de Ottomaanse Turken; Moskou werd daarom gezien als voorbestemd om te blijven bestaan ​​als het laatste bastion van geloof en beschaving…”. Historici schrokken zich rot toen Poetin in 2022 óók begon te roepen dat Moskou het ‘derde Rome’ was. Dat maakt van het conflict tussen Rusland en Oekraïne een religieuze strijd. Al twintig jaar grijpt Poetin terug op de Russische traditie. Hij wil de ‘Russische volken’ samenbrengen en de Russische glorie herstellen. Zijn doel: een groot, verenigd Russisch rijk, “Russkiy Mir”, gebaseerd op het oude tsarenrijk van duizend jaar geleden, waartoe destijds ook Oekraïne, Moldavië, Finland en Polen behoorden, verontrustend genoeg. Bewust besteeg hij in 2016 een troon waar vroeger de Byzantijnse keizers zetelden.

 

Heilige strijd

Oekraïne is belangrijk voor Poetin. Hij meent dat Rusland is ontstaan toen Vladimir, de vorst van Kiev, zich in het jaar 988 op de Krim bekeerde tot het christendom. Daarna liet deze vorst zijn volk massaal in de Dnjepr-rivier dopen. Kiev is hierdoor een essentiële stad in de geschiedenis van Rusland. Volgens Poetin is Chersonesos op de Krim, de plek waar Vladimir gedoopt werd, voor de Russen wat de Tempelberg is voor de Joden. Poetin wordt gesteund door patriarch Kirill, het hoofd van de Russisch-orthodoxe kerk (met 165 miljoen volgelingen het grootste kerkgenootschap na de rooms-katholieke kerk) in Moskou, die Poetin ziet als een ‘door God gezonden machthebber’, de ‘redder van de Russische ziel en de ware orthodoxie’. Zowel Doegin als Kirill en Poetin duiden de oorlog als een ‘heilige strijd’ tegen het decadente en goddeloze Westen, waarin Oekraïne zich laat meeslepen. Kirill zegent wapens en leert dat sneuvelen in het Russische leger je zonden uitwist.

 

Conservatieve revolutie

Doegin vindt dat ‘de samenleving alles is en het individu niets’. Ook heeft hij vaak geroepen dat Amerika vernietigd moet worden. Vanaf 1989 onderhoudt hij contacten met intellectuelen onder nieuw rechts, zowel in Europa als in Amerika, waarbij KGB-praktijken niet worden geschuwd: subversieve agitatie, geheime operaties en subtiele infiltratie. In feite moet Poetin helemaal niet zoveel van Doegin hebben, volgens Kal, maar is het toch wel makkelijk als zo een exotische denker alvast de ideologische bakens verzet. Het ‘duistere fanatisme’ van Doegin staat tegenover het ‘nuchtere pragmatisme’ van Poetin, zegt Kal. Doegin gaat het om een ‘waanzinnig idee’, Putin gaat het om ‘macht’, Europa gaat het om ‘recht’. Poetin, voormalig KGB-chef, zorgde dat er een regime van dieven en moordenaars uit de KGB aan de macht kwam, vindt Kal, die de conservatieve revolutie van Poetin vergelijkt met de conservatieve revolutie van Hitler. Hij ziet in Poetins beleid vooral een conflict tussen Traditie, met zijn oriëntatie op het verleden, en Moderniteit, met zijn blik op de toekomst. Het gaat om de traditionele gemeenschap versus het moderne individualisme. Om de nationale cultuur van Rusland en de bedreiging van het unipolaire, vrije, kosmopolitische, decadente Westen. Om een gesloten tegenover een open beschaving (zie mijn vorige blog over Amerikanen als ‘brothers’). Het arrogante Westen zou zijn moderne waarden listig presenteren als een universeel perspectief om de wereldhegemonie op te kunnen eisen. Rusland zag het ‘intolerante’ Amerika tot voor kort dan ook als ‘het grote kwaad’ (met Trump veranderde de zaak ietwat). De mogelijkheid tot het combineren van Traditie en Moderniteit gaat Poetin een brug te ver. Een oorlog kan het conflict niet oplossen, tenzij je ‘eschatologisch’ denkt, oftewel in termen van een ‘eindstrijd’ die culmineert in ‘totale vernietiging’. En dat dóet Doegin. 

 

Undergroundgezelschap

In het verhaal van Kal maakt Doegin de indruk van een hoogbegaafde jongen, die geen verbinding voelt met zijn omgeving. Een ‘lone wolf’. Een ‘drop-out’. Hij groeit op zonder vader. In eerste instantie schopt hij het niet verder dan straatveger, maar op zijn achttiende begint Doegin te lezen en houdt daar niet meer mee op. Hij leert zijn talen. Dan kruist de ‘Iuzhinskii Kring’ zijn pad, een intellectueel ‘undergroundgezelschap’ van verboden-boeken-lezers die zich bezighouden met geweld, drank, rockmuziek, de gedichten van Arthur Rimbaud, alchemie en mystiek. De Sovjetrealiteit ervaren ze als verwerpelijk. Victor Kal vindt het duidelijk verschrikkelijk allemaal, maar het moet mij van het hart dat als ik in mijn jonge jaren in Doegins schoenen had gestaan, ik ook een gat in de lucht had gesprongen als ik een dergelijke groep was tegengekomen. Doegin vertelt dan ook hoe hij voorafgaand aan zijn introductie kapot ging aan een ‘gigantische innerlijke leegte’. In de excentrieke Iuzhinskii-cult maakt hij kennis met het werk van de Frans-Egyptische René Guénon (1886-1951), die uiteindelijk eindigde als soefi, en de rabiaat antisemitische Italiaan Julius Evola (1898-1974). Beiden wijzen de moderne wereld, waarvan voor hen geen enkele charme of rijkdom uitgaat, zonder meer af. Doegin voelt zich tevens verwant met Duitse filosofen als Martin Heidegger, die de als oppervlakkig en vulgair ervaren ‘openbare ruimte’ vol ‘losgeslagen individuen’, in het gareel gehouden door een ‘stompzinnige collectieve correctheid’ (zie de hedendaagse ‘deugers’), ook konsekwent in een kwaad daglicht stelt. Volgens Kal hebben mensen deze (speel)ruimte juist nodig om uit te groeien tot een redelijk, zedelijk en verantwoordelijk wezen, dat zich onderscheidt van de ‘meute’. Dat gaat niet vanzelf.

 

Europese eenheid

Wanneer het communisme ten val komt, maakt Doegin kennis met de bij nieuw rechts populaire Fransman Alain de Benoist (1943), de Belg Jean-François Thiriart (1922) en de Italiaan Claudio Mutti (1946). Het gaat hen om de eenheid van Europa onder de vlag van het Derde Rijk. Onder hun invloed verzoent Doegin zich alsnog met Sovjet-Rusland. Het gaat hém om de eenheid van Europa met Rúsland als motor: “… Onze revolutie zal niet ophouden bij het westen (!) van Oekraïne; zij gaat door, verder Europa in…”. De oude Sovjet-Unie mag dan verdwenen zijn, de oude machtsstructuren (het leger, de KGB, de staatsbedrijven) zijn nog intact. Rusland is nog niet verloren. Ergens vinden ‘links’ en ‘rechts’ zich in Doegins denken ook weer. Steeds wijst hij op de linkse denker Antonio Gramsci die verkondigde dat je het volk meekrijgt via de elite, en niet andersom. Altijd zet een autoritaire bovenlaag het plebs gewiekst en brutaal naar zijn hand.

 

Mystiek stalinisme

Doegin heeft iets met het occulte, esoterische nazisme (zie mijn blog over “Wewelsburg” van Evertjan van Roekel) en de arische, boreale c.q. noordelijke, primordale c.q. oorspronkelijke traditie van het Germaanse heidendom. Hij vindt soelaas bij de Russische schrijver Alexander Prokhavov, die de oude Sovjet-Unie wil herstellen om te voorkomen dat Amerika natie voor natie opslokt. Doegin werkt een tijdje samen met wijlen Eduard Limonov, die de in 2007 verboden ‘Nationaal-Bolsjewistische Partij’ opricht, waarvoor Doegin een partijmanifest schrijft vol nationaal, mystiek messianisme rond het idee dat Rusland de wereld moet redden. Doegin pleit voor Ruslands ‘wedergeboorte’. De vlag van de partij is de nazivlag waarop het hakenkruis is vervangen door hamer en sikkel. Nodig is een nieuwe, revolutionaire romantiek van ‘rood’ fascisme, want er gaat bloed vloeien. Er moet een ‘nieuwe mens’ opstaan: een ‘held’, een ‘Übermensch’, een ‘vergoddelijkte leider’ à la Stalin. Doegin trekt zich er niets van aan dat de tegenstanders uit de Grote Vaderlandse Oorlog juist de fascisten waren. In 2011 is hij nog even druk met de kort bestaand hebbende ‘Florian Geyer Club’. De naam kan verwijzen naar een SS-divisie die in 1943-1944 tegen de Russen vocht, maar ook naar een leider uit de Duitse Boerenoorlog in de zestiende eeuw dan wel een song van de Duitse band Rammstein die in 2010 in Wit-Rusland tot ‘staatsvijand’ werd verklaard. Of naar een tak van het nationaal-socialisme dat een verbinding met het bolsjewisme nastreefde. Doegin weet hoge militairen en docenten van de militaire academie te interesseren voor een conservatief perspectief op Rusland. In 1998 wordt hij geopolitiek adviseur in de Doema. De ‘verwestering’ wordt de pas afgesneden. Hij is ook gelieerd aan de ‘Izborsky Club’, een ultraconservatieve denktank. Voor sommigen, onder wie Doegin, is het concept ‘Eurazië’ vooral metafysisch geaccentueerd, voor anderen eerder economisch. Dat leidt tot blijvende frictie. Doegins esoterische gedachtegoed is evenwel te bizar voor een plaats in het Russische machtscentrum. 

 

Over ‘innerlijke autoriteit’

Doegin opteert voor een machtsstaat, niet voor een rechtsstaat: zie het nefaste gedrag van de ‘nieuwe rijken’ c.q. de oligarchen. Volgens hem schept het liberalisme een ‘geatomiseerde samenleving’ met op zichzelf teruggeworpen individualisten. Zelfs je ‘gender’ bepaal je zelf. Vrijblijvendheid en onverschilligheid zijn het gevolg, met egoïsme en materialisme als resultaat. Nodig is een ‘kruistocht’ tegen de liberale wereld. Volgens Doegins onwrikbare logica kan uitsluitend onderwerping aan een gemeenschap of traditie een mens de oriëntatie verschaffen die nodig is, wil hij niet tot nihilisme vervallen. Dat correspondeert logisch met een ‘autoritaire samenleving’. Doegin zet de zinvolle Traditie dus tegenover de zinledige Moderniteit. Met op zichzelf staande, losgeslagen, ontwortelde, slappe individuen zonder ruggengraat valt geen oorlog te winnen. Het staat volgens Doegin dus al vast wie de strijd verliest, mocht het zover komen. Kal gelooft daarentegen in de ‘ernst’ van de kritische enkeling. Maar ja, we denken maar vijf procent van de tijd bewust na: zo rationeel zijn we ook weer niet. Wat ik wel heel mooi vind is zijn relateren aan een ‘innerlijke autoriteit’ die hij ook wel een ‘verborgen autoriteit’ noemt. Kal bedoelt daar iets als de ‘intuïtie’ of het ‘geweten’ mee; als christen vind ik het vooral een hele mooie aanduiding voor God (zie Romeinen 2, met name vers 15). Zeker als Kal ook nog aanvoert dat je als vrij mens niet zonder meer met jezelf samenvalt. Zie Eric-Emmanuel Schmitt die in “Het evangelie van Pilatus” een kind laat zeggen: “… Mama, diep in mezelf vind ik niet mezelf…”. Er is volgens Kal dan ook sprake van ‘negatieve’ en ‘positieve’ vrijheid.

 

Postmodernisme

Doegin ziet alleen maar ‘negatieve’ vrijheid. Gelooft voor geen meter in iets als een ‘innerlijke autoriteit’. In een liberale samenleving zijn normen en waarden een gepasseerd station, volgens hem. Een juridisch raamwerk gaat als een façade functioneren waarachter ze verdwijnen. Je hoeft geen ‘goed’ mens meer te zijn, maar een ‘correct’ mens, en vervolgens word je een ‘onverschillig’ mens. De verwaarloosde samenleving krijgt hierdoor een meedogenloos aspect. Toen in de negentiende eeuw de ‘innerlijke autoriteit’ maar betrekkelijk tot leven kwam, werd de opengevallen plaats al gauw ingenomen door een almachtig ‘burgerfatsoen’. In de twintigste eeuw ging het om wat ‘normaal’ was. Heden ten dage is er echter geen normaliteit meer die niet ter discussie staat. In een perfide samenleving kan iedereen de vermoorde onschuld uithangen. Zolang je de wetjes maar niet overtreedt. Dus is er dwang van buiten nodig (als voorbeeld noemt Doegin uitgerekend Iran). Onze orde heeft iets van een ‘virtuele werkelijkheid’: er bestaat geen vaste realiteit, geen universele waarheid meer. In de ‘postmoderne fase’ is iedere (nationale, culturele, seksuele) identiteit arbitrair. Beslissend is wat ‘spectaculair’ is. Je bereikt de bevolking alleen nog maar met iets ‘fantastisch’: zie kreten als ‘super’ en ‘mega’. Het nihilisme toont zich nu openlijk. We zijn getuige van de zelfdestructie van de Moderniteit, en dus van haar ondergang, aldus Doegin. Ik zou willen dat het niet zo was, maar Doegin heeft heus wel een puntje als je kijkt naar hoeveel jongeren er vastlopen in onze falende samenleving. Of alles wat er boven water komt door de vrijgegeven Epstein-documenten. Het postmodernisme heeft voor Doegan een eschatologische betekenis. Alles valt uit elkaar. Zie hoe de oligarchen zonder enige remming de dingen naar hun hand zetten. Het markeert het ‘eind der tijden’.

 

Eurazië

Kal toont aan hoe Doegins ideeën over ‘Eurazië teruggaan op de esoterische nazi-ideeën over een oorspronkelijk ‘Hyperborea’, een ‘primordaal’ land in een verloren ‘Gouden Tijdperk’. De plek waar in een mythisch verleden het goddelijke en menselijke nog met elkaar verbonden waren en de ‘betovering’ nog niet verbroken was (zie “Wewelsburg” van Evertjan van Roekel). Met andere woorden: Doegin wil terug naar een utopisch paradijs, naar een zelf te vestigen ‘hemel op aarde’, waarin een ‘nieuwe mens’ zal opstaan. De ‘geatomiseerde’ samenleving moet daarvoor veranderen in een soort hindoeïstisch kastensysteem, waarin een controlerende elite, à la de SS in nazi-Duitsland of de KGB in Sovjet-Rusland, zorgt voor hiërarchie, organisatie en discipline. Hij gaat eraan voorbij dat voornoemde organisaties het gemeenschapsleven juist hebben lamgelegd. Het resultaat was eerder onderling wantrouwen van dikwijls juist op zichzelf teruggeworpen individuen. De ‘betovering’ die herwonnen moet worden is afhankelijk van het zich verbonden weten met een mythisch verleden, gekoppeld aan een al even mythisch Noorden, dat nergens ook maar enige aansluiting heeft met de realiteit. Achter deze schijnwerkelijkheid zit een leegte die verdoezeld wordt door imponerende uiterlijkheden: uniformen, insignes, vlaggen, militarisme en vooral veel geheimzinnigheid. Waar het op uitdraait is een bizar spel met uiterlijkheden. De innerlijke dimensie van het leven met de verborgen God van Jood, christen en moslim (alsook die van Plato) wordt verworpen. Een en ander ontsnapt aan de controle van een autoritaire staat. Sterker: de autoritaire staat, het ‘heilige Rusland’, neemt zélf de plaats in van het goddelijke. Nu snap ik ook waarom De Sovjet-Unie zo’n verschrikkelijke hekel aan gelovigen had. Doegin haalt overal zijn inspiratie vandaan: ook bij het heidense Rome (zie mijn vorige blog) dat een ‘schepping van de Noordelijke Geest’ zou zijn: “… Dat Noordelijke Land heet hier Thule – een equivalent van Hyperborea…”.

 

De grote gedachte

Even een zijpaadje: het is begrijpelijk dat Kal daarom naast de sacralisering van de samenleving ook de vergoddelijkte natuur van Spinoza afwijst (iedereen weet inmiddels hoe kwestbaar en eindig de natuur is). Als christen kan ik helemaal met Kal meevoelen: heeft Jezus niet zelf gezegd dat ‘zijn Koninkrijk niet van deze wereld is’? Doegin ziet Rusland als de erfgenaam van het Byzantijnse Rijk. De grote tegenstelling tussen eurazianisme (Rusland) en atlanticisme (Amerika) doet haar intrede. Evenals theoloog/filosoof Willem Ouweneel (die zich weer baseert op de cultuurfilosofie van F. de Graaff) gelooft Doegin dat volgens de Traditie elk volk op aarde een engel bij zich heeft en daarom een ‘historische roeping’ uitvoert. Een gedachte die in de Duitse Romantiek wordt gevonden, volgens Kal: “… De engel die Rusland vergezelt heeft echter nog een extra qualiteit: alle overige engelen, voor zover ze aan de kant van het goede staan, in zich op te nemen. Uiteindelijk geeft dit een ‘hemelse oorlog’ tussen de Euraziatische, eeuwigen macht van de Idee en de Atlantische, ten ondergang gedoemde macht van Mammon (het geld). Deze oorlog, de beslissende ‘revolutie’, moet een einde maken aan de ‘dictatuur van de rede’. Het ‘Rijk van het Einde’ zal aanbreken. In Doegins eschatologische visioen verenigen zich dan met elkaar ‘het Derde Rome, het Derde Rijk en de Derde Internationale’, dat wil zeggen ‘het kruis, het hakenkruis en de hamer en sikkel’. Zie hier de grote gedachte…”. Daarbij moet wel worden aangetekend dat het officiële nazisme weinig ophad met het curieuze SS-sektarisme waaraan bijvoorbeeld Rudolf Hess verslingerd raakte. Hierin is een parallel te trekken met de manier waarop Poetin zich distantieert van Doegin. Wellicht laten bepaalde figuren binnen het Russische machtsapparaat Doegin discreet zijn gang gaan om vanaf een zekere afstand te zien of dat voor hen iets bruikbaars oplevert.

 

Eindstrijd

Het enge is dat Doegin eschatologisch denkt, dat wil zeggen in termen van ‘Endlösing’. Zijn ‘priesters van de vernietiging’ moeten een eind maken aan het ‘probleem van het kwaad’: “… Voor zover het aan hem ligt is dat dan ook het perspectief waarin de Russen heden met de Oekraīners afrekenen…”. Het gaat om een ‘metafysische oorlog’ die deel uit maakt van de grote strijd tussen Rusland en Amerika, de machten die in de huidige wereld de Traditie en de Moderniteit vertegenwoordigen. Is er sprake van een of andere ‘sacrale orde’ dan is er van de weeromstuit ook sprake van een ‘satanische orde’. Misschien slaagt Rusland er in ‘een nieuw begin’ te laten ontstaan. Doegin lijkt in zijn eentje de magiër te zijn, de grote werelddirigent, die bij machte is dat ‘andere begin’ op onze planeet te forceren. Hij heeft het over zijn ‘Vierde Politieke Theorie’, na het liberalisme, communisme en fascisme. Zijn grootste vijand is het liberalisme dat draait om het individu dat van zijn voetstuk moet. Het communisme herleidt alles tot materialisme. De fout van het nationaal-socialisme (dat hij gelijk stelt aan fascisme) was het racisme. Maar Doegin vervangt de Jood anders wel door Amerika. Doegin baseert zich op de filosofie van Heidegger in die zin, dat waar Heidegger het individu voor ogen heeft, Doegin daar de samenleving voor in de plaats stelt. Volgens Heidegger voorkom je echter niet het in een kringetje rond jezelf draaien door ‘op te gaan in het volk’, maar door ‘God te vinden’. Je vindt de verborgen God door als 'eenling zwijgzaam naar Hem op zoek te gaan'. In het christendom is het aan God wanneer Hij terugkomt. Doegin forceert zélf de eindstrijd. De mens die zich het verlengstuk van God waant, voltrekt zélf het goddelijke oordeel. Het zijn de ‘krijgers’ die bereid zijn de confrontatie met de dood aan te gaan in een laatste ‘eschatologische strijd’ tegen de ‘duivelse wereld’.

 

Heilige geografie

Doegins streven is van de unipolaire wereld onder hegemonie van Amerika (zie "Het einde van de geschiedenis" van Francis Fukuyama) een multipolaire wereld onder leiderschap van Rusland te maken. Hij neemt het lijstje van beschavingen met ‘heilige wortels’ over uit “The Clash of Civilizations” (1996) van Samuel Huntington: westers, orthodox (Euraziatisch), islamitisch, Chinees, hindoe, Japans, Latijns-Amerikaans, Afrikaans of boeddhistisch. Je hebt landmensen en zeemensen, evenals bergen-, steppe-, bos-, en toendramensen. Zie ook het ‘archaīsche gebied’ van de ijsbergen waar de Eskimo-sjamaan woont, die bij uitstek ‘op de drempel naar een andere wereld’ verkeert. Het probleem met Amerika is dat het helemaal geen wortels hééft (zie mijn vorige blog). Een andere indeling is die naar de vier windstreken: “… Het Oosten is hier het land van de geest, het paradijselijke land, het land van overvloed, het land dat een thuis vertegenwoordigt. Daartegenover is het Westen het land van de dood, het land zonder leven, het rijk van de ballingschap en van de verworpenen, het land van de degeneratie en de verborgenheid – kortom, het anti-oosten…”. Het contrast herhaalt zich tussen het Noorden, de oorsprong van alle menselijke beschaving waar de ariërs vandaan komen, en het Zuiden. Doegin pleit voor een terugkeer naar deze heilige geografie. Het hele systeem moet omvergeworpen worden via de propaganda van een virtuele guerrillaoorlog. Daartoe zet Doegin overal netwerken op die zich bezighouden met ondermijning. Daarna zullen de ineenstorting en overname vanzelf volgen. Zowel Rechts als Links kan zich bij hem aansluiten volgens het adagium ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’. Kal waarschuwt voor de misleiding die achter Doegins tactiek zit: er is een ‘voor de revolutie’ en een ‘na de revolutie’.  Eerst is er een destructieve ‘linkse’ episode, daarna een herstelperiode waarin Doegin een uiterst ‘rechtse’, traditionele, patriarchale en autoritaire samenleving voor ogen heeft. Links wordt er ingeluisd, volgens Kal. Zie het hedendaagse neomarxisme dat geen enkel probleem heeft met het fanatieke islamisme, zou ik zeggen. Zie Iran dat in 1979 heeft meegemaakt hoe een emancipatoire revolutie onverhoeds overging in een conservatieve revolutie. Rusland is niet voor niets vriendjes met Iran.

 

Miskende profeet

Poetin beoogt de ‘denazificatie’ van Oekraïne. Hoe verklaart Doegin het feit dat het ‘liberale’ Westen dat ‘nazisme’ steunt? Wel, het ‘nazisme’ wordt Oekraïne toegestaan op voorwaarde dat dit land blijk zal geven van ‘russofobie’. Als een miskende maar bezeten profeet verwijt Doegin Poetin dat hij bewust heeft verzuimd de inerte Russen door middel van een wervende mythe dan wel een goed verhaal te mobiliseren voor wat hij aan het doen is. ‘Racisme’ is niet Doegins idee, ‘genocide’ is wel zijn idee: “… Wil Rusland de titanische machten van de Aarde verslaan, dan moet het de representant van de Hemel zijn…”. Hij roept op tot een rücksichtslose kruistocht tegen de machten van de chaos in het Westen: “… Als onze tegenstanders doorgaan en succes hebben, dan brengen ze voor de mensheid een nucleaire winter dichterbij…”. Waarom staat het Kremlin Doegins in het openbaar uitgesproken ‘messianisme’ toe? Heeft Poetin Doegins extremisme nodig om de eigen matigheid te kunnen profileren? Inmiddels ziet Doegin Trump als een bondgenoot in zijn strijd tegen het Westen. “… Ik ben geïnteresseerd in Trump en Trumpisme…”, zei hij tegen The Wall Street Journal. In zijn nieuwste boek, “The Trump Revolution”, stelt hij dat Trump de VS uit de wereldpolitiek wil trekken, wat Rusland ruimte geeft om zijn invloedssfeer te herstellen (BNR 14.04.25).

 

Uitgave: Prometheus – 2023, 252 blz., ISBN 978 904 465 241 3, € 20,-

Momenteel uitverkocht