Menu

zaterdag 7 februari 2026

Poetins filosoof. Alexander Doegin – Victor Kal

 


Victor Kal (1951) is een filosoof die veel heeft nagedacht over de omgang met tradities (zelf oriënteerde hij zich op het Jodendom). In een artikel in 'Wapenveld’ (december 2003): “… ‘Wat mij zorgen baart’, zegt Kal, ‘is de kwetsbaarheid van de moderne mens. Het gevoel dat mensen niet meer zichzelf kunnen zijn, omdat iets anders hun de wet voorschrijft. Het idee dat mensen hun wortels hebben verloren en daardoor gemakkelijk op sleeptouw worden genomen. Dat is wat er gebeurt in onze moderne maatschappij. Mensen denken te leven in een individualistische samenleving. Maar de particuliere identiteit van het individu is flinterdun. We lopen allemaal achter de mode aan. Op het niveau van de waarden, de opvattingen, hebben we persoonlijk nog maar weinig in huis. Het is de vraag, of wij ons nog kunnen verweren als ons leven in het gedrang komt…”. Even verder: “… Het gaat erom, dat je bij het lezen van de krant kunt zeggen: ‘Nou, het is allemaal hevig, maar er is ook een ánder verhaal, een verhaal waar ik óók in leef.’  In zo’n verhaal kun je op adem komen…”. Zie ook “In therapie” van Lena Bril. Echter, het terugvallen op de traditie heeft zo zijn gevaarlijke kanten. Zie Alexander Doegin (1962), die wel ‘de Raspoetin van Poetin’ wordt genoemd.

 

Het derde Rome

De Russische filosoof en ‘Poetinfluisteraar’ Alexander Doegin is in het westen vooral bekend geworden doordat zijn dochter Daria Doegina op 20 augustus 2022 werd gedood door een autobom die waarschijnlijk voor hém was bedoeld (Kal vraagt zich trouwens af of het niet om fakenieuws gaat). Doegin ziet Moskou als het ‘derde Rome’, een thema waar ik het in mijn vorige blog ook even over heb gehad. Hoe zit het nu met dat ‘eeuwige Rome’? Op de site van EBSCO wordt een en ander beknopt maar helder uit de doeken gedaan: “… Ivan de Grote, die regeerde in de late 15e eeuw, wordt vaak gezien als de grondlegger van Ruslands opkomst als grootmacht en van het concept Moskou als het ‘Derde Rome’. Deze ideologie, geformuleerd door de monnik Filofei, stelde dat Moskou de gevallen steden Rome en Constantinopel opvolgde als het rechtmatige centrum van het orthodoxe christendom en het universele christelijke gezag. Het eerste Rome viel ten prooi aan ketterij en het tweede aan de Ottomaanse Turken; Moskou werd daarom gezien als voorbestemd om te blijven bestaan ​​als het laatste bastion van geloof en beschaving…”. Historici schrokken zich rot toen Poetin in 2022 óók begon te roepen dat Moskou het ‘derde Rome’ was. Dat maakt van het conflict tussen Rusland en Oekraïne een religieuze strijd. Al twintig jaar grijpt Poetin terug op de Russische traditie. Hij wil de ‘Russische volken’ samenbrengen en de Russische glorie herstellen. Zijn doel: een groot, verenigd Russisch rijk, “Russkiy Mir”, gebaseerd op het oude tsarentijk van duizend jaar geleden, waartoe destijds ook Oekraïne, Moldavië, Finland en Polen behoorden, verontrustend genoeg. Bewust besteeg hij in 2016 een troon waar vroeger de Byzantijnse keizers zetelden.

 

Heilige strijd

Oekraïne is belangrijk voor Poetin. Hij meent dat Rusland is ontstaan toen Vladimir, de vorst van Kiev, zich in het jaar 988 op de Krim bekeerde tot het christendom. Daarna liet deze vorst zijn volk massaal in de Dnjepr-rivier dopen. Kiev is hierdoor een essentiële stad in de geschiedenis van Rusland. Volgens Poetin is Chersonesos op de Krim, de plek waar Vladimir gedoopt werd, voor de Russen wat de Tempelberg is voor de Joden. Poetin wordt gesteund door patriarch Kirill, het hoofd van de Russisch-orthodoxe kerk (met 165 miljoen volgelingen het grootste kerkgenootschap na de rooms-katholieke kerk) in Moskou, die Poetin ziet als een ‘door God gezonden machthebber’, de ‘redder van de Russische ziel en de ware orthodoxie’. Zowel Doegin als Kirill en Poetin zien de oorlog als een ‘heilige strijd’ tegen het decadente en goddeloze Westen, waarin Oekraïne zich laat meeslepen. Kirill zegent wapens en leert dat sneuvelen in het Russische leger je zonden uitwist.

 

Conservatieve revolutie

Doegin vindt dat ‘de samenleving alles is en het individu niets’. Ook heeft hij vaak geroepen dat Amerika vernietigd moet worden. Vanaf 1989 onderhoudt hij contacten met intellectuelen onder nieuw rechts, zowel in Europa als in Amerika, waarbij KGB-praktijken niet worden geschuwd: subversieve agitatie, geheime operaties en subtiele infiltratie. In feite moet Poetin helemaal niet zoveel van Doegin hebben, volgens Kal, maar is het toch wel makkelijk als zo een exotische denker alvast de ideologische bakens verzet. Het ‘duistere fanatisme’ van Doegin staat tegenover het ‘nuchtere pragmatisme’ van Poetin, zegt Kal. Doegin gaat het om een ‘waanzinnig idee’, Putin gaat het om ‘macht’, Europa gaat het om ‘recht’. Poetin, voormalig KGB-chef, zorgde dat er een regime van dieven en moordenaars uit de KGB aan de macht kwam, vindt Kal, die de conservatieve revolutie van Poetin vergelijkt met de conservatieve revolutie van Hitler. Hij ziet in Poetins beleid vooral een conflict tussen Traditie, met zijn oriëntatie op het verleden, en Moderniteit, met zijn blik op de toekomst. Het gaat om de traditionele gemeenschap versus het moderne individualisme. Om de nationale cultuur van Rusland en de bedreiging van het unipolaire, vrije, kosmopolitische, decadente Westen. Om een gesloten tegenover een open beschaving (zie mijn vorige blog over Amerikanen als ‘brothers’). Het arrogante Westen zou zijn moderne waarden listig presenteren als een universeel perspectief om de wereldhegemonie op te kunnen eisen. Rusland zag het ‘intolerante’ Amerika tot voor kort dan ook als ‘het grote kwaad’ (met Trump veranderde de zaak ietwat). De mogelijkheid tot het combineren van Traditie en Moderniteit gaat Poetin een brug te ver. Een oorlog kan het conflict niet oplossen, tenzij je ‘eschatologisch’ denkt, oftewel in termen van een ‘eindstrijd’ die culmineert in ‘totale vernietiging’. En dat dóet Doegin. 

 

Undergroundgezelschap

In het verhaal van Kal maakt Doegin de indruk van een hoogbegaafde jongen, die geen verbinding voelt met zijn omgeving. Een ‘lone wolf’. Een ‘drop-ot’. Hij groeit op zonder vader. In eerste instantie schopt hij het niet verder dan straatveger, maar op zijn achttiende begint Doegin te lezen en houdt daar niet meer mee op. Hij leert zijn talen. Dan kruist de ‘Iuzhinskii Kring’ zijn pad, een intellectueel ‘undergroundgezelschap’ van verboden-boeken-lezers die zich bezighouden met geweld, drank, rockmuziek, de gedichten van Arthur Rimbaud, alchemie en mystiek. De Sovjetrealiteit ervaren ze als verwerpelijk. Victor Kal vindt het duidelijk verschrikkelijk allemaal, maar het moet mij van het hart dat als ik in mijn jonge jaren in Doegins schoenen had gestaan, ik ook een gat in de lucht had gesprongen als ik een dergelijke groep was tegengekomen. Doegin vertelt dan ook hoe hij voorafgaand aan zijn introductie kapot ging aan een ‘gigantische innerlijke leegte’. In de excentrieke Iuzhinskii-cult maakt hij kennis met het werk van de Frans-Egyptische René Guénon (1886-1951), die uiteindelijk eindigde als soefi, en de rabiaat antisemitische Italiaan Julius Evola (1898-1974). Beiden wijzen de moderne wereld, waarvan voor hen geen enkele charme of rijkdom uitgaat, zonder meer af. Doegin voelt zich tevens verwant met Duitse filosofen als Martin Heidegger, die de als oppervlakkig en vulgair ervaren ‘openbare ruimte’ vol ‘losgeslagen individuen’, in het gareel gehouden door een ‘stompzinnige collectieve correctheid’ (zie de hedendaagse ‘deugers’), ook konsekwent in een kwaad daglicht stelt. Volgens Kal hebben mensen deze (speel)ruimte juist nodig om uit te groeien tot een redelijk, zedelijk en verantwoordelijk wezen, dat zich onderscheidt van de ‘meute’. Dat gaat niet vanzelf.

 

Europese eenheid

Wanneer het communisme ten val komt, maakt Doegin kennis met de bij nieuw rechts populaire Fransman Alain de Benoist (1943), de Belg Jean-François Thiriart (1922) en de Italiaan Claudio Mutti (1946). Het gaat hen om de eenheid van Europa onder de vlag van het Derde Rijk. Onder hun invloed verzoent Doegin zich alsnog met Sovjet-Rusland. Het gaat hém om de eenheid van Europa met Rúsland als motor: “… Onze revolutie zal niet ophouden bij het westen (!) van Oekraïne; zij gaat door, verder Europa in…”. De oude Sovjet-Unie mag dan verdwenen zijn, de oude machtsstructuren (het leger, de KGB, de staatsbedrijven) zijn nog intact. Rusland is nog niet verloren. Ergens vinden ‘links’ en ‘rechts’ zich in Doegins denken ook weer. Steeds wijst hij op de linkse denker Antonio Gramsci die verkondigde dat je het volk meekrijgt via de elite, en niet andersom. Altijd zet een autoritaire bovenlaag het plebs gewiekst en brutaal naar zijn hand.

 

Mystiek stalinisme

Doegin heeft iets met het occulte, esoterische nazisme (zie mijn blog over “Wewelsburg” van Evertjan van Roekel) en de arische, boreale c.q. noordelijke, primordale c.q. oorspronkelijke traditie van het Germaanse heidendom. Hij vindt soelaas bij de Russische schrijver Alexander Prokhavov, die de oude Sovjet-Unie wil herstellen om te voorkomen dat Amerika natie voor natie opslokt. Doegin werkt een tijdje samen met wijlen Eduard Limonov, die de in 2007 verboden ‘Nationaal-Bolsjewistische Partij’ opricht, waarvoor Doegin een partijmanifest schrijft vol nationaal, mystiek messianisme rond het idee dat Rusland de wereld moet redden. Doegin pleit voor Ruslands ‘wedergeboorte’. De vlag van de partij is de nazivlag waarop het hakenkruis is vervangen door hamer en sikkel. Nodig is een nieuwe, revolutionaire romantiek van ‘rood’ fascisme, want er gaat bloed vloeien. Er moet een ‘nieuwe mens’ opstaan: een ‘held’, een ‘Übermensch’, een ‘vergoddelijkte leider’ à la Stalin. Doegin trekt zich er niets van aan dat de tegenstanders uit de Grote Vaderlandse Oorlog juist de fascisten waren. In 2011 is hij nog even druk met de kort bestaand hebbende ‘Florian Geyer Club’. De naam kan verwijzen naar een SS-divisie die in 1943-1944 tegen de Russen vocht, maar ook naar een leider uit de Duitse Boerenoorlog in de zestiende eeuw dan wel een song van de Duitse band Rammstein die in 2010 in Wit-Rusland tot ‘staatsvijand’ werd verklaard. Of naar een tak van het nationaal-socialisme dat een verbinding met het bolsjewisme nastreefde. Doegin weet hoge militairen en docenten van de militaire academie te interesseren voor een conservatief perspectief op Rusland. In 1998 wordt hij geopolitiek adviseur in de Doema. De ‘verwestering’ wordt de pas afgesneden. Hij is ook gelieerd aan de ‘Izborsky Club’, een ultraconservatieve denktank. Voor sommigen, onder wie Doegin, is het concept ‘Eurazië’ vooral metafysisch geaccentueerd, voor anderen eerder economisch. Dat leidt tot blijvende frictie. Doegins esoterische gedachtegoed is evenwel te bizar voor een plaats in het Russische machtscentrum. 

 

Over ‘innerlijke autoriteit’

Doegin opteert voor een machtsstaat, niet voor een rechtsstaat: zie het nefaste gedrag van de ‘nieuwe rijken’ c.q. de oligarchen. Volgens hem schept het liberalisme een ‘geatomiseerde samenleving’ met op zichzelf teruggeworpen individualisten. Zelfs je ‘gender’ bepaal je zelf. Vrijblijvendheid en onverschilligheid zijn het gevolg, met egoïsme en materialisme als resultaat. Nodig is een ‘kruistocht’ tegen de liberale wereld. Volgens Doegins onwrikbare logica kan uitsluitend onderwerping aan een gemeenschap of traditie een mens de oriëntatie verschaffen die nodig is, wil hij niet tot nihilisme vervallen. Dat correspondeert logisch met een ‘autoritaire samenleving’. Doegin zet de zinvolle Traditie dus tegenover de zinledige Moderniteit. Met op zichzelf staande, losgeslagen, ontwortelde, slappe individuen zonder ruggengraat valt geen oorlog te winnen. Het staat volgens Doegin dus al vast wie de strijd verliest, mocht het zover komen. Kal gelooft daarentegen in de ‘ernst’ van de kritische enkeling. Maar ja, we denken maar vijf procent van de tijd bewust na: zo rationeel zijn we ook weer niet. Wat ik wel heel mooi vindt is zijn relateren aan een ‘innerlijke autoriteit’ die hij ook wel een ‘verborgen autoriteit’ noemt. Kal bedoelt daar iets als de ‘intuïtie’ of het ‘geweten’ mee; als christen vind ik het vooral een hele mooie aanduiding voor God (zie Romeinen 2, met name vers 15). Zeker als Kal ook nog aanvoert dat je als vrij mens niet zonder meer met jezelf samenvalt. Zie Eric-Emmanuel Schmitt die in “Het evangelie van Pilatus” een kind laat zeggen: “… Mama, diep in mezelf vind ik niet mezelf…”. Er is volgens Kal dan ook sprake van ‘negatieve’ en ‘positieve’ vrijheid.

 

Postmodernisme

Doegin ziet alleen maar ‘negatieve’ vrijheid. Gelooft voor geen meter in iets als een ‘innerlijke autoriteit’. In een liberale samenleving zijn normen en waarden een gepasseerd station, volgens hem. Een juridisch raamwerk gaat als een façade functioneren waarachter ze verdwijnen. Je hoeft geen ‘goed’ mens meer te zijn, maar een ‘correct’ mens, en vervolgens word je een ‘onverschillig’ mens. De verwaarloosde samenleving krijgt hierdoor een meedogenloos aspect. Toen in de negentiende eeuw de ‘innerlijke autoriteit’ maar betrekkelijk tot leven kwam, werd de opengevallen plaats al gauw ingenomen door een almachtig ‘burgerfatsoen’. In de twintigste eeuw ging het om wat ‘normaal’ was. Heden ten dage is er echter geen normaliteit meer die niet ter discussie staat. In een perfide samenleving kan iedereen de vermoorde onschuld uithangen. Zolang je de wetjes maar niet overtreedt. Dus is er dwang van buiten nodig (als voorbeeld noemt Doegin uitgerekend Iran). Onze orde heeft iets van een ‘virtuele werkelijkheid’: er bestaat geen vaste realiteit, geen universele waarheid meer. In de ‘postmoderne fase’ is iedere (nationale, culturele, seksuele) identiteit arbitrair. Beslissend is wat ‘spectaculair’ is. Je bereikt de bevolking alleen nog maar met iets ‘fantastisch’: zie kreten als ‘super’ en ‘mega’. Het nihilisme toont zich nu openlijk. We zijn getuige van de zelfdestructie van de Moderniteit, en dus van haar ondergang, aldus Doegin. Ik zou willen dat het niet zo was, maar Doegin heeft heus wel een puntje als je kijkt naar hoeveel jongeren er vastlopen in onze falende samenleving of alles wat er boven water komt door de vrijgegeven Epstein-documenten. Het postmodernisme heeft voor Doegan een eschatologische betekenis. Alles valt uit elkaar. Zie hoe de oligarchen zonder enige remming de dingen naar hun hand zetten. Het markeert het ‘eind der tijden’.

 

Eurazië

Kal toont aan hoe Doegins ideeën over ‘Eurazië teruggaan op de esoterische nazi-ideeën over een oorspronkelijk ‘Hyperborea’, een ‘primordaal’ land in een verloren ‘Gouden Tijdperk’. De plek waar in een mythisch verleden het goddelijke en menselijke nog met elkaar verbonden waren en de ‘betovering’ nog niet verbroken was (zie “Wewelsburg” van Evertjan van Roekel). Met andere woorden: Doegin wil terug naar een utopisch paradijs, naar een zelf te vestigen ‘hemel op aarde’, waarin een ‘nieuwe mens’ zal opstaan. De ‘geatomiseerde’ samenleving moet daarvoor veranderen in een soort hindoeïstisch kastensysteem, waarin een controlerende elite, à la de SS in nazi-Duitsland of de KGB in Sovjet-Rusland, zorgt voor hiërarchie, organisatie en discipline. Hij gaat eraan voorbij dat voornoemde organisaties het gemeenschapsleven juist hebben lamgelegd. Het resultaat was eerder onderling wantrouwen van dikwijls juist op zichzelf teruggeworpen individuen. De ‘betovering’ die herwonnen moet worden is afhankelijk van het zich verbonden weten met een mythisch verleden, gekoppeld aan een al even mythisch Noorden, dat nergens ook maar enige aansluiting heeft met de realiteit. Achter deze schijnwerkelijkheid zit een leegte die verdoezeld wordt door imponerende uiterlijkheden: uniformen, insignes, vlaggen, militarisme en vooral veel geheimzinnigheid. Waar het op uitdraait is een bizar spel met uiterlijkheden. De innerlijke dimensie van het leven met de verborgen God van Jood, christen en moslim (alsook die van Plato) wordt verworpen. Een en ander ontsnapt aan de controle van een autoritaire staat. Sterker: de autoritaire staat, het ‘heilige Rusland’, neemt zélf de plaats in van het goddelijke. Nu snap ik ook waarom De Sovjet-Unie zo’n verschrikkelijke hekel aan gelovigen had. Doegin haalt overal zijn inspiratie vandaan: ook bij het heidense Rome (zie mijn vorige blog) dat een ‘schepping van de Noordelijke Geest’ zou zijn: “… Dat Noordelijke Land heet hier Thule – een equivalent van Hyperborea…”.

 

De grote gedachte

Even een zijpaadje: het is begrijpelijk dat Kal daarom naast de sacralisering van de samenleving ook de vergoddelijkte natuur van Spinoza afwijst (iedereen weet inmiddels hoe kwestbaar en eindig de natuur is). Als christen kan ik helemaal met Kal meevoelen: heeft Jezus niet zelf gezegd dat ‘zijn Koninkrijk niet van deze wereld is’? Doegin ziet Rusland als de erfgenaam van het Byzantijnse Rijk. De grote tegenstelling tussen eurazianisme (Rusland) en atlanticisme (Amerika) doet haar intrede. Evenals theoloog/filosoof Willem Ouweneel (die zich weer baseert op de cultuurfilosoof F. de Graaff) gelooft Doegin dat volgens de Traditie elk volk op aarde een engel bij zich heeft en daarom een ‘historische roeping’ uitvoert. Een gedachte die in de Duitse Romantiek wordt gevonden, volgens Kal: “… De engel die Rusland vergezelt heeft echter nog een extra qualiteit: alle overige engelen, voor zover ze aan de kant van het goede staan, in zich op te nemen. Uiteindelijk geeft dit een ‘hemelse oorlog’ tussen de Euraziatische, eeuwigen macht van de Idee en de Atlantische, ten ondergang gedoemde macht van Mammon (het geld). Deze oorlog, de beslissende ‘revolutie’, moet een einde maken aan de ‘dictatuur van de rede’. Het ‘Rijk van het Einde’ zal aanbreken. In Doegins eschatologische visioen verenigen zich dan met elkaar ‘het Derde Rome, het Derde Rijk en de Derde Internationale’, dat wil zeggen ‘het kruis, het hakenkruis en de hamer en sikkel’. Zie hier de grote gedachte…”. Daarbij moet wel worden aangetekend dat het officiële nazisme weinig ophad met het curieuze SS-sektarisme waaraan bijvoorbeeld Rudolf Hess verslingerd raakte. Hierin is een parallel te trekken met de manier waarop Poetin zich distantieert van Doegin. Wellicht laten bepaalde figuren binnen het Russische machtsapparaat Doegin discreet zijn gang gaan om vanaf een zekere afstand te zien of dat voor hen iets bruikbaars oplevert.

 

Eindstrijd

Het enge is dat Doegin eschatologisch denkt, dat wil zeggen in termen van ‘Endlösing’. Zijn ‘priesters van de vernietiging’ moeten een eind maken aan het ‘probleem van het kwaad’: “… Voor zover het aan hem ligt is dat dan ook het perspectief waarin de Russen heden met de Oekraīners afrekenen…”. Het gaat om een ‘metafysische oorlog’ die deel uit maakt van de grote strijd tussen Rusland en Amerika, de machten die in de huidige wereld de Traditie en de Moderniteit vertegenwoordigen. Is er sprake van een of andere ‘sacrale orde’ dan is er van de weeromstuit ook sprake van een ‘satanische orde’. Misschien slaagt Rusland er in ‘een nieuw begin’ te laten ontstaan. Doegin lijkt in zijn eentje de magiër te zijn, de grote werelddirigent, die bij machte is dat ‘andere begin’ op onze planeet te forceren. Hij heeft het over zijn ‘Vierde Politieke Theorie’, na het liberalisme, communisme en fascisme. Zijn grootste vijand is het liberalisme dat draait om het individu dat van zijn voetstuk moet. Het communisme herleidt alles tot materialisme. De fout van het nationaal-socialisme (dat hij gelijk stelt aan fascisme) was het racisme. Maar Doegin vervangt de Jood anders wel door Amerika. Doegin baseert zich op de filosofie van Heidegger in die zin, dat waar Heidegger het individu voor ogen heeft, Doegin daar de samenleving voor in de plaats stelt. Volgens Heidegger voorkom je echter niet het in een kringetje rond jezelf draaien door ‘op te gaan in het volk’, maar door ‘God te vinden’. Je vindt de verborgen God door als 'eenling zwijgzaam naar Hem op zoek te gaan'. In het christendom is het aan God wanneer Hij terugkomt. Doegin forceert zélf de eindstrijd. De mens die zich het verlengstuk van God waant, voltrekt zélf het goddelijke oordeel. Het zijn de ‘krijgers’ die bereid zijn de confrontatie met de dood aan te gaan in een laatste ‘eschatologische strijd’ tegen de ‘duivelse wereld’.

 

Heilige geografie

Doegins streven is van de unipolaire wereld onder hegemonie van Amerika (zie "Het einde van de geschiedenis" van Francis Fukuyama) een multipolaire wereld onder leiderschap van Rusland te maken. Hij neemt het lijstje van beschavingen met ‘heilige wortels’ over uit “The Clash of Civilizations” (1996) van Samuel Huntington: westers, orthodox (Euraziatisch), islamitisch, Chinees, hindoe, Japans, Latijns-Amerikaans, Afrikaans of boeddhistisch. Je hebt landmensen en zeemensen, evenals bergen-, steppe-, bos-, en toendramensen. Zie ook het ‘archaīsche gebied’ van de ijsbergen waar de Eskimo-sjamaan woont, die bij uitstek ‘op de drempel naar een andere wereld’ verkeert. Het probleem met Amerika is dat het helemaal geen wortels hééft (zie mijn vorige blog). Een andere indeling is die naar de vier windstreken: “… Het Oosten is hier het land van de geest, het paradijselijke land, het land van overvloed, het land dat een thuis vertegenwoordigt. Daartegenover is het Westen het land van de dood, het land zonder leven, het rijk van de ballingschap en van de verworpenen, het land van de degeneratie en de verborgenheid – kortom, het anti-oosten…”. Het contrast herhaalt zich tussen het Noorden, de oorsprong van alle menselijke beschaving waar de ariërs vandaan komen, en het Zuiden. Doegin pleit voor een terugkeer naar deze heilige geografie. Het hele systeem moet omvergeworpen worden via de propaganda van een virtuele guerrillaoorlog. Daartoe zet Doegin overal netwerken op die zich bezighouden met ondermijning. Daarna zullen de ineenstorting en overname vanzelf volgen. Zowel Rechts als Links kan zich bij hem aansluiten volgens het adagium ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’. Kal waarschuwt voor de misleiding die achter Doegins tactiek zit: er is een ‘voor de revolutie’ en een ‘na de revolutie’.  Eerst is er een destructieve ‘linkse’ episode, daarna een herstelperiode waarin Doegin een uiterst ‘rechtse’, traditionele, patriarchale en autoritaire samenleving voor ogen heeft. Links wordt er ingeluisd, volgens Kal. Zie het hedendaagse neomarxisme dat geen enkel probleem heeft met het fanatieke islamisme, zou ik zeggen. Zie Iran dat in 1979 heeft meegemaakt hoe een emancipatoire revolutie onverhoeds overging in een conservatieve revolutie. Rusland is niet voor niets vriendjes met Iran.

 

Miskende profeet

Poetin beoogt de ‘denazificatie’ van Oekraïne. Hoe verklaart Doegin het feit dat het ‘liberale’ Westen dat ‘nazisme’ steunt? Wel, het ‘nazisme’ wordt Oekraïne toegestaan op voorwaarde dat dit land blijk zal geven van ‘russofobie’. Als een miskende maar bezeten profeet verwijt Doegin Poetin dat hij bewust heeft verzuimd de inerte Russen door middel van een wervende mythe dan wel een goed verhaal te mobiliseren voor wat hij aan het doen is. ‘Racisme’ is niet Doegins idee, ‘genocide’ is wel zijn idee: “… Wil Rusland de titanische machten van de Aarde verslaan, dan moet het de representant van de Hemel zijn…”. Hij roept op tot een rücksichtslose kruistocht tegen de machten van de chaos in het Westen: “… Als onze tegenstanders doorgaan en succes hebben, dan brengen ze voor de mensheid een nucleaire winter dichterbij…”. Waarom staat het Kremlin Doegins in het openbaar uitgesproken ‘messianisme’ toe? Heeft Poetin Doegins extremisme nodig om de eigen matigheid te kunnen profileren? Inmiddels ziet Doegin Trump als een bondgenoot in zijn strijd tegen het Westen. “… Ik ben geïnteresseerd in Trump en Trumpisme…”, zei hij tegen The Wall Street Journal. In zijn nieuwste boek. “The Trump Revolution” stelt hij dat Trump de VS uit de wereldpolitiek wil trekken, wat Rusland ruimte geeft om zijn invloedssfeer te herstellen (BNR 14.04.25).

 

Uitgave: Prometheus – 2023, 252 blz., ISBN 978 904 465 241 3, € 20,-

Momenteel uitverkocht

maandag 2 februari 2026

De nieuwe Romeinen – Gerhard F. Mehrtens

 


Subtitel: Een cultuurfilosofische verkenning

 

De rooms-katholieke denker Robert Lemm gelooft niet in het letterlijke eindtijd-denken zoals gebruikelijk binnen de evangelische beweging: “… Men leeft sinds Christus in de eindtijd, en zo is het mogelijk de Jongste Dag op te vatten als een persoonlijke gebeurtenis voor ieder die sterft…” (zie mijn blog over “Desengaño”). Zo sta ik er zelf ook in. Maar ik laat mij natuurlijk graag verrassen. Wat weten wij nu helemaal? Volgens de rabbi’s zijn er vier wijzen van Bijbeluitleg: “… p’sjat (betreft de directe, letterlijk-historische betekenis van de tekst), remez (betreft de diepere – symbolische of metaforische – betekenis), d’rasj (betreft de typologische en allegorische betekenis; vgl. het woord ‘midrasj’) en sod (betreft de esoterisch-mystieke betekenis) …”. Zie “Israël en de hiel van Ezau” van theoloog/filosoof Willem Ouweneel, die wél gelooft in de feitelijke betekenis van de Bijbel. Zijn hele leven is hij al bezig met het bestuderen van de profetieën rond de ‘wederkomst van Christus’. In een fascinerende lezing haalde hij het boek “De nieuwe Romeinen” (1987) van Gerhard Mehrtens aan, dat ik nog ergens op de kop kon tikken.

 

Een verhaal

In vrijwel elke religie komt ‘de eindtijd’ aan bod. Zie onder andere mijn blog over “Ragnarök” van A.S. Byatt. Ik vind dat een spannend gegeven. Het thema heeft mensen altijd geweldig getriggerd. Al helemaal in moeilijke tijden. Neem bijvoorbeeld de ‘Doomsday Clock’ die door wetenschappers onlangs naar 85 seconden tot onze ondergang is gezet. Zie ook mijn bespreking van “Apocalyps in de kunst” onder redactie van Marcel Barnard en Wessel Stoker. Of het gedicht “Le jugement du Roy de Navarre” van de veertiende-eeuwse dichter Guillaume de Machaut, waarmee René Girard zijn boek “De zondebok” inzet. Enfin, in het Bijbelboek Daniël worden vier koninkrijken beschreven die aan de ‘wederkomst’ voorafgaan. Het verhaal gaat over de profeet Daniël die een droom van koning Nebukadnezar uitlegt, waarin een ontzagwekkend standbeeld voorkomt met een hoofd van goud, een borst van zilver, een buik van brons, benen van ijzer en voeten van ijzer en leem. Elk deel vertegenwoordigt een wereldrijk dat in de geschiedenis aan de macht komt. Het gouden hoofd zou voor Nebukadnezar en zijn Babylonische rijk staan. De zilveren borst voor het Medo-Perzische rijk (zie de koningen Kores, Darius en Arthasastha). De bronzen buik voor het Grieks-Macedonische rijk (zie Alexander de Grote). En de ijzeren benen, eindigend in lemen en ijzeren voeten, voor het Romeinse rijk. Daarna komt er een steen die het hele beeld omver kegelt, waarna het koninkrijk van de Messias baan breekt. Een en ander linkt met de vier beesten uit Daniël 7. Dan heb je natuurlijk wél een ‘verhaal’ – zie Lena Bril in mijn vorige blog.

 

Het vierde Rome

Na de ondergang van het West-Romeinse rijk in 476 werd deze interpretatie uiteraard moeilijk. Sommige geleerden kwamen echter tot de conclusie dat de macht van Rome zich ondergronds heeft voortgezet in het Byzantijnse rijk, en vervolgens via Karel de Grote overging op het Heilige Roomse Rijk van de Duitse natie, waar de paus een groot stempel opdrukte. Istanbul/Constantinopel wordt dan ook wel het ‘tweede Rome’ genoemd. De Russen spraken in het verleden zelfs van Moskou als het 'derde Rome': de Byzantijnen waren immers 'orthodox' (Poetin lijkt daar nog steeds in te geloven)! De speculaties van Willem Ouweneel nemen een alternatieve afslag: het nieuwe Romeinse rijk komt volgens hem boven water in de Verenigde Staten! Het huidige Amerika wordt immers grotendeels bevolkt door afstammelingen van westerse immigranten. Zie Openbaring 13:3 waarin staat dat het ‘beest met zeven koppen’ (symbolisch getal voor de Europese Unie), overeenkomend met het Romeinse Rijk, zich na een dodelijke wond weer opricht. In “Mozes, Messias, Mohammed en het einde der tijden” schrijft Ouweneel over de obsessie die Donald Trump, Elon Musk en Mark Zuckenberg aan de dag leggen voor de oude Romeinen: “… Dit is allemaal nog opmerkelijker geworden doordat de nieuwe bisschop van ‘Rome’ een… ‘Amerikaan’ is: Robert F. Prevost, de nieuwe paus Leo XIV…”. Is Washington het ‘nieuwe Rome’? Ouweneel, die een buitengewone aversie heeft tegen Donald Trump, mijmert zelfs openlijk over de vraag of Trump misschien de voorspelde ‘antichrist’ is. Dat is toch fascinerend? De Keltische naam 'Donald' betekent ook nog eens ‘wereldheerser’. Donald I (†862) was de eerste christenkoning van de Schotten. Vladimir, de Slavische voornaam van Poetin, betekent trouwens precies hetzelfde. Vladimir I de Heilige  (†1015) was de eerste christenkoning van de Russen.

 

Supermachten

Het wordt allemaal nóg gekker als Ouweneel aan komt zetten met een boek van een Duitser uit 1987, “De nieuwe Romeinen”, waarin de antieke Romeinse wereld wordt vergeleken met de moderne Verenigde Staten: alsof alles zich in een gigantisch retro-perspectief herhaalt (zie Prediker 1:9). Je wrijft je ogen uit. Mehrtens wijst op de talloze overeenkomsten tussen de beide ‘supermachten’. “… Aan het einde van de tweede eeuw bereikte het Romeinse Rijk het hoogtepunt van zijn omvang en glorie. In de loop van een duizendjarig bestaan had het kans gezien de uiteenlopende volken en beschavingen rond de ingetogen spiegel van de Middellandse Zee te rangschikken tot een nieuwe, geordende wereld, die zich uitstrekte van de Perzische Golf tot aan Schotland, van de Atlantische Oceaan tot aan de Kaspische Zee en van diep in Noord-Afrika tot ver in de Balkan…”. Zelden spreekt een geschiedenis zo tot de verbeelding als de stichting van Rome. “… Of het nu over Romulus en Remus gaat, de bijna mystieke tweeling die door de wolvin werd gezoogd, over de ganzen van het Capitool of over de Sabijnse maagdenroof, het blijven verhalen die de mensen steeds weer boeien en die telkens opnieuw zijn herschreven…”.

 

Sublieme informatiecultuur

Bijna alles hebben de jonge Romeinen geleerd van de hen voorgaande ‘verstarde’ Etrusken (zie onze door overmatige bureaucratie in de klem geraakte samenleving), die zij langzaam begonnen te overvleugelen: huizenbouw, bodemverbetering, irrigatiemethoden, voedselveredeling, medische zorg, het omgaan met zware industrie. Volgens Mehrtens wisten de Romeinen de macht naar zich toe te trekken door hun sublieme ‘informatiecultuur’ (zie wat Giuliano da Empoli in “Het uur van de wolven” schrijft over de tech tyconen van nu). Vier factoren waren daarbij van wezenlijk belang: het alfabet, de wet, de weg en de vrijheid van godsdienst. De Romeinen maakten van de wereld een dorp. Het Latijn werd binnen no time de wereldtaal, zoals het Engels nu. Na een overwinning brachten de Romeinen met veel eerbied en groot ceremonieel de godenbeelden van de verslagen volkeren naar hun hoofdstad, om ze daar in tempels te vereren, waardoor Rome het godsdienstige middelpunt van de verliezers werd: zo kweek je eenwording. Onze rechtsorde is nog steeds gebaseerd op de Romeinse wet. Over de democratie: “… De tijdslimiet van 1 jaar voor de regeerperioden van de consuls en het feit dat er steeds twee tegelijk aan het bewind waren, geeft wel aan hoe zorgvuldig men met die macht omging. Het kon echter niet uitblijven dat met de groei van het rijk de macht van zijn heersers – zoals zo vaak in zulke situaties – corrumpeerde…”. Zie Trump. Over Rome’s flexibele innovatieve vermogens: “… Koning Pyrrhus uit Macedonië, aanvankelijk uitgenodigd door Tarentum, een welvarende Griekse kolonie in Zuid-Italië (ook wel genoemd Groot Griekenland), bracht de Romeinen zware nederlagen toe, niet in het minst door het gebruik van strijdolifanten, de eerste tanks op de slagvelden van Europa. Maar de Romeinen vonden spoedig een antwoord in het gebruik van brandende pijlen (‘bazooka’s), die de dieren in paniek rechtsomkeert deden maken, waarna ze de eigen linie’s vertrapten…”. Rome werd het middelpuntvliedende centrum van kaarsrechte, 80.000 tot 300.000 kilometer, perfect bestrate en van afwateringssystemen, overnachtingsplaatsen en bewegwijzering voorziene ‘heirbanen’. Zonder grensbelemmeringen of douanes vormden zij de communicatiebanen van de wereld, waardoor Julius Caesar in acht dagen van Rome naar Genève kon racen om de Gallische oorlog uit te vechten. Een en ander bracht een gigantische vergroting en versnelling van het maatschappelijk gebeuren teweeg: zie het world wide web van nu. Overal werd de Romeinse superioriteit aanvaard en overgenomen: zie de Romeinse zuilengangen, thermen, aquaducten, reliëfs en mozaïeken. Heb je eenmaal een Romeinse stad gezien, dan heb je ze allemaal gezien.

 

Godsdienstvrijheid

Helaas, na de middeleeuwen trokken de renaissancestaatjes in Italië weer onophoudelijk tegen elkaar ten strijde alsof de Pax Romana nooit had bestaan. Iets van de oude eenheid bleef evenwel overeind in de rooms-katholieke kerk. Zie de pausbeelden in de St.-Pieter: “… Opnieuw de absolute macht van 'vergoddelijkte keizers', uitgedrukt in watervallen van brons en marmer en voorzien van alle Etruskisch/Romeinse attributen zoals toga’s, purperen gewaden, wierookvaten, kromstaven en mijters. Daar werd de opperherder weer Pontifex Maximus…”. De Romeinse vrijheid van godsdienst was echter ver te zoeken. Zie de Tachtigjarige Oorlog waarin complete steden werden uitgemoord. Zie de inquisitie die door middel van brandstapels en folteringen andersdenkenden tot ‘betere’ inzichten probeerde te brengen. Zie de heksenprocessen die als stormen over Europa raasden. Zelfs Romekenner Edward Gibbon moest in de tweede helft van de 18de eeuw nog de universiteit van Oxford verlaten omdat hij zich tot het protestantisme bekeerde. In de 16e eeuw diende zich een nieuwe grote kans aan om ‘imperia’ te stichten: het koloniale tijdperk begon. Maar met name de kolonisatie van Afrika en Amerika ging gepaard met uitbuiting en moordpartijen op een schaal waar Rome zich voor gegeneerd zou hebben: “… Deskundigen schatten dat van de 25 miljoen Indianen in Zuid- en Centraal-Amerika, slechts vijf miljoen de ‘kerstening’ door Spanje en Portugal overleefden…”. De godsdienstvrijheid in ons land leidde ertoe dat een stad soms wel zeventig kerkgenootschappen binnen de muren had: “… Ieder meende en verkondigde het enige ware te zijn en trachtte zijn gelijk tot in alle maatschappelijke situaties door te drukken…”.

 

Dromen over een Europees imperium

Rome bleef lokken. Na de Franse revolutie had een serieuze heerser een Europees rijk naar Romeins model voor ogen: Napoleon Bonaparte. Daarna kwam de Eerste Wereldoorlog. Het leek wel of de dood de afgod van Europa werd. Alles wat de Romeinse overwinningen succesvol maakte, het verstrekken van gelden voor de wederopbouw, het aanmoedigen van handelscontacten en het medezeggenschap door stemrecht, ontbrak aan het Verdrag van Versailles waarin de Duitse overgave werd vastgelegd. De gevolgen bleven niet uit. Adolf Hitler kwam op en besloot, naar Romeins voorbeeld, zijn duizendjarig rijk te stichten. Bedremmeld staarde Europa in 1945 naar de grond. De orgiën van geweld en verwoesting bleken van een afmeting, waarbij de Romeinse veldslagen en vervolgingen kinderspelletjes waren. Een en ander kostte ongeveer vijfenzestig miljoen mensenlevens.

 

Haantje de voorste

Het verband tussen Amerikanen en Romeinen is onder andere af te lezen aan Amerika’s bewust grootschalig gebruik maken van moderne techniek, zoals elektriciteit. Ze exploreerden de telecommunicatie. Evenzo ging het kleine, jonge Rome er indertijd vandoor met de belangrijkste uitvindingen van zijn tijd. De grootste overeenkomst ligt in hun dynamiek, versnelling en optimisme. De slogan van de Verenigde Staten luidt: ‘Why not’, gevolgd door het wat drogere ‘So what’. De massamedia nivelleerde en democratiseerde de onderlinge machtsverschillen: de Amerikanen werden elkaars ‘brothers’. Zoals Rome zichzelf bevrijdde door de Etruskische koning weg te jagen, zo bevrijdde de Verenigde Staten zich van Engeland en Europa door de ‘Declaration of Independence’ uit te vaardigen. Aanvankelijk waren Rome en de Verenigde Staten nuchtere en sobere boerenculturen, die allebei dachten anders en beter te zijn dan de rest van de wereld. Door nieuwe technologieën groeiden in beide beschavingen de boerenhoeven uit tot supergrote agrarische ondernemingen (zie glamour-farmers als de Ewings in de televisieserie ‘Dallas’ uit Mehrtens tijd), die ontaardden in de hedendaagse bio-industrie: “… Reeds in het oude Rome werden varkens gefokt die te zwaar waren om te kunnen lopen…”. Toen men op land niet meer verder kon, ging men de lucht in. Wolkenkrabbers. Straaljagers. Satellieten. Het Capitool in Washington (nergens is zoveel Romeinse architectuur te zien) is een kopie van het Capitool in Rome: een Jupitertempel, waarvan men tijdens de bouw op een stenen mannenhoofd (Latijn: caput) was gestuit. De in allerijl geraadpleegde priesters verklaarden dit vreemde voorteken als dat Rome de ‘hoofd’stad van de wereld zou worden. Natuurlijk kenden de politici in Washington deze legende.

 

Giga

Rome vond het beton uit, waardoor er gebouwd kon worden op giga-schaal: “… Doorgangen, bedoeld voor mensen niet groter dan u en ik, bereiken gemakkelijk hoogten van zes meter of meer…”. Wie oog in oog staat met de bijna 14 meter hoge roodgranieten zuilen van de thermen van Diocletianus, realiseert zich pas over wat voor enorme geavanceerde mogelijkheden de Romeinen beschikten (ze steken overigens ook nog eens twee meter in de grond). Alles getuigt van euforische overdaad: zie de tempels in Baälbek en Palmyra, de thermen in het huidige Bath (Engeland), de Porta Nigra in Trier, het amfitheater van El Djem (Tunesië), de ruïnes van Djemila (Algerije), de bogen van St. Rémy de Provence en Arles (Frankrijk), de aquaducten van Segovia (Spanje). In Amerika herhaalde zich dezelfde prestigedrang. De architect van het Empire State Building in New York moest dan ook de ware hoogte geheimhouden om te voorkomen dat de eigenaar van het concurrerende Chrysler Building met de eer van het hoogste gebouw ging strijken. Een wonderlijke overeenkomst is ook de voorliefde voor baden. Onder Constantijn de Grote had Rome 11 enorme thermen en 850 privé badinrichtingen. In de tijd van Lodewijk XIV moesten er in Frankrijk nog parfums aan te pas komen om de ergste lichaamsgeuren te verdrijven. In Amerika borrelt en bruist het vanwege een ware badcultus: whirlpools, jacuzzibaden, superzwembaden met torenhoge glijbanen. Talloze marmeren en bronzen portretten van Romeinse hoogwaardigheidsbekleders dienden als informatieoverdracht. Evenals de vele munten. Mehrtens vergelijkt een en ander met de Amerikaanse sterrencultus. De Romeinse triomfzuilen met in spiraalvorm gebeeldhouwde verhalen doen denken aan Amerikaanse strips. De Romeinen kenden het fenomeen van het mecenaat, de schatrijke beschermer van de kunsten. Zie heden ten dage het Getty en het Guggenheim. Mehrtens wijst op het abstract expressionisme met zijn actionpainting en colourfieldpainting, zie het werk van Rothko en Barnett Newman, dat de toeschouwer tracht te omhullen, voor zover dat in het platte vlak mogelijk is. De overtreffende trap zijn de exposities in het Stedelijk Museum van Amsterdam, waar Sol Lewitt in 1984 en Keith Haring in 1986 hun werk uitbreidden over de wanden en plafonds, wat culmineerde in de landschapskunst van Christo, Calder, Oppenheim en De Maria. Dan ben je weer terug bij de alle vlakken van een ruimte vullende schilder- en mozaïekkunst van de Romeinen. De Amerikaanse pop-art zorgde pas echt voor een mondiale verspreiding.

 

Go man!

Uit de unieke Amerikaanse muziekvorm, de jazz, evolueerde alle popmuziek. Weer die stimulatie richting ‘vebroedering’ in het mee-improviseren. Het uitgelaten ritme illustreert de beweeglijke kracht en de optimistische toon. Toen het geloof in de hemel wat begon te tanen, werd het lokkend perspectief van een betere wereld overgenomen door de reclame, een verleidelijke dochter van Amerikaanse verkoopmethodes. Zie het reclamefilmpje van Doublemint, waarin een trouwhartige, frisse, open, jonge yank zijn kauwgum, onbelast door tradities, veelzeggend presenteert als ‘herkauwer van het niets’. “… Ongetwijfeld een vorm die nagevolgd zal worden…”, schrijft Mehrtens ook nog. Zie ook de Amerikaanse televisie-series uit de jaren tachtig vol opgewekte, goedgeklede mensen die energiek hun problemen overwinnen. De intriges vertonen simpele zwart-witpatronen van de goeden versus de slechten. In een maatschappij die barst van de gebroken huwelijken spelen de series voornamelijk af in ‘gezellige’ gezinnen. Onophoudelijk wordt er geappelleerd aan ‘mooier, groter, beter’. “… Wat een contrast met de beelden uit een somber tijdperk, zoals wij die bijvoorbeeld voorgeschoteld kregen in Emile Zola’s serie ‘Het geslacht Rougan-Macquart’. Daar spoedde eenieder zich onherroepelijk de goot in…”. De eenvoudige plots in Romeinse toneelstukken werden ook uitgebeeld door ‘good guys’ en ‘bad guys’ die herkenbaar waren aan hun expressief beschilderde maskers. De vermaakindustrie in het oude Rome was eveneens ongeëvenaard. Het Colosseum, Marcellustheater en Circus Maximus liggen slechts enkele minuten lopen van elkaar, waar ooit elke zomeravond 300 000 zitplaatsen beschikbaar waren. Tel daar ook nog eens de vele kleine theaters en cabarets bij op! En dat in een stad van ongeveer een miljoen mensen. De theaters, vergelijkbaar met de hedendaagse film- en televisie-industrie, zorgden niet alleen voor massa-entertainment, maar waren ook communicatiepunten waar iedereen elkaar kon ontmoeten. Cola, hamburgers, spijkerbroeken, televisieseries, computerspelletjes, open-hartoperaties, vliegtoerisme, de pil en popmuziek: wat komt er eigenlijk niét uit de VS. Amerika vestigde haar hegemonie zonder een schot te lossen.  

 

Het leger

De triomf van het Romeinse leger had vooral te maken met de vorm van ‘ontwikkelingssamenwerking’ die ze de overwonnen volken bood, in tegenstelling tot de ordinaire plundertochten gebruikelijk in barbaarse streken. Zie koning Leopold II van België die in ‘zijn’ Congo inlanders die niet de vereiste hoeveelheid ivoor of rubber leverden, eenvoudig een hand of voet afhakte, als ze al niet werden doodgeschoten. Het Romeinse leger had zo’n reputatie van onoverwinnelijkheid dat het meestal uit niet meer dan 300.000 soldaten bestond, die voornamelijk aan de grenzen waren gestationeerd: “… het leger had haar offensieve karakter goeddeels kunnen inruilen voor een vermanende aanwezigheid…”. Het werkte preventief en was gebaseerd op imponeergedrag, wat Mehrtens linkt aan het tegenwoordige kernwapenarsenaal. Het is vooral bedoeld ter afschrikking. Gebruik is geen optie: dat zou de ondergang van de wereld betekenen. Een waarschuwend fragment wat anno nu echt wel weer gewikt en gewogen mag worden: “… Intussen leert de geschiedenis van Rome hoe noodzakelijk het is militaire uitgaven binnen de perken van het redelijke te houden. Ook daar begon het leger vanaf een bepaald moment als zelfstandige macht een eigen leven te leiden en benoemde het soms zelf de staatshoofden. Onder keizer Diocletianus, in de late keizertijd, leidden de hoge defensielasten tot grote problemen. Zij veroorzaakten niet alleen spanningen onder de bondgenoten, maar waren zelfs de oorzaak van opstanden in het centrum van het rijk…”. Zie tevens het bericht over rechts-extremisme in het leger.

 

Amerikaanse superioriteit

Ondertussen ligt de toonaangevende beurs in New York en is Europa afgegleden naar een kolonie van Amerika, aldus Mehrtens. Nu Europa anno 2026 van het beleid van Trump af wil, is het maar de vraag of ze wel zonder de VS kan. De nieuwe Romeinen wisten geweldloos hun invloed uit te breiden via een ware informatierevolutie. Het Sovjetbewind, vastgepind aan marxistische dogma’s en vastgeklonken binnen zelf aangebracht schrikdraad, het ijzeren gordijn, isoleerde zich juist van de wereld: “… Binnenslands had men nauwelijks de vrijheid om te schilderen, te musiceren of te schrijven zoals men wilde, laat staan dat er sporen van zichtbaar konden worden buiten de grenzen van de Sovjetunie…”. Evenals vroeger de cultuurverspreiding vanuit Romeinse militaire nederzettingen begon, veramerikaniseerde de wereld overal waar Amerikaanse bases gevestigd waren. De wapenwedloop werd geboren, wat gezien kan worden als een spelletje blufpoker. De nieuwe Romeinen wisten de Russische beer te temmen via hun graanverkopen. Het starre stalinisme bleek niet opgewassen tegen de grotere souplesse van het vrije westen. Het Amerikaanse volk is gegroeid uit een smeltkroes van landverhuizers, avonturiers en goudzoekers: “… Mensen zonder zitvlees kortom, die bereid waren een gokje te wagen om hun materiële positie te verbeteren…”. In tegenstelling tot de vastgeroeste Sovjets haten de Amerikanen alles wat op stilstand lijkt. Ze  joggen, ze rollerskaten, ze tapdansen over het podium, in bioscopen rossen cowboys door de straten, politiewagens rijden als bezeten met gillende sirenes alles aan flarden. Alles raast en flitst. 

 

‘Why should we’-culturen

Volgens Mehrtens hadden de Romeinen hun succes voor een groot deel te danken aan het op hun retour zijn van de oude culturen waarvan ze zich meester maakten. De Etrusken, Grieken en Carthagers waren vermoeide ‘why should we’ mensen geworden. Hij wijst erop hoe het geloof in een ‘eindtijd’ bijzonder verlammend op de Etrusken inwerkte (zie de hedendaagse trends). Waarom je nog druk maken als de ondergang aanstaande is? Het gevreesde Carthago kruisigde generaals die een strijd verloren hadden. Graven van geofferde kinderen getuigen van achterlijke inzichten. Evenzo de Kelten en Germanen waar mensenoffers door ophanging, wurging of verbranding tot de geaccepteerde religieuze praktijk behoorde. Bij de Germanen plachten inhumane priesteressen de toekomst te voorspellen uit de ingewanden van nog levende gevangenen. En toen waren daar de Romeinen met hun vrijheid van godsdienst. Overgelopen soldaten en uitgezogen ondernemers wachtte in Rome een zoveel beter bestaan. Ze kregen burgerrechten en grond om te bebouwen. Slaven liepen er net zo bij als hun meesters. Rome werd het magnetische centrum van een enorme braindrain. Een toevluchtsoord voor dissidenten. Zie de VS. Natuurlijk had Rome zijn ontaarde keizers. Dat zijn ook precies degenen die, zoals altijd, in de herinnering bleven hangen. Het diep religieuze Rome begon christenen bij tijden als staatsvijandig te beschouwen omdat ze het goddelijke karakter van de keizer, die de boel bij elkaar hield, ondermijnden. Het is ook waar dat zonder Rome het christendom zich nooit zo had kunnen verspreiden als het gedaan heeft.

 

Pax Informatica

De geïnformeerde mens zal uitgroeien tot de begrijpende mens aldus Mehrtens, en dan komt alles goed. Hij schrijft dat hij het niet eens is met het pessimistische slot van Barbara Tuchmans fenomenale boek “Mars der Dwaasheid”, waarin ze gedetailleerd de gevolgen van ongecorrigeerde macht en verkeerde informatie in verschillende perioden van de geschiedenis schildert. Tuchman eindigt niet met een hoopvolle oplossing, maar met de sombere vaststelling dat dwaasheid een terugkerend fenomeen is, waarbij het besef van fouten vaak te laat komt. Helaas lijkt Tuchman inmiddels op alle fronten gelijk te krijgen, nu de berichten aanzwellen dat het tot op het bot gepolariseerde Amerika zo’n beetje op het punt van burgeroorlog staat. De Romeinen hadden trouwens ook meermalen te maken met burgeroorlogen.

 

Uitgave: De Haan – 1987, 198 blz., ISBN 978 902 694 233 4

Alleen nog tweedehands verkrijgbaar