Menu

maandag 2 februari 2026

De nieuwe Romeinen – Gerhard F. Mehrtens

 


Subtitel: Een cultuurfilosofische verkenning

 

De rooms-katholieke denker Robert Lemm gelooft niet in het letterlijke eindtijd-denken zoals gebruikelijk binnen de evangelische beweging: “… Men leeft sinds Christus in de eindtijd, en zo is het mogelijk de Jongste Dag op te vatten als een persoonlijke gebeurtenis voor ieder die sterft…” (zie mijn blog over “Desengaño”). Zo sta ik er zelf ook in. Maar ik laat mij natuurlijk graag verrassen. Wat weten wij nu helemaal? Volgens de rabbi’s zijn er vier wijzen van Bijbeluitleg: “… p’sjat (betreft de directe, letterlijk-historische betekenis van de tekst), remez (betreft de diepere – symbolische of metaforische – betekenis), d’rasj (betreft de typologische en allegorische betekenis; vgl. het woord ‘midrasj’) en sod (betreft de esoterisch-mystieke betekenis) …”. Zie “Israël en de hiel van Ezau” van theoloog/filosoof Willem Ouweneel, die wél gelooft in de feitelijke betekenis van de Bijbel. Zijn hele leven is hij al bezig met het bestuderen van de profetieën rond de ‘wederkomst van Christus’. In een fascinerende lezing haalde hij het boek “De nieuwe Romeinen” (1987) van Gerhard Mehrtens aan, dat ik nog ergens op de kop kon tikken.

 

Een verhaal

In vrijwel elke religie komt ‘de eindtijd’ aan bod. Zie onder andere mijn blog over “Ragnarök” van A.S. Byatt. Ik vind dat een spannend gegeven. Het thema heeft mensen altijd geweldig getriggerd. Al helemaal in moeilijke tijden. Neem bijvoorbeeld de ‘Doomsday Clock’ die door wetenschappers onlangs naar 85 seconden tot onze ondergang is gezet. Zie ook mijn bespreking van “Apocalyps in de kunst” onder redactie van Marcel Barnard en Wessel Stoker. Of het gedicht “Le jugement du Roy de Navarre” van de veertiende-eeuwse dichter Guillaume de Machaut, waarmee René Girard zijn boek “De zondebok” inzet. Enfin, in het Bijbelboek Daniël worden vier koninkrijken beschreven die aan de ‘wederkomst’ voorafgaan. Het verhaal gaat over de profeet Daniël die een droom van koning Nebukadnezar uitlegt, waarin een ontzagwekkend standbeeld voorkomt met een hoofd van goud, een borst van zilver, een buik van brons, benen van ijzer en voeten van ijzer en leem. Elk deel staat voor een wereldrijk dat in de geschiedenis aan de macht komt. Het gouden hoofd zou voor Nebukadnezar en zijn Babylonische rijk staan. De zilveren borst voor het Medo-Perzische rijk (zie de koningen Kores, Darius en Arthasastha). De bronzen buik voor het Grieks-Macedonische rijk (zie Alexander de Grote). En de ijzeren benen, eindigend in lemen en ijzeren voeten, voor het Romeinse rijk. Daarna komt er een steen die het hele beeld omver kegelt, waarna het koninkrijk van de Messias baan breekt. Een en ander linkt met de vier beesten uit Daniël 7. Dan heb je natuurlijk wél een ‘verhaal’ – zie Lena Bril in mijn vorige blog.

 

Het vierde Rome

Na de ondergang van het West-Romeinse rijk in 476 werd deze interpretatie uiteraard moeilijk. Sommige geleerden kwamen echter tot de conclusie dat de macht van Rome zich ondergronds heeft voortgezet in het Byzantijnse rijk, en vervolgens via Karel de Grote overging op het Heilige Roomse Rijk van de Duitse natie, waar de paus een grote stempel opdrukte. Istanbul/Constantinopel wordt dan ook wel het ‘tweede Rome’ genoemd. De Russen spraken in het verleden zelfs van Moskou als het ‘derde Rome’ (Poetin lijkt daar nog steeds in te geloven). De speculaties van Willem Ouweneel nemen een andere afslag: het nieuwe Romeinse rijk komt volgens hem boven water in de Verenigde Staten! Het huidige Amerika wordt immers grotendeels bevolkt door afstammelingen van westerse immigranten. Zie Openbaring 13:3 waarin staat dat het ‘beest met zeven koppen’ (symbolisch getal voor de Europese Unie), overeenkomend met het Romeinse Rijk, zich na een dodelijke wond weer opricht. In “Mozes, Messias, Mohammed en het einde der tijden” schrijft Ouweneel over de obsessie die Donald Trump, Elon Musk en Mark Zuckenberg aan de dag leggen voor de oude Romeinen: “… Dit is allemaal nog opmerkelijker geworden doordat de nieuwe bisschop van ‘Rome’ een… ‘Amerikaan’ is: Robert F. Prevost, de nieuwe paus Leo XIV…”. Is Washington het ‘nieuwe Rome’? Ouweneel, die een buitengewone aversie heeft tegen Donald Trump, mijmert zelfs openlijk over de vraag of Trump misschien de voorspelde ‘antichrist’ is. Dat is toch fascinerend? De Keltische naam ‘Donald” betekent ook nog eens ‘wereldheerser’. Donald I (†862) was de eerste christenkoning van de Schotten. Vladimir, de Slavische voornaam van Poetin, betekent trouwens precies hetzelfde. Vladimir I de Heilige  (†1015) was de eerste christenkoning van de Russen.

 

Supermachten

Het wordt allemaal nóg gekker als Ouweneel aan komt zetten met een boek van een Duitser uit 1987, “De nieuwe Romeinen”, waarin de antieke Romeinse wereld wordt vergeleken met de moderne Verenigde Staten: alsof alles zich in een gigantisch retro-perspectief herhaalt (zie Prediker 1:9). Je wrijft je ogen uit. Mehrtens wijst op de talloze overeenkomsten tussen de beide ‘supermachten’. “… Aan het einde van de tweede eeuw bereikte het Romeinse Rijk het hoogtepunt van zijn omvang en glorie. In de loop van een duizendjarig bestaan had het kans gezien de uiteenlopende volken en beschavingen rond de ingetogen spiegel van de Middellandse Zee te rangschikken tot een nieuwe, geordende wereld, die zich uitstrekte van de Perzische Golf tot aan Schotland, van de Atlantische Oceaan tot aan de Kaspische Zee en van diep in Noord-Afrika tot ver in de Balkan…”. Zelden spreekt een geschiedenis zo tot de verbeelding als de stichting van Rome. “… Of het nu over Romulus en Remus gaat, de bijna mystieke tweeling die door de wolvin werd gezoogd, over de ganzen van het Capitool of over de Sabijnse maagdenroof, het blijven verhalen die de mensen steeds weer boeien en die telkens opnieuw zijn herschreven…”.

 

Sublieme informatiecultuur

Bijna alles hebben de jonge Romeinen geleerd van de hen voorgaande ‘verstarde’ Etrusken (zie onze door overmatige bureaucratie in de klem geraakte samenleving), die zij langzaam begonnen te overvleugelen: huizenbouw, bodemverbetering, irrigatiemethoden, voedselveredeling, medische zorg, het omgaan met zware industrie. Volgens Mehrtens wisten de Romeinen de macht naar zich toe te trekken door hun sublieme ‘informatiecultuur’ (zie wat Giuliano da Empoli in “Het uur van de wolven” schrijft over de tech tyconen van nu). Vier factoren waren daarbij van wezenlijk belang: het alfabet, de wet, de weg en de vrijheid van godsdienst. De Romeinen maakten van de wereld een dorp. Het Latijn werd binnen no time de wereldtaal, zoals het Engels nu. Na een overwinning brachten de Romeinen met veel eerbied en groot ceremonieel de godenbeelden van de verslagen volkeren naar hun hoofdstad, om ze daar in tempels te vereren, waardoor Rome het godsdienstige middelpunt van de verliezers werd: zo kweek je eenwording. Onze rechtsorde is nog steeds gebaseerd op de Romeinse wet. Over de democratie: “… De tijdslimiet van 1 jaar voor de regeerperioden van de consuls en het feit dat er steeds twee tegelijk aan het bewind waren, geeft wel aan hoe zorgvuldig men met die macht omging. Het kon echter niet uitblijven dat met de groei van het rijk de macht van zijn heersers – zoals zo vaak in zulke situaties – corrumpeerde…”. Zie Trump. Over Rome’s flexibele innovatieve vermogens: “… Koning Pyrrhus uit Macedonië, aanvankelijk uitgenodigd door Tarentum, een welvarende Griekse kolonie in Zuid-Italië (ook wel genoemd Groot Griekenland), bracht de Romeinen zware nederlagen toe, niet in het minst door het gebruik van strijdolifanten, de eerste tanks op de slagvelden van Europa. Maar de Romeinen vonden spoedig een antwoord in het gebruik van brandende pijlen (‘bazooka’s), die de dieren in paniek rechtsomkeert deden maken, waarna ze de eigen linie’s vertrapten…”. Rome werd het middelpuntvliedende centrum van kaarsrechte, 80.000 tot 300.000 kilometer, perfect bestrate en van afwateringssystemen, overnachtingsplaatsen en bewegwijzering voorziene ‘heirbanen’. Zonder grensbelemmeringen of douanes vormden zij de communicatiebanen van de wereld, waardoor Julius Caesar in acht dagen van Rome naar Genève kon racen om de Gallische oorlog uit te vechten. Een en ander bracht een gigantische vergroting en versnelling van het maatschappelijk gebeuren teweeg: zie het world wide web van nu. Overal werd de Romeinse superioriteit aanvaardt en overgenomen: zie de Romeinse zuilengangen, thermen, aquaducten, reliëfs en mozaïeken. Heb je eenmaal een Romeinse stad gezien, dan heb je ze allemaal gezien.

 

Godsdienstvrijheid

Helaas, na de middeleeuwen trokken de renaissancestaatjes in Italië weer onophoudelijk tegen elkaar ten strijde alsof de Pax Romana nooit had bestaan. Iets van de oude eenheid bleef evenwel overeind in de rooms-katholieke kerk. Zie de pausbeelden in de St.-Pieter: “… Opnieuw de absolute macht van ‘vergoddelijkte keizers, uitgedrukt in watervallen van brons en marmer en voorzien van alle Etruskisch/Romeinse attributen zoals toga’s, purperen gewaden, wierookvaten, kromstaven en mijters. Daar werd de opperherder weer Pontifex Maximus…”. De Romeinse vrijheid van godsdienst was echter ver te zoeken. Zie de Tachtigjarige Oorlog waarin complete steden werden uitgemoord. Zie de inquisitie die door middel van brandstapels en folteringen andersdenkenden tot ‘betere’ inzichten probeerde te brengen. Zie de heksenprocessen die als stormen over Europa raasden. Zelfs Romekenner Edward Gibbon moest in de tweede helft van de 18de eeuw nog de universiteit van Oxford verlaten omdat hij zich tot het protestantisme bekeerde. In de 16e eeuw diende zich een nieuwe grote kans aan om ‘imperia’ te stichten: het koloniale tijdperk begon. Maar met name de kolonisatie van Afrika en Amerika ging gepaard met uitbuiting en moordpartijen op een schaal waar Rome zich voor gegeneerd zou hebben: “… Deskundigen schatten dat van de 25 miljoen Indianen in Zuid- en Centraal-Amerika, slechts vijf miljoen de ‘kerstening’ door Spanje en Portugal overleefden…”. De godsdienstvrijheid in ons land leidde ertoe dat een stad soms wel zeventig kerkgenootschappen binnen de muren had: “… Ieder meende en verkondigde het enige ware te zijn en trachtte zijn gelijk tot in alle maatschappelijke situaties door te drukken…”.

 

Dromen over een Europees imperium

Rome bleef lokken. Na de Franse revolutie had een serieuze heerser een Europees rijk naar Romeins model voor ogen: Napoleon Bonaparte. Daarna kwam de Eerste Wereldoorlog. Het leek wel of de dood de afgod van Europa werd. Alles wat de Romeinse overwinningen succesvol maakte, het verstrekken van gelden voor de wederopbouw, het aanmoedigen van handelscontacten en het medezeggenschap door stemrecht, ontbrak aan het Verdrag van Versailles waarin de Duitse overgave werd vastgelegd. De gevolgen bleven niet uit. Adolf Hitler kwam op en besloot, naar Romeins voorbeeld, zijn duizendjarig rijk te stichten. Bedremmeld staarde Europa in 1945 naar de grond. De orgiën van geweld en verwoesting bleken van een afmeting, waarbij de Romeinse veldslagen en vervolgingen kinderspelletjes waren. Een en ander kostte ongeveer vijfenzestig miljoen mensenlevens.

 

Haantje de voorste

Het verband tussen Amerikanen en Romeinen is onder andere af te lezen aan Amerika’s bewust grootschalig gebruik maken van moderne techniek, zoals elektriciteit. Ze exploreerden de telecommunicatie. Evenzo ging het kleine, jonge Rome er indertijd vandoor met de belangrijkste uitvindingen van zijn tijd. De grootste overeenkomst ligt in hun dynamiek, versnelling en optimisme. De slogan van de Verenigde Staten luidt: ‘Why not’, gevolgd door het wat drogere ‘So what’. De massamedia nivelleerde en democratiseerde de onderlinge machtsverschillen: de Amerikanen werden elkaars ‘brothers’.  Zoals Rome zichzelf bevrijde door de Etruskische koning weg te jagen, zo bevrijde de Verenigde Staten zich van Engeland en Europa door de ‘Declaration of Independence’ uit te vaardigen. Aanvankelijk waren Rome en de Verenigde Staten nuchtere en sobere boerenculturen, die allebei dachten anders en beter te zijn dan de rest van de wereld Door nieuwe technologieën groeiden in beide culturen de boerenbedoeningen uit tot supergrote agrarische ondernemingen (zie glamour-farmers als de Ewings in de televisie ‘Dallas’ uit Mehrtens tijd), die ontaarden in de hedendaagse bio-industrie: “… Reeds in het oude Rome werden varkens gefokt die te zwaar waren om te kunnen lopen…”. Toen men op land niet meer verder kon, ging men de lucht in. Wolkenkrabbers. Straaljagers. Satellieten. Het Capitool in Washington (nergens is zoveel Romeinse architectuur te zien) is een kopie van het Capitool in Rome: een Jupitertempel, waarvan men tijdens de bouw op een stenen mannenhoofd (Latijn: caput) was gestuit. In de allerijl geraadpleegde priesters verklaarden dit vreemde voorteken als dat Rome de ‘hoofd’stad van de wereld zou worden. Natuurlijk kenden de politici in Washington deze legende.

 

Giga

Rome vond het beton uit, waardoor er gebouwd kon worden op giga-schaal: “… Doorgangen, bedoeld voor mensen niet groter dan u en ik, bereiken gemakkelijk hoogten van zes meter of meer…”. Wie oog in oog staat met de bijna 14 meter hoge roodgranieten zuilen van de thermen van Diocletianus, realiseert zich pas over wat voor enorme geavanceerde mogelijkheden de Romeinen beschikten (ze steken overigens ook nog eens twee meter in de grond). Alles getuigt van euforische overdaad: zie de tempels in Baälbek en Palmyra, de thermen in het huidige Bath (Engeland), de Porta Nigra in Trier, het amfitheater van El Djem (Tunesië), de ruïnes van Djemila (Algerije), de bogen van St. Rémy de Provence en Arles (Frankrijk), de aquaducten van Segovia (Spanje). In Amerika herhaalde zich dezelfde prestigedrang. De architect van het Empire State Building in New York moest dan ook de ware hoogte geheimhouden om te voorkomen dat de eigenaar van het concurrerende Chrysler Building met de eer van het hoogste gebouw ging strijken. Een wonderlijke overeenkomst is ook de voorliefde voor baden. Onder Constantijn de Grote had Rome 11 enorme thermen en 850 privé badinrichtingen. In de tijd van Lodewijk XIV moesten er in Frankrijk nog parfums aan te pas komen om de ergste lichaamsgeuren te verdrijven. In Amerika borrelt en bruist het vanwege een ware badcultus: whirlpools, jacuzzibaden, superzwembaden met torenhoge glijbanen. Talloze marmeren en bronzen portretten van Romeinse hoogwaardigheidsbekleders dienden als informatieoverdracht. Evenals de vele munten. Mehrtens vergelijkt een en ander met de Amerikaanse sterrencultus. De Romeinse triomfzuilen met in spiraalvorm gebeeldhouwde verhalen doen denken aan Amerikaanse strips. De Romeinen kende het fenomeen van het mecenaat, de schatrijke beschermer van de kunsten. Zie heden ten dage het Getty en het Guggenheim. Mehrtens wijst op het abstract expressionisme met zijn actionpainting en colourfieldpainting, zie het werk van Rothko en Barnett Newman, dat de toeschouwer tracht te omhullen, voor zover dat in het platte vlak mogelijk is. De overtreffende trap zijn de exposities in het Stedelijk Museum van Amsterdam, waar Sol Lewitt in 1984 en Keith Haring in 1986 hun werk uitbreidden over de wanden en plafonds en culmineerden in de landschapskunst van Christo, Calder, Oppenheim en De Maria. Dan ben je weer terug bij de alle vlakken van een ruimte vullende schilder- en mozaïekkunst van de Romeinen. De Amerikaanse pop-art zorgde pas echt voor een mondiale verspreiding.

 

Go man!

Uit de unieke Amerikaanse muziekvorm, de jazz, evolueerde alle popmuziek. Weer die stimulatie richting ‘vebroedering’ in het mee-improviseren. Het uitgelaten ritme illustreert de beweeglijke kracht en de optimistische toon. Toen het geloof in de hemel wat begon te tanen, werd het lokkend perspectief van een betere wereld overgenomen door de reclame, een verleidelijke dochter van Amerikaanse verkoopmethodes. Zie het reclamefilmpje van Doublemint, waarin een trouwhartige, frisse, open, jonge yank zijn kauwgum, onbelast door tradities, veelzeggend presenteert als ‘herkauwer van het niets’. “… Ongetwijfeld een vorm die nagevolgd zal worden…”, schrijft Mehrtens ook nog. Zie ook de Amerikaanse televisie-series uit de jaren tachtig vol opgewekte, goedgeklede mensen die energiek hun problemen overwinnen. De intriges vertonen simpele zwart-witpatronen van de goeden versus de slechten. In een maatschappij die barst van de gebroken huwelijken spelen de series voornamelijk af in ‘gezellige’ gezinnen. Onophoudelijk wordt er geappelleerd aan ‘mooier, groter, beter’. “… Wat een contrast met de beelden uit een somber tijdperk, zoals wij die bijvoorbeeld voorgeschoteld kregen in Emile Zola’s serie ‘Het geslacht Rougan-Macquart’. Daar spoedde eenieder zich onherroepelijk de goot in…”. De eenvoudige plots in Romeinse toneelstukken werden ook uitgebeeld door ‘good guys’ en ‘bad guys’ die herkenbaar waren aan hun expressief beschilderde maskers. De vermaakindustrie in het oude Rome was eveneens ongeëvenaard. Het Colosseum, Marcellustheater en Circus Maximus liggen slechts enkele minuten lopen van elkaar, waar ooit elke zomeravond 300 000 zitplaatsen beschikbaar waren. Tel daar ook nog eens de vele kleine theaters en cabarets bij op! En dat in een stad van ongeveer een miljoen mensen. De theaters, vergelijkbaar met de hedendaagse film- en televisie-industrie, zorgden niet alleen voor massa-entertainment, maar waren ook communicatiepunten waar iedereen elkaar kon ontmoeten. Cola, hamburgers, spijkerbroeken, televisieseries, computerspelletjes, open-hartoperaties, vliegtoerisme, de pil en popmuziek: wat komt er eigenlijk niét uit de VS. Amerika vestigde haar hegemonie zonder een schot te lossen.  

 

Het leger

Het succes van het Romeinse leger had vooral te maken met de vorm van ‘ontwikkelingssamenwerking’ die ze de overwonnen volken bood, in tegenstelling tot de ordinaire plundertochten gebruikelijk in barbaarse streken. Zie koning Leopold II van België die in ‘zijn’ Congo inlanders die niet de vereiste hoeveelheid ivoor of rubber leverden, eenvoudig een hand of voet afhakte, als ze al niet werden doodgeschoten. Het Romeinse leger had zo’n reputatie van onoverwinnelijkheid dat het meestal uit niet meer dan 300.000 soldaten bestond, die voornamelijk aan de grenzen waren gestationeerd: “… het leger had haar offensieve karakter goeddeels kunnen inruilen voor een vermanende aanwezigheid…”. Het werkte preventief en was gebaseerd op imponeergedrag, wat Mehrtens linkt aan het tegenwoordige kernwapenarsenaal. Het is vooral bedoeld ter afschrikking. Gebruik is geen optie: dat zou de ondergang van de wereld betekenen. Een waarschuwend fragment wat anno nu echt wel weer gewikt en gewogen mag worden: “… Intussen leert de geschiedenis van Rome hoe noodzakelijk het is militaire uitgaven binnen de perken van het redelijke te houden. Ook daar begon het leger vanaf een bepaald moment als zelfstandige macht een eigen leven te leiden en benoemde het soms zelf de staatshoofden. Onder keizer Diocletianus, in de late keizertijd, leidden de hoge defensielasten tot grote problemen. Zij veroorzaakten niet alleen spanningen onder de bondgenoten, maar waren zelfs de oorzaak van opstanden in het centrum van het rijk…”. Zie tevens het bericht over rechts-extremisme in het leger.

 

Amerikaanse superioriteit

Ondertussen ligt de toonaangevende beurs in New York en is Europa afgegleden naar een kolonie van Amerika, aldus Mehrtens. Nu Europa anno 2026 van het beleid van Trump af wil, is het maar de vraag of ze wel zonder de VS kan. De nieuwe Romeinen wisten geweldloos hun invloed uit te breiden via een ware informatierevolutie. Het Sovjetbewind, vastgepind aan marxistische dogma’s en vastgeklonken binnen zelf aangebracht schrikdraad, het ijzeren gordijn, isoleerde zich juist van de wereld: “… Binnenslands had men nauwelijks de vrijheid om te schilderen, te musiceren of te schrijven zoals men wilde, laat staan dat er sporen van zichtbaar konden worden buiten de grenzen van de Sovjetunie…”. Evenals vroeger de cultuurverspreiding vanuit Romeinse militaire nederzettingen begon, veramerikaniseerde de wereld overal waar Amerikaanse bases gevestigd waren. De wapenwedloop werd geboren, wat gezien kan worden als een spelletje blufpoker. De nieuwe Romeinen wisten de Russische beer te temmen via hun graanverkopen. Het starre stalinisme bleek niet opgewassen tegen de grotere souplesse van het vrije westen. Het Amerikaanse volk is gegroeid uit een smeltkroes van landverhuizers, avonturiers en goudzoekers: “… Mensen zonder zitvlees kortom, die bereid waren een gokje te wagen om hun materiële positie te verbeteren…”. In tegenstelling tot de vastgeroeste Sovjets haten de Amerikanen alles wat op stilstand lijkt. Ze  joggen, ze rollerskaten, ze tapdansen over het podium, in bioscopen rossen cowboys door de straten, politiewagens rijden als bezeten met gillende sirenes alles aan flarden. Alles raast en flitst. 

 

‘Why should we’-culturen

Volgens Mehrtens hadden de Romeinen hun succes voor een groot deel te maken aan het op hun retour zijn van de oude culturen waarvan ze zich meester maakten. De Etrusken, Grieken en Carthagers waren vermoeide ‘why should we’ mensen geworden. Hij wijst erop hoe het geloof in een ‘eindtijd’ bijzonder verlammend op de Etrusken inwerkte (zie de hedendaagse trends). Waarom je nog druk maken als de ondergang aanstaande is? Het gevreesde Carthago kruisigde generaals die een strijd verloren hadden. Graven van geofferde kinderen getuigen van achtergebleven inzichten. Evenzo de Kelten en Germanen waar mensenoffers door ophanging, wurging of verbranding tot de geaccepteerde religieuze praktijk behoorde. Bij de Germanen plachten de priesteressen de toekomst te voorspellen uit de ingewanden van nog levende gevangenen. En toen waren daar de Romeinen met hun vrijheid van godsdienst. Overgelopen soldaten en uitgezogen ondernemers wachtte in Rome een zoveel beter bestaan. Ze kregen burgerrechten en grond om te bebouwen. Slaven liepen er net zo bij als hun meesters. Rome werd het magnetische centrum van een enorme braindrain. Een toevluchtsoord voor dissidenten. Zie de VS. Natuurlijk had ook Rome zijn ontaarde keizers. Dat zijn ook precies degenen die, zoals altijd, in de herinnering bleven hangen. Het diep religieuze Rome begon christenen bij tijden als staatsvijandig te beschouwen omdat ze het goddelijke karakter van de keizer, dat de boel bij elkaar hield, ondermijnden. Het is ook waar dat zonder Rome het christendom zich nooit zo had kunnen verspreiden als het gedaan heeft.

 

Pax Informatica

De geïnformeerde mens zal uitgroeien tot de begrijpende mens aldus Mehrtens, en dan komt alles goed. Hij schrijft dat hij het niet eens is met het pessimistische slot van Barbara Tuchmans fenomenale boek “Mars der Dwaasheid”, waarin ze gedetailleerd de gevolgen van ongecorrigeerde macht en verkeerde informatie in verschillende perioden van de geschiedenis schildert. Tuchman eindigt niet met een hoopvolle oplossing, maar met de sombere vaststelling dat dwaasheid een terugkerend fenomeen is, waarbij het besef van fouten vaak te laat komt. Helaas lijkt Tuchman inmiddels op alle fronten gelijk te krijgen, nu de berichten aanzwellen dat het tot op het bot gepolariseerde Amerika zo’n beetje op het punt van burgeroorlog staat. De Romeinen hadden trouwens ook meermalen te maken met burgeroorlogen.

 

Uitgave: De Haan – 1987, 198 blz., ISBN 978 902 694 233 4

Alleen nog tweedehands verkrijgbaar

woensdag 28 januari 2026

In therapie – Lena Bril

 


Subtitel: Een persoonlijke zoektocht naar houvast

 

Wat zegt onze tijd over wat mensen werkelijk bezighoudt? Een blik op populaire boeken, media en cijfers laat een samenleving zien die zoekt naar houvast, kracht en verbondenheid. Therapeutisering, de roep om weerbaarheid en een toenemend wij-zij denken blijken geen losse trends, maar reacties op een dieper ervaren gevoel van verwildering. “In therapie” van journalist en filosoof Lena Bril (1992), dochter van wijlen Martin Bril, zou je bijna als een casestudy kunnen zien bij “Desengaño” van Robert Lemm (zie mijn vorige blog). Ook zij vraagt zich af of mensen in het in rap tempo ontkerkelijkte Nederland wel zonder enige vorm van geloof of een ander ‘collectief verhaal’ kunnen, waarvoor ze elke dag hun bed uit willen komen. De seculiere samenleving heeft veel beloofd, maar weinig blijvende betekenis geboden. Zonder geloof ontbreekt een vaste basis. De moderne mens onderwerpt zich niet meer aan God, maar aan ‘het ideaal-ik’. De religie van deze tijd is ‘streven naar de perfecte versie van jezelf’ – een variant die nooit bestaan heeft en nooit vervolmaakt kan worden. Kern van deze ideologie is ‘zelfverwezenlijking’, dus ‘narcisme’. Lena Bril, zélf al tien jaar af en aan in behandeling bij een ggz-psycholoog en een psychiater, dompelde zich een jaar lang onder in de coaching- en therapiewereld, om er een vlot lopend, niet al te diepgravend en soms boterzacht verhaal over te schrijven. Ze schetst een precair beeld van een land in de mentale problemen dat daar met therapie weer uit hoopt te komen.

 

Metamorfose

Lena begint haar boek met de focus op het fenomeen ‘metamorfose’ naar aanleiding van een bezoek tijdens haar ‘Romereis’ aan een museum, waar ze ooit het meesterwerk ‘Apollo en Daphne’ van beeldhouwer Bernini zag. Het thema ‘metamorfose’ intrigeert mij ook, omdat ik vroeger in de kerk altijd hoorde dat je ‘bekeerd’ moet worden. Je kunt niet blijven zoals je bent. Daphne slaat in de mythe op de vlucht voor Apollo die haar wil overweldigen. “… Hulp van de goden volgde in de vorm van een metamorfose: haar lichaam veranderde in een laurierboom. Een transformatie, om de voortdurende aanval van Apollo te overleven…”. Lena wilde destijds juist dat de tijd stil stond, dat er níets veranderde: haar vader was ernstig ziek. Heel veel mensen die zich niet okay voelen, hebben er daarentegen álles voor over om de wissels om te zetten.

 

De cijfers

“… Nederland staat op plek vijf van de gelukkigste landen ter wereld; alleen Scandinavische landen doen het beter. Nederlandse kinderen zijn zelfs de allergelukkigste, met slechts 6,7 procent ongelukkige kinderen. Nederland is ook ongekend welvarend: slechts drie landen in Europa zijn rijker dan wij, en wereldwijd staat Nederland al jaren in de top tien…”. Hoe kan het dan dat wij er mentaal zo belabberd aan toe zijn? De statistieken zijn ronduit alarmerend. “… Als ik de getallen op een rijtje zet, duizelt het me. In 2023 hebben vier op de tien Nederlanders angst- of depressiegevoelens. Uiteindelijk krijgt bijna de helft van de Nederlanders (48 procent) in de loop van zijn leven één of meerdere psychische stoornissen. De mentale gezondheid lijkt te verslechteren. Het percentage volwassen Nederlanders (18-64 jaar) dat in een jaar met een psychische aandoening te maken heeft, is in de afgelopen jaren fors toegenomen. Was dat tussen 2007 en 2009 nog 1,9 miljoen Nederlanders, twaalf jaar later, in 2022 was dat 3,3 miljoen volwassenen…”. En over de ‘aanbodkant’: “… Momenteel staan er op de wachtlijst voor therapie in de ggz 90.000 namen. Tegelijk is het aantal therapeuten in de reguliere geestelijke gezondheidszorg de afgelopen jaren sterk toegenomen. In 2022 waren er 15.785 GZ-psychologen (9 procent meer dan in 2020), 4462 psychotherapeuten (7 procent meer) en ruim 2000 klinisch psychologen. Ook het aantal psychiaters – bevoegd om medicatie voor te schrijven – stijgt. In 2003 had Nederland maar 2412 psychiaters, vijftien jaar later waren dat er 3712, een toename van 54 procent…”. Ter vergelijking: Nederland telt zo’n 24.000 psychologen en psychiaters tegenover ruim 10.000 tandartsen, zo’n 6000 journalisten en 1,6 miljoen in de zorg werkende mensen. Buiten de ggz bestaat er nog een enorm alternatief therapielandschap. Bij de Kamer van Koophandel staan ruim 15.000 zich ‘therapeut’ noemende ondernemers ingeschreven, plus meer dan 105.000 ‘coaches’ (vrije beroepen). “… Dat zijn er 2,5 keer meer dan tien jaar geleden…”.

 

Raadselachtig

Vier jaar na haar eerste therapiesessie zit Lena opnieuw tegenover een psycholoog: 26 jaar en ‘opgebrand’. Omdat de diagnose ‘burn-out’ niet als officiële stoornis in de DSM is opgenomen, labelen de huisartsen deze vanwege de verzekering meestal als een ‘simpele’ depressieve stoornis of angststoornis, die makkelijk behandelbaar is. Mensen met zware psychische problematiek zijn hiervan de dupe. Zij moeten lang wachten op specialistische hulp die veel minder, en vaak helemaal niet, voorhanden is. Of je nu praattherapie, EMDR of een pilletje gebruikt, het blijkt allemaal weinig uit te maken. Een antidepressiva helpt vaak even goed als een placebo. Draait het allemaal om de relatie die je opbouwt met je therapeut? Gaat het om de aandacht die je krijgt? Is praten over je problemen met iemand die je serieus neemt genoeg? Het is eigenlijk allemaal nog een wetenschappelijk raadsel. De psychiatrie is ook maar een verhaal, aldus Jim van Os, de prominentste criticaster van het huidige ggz-systeem. De moeder van Van Os blijkt tot mijn verrassing een relatie te hebben gehad met psychiater en filosoof Jan Hendrik van den Berg, de man van de ‘metabletica-leer’ (haalde Van Os daar zijn inspiratie vandaan?). Intrigerend genoeg: Robert Lemm en Midas Dekker stellen in mijn vorige blog dat de mens in wezen NIET verandert, wijlen Jan Hendrik van den Berg beweerde juist dat de mens door de geschiedenis heen WEL muteert. Van Os deed onderzoek naar schizofrenie in Marokko, Engeland en Frankrijk. Het bleek dat ieder land weer anders naar deze stoornis keek. In India bestond de aandoening niet eens. Daar vond men dat iemand die zich schizofreen gedroeg in direct contact stond met de goden. Het kan verkeren. In Aziatische landen ervaren mensen depressies niet als een stemmingsprobleem, maar als een lichamelijke kwaal. Misschien kun je een psychiater of psycholoog dan ook het beste zien als een ‘heler’: “… In de oudste verhalen – van ‘Duizend en één nacht’ tot de ‘Ilias’ – speelt praten en gehoord worden een helende rol. De Babyloniërs en Assyriërs gebruikten biechten, exorcisme en mentale beïnvloeding zoals hypnose als vorm van psychotherapie…”. Rituelen geven hoop en richting: “… Therapie, zou je kunnen zeggen, is in essentie raadselachtig, mystiek, doordrenkt van onverklaarbaarheden. En therapie is, zolang mensen psychisch lijden, al onlosmakelijk verbonden met onze capaciteit tot geloven – in een god, of, zoals met het placebo-effect, in de wetenschap…”

 

Harde wetenschap

Psychologie en psychiatrie proberen zich vooral neer te zetten als een ‘harde wetenschap’ (zie Robert Lemm in mijn vorige blog over de vraag of de humaniora wel op de universiteit thuishoren). De psychiaters mochten het brein hebben, de psychologen ontfermden zich over het cognitieve. De psychologie moest zich met observeerbaar gedrag bezighouden, dus niet met gedachten, gevoelens of innerlijke belevingswerelden. Die zijn onmeetbaar en dus onwetenschappelijk. Ondanks de enorme technologische vooruitgang, miljarden aan investeringen in onderzoek en talloze fMRI-scans is er echter nooit een biologische oorsprong van mentale storingen gevonden. In Nederland ligt de focus vooral op hoe je omgaat met de gebeurtenissen in je leven. Op het veranderen van je houding ten opzichte van de dingen. Heel boeddhistisch en stoïcijns dus. Het had tot gevolg dat het managen van haar niet-helpende gedachten nog meer van Lena’s energie opslurpte dan haar werk.

 

Kijken door een ‘stoornisbril’

Ze heeft een onderhoud met Ramon, een life-en loopbaancoach die allerlei collega’s interviewt in zijn podcast, de ‘Podcoach’. Bijzonder populair zijn paardencoaching, burn-outcoaching en therapie met psychedelica. Broddelcoaches worden in de oprukkende coachingsindustrie door de markt vanzelf weggefilterd, volgens hem. Rode draad in zijn branche is dat veel mensen het contact tussen hoofd en hart kwijt zijn. Vandaar de eeuwige mantra ‘hoe het voelt’. Volgens de Canadese neurowetenschapper Lisa Feldman Barrett ervaren wij ‘ruwe sensaties’ die we vaak verkeerd labelen. Prettige en onprettige gevoelens wisselen elkaar af. Het gaat erom ons ‘lichaamsbudget’ op peil te houden. Wanneer ons ‘budget’ in het rood staat, bijvoorbeeld door honger, vermoeidheid of eenzaamheid, kunnen we het aanvullen door eens goed te slapen, gezonde voeding, beweging en fijne sociale contacten. Als we constant verkeerde etiketjes op onze sensaties plakken, belanden we in een eenzijdige interpretatie van de wereld. Wanneer we gevoelens en gedragingen door een ‘stoornisbril’ bekijken, gaat het idee over onszelf werken als een ‘selffulfilling prophecy’. Therapeuten helpen je daarentegen een ‘nieuw verhaal’ over jezelf te maken.

 

Omdenken

Lena gaat met een natuurcoach op pad. Het Japanse ‘bosbad’ blijkt wonderbaarlijk heilzaam: “… recentere onderzoeken laten zien dat zelfs een paar minuten in de natuur al helpt tegen stress, dat een wandeling in de natuur je concentratie bevordert en dat kijken naar de zee je cortisol doet verlagen…”. Martin Seligman, de schrijver van “Authentic Happiness” (2002) is de uitvinder van de ‘positieve psychologie’. Het streven naar plezierige emoties past natuurlijk helemaal in de ‘budget-theorie’ van hierboven. Seligmans optimistische boodschap sluit aan bij wat het christendom allang wist: zonde maakt ongelukkig. Het fenomeen NLP, ‘neurolinguïstisch programmeren’, borduurt taalkundig op het positivisme voort. Je kunt je gedachten en gedrag veranderen door andere ‘woorden’ te gebruiken. In plaats van in ‘problemen’ te denken, voor ‘uitdagingen’ te gaan. Omdenken. Herprogrammeren. Jezelf oppeppen. ‘Tsjakka!’. Het alomtegenwoordige en ongrijpbare fenomeen dat ‘burn-out’ heet, wordt volgens de gepensioneerde burn-out-professor Wilmar Schaufeli nog te veel als een individueel probleem benaderd. Een van de oorzaken is de toegenomen werkdruk, maar de werkgevers blijven buiten schot. Er is geen wet die hen verplicht de werkomstandigheden te veranderen. Aan werkstress kan ook door politieke keuzes paal en perk gesteld worden, bijvoorbeeld via een vierdaagse werkweek of gratis kinderopvang. Bovendien draait onze diensteneconomie om een eenzijdig mensentype: je kunt er alleen maar in meekomen als je de nodige ‘soft skills’ beheerst. De rest valt al gauw buiten de boot. Over de ‘uitbesteding’ van onze emotionele problemen: “… Kil is de gevoelstemperatuur in de ‘geoutsourcete’ wereld die Hochschild beschrijft – een transactionele maatschappij waarin de coach, tegen betaling, de plek heeft ingenomen van de vriend of buur…”. Daar is Lena het niet helemaal mee eens. Haar geliefde was maar wat opgelucht toen ze een professional vond die beter wist wat er met haar aan de hand was dan hij.

 

Rouwarbeid

“… Paardentherapie is populairder dan ooit: waren er in 2014 nog ruim tweehonderd paardencoaches en -therapeuten, in 2024 zijn dat er ruim twaalfhonderd…”. Lena zet haar vraagtekens bij de vergezochte interpretaties van paardengedrag, maar misschien is simpelweg het contact met het dier – en de oxytocine die daarbij vrijkomt – al voldoende, ongeacht de kwaliteit van de coach. Ze heeft een gesprek met rouwdeskundige Manu Keirse (zie ook “De Ongelooflijke Podcast 274” - 09.11.25) die stelt dat wij het rouwen zijn verleerd. “… Toen hij in de jaren vijftig opgroeide in Vlaanderen, werden de kerkklokken geluid als een dorpsgenoot was overleden. De familie sloot de gordijnen, zodat elke voorbijganger wist dat in de woonkamer een gestorven dorpeling lag. De begrafenisondernemer informeerde de bewoners van de straat, de hele buurt liep in de stoet achter de kist aan naar zijn laatste rustplaats. Rouwen deed je, kortom, samen…”. Met de ontkerkelijking en ontzuiling werden ook de meeste rouwrituelen opgedoekt. Vroeger stond men uitgebreid stil bij wat het verlies betekende voor de gemeenschap: “… rouwen kan ook het vertellen van verhalen zijn, herinneringen ophalen, samen voorstellen hoe het zou zijn geweest als de overledene er nog was geweest…”. Inmiddels geloven wij dat rouwen voornamelijk bestaat uit het in je eentje verwerken van negatieve emoties. Dat we onze rouwarbeid voor ons uitschuiven, en daar ooit veel last van gaan krijgen, lijkt Keirse dan ook geen ‘stoornis’, maar een logische reactie op een wereld waarin wij een dag na een uitvaart alweer moeten presteren. Mensen zijn symbolische wezens, hongerig naar betekenis, zeker in geval van rouw. Misschien helpt het dan ook je herinneringen en ervaringen te projecteren op een paard.

 

Turn On, Tune In, Drop Out

Lena maakt een ‘truffelretreat’ mee met een team psychonauten (ervaren psychedelicagebruikers) in een yurt in de bossen op de Utrechtse Heuvelrug. De deelnemers blijken bereid de oceaan over te vliegen om meer dan duizend euro voor een paddoceremonie te betalen. Mensen wier levens zijn gericht op geld en ambitie, maar bij het behalen van prestige en succes geen voldoening voelen. Ze willen ‘het leven ten volste leven’. Zichzelf ‘verkennen’ en ‘optimaliseren’. Misschien kunnen ze via een truffeltrip  ‘een alternatief pad voor zichzelf designen’: “… life is not a problem to be solved, but like music: something to explore…”. Al duizenden jaren gebruiken inheemse volkeren als de Azteken en de Maya’s paddo's om in contact te komen met hun goden en toegang te krijgen tot hogere kennis en spirituele werelden. Paddestoelen noemen ze ‘teonanácatl’: het ‘vlees van de goden’. De ervaring wordt gezien als heilig. Harvard-professor Timothy Leary werd in de jaren zestig het gezicht van de psychedelicarevolutie. Hij geloofde heilig in de therapeutische werking van lsd en psilocybine en werd bekend met de mantra’s ‘Turn On’ (open je geest, met onder andere psychedelica), ‘Tune In’ (vind je eigen waarheid), ‘Drop Out’ (stap uit de verwachtingen van de maatschappij en leef volgens je eigen waarden). Zie ook mijn blog over “De lessen van don Juan” van Carlos Castaneda. Anno nu vindt er een ware ‘psychedelicarenaissance’ plaats. Truffels en paddo’s zouden helpen bij anorexia, langdurige depressie, PTSS en angststoornissen, doordat bepaalde stofjes het aanleggen van nieuwe hersenverbindingen stimuleren. Daardoor worden hardnekkige gedachtepatronen doorbroken. Farmaceutische bedrijven proberen psychedelica inmiddels van hun mystieke imago af te helpen. Een spirituele ervaring brengt je dichter bij ‘het absolute’ of ‘het hogere’. Het verrijkt het menselijke bestaan. Ooit was er een religieuze wereld met voldoende gelegenheid om zo’n betekenisvolle praktijk te beleven: tijdens traditionele rituelen, zoals bidden, mediteren of religieuze dansen. Met de secularisatie heeft deze behoefte zich verplaatst naar moderne rituelen als ijsbaden, langeafstandsrennen, drugsgebruik op festivals, een psychedelicaceremonie. Lena heeft het over ‘vallen in een diepte zonder taal’.  Over ‘een symbiotische, bijna baarmoederlijke staat van zijn’, waarin ze gewoon ‘gelukkig’ is. Over ‘een diep contact met een soort primaire, pure versie van mezelf’. Ze zegt dat ze zich nog nooit zo verbonden heeft gevoeld met de natuur. Filosoof Isolde Charim vertelt in haar boek “Narcisme” dat het voor het eerst in de geschiedenis niet meer gaat om een ‘gedeeld’ ideaal, maar om het creëren van een eigen, uniek, authentiek verhaal. Het gaat om de mate waarin je in de ogen van de samenleving succesvol bent. Dat je ‘gezien wordt’. Dat je ‘bijzonder’ bent. Je hebt het applaus van anderen nodig om te weten dat je ‘succesvol’ bent. Ze heeft het over de ‘antisociale socialiteit’: “… Het narcisme heeft ons dus in een opmerkelijke paradox gemanoeuvreerd: we zijn gedwongen steeds meer met onszelf bezig te zijn, maar zijn ook volledig afhankelijk van de mening van het publiek…”.

 

Familieopstellingen

Mentale problemen zijn bijna altijd relationeel. Dat brengt Lena bij een sessie van Els van Steijn (die helemaal verkeerd uitpakt). Van Steijn werkt met ‘familieopstellingen’. Ze schreef de gigantische bestseller “De Fontein”. Het draait allemaal om ‘je plek’ in het ‘familiesysteem’. Om de ‘familierelaties’ en de ‘intuïtieve ideeën over verschillende rollen in de familie’. In een familiesysteem heerst volgens Steijn een bijna ‘religieuze’ dan wel ‘radioaktieve’ familieziel. Een onzichtbare kracht: het ‘familiegeweten’. Sta je op de verkeerde plek in het familiesysteem dan voel je je leeg. Het is de kunst je eigen, unieke positie in te nemen. Er is geen wetenschappelijke basis voor de methode van familieopstellingen. Maar het werkt wel. Er hangt een zweem van magie omheen. Zie Carlos Castaneda die in "De lessen van don Juan" tijdens zijn eerste sessie met zijn leermeester de hele nacht over de vloer van een veranda kruipt om zijn goede 'sitio' te vinden. Wij zijn kuddedieren. Heeft een en ander te maken met ‘uitzoomen’, met ‘het grote geheel zien’? Het rollenspel voert tot een ‘doorleefde ervaring’. Sommige dingen zijn moeilijk te plaatsen: zoals dat deelnemers aangeven de emoties te voelen van degene die ze representeren. Iemand vertelt dat in haar de exacte woorden opborrelden van een moeder die ze speelde, wat ze onmogelijk kon weten. Wat is de rol van non-verbale communicatie? Lena doet het allemaal denken aan het theater in de Griekse Oudheid. “… De familieopstelling, zou je kunnen zeggen, bestaat in die vorm al millennia: de tragedie. Zoals de Grieken familiedrama’s opvoerden om bij het publiek een emotionele reiniging teweeg te brengen (de zogeheten ‘catharsis’), zo stelt Van Steijn dat zowel de deelnemers als de toeschouwers ‘gezuiverd’ zullen worden. Familieopstellingen zijn misschien wel theater in een nieuw jasje, een ritueel dat gebruikmaakt van verhalen en rolpatronen, bedoeld om gezamenlijk emoties te ervaren. Het is participerend theater – maar dan niet met de belofte om collectief gevoelens te verwerken, maar als oplossing voor burn-outs, verslavingen en andere individuele psychische problemen…”.

 

Gevangen in een te strak korset

Lena komt in een vrouwencirkel van ADHD’ers terecht. Sinds psychiater en hoogleraar Sandra Kooij ADHD als een ‘breinafwijking’ classificeerde, is de diagnose onder vrouwen in bijna twintig jaar verzesvoudigd. Samen met Jacqueline van de Sande schreef ze het boek “Bloedirritant! De onzichtbare strijd van vrouwen met ADHD”. Ondertussen zwelt de kritiek op het label aan. Hoogleraar orthopedagogiek Lara Batsra schrok zich te pletter toen ze in 2005 als psycholoog op een afdeling kinderpsychiatrie begon te werken. Ze trof geen ‘diep gestoorde’ maar ‘vrij normale’ kinderen aan. “… Ze stelde kritische vragen aan haar begeleidende psychiaters: waarom zijn deze kinderen hier? Hebben zij eigenlijk wel psychiatrische stoornissen, of ligt het probleem thuis of op school? Dat soort vragen, zo bleek, waren niet gewenst in de ggz-instelling…”. Er heerste een enorme hiërarchie. Kinderen zijn inderdaad soms een beetje apart of druk, maar volgens haar ligt dat meestal aan ‘een mismatch tussen persoon en omgeving’. Armoede blijkt de beste voorspeller voor een ADHD-diagnose. Het maakt nogal wat uit of een beweeglijk kind in een krap, gehorig appartementje waar je je kont niet kunt keren aan een drukke snelweg opgroeit, of op een woonboerderij aan de rand van het bos. De hardnekkige ‘breinmythe’ blijft in stand omdat het biomedische model de ggz status en een machtspositie verschaft. Alleen de psychiatrie kan de patiënten helpen. Hele disciplines hebben er hun carrière en reputatie op gebouwd. En dan is daar nog Big Pharma: de ADHD-industrie draait een omzet van zo’n 14,3 miljard dollar met een geschatte groei van 3,7 procent in 2030. De ADHD-diagnose lijkt een niet-bestaand concept voor zelfs hele timide vrouwen. Het levert een excuus voor het niet kunnen voldoen aan de hoge eisen die de samenleving oplegt. Iedereen moet zelfredzaam zijn en voortdurend presteren. Vrouwen zitten nog steeds gevangen in een strak korset: “… Er is een groep vrouwen die het al jaren bovenmatig zwaar heeft met de eisen die de samenleving stelt: verzorgende moeder zijn, de planning regelen, functioneren in een kantoortuin, de warme ouder op het schoolplein zijn…”. Even verder: “… Lukt dat niet, dan is dat binnen deze ideologie je eigen schuld. En omdat falen niet langer een optie is, omarmen mensen de enige uitweg waarbij zij niet al te veel gezichtsverlies lijden: een stoornis, een ziekte, een oorzaak ‘buiten zichzelf’…”.  Dat wordt ook nog eens verkocht als een ‘vorm van emancipatie’. In feite is de maatschappelijke norm, hoe we ons horen te gedragen, enorm ‘versmald’. In de jaren vijftig gingen vrouwen tenminste nog de straat op voor hun rechten (zie “De omwenteling” van Suzanna Jansen). “… Wat de actiegroep van vroeger was, is de patiëntenvereniging van nu…”.

 

Verdragen

Lena heeft het over systeemtherapeut Flip Jan van Oenen en zijn boek “Verdragen”, die af wil van de mythe dat ‘hulp helpt’ en het idee dat je je levensproblemen niet zonder begeleiding aankunt. Zelf begint ze zich ook af te vragen of het de coach is waardoor mensen veranderen. Wat beklijft er van de opgedane levenslessen? Heelt de tijd niet alle wonden? De huidige mentale problematiek blijft volledig in het persoonlijke hangen. Terwijl er toch duidelijk verbindingen zijn aan te wijzen richting grote maatschappelijke oorzaken. Het systeem brandt de mensen op, maar geen woord over werkdruk, over de krapte op de woningmarkt, over de hoge kosten van de kinderopvang, over de flexibilisering van arbeid. De ideologie waardoor we geloven dat iedereen de beste versie van zichzelf moet worden (wat volgens Robert Lemm heel begrijpelijk is als je niet gelooft in een hiernamaals, zie mijn vorige blog), is een recept voor nóg meer stress. “… In het jaar dat ik onderzoek deed naar therapie, ben ik steeds meer gaan twijfelen: hoe kan ik wetenschappelijke kennis over de menselijke psyche op waarde schatten, als onderzoekers niet volledig transparant zijn over hun motieven, en hun ‘ontdekkingen’ ten onrechte als wiskundige feiten presenteren?…”. Journalist Julia Hotz laat in haar “The Connection Cure” dat er zeker wel een alternatief is. Mensen over de hele wereld laten zien dat ze opknappen door aansluiting te vinden bij een groep: een visclub, een leeskring, een zwemvereniging. Een rol die vroeger vervuld werd door de geloofsgemeenschap: “… is de huidige therapie- en coachingzucht niet gewoon een spirituele behoefte verpakt in een wetenschappelijk, oplossingsgericht jasje?...”. De therapeut vervangt gedeeltelijk de rol van de priester in een geseculariseerde wereld: “… Het is een gekmakende situatie: het individu, gevangen in het ik, naarstig op zoek naar manieren om binnen de ideologie van het individualisme toch aansluiting te vinden bij een gedeeld verhaal…”. En dan beweert iemand als René Girard ook nog dat iets als een ‘authentic zelf’ helemaal niet bestaat (zie mijn blog over “De zondebok”).

 

Wat doen we onszelf aan?

Wat Lena leerde: alternatieve therapieën werken net zo goed als reguliere zorg, mits je er maar in gelooft. Geen psychische pijn is hetzelfde en vraagt daarom persoonlijke aandacht en maatwerk. Wat bij jou werkt, werkt bij een ander niet. Psychologische problemen ontstaan nooit in een vacuüm, maar houden verband met de sociale omgeving. Derhalve zou de hele omgeving meegenomen moeten worden in het helingsproces. Er bestaat onder de noemer 'contextuele therapie' allang een school die daar mee bezig is, maar dat is Lena Bril blijkbaar ontgaan - zie mijn blog over "De liefdesladder" van Else-Marie van den Eerenbeemt. Verder valt er ook nog een slag te maken qua preventie. De druk dat alles beter, sneller en cum laude moet, leggen we vooral onszelf en elkaar op. Wat doe je jezelf aan? Een sluitend antwoord betreffende prangende levensvragen en een allesomvattende therapie bestaat niet. Lena ervoer geen metamorfose. Wat er wél gebeurde: “… een stroom gedachten viel weg, het probleem waar mijn hersenen zich jarenlang in vast hadden gebeten, wat er mís was met mij – verdampte…”.

 

Uitgave: Prometheus – 2025, 264 blz., ISBN 978 904 465 611 4, 22,99

Rechtstreeks bestellen bij bol: klik hier