Menu

zondag 27 november 2022

Wormmaan – Mariken Heitman

 


Met de boekenkring gaan we “Wormmaan”van Mariken Heitman bespreken, de verrassende winnaar van de Libris Literatuurprijs 2022, waar ik na lezing nog steeds een beetje beduusd van ben. Ik had absoluut verwacht dat het de hyper-actuele bestseller “Aleksandra” van Lisa Weeda zou worden. “… De lezer wordt nergens behaagd – en dat is een verademing…”, citeert De Volkskrant (09.05.22) de jury, die waarschijnlijk vooral geen voor de hand liggende keuze wilde maken. Maar “Aleksandra” is ook niet bepaald eenvoudig en behaagt de lezer ook niet. Niet dat ik “Wormmaan” niet goed zou vinden hoor – integendeel. Maar je hebt nu eenmaal goed-beter-best, en dan vind ik “Wormmaan” van de betere soort. Het punt is dat het complexe verhaal je eigenlijk pas na vijftig bladzijden pakt, en dat is toch best een lange aanloop voor een boek van ruim 200 pagina’s. Tegen die tijd zijn er heel wat lezers afgehaakt, vrees ik. Ik ben benieuwd naar het commentaar van de leesclub. Wat mij betreft: het is even doorbijten, maar dan heb je wel wat!

 

Pech

De roman bestaat uit twee verhaallijnen. De ene verhaallijn begint met een tractorcrash op een veld van een zaadveredelingsbedrijf. Een geaderde kei vernielt de schoep van een spitmachine. De bioloog die er naar staat te kijken, Elke, crasht even later ook. Na jarenlang te hebben gewerkt aan de vervolmaking van een pompoenras steekt een ander bedrijf haar team de loef af: “… Wat ik bedoel is dat ik zeven jaar lang de nakomelingen koos die pasten binnen het economische wenspakket van telers en consumenten. Het was mijn selectie prinsen die zich mocht voortplanten. Generatie naar generatie werden de planten meer zoals ik wilde, de mal sloot steeds beter aan. Ze veranderden. God der pompoenen was ik…”. De pompoen van hun concurrent is minder waterig. De officiële erkenning scheelt maar één dag: hoeveel pech kun je hebben. De vermaledijde kei is van dezelfde soort die ze vroeger als klein meisje verzamelde. Een blijkbaar beschamend jongensachtige hobby: tegen een klasgenootje zegt ze dat ze naar klarinetles moet als ze zich er aan wil wijden. Ze ergert zich dat haar ‘schattige’ rode jurk geen zakken heeft om de stenen in te doen. Ze snapt ook al niets van het telefonisch geouwehoer met jongens, van haar vriendinnetje: “… We schiften als zure melk…”. Elke heeft de pech een meisje te zijn.

 

Zij verbond wat de mensen verdeelde

De tweede verhaallijn gaat over een meisje, Ra, dat in de prehistorie alleen over de steppe dwaalt. Het is belangrijk te weten dat de ‘we’, die haar iedere avond een holte, rotsspleet of drooggevallen oever wijzen om te overnachten, de geesten van haar overleden voorouders zijn: anders snap je er niets van. Als Ra eindelijk op een paar herders met een kudde schapen stuit, heeft ze de pech dat achter haar een enorme stier opduikt met - ook al - een gemarmerde vacht. De herders vliegen een boom in terwijl Ra een rivier induikt. Ra weet het woedende dier tot hun verbijstering het water in te lokken en te kalmeren door hem een erwt aan te bieden uit een zakje om haar hals. Laat in de vorige verhaallijn, om Elke op te vrolijken, een collega nu ook al voor de dag komen met een paar oeroude erwten. Duidelijk. De cirkel is rond. De laatste vertelt een legende over een stiergod die werd afgedankt toen de mensen in plaats van te jagen landbouw begonnen te bedrijven. Een kei functioneerde als de nieuwe moedergodin. De woedende stiergod kreeg de loodzware steen te pakken en tilde hem met trillende spierkracht omhoog: “… Zo, met gestrekte armen de steen hoog boven zijn gehoornde kop, blokkeerde hij de zon…”. Tussen haakjes: wat een wonderschone metafoor voor de christelijke duiding van een afgod. Met een rauwe kreet valt de steen op zijn horens, waarbij hij het leven laat, en de kei in tweeën splijt. Tussen de beide helften groeien het jaar daarop heerlijke erwten. Een en ander levert een tweeslachtige landbouwgod op: “… want ze geloofden in een heilig midden waar alles samenkwam…” (je kern, je hart, je ziel, je bron of hoe je het dan ook wil noemen?). Even verder: “… zij verbond wat de mensen verdeelde…”. Dat is de taak van religie.

 

Middenmens

Aan de hand van de hermafrodiete erwt verwoordt Elke hoe ze in een mal geduwd  wordt waar ze niet in past. Mensen behandelen haar als een meisje, maar zo voelt ze zich niet. Het uiterlijk van een erwt wordt als vastomlijnd beschouwd: “… Maar zijn vorm is enkel vast door het regime waaraan ik hem onderwerp. Laat ik hem zijn gang gaan, dan is zijn voortbestaan fluïde en valt zijn nageslacht uit elkaar in een duizendkoppig vreemdelingenlegioen…”. Wie is ze echt? Ze herinnert zich hoe ze tijdens een traumatisch verkleedpartijtje tegen haar zin zo ongeveer gedwongen werd een monsterlijk grote beha aan te trekken: “… Het was een spel, maar meedoen was verplicht…”. Toen ze twintig was zette de bakker haar in een winkel vol wachtende klanten voor paal door haar vanwege haar uiterlijk expres aan te spreken met ‘jongeman’. Maar dat is ze ook niet. Het verhaal verspringt naar Ra, die zich als het gevaar geweken is door de herders laat meetronen naar hun dorp. Als vreemdeling wordt ze onmiddellijk voor een ‘hij’ aangezien; een ‘zij’ kan onmogelijk in haar eentje overleven daarbuiten. Alleen de sjamaan van het dorp, de ‘Wachter’, heeft zo zijn vermoedens, vraagt zijn tweeslachtige moedergod (met ‘fallushoofd’ en twee borsten), waarvan het excentrieke wezen veel weg heeft, wat te doen. Hij komt tot de conclusie dat hij/zij van hogerhand gestuurd moet zijn met dat zakje erwten, want de gemeenschap stond net op het punt om te komen van de honger. Ra is een middenmens, een afgezant van de moedersteen. De erwtenplanten haar gift.

 

Mode

Elke is ook een middenmens. Ze brengt haar omgeving in verwarring. Leert de ander tegemoet te komen. Houdt haar mond als het gaat over instinctmatig jongens- dan wel meisjesgedrag. Waarom het jezelf en de ander ongemakkelijk maken? Over haar ‘anders-zijn’: “… Je bent niet zoals wij, hoorde ik fluisteren, je ziet er anders uit, je gedraagt je zo raar. Wil je niet op ons lijken, hou je niet van ons? Dan houden wij ook niet van jou. Het tegengif was bewondering…”. Daarom studeert ze zich suf. “… Uitzonderlijkheid als overlevingsstrategie. Want alleen op veilige hoogte zou ik immuun zijn voor uitstoting…”. Even verder: “… Er zijn altijd goedbedoelende mensen, die stellen vast dat ik androgyn ben en – kennelijk om te troosten – dat dat in de mode is…”. Via een vriend die haar meeneemt naar de Oostvaardersplassen wordt er verder gefilosofeerd over aanpassing. Verdwerging en gigantisme blijken bekende eilandverschijnselen. Zie de reuzenratten en enorme komodovaranen, maar ook uitgestorven dwergolifantjes en dwergmensjes op Flores. Zonder natuurlijke vijanden hoef je je niet op te pompen of in te houden: “… Het is de context die de vorm bepaalt…”. Of ze niet met hem mee wil naar Flores, als hij hoort dat ze de handdoek in de ring heeft gegooid en ontslag heeft genomen. Voor onderzoek. En om van een een collega af te komen waarop hij verliefd is, blijkt alras. Hij is een getrouwd man. Mak. Gedomesticeerd. Zie de hekken waarachter de wilde natuur maar niet wil gedijen. Relatietherapeut Esther Perel komt voorbij, die zegt “… dat je bij de ander een vergeten deel van jezelf herontdekt. Dáár gaat de euforie over…”. Maar Elke voelt er niets voor “… de secondant in zijn vluchtverhaal te spelen…”. In plaats daarvan besluit ze naar het Waddeneiland te gaan waar haar overleden oom een vakantiehuisje heeft. Om wat te doen aan een omgewaaide boom waar de buren last van hebben.

 

Manwijf

Elke is bijna een dubbele persoonlijkheid. Overal torst ze de ‘vrouw die ik nooit werd’ met zich mee, die haar uitscheldt voor 'manwijf'. Terwijl Elke zo overgevoelig is dat ze niet eens auto rijdt. Constant voorziet ze Elke van commentaar. Doe normaal. Zit recht. Wees aardig. Draag lenzen. Hars je snor. Scheer je benen. Ze zit onzichtbaar achterop de tandem die Elke huurt, omdat er geen gewone fiets meer is. Haar voeten op het frame. “… Soms voel ik haar verwijtende blik. Ze snapt niet waarom ik haar geen ruimte gaf. Dan was het allemaal zoveel gemakkelijker geweest, fluistert ze…”. Ze wil Elke alleen maar helpen. “… Want vrouwelijkheid moet je vieren, het is een prachtige oerkracht…”. Soms geeft Elke haar gelijk en vervagen de grenzen: “… Dan worden we elkaar en heeft ze haar zin…”. Ze heerst op basis van angst, volgens Elke. “… Ze gaf mij nooit een kans. Dan kunnen we elkaar de hand geven, vult ze (de vrouw) genoegzaam aan…”. In de archaïsche wereld van Ra weten ze wel weg met zulke meervoudige identiteiten. Het zijn de ‘binnenwezens’. De overleden broertjes en zusjes die in een nieuwgeborene kruipen. Tijdens een inwijdingsceremonie komen ze los onder het schrille geluid van een benen fluit en het gehum van een oeroude taal,”… duwen tegen de kooi van bot, de barst van vlees, de binnenwezens wilden samenzijn…”. Even verder: “… Ze stegen op en net onder het dak dromden ze samen, keken tevreden neer op de mensenkluit…”.

 

Verwildering

Heeft Elke’s identiteitscrisis te maken met taboes uit een christelijk verleden? Als ze langs een volkstuincomplex fietst, ziet ze slordig uitgeknipte vogels van zwart papier, vastgebonden aan één poot, dienst doen als vogelverschrikker: “… Op de kop gekruisigd als Petrus. Twee kauwen en een ekster, een vogel-Golgotha. Het wit van de ekster wordt al grauw. Hun tentoongestelde dood moet andere vogels ontmoedigen. Niemand verlustigt zich hier ongestraft aan zoete bonen…”. Even verder: “… De vleugel van de kauw beweegt in de wind. Ik meen zijn versterving te ruiken…”. Mag ze ‘het’ van zichzelf wel zijn maar niet doen – of iets dergelijks? Zwijgt ze uit schaamte over haar dilemma’s? De planten kunnen zichzelf niet meer verweren. Dat is de taak van de tuinder geworden. “… We vormen cultuurgewassen in een wereld zonder gevaar, gevaar dat we later op het veld of in de kas simpelweg doodspuiten…”. We kunnen nergens meer tegen op den duur (zie wat rabbijn Sacks zegt over de heersende cancelcultuur binnen de woke-gemeenschap). Elke: “… Ongevraagde hulp verlamt…”. We worden zo slap als een vaatdoek. Daarom doet ze in het vakantiehuisje haar best een paar meegejatte oude erwten ‘terug’ te veredelen – zou je kunnen zeggen. Te laten ‘verwilderen’. En passant verwildert ze zelf misschien ook wel. Ze is op zoek naar de oerbron. De oorspronkelijke soort die wel een stootje kan hebben. De link wordt gelegd met SS-er Hermann Göring die op zijn landgoed de oeros terug wilde fokken. Uitgebreid vertelt Heitman over het failliet van de landbouw en de ontregeling van de voedselketen: “… De groene revolutie maakte van de aarde een levenloos substraat…”. De biologische boer behandelt de aarde echter weer als een afgod, “… alsof het zijn gehandicapte kind is…”, en treft net zo goed blaam. “… Hij ligt aan het infuus van fossiele brandstof…”, met zijn dieselslurpende trekkers. Uitheemse soorten (Japanse duizendknoop, rode rivierkreeft, nijlgans) wordt ‘invasief gedrag’ verweten, terwijl ons eigen ‘invasieve gedrag’ niet wordt herkend. Oh ironie. Ze beschrijft de natuur ongelooflijk mooi: “… Er landt een groep koolmezen in de liggende kroon van de berk. Ze overleggen schetterend, komen tot een besluit en vertrekken…”. Even verder: “… Aan de hemel staat een haarscherpe nagelmaan…”. Over fotosynthese: “… Een knikkerbaan van reacties, aangezwengeld door licht. Licht maakt van de plant een alchemist…”. Het inwendige licht binnenin ons ook, bedacht ik.

 

We zijn, trouwens, nog steeds ongelukkig

Prachtig schrijft Heitman even later weer over het verdwijnen van de raadsels van het bestaan, het 'mysterium tremendum et fascinans': “… Het is waar, ouder worden maakt blind. Na de jeugd, nadat alle plekken in je binnenste zijn ingekleurd, alle vragen zijn beantwoord of kinderachtig bevonden, verdwijnt geruisloos het mysterie en daarmee de mogelijkheid. We willen te graag begrijpen, dus maken we plaats en groeien er zo snel mogelijk naartoe. Vullen de ruimte met onszelf, zoals de worm zijn gang. Daarbuiten bestaat er niets…”. Zo sterft ook langzaam de fantasie een roemloze dood: “… Een geloof in God belijd je in stilte, verzonnen verhalen zijn verdacht. We hebben het niet door, maar het vermogen het ons anders voor te stellen, is al heel lang tanende. We weten namelijk bijna alles en al het andere is bewezen uitgesloten. We zijn, trouwens, nog steeds ongelukkig…”. Geloven we in het ‘verkeerde verhaal’? Terwijl Elke de wortels van de omgewaaide boom aan het uitgraven is gutsen haar herinneringen als door ‘een lekke zandzak’ naar buiten. “… Waarheidsvinders worden niet gewaardeerd, en ik denk aan de hoofdpersonen in Tsjechovs verhalen die ofwel zwichtten voor het burgermansbestaan of werden opgesloten…”. Even verder: “… Ik ben gewaarschuwd, ik zal het in stilte doen, alles openspitten, plak voor plak…”. Want: “… Alleen als ik kan bewijzen dat ik niet in de war ben, maar dat het systeem niet deugt, alleen dan heb ik bestaansrecht…”. ‘De vrouw die ik nooit werd’ waarschuwt dat de lijn tussen gekte en genialiteit dun is: “… Je lijdt aan het Messiassyndroom, visionair van een spookwereld, maar waar zijn je apostelen? Niet gek worden, meisje…”.

 

De reis naar binnen

Ondertussen wordt Ra bij de sjamaan geroepen om ‘een reis naar binnen te maken’ en de oorzaak van  de ingevallen droogte te achterhalen. De gemeenschap is in gevaar. Ze krijgt wat poeder dat ze op moet likken: moederkoren – een schimmel dat het graan bederft (sommige historici denken dat het de oorzaak van de ‘Nijkerkse beroeringen’ zou kunnen zijn - anderen leggen de schuld bij de doornappel): “… moederkoren brak de mensen open, het maakte ze poreus en wiste ze uit. Daarna waren ze eenvoudig in te vullen…”. Eigenlijk gaat het om een inwijdingsritueel voor jongens: “… want zij waren het die terugkeerden als mannen…”. Later blijkt dat de sjamaan een ‘middenmens’ is geworden door een pijnlijke ontmanning. Wat hij er voor terugkreeg was een “… bovengemiddeld scherp gehoor voor de binnenwereld…”. Hij loopt mank. Het doet me denken aan Jacob die na het gevecht met de engel ook kreupel liep. Heitman associeert het verhaal met de god Attis, wiens mannelijke volgelingen zichzelf buiten zinnen castreerden en kleedden als vrouwen. Alles rond genderverwarring haalt ze uit de kast. Ondertussen vraag ik me af of het besnijdenisritueel ook een zwakke afschaduwing is van dit blijkbaar sacrale onderwerp. Zorgt het genderisme daarom voor zoveel heisa op kerkelijk vlak (zie ”Verbonden voor het leven” van de vrijgemaakt-gereformeerde hoogleraar Ad de Bruijne)?

 

Een dominee van niets

Elke over een zelfverwezenlijkingscursus om weerbaarder te worden: “… We stonden niet op onszelf, een veld kolen zonder boer, we hadden iets nodig. Iemand die zei hoe het nou allemaal moest…”. Ze moest leren alles niet zo bloedjeserieus te nemen. Door te overdrijven de draak steken met zichzelf: “… Zo herprogrammeerde ik mezelf en bestendigde ik nieuwe, betere banen in mijn brein…” (zie ook: “Traumasporen” van Bessel van der Kolk). Na anderhalve dag merkte ze dat ze enig talent bezat voor hersenspoeling: “… Zowel vernederd als getroost, bleek ook ik best in een script te passen…”. Haar nieuwe overtuiging duurde een paar weken: “… Veel korter dan de ruim tien jaar die mijn terugkerende gedachten aan een ex overspannen…”. Dwanggedachten. Wat een lijden. “… Betekent veel aan iemand denken automatisch dat je veel van diegene houdt?…”. Zie Esther Perel hierboven. Als ze naar de kelder in het vakantiehuisje loopt: “… Kon ik maar net zo afdalen in mezelf…”. Het verhaal is zeker niet overal even streng. Met de nodige humor beschrijft Heitman hoe Elke een knoet opgerolde sokken achter haar gulp steekt om te ervaren hoe het voelt om een vent te zijn, en er dan ook nog eens mee naar een cafè fietst, waar ze notabene contact legt met een intimiderende vrouwelijke shag rokende dominee: “… Hoeder van een kudde en een dogma…”. Wat of Elke’s missie is? Ze loopt leeg tegen haar. Als de dominee even naar de wc gaat, ‘de vrouw die ze niet werd’: “… kam je haar…”. Vervolgens vertelt de dominee het Bijbelverhaal over Kaïn, de eerste landbouwer die zijn broer Abel vermoordde, de eerste schaapherder. “… God is per definitie vormeloos…”, zegt ze. “… Het is een doorlopende oefening in ontvankelijkheid voor het onbewijsbare, voor het mysterie. Dat schept wat haar betreft ruimte. De mens, die maakt er dogma’s omheen, als houvast, dat is ze met me eens. ‘Maar ben jij anders? Ben jij niet ook op zoek naar houvast, wetmatigheden?’…”. De dominee blijkt aan het bijkomen van de breuk met haar ‘ex-vrouw’. Jawel. Na een paar wijntjes fietsen ze naar zee en onder het genot van een blikje bier (een kater maakt later dat Elke’s hoofd aanvoelt als een ‘hardgekookt ei’ en de voorganger bestempelt zichzelf als ‘een dominee van niets’) praten ze op een bankje verder: “… En de golven maar rollen en zij maar praten, met haar gelakte nagels en ik, een menhir, ernaast…”. Asterix en Obelix: “… Je kunt het geknaag in je ziel bezweren met menhirs, grote grijze stenen, geplaatst in min of meer ordelijke rijen, meterslang, van klein naar groot…”. De dominee concludeert vermoeid dat het wel lijkt of al dat erwtengedoe Elke verlichting moet brengen. Elke: “… Verdomd. Het komt niet vaak voor dat ze iets zinnigs zegt…”.

 

Cognitieve dissonantie

Op briljante wijze beschrijft Heitman hoe vervreemdend het is als je binnenwereld conflicteert met buiten: de oorzaak van neuroses. Eerst ga je twijfelen, dan je schamen voor jezelf, en uiteindelijk wil je bewijzen dat niet jij, maar de wereld in de war is. “… Schaamte is niet alleen het ongewenst opgelegd krijgen van een identiteit, beoordeeld worden op grond van de bijbehorende stereotyperingen en de effectieve ontmenselijking die dat met zich meebrengt. Het is ook de angst voor zichtbaarheid van de werkelijke identiteit, de angst ontmaskerd te worden (…). Uit de coulissen getrokken en in het volle licht gezet…”. Even verder: “… Dit gaat niet over identiteit, hoogstens over de ontmanteling ervan. Dit gaat over hoe je een steen wordt, van onweerlegbare vorm. Immuun voor blikken en stemmen. Maar ik verbeeld me niets, jullie vinden me vast en zeker in de war…”. Geloof mij maar, ieder refomeisje dat zich geen refomeisje voelt, weet waar dit over gaat. Of moslimmeisje dat zich geen moslimmeisje voelt: zie Lale Gül in "Ik ga leven". “… Hoe dan ook bleek dat zichtbaarheid niet loonde wanneer je de enige van je soort was, wanneer representatie ontbrak. Eerder het tegenovergestelde, een bevestiging van je solitaire bestaan, je tot uitsterven gedoemde eilandstatus. Maar schaamte is ook een grondboor die stuit op het moedergesteente…”. Absoluut. Het zal je naar je kern brengen. Naar wie je echt bent. Omdat het je dwingt na te denken over jezelf. Als je identiteit een probleem wordt, kun je er niet meer omheen. Zie het extreme voorbeeld van Israel van Dorsten in “Wij waren, ik ben”. Evenals Israel verlaat een groep uit het verhaal van de ‘middenmensen’ de hongerende gemeenschap en kiest het ruime sop, op zoek naar ander land om te wonen: “… Soms voel je de last pas als die je verlaten heeft..”. Ra valt na het ritueel waarin ze veranderde in een stiergod samen met haar lot als sjamaan, “… En dat was groots…”. Even verder: “… De eenwording met de stier had haar twijfels weggenomen. Ze was wie deze mensen in haar zagen…”. Heling. Een vraag: “… Vergt het beide geslachten in een wezen om tot eenheid te komen?...”. Volgens Jung wel, heb ik begrepen.

 

Eenheid in verscheidenheid

De laatste actie van Elke heb ik gelezen als een soort neerdaling in het dodenrijk, als ze wederom de kelder vereert met een bezoek, en via een door haar oom gegraven opening de onderaardse kruipruimte betreedt. Ooit was hij van plan het hele huis te bekelderen. Ze verliest haar zaklantaarn en in het aardeduister wordt het verhaal een hallucinerende innerlijke zoektocht waarin pratende wormen, die zich onvermoeibaar omhoog eten naar het bovengrondse licht, haar zaken toebijten als: “… Vergeet ’t, spraakwaterval, met je vreemdsoortige abstracties…”. Ik vind het ‘waanzinnig’ goed proza, maar ik snap het als meer geaarde lezers dan ik er slecht mee uit de voeten kunnen. Je zou de keldertocht ook nog kunnen zien als een figuurlijke beschrijving van de geestelijke ‘nacht van de ziel’.  Elke ontwaart inderdaad ‘het licht’, maar waar dat precies vandaan komt is twijfelachtig: zon - maan - lichtgevende insecten - luminescerende schimmels? Evenals Ceres komt Elke weer terug naar het aardoppervlak. Wat ze had verwacht van de queeste? “… een eeuwige waarheid, een die mij zal transformeren, en dat is nog maar het begin, want liever Sisyphus zijn dan -…”. ‘De vrouw die ze nooit werd’ zit haar op de keukentafel op te wachten en zegt dat ze liegt. Begint over ‘de armoedigheid van dualiteiten’ en dat ze heus wel ‘de fik in haar ogen ziet’. Maar Elke is klaar met de ‘debiliserende polonaise’ en het ‘slaafse roedelgedrag’ van de goegemeente met haar scherp gedefinieerde tweedelingen die totaal ondergeschikt zijn aan het ‘oppermachtige gebied ertussen’. Elke heeft wel degelijk het licht gezien. Alle planten groeien naar de zon, ook al bereiken ze haar nooit –  stel je voor: de hoogmoed (zie Johannes Climacus en zijn “De ladder naar het Paradijs” in “Woestijnvaders”). “… Doof het licht, mijn celstrekking begint. Want de plant groeit naar het licht, juist in de schaduw. En de plant groeit naar het licht…”. Als geen ander doet Heitman mij denken aan schrijfster Carry van Bruggen (1881 – 1932) en haar filosoferen over ‘eenheid in verscheidenheid’. Wie zichzelf beheerst is sterker dan wie een stad inneemt, aldus de Bijbel.

 

Uitgave: Atlas Contact – 2021, 224 blz., ISBN 978 902 547 072 2, 21,99

Rechtstreeks bestellen: klik hier

donderdag 24 november 2022

Eigen welzijn eerst – Roxane van Iperen

 


Subtitel: Hoe de middenklasse haar liberale waarden verloor

 

Het meest verbazingwekkende gebeuren in de coronaperiode vind ik nog steeds de ermee gepaard gaande complottheorieën, en hoe grif mensen bereid waren daarin te geloven. Volgens mij moet niet onderschat worden dat complotten ongelooflijk spannend zijn. Dat hadden we net nodig in die saaie dagen. De boekenbranche draait op thrillers en detectives, niet op literatuur, hoor. Complottheorieën voldoen aan alle kenmerken die Camille Bozonnet noemt om een mythe te creeëren - zie mijn vorige blog. Ik ben nieuwsgierig of dit fenomeen met het tot stilstand komen van de pandemie weer inzakt. Als ik naar de actuele bestseller-top zestig kijk (week 46), lijkt dat vooralsnog niet het geval. Momenteel nemen “De Val” van complotdenker David Icke de 39ste en “Het lied van Europa”, de nieuwe dystopie van Leon de Winter waarin Nederland is veranderd in een totalitaire controlestaat - precies waar complotdenkers bang voor zijn - de 27ste plaats in. Roxane van Iperen bekijkt het onderwerp weer van een hele andere kant dan Cees Zweistra in "Waarheidszoekers", waar ik een jaar geleden een blog over schreef: zie hier. Eerder besprak ik van Van Iperen “ 't Hooge Nest” en “De genocidefax”.

 

De stand van ons land  

Van Iperen: “… Er heerst een grimmigheid en cynisme die ongrijpbaar is. Iedere dag is er iets nieuws om verontwaardigd over te zijn, maar of die verontwaardiging ook ergens toe leidt is steeds minder aannemelijk. Het voelt als luchtboksen. Hoe zijn we hier terechtgekomen?…”. Zie FvD-leider Thierry Baudet voor wie de westerse beschaving heeft afgedaan. Wat is er gebeurd met onze open en tolerante samenleving? Het naoorlogse optimisme beloofde via scholing en werk een gouden toekomst voor iedereen en er was een vangnet van sociale zekerheid mocht je het niet redden op de weg daarnaar toe. Inmiddels is Nederland 180 graden gedraaid. Het leven werd een ratrace: de burgers raakten steeds meer in competitie met elkaar, terwijl de overheid zich terugtrok achter de coulissen. Alleen in allerhoogste nood mag een beroep op voorzieningen worden gedaan. 'Zelfredzaamheid' is de leus. Een ieder-voor-zich-samenleving het resultaat. De politiek investeerde minder in de potentie die van onderuit zou kunnen opbloeien en richtte zich op de stimulatie en behoud van de winnaars, bovenin: “… Een ‘trickle down’-model volgens de theorie van de overlopende champagnetoren, waarin de verdeling van middelen uit vrije wil vanuit de bovenlaag naar beneden werd verwacht…”. Alleen: dat gebeurde niet – of te weinig. De groei en bloei bovenin sijpelde geenszins door naar de lagen eronder, maar werd voor een deel weggesluisd en uit het zicht opgehoopt. Met een diepe buiging voor onze ‘Selfish Gene’. De middenklasse raakte behoudend en op zichzelf gericht, niet in de laatste plaats omdat ze veel te verliezen heeft. Want laten we wel wezen: wie zegt dat het morgen beter gaat? Zullen jouw kinderen het nog net zo goed hebben als jij? De ‘multiculturele samenleving’ als negatief begrip vormde het startpunt van een openlijk wij-zij-denken: de bovenkant versus de onderkant.

 

Extremen

Anno 2022 leven we in een wereld waarin extremen genormaliseerd en alledaags zijn. Ik had er nog nooit van gehoord, maar er schijnt een heuse FvD-vrouwentak te bestaan: ‘Moederhart’, “… dat breed wordt gesteund door een keur aan vrouwelijke BN’ers, influencers en andere moeders, die onlinegesprekken over de voordelen van havermelk afwisselen met complottheorieën over een joodse elitekring van pedofielen die de wereld wil overnemen…”. Ondertussen zet de ‘progressieve’ partij D66 ondanks de woningnood in op een krimp  van het percentage betaalbare Amsterdamse huurwoningen ten bate van een groei in de vrije sector. En ja, nu het er toch over gaat, op mijn dagelijkse wandelingen langs de rand van mijn stad zie ik hoe de weilanden nog steeds worden vol geplempt met kasten van huizen. Alleen de rijken lijken geen last te hebben van de woningcrisis. Hoe dan?! Onderwijs en zorg staan op instorten. En amper bekomen van de coronapandemie viel het leger van Poetin Oekraïne binnen “… om een ‘historisch Rusland’ van christelijk nationalisme in ere te herstellen en de Oekraïners te ‘bevrijden’ van een ‘(joodse) globale elite’, minderheden en de westerse, liberale democratie. In ons eigen parlement zijn er volksvertegenwoordigers die deze oorlog niet veroordelen…”. Verrechtsing is een feit. In 2021 haalden PVV, FvD en JA21 samen 28 zetels. PvdA, SP en GroenLinks, in 2006 nog goed voor 65 zetels, bleven achter met 26 zetels. Wat is hun tegenverhaal eigenlijk? De lief gebrachte noodzaak tot zelfzorg leidt tot een uitsluitingsagenda van kwetsbare mensen. Van Iperen voorziet een toekomst van eerste- en tweederangsburgers, waarbij hele groepen worden buitengesloten onder het adagio ‘eigen falen, eigen schuld’ (dat is ook wat altijd opgaat in alle dystopieën die ik tot nu toe heb gelezen, van “Vleugels” van Claire Corbett tot “Het lied van Europa” van Leon de Winter).

 

Nativisme

De extremen worden echter geboren in het midden, stelt Van Iperen. Daar ligt in haar essay dan ook de focus .  “… Burgers uit de middenklasse die zichzelf niet zo snel als extreem zouden bestempelen, raakten door de jaren heen, bewust of onbewust, gewend aan uitspraken en voorstellen die ‘nativistisch’ te noemen zijn: een belangrijke pijler onder radicaal-rechts gedachtegoed…”. Met nativisme wordt, kort door de bocht, het ‘eigen-volk-eerst-denken’ bedoeld. Het speelt in op een ‘hullie-zullie-sentiment’, stoelt op de oeroude angst voor de bedreiging van de ‘eigen gemeenschap’ en komt zeker niet alleen bij de ‘tokkies’ en ‘deplorables’ voor, maar zit ook in de hoogopgeleide achterban van CDA  (zie de HJ Schoo-lezing van Sybrand Buma in 2017), VVD (zie Halbe Zijlstra met zijn ‘onze manier van leven staat onder druk’-video in 2016, Klaas Dijkhoff met zijn ‘verlichtingswijken’ in 2018 en Stef Blok met zijn uitspraak dat er geen vreedzame multiculturele samenlevingen bestaan in 2018) en FvD van Baudet “… de buikspreekpop die de kantinefantasieën van de gevestigde orde tot leven moet brengen…”. Van Iperen: “… Nu is in iedere goed functionerende samenleving een doordacht grens-, immigratie- en integratiebeleid nodig…”, maar het ‘haatdragende verhaal’ dat er van is gemaakt “… was destructief, angstaanjagend en buiten iedere proportie…”. Even verder: “… De rode loper voor nativistisch denken werd uitgerold door antimigratieretoriek, maar heeft de weg vrijgemaakt voor de manier waarop we inmiddels over alle kwetsbare groepen denken…”.

 

Pro Poetin

Wat men zaait zal mijn oogsten. Geen wonder dat Baudet opkwam. “… Journalistiek onderzoek wees uit dat de financiering van de partij voor een belangrijk deel uit gerenommeerde en invloedrijke hoeken van de samenleving komen (‘Het financiële fundament onder Forum voor Democratie: Zuidas, vastgoed en orthodoxe christenen’, Follow the Money, 14 oktober 2020)…”. Zelfs onder apolitieke en voor het oog progressieve mensen wordt niet meer afwijzend op zijn ideeën gereageerd. Zie de opmerkelijke groep vrouwen die aan boord van de FvD ‘Vrijheidskaravaan’ sprong en vanuit het extreemrechtse QAnon gevoede antisemitische complottheorieën, desinformatie en gevaarlijke onwetenschappelijkheden omhelst. Bewust dan wel onbewust. Baudet applaudisseert al jaren openlijk voor de Russische dictator Vladimir Poetin. Een motie om 'onvoorwaardelijke steun uit te spreken voor de soevereiniteit van Oekraïne' werd in februari 2022 door zowel FvD, PVV als JA21 afgewezen. Een motie om de bezittingen in Nederland van de kring superrijken rond Poetin in kaart te brengen, werd door diezelfde partijen afgewezen, plus Groep Van Haga. “… Zo bleek in de Tweede Kamer een soort ‘vijfde colonne’ te bestaan voor Poetins expansiedrift die wordt gedreven door een afkeer van liberale waarden, gedragen door christelijk nationalisme en behoud van traditionele waarden die onder druk komen te staan door ‘een globale (joodse) elite’, migranten en ‘losgeslagen genderideologen’…” (zie ook “Nieuwe kruisvaarders” van Sander Rietveld).

 

De ‘fear of falling’

De bombast van twintig jaar wijzen naar het externe gevaar raakt uitgewerkt. De verf van het eigen huis is aan het afbladderen, en dat is niet de schuld van de ‘vreemdeling’, maar van de ‘huismeester’. De publieke verschraling begint zijn tol te eisen. Een greep uit de problemen in onze achtertuin: onttakeling van de verzorgingsstaat op het gebied van volksgezondheid, onderwijs, huisvesting en sociale zekerheid, huurstijgingen, lastenverzwaring voor werkenden en lastenverlichting voor bedrijven, het uitblijven van een doortimmerd klimaatbeleid, een verdubbeling van het aantal daklozen, een ongezond financieel stelsel, om over de ‘boeren’ maar te zwijgen. En toen gebruikten de twee CDA-kroonprinsen, Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra, in de zomer van 2019 binnen één week dezelfde uitdrukking in hun verhaal: de ‘fear of falling’: “… De angst om te vallen. Een term gemunt door de Amerikaanse schrijfster Barbara Ehrenreich in 1989, in haar boek ‘Fear of Falling: The Inner Life of the Middle Class’…”. Daarbij doelt zij op de ‘nieuwe rijken’ in de middenklasse die in tegenstelling tot de ‘oude rijken’ geen familiekapitaal hebben om op terug te vallen als het even wat minder gaat. Ze zijn snel in welvaart en status opgeklommen. Maar het is geen rustig bezit, aldus minister Hugo de Jonge. De economische onzekerheid veroorzaakt veel stress. De middengroepen zijn in de greep van twee angsten: het mogelijk verlies van hun bevoorrechte positie en het vooruitzicht dat hun kroost misschien weer van een kwartje een dubbeltje gaat worden. Wat je hebt verworven aan welvaart kun je binnen een generatie weer verliezen. Om daling op de sociale ladder te voorkomen, moeten steeds grotere inspanningen worden verricht. Met steeds meer uitputting tot gevolg - zie de burn-outs. Op één inkomen uit arbeid redden de meeste gezinnen het al lang niet meer.

 

Ons kent ons

Het einde van het ‘vooruitgangsoptimisme’ mondde uit in een vorm van ‘country club’-denken. Een middenklasse die angstvallig haar eigen status bewaakt, gekenmerkt door een naar binnen gekeerde mentaliteit die zich meer richt op rechten dan plichten. Men is vooral bezig met het behoud van de eigen bubbel. Het besef van het belang van toegang tot de ‘juiste’ scholen, sportclubs, hobby’s en universiteiten groeide. Uit zelfbehoud begon men een afgebakende wereld eensgezinden te scheppen. De moeder van een nieuw ongelijkheidssysteem tussen have en havenots. Bendekleuren maken onmiddellijk duidelijk bij welke sociale klasse je hoort. Naam, merkkleding, gedragscodes, culturele bagage, taalgebruik, schoolkeuze, vakantiebestemming. De simpelste symbolen worden daarbij bloedserieus genomen. Onder de omhooggevallen types heerst de ‘dictatuur van de goede smaak’. Een ‘eigen’ lifestyle. Hier worden muren opgetrokken voor iedereen die er niet dezelfde levenswijze op nahoudt, wat kan leiden tot de nodige ‘netwerkcorruptie’. Zie Sywert van Lienden met zijn mondkapjesdeal. Het rare is dat bijna niemand binnen de betere kringen vindt dat hij of zij een bevoorrechte positie inneemt: “… Doorgaans wordt vol afschuw gereageerd op de suggestie dat ze onderdeel uitmaken van een 'elite'…”. Zie het filmpje van de satirische programmamaker Roel Maalderink die op een dorpsplein in ’t Gooi mensen vroeg of ze bij de beau monde behoorden, “… mannen in jagersjassen, vrouwen met pareloorbellen, allen even keurig en beleefd…”. De meesten antwoorden ontkennend en soms zelfs beledigd, alsof ze ergens van worden beticht.

 

Excellent sheep

Van Iperen schetst een vrij onthutsend beeld van de ‘nieuwe bourgeoisie’. De upper class ziet zich absoluut niet als een voorhoede die een leidende rol zou kunnen spelen op  het maatschappelijk toneel.  “… Van noblesse oblige, een zekere mildheid jegens mensen die het zwaar hebben, of een gevoel van verantwoordelijkheid om zich in de wereld om hen heen te verdiepen is nauwelijks sprake…”. Het ‘maakbaarheidsgeloof’ heeft weinig om het lijf: “… Opmerkelijk is dat de nieuwe professionals buiten de hoofdarbeid waarmee ze hun geld verdienen, zich zo min mogelijk bezighouden met ingewikkelde zaken…”. De hobby’s van de hogeropgeleiden kenmerken zich door een gebrek aan complexiteit. Er is een uniforme voorkeur voor populaire sport en cultuur. Men is gefocust op plezier, niet op verdieping. De nadruk ligt op consumptie – van luxe goederen en activiteiten. Zodra er zwaar weer in zicht is duiken de leeghoofden razendsnel van de bestuurdersstoel naar de achterbank. Wel de lusten, niet de lasten. Zie de kredietcrisis waarbij de slimme koppen zich angstvallig stil hielden. “… Opgeleid aan de beste universiteiten en gevormd door ’s werelds meest prestigieuze zakenbanken, waren ze niet in staat het volk voor het financiële ravijn te behoeden, noch hadden ze daarna de moed om met een radicaal ander, beter systeem te komen…”. Schrijver William Deresiewicz , die tien jaar les gaf aan de prestigieuze Amerikaanse universiteit Yale, heeft het over ‘excellent sheep’. Veelbelovende studenten, jarenlang gedrild door hun opvoeders, maar met een absoluut gebrek aan autonomie, creativiteit of kritisch denkvermogen: “… Ze hadden geen enkele ‘sense of purpose’; een idee van zingeving of een hoger doel in het leven. Deze toekomstige leiders was vooral geleerd hoe ze goed door de juiste hoepels moesten springen; hun eigen morele kompas was onderontwikkeld en feitelijk irrelevant. Een innerlijke motivatie om met hun opleiding en talent de wereld beter in te richten was totaal afwezig…”. Daar zijn wij dan aan overgeleverd. “… Mensen met alle kansen om te excelleren in het leven en echt iets te betekenen, maar gedoemd tot een carrière lang meelopen in een systeem dat slechts hun zelfbehoud en dat van hun soortgenoten diende…”.

 

Welfare chauvinism

Van Iperen is het allemaal al eerder tegengekomen. En wel tijdens haar onderzoek naar de NSB (zie “ 't Hooge Nest”). Het was vooral de gegoede middenklasse die tijdens de Tweede Wereldoorlog tegen de NSB-standpunten aanschurkte. Niet uit antisemitische overtuigingen maar met het oog op het eigen hachje. Hun grootste schrikbeeld was het ‘rode gevaar’. De NSDAP van Anton Mussert mag zich dan hebben gewenteld in agrariër-romantiek,  de aanhang zat vooral in de verstedelijkte gebieden en welgestelde wijken – zoals Amsterdam-Zuid, Gooi en Eemland, De Bilt, Zandvoort, Bloemendaal en Voorburg. ‘Deftige’ gemeenten in combinatie met welzijnsnationalisme. “… Hoe groter het aantal joden en immigranten in een gemeente, hoe groter de steun voor de NSB…”. Zie het ‘America First’-beleid van president Donald Trump. “… Een groot deel van de motivatie om op Trump te stemmen ontkiemde uit een diepgevoelde grief dat andere groepen, onverdiend, vooruitkwamen, terwijl de eigen groep achterbleef…”. Men was vooral bang om de eigen dominante positie in de samenleving te verliezen.

 

Wellness-rechts

Uitgebreid doet Roxane van Iperen uit de doeken hoe in coronatijd ‘wellness-rechts’ - in Amerika ‘Pastel QAnon’ gedoopt -  opkwam, dat ze associeert met ‘Moederhart’, een belangenorganisatie van moeders die openlijk en overigens geheel terecht hun zorgen deelden over de impact van de coronamaatregelen op hun kinderen. ‘Moederhart’ ontwikkelde zich echter tot een zachte variant van het radicale QAnon-denken uit Amerika, een onlinegemeenschap die heilig gelooft dat president Trump een geheime oorlog voert tegen een wereldwijde elite van Satan vererende pedofielen op machtige posities in de zakenwereld, de politiek en de media – met name joden. Het zogeheten joodse ‘bloedsprookje’ is van alle tijden en kent allerlei varianten: zie ‘De protocollen van Sion’. Wellness-rechts heeft op het eerste gezicht en zachtaardige, natuurgerichte, menslievende uitstraling met vrouwen uit de zweverige hoek. Hun bestaan draait om alternatieve geneeswijze, geestelijke en fysieke gezondheid, fitness, ‘natural birth’ of ‘hypno birth’, het moederschap en vrouw-zijn, meditatie, mindfulness, yoga en spiritualiteit. Deze groep was altijd al behept met fiks wantrouwen jegens de farmaceutische industrie of ‘Big Pharma’. Dat vaccinaties niet te vertrouwen waren en het coronavirus verzonnen was ging er dan ook in als koek. “… Alle vrijheidsbeperkende maatregelen, de verplichte mondkapjes en het invoeren van coronapassen zouden de opmaat vormen naar een autoritaire staat, waarin het volk volledig gecontroleerd werd…”.  Gecombineerd met de kracht van algoritmen, vielen veel doodgewone thuiszittende vrouwen tijdens de coronaperiode via hun telefoon- of computerscherm ‘down in  the rabbithole’ richting een parallel universum.

 

Perfecte moeders  

‘Moederhart’ bestaat uit een breed scala aan welgestelde vrouwen van machtige en vermogende  mannen van wie een aantal openlijk FvD-sympathisant zijn. Alle retoriek inzake antisemitische complottheorieën komt er voorbij: ‘ritueel kindermisbruik’, ‘deep state’, 'viruswaarheden', 'makke schapen', ‘wakker worden’, 'klimaat-hoax' , ‘MSM’ of ‘Mainstream Media’. Van Iperen heeft het over het ‘witwassen’ van extremistisch gedachtegoed, dat in Nederland ‘over de rug van vrouwen’ liep. “… ‘Deze verkiezingen zullen worden gewonnen door de moeders,’ tweette FvD-leider Thierry Baudet op de ochtend van 6 maart 2021…”. Feitelijk is ‘Moederhart’ een goed geoliede marketingmachine met een peperduur en statusgevoelig verdienmodel (reclame voor draagzakken van een paar honderd euro en dergelijke zaken) van ‘terug naar de natuur’-ideologen ter verheerlijking van de perfecte vrouw als hippe moeder die vecht voor haar kroost (en man). Als je er gevoelig voor bent kom je al gauw tot de conclusie dat ‘draagzakfeminisme’ leidt tot blakende, succesvolle kinderen, tevreden ouders en voor iedere vrouw bereikbaar is (je hebt er alleen een man met veel geld voor nodig). Van Iperen typeert een en ander als een terugval naar een agressief/conservatief vrouwbeeld, met wederom als doel zelfbehoud van de middenklasse. Als er moet worden geïnvesteerd in het meegeven van cultureel en sociaal kapitaal – kennis, vaardigheden, de ‘juiste’ hobby’s en scholing, de omgang met de ‘juiste’ mensen, kun je dat maar beter zelf ter hand nemen in plaats van overlaten aan willekeurige publieke voorzieningen, de laagopgeleide meisjes van de lokale kinderopvang of een Filippijnse oppas. Een fulltime werkende vrouw wordt in dit verhaal een bedreiging voor de emotionele en intellectuele ontwikkeling van de kinderen.

 

Geneigd tot alle kwaad

In veel absurde claims die in de wellness-rechts-gemeenschap rondgaan zit wel degelijk een kern van waarheid: “… Kritiek op de overheid en het gevoerde coronabeleid, zorgen over vergaande privacyschending, de herhaaldelijk verlengde noodwet of over het welzijn van kinderen in deze verwarrende tijd, wantrouwen jegens een farmaceutische industrie die berucht is om haar ondoorzichtigheid en winstbejag: het zijn niet bepaald zaken waarmee je het oneens kunt zijn…”. De wereld is ondoorzichtig en ingewikkeld: “… Een bepaald type mens krijgt in complottheorieën wat hij of zij al zocht: een bevredigend antwoord op de ongrijpbare, frustrerende en soms niet te bevatten realiteit van bepaalde gebeurtenissen. En van daaruit wijzen de algoritmen de weg…”, stelt Van Iperen. “… Het onduidelijke en soms onbegrijpelijke overheidsbeleid in combinatie met de twijfel die de basis vormt van wetenschap en voortschrijdend inzicht, was een mix die tijdens de corona-uitbraak een voedingsbodem bood…”. Wellness-rechts bestempelt de reguliere wetenschap of journalistiek als hopeloos naïef. ‘Vrije geesten’ staan op tegen de ‘gevestigde orde’ die er hun eigen belang op na houdt. “… Ze gaan uit van een wereldbeeld waarin te kwader trouw wordt gehandeld en zien zichzelf als sceptici – terwijl ze feitelijk vaak het tegenovergestelde zijn. Zaken worden juist gesimplificeerd, door platte causale verbanden te leggen bij enorm complexe gebeurtenissen, of de weerbarstige werkelijkheid terug te leiden naar een klein groepje mensen die daarvoor eigenhandig verantwoordelijk wordt gehouden…”. ‘Corona-gekkie’ of ‘wappie’ werkte als een geuzennaam voor ‘kritische denkers’. De voorspelbare weerstand uit ‘de samenleving’ hoort erbij, sterker, bewijst alleen maar dat je op het rechte spoor zit.

 

Kom uit je bubbel

Hoe nu verder? Door jezelf op te sluiten in je eigen cocon zul je onherroepelijk in je eigen staart bijten, meent Van Iperen. Kijk verder dan je neus lang is. Klim over de schutting. Verbreed je horizon. Sta open voor anderen. Ga het echte leven in. Omarm de wereld. Cees Zweistra wijst in dezelfde richting. “… De extremen bestrijden begint in het midden. Met het besef dat het eigenbelang gediend is door langetermijnplannen, goede publieke voorzieningen voor iedereen en investeringen in de instituties die sociale stijging mogelijk maken, van íedere burger. Of, zoals de Commissie Rechtsstatelijkheid constateerde: ‘Wie ter bescherming van onze democratische rechtsstaat bereid is om de rechtsstaat zelf te ondermijnen, bijvoorbeeld door bepaalde groepen burgers voortaan als tweederangs te behandelen of uit te sluiten van rechten, vormt zelf een bedreiging voor de vrijheden die het fundament van onze samenleving vormen…”.

 

Uitgave: Thomas Rap – 2022, 144 blz., ISBN 978 940 040 932 3, 18,99

Rechtstreeks bestellen: klik hier