Menu

dinsdag 19 juni 2012

De frustratieneurose – Dr. A. Terruwe


“… De wereld was vol veellezers en ze hadden allemaal ‘dit-moet-je-lezen’ en ‘ik-vond-het-prachtig-boeken’ voor me…”, zegt Nina Sankovitch in “Een boek per dag” (zie mijn blog van 5.9.’11). Die ervaring heb ik ook: boeken komen vanzelf naar je toe, als mensen eenmaal weten dat je een fanatieke lezer bent. “Dit is echt wat voor jou.” “Okay…”.
Vaak gaat het om titels waar ik nog nooit van heb gehoord, maar die voor anderen duidelijk veel betekenen. Dat intrigeert mij.
Daarnaast vind ik het wel leuk om op deze blog af en toe eens het stof van een vergeten boek te blazen.


Vorige week kreeg ik “De frustratieneurose” (eerste druk: 1962 - ouderwets taalgebruik – maar verder goed te volgen) van iemand die vertelde dat ze dr. Anna Terruwe (1911-2004), een psychiater, persoonlijk heeft gekend, en ondersteboven was van haar ontzettend innemende manier van doen. Iets waar de aangehaalde cliënten het in dit boek trouwens allemáál over hebben: “… deze therapeut was iemand die heel zacht was, eigenlijk was ze een moeder, daar leek ze het meeste op…”. Dat vind ik wel ontroerend, want Anna Terruwe was het prototype van de eeuwige vrijgezel. Ze had geen kinderen. Bovendien getuigt de literatuur uit haar tijd nu niet bepaald van veel empathie in psychiatrische kring: “Waarom ik niet krankzinnig ben” – Maurits Dekker – 1929, “Histoire de la folie” – Michel Foucault – 1961, “One Flew over the Cuchoo’s Nest” - Ken Kesey – 1962, “De knetterende schedels” – Roger van de Velde – 1969, “Wie is van hout” – Jan Foudraine – 1971, “Keefman” - Jan Arends – 1972, “De wereld moet beter worden” – Maarten Biesheuvel – 1984, “Rosalie Niemand” – Elisabeth Marain – 1988. Ik bedoel maar. De jaren zestig waren de jaren van de z.g. ‘antipsychiatrie’. Ik heb er geen verstand van; maar geheel zonder reden zal dat toch niet zijn geweest – dunkt mij.

De overtuigd rooms-katholieke Terruwe is bekend geworden door haar baanbrekende “bevestigingsleer”. Die sluit mijns inziens prachtig aan bij het stuk over ‘liefde’ in mijn vorige blog n.a.v. “Vleugels” van Claire Corbett.
Anna Terruwe nuanceerde de theorieën van Freud die stelde dat menselijk gedrag voornamelijk bepaald wordt door seksuele driften, en onderdrukking hiervan tot neurosen leidt. Volgens Terruwe is veel negatief gedrag eerder te verklaren uit verwaarlozing en een tekort aan onvoorwaardelijke liefde in de vroege jeugd. Kinderen die veel kritiek hebben moeten doorstaan, die in hun bestaan zijn ontkend, waar niet naar werd omgekeken, of te maken hebben gehad met misbruik of emotionele afwijzing door ouders of verzorgers, ondervinden daarvan ernstige belemmeringen in hun emotionele ontwikkeling. Zij kunnen later vaak geen normale gevoelsrelatie met anderen aan. Mensen hebben bevestiging nodig. Als een baby onvoldoende bevestigd is, zal hij of zij daar, zelfs tot op hoge leeftijd, naar blijven zoeken. Een gebrek aan bevestiging leidt tot ‘frustratieneurose’ (Emotionele Deprivatie Stoornis - EDS) en compensatiegedrag dat zich uit in het nastreven van status, macht en genot. Je gaat jezelf bevestigen; ‘groot’ maken. De grootste utopie die er bestaat en volgens Terruwe ‘de ziekte van het Westen’. Je wordt er hartstikke ongelukkig van, omdat je nooit bereikt wat je echt nodig hebt. Je streven ontaardt in een zelfopgelegde tantaluskwelling. Onze onpersoonlijke ‘moderne’ maatschappij kweekt vanzelf ‘frustratieneurose’; zegt een kritische Terruwe.
Relatief onschuldige voorbeelden van zelfbevestging zijn imagebuilding, statusverwerving, carrièredwang, jaloersheid, betutteling, overbezorgdheid, achterdocht en gierigheid. Maar er zijn ook ernstige pogingen tot zelfbevestiging die direct ten koste gaan van anderen: kleineren, leedvermaak, roddel, intimidatie, vandalisme, ongewenste intimiteiten, verkrachting tot zelfs moord en doodslag aan toe - de ultieme ontkenning van de ander.

Volgens Anna Terruwe zijn de opvallendste kenmerken van EDS: een gevoel van eenzaamheid, een gevoel van onzekerheid over de waarde van de eigen persoon, en onvermogen om met een ander mens een adekwaat – een gelijk en gelijkwaardig – gevoelscontact te kunnen aangaan.
Iemand die in zijn gevoelsleven niet is ontplooid zal een min of meer gesloten mens blijven, die lijdt aan eigen eenzaamheid. J.P. Sartre: “Ma solutide
c’est ma prison; ma punition pour je nes ais quel crime (Mijn eenzaamheid is mijn gevangenschap, mijn straf voor een misdaad die ik niet ken)”. Terruwe: “… ‘De hel is de ander’ constateerde Sartre. En ik vrees, dat hij, in de apperceptie van deze realiteit voor hem; zijn onbevestigd-zijn aan ons heeft prijsgegeven…”.
Angst, schuldgevoelens, depressiviteit en agressie overheersen.

Het beste is EDS te behandelen door het kind in iemand alsnog te bevestigen, vindt Anna Terruwe. Haar concept: ‘weerhoudende liefde’ (liefde die zich niet aan een ander opdringt op een manier die de ander niet kan ontvangen of waarderen). Hierbij treedt de therapeut op als de ouder of verzorger die in de jeugd onvoldoende emotioneel aanwezig is geweest. De kern van het helingsproces is het hervinden van eigenwaarde. Hierdoor kan de mens zich ‘openen’. Door het goede in elkaar te zien en elkaar te bevestigen, ontstaat vertrouwen en het vermogen om liefde te geven. Het is dus niet de bedoeling dat er allerlei therapietechnieken op iemand worden losgelaten. Het gaat er om dat hij of zij gaat voelen dat hij of zij geaccepteerd wordt zoals hij of zij is. Dit het-er-mogen-zijn is het belangrijkste focuspunt.

In “De frustratieneurose” vertelt Anna Terruwe hoe de eyeopener voor haar de ontmoeting met een ongelooflijk intelligente, 25 jarige doctoranda in de wis- en natuurkunde was, met een uitgesproken infantiel gebleven gevoelsleven. Ondanks haar angsten was er geen verdringingsmechanisme te vinden. Er zat geen enkele vooruitgang in de zaak. Op een dag zei ze: “Dokter, al wat u doet, raakt mij niet. Ik zit al een half jaar hier bij u op de commode en steek mijn armpjes naar u uit; maar u neemt mij niet op”. Dat klinkt ontzettend kinderachtig, maar Terruwe besefte ineens dat ze heel vaak signalen opving die erop wezen dat volwassenen die als kind gefrustreerd werden in hun natuurlijke verlangens naar veiligheid en tederheid een neurose ontwikkelden die duidelijk verschilde van die waar Freud het over had.
In “De frustratieneurose” staan fascinerende voorbeelden over de gevoelsontwikkeling van volwassen en begaafde mensen. Vrouwen die eerst met een beertje willen spelen, daarna met een pop, daarna met vriendinnetjes (eentje ging eerst haar tong uitsteken naar andere kinderen, voor ze in harmonie met ze kon omgaan), en uiteindelijk met hun man. Iemand wiens smaak veranderde: van zoete winegums naar dure bonbons. Naarmate ze vorderde leerde ze wijn te drinken; in het begin vond ze dat maar zure troep. De beschreven resultaten zijn verbluffend en indrukwekkend. Anna Terruwe kreeg hierdoor een goeroe-status. Dat kan ik mij goed indenken; want bevestigend leven is een manier van in de wereld staan. Anderen wilden weer niets van haar weten…

Ik heb geen rooms-katholieke achtergrond. Ik had dan ook nooit van Anna Terruwe gehoord, maar in die wereld was zij beroemd en berucht. Haar bevestigingsleer botste met de rooms-katholieke kerk. Ze vond dat seksualiteit en liefde twee verschillende dingen waren en dat een conflict hiertussen of verdringing ervan tot ernstige problemen kon leiden (ondertussen weten wij daar alles van). Ze adviseerde religieuzen met seksuele problemen zelfbevrediging toe te passen, wat destijds een verschrikkelijke doodzonde was. Rome greep in. Priesterstudenten mochten niet meer naar ‘katholieke vrouwelijke psychiaters’ – dat wil zeggen: Terruwe. Ze heeft hier erg onder geleden. Later is ze wel gerehabiliteerd.
Freud vond als atheïst dat geloof en kerk tot verdringing van driften leidde. Terruwe was het daar niet mee eens. Zij meende dat er wel degelijk bevestiging in het geloof te vinden was. Mits dat geloof op een volwassen manier wordt beleefd. Als je ‘gesloten’ bent naar anderen; is het logisch dat je ook ‘gesloten’ bent naar God. Van een opgedrongen negatief Godsbeeld uit je jeugd, moet je zo snel mogelijk af. Dat geeft immers één en al ‘frustratie’. Beter géén God, dan zó’n God. Als je niet ‘kunt’ geloven, niet ‘kunt’ vertrouwen en liefhebben, is daar niets mis mee. Geloof is een gave. Geloof wordt je geschonken. Geloof overkomt je; net als verliefdheid. Misschien ben je er nog niet aan toe. Maar wat niet is kan komen. Misschien is God wel heel anders dan jij denkt. Misschien kan er een nieuw idee over Hem ontstaan. Naar God moet je ‘toegroeien’: dat is ‘wedergeboorte’.
Anna Terruwe was wel weer zo orthodox dat ze niet meeging met degenen in haar kerk die voor grotere vrijheid ijverden in zaken als het priestercelibaat of geboortebeperking.

Uit “Vleugels”(2012) van Claire Corbett: “…Dus daarom gaven Peter en Avis (ouders) nooit om Hugo (kind) en deed ik (au-pair) dat wel. Doe ik dat wel. Dat heb ik nooit begrepen. Zij hebben nooit iets opgegeven, nooit iets geriskeerd, en hoe minder ze iets voor hem deden, hoe minder ze van hem hielden. Ik dacht dat het andersom werkte: dat ze niets voor hem deden omdat ze niet van hem hielden. Misschien dachten ze dat zelf ook. Ze vroegen zich vast af wat er met ze aan de hand was. Als ze dag in dag uit hadden gedaan of ze van hem hielden, zijn billen hadden schoongeveegd, hem in bad hadden gedaan, hem hadden gevoed, elke nacht uit bed waren gekomen, dan was die liefde wel gekomen. Als je liefde wilt, zul je er werk voor moeten verzetten…”.

Ik ben blij dat ik “De frustratieneurose” heb gelezen. De bevestigingsleer lijkt mij een voorloper van de populaire contextuele therapie. Het is inspirerend en ‘zacht’. De praktijk zie ik om me heen gebeuren…


Uitgave: De tijdstroom - 1962

2 opmerkingen :

  1. Hoi Evelien,

    Mooie recensie. Ben blij dat het niet altijd over de meest recente bestsellers gaat. Van veel, in onze ogen "oude" boeken kunnen we nog veel leren. Veel therapie en psychologie is nog steeds gebaseerd op de vindingen van Freud en Jung. Als coach ben ik altijd geïnteresseerd in wat mensen drijft. Eigenlijk is dit een een heel actueel boek, ondanks het feit dat het bijna net zo oud is als ik. :-) Op dit moment leven we nog steeds in een maatschappij waarin veel mensen allerlei zaken najagen om uiteindelijk hun eigen gemis en verdriet te verbergen, of misschien wel te overschreeuwen. Mooi ook wat je schreef over Godsbeeld en geloof. Ik moet zeggen dat ik dat wel herken. Het is niet gek dat, wanneer de Bijbel God een Vader noemt, je dit associeert met je eigen vader. De relatie met je vader kan dus ook heel goed bepalend zijn voor je relatie me God. Maar ook het dilemma van Je naaste liefhebben als jezelf. Uit de psychotherapie blijkt wel dat veel mensen niet van zichzelf houden. Hoe zou je dan van een ander kunnen houden, als je zelf niet geleerd hebt wat "houden van" is? En aangezien we als mensen meer op elkaar lijken dan dat we van elkaar verschillen, zullen er dus veel mensen met een frustratieneurose rondlopen.

    Lezersgroet

    Ad

    BeantwoordenVerwijderen