Menu

zondag 24 november 2013

Als Freyja zich laat zien – Henk Vreekamp


Subtitel: De code van het christendom

Het derde, en laatste deel van de Veluwe-trilogie. Evenals in beide vorige boeken – ‘Zwijgen bij volle maan’ en ‘De tovenaar en de dominee’ - draait het ook nu om de verhouding die het christendom heeft met heidendom en jodendom. Nog één keer ziet Henk Vreekamp onder ogen wat hij nu écht gelooft. De wandeling begint in Epe.


Eeuwig leven
Het verhaal heeft me gelijk te pakken. Niemand minder dan Freyja staat in de winkelstraat te wachten om met mij mee te lopen door het boek: “… Zij bestudeert de bronzen sculptuur van de Vrouwen van Oranje, Wilhelmina, Juliana en Beatrix. Haar blik oogt uitgesproken nieuwsgierig. Ravendonkere pupillen verkennen ongedurig de omgeving. In zuiver zwart gaat zij gekleed. Zwarte breedgerande hoed op de helblonde haren. Zwarte sjaal om de zongebruinde hals. Zwarte zomerjurk rond het slank belijnde lichaam, licht ingesnoerd met een gouden gordel. Zwarte naaldgehakte schoenen los in de hand…”.
Dan duikt vanuit het niets een andere vrouw op die haar aanspreekt. Gehuld in diepdonker paars, het gezicht verborgen achter een masker, in haar hand een stuk perkament, met daarop een code, die eeuwig leven belooft: ‘De code van het christendom’: “… ‘Nee, dank u’, hoort Freyja zichzelf zeggen. Zij haat ongevraagde aandacht. ‘Twaalf zinnen zijn het. Met elkaar vormen ze een weg. Over hoogten en door diepten, dwars door brede rivieren en recht over steile bergen. Als je de route volgt zoals hier beschreven, zul je het doel bereiken. Ongetwijfeld.’ ‘Nee, dank u’, herhaalt Freyja, die vermoedt waar de vrouw heen wil. ‘Je moet de woorden grondig lezen’, bezweert de gemaskerde gestalte. ‘Zo vaak lezen dat je ze ten slotte uit het hoofd kent. Van buiten leren dus. Van buiten, ja. Ze komen niet op in jezelf. Wat ze beloven, hebben je ogen niet eerder gezien, is in je hart niet opgekomen…’ ‘Het spijt me, geen belangstelling’, onderbreekt Freyja feller dan haar lief is. ‘De woorden zijn overigens niet eenvoudig te begrijpen. Je hebt uitleg nodig. Twaalf mannen die met elkaar de tekst hebben opgesteld, zullen die uitleg je geven.’Niet nodig. Ik ben christelijk. En dat wilde ik zo houden…’, protesteert Freyja. ‘De twaalf zinnen’, vervolgt de stem onverstoorbaar, ‘zullen je onderweg beschermen. En bescherming zul je nodig hebben. De woorden hebben magische kracht en helende uitstraling. Ze heiligen de plek waar je vertoeft en de tijd waarin je voorttrekt. Ze beschermen je tegen aanvallen van duistere geesten en verleidelijke krachten. Bescherming bieden ze tegen de toverkunst van de duivel zelf. Als je de woorden uitspreekt, zal de tegenstander zich terugtrekken, zal de koorts wijken, zal de opkomende waanzin niet doorzetten, zal de aanval van de zwarte elven worden afgeslagen, zal de verleiding het veld ruimen…’ ‘Magische kracht, deze woorden? Hoezo?’ onderbreekt Freyja, nu toch verrast. ‘De geschreven woorden,’ fluistert de vrouw, ‘willen tot leven komen, los van het perkament. Ze willen tot vlees en bloed worden, opstaan in levende lijve. En nu ben jij aan de beurt. Alsjeblieft, hier is de tekst.’ Vlug laat Freyja haar schoenen rond de voeten glijden om het perkament te kunnen pakken. ‘En hoe…?’ Voordat zij haar vraag kan stellen, is de vrouw verdwenen…”.

Het Apostolicum
De code bestaat uit de Twaalf Artikelen, zoals ze in de protestantse traditie worden genoemd, van het zogenaamde Apostolicum: één van de bekendste en meest wijdverbreide oudchristelijke geloofsbelijdenissen. Freyja gaat er mee op pad. Twaalf joodse mannen kruisen haar weg, en geven haar uitleg: de discipelen. Ik moet zeggen, ik ben zelden zo’n originele schriftverklaring tegengekomen.
Het Apostolicum is een oud document dat op allerlei manieren is doorgegeven. Vreekamp komt met de Angelsaksische vertaling, omdat die het diepst verbonden is met de Veluwe.
Het is zo mooi, dat ik het hierbij citeer:

SE LǼSSA CREDA: 1. Ic gelyfe 2. on God, 3. Fæder 4. Ǽlmihtigne, 5. Scyppend heofenan and eorðan; 6. and ic gelyfe on Hælend Crist, 7. his ancennedan Sunu, 8. urne Drihten, 9. se wæs geeacnod of ðam Halgan Gaste, and acenned of Marian þam mædene, 10. geðrowod under ðam Pontiscan Pilate, 11. on róde ahángen, 12. hé was dead and bebyrged, 13. end hé niðer-astáh to helle, 14. and hé arás of deaðe on ðam ðriddan dæge, 15. and hé astáh úp to heofenum, 16. and sitt nu æt swiðran Godes Ǽlmihtiges Fæder, 17. þanon hé wyle cumin 18. to démenne ægðer ge ðam cucum ge ðam deadum. 19. And ic gelyfe on ðone Halgan Gast, 20. and ða halgan gelaðunge, and halgena gemænnysse, 21. and synna forgifennysse, 22. and flæsces ærist, 23. end þæt ece lif. 24. Shy hit swa.

In het Nederlands:

HET KLEINE CREDO: 1. Ik geloof 2. in God, 3. Vader 4. Almachtige 5. Schepper van de hemel en de aarde; 6. en ik geloof in de Heiland Christus, 7. zijn eniggeboren Zoon, 8. onze Heer, 9. die was ontvangen door de Heilige Geest, en gebaard door Maria de maagd, 10. geleden onder Pontius Pilatus, 11. aan het kruishout gehangen, 12. hij was dood en begraven, 13. en hij steeg neer in de hel, 14. en hij verrees uit de dood op de derde dag, 15. en hij steeg op naar de hemel, 16. en zit nu aan de rechterzijde van God, de Almachtige Vader, 17. vanwaar hij zal komen 18. om iedereen te oordelen, zowel de levenden als de doden. 19. En ik geloof in de Heilige Geest, 20. en de heilige gemeente, en de heilige gemeenschap, 21. en vergeving van de zonden, 22. en de opstanding van het vlees, 23. en daarna eeuwig leven. 24. Moge dit zo zijn.


Doop
De wandeling begint in de dorpskerk, waar stil gestaan wordt bij het stenen doopvont (in het woord ‘vont’ zit het woord ‘fons’, bron, verscholen, waterbron) uit de vijftiende eeuw, en ik wel het meest ongehoorde verhaal over de doop lees, ooit. Ik herinner mij een paar vrienden die in hun studententijd zo ongeveer alles lazen wat er maar beschikbaar was over de doop, omdat ze voor eens en altijd gezegd wilden hebben wat Bijbels gezien de beste optie was: kinder- of volwassendoop. Ze kwamen er niet uit. Eigenlijk wogen alle argumenten vóór net zo zwaar als tegen; en ik heb niet het idee dat de kwestie inmiddels van de theologische tafel is geveegd. Dan vertelt Freyja: “… Bij de oude Germanen was na de geboorte van een kind het de vraag of de vader de pasgeborene op de knieën zou nemen. Deed hij dat niet, dan werd het kind niet geëigend, niet opgenomen in het familieverband. Het werd te vondeling gelegd. Meestal was het dan ten dode opgeschreven. Zag de vader trekken van de overleden verwanten terug in het kind en nam hij het vervolgens op schoot, dan maakte de nieuwgeborene voortaan deel uit van de stam en had recht van bestaan. Als bevestiging van deze aanvaarding besprenkelde de vader in zijn rol als priester het kind met water en sprak hij de naam uit die het kind zou dragen. De besprenkeling met water was belangrijk. Zolang het kind niet was gedoopt, was het bijzonder ontvankelijk voor de invloed van boze geesten. Bij onze voorouders heerste de opvatting dat bij een ongedoopt kind ziel en lichaam nog niet verenigd waren, dat van een menselijk wezen nog geen sprake was. Daarom werd het te vondeling leggen ook niet als moord beschouwd. Toen de IJslanders tot het christendom waren overgegaan, bedongen zij dat het recht om pasgeboren kinderen te verstoten gehandhaafd bleef. Trouwens, waarom werden ongedoopte kinderen begraven aan de noordkant van de kerk, in ongewijde aarde?...”.
Het verhaal gaat nog verder. Op de vier hoeken van het doopvont staren vier fijn uitgebeelde mannenkopjes je aan. Zijn het de vier evangelisten? Het rare is dat er drie ernstig kijken, en één een beetje lijkt te grijzen. Freyja vertelt dat het viertal ‘maskers’ zijn: “… Een masker is oorspronkelijk het net waarin een dode wordt gewikkeld. Maar op den duur houden de mensen dat masker zelf voor de in het net gewikkelde dode, voor de geest van de gestorvene…”. Achter de maskers gaan de voorouders van de dopeling schuil. En die hebben het goed voor met de pasgeborene. “… Bescherming van de voorouders klinkt ook door in de naam van het kind, vervolgt Freyja. Gewoonlijk wordt het kind vernoemd…”. Vandaar dat ik dus naar mijn oma heet…

De groene man
De dominee wijst op een fresco in de kerk, een schildering van het hoofd van een man waaruit een plant omhoog schiet: de groene man. Hij vertegenwoordigt de natuur. Als je oplet zie je hem overal: “… Meestal is het een groene man, maar ook de groene vrouw is bekend. Altijd is er een gezicht te zien, opgebouwd uit bladeren of door blad omringd. Soms lijkt het hoofd achter de bladeren verborgen en kijkt de man je aan dwars door het blad heen. Blad en vrucht groeien uit de mond, uit de oren of, zoals in Epe, uit het hoofd…”. Hoe komt de groene man in de kerk terecht? “… De groene man leidt een taai bestaan. Oud als hij is, trekt hij zich niet veel aan van zoiets nieuws als het christendom. En kunstenaars die de groene man schilderen, bekommeren zich doorgaans niet al te veel om kerkelijk gezag en theologische grenzen. Denk aan de Sixtijnse kapel in Rome, hoe Michelangelo daar te werk ging. Heidense Sibyllen zitten vrolijk tussen de profeten van Israël. Verborgen mystieke traditie is openlijk vervlochten met historische Bijbelverhalen…”.

De sluitsteen
Op een sluitsteen hoog in de kerk, is het gelaat van Christus te zien, zoals het is afgebeeld op de lijkwade van Turijn. In de Bijbel wordt Christus voorgesteld als zo’n sluitsteen:
“…De steen die de bouwers afkeurden, die is tot een hoeksteen geworden…” (Marcus 12:10,11). Afgelopen zomer heeft iemand mij in de (niet zo heel grote) kerk van Deurne meegenomen naar boven om mij de gewelven te laten zien. Hij wees de onooglijke sluitsteen aan waar heel die kerk op rust. De gigantische krachten die er door in evenwicht worden gehouden. Haal die sluitsteen weg en heel zo’n kerk valt als een kaartenhuis in elkaar. Voor het eerst werd me eigenlijk duidelijk wat het betekent dat Christus ‘the whole wide world in his hand’ houdt. En het drong tot me door waarom de postmodernen het altijd maar hebben over de ‘fragmenten’ waar het leven uit bestaat. Als je geen ‘verhaal’ hebt, houd je alleen ‘losse flodders’ over. Ik vind ze wel sympathiek: die postmodernen…

De Boskathedraal
De wandeling eindigt in De Boskathedraal bij Apeldoorn; een geschenk van koningin Beatrix ter gelegenheid van haar zestigste verjaardag. De kathedraal heeft geen muren en geen dak. Het bestaat uit veertig bronzen boomstronken van ongeveer een meter hoog, gemaakt door kunstenaar Marinus Boezem. Het heeft als grondpatroon de omtrek van de Notre Dame, de kathedraal van Reims. De kunstenaar gebruikte naar eigen zeggen de gotische plattegrond als ‘print’ voor de geest, om de teloorgang in tijd en ruimte te bezweren. Freyja voelt zich daar wel lekker: geen dak boven je hoofd betekent dat niemand macht over je heeft.

Heidendom of atheïsme
Een mooi stukje op het eind van het boek gaat over een recensie die die andere recalcitrante theoloog van de Veluwe, Bram van de Beek, schreef over “Zwijgen bij volle maan”. Als het christendom verdwijnt, blijven het heidendom en het atheïsme (of de zachtere kant: het agnosticisme) over. Het is duidelijk dat Vreekamp de weg van het heidendom in zou slaan. Van de Beek zegt dat hij dan eerder valt voor het harde atheïsme van Dawkins. Hij vertelt hoe hij worstelde met de vraag of God sowieso bestond: een nihilistische aanvechting. Dat begrijp ik, ik zie dat vaak om me heen - mensen die absoluut niet kunnen geloven dat er een God is. Voor mij is dat nooit een vraag geweest, al deed ik er dan tijden niets mee. Ik heb nooit getwijfeld aan het bestaan van het goddelijke. Dat zit gewoon in mij – misschien wel in mijn DNA, zoals sommige wetenschappers mij willen doen geloven. Ik zou dus de weg van Vreekamp gaan. Ik herinner mij een krantenartikel waarin Van de Beek vertelt dat hij ook nog afgestudeerd is in de biologie, en wel op een bramensoort, waardoor hij door zijn collega’s ook wel ‘Bramenbram’ i.p.v. Abraham werd genoemd. Dus toch: de groene man…

Het was een hele reis. Waar ik nu nog op hoop is dat Boekencentrum ooit een wandelgids gaat uitgeven aan de hand van de Veluwe-trilogie. Dan kunnen we de wandelingen van Vreekamp nalopen. Wie weet kom ik je dan nog wel eens tegen…

Trailer: http://www.youtube.com/watch?v=K_eM7TV_A8I

Een diepgaand radiointerview met Henk Vreekamp is te beluisteren op de programma pagina van “Schepper en Co” (NCRV) van 03.11.2013 onder de titel “De drijfveren van…”: http://avondweekend.radio5.nl/programma/9128/

Uitgave: Boekencentrum - 2013, 320 blz., ISBN 978 902 392 689 4, €19,90
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen