Menu

zaterdag 27 december 2014

De verborgen meisjes van Kabul – Jenny Nordberg


Verhuld protest in Afghanistan



“… Voor alle meisjes die hebben bedacht dat ze harder konden rennen en hoger konden klimmen als ze een broek aanhadden…”

Onderzoeksjournalist Jenny Nordberg, werkzaam voor o.a. The New York Times en het Zweedse Svenska Dagbladet, stuitte tijdens haar onderzoek voor een televisiedocumentaire naar Afghaanse vrouwen, op een fenomeen waar zelfs gender-deskundigen nog nooit van hadden gehoord: als jongens verklede meisjes. De zogeheten ‘bacha posj’.

Beter een zogenaamde zoon dan helemaal geen zoon

In haar boek maken we kennis met Azita, een op dure scholen opgeleide dochter van een professor uit Kabul, die al vier jaar in de politiek zit: “… Het parlement waar zij deel van ging uitmaken, werd voor een groot deel bevolkt door drugsbaronnen en krijgsheren, en leek in een staat van verlamming te verkeren door diepgewortelde corruptie, maar het was in elk geval een poging de democratie in te voeren waar veel Afghanen naar zeiden uit te kijken. Het was de opvolger van vele vormen van mislukt bestuur in de afgelopen eeuw: de absolute monarchie, communisme, en een islamitisch emiraat onder de Taliban. Of helemaal geen bestuur, in tijden van burgeroorlog…”. Ze spreekt Dari, Pastoe, Urdu, Russisch en Engels en houdt er relatief vrijzinnige opvattingen op na. Ze is naar verschillende Europese landen en Yale in de Verenigde Staten gevlogen om betogen te houden over het leven onder de Taliban. Toch is ze getrouwd met een analfabete neef met losse handjes, een boer die al een vrouw had, omdat haar vader geen andere uithuwelijksmogelijkheid zag (volgens hem zou ze als maagd zeker door de Taliban zijn ontvoerd); en dost ze haar vierde en jongste dochter uit als een jongen, omdat je in Afghanistan als politica niets bereikt als je geen moeder bent van een zoon. Het gekke is dat veel mensen van de maskerade op de hoogte zijn en het een prima oplossing vinden. Niemand praat er over. Volgens Azita zijn vrouwen in haar samenleving een mindere soort, wandelende baarmoeders, in boerka’s verpakte dieren. Dochters zijn vooral een handig informeel betaalmiddel waarmee ruzies worden beslecht en schulden afbetaald. Iedereen is gebaat bij een jongen in het gezin: de vader lijdt geen gezichtsverlies, de moeder en zusjes kunnen zich onder zijn escorte buitenshuis bewegen en als ze arm zijn kan een vermomde zoon elders geld gaan verdienen. In een land zonder wettelijke en sociale voorzieningen zijn de families afhankelijk van hun mannen. In grote gebieden in Afghanistan is de geletterdheid niet groter dan tien procent, en tiert het bijgeloof welig. Wijd en zijd wordt de overtuiging aangehangen dat de vrouw het geslacht van een kind bepaalt door het zich vast voor te nemen. Als er dus een meisje wordt geboren is dat de schuld van de moeder. Ze heeft niet genoeg een zoon gewenst. Een jongensbaby is een triomf, een succes. Een meisjesbaby is een vernedering, een mislukking.

Magie
Nordberg raakt gefascineerd door de Afghaanse jongensmeisjes en komt de waanzinnigste verhalen tegen. In een Taliban-dorpje waar de vrouwen en mannen strikt gescheiden leven, woont een ‘oom’, een volwassen vrouw met een tulband op en mannenkleren aan. Als ‘tussenfiguur’ heeft ze een speciale status en functioneert ze als boodschapper tussen de beide seksen (de meeste nepjongens veranderen net voor de puberteit trouwens weer in een meisje). Op een zwart-witfoto uit het begin van de twintigste eeuw bewaken vrouwen in mannenkleding een harem – vrouwen vormen immers geen bedreiging voor de kuisheid van andere vrouwen. Ze ontmoet een hoogopgeleide vrouwelijke gynaecoloog die tevens een reputatie hoog houdt als ‘zonenmaakster’: met het doorgeven van oeroude huismiddeltjes, diëten met warme en koude voedingsmiddelen en seksuele standjes boekt ze opmerkelijke resultaten. Voor wie cynisch is: “… De conventionele geneeskunde erkent inderdaad dat mannelijk sperma sneller zwemt en eerder vermoeid raakt, terwijl sperma met het vrouwelijke chromosoom trager is maar meer uithoudingsvermogen heeft en langer blijft leven in de baarmoeder…”. Ze vertelt over het magische geloof dat een bacha posj de weg vrij maakt voor het krijgen van een echte zoon.
Nordberg heeft voor haar boek een paar dozijn jongensmeisjes geïnterviewd. Door de levens van vijf van hen te ontrafelen duikt ze diep in de geheimen van de bacha posj. Het blijkt dat niet alleen in Afghanistan maar overal waar sprake is en was van een rigide patriarchale samenleving vrouwen zich hebben voorgedaan als mannen om oorlog te voeren, te werken, een opleiding te kunnen volgen of simpel zonder gevaar voor eigen leven te kunnen reizen (zie b.v. mijn blog over “Gebed voor de vermisten” van Jennifer Clement). De nepjongens die voor hun puberteit weer meisje worden, lijken door hun ervaring geestelijk weerbaarder en onafhankelijker in het leven te staan. Degenen die hun vermomming als jongen langer volhouden, hebben het als volwassene erg moeilijk met hun vrouwelijkheid. Diepgravend schrijft Nordberg over de betekenis van gender en de rol van seks in de gesegregeerde samenleving van Afghanistan.

Macht en godsdienst
Afghanistan is één van de gevaarlijkste landen om kinderen te krijgen. Elk half uur sterft er een moeder tijdens een bevalling. De levensverwachting van vrouwen is 44 jaar. De meeste zwangere vrouwen zijn te arm om een echo te laten maken en eventueel een abortus uit te voeren, zoals in buurlanden als India vaak gebeurt. In heel Azië zijn al meer dan 160 miljoen vrouwelijke foetussen geaborteerd, waardoor er generaties lang gigantische problemen de kop zullen gaan opsteken vanwege het vrouwentekort; vertelt Nordberg. Uit onderzoek komt naar voren dat de mate van vernedering en onderdrukking van vrouwen zo’n beetje gelijk op gaat met de mate van geweld en agressie oftewel oorlog naar buiten toe. Hoe meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen, hoe vreedzamer en economisch stabieler een land. Daarnaast wijst Nordberg op het feit dat achter iedere bacha posj een vooruitstrevende vader staat. Lang niet alle mannen willen dat vrouwen onzichtbaar zijn. Ook zij zitten gevangen in de kaken van de traditie. Het zijn heel vaak en juist de vrouwen, de oma’s en de (schoon)moeders , die de aloude sociale conventies met hand en tand bewaken en verdedigen (zie b.v. ook mijn blog over “De onverzadigbare vrouw (en de afwezige man) van Lisette Thooft). Nordberg zet de Islam absoluut niet neer als een achtergebleven en antiprogressieve godsdienst; al zijn veel Islam-uitleggers dat vaak wel: “… Het is de klassieke vloek die rust op de georganiseerde godsdienst: stervelingen gaan met de interpretatie aan de haal om anderen onder de duim te houden…”. Ze benadrukt dat mensen godsdienst vaak misbruiken om macht uit te oefenen, maar dat dat niet hetzelfde is als dat godsdienst überhaupt oorlog zou zijn (zie b.v. ook mijn blog over “Compassie” van Karen Armstrong). Veel jonge mensen krijgen les van moellahs die zelf niet eens kunnen lezen of schrijven. Als iemand zegt dat er iets in de Koran staat, wordt dat meestal voetstoots aangenomen, want je zou maar eens de indruk wekken tegen Allah in te gaan. Niemand vertrouwt elkaar in Afghanistan. Alles draait om de buitenkant, om de goede naam en de eerbaarheid. Vandaar dat kledingvoorschriften ook zo belangrijk zijn. Van vrouwen mag niet alleen geen stukje huid zichtbaar zijn, ze mogen je ook niet aankijken, en er mogen geen vrouwelijke vormen zichtbaar zijn. Het gevolg is dat iedereen eigenlijk doorlopend aan seks denkt.

Wie dacht dat kolonialisme iets uit het verleden is…

Nordberg doet een beschamend en ten hemel schreiend boekje open over de sjieke expatgemeenschap vol high-tech en ultra-design in Kabul waar een ontwikkelingswerker in het middenkader per maand ongeveer 15000(!) dollar belastingvrij verdient. Tussen 2006 en 2011 werd er in totaal ruim 30 miljard dollar aan ontwikkelingshulp in Afghanistan gepompt door ongeveer 30 landen en een paar grote multilaterale organisaties als de Europese Unie, de Verenigde Naties en de Wereldbank. Van elke dollar ontwikkelingsgeld komt bij tijd en wijle nog geen tien cent ten goede aan de over het algemeen straatarme Afghaanse bevolking. Van de rest van het geld is vooralsnog alleen een select groepje Afghanen en buitenlanders uitzonderlijk rijk geworden: “… Bij een van de meest opgehemelde prestaties – onderwijs, met name aan meisjes – wordt gepronkt met indrukwekkende officiële cijfers: bijna tien miljoen geregistreerde leerlingen, terwijl dat er onder de Taliban slechts rond de vijftigduizend waren. Maar de helft van de nieuwe scholen in Afghanistan beschikt niet over een gebouw en heeft geen docenten, de meeste leerlingen maken hun school nooit af, en een vijfde van de geregistreerde leerlingen is permanent afwezig…”. Bovendien reikt de interesse voor het onderwijs van de zelfingenomen buitenlanders niet tot de universiteiten. Iedere neergestreken organisatie doet maar wat: elke nationaliteit en iedere organisatie probeert een eigen versie van democratie en ontwikkeling uit te voeren, zonder meestal ooit met elkaar te overleggen. De enorme hoeveelheden geld wakkeren het wanbeheer en de corruptie gigantisch aan en maken van Afghanistan een ‘renteniersstaat’ die volkomen afhankelijk is van internationale hulp en nauwelijks verantwoording aflegt tegenover de eigen burgers. Een laag jetsettende, Engelssprekende vrouwelijke activisten in Kabul die zich met name richt op international gehoor, heeft de kloof tussen de stedelijke en plattelandsvrouwen alleen maar nog groter gemaakt (ter overweging: in één jaar werden maar liefst ruim 700 buitenlandse projecten gesponsord voor het verbeteren van de leefsituatie van vrouwen en meisjes - welke ‘gewone’ Afghaanse er beter van is geworden mag het zeggen): “…Soms laten de Amerikanen zich erop voorstaan dat ze sinds ze op het vliegveld zijn opgepikt, geen voet buiten de compound hebben gezet en dat ook niet zullen doen tot ze weer naar huis gaan…”. Voor wie dacht dat kolonialisme iets uit het verleden is…
De toekomst is verre van rooskleurig: bijna alle desgevraagde insiders zijn het er over eens dat als de buitenlandse troepen definitief vertrekken Afghanistan zal ontaarden in een chaotische burgeroorlog dan wel een wetteloze narcostaat, waarna regionale krijgsheren de provincies waarschijnlijk onder elkaar zullen verdelen.

Is het bij ons wel zo heel erg veel anders?

“De verborgen meisjes van Kabul” geeft niet alleen een verbijsterend beeld van de man- vrouwverhoudingen in Afghanistan; al lezende word je zelf ook een spiegel voorgehouden. Niemand heeft de sociale context waarin hij wordt geboren voor het kiezen. In hoeverre passen wij ons aan om niet buiten de boot te vallen (zie b.v. ook mijn blog over “De menselijke smet” van Philip Roth)? Is het bij ons wel zo heel erg veel anders? Het zegt toch wel wat dat de film “Houdt God van vrouwen”, waarin Hilligje Kok haar best doet een meer actieve rol in de kerk en politiek te spelen, bekroond werd als beste documentaire van 2013. En dat Lilian Janse, die zich tegen de partijbeginselen in verkiesbaar stelde als vrouwelijk SGP-raadslid in Vlissingen, is genomineerd als moedigste mens van 2014 in het Een Vandaag Opiniepanel. En wel door de bestseller-schrijfster van "Dorsvloer vol confetti", Franca Treur, die zelf uit een streng-christelijk milieu komt waarin ze geacht werd met een hoedje op en een rokje aan ter kerke te gaan. Nordberg: “… Toen Setareh (een tolk) uiteindelijk met een speciaal voor de gelegenheid aangeschaft prepaid mobieltje een woordvoerder van de Taliban in de provincie Kunar had bereikt, bevestigde hij dat als de Taliban eenmaal meer macht in Afghanistan krijgen – wat hij stellig verwachtte zodra de meeste Amerikanen en de geallieerde strijdkrachten waren vertrokken – de bacha posj onmiddellijk in de ban zouden worden gedaan, aangezien diegenen die proberen hun gender te veranderen, zich ten onrechte ‘met Gods schepping bemoeien’. De woordvoerder liet Setareh tevens weten dat vrouwen uit alle universiteiten, rechtbanken, het parlement en de provincieraden zullen worden verwijderd, omdat ‘God geen vrouwen op die plekken wil’…”. Dat klinkt me bekend in de oren...

Uitgave: Atlas Contact - 2015, vertaling Miebeth van Horn, 384 blz., ISBN 978 904 502 803 3, € 24,99
Ik las het manuscript. Eind januari is het boek leverbaar. Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen