Menu

donderdag 8 januari 2015

Ik kom terug – Adriaan van Dis


Het hangt zeker in de lucht: romans over moeders. Van Maarten ’t Hart zit “Magdalena” er aan te komen; een boek waarin hij ‘de wonderlijke eigenaardigheden en de onwrikbare, rotsvaste zekerheid des geloofs’ van zijn moeder onder handen zal nemen. Ze wilde trouwens niet dat hij bij leven over haar schreef. Ze stierf in 2012. In 2016 staat er ook een moederroman gepland van Arnon Grunberg, die daarvoor inmiddels weer bij zijn 87-jarige moeder woont. Adriaan van Dis beet alvast de kop af met “Ik kom terug”.

Er zit vaak niks anders op dan je gelukkig te liegen

Van Dis laat je lachen en huilen. In het weergaloze beginverhaal ontstaat er tussen moeder en puberzoon een ware veldslag - “… ik wist niet dat een vrouw zo kon gillen…” - vanwege een reiskist, die al zolang hij het zich herinnert onder een batik lap staat te smeulen in de eetkamer. Zijn leven lang wil hij weten wat er in zit. Als zijn moeder op een keer in bad zit ontvreemdt hij de sleutel, maar ze merkt het als ze zich staat aan te kleden, en vliegt als een furie naar beneden: “…‘Het is mijn kist,’ krijste ze…”. Ze springt op zijn rug, hij sleept het hele geval door de tuindeuren naar buiten en gaat er met een sigaretje doodkalm boven op zitten: “… Rook in, rook uit. Mijn oorlogssignaal. Zestien jaar…”. Als zijn moeder met een bijl aan komt zetten, wint zij: “… Mijn moeder dook boven op me. ‘Ik onterf je. Ik onterf je.’ Haar nagels krasten in mijn nek en om mijn strot. De tijgerin…” (als hij eindelijk, na haar dood, de kist opent, ligt er alleen maar een mousselinen zakje met twee lange kanten handschoenen en een foto van zijn oma in).
Als ze achtennegentig is vindt zijn moeder dat ze wel genoeg heeft geleefd, en maakt ze een deal met haar zoon: als hij zorgt voor een pil, zal zij haar verleden opengooien. Dan kan hij er over schrijven. En schrijven doet hij. Dat van die pil is een ander verhaal.
Van Dis zet een, door de tegenstellingen in haar karakter, fascinerende vrouw neer.
Aan de ene kant de door oorlog en jappenkamp geharde, ontoegankelijke, nuchtere boerendochter met handen als kolenschoppen waarmee ze ooit een kalf uit een koe trok en een bietenkar uit de modder duwde: “… Ze knalde op haar zesde al ratten uit het veld. (Voor haar had de vijand een staart.) Die handigheid kwam haar later in Indië nog goed van pas. ‘Met pacifisten kom je er niet.’ ‘Ja,’ zei ik, ‘we moeten mekaar meer doodschieten.’…”. Van Dis kan zich niet herinneren dat zijn moeder hem ooit aanraakte; als 67-jarige hunkert hij daar nog steeds naar.
Aan de andere kant het zweverige New-Age type, die zweert bij edelstenen, meditatie, I -Tjing, hypnose, handlezen en de natuur; die woest in haar kunstagenda bladert, en drie à vier boeken per week leest. Ze gelooft in reïncarnatie; vandaar de titel. Een volbloedromantica die van alles doet om de werkelijkheid een beetje mooier te maken: “… ‘Er zit vaak niks anders op dan je gelukkig te liegen.’…”.

Een pens waar ik mij voor schaam
Met ongelooflijke fijngevoeligheid beschrijft Van Dis haar aftakeling. Haar dwarse, bijna nurkse manier van doen. Ze jaagt de verpleging haar zorgappartement uit. De direktrice maakt elke dag een praatje met haar: door de brievenbus. De manier waarop hij zijn moeder naar de wc helpt: “… ‘Je mag me zo niet zien. Een zoon mag zijn moeder zo niet zien.’ ‘Ik heb ook een pens waar ik me voor schaam.’ En toen huilde ik maar mee. Om het vertrouwen. We schikten een verse luier en hesen haar broek weer op…”. Zijn observaties in het rusthuis waar ze woont: “… dames met gebakken haren rolden hun rollator behendig naar de conversatiezaal – hun stuurmanskunst ontroerde me, ooit waren het steppende meisjes geweest, je zag het aan hun knuisten…”.
Van Dis schrijft veel over haar tropenjaren in, toen nog, Nederlands-Indië, waar ze drie dochters krijgt (ze overleeft er twee) met haar gekleurde man: een ongewoon fenomeen waar ze in Holland met open mond naar gapen. Tijdens de oorlog wordt hij onthoofd, en wordt zij verliefd op een ander met dezelfde naam. Ze gaat met hem terug naar Holland maar trouwt nooit: derhalve is Van Dis een ‘bastaard’ – iets waar hij volgens haar trots op moet zijn. Zijn vader is een razende driftkikker, die zijn zoon mishandelt, terwijl zijn moeder wegkijkt – hij haat haar er nog steeds om. Als excuus laat ze hem een brief lezen waarin een bevriende Duitse arts verslag doet over wat hij aan gruwelen meemaakte tijdens zijn werk aan de beruchte dodenspoorlijn, waarbij zijn vader als krijgsgevangene was betrokken. Hij was soldaat; misschien leed hij aan wat nu PTSS wordt genoemd (zelf ging Van Dis met gelakte nagels naar de keuring om onder militaire dienstplicht uit te komen).

Maxime Verhagen is een vreeslijke druiloor
Ik vind de verhalen over wat Van Dis zélf met zijn moeder meemaakt mooier dan die uit de tweede hand. Hoe hij vertelt over dat hij mee moest op ‘erfenisbezoek’ naar twee pikzwart-gejurkte Franse tantes die bulkten van het geld: “… Ik moest mij goed gedragen, onze toekomst stond op het spel. Hun geld zou ons bevrijden van zuinigheid en oorlogsangst. Speciaal voor het bezoek droeg ik een grijsfluwelen lange broek met omslag. Hij jeukte van nieuwigheid. Tante Elise en tante Desiree koesterden hun afkomst, generaties geleden waren hun voorvaderen voor de roomsen uit het zuiden van Frankrijk naar het noorden gevlucht.‘Vaudois’ noemden ze zich, maar wij zeiden thuis gewoon waldenzen. De tantes hingen nog altijd aan een familiewapen uit die tijd, al hadden ze zich vermengd met Brabantse boeren en deelden we dezelfde achternaam. Vroom zijn was hun hobby en ik zat nog niet of de tantes lazen me de les. Of ik wel wist hoe de Vaudois geleden hadden? Opgejaagd waren ze, door de inquisitie vervolgd om hun sober geloof. Waar ze in Frankrijk ook heen vluchtten, tot aan de Alpengrotten toe, keer op keer werden hun kale kerken verbrand en hun nederzettingen vernietigd. Vrouwen hadden moeten toezien hoe de roomsen hun baby’s tegen de rotsen smakten, jonge zonen werden in stukken gesneden en hun lichaamsdelen in de velden omgeploegd en de mannen de hersenen uitgesneden. De roomsen kookten die en aten ze op. De tantes lieten me een oude Franse bijbel zien, met roestig bloed op de band. Ik kneep van angst in de tafelrand, mijn moeder keek naar buiten en begon over het weer. ‘Wij zijn de joden van de christenen,’ zei tante Desiree. En ik mocht daarbij horen? …”.
En een knettergek fragment over glaasje draaien, waar zijn moeder met nog een stel Gooise vrouwen toe overgaat, en Van Dis verstijfd getuige van is (zijn moeder krijgt de geest): “… Een vreemde taal was in haar strot gekropen, een mannenstem. Mōshiwake gozaimasen! Tennõheika no meirei deshita! Mōshiwake gozaimasen! De stem zong en snauwde tegelijk. Mijn moeder boog voorover tot haar voorhoofd de tafel raakte. De dames hesen haar op. Maar ze sloeg ze van zich af. De Russin peuterde de banderol van de dop van de wodkafles. Ik sloop beschaamd weg. De vreemde stem vulde de gang, de trap, mijn kamer, tot een hoge gil hem overtrof. Ik werd naar beneden geroepen. Mijn moeder lag half onder de tafel, ze was in trance van haar stoel gegleden. De handoplegster zat geknield naast haar en jammerde met haar mee. De stem had Japans gesproken…”.
Ook al dweept zijn moeder met allerlei vage vormen van spiritualiteit, ze is ontzettend bij de tijd. Tot op het allerlaatst van haar dagen behoudt ze haar interesse in het wetenschapskatern van de krant en de politiek op televisie. Haar commentaar is niet misselijk. Haar dochter over haar laatste woorden: “… Ze kneep me zachtjes en probeerde uit het kussen op te komen om nog iets te zeggen: ‘Maxime Verhagen is een vreeslijke druiloor.’ En toen viel ze achterover.’…”. Jaja.
Ik schrijf deze blog de dag na de terreuraanslag op het Franse satirische tijdschrift ‘Charlie Herbo’, waarbij twaalf doden vielen. Ik kan me zo voorstellen dat de moeder van Van Dis ook het nodige te zeggen had over moslimextremisme en mensen als Theo van Gogh, Pim Fortuyn en Geert Wilders. Maar daar zwijgt Van Dis wijselijk over. Misschien maar goed ook. “Ik kom terug” spat niet uit elkaar van sensatieverhalen – maar is best een leuk boek om te lezen.

Uitgave: Augustus – 2014, 284 blz., ISBN 978 902 544 346 7, €19,99
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen