Menu

donderdag 14 mei 2015

De liefdesladder – Else-Marie van den Eerenbeemt


Subtitel: Over familie en nieuwe liefdes

Iemand gaf mij “De liefdesladder” van familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt (’s-Hertogenbosch, 1946), een boek dat gaat over hoe het werkt en niet werkt binnen gezinnen, ter lezing. In sneltreinvaart worden tal van mogelijke scenario’s besproken. “De liefdesladder” werpt een verhelderend licht op diverse familiedrama’s die ik de afgelopen tijd in allerlei verhalen ben tegengekomen. Eigenlijk kun je aan ieder item wel een roman linken. Van den Eerenbeemt doet dat trouwens ook vaak: verwijzen naar literatuur.

Geven en nemen

Ik denk dat ik het er wel eens eerder over heb gehad: bijna elke roman gaat (ook) over de manier waarop een individu zich aanpast of niet aanpast aan een groep – zie bijvoorbeeld bij uitstek “De woongroep” van Franca Treur, “De menselijke smet” van Philip Roth en “De kamer” van Jonas Karlsson. Aan de ene kant willen we soevereine wezens zijn, aan de andere kant kunnen we niet zonder elkaar: “… Door de ander kan men zich onderscheiden en betekenis hebben als unieke persoon. Zonder de ‘ander’ is het ‘zelf’ niet bestaanbaar, niet autonoom. Wie zich afsluit van de ander ondervindt stagnatie in zijn persoonlijke groei. Vrij wordt iemand in wisselwerking met anderen, in het zoeken naar balans in geven en ontvangen en ontvangen en geven, in verdiensten en verplichtingen en wederzijdse verantwoordelijkheid…”. De omgeving, de clan, de familie, waar je deel van uitmaakt kan je verstikken, maar ook juist een boost geven op de weg naar vrijheid en geluk. Anderen maken je tot wie je bent (‘Ich werde am Du’ – Martin Buber).
Van den Eerenbeemt baseert zich op het werk van haar opleider en inspirator, de Hongaarse psychiater Ivan Boszormenyi-Nagy (1920-2007), die de zogeheten ‘contextuele therapie’ ontwikkelde. Daarin gaat het vooral om het evenwicht tussen geven en nemen. Volgens hem wordt er met gezinstherapie veel meer bereikt dan met individuele therapie, omdat ieder mens nu eenmaal altijd in relationele verbanden leeft. Geef je te veel en ontvang je te weinig, of andersom, dan gaat het fout. Tenminste: als dat onrechtvaardig aanvoelt. Van den Eerenbeemt voegt daar het beeld van een ladder aan toe. De staanders staan voor de verticale relatie met je (voor-)ouders. Je kiest ze niet en ze blijven voor altijd je ouders (het idee dat je pas volwassen bent als je je familie bent ontgroeid, zoals sommige mensen denken, is dan ook complete onzin). De traptreden staan voor de horizontale relatie met vrienden en partners. Je kiest ze wel en ze kunnen komen en gaan. De relatie met andere familieleden, zoals broers en zussen, zitten daar een beetje tussenin, en worden daarom diagonaal genoemd. Vervolgens gaat het er dan natuurlijk om hoe het een en ander elkaar beïnvloedt.

Over loyaliteit
Contextuele therapie draait vaak om het doorbreken van vicieuze cirkels. Elk kind – en dus ook elke volwassene – is in wezen voor honderd procent loyaal aan zijn ouders. Als ouders in hun jeugd verwaarloosd zijn, geven ze de rekening door aan hun kinderen: ze verwachten van hen alle liefde die ze tekort zijn gekomen. Kinderen voelen die honger, geven alles wat ze hebben, maar hun vader of moeder is onverzadigbaar (zie b.v. “Een gegeven leven” van Hanneloes Pen). Wat deze kinderen tekort zijn gekomen zullen ze op hun beurt weer bij hun eigen kinderen zoeken, en zo gaat het maar door, soms generaties lang, vertelt Van den Eerenbeemt. Als een kind op de een of andere manier, bijvoorbeeld vanwege een scheiding, geen loyaliteit mag tonen aan een van de ouders, gaat deze ondergronds. Hoe ingrijpend een scheiding trouwens is voor kinderen blijkt wel uit het feit dat de meesten er zo’n dertig (!) jaar voor nodig hebben om daar op een evenwichtige manier op terug te kijken. Als kinderen moeten kiezen tussen wonen bij een vader of wonen bij een moeder, kiezen ze vaak voor de ouder die hun zorg het hardst nodig heeft. Gelukkig is zorgen niet alleen maar ‘geven’; zorgen is ook ‘ontvangen’. Het bevestigt je in je bestaan. Je groeit er van. Verticale loyaliteitsbanden winnen het altijd en in de onmogelijkste situaties van horizontale loyaliteitsbanden (zie bijvoorbeeld “Magdalena” van Maarten ’t Hart, waarin de schrijver vertelt hoe hij stiekem een afspraak maakt met zijn moeder, omdat haar tweede man hem niet wil zien). Vandaar ook die knallende ruzies op momenten dat er geen vuiltje aan de lucht lijkt. Een breuk met je ouders blokkeert enorm. Contact, hoe schamel ook, bevrijdt altijd. Soms hebben ouders verschrikkelijke dingen gedaan. Het gaat er dan ook niet om dat ouders van alle schuld moeten worden vrijgepleit, maar wel om er achter te komen hoe ze werden die ze waren: en dat is leren de dingen in hun context te zien. Begrip brengt misschien geen vergeving, maar wel verzoening.
Een grote plaats ruimt Van den Eerenbeemt in voor het thema ‘mantelzorg’, dat inmiddels actueler is dan ooit.

Bevestigend leven
Heel herkenbaar schrijft Van den Eerenbeemt over de solidariteit en rivaliteit tussen broers en zussen. Het een heeft niets met het ander te maken. Het hoogste doel in de kinderjaren is de liefde van je ouders verwerven en behouden. Je wilt gezien worden en ook nog eens als het even kan de liefste en de beste zijn. Daar komt een hoop gedoe uit voort. Het maakt ook nogal wat uit de hoeveelste je bent in de rij: de oudste, de jongste, de enige…
Over puberliefde: ouders die vrienden of vriendinnen van hun kinderen afkammen, drijven hen juist in elkaars armen. Leuke tip: “… Overstelp die ‘verkeerde’ vriendjes met gastvrijheid en de kans is groot dat ze wegblijven: geschrokken van zoveel warmte en aandacht!...”.
Verder veel oog voor de werking van het zogenaamde persoonlijke ‘erfgoed’: dat wat je meekrijgt aan (emotionele) kosten en baten door je familieachtergrond, familiemythen en -geheimen, samengestelde gezinnen, de ‘kouwe kant’, samen oud worden oftewel ‘samen rimpelen’ - zoals Van den Eerenbeemt dat noemt, familiefeesten, rouw en erfeniskwesties; alles aangevuld met diverse Libelle-enquetes.
Lange tijd is er in onze samenleving, niet in het laatst door therapeuten, veel nadruk gelegd op het sterk en weerbaar maken van mensen (assertiviteit), onder het motto ‘kies voor jezelf’. Maar we komen daar gedeeltelijk van terug omdat de keerzijde vaak ondraaglijke eenzaamheid is. Mensen zoeken verbondenheid. Mensen ‘zijn’ relatie. Wat mij opviel is dat in de vele voorbeeldsituaties die Van den Eerenbeemt geeft emotionele tekorten bijna altijd en tot op hoge leeftijd in balans zijn te brengen door erkenning en bevestiging; een methode die ook bepleit wordt door dr. A. Terruwe, waar ik eerder over schreef. Kinderen krijgen vleugels, als ouders trots op ze zijn, zegt Van den Eerenbeemt. Misschien zouden we dus bewust wat meer ‘bevestigend’ moeten proberen te leven!
Voor verdere bestudering van de theoretische achtergrond van de contextuele benadering: "Balans in beweging" van Else-Marie van den Eerenbeemt en Ammy van Heusden en "Tussen geven en nemen" van I. Boszormenyi-Nagy en B. Krasner.

Uitgave: De Arbeiderspers – 2013, 230 blz., ISBN 978 902 957 776 2, € 18,95
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen