Menu

woensdag 16 december 2015

Paulus van Tarsus – Tom Wright


Subtitel: Een kennismaking met zijn theologie

Wie was die Paulus eigenlijk, om wiens tekst in de Bijbel over de liefde M, in “De liefde niet” van Margriet van der Linden (zie mijn vorige blog) zo verschrikkelijk moest huilen? Onder het eten discussieert ze met een student over Paulus, aan wiens felheid ze zich enorm kan ergeren: “… ik denk best weleens: en Paulus, wie denk jij wel dat je bent?’ Het was zomaar lekker om te zeggen, tegen Camel kon dat, die schoot in de lach. M vond zijn bekering spectaculair: van de grootste christenvervolger, een fanatiekeling, wreed, overtuigd van zichzelf, werd hij door God op zijn plek gezet in een krachtige bekering. Op weg naar Damascus verscheen Jezus zelf aan hem, met de vraag: ‘Saul, Saul, waarom vervolgt gij mij?’ Het zou je gebeuren. Daarna schreef hij die brieven, bijna het hele Nieuwe Testament vol. ‘Het is allemaal zo extreem, dat bedoel ik. Eerst die wreedheid en dan zo doorslaan naar de andere kant. Alsof hij was gestopt met roken. Eerst sloffen wegpaffen en dan opeens doen of je stikt en gaan gillen als je denkt ook maar rook te ruiken.’…”. Even verder vraagt ze: “… Denk jij nooit: stel dat het allemaal verzonnen is?...”. En om haar argumenten kracht bij te zetten: “… ‘Stel dat ik de fiets pak en terugkom en tegen jou zeg: wat mij is overkomen… Ik heb net de Heere Jezus ontmoet , hier bij de Koppelpoort, en hij zei: “M, M, kom tot mij”. Zou jij dat dan geloven?’ Camel keek haar vol ongeloof aan. ‘Serieus?’ ‘Ja, serieus, stel dat mij dat overkomt, zou jij dat geloven?’ ‘Nou, als het betekent dat je een bekering hebt ervaren, dan zou ik dat geloven, natuurlijk.’ ‘Nee, juist ook met een ontmoeting, die dingen komen toch niet alleen in de Bijbel voor?’. Camel schonk snel de glazen bij. ‘Ik heb er nog nooit van gehoord. Dat iemand uit de kerk, op school, weet ik waar, in deze tijd dus, op die manier een ontmoeting heeft gehad.’ M wist niet waar ze op uit was. De vragen voelden goed. ‘Als mij dat zou overkomen, dan zou je dat dus niet geloven. Waarom geloof je het wel van Paulus?’ ‘M, omdat het geschreven staat! Het staat in de Bijbel! Verder vind ik het allemaal niet zo belangrijk op welke manier iemand overtuigd raakt van het goede, als die overtuiging maar komt.’…”.

IJver voor de Thora

Dat ziet M scherp. Het is bijna niet te bevatten wat er met Paulus is gebeurd, zegt de anglicaanse theoloog en historicus Tom Wright, een autoriteit op het gebied van Paulusstudies (eerder recenseerde ik zijn “Pleidooi voor de Psalmen” en “Jezus en het evangelie van Judas”). Wright schreef zijn boek aan het eind van de vorige eeuw en was dus nog niet bekend met ISIS, maar geeft wel aan dat Paulus in eerste instantie opereerde vanuit een zelfde soort militant rechts-extremisme. Ik moest denken aan het krantenbericht onlangs over een stelletje filmmakers die de Bijbel in een Koranverpakking deden en vervolgens wat haatteksten voorlazen aan willekeurige voorbijgangers op straat, die geschokt luisterden. Eindconclusie: de Bijbel is net zo erg als de Koran. Soms wel, ja.
Saulus van Tarsus (na zijn bekering in de Bijbel Paulus genoemd) was geen doorsnee Jood: hij was een Farizeeër. En geen doorsnee Farizeeër, maar een Shammaïtische Farizeeër. Misschien niet eens een doorsnee Shammaïtische Farizeeër, maar een die strikter dan strikt was, aldus Wright: “… ‘Politiek’ was net zo belangrijk als ‘theologie’. Het ging om de visie en bestemming van Israël: van het volk, het land en de tempel…”. En dat in een tijd dat Israël overheerst werd door de gehate Romeinen. Voor de Shammaïeten was ‘ijver voor de Thora’ ijver met een mes. Ze vonden dat ze niet alleen het recht, maar ook de plicht hadden om die ijver met geweld in praktijk te brengen: “… ‘IJver’ komt dus dicht bij de gedachte van de heilige oorlog: een oorlog die op guerrilla-achtige wijze uitgevochten moet worden door mensen met toewijding voor hun zaak…”, ijver voor “… een heilige revolutie waarin de heidenen voorgoed verslagen zouden worden, en waarin afgedwaalde Joden óf zouden worden teruggebracht op de goede weg, óf zouden omkomen met de heidenen…”. Het klinkt allemaal bekend in de oren. Wright vergelijkt Saulus met Yigal Amir die op 4 november 1995 in Tel Aviv Yitzhak Rabin dood schoot: “… Amirs handelwijze was volkomen logisch. Hij was niet gek. Hij was overtuigd van zijn gelijk: het hele land, de West Bank inbegrepen (door joodse kolonisten ‘Judea en Samaria’ genoemd), behoort Israël toe, omdat de Thora dat zegt. Degenen die water bij de wijn doen, en vooral degenen die dit doen om een wit voetje te halen bij de vijand, zijn ‘apikorsim’, verraders…”. Nou ja, het voorgaande geeft dus wel aan wat écht zou helpen in het deradicaliseren van moslimextremisten: een ontmoeting met Jezus …

Was Jezus een christen?
Paulus is een weerbarstig figuur: “… De klassieke anglicaanse benadering van Paulus is koel en afstandelijk. Niet te enthousiast – dat is te protestant. Niet te veroordelend – dat is te katholiek. Zijn woorden moeten niet al te letterlijk genomen worden – dat is te conservatief. Maar hem helemaal terzijde schuiven, dat zou weer te liberaal zijn. Meestal nemen we genoegen met een paar favoriete tekstgedeelten (zoals 1 Kor. 13, dat ongeveer zo populair is als 1 Kor. 11 impopulair is) of een paar favoriete thema’s (zoals het ‘in Christus zijn’, dat zo algemeen verwoord kan worden dat het elke theologie ondersteunt). Mogelijk hebben we zelfs nog een favoriete brief. Dat zal dan waarschijnlijk Filippenzen zijn, omdat het kort, bondig en opgewekt is, anders dan bijvoorbeeld 2 Korintiërs, dat gezien wordt als lang, saai en somber – een goede voorbereiding op de Vastentijd, wanneer het in de Anglicaanse Kerk gelezen wordt. Bovendien gaan twee hoofdstukken over geld – veel te gênant…”.
In de tijd dat Tom Wright bijna klaar was met zijn "Paulus van Tarsus" kwam er een nieuw boek uit van de Engelse journalist, romanschrijver en biograaf A.N. Wilson, waarin deze betoogt dat niet Jezus van Nazaret, maar Paulus van Tarsus de stichter is van het christendom. De gedachte dat ‘Jezus geen christen was’ duikt van tijd tot tijd op. Het laatste hoofdstuk van “Paulus van Tarsus” is in zijn geheel gewijd aan een respectvolle en briljante weerlegging van het boek van Wilson: “Paulus: De geest van de apostel” (1997). Wright doet dat op een vrij erudiete manier, maar ook weer niet zo dat een leek - als ik - het niet kan volgen.

God een handje helpen
Wright begint met in het kort te vertellen hoe het onderzoek naar Paulus in de twintigste eeuw erbij staat naar aanleiding van het werk van de wetenschappers Albert Schweitzer, Rudolf Bultmann, W.D. Davies, Ernst Käseman en Ed P. Sanders.
Daarna legt hij uit dat Paulus de Thora op een apocalyptische manier heeft gelezen:
“… Zoals de meeste Joden in zijn dagen las Saulus de joodse Bijbel vooral als een nog niet afgesloten verhaal; hij zag het als zijn taak om het slot tot stand te brengen. Het verhaal ging als volgt. Israël was geroepen om het verbondsvolk van God de Schepper te zijn, om het licht te zijn dat de duistere wereld zou verlichten, het volk waardoor God de zonde van Adam met haar gevolgen zou tenietdoen. Maar Israël had gezondigd en werd daarom weggevoerd in ballingschap, weg uit haar eigen land. Hoewel het volk geografisch gezien inmiddels was teruggekeerd uit de ballingschap was de feitelijke toestand van de ballingschap nog niet opgeheven. De beloften waren nog niet in vervulling gegaan. De tempel was nog niet herbouwd. De Messias was nog niet gekomen. De heidenen waren nog niet onderworpen en maakten nog geen pelgrimstochten naar Sion om de Thora te leren. Israël was nog steeds vol zonde en compromis…”. Uit onder andere de Quamranteksten blijkt dat er hooggespannen verwachtingen rondzongen wat betreft de terugkeer uit de ballingschap. Saulus wilde niet stilzitten en afwachten, maar de enige en ware God een handje helpen. De Heer kon Israël pas verlossen en rechtvaardigen, de heidenen veroordelen en straffen, en koning worden over de hele aarde als Israël de Thora volmaakt zou naleven: daartoe moest het volk aangespoord en desnoods met geweld gedwongen worden.

Nieuw perspectief
Voor Paulus stond het onomstotelijk vast dat hij bij zijn bekering op de weg naar Damascus de opgestane Jezus had gezien. De taal die hij gebruikt, wijst niet op een visioen of een mystieke godsdienstige ervaring die geen betrekking heeft op een bepaalde concrete gebeurtenis (dus precies zoals M het zich voorstelde in “De liefde niet”). Daarbij moet wel aangetekend worden dat Paulus niet zegt dat hij Jezus in de rest van zijn leven op dezelfde manier bleef zien, al was hij zich wel bewust van zijn aanwezigheid, liefde en kracht. Dit gebeuren gaf Saulus een volledig nieuw perspectief. Er zijn letterlijk honderden Joden van allerlei rangen en standen in de eerste eeuw door de Romeinen gekruisigd. En uit de geschriften van Josefus weten we dat er in de eeuw voor en de eeuw na Jezus minstens een stuk of tien messiaanse bewegingen waren. Maar alleen Jezus werd opgewekt uit de dood. Vanwege zijn opstanding moest de gekruisigde Jezus van Nazareth wel Israëls Messias zijn; en dus Heer van de wereld: “… Paulus, die diep geworteld was in de profeten, bracht de heidense wereld het nieuws van een nieuwe koning, een nieuwe keizer, een nieuwe Heer…”. Alleen was Jezus niet gekomen met een crescendo van bazuingeschal. En niet met een groots vertoon van macht en geweld. De grote ommekeer was niet geschied door het hele volk Israël, maar door één enkel mens, die het lot van Israël op zich had genomen: Hij legde de gehoorzaamheid en trouw aan de dag die Israël had moeten tonen, maar waarin het in gebreke was gebleven. De Messias was ‘het zaad van David’ waar de joodse profeten over gesproken hadden. De toekomende eeuw was aangebroken. Niet in één keer, zoals Paulus had verwacht, dit was nog maar het begin. Paulus “… had nog steeds ‘ijver’, maar nu een ijver ‘naar kennis’, de kennis van de enige ware God, die hij herkende in de gekruisigde en opgestane Jezus…”.

Ontdekker van de Geest van God
Uitgebreid gaat Wright in op de drie kanten van God die Paulus beschrijft: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Iets wat bijna niet meer in woorden is uit de drukken: “… Paulus is beslist geen tritheïst, want net zoals in het joodse monotheïsme is er voor hem maar één God. Ook is hij beslist geen pantheïst, want God blijft onderscheiden van de wereld. Hij is ook geen deïst, want God is niet ver weg, op een afstand, maar nauw betrokken bij het wereldgebeuren. Ook is hij geen modalist, want de drie zijn werkelijk van elkaar te onderscheiden. Immers, Paulus heeft het over de mens Jezus, die tot de Vader bad als de Vader, en die in deze wereld niet langer lichamelijk aanwezig was zoals Hij dat eens was…”. Paulus ontdekte de Geest van God. De Geest woont ín de gelovige. Maar daarmee was hij geen nieuwe godsdienststichter. Volgens Wright was de boodschap van Paulus joods. Waren de joodse profetieën vervuld in Jezus de Messias. En moesten de heidenen dat ook vernemen, want zij hoorden eveneens bij het koninkrijk van de joodse God, hun Schepper. Paulus had wel kritiek op het Jodendom. Maar die kwam van binnenuit. Niet hij, maar de leiders van het volk waren afgedwaald. Israël, het uitverkoren volk, had als geheel gefaald, maar dat gold niet voor degene die dat volk vertegenwoordigde: Jezus de Messias. In het christendom was de godsdienst van Israël tot vervulling gekomen. Wright benadrukt het voorgaande zo omdat veel theologen hebben gemeend dat Paulus in feite een Helleense boodschap bracht, die niet was gestoeld op het Jodendom, maar op heidense mysteriegodsdiensten als bijvoorbeeld de Mithras-cultus of de mythe van de halfgod Herakles. Wright toont aan dat Paulus laat zien dat het heidendom slechts een parodie was van de echte waarheid. Zo gek is dat niet, volgens iemand als Ouweneel, want na de zondvloed was de mensheid met dezelfde kennis over God en de goddelijke wereld uit elkaar gegaan. Dus zul je in allerlei mythen en filosofieën verbasterde elementen van het christendom aantreffen.

Het komt goed met de wereld
Wright bespreekt diverse moeilijke termen die Paulus in zijn brieven gebruikt. Bijvoorbeeld het woord ‘gerechtigheid’, waarmee volgens Wright Gods eigen gerechtigheid bedoeld wordt, wat inhoudt dat God zich aan zijn woord heeft gehouden: “… Hij heeft voorgoed afgerekend met het kwaad dat de schepping was binnengedrongen en brengt gerechtigheid, vrede en waarheid terug in de wereld…”. Door middel van het kruis rekende de Messias af met de boze machten, zoals Hij ooit aan aartsvader Abraham had beloofd. Daarom openbaart het kruis van Jezus boven alles de liefde van God.
Volgens Wright is ‘het evangelie’ geen uiteenzetting over hoe mensen gered worden om vervolgens te leren hoe ze zich moeten gedragen, maar de proclamatie van de heerschappij van Jezus Christus (en denk erom dat dat een bedreigende boodschap was in het Romeinse keizerrijk). Wie dat gelooft krijgt deel aan het nageslacht van Abraham, het volk waarmee God een verbond had gesloten: “… Als we dit in het oog houden in de discussies die vandaag de dag spelen, dan zouden er heel wat misverstanden opgelost worden, vooral met betrekking tot de ideeën over de taak van de kerk…”. Paulus brengt een boodschap van hoop: misschien zou je het niet zeggen, maar het komt goed met de wereld!

Uitgave: Boekencentrum B.V. – 1998, vertaling M. Rotman, 196 blz., ISBN 978 902 391 867 7, €17,50
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen