Menu

zondag 13 maart 2016

Aquarium – David Vann


“Aquarium” van David Vann (1966, Alaska-VS) kwam op het NRC-lijstje van ‘de mooiste boeken van 2015’ maar liefst twee keer voor: tijd dat ik het ook eens las. Na "Legende van een zelfmoord", "Caribou Island", "Aarde" en "Goat Mountain" is “Aquarium” het vijfde boek dat van hem in het Nederlands is vertaald.

Wreed

Eerlijk gezegd heb ik van Vann al eerder “Goat Mountain” gelezen. Zelfs twee keer. Het lukte me niet er een blog over te schrijven. Het is een meesterlijk geschreven verhaal, maar tegelijk zo wreed, dat ik eigenlijk niet goed wist wat ik er mee aan moest. Net zoals ik dat met "De wespenfabriek" en "Het kraaienpad" van Ian Banks had. “Goat Mountain” gaat over een jongetje die voor het eerst mee mag doen aan een jachtritueel en per ongeluk in plaats van een hert een stroper doodt. Hij lijkt totaal niet te beseffen wat hij heeft gedaan; hij vindt het wel ‘een mooi schot’. De beschrijving van de natuur is overweldigend, maar verder… Toen ik “Aquarium” uit had, was ik stomverbaasd. Vann’s wreedheid is nog steeds aanwezig, maar dit keer is het anders: het loopt ‘goed af’. Het is bijna een ‘christelijk’ boek: uiteindelijk is er sprake van vergeving en overwint de liefde. Wat bezielde David Vann? Buiten een korte New Age-bevlieging was mij niet bekend dat Vann iets met religie had. Ik stortte mij op het internet, en kwam achter zijn fascinatie voor Flannery O’Connor en Marilynne Robinson: christelijke auteurs.

De impact van zelfmoord

David Vann is zo’n schrijver waar je het één en ander van moet weten om hem te begrijpen. Zijn vader pleegde zelfmoord toen Vann dertien was. Minder dan een jaar daarvoor blijkt de moeder van zijn stiefmoeder ook al zelfmoord te hebben gepleegd, nadat ze eerst haar man neerschoot. Hoeveel kan een jongetje van dertien aan? Drie jaar lang vertelde hij iedereen dat zijn vader aan kanker was overleden. In slapeloze nachten liep hij buiten rond met een wapen van zijn vader om gaten in de wereld te schieten. En toch: “… Alle leed kan verdragen worden als je het in een verhaal stopt of er een verhaal over vult…”. Ik vond een artikel waarin Vann vertelt hoe hij in zijn eerste vier boeken het drama heeft verwerkt, dat het schrijven een transformatie bij hem teweeg bracht, een catharsis, dat hij klaar was met zijn familie en het kon afsluiten. Ik kwam een aangrijpend stuk van Joost Zwagerman over Vann tegen in De Volkskrant van 12 november 2013 (met de kennis van nu weten we dat Zwagerman in 2015 zélf een einde aan zijn leven maakte). Zwagerman beschrijft hoe hij tijdens een literair feestje met goedgeluimde collega’s een beetje besmuikt - je gaat een etentje niet verpesten door rot-onderwerpen aan te snijden - met Vann praat over zelfmoordthematiek. Zwagerman vertelt Vann over de impact die de zelfmoord van haar zusje op de Nederlandse schrijfster Renate Dorrestein had. In het stuk citeert hij Dorrestein zelfs: “… De daad van mijn zusje heeft een krater geslagen waar ik nog steeds in kan vallen. (…) Alle dertig boeken die ik tot nu toe heb geschreven, zijn achteraf gezien slechts tussendoortjes geweest. Het belangrijkste boek dat ik heb te schrijven, over de schaamte, de woede en het verdriet waar de achterblijvers van zelfmoord mee worden opgezadeld (…) heb ik onbewust steeds ver van me gehouden, bang dat ik mijn zusje veroordeel, bang dat ik mijn eigen lijden groter maak dan het hare, bang dat ik een genadeloosheid aan de dag moet leggen die bij zo’n onderwerp niet gepast is…”. Zwagerman refereert aan drie pijlers van het gevoelscentrum van nabestaanden die een suïcide van nabij meemaken: schaamte, woede en verdriet, waarop Vann vastberaden antwoordt: “… De schrijfster die je noemde verloor haar zusje. Dan ontbreekt de vierde pijler die er wel is als één van je ouders er een eind aan maakt: angst. Angst dat het genetisch is. Dat het zelfmoordgen aan je is doorgegeven. Dat je degene op wie je woedend bent, navolgt. Dat je verdoemd bent…”. Zwagerman vraagt hoe lang hij met die angst heeft geleefd: vijfentwintig jaar en bijna dagelijks. En de woede? Die duurde langer, bijna dertig jaar. Zwagerman noemt zijn antwoorden ‘zakelijk en onthutsend’. Net zo onthutsend is het dat iemand die zó doordongen is van wat het met de achterblijvers doet, er tóch voor kiest een einde aan zijn leven te maken, vind ik. Door een dergelijk trauma ontwikkel je voelsprieten. Vann vertelt dat hij met bewondering "Nooit meer slapen" van W.F. Hermans heeft gelezen: “… Maar, opperde hij, hoofdfiguur Alfred Issendorf raakt tijdens de expeditie in Noorwegen zijn vriend Arne kwijt. Daarna treft hij hem dood aan. Kan het niet zijn dat Arne niet van een rots is gevallen, maar misschien zelf…? …”. Later dat jaar wordt het eerste deel van de langverwachte biografie over Hermans van Willem Ottespeer gepubliceerd, waarin deze onthult: “… De zelfmoord van Hermans’ zus is de gebeurtenis waar zijn hele scheppende leven omheen cirkelt…”.

Helemaal niemand
Goed, “Aquarium” dus. De twaalfjarige Caitlin brengt haar tijd na school door in een Aquarium tot haar alleenstaande moeder, een ongeschoolde havenarbeidster, haar om een uur of vijf op komt halen in een oude Thunderbird. Later wil ze ichtyoloog worden (Vann vertelt in een interview dat hij na de dood van zijn vader uren naar zijn aquaria – acht stuks! - zat te kijken, waardoor hij in een andere wereld terecht kwam). In het begin is Caitlins’ moeder best leuk. Als ze thuis komen, ploft ze uitgeput op bed neer, en laat ze Caitlin boven op zich vallen: “… Ik hield mijn handen onder haar oksels en mijn voeten onder haar dijen geklemd. Geen voelsprietvis kon een steen zo vastklemmen. Deze flat, ons eigen aquarium…”. Als haar moeder moet lachen, doet Caitlin haar ogen dicht en hobbelt mee op haar rug. “… Maar ten slotte rolde mijn moeder zich om, zoals altijd, en ze plette mij zodat ik los zou laten. Ik liet altijd pas los als ik geen adem meer kreeg…”. Toch vertelt Caitlin even later dat ze geen familie hebben: “… Helemaal niemand…”. Het geeft haar een onveilig gevoel: als er wat met haar moeder gebeurt, wat dan? Evenals in Steinbecks’ “Van muizen en mensen” worden degenen die er in "Aquarium" maar lang genoeg alleen voor staan ook een beetje raar en gemeen. Als Caitlin haar moeder vertelt dat ze in het Aquarium vaak met een oude man praat die hen uit hun uitzichtloze situatie wil helpen - ondanks dat haar moeder zich te barsten werkt blijven ze arm, en zéker als haar moeder niet meer over durft te werken nadat Catlain s’ avonds laat, zonder ouder of voogd, gesnapt wordt door een douanier in de bouwkeet waar ze op haar moeder wacht – draait haar moeder volkomen door. “… Mijn moeder greep allebei mijn armen vast, hard, een wilde grijns, ze leek op een ander, een vreemde die ik nooit had gezien…”. Ook de lezer voelt nattigheid. Haar moeder luistert niet naar wat Caitlin precies vertelt en belt de politie met het verhaal dat haar dochter is aangerand en ontvoerd dreigt te worden. Hulpverleners bemoeien zich er tegen aan. Caitlin belandt in een verwarrende nachtmerrie. Ze is bang dat ze haar van haar moeder zullen afpakken als ze in paniek verkeerde antwoorden geeft, dus laat ze zich in haar gefantaseerde geluidloze vissenwereld zakken. Uit onderzoek blijkt dat de oude man de opa is van Caitlin. Na een leven van afwezigheid wil hij weer contact met zijn dochter en kleindochter. Dus toch familie! Caitlin is door het dolle heen, maar haar moeder wil niets van hem weten: “… Je bent slim Caitlin. Moeilijk te overtuigen. Maar hij is mijn vader niet meer. Hij heeft afstand gedaan van dat recht. En ik wil hem geen grootvader laten zijn, want ik wil hem zien branden. Ik wil een lucifer bij hem houden en hem zien schreeuwen. Ik wil dat hij ondraaglijke pijn voelt. Ik wil dat hij meer pijn voelt dan er op aarde bestaat. Er bestaat onvoldoende pijn voor hem…”. Als een furie gaat ze te keer: “… Die gewelddadige kant van mijn moeder had ik nog nooit gezien. Het was angstaanjagend, alsof er al die tijd iemand anders in haar had gewoond, een donkerder iemand. Ik voelde me niet veilig. Ze maakte eten door dingen kapot te maken. Ze ramde de pan op het fornuis. Ze hakte de groente als met een bijl waarmee ze de houten snijplank aanviel…”.

Ik ga dood door jou

Langzaam maar zeker laat haar moeder steeds meer details over haar gruwelijke jeugd los, waarin ze in haar eentje Caitlins’ doodzieke oma tot het eind toe heeft verzorgd. Bij Vann geen greintje compassie met de stervende, zoals bij S.J. Naudé. Integendeel. Caitlins' moeder moest van school af en had geen toekomst. Allemaal de schuld van die klote-opa die er vandoor ging. Caitlin piekert er niet over haar ‘beste vriend’ en bloedeigen opa te laten lopen. Als haar moeder daar achter komt slaat ze zijn auto compleet aan gort. Ze houdt Caitlin thuis van school en meldt zichzelf ziek om Caitlin een etmaal te laten voelen wat het is een terminale moeder te verzorgen: Caitlin moet eten koken en haar tegelijk in bad doen. Als ze niet meewerkt duwt haar moeder haar hoofd onder water. Ze dwingt Caitlin midden in de nacht pijnstillers te gaan halen bij een benzinestation en het bed te verschonen waarin ze poept en piest. Als Caitlin niet doet wat ze zegt dreigt ze net zoals opa weg te lopen. Ze brouwt de overleden oma na, die haar de schuld gaf van haar ziekte: “… Na mijn zwangerschap werd alles anders. Hoe mijn lichaam werkte, hoe ik in elkaar zat. Ik rook anders, mijn huid droogde uit, mijn haar. Ik kon niet eens eten wat ik vroeger had gegeten. Voor het eerst in mijn leven kreeg ik allergieën. Jij maakte me helemaal anders vanbinnen, nam alles over, toen moet de kanker zijn ontstaan. Ik ga dood door jou…”. Ze stikt van woede, brult van pijn, jankt van wanhoop. “… Ouders zijn goden. Ze scheppen ons en vernietigen ons…”. Het hele boek beschrijft de verwerking van haar trauma door de ogen van Caitlin. Toch zijn er reddende engelen: de nieuwe vriend van haar moeder die zich niet weg laat jagen – ook al is hij verre van blanco. Hij brengt Caitlins’ moeder op het idee om een wurgcontract op te stellen voor opa, zodat al zijn geld en bezit van haar zal zijn. En het schoolkameraadje van Caitlin die langzamerhand veel meer voor haar gaat betekenen dan een gewone vriendin – tussendoor ontdekt Caitlin ook nog haar seksualiteit. In eerste instantie eveneens tot groot ongenoegen van haar moeder: een meisje met een meisje. Het wonderlijke is dat opa zich gedraagt als een persoon uit de Bergrede. Hij biecht zijn zonden op, hij toont oprecht berouw, hij heeft zijn naasten lief, hij verloochent zichzelf, hij vergeeft zeventig maal zeven maal, hij keert de andere wang toe, hij geeft alles weg wat hij heeft. En het werkt: hij verandert haat in liefde.

Kronkels
In veel interviews zegt Vann dat hij de beide kanten van mensen wil laten zien. We zijn allemaal Kaïn en Abel, we hebben allemaal goed en kwaad in ons. Juist als alles goed komt, ontdekt Caitlin dat ze niet meer onvoorwaardelijk van haar moeder kan houden. Er is iets kapot gegaan. In “Goat Mountain” zegt David Vann: “… De Tien Geboden zijn een lijst van instincten die we nooit kwijt zullen raken…”. Dat komt dicht in de buurt van wat religiedeskundige Karen Armstrong schrijft in “Compassie” over ons 'oude reptielenbrein' dat nog steeds in een primitieve race of the fittest is gefocust op de 4 V’s: voedsel, vechten, vluchten en voortplanten. ‘The Selfish Gene’. In de loop der tijd heeft zich in onze neo-cortex echter een nieuw hersengebied gevormd waardoor wij het vermogen hebben om keuzes te maken en compassie te ontwikkelen. Volgens haar stimuleren alle godsdiensten ons om dat te doen. Zowel Armstrong als Vann stellen dat dat een uiterst moeilijke opgave is. Sinds Ouweneel in “Wijsheid voor denkers” heeft uitgelegd dat mensen een onlosmakelijke eenheid van lichaam en geest vormen begin ik daar steeds meer in te geloven.
Het idee van een soort ‘voorzienigheid’, waarover opa en Caitlin met elkaar praten aan de hand van vissen met twee kronkels op hun rug, schijnt hen te helpen: “… Allebei net iets anders, maar alsof er dezelfde blauwdruk achter zit. Alsof we allemaal een blauwdruk hebben. Alsof mijn leven ergens voorgedrukt is, en ik wel wat kan variëren, maar me aan het patroon moet houden. Ik weet nog dat hij dat zei, want ik heb er sindsdien voortdurend over nagedacht, het idee dat we nooit ver afwijken, dat alles wat een ontdekking lijkt gewoon in het verborgene lag te wachten. Ik weet het nog omdat het misschien een weg tot vergiffenis kan zijn, het besef dat hoe gewelddadig en angstaanjagend mijn moeder ook was, dat geen toeval was maar in ieder geval ten dele onontkoombaar, dat het al lang geleden bepaald was wie ze zou zijn en dat zij daar net zozeer onder moest lijden als ik. En dat moment waarop ze vol walging naar me keek, alsof ik een monster was, was iets wat ze onmogelijk kon verbergen, want ze was weerloos. Als ik terugdenk aan alle gebeurtenissen van die dag, dan probeer ik me voor te houden dat ze op breken stond, ik probeer me te herinneren hoe het was voordat mijn grootvader opdook, voor ze onder druk kwam te staan…”.
Volgens Vann - die trouwens ook moderne versies van het oud-Engelse epische gedicht “Beowulf” en de Griekse tragedie “Medea” heeft geschreven - creëert hij geen horror, maar tragedie. Van horror leer je niets, horror is meedogenloos, kent geen empathie, is er alleen voor de kick; zegt hij. Tragedies daarentegen zijn juist geruststellend, omdat alles wat beangstigend is, verliezen en andere ellende, betekenis krijgt en coherent wordt gemaakt. Een trauma benoemen werkt kalmerend, maakt het vatbaar, minder erg. Het doel is helen: “… Daarom erger ik me ook aan recensenten en lezers in de VS die mijn boeken te ‘donker’ en ‘deprimerend’ vinden. Kinderachtig. Zij begrijpen niet waar het om draait, op de een of andere manier hebben ze 2500 jaar literaire geschiedenis gemist…”.

P.S. Het is kort dag, maar ik kreeg naar aanleiding van deze blog een mailtje van de organisatie van het CLO (staat voor Christelijk Literair Overleg) dat er aankomende zaterdag 19 maart voor belangstellenden een open dag is georganiseerd in Veenendaal, waarin onder andere een workshop over "Aquarium" wordt gegeven. Meer informatie: zie hier.

Uitgave: De Bezige Bij – 2015, vertaling Arjaan en Thijs van Nimwegen, 256 blz., ISBN 978 902 349 165 1, € 18,90
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen