Menu

vrijdag 16 december 2022

Verlangen naar een nieuw christendom – Samuel Lee

 


“Het Evacomplex” van Jeroen Windmeijer en Jacob Slavenburg (zie mijn vorige blog) maakte mij nieuwsgierig naar de pinksterbeweging, waardoor ik op migrantenpastor Samuel Lee stuitte, die in 2019 werd uitgeroepen tot ‘Theoloog des Vaderlands’. Ik was hem al tegengekomen in “Ziel zoekt zin” van Pauline Weseman, waarin hij vertelt hoe hij veranderde van atheïst naar radicaal pinksterman naar post-pentecostalist. Lee heeft de keerzijde van deze beweging van dichtbij meegemaakt. Geconfronteerd met hypocrisie en verrijking van pastors heeft hij op zeker moment radicaal afscheid genomen van het ‘prosperity gospel’.

 

Mega

Lee waarschuwt dat de kerk niet immuun is voor de risico’s die horen bij de ongezonde elementen van de specifieke maatschappij waar zij zich in bevindt: “… In kapitalistische culturen zoals die van de Verenigde Staten heeft het consumentisme, bedoeld of onbedoeld, de kerken beïnvloed. Iedereen lijkt daar naar ‘mega’ en ‘massa’ te streven: megakerken, massa-evangelisatie, massabekeringen, etc. Mensen worden nummers en ‘mega’ wordt het teken van succes. Het christendom van de ‘meerderheidswereld’ probeert vervolgens de Amerikaanse succesgerichte kerken te imiteren. De ‘spiritman’ is dan niet langer slechts een leider, maar ook een pastor en profeet – en zonder daarvoor de gepaste opleiding of training te hebben gevolgd. Dit leidt vaak tot manipulatie, bedreiging en soms tot (…) zeer teleurstellende verhalen…”. Even verder: “… Het christendom in het Zuiden brengt een hele nieuwe klasse voort, een nouveau riche van pastors en leiders. Ze rijden in limousines en vliegen in helikopters, ze worden vergezeld door bodyguards en verkopen veelal succes en welvaart, terwijl de rest van de bevolking in zulke landen worstelt met zware armoede…”. Zie het lijstje van de rijkste voorgangers ter wereld. Lee is bang dat de kerk in het Zuiden en Noord-Amerika zich op vergelijkbare wijze gaat ontwikkelen als het katholicisme in de middeleeuwen: “… met het verkopen van aflaten, geld verdienend aan verlossing, en daarmee mensen afhoudend van een gedegen christelijke vorming, opleiding en praktijk…”.

 

Welvaartsevangelie

Lee: “… Ondanks mijn enthousiasme, de indruk die wonderen op mij hebben gemaakt, en de tekenen van God die ik in mijn leven heb ervaren, is het me ook opgevallen dat er zaken volledig uit balans zijn geraakt. In sommige christelijke kringen zijn we te vaak gericht op het wonderlijke en hebben minder aandacht voor zaken als vorming, karakter en persoonlijke en institutionele integriteit. Ik heb mensen ontmoet die in tongen bidden en dagenlang vasten, maar vaak weinig geven om persoonlijke integriteit, moreel karakter of de liefde en compassie die we in Christus zien…”. Zie mijn bespreking van “De erfenis van Adriaan” van Johan Lock. “… Ik heb meer dan twee decennia ervaring in de pinksterbeweging en ik ben gaan inzien dat, hoe ouder deze beweging wordt, hoe meer ze put uit zelfopgelegde wetten, zelfbenoemde leiders en zelfgeïnspireerde en zelfzuchtige ‘openbaringen’. Sommigen gebruiken de Heilige Geest voor eigen gewin, om beroemder te worden of het eigen ego te strelen…”. Hij vertelt over welvaartspredikers die mensen zo chanteren dat ze enorme bedragen aan de kerk schenken. Onlangs vond ik deze documentaire van de VPRO over het zogeheten welvaartsevangelie in het programma Tegenlicht (04.03.2013). Ik kwam op het item doordat ik verschillende artikelen las in het Nederlands Dagblad over de ‘Frontrunners’ van Tom de Wal, die momenteel nogal aan de weg timmert met zijn genezingsdiensten: “… Meerdere mensen zeggen dat ze genezen zijn. ‘Ik kon geen vierhonderd meter lopen en nu loop ik pijnloos.’…” (ND 28.11.2022). Zie ook de uitgesproken column van theoloog Willem Ouweneel over het welvaartsevangelie.

 

Emotivisme

“… Het voordeel van onze gevoelens is dat ze ons op een dwaalspoor brengen…”, zei Oscar Wilde ooit. De afgelopen dertig jaar is er verschuiving in onze taal opgetreden van ‘ik denk’ naar ‘ik geloof’ naar ‘ik voel’, aldus Lee. Emoties zitten op de troon. Zie de standaardvraag op tv: ‘Hoe voelt dat nou?”. “… Dit is het begin van emotivisme, en deze ontwikkeling leidt onvermijdelijk tot sensatiezucht en alle vormen van hedonisme die daarbij komt kijken…”. Een en ander is de kerk niet voorbij gegaan, wat het duidelijkst te merken is in pinkster-, evangelische en charismatische kerken. Lee vertelt over bijeenkomsten waarin alles draait om de show: geluidseffecten, lichtmanipulatie, Armani-pakken. Soms wordt het succes van de voorganger afgemeten aan hoe hard hij kan schreeuwen of het aantal mensen dat op de grond valt. Alles wordt uit de kast gehaald om de aanwezigen naar een hogere emotionele toestand te voeren. Daardoor raken mensen vatbaarder voor angst en manipulatie. Lee vertelt hoe hij zelf slachtoffer werd van de gladde praatjes van televisie-evangelisten. Door de valse hoop die ze bij hem wekten en het schuldgevoel dat ze wisten op te roepen, stak hij zichzelf diep in de rode cijfers, omdat hij geld doneerde.

 

Over het prestatievirus

“… Een overdrijving is een waarheid die haar geduld heeft verloren…”, schreef Kahlil Gibran. Lee gelooft absoluut in wonderen en gebedsgenezing. Hij heeft er zelf ervaring mee. Maar hij waarschuwt voor overdrijving. Hij heeft gezinnen meegemaakt die kapot gingen omdat papa of mama alleen nog maar met de kerk bezig waren. Zieken waarvoor is gebeden gaan alsnog dood. Hij vertelt over patiënten die zijn gaan geloven dat ze geen medicijnen of medische hulp meer nodig hebben. Hij schrijft over mensen die anderen met hiv besmetten omdat ze denken dat ze van aids zijn genezen.  “… De huidige crisis die de mensheid heeft gecreëerd eist van ons allemaal dat we maximaal presteren. Met onze kapitalistische maatschappijen en openmarkteconomieën hebben we een extreem competitieve wereld gecreëerd…”, aldus Lee. “… Mensen worden gedwongen toneel te spelen en raken de verbinding met wie ze echt zijn kwijt…”. Het christendom van de eenentwintigste eeuw is volop besmet met dit ‘prestatievirus’: “… Het lijkt alsof we ons mens-zijn uit het oog hebben verloren…”. De seculiere samenleving zit volgens hem helemaal niet te wachten op evangelisatieflyers, traktaten en kerkbulletins. Laat zien dat je een ‘gewoon’ mens bent: “… Het Hebreeuwse woord ‘Adam’ betekent man of mens. In het Midden-Oosten worden alle mensen met het woord Adam omschreven…”. Lee: “… Helaas, wij zijn geen engelen en ook geen geesten! Na de val in Genesis werd de mensheid breekbaar, zwak, beschadigd en zondig. Tegelijkertijd echter beschikken we ook over goedheid, vriendelijkheid, rechtvaardigheid en liefde – maar niet over volmaakte liefde…”. Even verder: “… Zolang we hier op aarde zijn en de planeet delen met bijna acht miljard naasten, moeten we die menselijke aspecten van ons wezen niet vergeten…”. Lee: “… Een aantal van ons heeft op dit moment in de geschiedenis helaas een elitegroep gevormd van zogenaamde superchristenen. Deze groep meent dat God alleen om hen geeft en om niemand anders…”. De grote nadruk op prestatie “… maakt dat we maskers dragen, die ons doen voorkomen als ‘supermensen’ – individuen zonder enige zwakheid of kwetsbaarheid…”. Het maakt ons eenzaam en onbetrouwbaar. Zie alle affaires inzake overspel. Lees de krant. Zolang tv-predikers zichzelf verrijken als supersterren en er in kerken zoiets walgelijks als kindermisbruik plaatsvindt, is de goede naam van het christendom ver te zoeken.

 

Zalving met rijkdom

Lee wijst op waanzinnige praktijken: “… Bij sommige pinksterbijeenkomsten wordt beweerd dat God bepaalde individuen gouden tanden heeft gegeven en/of dat Hij reguliere vullingen van amalgaan heeft vervangen door gouden vullingen. Sommigen vinden goudstof op hun kleren en anderen vinden waardevolle stenen in hallen van de conferentie- of de kerkzaal…”. Over ‘hekserij’ in kerken: “… Een gebrek aan geestelijke vorming motiveert sommige gelovigen om te bidden voor de dood van hun vijanden. In sommige kerken wordt dat ‘schiettijd’ genoemd: het bidden, in de naam van Jezus, om het overlijden van iemand die ze niet mogen! De manier waarop ze dit geestelijk schieten uitvoeren is absoluut ridicuul: ze pakken hun bijbels in hun handen alsof ze een geweer vasthouden en vervolgens, wanneer de spreker vertelt dat ze zich hun vijanden moeten inbeelden, noemen ze de naam van de vijand. Als de spreker het startsein geeft beginnen ze allemaal te schreeuwen en richten ze in de ‘Geest’ hun bijbel op hun vijanden…”. Religieuze leiders praten openlijk over hun villa’s en Rolex-horloges, slapen in hotels van 10.000 euro per nacht, en durven nog steeds om geld te vragen voor hun ‘bediening’. Lee noemt de ‘zalving van rijkdom’ een regelrechte vorm van gokken: offer tien procent van je inkomen en je krijgt het duizendvoudig terug (meestal beargumenteerd naar aanleiding van Maleachi 3 : 6-12). Maar dan moet je wel binnen vijf tot tien minuten naar de telefoon rennen om het bedrag over te maken, anders pis je naast de pot. Lee vertelt over een prediker die beweert dat je binnen honderd dagen rijk wordt als je hem voor ieder familielid honderd dollar betaalt. Een ander vroeg een ‘zaadje’ van tweeduizend euro te planten tijdens zijn preek, waar rijkdom voor het einde van het jaar tegenover stond. Andere voorbeelden van mesjogge ‘plundering’: “… Een rondreizende profeet vroeg aan degene die met hem wilde dineren en een persoonlijke profetie wilde ontvangen om 1.500 dollar (per persoon) te betalen. Dan zouden ze toegelaten worden aan zijn linker- of rechterzijde. Een andere rondreizende profeet leidde een conferentie, waarbij hij vertelde dat de Heilige Geest hem gezalfd had en hem had gevraagd zout aan de mensen uit te delen. Ieder die in dit zout zou baden, zou miljonair worden. Het enige dat de bezoekers moesten doen was een glas vol zout kopen voor duizend euro. Voor wie niet zoveel contant geld bij zich had was de spreker zo ‘vrijgevig’ om een korting van honderd euro per lepeltje te geven…”. Kritiek op religieuze autoriteit wordt meestal afgedaan met Psalm 105 : 15: “… Raak mijn gezalfden niet aan…”.

 

De kracht van liefde

Lee: “… Het is een voldongen feit dat religies van allerlei soorten en maten proberen om mensen van elkaar te scheiden. Ze eisen volledige onderwerping aan hun regels. De voordelen die ze beloven zullen anders uitblijven…”. Hij wijst erop dat Jezus precies het tegenovergestelde praktiseerde: “… overal waar goedheid, liefde en vriendelijkheid uitgeleefd worden, daar krijgt zijn koninkrijk gestalte…”. Naast hypocrisie en corruptie wijst Lee vooral op het gevaar van het letterlijk nemen van bepaalde Bijbelteksten, simplistisch denken en bekrompenheid binnen een ongezonde ‘schuldtheologie’: “… Het christendom zou veeleer gezien moeten worden als een beweging van liefde, een die vrij is van angst en schuld! Haar primaire taak moet bestaan uit het omarmen en liefhebben van mensen…”. Hij is er meer en meer van overtuigd geraakt dat met de ‘kracht van de Heilige Geest’ (Handelingen 1 : 7 – 8) de liefde wordt bedoeld (1 Korintiërs 13 : 1 – 3): “… Liefde is energie. Liefde is de sterkste positieve energie die er bestaat, aangezien ze de macht heeft om wreedheden te voorkomen, vooroordelen te ondermijnen, bruggen te bouwen en ons samen te binden…”. Even verder: “… Christus Jezus is een openbaring – aan de hele mensheid: de openbaring van liefde. Hij staat boven alle denominaties, institutionele structuren of doctrinaire meningsverschillen…”. Daarom pleit Lee krachtig om elkaar te accepteren als ‘naasten’: “… Het wordt tijd dat de kerk opgroeit en volwassen wordt…”. Lee: “… Geen enkele denominatie op aarde kan de kerk volledig vertegenwoordigen, noch het rooms-katholicisme, noch de Grieks-orthodoxen, noch het protestantisme of het evangelicalisme, noch de pinksterbeweging of welke charismatische beweging dan ook. Geen van deze kan de absolute waarheid van de kerk en haar leerstukken bevatten. Onze kennis is gefragmenteerd; ieder van ons ziet slechts een deel van de waarheid. ‘Want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen’ (1 Korintiërs 13 : 9b - 10)…”.

 

Het Woord van God

Hij gaat in op de discussie over wat het ‘Woord van God’ precies is. Gaat het om de Bijbel die daarom onfeilbaar is, of gaat het om Jezus Christus – naar Johannes 1:5 (zie ook wat Heschel daarover zegt in “God zoekt de mens”). Hij pleit ervoor de Bijbel te lezen vanuit het perspectief van het leven van Jezus Christus en te interpreteren op basis van de principes die Hij onderwees: “… Aangezien we in de tijd van Gods genade leven, is het duidelijk dat we niet meer leven onder bepalingen die golden in het Oude Testament. De komst van Jezus Christus heeft de mensheid genade gebracht…”. Als voorbeeld noemt hij de veel vrijere manier waarop Jezus met vrouwen omging dan Paulus, die een kind van zijn tijd was, en trekt hij een en ander door naar het vraagstuk over ‘de vrouw in het ambt’. Lee komt met een aantal Aramese vertalingen (de taal die Jezus en zijn discipelen sprak) waardoor sommige Bijbelteksten in een ander daglicht komen te staan dan gebruikelijk. Bijvoorbeeld over de zin “… En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad…” (Matteüs 6:13) in het Onze Vader: “… In Jakobus 1:13 lezen we: ‘God stelt niemand aan verleiding bloot, zoals Hij ook niet door iets slechts in verleiding kan worden gebracht.’ In het Aramees betekent het woord patzan ‘scheid ons’ van het kwaad’ en niet ‘bevrijd ons’ van het kwaad…”.  Over dat het gemakkelijker voor een kameel is om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan (Matteüs 19:24): het woord ‘gamla’ kan ‘kameel’ betekenen, maar ook ‘dik touw’. Over de kruiswoorden: “… In het Aramees betekent ‘Eli, Eli, lema sabachtani (…) ‘Mijn God, mijn God, hiervoor werd Ik gezonden…”, in plaats van ‘waarom hebt U mij verlaten’. Het ‘zweet als bloed’ in Lucas 22:44 blijkt in het Aramees een veel geciteerd gezegde, wat duidt op een metaforische aanduiding voor doodsangst. Als op de bruiloft Jezus zijn moeder terecht wijst met de opmerking dat zijn ‘tijd’ nog niet is gekomen (Johannes 2:3 – 4), duidt dat op de rij mannen die volgens rang en positie op de grond zitten en om de beurt wijn aanschaffen of kopen. Jezus is simpelweg nog niet aan de beurt. Priesters bestelden vaak water in plaats van wijn om dronkenschap te voorkomen. In Johannes 6:53 gaat het niet om ‘kannibalisme’, maar om het Arameese gezegde: ‘Ik heb mijn lichaam gegeten en mijn bloed gedronken’. Dat betekent dat de spreker alles heeft gegeven wat hij had, tot aan het punt van sterven toe. In Lucas 14:26 gaat het er niet om je familie te ‘haten’ maar ‘opzij te zetten’. En met ‘noem niemand leraar’ uit Matteüs 23:10 wordt in het Aramees bedoeld: “… Verhoog niemand of noem niemand ‘mijn grote’…”.

 

Dialoog

“… Je kunt niet wit op wit verven, of zwart op zwart. Ieder heeft de Ander nodig om gezien te kunnen worden…”, aldus een citaat van Manu Dibango. Willen we positieve verandering dan moeten we werken aan dialoog: “… Dialoog is beter dan oorlog en zelfs beter dan debat. Dialoog geeft ons de gelegenheid van elkaar te leren…”. Wat bedoelt Lee met ‘dialoog’? “… Gesprek, wederzijdse uitwisseling van kennis, informatie en mening, waarbij de ander gerespecteerd wordt zonder af te doen aan de eigen identiteit. Dialoog betekent dat je de neiging aanstoot te nemen opzij zet, leert aandachtig te luisteren en ook leert om op milde wijze kritiek te geven. Het is een verrijkende uitwisseling tussen volken, religies en culturen. Vaak kunnen we ‘waarheid’ vinden in de woorden van onze opponenten; op een bepaalde manier zijn zij onze spiegels. Zij laten ons onze zwakheden en tekortkomingen zien…”. Ontbreekt het je aan zelfvertrouwen dan zul je de spiegels vermijden of zelfs breken. Toch kun je alleen in vrijheid leven als je naaste dat ook kan, alleen gezegend  zijn als je naaste dat ook is. “… Daarom dien ik lief te hebben, zoals Christus dat doet. Dat is de ware kern van ons geloof! Wetenschap, andere culturen, religies, en zelfs het atheïsme, kunnen de beste spiegels zijn. Ze kunnen ons wijzen op dingen die we over het hoofd gezien, verwaarloosd of genegeerd hebben…”.

 

Culturele sensitiviteit

Als geen ander pleit Lee voor ‘culturele sensitiviteit’. Overal ziet hij in niet-westerse landen de Amerikaanse/westerse invloed terugkomen in aanbiddingsdiensten: “… In sommige culturen worden zelfs traditionele muziekinstrumenten als demonisch en heidens gezien…”. Even verder: “… Een van de consequenties is dat Engels de taal is geworden van de evangelicale religie. Het christendom ging een commerciële richting op en werd dominant in de aanbiddingsindustrie wereldwijd. Vandaag kunnen theologiestudenten nergens op de wereld meer om de Amerikaanse en Engelse christelijke literatuur en schrijvers heen. Kerkgeschiedenis gaat direct over reformatiegeschiedenis en theologie wil zeggen: Anglo-Amerikaanse evangelicale of Nederlands hervormde theologie…”. Lee heeft het over de arrogantie van het ‘geïmporteerde christendom’. Alleen Japan vormt een unicum. Japan is het eerste land dat zijn eigen versie van christelijke theologie ontwikkelde. Geen enkel land was gebaat bij de westerse culturele agenda die westerse missionarissen meenamen, aldus de christelijke Japanner Uchimura Kanzo. Je hoeft maar naar de geschiedenis van de slavernij te kijken om te realiseren hoe waar dit is. “… Sterker nog, missionarissen hebben landen vernietigd in plaats van opgebouwd. Van Mexico’s Montezuma tot de Peruviaanse Inca-rijken was de weg die het christendom aflegde er een van inlijving, vernietiging en in sommige gevallen zelfs culturele uitroeiing. Hij wees erop dat het westerse christendom de niet-christelijke landen doodde door rum, whisky en tabak te introduceren en door de vele daarbij behorende nare ziektes. Uchimura geloofde dat het rooms-katholicisme alleen geschikt was voor de Romeinse en post-Romeinse cultuur; op vergelijkbare wijze kwam het anglicaanse christendom voort uit de Engelse cultuur, en het lutheranisme uit Duitsland…”.

 

Duizenden wegen naar Jezus

Lee: “… Vaak komt het westerse christendom andere culturen binnen met de uitdrukkelijke bedoeling om mensen te dwingen zowel het christendom als de westerse cultuur te accepteren. Het resultaat hiervan is dat we eeuwenlang inheemse culturen hebben genegeerd, en deze hebben beschouwd als heidens en als afgoderij. We hebben ze niet de ruimte gegeven om Jezus te eren in hun eigen culturele setting…”. Hij wijst erop dat de atheïst, de boeddhist, de moslim en de hindoe ook onze naasten zijn, voor wie de opdracht van Jezus  geldt dat we hen moeten liefhebben. “… Ik weet dat er mensen zijn die tot Jezus zijn gekomen door het lezen van de Koran, en sommigen door het boeddhisme. Opnieuw wil ik benadrukken dat er slechts één weg is naar de Vader en dat is door Jezus Christus. Maar wat is de weg naar Jezus? Er zijn duizenden wegen, waaronder religieuze en niet-religieuze ideologieën. Als zijn missionarissen moeten we zoeken naar raakvlakken met deze religies en ideologieën of culturen…”. We moeten niet het christendom brengen, maar Christus. En dat het liefst in alle bescheidenheid. Hij vertelt een verhaal over een Japanse vruchtenboom die verschillende zogeheten ‘kaki’s’ kan voortbrengen: bitter en zoet fruit. Door een takje van de zoete vruchtenboom te enten op de stam van een bittere, zal de bittere boom het jaar daarop zoete vruchten produceren. Het Japanse shintoïsme en boeddhisme zijn niet ‘om te hakken’. Het christendom blijkt er wel op te ‘enten’. Lee gelooft niet in het ‘bekeren’ van mensen: “… Mensen zijn geen ‘software’of ‘bestanden’ die je naar een ander formaat kunt converteren…”. Niet wij, maar God verandert mensen. Het slaat volgens hem nergens op te zeggen dat iemand Christus ‘gevonden’ heeft: “… Alsof Christus zoek was! Dat zijn we zelf!...”. Even verder: “… Het is niet onze taak om een persoon bij Christus te brengen, maar om Christus bij de persoon te brengen…”. Lee: “… Vergeet niet dat Christus naar deze wereld kwam; wij gingen niet naar Hem toe…”. Daarmee beweegt hij zich naar mijn gevoel in hetzelfde vaarwater als Heschel met zijn “God zoekt de mens” – zie hier.

 

Bruggenbouwers

“… Er zijn drie monotheïstische/abrahamitische religies in de wereld: het jodendom, het christendom en de islam. Alle drie beweren ze waarheid, vrede en liefde te verkondigen, en toch heeft elk van deze religies meer conflict in de menselijke geschiedenis gebracht. Van de christenvervolgingen door de joodse religieuze machthebbers tot de Jodenvervolgingen door christenen in de middeleeuwen; van de belegering van Jeruzalem door de moslims tot haar belegering van de kruisvaarders in de middeleeuwen; van de rampzalige tragedie van 11 september tot de invasie van Irak, de bomaanslagen in Bali, de terroristische aanslagen in Madrid… bijna elk conflict in de wereld is op een bepaalde manier gerelateerd aan deze religies…”. Lee is wel klaar met alle haat en nijd. Hij roept op een ‘bruggenbouwer’te zijn: “… Bruggenbouwers verbinden en verzoenen plaatsen, mensen, harten, klassen, etniciteiten, culturen en religieuze groeperingen. Bruggenbouwers bevinden zich altijd op de rand, met het gevaar dat ze onderuitgaan, vallen of zichzelf bezweren. Ze worden niet begrepen, zelfs vervloekt door alle partijen in een conflict…”. Elke samenleving heeft bruggenbouwers nodig: “… Laat onze liefde voor de mensheid groter zijn dan onze persoonlijke agenda’s en religieuze ideologieën…”.

 

Geen grotere liefde

Lee: “… Jezus heeft ooit gezegd: ‘Er is geen grotere liefde dan je leven te geven aan je vrienden’ (Johannes 15:13). In de Engelse vertaling voor ‘je leven geven aan je vrienden’ staat ‘to lay down one’s life for one’s friends’- met andere woorden, je leven neerleggen omwille van je vrienden. Veel mensen interpreteren deze woorden van Jezus in de context van zijn dood aan het kruis, want hij heeft zijn leven gegeven door te sterven aan het kruis! Ik ga hier toch een stapje dieper: Jezus heeft niet alleen zijn leven neergelegd aan het kruis, maar hij heeft ook zijn joodse tradities, dogma’s en wetten moeten neerleggen omwille van de liefde voor een ziel die ten onder ging! Denk aan het genezen van de zieken op de Sabbat, het gesprek met de Samaritaanse vrouw, het omgaan met prostituees, dronkaards, de tollenaars, of het herinterpreteren van rein en onrein. Hij moest al deze wetten en gebruiken naast zich neerleggen om een ziel te kunnen bereiken, of misschien te redden…”.

 

Uitgave: KokBoekencentrum – 2020, 128 blz., ISBN 978 904 353 430 7, 18,48

Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie posten