Menu

zaterdag 22 september 2012

En, waar blijven de kinderen? – Yvonne Prins



Subtitel: Survivalgids voor als je een kind wilt, maar (nog) niet hebt.

De buitenkant van dit boek ziet er heel vrolijk uit, maar de subtitel dekt de inhoud volkomen: ik heb het lezen inderdaad ervaren als een overlevingstocht. Door een woud van hoop en vrees, welteverstaan. Bijna niets in het leven brengt zoveel gevoel en emotie met zich mee als het al dan niet hebben van kinderen. Het is dan ook niet raar dat als problemen op dit gebied gerationaliseerd worden, ze heftig uitpakken. Echter, psychologe Yvonne Prins (1974) weet goed waar ze over praat. Vanwege een ingrijpende ziekte heeft ze zelf ook geen kinderen. Dat maakt wat mij betreft dit boek heel sterk. Immers, het lijkt me dat mensen zónder kinderen, goedbedoelende adviseurs mét kinderen, als eerste in het gezicht zullen smijten: ‘wat weet jij daar nu van’?! In het geval van Yvonne Prins: álles … .
Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor vrouwen.


De norm in Nederland is een gezin met 2,4 kinderen. Alles wat daarvan afwijkt is ‘eng’ en kan rekenen op vervelende vragen en onnozele opmerkingen uit onverwachte hoek. Mensen zijn in onze ‘maakbare’ samenleving niet gewend aan dingen die anders lopen dan voorzien. Dat voortplanting een drang is die diep in onze genen zit verankerd ontgaat menigeen. Dat als dit verlangen wordt doorkruist daar veel frustratie, diep verdriet en stille rouw uit ontstaan beseffen mensen veels te weinig. Uitgebreid gaat Yvonne Prins in op vragen als “En, waar blijven de kinderen?”. Het is goed om voorbereid te zijn op zo’n vraag, en na te denken over wat je er eventueel op antwoordt. Sterker: moet je er eigenlijk wel op antwoorden?
Vaak krijgen vrouwen zonder kinderen het verwijt dat ze onvolwassen en egoïstisch zouden zijn of alleen aan hun carrière denken. Dat is natuurlijk een kwestie van de kip en het ei: je moet toch érgens je energie aan kwijt?! Daarnaast: is kinderen ‘nemen’ gespeend van egoïsme? “… Is er iemand op aarde die graag kinderen wil, zuiver en alleen omdat het voor die kinderen zo leuk is om geboren te worden en hem of haar als ouder te hebben? Natuurlijk niet…”. En dat is maar goed ook, want ‘gewenst’ zijn maakt erg gelukkig.

Yvonne Prins bespreekt kort verschillende manieren om toch een kind te krijgen als zwanger worden op een natuurlijke manier niet lukt. Draagmoederschap, adoptie vruchtbaarheidsbehandelingen: alles heeft zijn haken en ogen. Moderne medische technieken lijken wonderen te beloven, maar de praktijk valt vaak tegen, en is psychisch erg zwaar: “… Hoe je het ook wendt of keert, elke stap in het medische circuit is er eigenlijk één te veel. Het verschilt natuurlijk per persoon en stel, maar over het algemeen wordt het als een grote stap ervaren als het krijgen van kinderen uit de intimiteit van de slaapkamer wordt gehaald of helemaal wordt ontdaan van zijn natuurlijke romantiek…”. De behandelingen zijn belastend: “… Met je benen wijd in de beugels liggen terwijl artsen en arts-assistenten bij je naar binnen kijken of in je bezig zijn is voor de meeste vrouwen geen geweldige ervaring. Het je ‘een voorwerp voelen van onderzoek’, je lichaam anders gaan bekijken en zien als een ‘ding’ waar wat aan mankeert, kunnen lastige gevolgen van de behandeling zijn…”. Het mag dan een troost zijn dat veel medewerkers in ivf-centra gewend en getraind zijn om met de intieme en emotionele kanten van vruchtbaarheidsbehandelingen om te gaan, toch word ik er eerlijk gezegd al naar van als ik er alleen maar over lees. Hoe lang trek je zoiets? Tot hoe ver wil je gaan? Niet alles hoeft wat kan.

Uitgebreid gaat Yvonne Prins in op de - vaak pijnlijke - situatie die ontstaat als je merkt dat zo ongeveer alle vriendinnen om je heen zwanger worden, behalve jij. Als de foto’s op facebook van bezopen mensen op gekke feestjes langzaamaan veranderen in foto’s van blije moeders met schattige babietjes is er een tijdperk ten einde. Je vriendinnen krijgen andere prioriteiten en zijn s’ avonds moe. Alles verandert. Dat zul je moeten accepteren: ‘go with the flow’…

Als je de dertig bent gepasseerd, dringt vroeg of laat door dat de biologische klok doortikt. Wat als je je prins nog niet hebt gevonden of als die prins er wel is maar niet wil. Waarom heb je eigenlijk geen prins (moet je eerst ‘verliefd’ zijn voor een stabiele relatie?) en wat komt er bij kijken als je besluit het ‘dan maar alleen te doen’: van eicellen invriezen tot onenightstands. Ik heb zomaar het idee dat onze oma’s het een stuk makkelijker hadden als ik kijk naar alle keuzemogelijkheden die heden ten dage voor handen liggen.

Als je geen moeder wordt kan dat een deuk slaan in je zelfvertrouwen. Daar komt nog bij dat vrouwen kinderloosheid heel anders ervaren dan mannen. Hoe kijk je naar jezelf. Voel je je nog vrouw. Waar haal jij je respect vandaan. Hoe zit het met je identiteit. Wat moet je met je leven aan zonder kinderen. Hoe ga je om met onvervulde behoeftes. Hoe ga je om met de pijn, het verdriet, de stress en de confrontaties die je onmogelijk uit de weg kunt gaan: de hele wereld is immers vol kinderen. Hoe ga je andere betekenisvolle relaties aan. Is lotgenotencontact misschien iets voor je, en waar kun je dan terecht. Betekent geen kinderen hebben per definitie ook eenzaam oud worden. Wat wel weer prettig is trouwens: de eenpersoonshuishoudens rukken -vooral in de stad- op. Dat maakt mensen zonder kinderen en singles minder opvallend.

Van alle kanten neemt Yvonne Prins het thema kinderloosheid onder de loep.
Door het boek heen komen dappere ervaringsverhalen aan bod. Ene Selma vertelt hoe ze soms na een kraambezoek huilend in de auto naar huis zat: “… Het is het meest intieme dat je met iemand samen kunt delen. Dat zullen we nooit hebben met z’n tweeën. Dat raakt me…”. Toch is dat samen intens verdrietig zijn ook heel intiem – en dát raakt mij weer.

Op een aangrijpende manier schrijft Yvonne Prins over de rouw die volgt als het definitief is: “… Kinderloosheid blijft een leven lang bij je. Het verdriet daarover ook…”. Ze is er niet voor om het rouwen na een bepaalde periode af te sluiten, zoals veel mensen aanraden: “… Rouwen is niet ‘klaar’ na de termijn van een jaar, die er volgens veel mensen ‘voor staat’, ook niet bij kinderloosheid. Je kunt bij kinderloosheid spreken van chronische rouw… “. Beter is het te streven naar ‘integratie’: “… De laatste fase van rouw kun je zien als een voortdurend proces van integratie, waarbij het verlies van de kinderwens, net als elk ander verlies in het leven, een deel van jezelf gaat uitmaken…”.

Is dit een triest boek? Absoluut niet. Yvonne Prins heeft zeker ook oog voor de positieve kanten van het niet verantwoordelijk zijn voor kinderen. “… Als je kinderen krijgt, zijn de blijdschap, maar ook de zorgen en het verdriet om hen een leven lang bij je… Geen kinderen hebben, is een vast onderdeel van je leven. Geregeld zal het je verdriet geven, maar op den duur – als je midden in het jaar spontaan op vakantie vertrekt bijvoorbeeld – ook periodes van vreugde…”. Je kunt zonder kinderen een heel leuk leven hebben: “… Een kind zal ik niet krijgen. En hoewel ik daar nu rust in heb gevonden en gelukkig mee ben, weet ik ook dat ik dat voor altijd heel jammer zal vinden… Want als ik had kunnen kiezen tussen een bestseller en een baby, koos ik nog steeds het laatste…”.

“En, waar blijven de kinderen” (184 blz.) is een indrukwekkend boek van een ervaringsdeskundige in alle opzichten. Eén ding is helder: vrouwen zijn sterk, ze overleven veel.
Yvonne Prins schreef eerder: “Ziekenhuis survivalgids. Wegwijs in de wereld van de witte jassen” - 2008.

Dit boek is voor €16,95 rechtstreeks te bestellen bij internetboekhandel IZB-Ark als je hier klikt (voor meer informatie over IZB-Ark: zie kolom hiernaast).

Uitgave: Scriptum Psychologie - 2012

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen