Menu

zaterdag 3 oktober 2015

Telefoon vanuit de hemel – Mitch Albom


Een tijdje geleden schreef ik in een blog dat christenen niet konden schrijven. Nou, dat heb ik geweten. Mijn bewering haalde niet alleen het christelijke literaire tijdschrift Liter, maar ook het Reformatorisch Dagblad en Trouw. Inmiddels moet ik mijn mening bijstellen, want Mitch Albom (1958, Verenigde Staten) schreef een buitengewoon origineel en mysterieus verhaal dat verschenen is bij een christelijke uitgever en bovendien leid ik uit zijn dankbetuiging af dat hij christen is: “… Ten slotte (maar het is ook het belangrijkste): alles wat mijn hart of handen hebben voortgebracht, komt van God en is alleen mogelijk dankzij Hem. We kennen dan misschien niet de waarheid over telefoons en de hemel, maar dit weten we wel: vroeg of laat antwoordt Hij als we naar Hem uitroepen, en dat heeft Hij bij mij ook gedaan…”. Albom werd over de hele wereld bekend door zijn ontroerende roman "Mijn dinsdagen met Morrie", die over een oude, ongeneeslijk zieke professor gaat, die met een jonge student over de zin van het leven praat. Ook las en recenseerde ik “De klokkenmaker”, een sprookjesachtig verhaal over de tijd.

Leven na de dood

Ik weet niet of “Telefoon vanuit de hemel” literatuur is. Ik ben helemaal niet iemand die een scherpe grens wil trekken tussen (christelijke) lectuur en literatuur, maar verschil is er zeker. Schrijver/arts Ivan Wolffers verwoordde dat heel raak in het Nederlands Dagblad van 8 augustus 2015: “… Slechte boeken zijn verhalen die geen vragen oproepen, geen stiltes laten vallen, maar alles voorkauwen. Dat is net pornografie: het verrast niet, maar voldoet aan de verwachtingspatronen. En uit iets dat niet verrast, ontstaat geen vernieuwing…”. Daar is Albom in ieder geval niet van te betichten. Zijn boek speelt zich af in het kleine stadje Coldwater in Michigan. Zeven inwoners worden opgebeld door dierbaren die zijn overleden. Ze krijgen allemaal te horen dat dood niet dood is, dat de bellers in de hemel zijn, en dat het daar fijner is dan waar ook. Echter, er is ook een overleden werknemer die verhaal komt halen bij zijn baas. En een gestorvene vertelt dat de verbinding tussen hemel en aarde van tijdelijke duur zal zijn. De bizarre telefoontjes zorgen voor veel reuring. De geestelijk leiders van de vijf verschillende kerken die Coldwater rijk is kruipen bij elkaar om over de zaak te praten. Sommige mensen die het overkomt zijn afkomstig uit de baptistenkerk van de tweeëntachtig jarige dominee Warren. Hij ziet het allemaal nogal sceptisch aan: “… Voor het eerst was Warrens geloof minder groot dan dat van de mensen om hem heen…”. Naar aanleiding van het gebeuren stroomt zijn kerk zondags bomvol. Binnen no time zijn de stemmen van gene zijde een hot item op internet. De pers krijgt lucht van het wonder en komt er op af. Er worden conferenties belegd over leven en dood. Deskundigen op het gebied van paranormale zaken doen hun zegje. Hordes pelgrims lopen Coldwater volledig onder de voet. Gewiekste verkopers slaan daar natuurlijk een slaatje uit. De hysterie kent geen grenzen. De mensen zijn geschokt, maar ook vol hoop. In de Bijbel staat dat God door een brandende struik sprak, dus waarom niet via een telefoon, zegt de vader van ex-marinier Sully Harding. De laatste is net uit de gevangenis ontslagen. Hij kreeg de schuld van een noodlottig vliegtuigongeval waarbij zijn vrouw is omgekomen. Met de dood van zijn vrouw stierf ook zijn geloof. Sully wordt niet goed van alle heisa rond de telefoongesprekken. Hij denkt aan een hoax: “… Mensen lieten zich hypnotiseren door dat gepraat met de hemel of ze waren er doodsbang voor…”. Als zijn zoontje vraagt of hij mama mag bellen, ontploft hij zo ongeveer, en besluit hij de ontstane kermis tot op het bot uit te zoeken.

Mensen die stemmen horen zijn meestal gek
Albom heeft het vooral over de opeenstapelende gevolgen naar aanleiding van het zogeheten wonder. Iedere keer als ik een pagina omsloeg werd ik nieuwsgieriger naar waar hij bezig was heen te schrijven. Ik kan je wel vertellen dat anders dan bij veel mystery-films (ik heb niet zoveel mystery-verhalen gelezen) het boek geen vaag open einde heeft, maar een onverwacht zeer bevredigende afloop. Die ga ik natuurlijk niet verklappen: een mysterie moet een mysterie blijven. Wat ik wel ga doen is er hier en daar een paar citaten uitplukken die aantonen waarom dit zo’n mooi boek is.
Als er over de hele wereld reportages verschijnen over terminaal zieken die acuut overlijden als ze de opnamen uit Coldwater hebben gezien, komen er protestacties op gang. De ongelovige demonstranten vinden dat de achterlijke gelovigen verantwoordelijk zijn voor hun dood. Als een tiener opbiecht dat ze verzonnen heeft dat haar beste vriendin haar vanuit de hemel heeft gebeld is het hek van de dam: “… Twee groepen stonden bij de kerk tegenover elkaar, kennelijk aangespoord door de bekentenis van Kelly Podesto. Eerst stonden ze elkaar met hun borden kwaad aan te kijken, toen begonnen de spreekkoren, en ten slotte schreeuwde iemand iets en schreeuwde iemand anders iets terug. Nu stond de groep mensen die borden meedroegen met teksten als BEKEER JE NU! DE HEMEL BESTAAT ECHT! vlak bij de groep mensen die borden meedroegen waar teksten op stonden als MENSEN DIE STEMMEN HOREN ZIJN MEESTAL GEK. De beledigingen en bedreigingen vlogen over en weer. ‘Laat ons met rust!’ ‘Jullie zijn een stelletje bedriegers!’ ‘Prijs de Heer!’ ‘Ga dat ergens anders doen!’ ‘Wij proberen mensen te helpen!’ ‘Jullie zetten mensen aan tot zelfmoord!’ ‘Dit is Amerika! Hier geldt vrijheid van religie!’ ‘Jullie hebben het recht niet om jullie religie aan ons op te leggen!’ ‘God ziet alles!’ ‘Leugenaars!’ ‘Zorg dat jullie gered worden…!’ ‘Bedriegers!’ ‘Gods engelen…’ ‘Houd je kop!’ ‘Als je naar de hel…’ ‘Gestoord…’ ‘Je bent zelf gek!’ ‘Blijf van me af!’ Er werd ergens mee gezwaaid, iemand zwaaide ergens mee terug, en toen stroomden de groepen naar elkaar toe en door elkaar heen als water dat uit twee glazen wordt gemorst. Borden vielen op de grond. Het gegil werd onverstaanbaar. Mensen begonnen te duwen en te rennen – sommigen om zich in het gewoel te storten, anderen om weg te komen…”.
Maar er zijn nog steeds zes ‘uitverkorenen’ over die bij hoog en laag beweren dat ze telefoontjes uit de hemel krijgen: “… ‘Denken jullie nu echt dat al die andere mensen dit uit hun duim zuigen? Dat zijn geen kinderen. Zij hebben een reputatie hoog te houden. Anesh Barua is tándarts! Die gaat echt niet riskeren dat zijn patiënten bij hem weglopen. Tess Rafferty heeft een kinderdagverblijf. Doreen Sellers is getrouwd geweest met een politiechef van Coldwater’!...”.
Een vrouw, die in eerste instantie blij is dat ze contact heeft met haar dode zoon, merkt dat de wond die aan het genezen was weer open is gesprongen, en gooit haar telefoon weg. Een andere vrouw is er heilig van overtuigd dat God zich door middel van de telefoontjes aan de wereld wil openbaren; en besluit mee te werken aan een televisiereportage waarin iedereen getuige kan zijn van een gesprek met haar overleden zus. Ene bisschop Hibbing: “… Er was verschil tussen wonderen en het paranormale. Bloed op een beeld van de Maagd Maria? De heilige Theresa van Avila die een engel met een speer tegenkwam? In die gevallen was er tenminste sprake van gewijd contact. Bij het horen van geesten was daarvan geen sprake…”.

Hallo
Tussendoor vertelt Albom ook nog het fascinerende verhaal over de uitvinding van de telefoon die officieel op naam van de spraakleraar Alexander Bell staat. Zijn rivaal, de uitvinder Thomas Edison, bedacht het woord ‘Hallo’ als standaardbegroeting. In 1920 liet Edison aan een tijdschrift weten dat hij werkte aan een ‘geest-o-foon’, een apparaat waarmee mensen misschien ooit met doden konden praten: “… ‘Ik geloof dat het leven net als de materie onvergankelijk is,’ zei hij. ‘Als personen die in een andere dimensie leven in contact willen komen met ons in onze dimensie (…) kan dit apparaat hen daar in elk geval een handje bij helpen.’ Er werd massaal op het verhaal gereageerd, de uitgever kreeg zeshonderd brieven en heel veel mensen wilden het toestel bestellen. Hoewel Edison later zei dat hij het allemaal niet serieus had bedoeld, zijn er tot op de dag van vandaag mensen die naar aanwijzingen zoeken van zijn mysterieuze uitvinding…”.
Terwijl ik het verhaal las ging ik meer en meer nadenken over fragmenten in de Bijbel die gaan over het leven na dit leven. Bijvoorbeeld Lukas 15 waarin verteld wordt over de goede herder die zijn verloren schaap gaat zoeken en daarvoor de rest van de kudde (honderd stuks) achterlaat in de woestijn. Jezus concludeert dan: “… Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben…”. Dat impliceert dat wij inderdaad vanuit een andere wereld in de gaten worden gehouden, zo niet door gestorvenen dan misschien door engelen. Dus werd “Telefoon vanuit de hemel” voor mij steeds acceptabeler. 'Waarom niet?', dacht ik hoe langer hoe vaker.
Albom: “… Er wordt beweerd dat Alexander (Bell) zijn eerste ingeving voor de telefoon kreeg toen hij nog een tiener was. Als hij een bepaalde noot zong wanneer hij naast een open piano stond, zag hij dat de snaar van die noot trilde, alsof die naar hem terug zong. Als hij een A zong, trilde de A-snaar. Op die manier ontstond het idee om stemmen via een draad met elkaar te verbinden. Maar het was geen nieuw idee. We roepen het uit, we krijgen antwoord. Zo is het sinds het geloof bestaat, en het is nu nog steeds zo…”.
Nogmaals; is “Telefoon vanuit de hemel” literatuur? Ik weet het niet. Als ik het moet rubriceren - wat een beetje de taak is van een recensent - zou ik het onder het item ‘literature-light’ plaatsen, bij titels als bijvoorbeeld “De onwaarschijnlijke reis van Harold Fry” en “Het liefdeslied van Queenie” van Rachel Joyce. Het enige puntje van kritiek dat ik kan verzinnen is dat het perspectief van de personages af en toe wel heel snel wisselt. Soms per bladzij. Dat past natuurlijk perfect in onze supersonische tijd, maar ik ben niet meer een van de jongste, ik vind dat moeilijk bijbenen. Ik heb gezegd.

Uitgave: De Barbaar – 2015, vertaling Ralph van der Aa, 304 blz., ISBN 978 905 999 072 2, € 19,95
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen