Menu

donderdag 9 februari 2012

Dezelfde maar dan anders – Henrieke Remmink


Ondertitel: Samen verder na de coming-out van je kind

In dit boek wil Henrieke Remmink (1979 – studente theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit, afdeling Kampen, hoofdvak geestelijke verzorging) met christelijke ouders nadenken over de relatie met een homoseksuele zoon of dochter. Ze staat uitgebreid stil bij geloofsvragen rond homoseksualiteit en de communicatie over dit gevoelige onderwerp. Naast de nodige informatie over seksualiteit en homoseksualiteit in het bijzonder, komen er veel persoonlijke verhalen langs. Haar boodschap: je staat er niet alleen voor…
Ik vind dit een heel bijzonder boek: volgens mij is het vooralsnog het enige in zijn soort!


Een vader: “… Ik heb er één keer (alleen) om gehuild. Niet vanwege zijn geaardheid, maar omdat hij zo veel strijd achter de rug had en nog voor de boeg zou hebben…”.

Waarschijnlijk is het voor ouders nooit makkelijk om te merken dat een kind homoseksueel is. Bezorgdheid steekt de kop op, en daar is alle reden toe. Uit recent onderzoek blijkt dat onder homoseksuele jongeren vaak depressieve klachten voorkomen. De helft van hen heeft weleens aan zelfmoord gedacht.
Verder is het ook nog maar de vraag in hoeverre hun homoseksuele kind geaccepteerd gaat worden in zijn of haar omgeving. Is onze maatschappij eigenlijk wel zo tolerant als wordt beweerd? Henrieke Remmink: “… Telkens opnieuw worden wij opgeschrikt en geschokt door allerlei uitingen (ook gewelddadige!) van onverdraagzaamheid. De aanstichters zijn niet alleen criminele figuren, maar ook (ogenschijnlijk) keurige mensen. Ik kan het niet beter zeggen dan met de woorden van Jacob Noordmans, oud-hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant. Hij schreef in die krant op 10 mei 2010 de column ‘Haat waart rond als een besmettelijk virus’. Een citaat: ‘Alom in de wereld schieten de gifplanten van de haat de grond uit. Haat jegens vreemdelingen, andersgekleurden, -gelovigen, -denkenden, -gerichten, -gekleden. Haat brult in de stadions, sluipt door de krochten van internet, broeit in fanatieke zielen, gestoorde breinen en jaloerse harten, tiert in verloederde volksbuurten, scheldt en schimpt in kroegen en preekt arglistig in politieke vergaderzalen. Angst en onkunde blijven trouwe bondgenoten voor de haat’. De angst voor de maatschappij, die ouders van een homoseksueel kind hebben, is helaas niet ongegrond…”.

Als ouders ook nog eens een confessioneel geloof hebben, is een uit-de-kast komend kind helemáál schokkend, omdat in de meeste gevallen over dit onderwerp nooit is gepraat. Het is immers ‘een afwijking in de natuur’ en één van de ‘grotere’ zonden volgens de Bijbel. Zij zitten vaak klem tussen aan de ene kant de samenleving die niet snapt waarom ze moeite hebben met homoseksualiteit (zie alleen al de mediahetze twee weken geleden over de christelijke hulpverleningsorganisatie Different die subsidiegelden zou gebruiken voor een therapie die gericht is op het ‘onderdrukken’ of ‘genezen’ van homoseksualiteit – waar, na onderzoek door de Inspectie voor de Gezondheidszorg, trouwens geen sprake van bleek te zijn) en aan de andere kant angst voor geloofsgenoten die hun kind veroordelen en afwijzen (een moeder: “… Soms zeggen kerkmensen ‘Je moet maar veel bidden.’ Alsof ik dat niet doe! Vooral zo’n advies doet zeer. Het gebed is geen haarlemmerolie!... Soms draaide er een kurkentrekker van verdriet in mijn keel en wrong zich diep in mijn hart…”).
Té vaak denken reformatorische ouders dat ze moeten kiezen tussen de Bijbel en hun kind. Dat is een keus waar ze helemaal niet aan willen. En dat hoeft ook niet. Want uiteindelijk gaat alleen het homoseksuele kind zélf over zijn of haar seksualiteit.

Redacteur Henrieke Remmink schreef, samen met anderen, juist voor hen dit boek. Ze neemt geen stelling, maar vraagt wel nadrukkelijk begrip en acceptatie voor het homoseksuele anders-zijn. Als jij vindt dat je ‘het wel mag zijn’ maar ‘niet mag doen’, dan moet je nog eens goed nadenken over het thema ‘kruisdragen’: “… Het is goedkoop aan mensen met homogevoelens voor te houden dat ze het zware kruis van seksuele onthouding moeten dragen, terwijl men zelf van kruisdragen geen weet heeft en volop meedoet in de huidige genotscultuur. Moeten we niet eerlijk erkennen dat we als verwende westerse christenen kruisdragen en zelfverloochening zelf nauwelijks in praktijk brengen? Maar we vragen het intussen wel van homo’s! We dragen maar al te vaak in een materialistische levensstijl met elkaar uit dat het gaat om het hier en nu waar je zoveel mogelijk uit moet halen, terwijl we de mensen met homogevoelens een uitzonderingspositie voorhouden, want zij moeten zich onthouden…”.

Het boek opent met een onderzoek dat ze hield onder circa 150 ouders van homoseksuele kinderen. Hieruit blijkt dat ouders het eigenlijk het ergst vinden dat de meeste kinderen zo lang hebben gezwegen hebben over hun homo-zijn.
Schrijnende verhalen komen aan de orde.
Een moeder vertelt over haar zoon die al heel vroeg het gevoel had anders te zijn:
“… Auto’s deden hem niets; hij speelde liever met poppen of maakte rokken van vuilniszakken. Hij werd er mee geplaagd en uitgescholden. Zijn jeugd, die heel fijn had moeten zijn, heeft hij als een verschrikkelijke tijd ervaren…”.
Zelf zegt deze jongen: “… Voor mij had het allemaal geen zin meer, zo zat ik vast in mijzelf. Ik ging naar het station, kijken naar de voorbijrazende treinen. Achteraf gezien ben ik blij dat ik hiervoor bewaard ben gebleven, ook al leek mij op dat moment die ene stap het beste…”.
Een vader over zijn lesbische dochter: “… Ze heeft wel eens gezegd: ‘Was ik maar hetero, dan hoefde ik mij niet zo te bewijzen.’…”.
Nog een vader: “… Later vertelde hij mij dat hem volgens school maar één toekomst wacht: de hel (een leerpunt dus van reformatorische scholen!) …”.

Vijf procent van de mensen in Nederland is homoseksueel. Wie dit vertaalt naar de kerkelijke gemeenschap, kan zelf een kleine rekensom maken.

Er bestaan tenminste drie verschillende opvattingen over homoseksualiteit binnen de christelijke kerken:
a. Homoseksualiteit is een normale of verrijkende variant, zoals bijvoorbeeld linkshandigheid een variant is naast rechtshandigheid. Ze betekent een extra mogelijkheid die God in het veelkleurige palet van menselijke relaties heeft gelegd. Niets aan de hand dus, integendeel…
b. Homoseksualiteit als begaanbare weg in gebrokenheid. Genesis 2 schildert hoe het verlangen van de man zijn vervulling vindt door de schepping van de vrouw. Samen zijn Adam en Eva gelukkig: dat is de ideale situatie. Maar in Genesis 3 wordt over de zondeval gesproken. De schepping is niet meer gaaf, maar gebroken. In die gebrokenheid is het zo dat mannen en vrouwen soms homogevoelens blijken te hebben. Dan kan het een heilzame ordening zijn om met iemand van hetzelfde geslacht door het leven te gaan.
c. Homoseksualiteit vraagt om een leven in onthouding. Veel christenen houden vast aan de traditionele opvatting die aansluit bij een kerntekst als Genesis 1:27. De mens is geschapen als man en vrouw. Die twee zullen tot één vlees zijn in een hecht levensverbond. De Bijbel geeft geen ruimte om af te wijken van de orde die God zelf in de schepping heeft gelegd.

Homoseksualiteit is een onderwerp met nog veel openstaande vragen. Hoe gaan we om met wat de Bijbel zegt over homoseksualiteit? Ouders en jongeren worstelen hier erg mee. Zij raken in een ingewikkelde zoektocht. Uitgebreid gaat Henrieke Remmink in op de verschillende manieren waarop de vijf ‘homo-teksten’ in religieus Nederland worden uitgelegd.

Een gelovige vader vertelt hoe hij geleidelijk milder is gaan denken over homoseksualiteit: “… Ik zie mensen niet als een dogmatisch subject! Ik zie mensen niet als geschapen wezens die je in een seksuele dwangbuis kunt stoppen. Toch is de coming-out van mijn zoon reden tot verder zoeken naar een ‘bijbelse lijn’. Dat zoeken rammelt echter wel aan de basishouding die ik heb ten opzichte van de schriftuitleg. Ik ben in een zoektocht terechtgekomen die, denk ik, zal voortduren tot mijn dood. Dat vind ik lastig, maar ook uitdagend… Een predikant behandelde homoseksualiteit in de gemeente. Hij somde alle anti-homoteksten op en vroeg vervolgens: ‘Kun je die bijbelgedeelten één op één toepassen op homoseksuele mensen in de christelijke gemeente van nu?’. Vervolgens wees hij op de praktische bijbelse les voor heteroseksuelen: als je de gave van onthouding niet hebt, zoek dan een vrouw (Paulus). Ik vraag me af of dat ook de ruimte biedt voor een relatie in liefde en trouw tussen homo’s die de gave van onthouding niet hebben… Ik speur naar wegen om mijn orthodoxe, gereformeerde achtergrond te combineren met nieuwe accenten en nieuwe inzichten die homoseksuelen ruimte bieden. Zullen andere mensen in de christelijke gemeente waartoe ik behoor mijn gedachten overnemen? De meeste wellicht niet, maar ík ben de vader van een homoseksuele zoon. Dan praat je anders dan ouders die alleen heteroseksuele kinderen hebben…”.

Heel mooi is de manier waarop Henrieke Remmink laat zien dat juist homoseksuelen door hun anders-zijn meestal diepgaande empathische vermogens ontwikkelen en uitmunten in ‘luisteren’: “… Homoseksuele kinderen zijn zich vaak sterk bewust van zichzelf. Enerzijds komt dit omdat ze ‘in de kast’ leven en dus continu hun doen en laten aan het spiegelen zijn. Ze reflecteren op hun eigen gedrag met de vraag of ze hun seksualiteit kunnen verbergen. Verder zijn ze vaak op artistiek en creatief gebied ‘anders’ dan de rest. Wellicht dat dit komt omdat ze weten hoe het is om anders te zijn en daardoor in staat zijn buiten de gestelde kaders te denken. In wezen is een belangrijk aspect van hun leven in zekere zin buiten ‘de’ kaders. Hun inlevingsvermogen is daardoor sterker dan dat van anderen. Ze kunnen zich beter verplaatsen in anderen, omdat ze hebben geleerd vanuit een ander perspectief naar zichzelf te kijken…”.

Uit onderzoek blijkt dat maar tien procent van de ouders hun zorg over homoseksuele kinderen met de gemeente waarin ze participeren deelt. Dat is nog steeds heel erg weinig. Henrieke Remmink hoopt dan ook dat de kerkelijke mentaliteit zal veranderen: van ‘een koude douche’ in een ‘warme deken’. Met wijsheid en geduld zet zij zich daar volop voor in.

Achter in het boek een waslijst aan informatie over websites en adressen van belangenverenigingen en hulpverleningsinstanties voor als je vragen mocht hebben of door wilt praten. Verder ook nog een uitgebreide lijst met titels om verder te lezen.

"Dezelfde maar dan anders" is voor €14,90 rechtstreeks te bestellen bij internetboekhandel IZB-Ark als je hier klikt (voor meer informatie over IZB-Ark: zie kolom hiernaast).

Uitgave: Boekencentrum - 2011

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen