Menu

vrijdag 16 januari 2015

De kamer – Jonas Karlsson


In mijn vorige blog ging het over gnostici die zich terugtrekken uit de verdorven wereld om op te gaan in zichzelf. In deze bijzondere novelle van de Zweedse acteur en auteur Jonas Karlsson (1971) gebeurt hetzelfde, alleen ontdekt de hoofdpersoon geen goddelijke ‘vonk’, maar een goddelijke ‘kamer’.

Single-minded

Björn, een administratief medewerker, wordt door zijn chef een overplaatsing naar een ander bedrijf ingemasseerd: de Instantie. “… Eindelijk zou mijn volledige potentieel tot bloei komen. Zou ik worden wie ik altijd had willen zijn…”. Hij komt midden in een soort kantoortuin terecht waar drieëntwintig mensen bij elkaar werken. Zijn bureau is tegen dat van collega Håkan aangeschoven, waar hij van baalt, aangezien hij hem steeds in zijn gezicht moet kijken en de documenten van de slordige Håkan langzaam maar zeker richting zijn bureau schuiven. Björn houdt van orde en regelmaat. Hij mag van zichzelf ieder uur precies vijf minuten pauzeren om te plassen en koffie te drinken. Kleine details die niet kloppen, zoals op een op een computer geplakte kindertekening, storen hem mateloos. Bijna aandoenlijk zijn zijn pogingen om iets te begrijpen van de ‘informele communicatiekanalen’ op de afdeling. Hij bestudeert andermans gedrag om er mentaal wijs uit te worden: “… Hij gaf me een klopje op mijn schouder en liep weg. Ik vond het raar dat hij niet glimlachte. Dit soort kleine opmerkingen wordt normaal gesproken toch afgedaan met een glimlachje? …”, maar trekt meestal de verkeerde conclusies. Om ‘sociaal te netwerken’ gaat hij bij het bureau van anderen staan zonder iets te zeggen - hij vindt dat de ander maar moet beginnen met praten - wat herhaaldelijk een zeer ongemakkelijke situatie oplevert. Als op een ‘zinloos’ kerstfeestje op kantoor de vriendelijke receptioniste bij hem komt zitten denkt hij niet ‘goh, wat een leuke meid’, maar ‘ze ziet er verzorgd en schoon uit’; alhoewel ze toch een vlekje weg moet werken (veel autisten haten geknoei), omdat ze bowl heeft gemorst. Na een tijdje begint hij meer voor haar te voelen: “… Ze was duidelijk een tikkeltje aangeschoten, waardoor ze me, hoe zal ik het zeggen, meer fysiek voorkwam. Ik moest aan Marilyn Monroe denken. Maar dat was niet erg, bedacht ik toen…”. Niet hij, maar zijn omgeving is niet helemaal in orde: “… Domme mensen weten niet altijd dat ze dom zijn. Misschien voelen ze wel dat er iets mis is, misschien merken ze dat de dingen niet zo gaan als ze hadden gewild, maar slechts weinigen beseffen dat dat aan henzelf ligt. Dat ze de wortel van hun eigen problemen zijn, zogezegd. Zoiets kan heel lastig zijn om uit te leggen…”.
Kortom; Björn is nogal single-minded.

Vreemder en vreemder
Als hij op een dag naar het toilet gaat, neemt hij per ongeluk de verkeerde deur, en ontdekt een geheime kamer. Hij voelt er zich buitengewoon prettig en gaat er, om emotioneel bij te tanken, steeds vaker naartoe. Gaandeweg het verhaal wordt het kamertje vreemder en vreemder. Björn merkt dat op een andere verdieping de gang met evenveel banen is behangen als die op zijn afdeling. Hoe zit dat dan met de kamerdeur? Als hij zijn collega’s vertelt over het kamertje kijken ze hem aan alsof hij gek is. Hij neemt Håkan en de receptioniste mee naar de kamer, maar die ontkennen naderhand ten stelligste dat ze er binnen zijn geweest. Tot zijn frustratie. De laatste vraagt zelfs of hij soms drugs gebruikt. Nijdig beschuldigt hij zijn collega’s van pesten. Zij vertellen hem dat hij vaak een tijd bewegingloos in de gang staat. Ze vinden Björn een nogal rare snijboon. Uiteindelijk moet hij zijn chef beloven dat hij niet meer over de kamer zal zaniken en een afspraak met een psychiater gaat maken. Dat haalt niets uit; de dokter waar hij bij terecht komt denkt dat hij simuleert: "... 'Gaat het slecht met je?' vroeg hij, terwijl hij doorging met wrijven. 'Met jou wel?' vroeg ik. Hij schudde zijn hoofd en zuchtte. 'Ik weet eerlijk gezegd niet wat ik met je aan moet,' zei hij na een tijdje. 'Dat verbaast me niks,' zei ik. 'Nou moet je niet vervelend worden,' zei hij. 'Jij ook niet,' zei ik zo gauw als ik kon. We keken elkaar even aan. Ik was heel tevreden hoe het allemaal ging...".
Als de zich opstapelende dossiers van Håkan eindelijk op zijn bureau belanden drukt Björn ze achterover, neemt ze als iedereen naar huis is mee naar de kamer, en werkt ze moeiteloos door. Stiekem legt hij het resultaat bij zijn chef neer, die uit zijn dak gaat van enthousiasme. Perfect werk. Na een hoop gedoe komt hij erachter dat Björn het loslopende wonder is die de meest ingewikkelde opdrachten volmaakt uitvoert. Björn stijgt hemelhoog in aanzien. Als hij zo’n beetje onmisbaar is geworden op de afdeling, komt hij met allerlei tirannieke voorstellen, vertelt hij dat hij s’avonds en s’nachts in de kamer werkt, en eist hij de ruimte op voor zichzelf. Het verhaal wordt steeds raarder. Voor Björn bestaat de kamer, voor zijn collega’s bestaat de kamer niet, en om die twee meningen met elkaar te matchen, stelt iemand voor om te besluiten dat de kamer een béétje bestaat. Uiteindelijk vlucht Björn, achtervolgt door twee onbekende mannen in zwarte jassen, naar de kamer en verdwijnt voorgoed.

Allemaal Thanatos
“De kamer” is zo'n typisch verhaal waar je alle kanten mee op kan. Het is absurd en tegelijk houdt het je bezig. Het wordt vaak vergeleken met “Het proces” van Franz Kafka dat zich ook afspeelt in schimmige burelen. Heeft de auteur het kantoorleven op de hak willen nemen?
Zelf doet het boek me vooral denken aan Dostojevski’s “Aantekeningen uit het ondergrondse”, dat eveneens wordt voortgedreven door de gedachten van een man met een haast ziekelijke zelfobservatie. Alleen is de kamer waarin Dostojevki’s hoofdpersoon bivakkeert een vies en donker hol, en de kamer van Björn een verlichte plek. Daarnaast kun je bijna geen pessimistischer verhaal vinden als “Aantekeningen uit het ondergrondse”, terwijl “De kamer” barst van de humor. Allebei de verhalen steken de draak met het rationeel-wetenschappelijke wereldbeeld. Wat als ik geloof wat niet waar is? Dostojevski’s hoofdpersoon vindt dat twee maal twee net zo goed vijf kan zijn. Het kan wel zo wezen dat twee keer twee vier is, maar wat als ik het daar gewoon niet mee eens ben? En wat als ik een ruimte zie die jij niet ziet en waar ik zelfs heel productief ben?
Is het een parabel over geloof versus ongeloof (gelovigen hebbben een 'kamertje' die anderen missen)? En staat dat ‘beetje waar’ voor het hedendaagse ‘ietsisme’?
Misschien kun je het ook zien als een moderne mythe over Eros en Thanatos. Over de Freudiaanse levens- en doodsdrift. Over verbondenheid en isolement. Volgens psycholoog Paul Verhaeghe wijst de ieder-voor-zich-mentaliteit, het moderne individualisme, egocentrische en zelfs narcisme in onze cultuur, op een overdosis Thanatos – waar de hausse aan gebroken huwelijken misschien wel het grootste symptoom van is. Het is opvallend dat de gnostici uit mijn vorige recensie, die zich naar binnen richtten, verlossing vonden in de dood. En zij zijn bepaald niet de enigen. Zie mijn blog over de digambara–non Prasanmati Mataji uit “Negen levens” van William Dalrymple. De digambara zijn waarschijnlijk de strengste asceten die er in India te vinden zijn. “Eerst geef je je thuis op, dan je bezittingen. En tenslotte geef je ook je lichaam op.” Met als hoogste doel ‘sallekhana’: het rituele vasten tot de dood. Volgens Prasanmati Mataji de beste weg naar het nirwana, de gelukzaligheid. “Is dat geen onzinnige verspilling van het leven? Je bent nog maar achtendertig,” vraagt Dalrymple haar. “Het is een goede manier”, zegt de mooie Mataji, “- de allerbeste manier - , om je laatste adem uit te blazen en je lichaam te verlaten. Het is niet anders dan uit het ene huis vertrekken om het volgende binnen te gaan...”. Als de oude moeder van Adriaan van Dis in "Ik kom terug" genoeg heeft van het leven komt zijn zus met een soort boeddhistisch verstervingsrecept aanzetten dat bestaat uit een dieet van enkel aardbeien. Allemaal Thanatos, als je het mij vraagt. Evenals Björn die oplost in zijn onzichtbare kamer.

Uitgave: Signatuur - 2014, vertaling Geri de Boer, 152 blz., ISBN 978 905 672 496 2, € 16,95
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen