Menu

zaterdag 7 februari 2026

Poetins filosoof. Alexander Doegin – Victor Kal

 


Victor Kal (1951) is een filosoof die veel heeft nagedacht over de omgang met tradities (zelf oriënteerde hij zich op het Jodendom). In een artikel in 'Wapenveld’ (december 2003): “… ‘Wat mij zorgen baart’, zegt Kal, ‘is de kwetsbaarheid van de moderne mens. Het gevoel dat mensen niet meer zichzelf kunnen zijn, omdat iets anders hun de wet voorschrijft. Het idee dat mensen hun wortels hebben verloren en daardoor gemakkelijk op sleeptouw worden genomen. Dat is wat er gebeurt in onze moderne maatschappij. Mensen denken te leven in een individualistische samenleving. Maar de particuliere identiteit van het individu is flinterdun. We lopen allemaal achter de mode aan. Op het niveau van de waarden, de opvattingen, hebben we persoonlijk nog maar weinig in huis. Het is de vraag, of wij ons nog kunnen verweren als ons leven in het gedrang komt…”. Even verder: “… Het gaat erom, dat je bij het lezen van de krant kunt zeggen: ‘Nou, het is allemaal hevig, maar er is ook een ánder verhaal, een verhaal waar ik óók in leef.’  In zo’n verhaal kun je op adem komen…”. Zie ook “In therapie” van Lena Bril. Echter, het terugvallen op de traditie heeft zo zijn gevaarlijke kanten. Zie Alexander Doegin (1962), die wel ‘de Raspoetin van Poetin’ wordt genoemd.

 

Het derde Rome

De Russische filosoof en ‘Poetinfluisteraar’ Alexander Doegin is in het westen vooral bekend geworden doordat zijn dochter Daria Doegina op 20 augustus 2022 werd gedood door een autobom die waarschijnlijk voor hém was bedoeld (Kal vraagt zich trouwens af of het niet om fakenieuws gaat). Doegin ziet Moskou als het ‘derde Rome’, een thema waar ik het in mijn vorige blog ook even over heb gehad. Hoe zit het nu met dat ‘eeuwige Rome’? Op de site van EBSCO wordt een en ander beknopt maar helder uit de doeken gedaan: “… Ivan de Grote, die regeerde in de late 15e eeuw, wordt vaak gezien als de grondlegger van Ruslands opkomst als grootmacht en van het concept Moskou als het ‘Derde Rome’. Deze ideologie, geformuleerd door de monnik Filofei, stelde dat Moskou de gevallen steden Rome en Constantinopel opvolgde als het rechtmatige centrum van het orthodoxe christendom en het universele christelijke gezag. Het eerste Rome viel ten prooi aan ketterij en het tweede aan de Ottomaanse Turken; Moskou werd daarom gezien als voorbestemd om te blijven bestaan ​​als het laatste bastion van geloof en beschaving…”. Historici schrokken zich rot toen Poetin in 2022 óók begon te roepen dat Moskou het ‘derde Rome’ was. Dat maakt van het conflict tussen Rusland en Oekraïne een religieuze strijd. Al twintig jaar grijpt Poetin terug op de Russische traditie. Hij wil de ‘Russische volken’ samenbrengen en de Russische glorie herstellen. Zijn doel: een groot, verenigd Russisch rijk, “Russkiy Mir”, gebaseerd op het oude tsarentijk van duizend jaar geleden, waartoe destijds ook Oekraïne, Moldavië, Finland en Polen behoorden, verontrustend genoeg. Bewust besteeg hij in 2016 een troon waar vroeger de Byzantijnse keizers zetelden.

 

Heilige strijd

Oekraïne is belangrijk voor Poetin. Hij meent dat Rusland is ontstaan toen Vladimir, de vorst van Kiev, zich in het jaar 988 op de Krim bekeerde tot het christendom. Daarna liet deze vorst zijn volk massaal in de Dnjepr-rivier dopen. Kiev is hierdoor een essentiële stad in de geschiedenis van Rusland. Volgens Poetin is Chersonesos op de Krim, de plek waar Vladimir gedoopt werd, voor de Russen wat de Tempelberg is voor de Joden. Poetin wordt gesteund door patriarch Kirill, het hoofd van de Russisch-orthodoxe kerk (met 165 miljoen volgelingen het grootste kerkgenootschap na de rooms-katholieke kerk) in Moskou, die Poetin ziet als een ‘door God gezonden machthebber’, de ‘redder van de Russische ziel en de ware orthodoxie’. Zowel Doegin als Kirill en Poetin zien de oorlog als een ‘heilige strijd’ tegen het decadente en goddeloze Westen, waarin Oekraïne zich laat meeslepen. Kirill zegent wapens en leert dat sneuvelen in het Russische leger je zonden uitwist.

 

Conservatieve revolutie

Doegin vindt dat ‘de samenleving alles is en het individu niets’. Ook heeft hij vaak geroepen dat Amerika vernietigd moet worden. Vanaf 1989 onderhoudt hij contacten met intellectuelen onder nieuw rechts, zowel in Europa als in Amerika, waarbij KGB-praktijken niet worden geschuwd: subversieve agitatie, geheime operaties en subtiele infiltratie. In feite moet Poetin helemaal niet zoveel van Doegin hebben, volgens Kal, maar is het toch wel makkelijk als zo een exotische denker alvast de ideologische bakens verzet. Het ‘duistere fanatisme’ van Doegin staat tegenover het ‘nuchtere pragmatisme’ van Poetin, zegt Kal. Doegin gaat het om een ‘waanzinnig idee’, Putin gaat het om ‘macht’, Europa gaat het om ‘recht’. Poetin, voormalig KGB-chef, zorgde dat er een regime van dieven en moordenaars uit de KGB aan de macht kwam, vindt Kal, die de conservatieve revolutie van Poetin vergelijkt met de conservatieve revolutie van Hitler. Hij ziet in Poetins beleid vooral een conflict tussen Traditie, met zijn oriëntatie op het verleden, en Moderniteit, met zijn blik op de toekomst. Het gaat om de traditionele gemeenschap versus het moderne individualisme. Om de nationale cultuur van Rusland en de bedreiging van het unipolaire, vrije, kosmopolitische, decadente Westen. Om een gesloten tegenover een open beschaving (zie mijn vorige blog over Amerikanen als ‘brothers’). Het arrogante Westen zou zijn moderne waarden listig presenteren als een universeel perspectief om de wereldhegemonie op te kunnen eisen. Rusland zag het ‘intolerante’ Amerika tot voor kort dan ook als ‘het grote kwaad’ (met Trump veranderde de zaak ietwat). De mogelijkheid tot het combineren van Traditie en Moderniteit gaat Poetin een brug te ver. Een oorlog kan het conflict niet oplossen, tenzij je ‘eschatologisch’ denkt, oftewel in termen van een ‘eindstrijd’ die culmineert in ‘totale vernietiging’. En dat dóet Doegin. 

 

Undergroundgezelschap

In het verhaal van Kal maakt Doegin de indruk van een hoogbegaafde jongen, die geen verbinding voelt met zijn omgeving. Een ‘lone wolf’. Een ‘drop-ot’. Hij groeit op zonder vader. In eerste instantie schopt hij het niet verder dan straatveger, maar op zijn achttiende begint Doegin te lezen en houdt daar niet meer mee op. Hij leert zijn talen. Dan kruist de ‘Iuzhinskii Kring’ zijn pad, een intellectueel ‘undergroundgezelschap’ van verboden-boeken-lezers die zich bezighouden met geweld, drank, rockmuziek, de gedichten van Arthur Rimbaud, alchemie en mystiek. De Sovjetrealiteit ervaren ze als verwerpelijk. Victor Kal vindt het duidelijk verschrikkelijk allemaal, maar het moet mij van het hart dat als ik in mijn jonge jaren in Doegins schoenen had gestaan, ik ook een gat in de lucht had gesprongen als ik een dergelijke groep was tegengekomen. Doegin vertelt dan ook hoe hij voorafgaand aan zijn introductie kapot ging aan een ‘gigantische innerlijke leegte’. In de excentrieke Iuzhinskii-cult maakt hij kennis met het werk van Frans-Egyptische René Guénon (1886-1951), die uiteindelijk eindigde als soefi, en de rabiaat antisemitische Italiaan Julius Evola (1898-1974). Beiden wijzen de moderne wereld, waarvan voor hen geen enkele charme of rijkdom uitgaat, zonder meer af. Doegin voelt zich tevens verwant met Duitse filosofen als Martin Heidegger, die de als oppervlakkig en vulgair ervaren ‘openbare ruimte’ vol ‘losgeslagen individuen’, in het gareel gehouden door een ‘stompzinnige collectieve correctheid’ (zie de hedendaagse ‘deugers’), ook konsekwent in een kwaad daglicht stelt. Volgens Kal hebben mensen deze (speel)ruimte juist nodig om uit te groeien tot een redelijk, zedelijk en verantwoordelijk wezen, dat zich onderscheidt van de ‘meute’. Dat gaat niet vanzelf.

 

Europese eenheid

Wanneer het communisme ten val komt, maakt Doegin kennis met de bij nieuw rechts populaire Fransman Alain de Benoist (1943), de Belg Jean-François Thiriart (1922) en de Italiaan Claudio Mutti (1946). Het gaat hen om de eenheid van Europa onder de vlag van het Derde Rijk. Onder hun invloed verzoent Doegin zich alsnog met Sovjet-Rusland. Het gaat hém om de eenheid van Europa met Rúsland als motor: “… Onze revolutie zal niet ophouden bij het westen (!) van Oekraïne; zij gaat door, verder Europa in…”. De oude Sovjet-Unie mag dan verdwenen zijn, de oude machtsstructuren (het leger, de KGB, de staatsbedrijven) zijn nog intact. Rusland is nog niet verloren. Ergens vinden ‘links’ en ‘rechts’ zich in Doegins denken ook weer. Steeds wijst hij op de linkse denker Antonio Gramsci die verkondigde dat je het volk meekrijgt via de elite, en niet andersom. Altijd zet een autoritaire bovenlaag het plebs gewiekst en brutaal naar zijn hand.

 

Mystiek stalinisme

Doegin heeft iets met het occulte, esoterische nazisme (zie mijn blog over “Wewelsburg” van Evertjan van Roekel) en de arische, boreale c.q. noordelijke, primordale c.q. oorspronkelijke traditie van het Germaanse heidendom. Hij vindt soelaas bij de Russische schrijver Alexander Prokhavov, die de oude Sovjet-Unie wil herstellen om te voorkomen dat Amerika natie voor natie opslokt. Doegin werkt een tijdje samen met wijlen Eduard Limonov, die de in 2007 verboden ‘Nationaal-Bolsjewistische Partij’ opricht, waarvoor Doegin een partijmanifest schrijft vol nationaal, mystiek messianisme rond het idee dat Rusland de wereld moet redden. Doegin pleit voor Ruslands ‘wedergeboorte’. De vlag van de partij is de nazivlag waarop het hakenkruis is vervangen door hamer en sikkel. Nodig is een nieuwe, revolutionaire romantiek van ‘rood’ fascisme, want er gaat bloed vloeien. Er moet een ‘nieuwe mens’ opstaan: een ‘held’, een ‘Übermensch’, een ‘vergoddelijkte leider’ à la Stalin. Doegin trekt zich er niets van aan dat de tegenstanders uit de Grote Vaderlandse Oorlog juist de fascisten waren. In 2011 is hij nog even druk met de kort bestaand hebbende ‘Florian Geyer Club’. De naam kan verwijzen naar een SS-divisie die in 1943-1944 tegen de Russen vocht, maar ook naar een leider uit de Duitse Boerenoorlog in de zestiende eeuw dan wel een song van de Duitse band Rammstein die in 2010 in Wit-Rusland tot ‘staatsvijand’ werd verklaard. Of naar een tak van het nationaal-socialisme dat een verbinding met het bolsjewisme nastreefde. Doegin weet hoge militairen en docenten van de militaire academie te interesseren voor een conservatief perspectief op Rusland. In 1998 wordt hij geopolitiek adviseur in de Doema. De ‘verwestering’ wordt de pas afgesneden. Hij is ook gelieerd aan de ‘Izborsky Club’, een ultraconservatieve denktank. Voor sommigen, onder wie Doegin, is het concept ‘Eurazië’ vooral metafysisch geaccentueerd, voor anderen eerder economisch. Dat leidt tot blijvende frictie. Doegins esoterische gedachtegoed is evenwel te bizar voor een plaats in het Russische machtscentrum. 

 

Over ‘innerlijke autoriteit’

Doegin opteert voor een machtsstaat, niet voor een rechtsstaat: zie het nefaste gedrag van de ‘nieuwe rijken’ c.q. de oligarchen. Volgens hem schept het liberalisme een ‘geatomiseerde samenleving’ met op zichzelf teruggeworpen individualisten. Zelfs je ‘gender’ bepaal je zelf. Vrijblijvendheid en onverschilligheid zijn het gevolg, met egoïsme en materialisme als resultaat. Nodig is een ‘kruistocht’ tegen de liberale wereld. Volgens Doegins onwrikbare logica kan uitsluitend onderwerping aan een gemeenschap of traditie een mens de oriëntatie verschaffen die nodig is, wil hij niet tot nihilisme vervallen. Dat correspondeert logisch met een ‘autoritaire samenleving’. Doegin zet de zinvolle Traditie dus tegenover de zinledige Moderniteit. Met op zichzelf staande, losgeslagen, ontwortelde, slappe individuen zonder ruggengraat valt geen oorlog te winnen. Het staat volgens Doegin dus al vast wie de strijd verliest, mocht het zover komen. Kal gelooft daarentegen in de ‘ernst’ van de kritische enkeling. Maar ja, we denken maar vijf procent van de tijd bewust na: zo rationeel zijn we ook weer niet. Wat ik wel heel mooi vindt is zijn relateren aan een ‘innerlijke autoriteit’ die hij ook wel een ‘verborgen autoriteit’ noemt. Kal bedoelt daar iets als de ‘intuïtie’ of het ‘geweten’ mee; als christen vind ik het vooral een hele mooie aanduiding voor God (zie Romeinen 2, met name vers 15). Zeker als Kal ook nog aanvoert dat je als vrij mens niet zonder meer met jezelf samenvalt. Zie Eric-Emmanuel Schmitt die in “Het evangelie van Pilatus” een kind laat zeggen: “… Mama, diep in mezelf vind ik niet mezelf…”. Er is volgens Kal dan ook sprake van ‘negatieve’ en ‘positieve’ vrijheid.

 

Postmodernisme

Doegin ziet alleen maar ‘negatieve’ vrijheid. Gelooft voor geen meter in iets als een ‘innerlijke autoriteit’. In een liberale samenleving zijn normen en waarden een gepasseerd station, volgens hem. Een juridisch raamwerk gaat als een façade functioneren waarachter ze verdwijnen. Je hoeft geen ‘goed’ mens meer te zijn, maar een ‘correct’ mens, en vervolgens word je een ‘onverschillig’ mens. De verwaarloosde samenleving krijgt hierdoor een meedogenloos aspect. Toen in de negentiende eeuw de ‘innerlijke autoriteit’ maar betrekkelijk tot leven kwam, werd de opengevallen plaats al gauw ingenomen door een almachtig ‘burgerfatsoen’. In de twintigste eeuw ging het om wat ‘normaal’ was. Heden ten dage is er echter geen normaliteit meer die niet ter discussie staat. In een perfide samenleving kan iedereen de vermoorde onschuld uithangen. Zolang je de wetjes maar niet overtreedt. Dus is er dwang van buiten nodig (als voorbeeld noemt Doegin uitgerekend Iran). Onze orde heeft iets van een ‘virtuele werkelijkheid’: er bestaat geen vaste realiteit, geen universele waarheid meer. In de ‘postmoderne fase’ is iedere (nationale, culturele, seksuele) identiteit arbitrair. Beslissend is wat ‘spectaculair’ is. Je bereikt de bevolking alleen nog maar met iets ‘fantastisch’: zie kreten als ‘super’ en ‘mega’. Het nihilisme toont zich nu openlijk. We zijn getuige van de zelfdestructie van de Moderniteit, en dus van haar ondergang, aldus Doegin. Het postmodernisme heeft voor hem een eschatologische betekenis. Alles valt uit elkaar. Zie hoe de oligarchen zonder enige remming de dingen naar hun hand zetten. Het markeert het ‘eind der tijden’.

 

Eurazië

Kal toont aan hoe Doegins ideeën over ‘Eurazië teruggaan op de esoterische nazi-ideeën over een oorspronkelijk ‘Hyperborea’, een ‘primordaal’ land in een verloren ‘Gouden Tijdperk’. De plek waar in een mythisch verleden het goddelijke en menselijke nog met elkaar verbonden waren en de ‘betovering’ nog niet verbroken was (zie “Wewelsburg” van Evertjan van Roekel). Met andere woorden: Doegin wil terug naar een utopisch paradijs, naar een zelf te vestigen ‘hemel op aarde’, waarin een ‘nieuwe mens’ zal opstaan. De ‘geatomiseerde’ samenleving moet daarvoor veranderen in een soort hindoeïstisch kastensysteem, waarin een controlerende elite, à la de SS in nazi-Duitsland of de KGB in Sovjet-Rusland, zorgt voor hiërarchie, organisatie en discipline. Hij gaat eraan voorbij dat voornoemde organisaties het gemeenschapsleven juist hebben lamgelegd. Het resultaat was eerder onderling wantrouwen van dikwijls juist op zichzelf teruggeworpen individuen. De ‘betovering’ die herwonnen moet worden is afhankelijk van het zich verbonden weten met een mythisch verleden, gekoppeld aan een al even mythisch Noorden, dat nergens ook maar enige aansluiting heeft met de realiteit. Achter deze schijnwerkelijkheid zit een leegte die verdoezeld wordt door imponerende uiterlijkheden: uniformen, insignes, vlaggen, militarisme en vooral veel geheimzinnigheid. Waar het op uitdraait is een bizar spel met uiterlijkheden. De innerlijke dimensie van het leven met de verborgen God van Jood, christen en moslim (alsook die van Plato) wordt verworpen. Een en ander ontsnapt aan de controle van een autoritaire staat. Sterker: de autoritaire staat, het ‘heilige Rusland’, neemt zélf de plaats in van het goddelijke. Nu snap ik ook waarom De Sovjet-Unie zo’n verschrikkelijke hekel aan gelovigen had. Doegin haalt overal zijn inspiratie vandaan: ook bij het heidense Rome (zie mijn vorige blog) dat een ‘schepping van de Noordelijke Geest’ zou zijn: “… Dat Noordelijke Land heet hier Thule – een equivalent van Hyperborea…”.

 

De grote gedachte

Even een zijpaadje: het is begrijpelijk dat Kal daarom naast de sacralisering van de samenleving ook de vergoddelijkte natuur van Spinoza afwijst (iedereen weet inmiddels hoe kwestbaar en eindig de natuur is). Als christen kan ik helemaal met Kal meevoelen: heeft Jezus niet zelf gezegd dat ‘zijn Koninkrijk niet van deze wereld is’? Doegin ziet Rusland als de erfgenaam van het Byzantijnse Rijk. De grote tegenstelling tussen eurazianisme (Rusland) en atlanticisme (Amerika) doet haar intrede. Evenals theoloog/filosoof Willem Ouweneel (die zich weer baseert op de cultuurfilosoof F. de Graaff) gelooft Doegin dat volgens de Traditie elk volk op aarde een engel bij zich heeft en daarom een ‘historische roeping’ uitvoert. Een gedachte die in de Duitse Romantiek werd gevonden, volgens Kal: “… De engel die Rusland vergezelt heeft echter nog een extra qualiteit: alle overige engelen, voor zover ze aan de kant van het goede staan, in zich op te nemen. Uiteindelijk geeft dit een ‘hemelse oorlog’ tussen de Euraziatische, eeuwigen macht van de Idee en de Atlantische, ten ondergang gedoemde macht van Mammon (het geld). Deze oorlog, de beslissende ‘revolutie’, moet een einde maken aan de ‘dictatuur van de rede’. Het ‘Rijk van het Einde’ zal aanbreken. In Doegins eschatologische visioen verenigen zich dan met elkaar ‘het Derde Rome, het Derde Rijk en de Derde Internationale’, dat wil zeggen ‘het kruis, het hakenkruis en de hamer en sikkel’. Zie hier de grote gedachte…”. Daarbij moet wel worden aangetekend dat het officiële nazisme weinig ophad met het curieuze SS-sektarisme waaraan bijvoorbeeld Rudolf Hess verslingerd raakte. Hierin is een parallel te trekken met de manier waarop Poetin zich distantieert van Doegin. Wellicht laten bepaalde figuren binnen het Russische machtsapparaat Doegin discreet zijn gang gaan om vanaf een zekere afstand te zien of dat voor hen iets bruikbaars oplevert.

 

Eindstrijd

Het enge is dat Doegin eschatologisch denkt, dat wil zeggen in termen van ‘Endlösing’. Zijn ‘priesters van de vernietiging’ moeten een eind maken aan het ‘probleem van het kwaad’: “… Voor zover het aan hem ligt is dat dan ook het perspectief waarin de Russen heden met de Oekraīners afrekenen…”. Het gaat om een ‘metafysische oorlog’ die deel uit maakt van de grote strijd tussen Rusland en Amerika, de machten die in de huidige wereld de Traditie en de Moderniteit vertegenwoordigen. Is er sprake van een of andere ‘sacrale orde’ dan is er van de weeromstuit ook sprake van een ‘satanische orde’. Misschien slaagt Rusland er in ‘een nieuw begin’ te laten ontstaan. Doegin lijkt in zijn eentje de magiër te zijn, de grote werelddirigent, die bij machte is dat ‘andere begin’ op onze planeet te forceren. Hij heeft het over zijn ‘Vierde Politieke Theorie’, na het liberalisme, communisme en fascisme. Zijn grootste vijand is het liberalisme dat draait om het individu dat van zijn voetstuk moet. Het communisme herleidt alles tot materialisme. De fout van het nationaal-socialisme (dat hij gelijk stelt aan fascisme) was het racisme. Maar Doegin vervangt de Jood anders wel door Amerika. Doegin baseert zich op de filosofie van Heidegger in die zin, dat waar Heidegger het individu voor ogen heeft, Doegin daar de samenleving voor in de plaats stelt. Volgens Heidegger voorkom je echter niet het in een kringetje rond jezelf draaien door ‘op te gaan in het volk’, maar door ‘God te vinden’. Je vindt de verborgen God door als 'eenling zwijgzaam naar Hem op zoek te gaan'. In het christendom is het aan God wanneer Hij terugkomt. Doegin forceert zélf de eindstrijd. De mens die zich het verlengstuk van God waant, voltrekt zélf het goddelijke oordeel. Het zijn de ‘krijgers’ die bereid zijn de confrontatie met de dood aan te gaan in een laatste ‘eschatologische strijd’ tegen de ‘duivelse wereld’.

 

Heilige geografie

Doegins streven is van de unipolaire wereld onder hegemonie van Amerika (zie "Het einde van de geschiedenis" van Francis Fukuyama) een multipolaire wereld onder leiderschap van Rusland te maken. Hij neemt het lijstje van beschavingen met ‘heilige wortels’ over uit “The Clash of Civilizations” (1996) van Samuel Huntington: westers, orthodox (Euraziatisch), islamitisch, Chinees, hindoe, Japans, Latijns-Amerikaans, Afrikaans of boeddhistisch. Je hebt landmensen en zeemensen, evenals bergen-, steppe-, bos-, en toendramensen. Zie ook het ‘archaīsche gebied’ van de ijsbergen waar de Eskimo-sjamaan woont, die bij uitstek ‘op de drempel naar een andere wereld’ woont. Het probleem met Amerika is dat het helemaal geen wortels hééft (zie mijn vorige blog). Een andere indeling is die naar de vier windstreken: “… Het Oosten is hier het land van de geest, het paradijselijke land, het land van overvloed, het land dat een thuis vertegenwoordigt. Daartegenover is het Westen het land van de dood, het land zonder leven, het rijk van de ballingschap en van de verworpenen, het land van de degeneratie en de verborgenheid – kortom, het anti-oosten…”. Het contrast herhaalt zich tussen het Noorden, de oorsprong van alle menselijke beschaving waar de ariërs vandaan komen, en het Zuiden. Doegin pleit voor een terugkeer naar deze heilige geografie. Het hele systeem moet omvergeworpen worden via de propaganda van een virtuele guerrillaoorlog. Daartoe zet Doegin overal netwerken op die zich bezighouden met ondermijning. Daarna zullen de ineenstorting en overname vanzelf volgen. Zowel Rechts als Links kan zich bij hem aansluiten volgens het adagium ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’. Kal waarschuwt voor de misleiding die achter Doegins tactiek zit: er is een ‘voor de revolutie’ en een ‘na de revolutie’.  Eerst is er een destructieve ‘linkse’ episode, daarna een herstelepisode waarin Doegin een uiterst ‘rechtse’, traditionele, patriarchale en autoritaire samenleving voor ogen heeft. Links wordt er ingeluisd, volgens Kal. Zie het hedendaagse neomarxisme dat geen enkel probleem ziet in het fanatieke islamisme, zou ik zeggen. Zie Iran dat in 1979 heeft meegemaakt hoe een emancipatoire revolutie onverhoeds overging in een conservatieve revolutie. Rusland is niet voor niets vriendjes met Iran.

 

Miskende profeet

Poetin beoogt de ‘denazificatie’ van Oekraïne. Hoe verklaart Doegin het feit dat het ‘liberale’ westen het ‘nazisme’ steunt? Wel, het ‘nazisme’ wordt Oekraïne toegestaan op voorwaarde dat dit land blijk zal geven van ‘russofobie’. Als een miskende maar bezeten profeet verwijt Doegin Poetin dat hij bewust heeft verzuimd de inerte Russen door middel van een wervende mythe dan wel een goed verhaal te mobiliseren voor wat hij aan het doen is. ‘Racisme’ is niet Doegins idee, ‘genocide’ is wel zijn idee: “… Wil Rusland de titanische machten van de Aarde verslaan, dan moet het de representant van de Hemel zijn…”. Hij roept op tot een rücksichtslose kruistocht tegen de machten van de chaos in het Westen: “… Als onze tegenstanders doorgaan en succes hebben, dan brengen ze voor de mensheid een nucleaire winter dichterbij…”. Waarom staat het Kremlin Doegins in het openbaar uitgesproken ‘messianisme’ toe? Heeft Poetin Doegins extremisme nodig om de eigen matigheid te kunnen profileren? Inmiddels ziet Doegin Trump als een bondgenoot in zijn strijd tegen het Westen. “… Ik ben geïnteresseerd in Trump en Trumpisme…”, zei hij tegen The Wall Street Journal. In zijn nieuwste boek. “The Trump Revolution” stelt hij dat Trump de VS uit de wereldpolitiek wil trekken, wat Rusland ruimte geeft om zijn invloedssfeer te herstellen (BNR 14.04.25).

 

Uitgave: Prometheus – 2023, 252 blz., ISBN 978 904 465 241 3, € 20,-

Momenteel uitverkocht

Geen opmerkingen :

Een reactie posten