Menu

zondag 13 februari 2022

Leven in volheid – Timothy Radcliffe

 


Subtitel: Een christelijke verbeelding

 

In de roman “Terwijl ik al heenging” van William Faulkner (zie mijn vorige blog) komt Amerika’s zwartste fundamentalisme aan bod, waarin het leven wordt gezien als ‘niets anders dan een gestadige dood’, dat gek genoeg veel gemeen heeft met het nihilisme. Beiden zeggen ‘nee’ tegen het leven. Het verschil is dat volgens het nihilisme alles met de dood eindigt en volgens het fundamentalisme alles met de dood begint. Priester Timothy Radcliffe (1945), voormalig generaal-overste van de dominicanenorde, neemt in  “Leven in volheid”  een radicaal tegenovergesteld standpunt in. Hij pleit er juist voor om voluit ‘ja’ te zeggen tegen het leven. Zie Deuteronomium 30 vers 19: “… U staat voor de keuze tussen leven en dood, tussen zegen en vloek. Kies voor het leven…”. Radcliffe schreef zijn boek nadat hij opknapte van kanker. Het is eigenlijk best moeilijk te definiëren wat voor soort werk het is. Het gaat zelfs om een wat rommelig verhaal. Er komt ontzettend veel voorbij. Misschien is ‘memoire’ het juiste woord. Wat Radcliffe wil aantonen is dat als wij God de kans geven de leegte te vullen die wij vaak in ons voelen, we ons leven completer zullen ervaren dan ooit tevoren. God beperkt ons niet. Integendeel, we krijgen er zelfs een (oneindige) dimensie bij. God heelt. God voedt onze honger naar betekenis. We gaan anders kijken en beter zien. Radcliffe haalt een overvloed aan poëzie, literatuur, schilderijen, films en muziek aan om zijn christelijke items te verduidelijken. Want net als religie helpt kunst om te luisteren naar die andere werkelijkheid.

 

De wereld van “Kamer”

Tijdens zijn uitleg valt Radcliffe nogal eens terug op “Kamer”, de roman van Emma Donoghue, die ik ruim tien jaar geleden besprak – zie hier. Het gaat over een vijfjarig jongetje dat samen met zijn moeder al zijn hele leven gevangen wordt gehouden in een schuurtje. Ten gerieve van ‘Ouwe Nick’. Hij kan zich geen andere wereld voorstellen dan die van ‘kamer’. Het is onbevattelijk wat hem overkomt als hij wordt bevrijd. Dat is precies het verschil tussen niet en wel geloven. Je zal toch wel gek zijn om in het schuurtje te blijven zitten als er daarbuiten een wereld te winnen valt?! Het Westen lijkt misschien post-christelijk te worden, wereldwijd klinkt het geloof steeds luider. En de toon is agressief en intolerant. Kijk naar wat er gebeurt in landen als Nigeria, Indonesië, Maleisië, Rusland, China, India, Myanmar, Pakistan, Israël en het Midden-Oosten. “… Secularisme en fundamentalisme zijn de ruziënde broertjes en zusjes van onze tijd. Ze strijden om de wereldheerschappij. Ze lijken misschien totaal van elkaar te verschillen en elkaar volstrekt te ontkennen, maar ze zijn geboren uit dezelfde schoot. Fundamentalisme hanteert altijd een reductionistisch begrip van de werkelijkheid en het secularisme doet dat ook…”. Beiden lijden aan een armoedige, al te letterlijke verbeelding, waarin weinig tot geen ruimte is voor het transcendente. Beiden zijn ‘eendimensionaal’.

 

Nothing-buttery

De ‘nothing-buttery’ dan wel ‘niets-anders-dan’ mentaliteit stompt het besef voor spiritualiteit af.  Hierdoor verschrompelt de gedeelde verbeelding van onze cultuur: “… In zo’n onnozele wereld doen giftige vormen van geloof het bijzonder goed…”. Het reductionisme dooft elk gevoel voor het sublieme: seksuele liefde is ‘niets anders dan’ de noodzaak tot voortplanting, altruïsme is ‘niets anders dan’ een dominante genetische strategie, de Mona Lisa is ‘niets anders dan’ kleur op canvas, de Negende Symfonie is ‘niets anders dan’ een opeenvolging van losse geluiden met een variërend timbre, en volgens Stephen Hawking zijn wij mensen ‘niets anders dan’ “… chemisch schuim op een gemiddeld grote planeet die rond een wel heel erg gemiddeld grote ster draait, in de buitenste buitenwijk van een van de een miljoen sterrenstelsels…”. Het reductionisme maakt  ‘vleugelloze kippen’ van ons, aldus de schrijfster Flannery O’Connor (zie “De geweldenaars” en “Wijs bloed”). Waarschijnlijk bedoelde Nietzsche dat toen hij zei dat God dood was, oppert ze. Radcliffe: “… Een ontwakend besef van het transcendente gaat dus gepaard met een bevrijding van onze geest van de trivialisering van onze hedendaagse cultuur, met haar neiging tot reduceren en simplificeren…”.

 

Kunst: spiritualiteit in travestie

Jennifer Yane noemt kunst: ‘spiritualiteit in travestie’. In Zoë Hellers roman “The Believers” heeft Rosa moeite om de weg terug te vinden naar het joodse geloof van haar voorouders: “… Zou het misschien kunnen dat haar bezwaren tegen de mikwe het gevolg waren van een gebrek aan verbeelding? Een onvermogen om de metafoor te begrijpen? Ze had altijd de mond vol over hoe de orthodoxen de Tora te letterlijk lazen, maar misschien was ze zelf wel veel te letterlijk ingesteld… Misschien was geloven in dit opzicht wel net zoiets als poëzie. Er was een geestelijke gevoeligheid of subtiliteit voor nodig die ze nog niet had verworven…”. De Japanse dominicaan Shigeta Oshida waarschuwt ons echter ook weer op te passen voor ‘de derde poot van de kip’. Hij bedoelde daar een abstracte kippenpoot mee, die niets meer te maken heeft met de werkelijkheid: “… Als ‘de derde poot van de kip’ zelf begint te lopen, is dat rampzalig!...”. Met andere woorden: praatjes vullen geen gaatjes. Zonder acceptatie van de werkelijkheid om ons heen worden we ongeduldig, rigide, niet flexibel, intolerant en zelfs genadeloos. Als we niet openstaan voor de complexe menselijke ervaring en individuele realiteit zijn onze woorden krachteloos. God werd vlees en bloed: niets menselijks is Hem vreemd. Radcliffe adviseert met Bijbelteksten om te gaan zoals kunsthistorica Jennifer Roberts haar studenten aanbeveelt naar schilderijen te kijken: “… als je een schilderij wilt zíen, moet je wachten tot het zichzelf toont. En als je het wilt hóren, moet je stil zijn. Als je voor het eerst naar een schilderij kijkt, bestaat de verleiding om het een plaats te geven in je eigen referentiekader: renaissance, impressionistisch, kubistisch, abstract of figuratief. Het schilderij wordt gelabeld en daarmee tot zwijgen gebracht. Als je echter lang genoeg wacht, zal het zich op zijn eigen voorwaarden aan je tonen. Dan zal het je zijn eigen dialect tonen…”. Iedere student krijgt van haar de opdracht drie uur lang naar een schilderij te kijken voor een gefocust onderzoeksartikel: pijnlijk lang.

 

Religieus drama

Het leven is niet, zoals Henry Ford zei, 'het ene verdomde probleem na het andere', maar een ontdekkingsreis. Radcliffe vindt het Westerse christendom nogal tam geworden: “… Het geloof gaat niet meer over op weg gaan om een roemrijk avontuur te beleven. Het raakt gemoraliseerd. Godvruchtig leven betekent regels gehoorzamen. Het wordt saai. Romans zijn uitgevonden om ons de opwinding te bieden die het geloof niet langer brengt…”. Ooit was dat anders. De middeleeuwse mysteriespelen verbeeldden het drama van het geloof in de straten van de Europese steden. Het publiek was niet alleen toeschouwer, maar speelde ook mee. Het was het verhaal van hun eigen leven. Gewaagde grappen, de nieuwste spelletjes, geklaag over echtgenotes, alles werd opgenomen in het goddelijke drama waar de mensen aan deel namen. Zijn daarom de populairste boeken van de twintigste eeuw door het christendom geïnspireerde avonturenverhalen? J.R.R. Tolkiens “De Hobbit” en “In de ban van de ring”. De Narnia-verhalen van C.S. Lewis. J.K. Rowling zegt dat de religieuze parallellen inzake Harry Potter voor de hand liggen: “… Ik heb er alleen niet openlijk over willen spreken omdat ik dacht dat het de mensen die het enkel om het verhaal ging, misschien zou verklappen waar het zou eindigen…”.

 

Jouw stroom

Christelijk leerlingschap betekent dat je begint aan het avontuur van de transcendentie, de reis naar de oneindige liefde die God is. Ons zijn is een ‘worden’. Radcliffe citeert met instemming de schrijfster Jeanette Winterson: “… Naarmate ik probeer te begrijpen hoe het leven werkt – en waarom sommige mensen beter met tegenslag omgaan dan andere – kom ik terug bij iets wat te maken heeft met ja zeggen tegen het leven, wat betekent: liefde voor het leven, hoe ontoereikend ook, en liefde voor jezelf, hoe je die ook vindt. Niet op de ik-eerst-manier die het tegendeel van leven en liefde is, maar met een zalmachtige vastbeslotenheid om stroomopwaarts te zwemmen, hoe ruw de stroom ook is, omdat dit jouw stroom is…”. Radcliffe: “… Het leven is niet alleen elektriciteit in je hersenen en je hart dat bloed rondpompt. Het is dynamisch en heeft een doel, zoals een zalm die stroomopwaarts zijn weg vindt en daarbij waterkeringen passeert, over watervallen springt en tegen de stroom in blijft zwemmen tot ze aankomt op de plaats waar ze haar eitjes zal leggen en sterven…”. Terwijl we onderweg zijn, leven we met voorlopige identiteiten. Wij zijn werk in uitvoering: “… We weten niet wie we zijn. We beginnen meer voluit te leven naarmate we bevrijd raken van identiteiten die ons benauwen…”. Het zijn maskers die we zelf hebben gemaakt om ons van anderen af te schermen en hen op afstand te houden. We worden doorlopend ‘opnieuw geboren’. 

 

Diep in mezelf vind ik niet mezelf 

Steeds klinkt de roep onze oude identiteiten los te laten voor de vrijheid die Jezus biedt. Tegelijk is er niets enger dan vrijheid. Toch is het de enige manier om te zijn wie je ten diepste bent. De paradox is dat we onszelf worden door onszelf te vergeten. Hoe minder je geeft om wie je bent, hoe dichter je bij je kern komt. God is de enige wiens verering ons bevrijdt van onze benauwde obsessie met onszelf, stelt Radcliffe. Thomas Merton zei tegen de novicen van Gethsemane Abbey: “… Je bent hier gekomen om jezelf te worden, om je volledige identiteit te ontdekken, om jou te zijn. Het addertje onder het gras is natuurlijk dat onze volledige identiteit als monniken en christenen die van Christus is. Dat is Christus in elk van ons… Ik moet mezelf worden op zo’n manier dat ik de Christus ben die alleen Christus in mij kan zijn. Er is een Louis Christus (Louis was Mertons doopnaam) die tot stand moet worden gebracht maar nog niet is uitgerijpt. Het heeft nog een lange weg te gaan…”. Een en ander brengt mij direct terug bij Eric-Emmanuel Schmitt die een kind in zijn roman  “Het evangelie van Pilatus” laat zeggen: “… Mama, diep in mezelf vind ik niet mezelf…”.  Het lijkt erop dat als wij de rokken van de ui die wij zijn afpellen, wij uiteindelijk op Christus zullen stuiten. Paulus beschrijft dezelfde ervaring: “… Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij…” (Galaten 2 vers 20). Radcliffe: “… Gelijk geworden aan Christus is hij meer zichzelf geworden dan ooit tevoren…”.  En tegelijk is hij verlost van zichzelf. Of misschien kun je beter zeggen: zijn ego.

 

Zinloze goedheid

Het begin van Jezus’ optreden is relatief gewoon en vooral heel bescheiden. Zijn discipelen begeleiden hem terwijl hij ziekten en demonen uitdrijft: “… Genezers en exorcisten waren er veel in het Palestina van de eerste eeuw…”. Hij geneest omdat mensen dat van Hem vragen. Niet als wervingscampagne voor zijn nieuwe gemeenschap. Daarom zijn gelovigen ziekenhuizen gaan bouwen, die zeer zeker niet bedoeld waren om ‘zieltjes te winnen’: “… Christenen in het heidense Rome verbaasden hun tijdgenoten door de moed van de martelaren en hun zorg voor zieken die geen christen waren…”. Volgens Radcliffe is de eerste stap op de weg van het geloof: “… aanwezig zijn bij wie ziek is en niet toestaan dat zo iemand geïsoleerd en gemarginaliseerd raakt…”. Romanschrijver Abraham Verghese, hoogleraar geneeskunde aan Stanford University, noemt aanraking 'de kern van alle genezing'. Daarom heeft de kerk ziekenzalving uitgevonden. Waarschijnlijk schreef Radcliffe zijn boek voor de coronacrisis, want hij rept er met geen woord over, maar inmiddels kunnen wij ons bij wat hij schrijft álles voorstellen. Hij heeft het over Jezus’ campagne vóór het leven en tegen alles wat doodt: “… een strijd tegen alles wat het leven ondermijnt, alles wat destructief is, wat de vreugde uit het leven wegneemt, alles wat gemeen is, onderdrukkend en leven-ontkennend is…”. En even verder: “… We kunnen reageren op de banaliteit van het kwaad met zinloze goedheid. En we kunnen weigeren ons aan te sluiten bij meutes die schreeuwen om bloed…”. Radcliffe: “… In ‘On Evil’ onderzoekt Terry Eagleton Goldings ‘Pincher Martin’ en ‘Heer der Vliegen’, de verschrikkelijke Pinkie in Graham Greenes ‘Brighton Rock’, Thomas Manns ‘Dr. Faustus’, enzovoort. De essentie van het kwaad, concludeert hij, is dat het nihilistisch is. Het is het razende verlangen naar vernietiging…”. Omdat “… vernietiging eigenlijk de enige manier is om Gods scheppingsdaad te overtroeven…”.  

 

Mea maxima culpa

“… H.L. Mencken, de hoofdredacteur van een Amerikaanse krant, definieerde puritanisme als ‘de obsessieve angst dat iemand ergens wel eens gelukkig zou kunnen zijn’…”. En even verder: “… Brian Moore begint een van zijn vroege verhalen met de zin: ‘In den beginne was het woord, en het woord was NEE.’…”. Het kerkvolk lijkt eerst een schuldgevoel te worden aangepraat, om vervolgens vergeving aangeboden te krijgen. Alsof het om een soort inentingsproces gaat. Stephen Houghs in “The Final Retreat”: “… je maakt mensen ziek van schuldgevoel en geeft ze vervolgens tegengif. Je brengt ze een wond toe en vervolgens kom je, goh wat een verrassing, met de magische zalf die de wond zal helen. Je creëert een ijskoude ruimte, kijkt toe hoe de mensen blauw worden van de kou en zet vervolgens de kachel aan. ‘Uw zonden zijn u vergeven. Ga in vrede.’…”. Heiligheid gaat in de Bijbel echter niet om het opvolgen van opgelegde geboden of fatsoen, volgens Radcliffe, maar om vriendschap met God. De Tien Geboden zijn een steun om volwassen te worden: “… De Geboden waren een vrijbrief om niet langer andere goden te hoeven aanbidden die hun volgelingen tot slaaf maakten, om niet langer te hoeven deelnemen aan de tirannie van het werk, om jezelf te bevrijden van destructieve driften die leiden tot geweld of de vernietiging van het gezinsleven…”. Zie Psalm 19 vers 11: “… Ze zijn begeerlijker dan goud, dan fijn goud in overvloed, en zoeter dan honing, dan honing uit de raat…”. Radcliffe: “… Met het verloren gaan van de droom van transformatie raakte het geloof moreel georiënteerd…”. En even verder: “… Jezus’ blik daagt uit, maar niet omdat hij elke zonde opmerkt. Integendeel, hij ziet juist onze onzichtbare goedheid…”. Alsof onze goedheid tevoorschijn geroepen moet worden: “… God heeft plezier in ons wezen, onze goedheid, zelfs al is die soms verstopt…”.

 

Vergeving ‘welt op’

Paus Franciscus schreef: ”… Buiten alle uiterlijkheid is iedereen onmetelijk heilig en verdient eenieder onze genegenheid en toewijding…”. Onze goede en foute keuzes, Radcliffe heeft het over ‘onbeduidende verlangens’, doen ertoe. We worden volkomen serieus genomen. “… De essentie van berouw is niet dat we ons slecht voelen over onszelf, maar dat we ons openstellen voor Gods vriendschap…”. Over vergeving: “… het eerste moment van vergeving is de weigering wraak te nemen. De geweldsspiraal wordt daarmee doorbroken…”. Even verder: “… Wanneer we op zoek zijn naar vergeving, brengen we de brokstukken van ons leven, onze fouten en zonden bij God. Vervolgens worden onze breuken met Gods genade hersteld, gaat de lelijkheid van ons falen op in schoonheid en de onzin in betekenis…”. Zo ontstaat het nieuwe en misschien wel veel betere. Gedwongen worden te vergeven is echter opnieuw een vorm van misbruik, waarschuwt Radcliffe. Zolang je nog verloren bent in ‘een wildernis van pijn’ is daar de tijd niet rijp voor. Vergeving ‘welt op’. Er kan een tijd komen dat je jouw monster gaat zien als een medemens die ook gewond en gekwetst is. Daarmee is de ander niet van alle blaam gezuiverd en geëxcuseerd: “… Zonde is onverdedigbaar, maar wel te vergeven…”. Of misschien ‘te begrijpen’, dacht ik (zie  “De liefdesladder” van Else-Marie van den Eerenbeemt).

 

Dogmatisch

Net als de islam en het Jodendom is het christendom een ‘dogmatisch’ geloof. Heden ten dage staan dogma’s in een nogal negatieve reuk. Nota bene Steve Jobs, medeoprichter van Apple, waar berichten over naar buiten kwamen betreffende de tiran hij bij leven zélf is geweest, in 2005 tijdens een toespraak aan Stanford: “… Je tijd is beperkt, dus verspil die niet door het leven van iemand anders te leven. Laat je niet vangen door dogma’s – dat wil zeggen dat je leeft met de resultaten van het denken van anderen. Laat het lawaai van de mening van anderen je eigen innerlijke stem niet overstemmen. En wat het belangrijkste is: heb de moed om je hart en je intuïtie te volgen…”. Het een sluit het ander echter niet uit: “… De geloofsbelijdenis spoort ons steeds weer aan om de reis naar het oneindige mysterie van God voort te zetten, in plaats van een of ander verwaarloosd pad in te slaan dat uiteindelijk toch dood zal lopen. Het credo waarschuwt ons: ‘Die route hebben we al onderzocht en die is echt de omweg niet waard.’…”. We hoeven het wiel niet steeds opnieuw uit te vinden: “… We zijn gemaakt voor waarheid zoals een vis gemaakt is voor water en een vogel voor de lucht. Zonder waarheid verschrompelen we…”. Als we het advies van Jobs serieus nemen, zouden we niets meer leren en alleen nog met ons eigen innerlijk communiceren in een stille, woordeloze leegte. G.K. Chesterton: “… Er zijn maar twee soorten mensen: diegenen die dogma’s overnemen en dat weten en diegenen die ze overnemen zonder het te weten… Bomen kennen geen dogma’s. Knolrapen zijn ongelooflijk ruimdenkend…”. Studie opent ons voor wat vreemd is. “… Theologie is niet ingewikkeld omdat God ingewikkeld is, maar omdat wij dat zijn…”. Radcliffe: “… Belijden dat Jezus Christus is opgestaan uit de dood betekent niet dat we daarmee het raadsel van het lege graf hebben opgelost…”. Integendeel, zou ik zeggen. God is eeuwig ongrijpbaar.

 

Geweldloosheid

Herbert McCabe: “… Ons hele geloof bestaat uit het idee dat God van ons houdt – dat is het eigenlijk wel, zou ik zeggen. Alles wat we verder nog zeggen te geloven is gewoon weer een andere manier om te zeggen dat God van ons houdt…”. Radcliffe: “… Wat dat betekent zullen we steeds opnieuw blijven ontdekken. En iedereen die moeite doet om iets te begrijpen van zowel de moeite als de schoonheid van de liefde is onze bondgenoot, of hij of zij in God gelooft of niet…”. Over schoonheid: “… Kijken naar wat mooi is, maakt de geest mooier. Kijken naar wat lelijk, pornografisch, sadistisch, minachtend is, stompt de geest af…”. Tegen de tijd dat ze achttien worden, hebben Amerikaanse tieners in de media ongeveer 200.000 gewelddaden en 16.000 moorden gezien: “… Geweld wordt genormaliseerd en zelfs ongevaarlijk als je demonische vijanden afknalt in een computerspelletje. Dit onschuldige vermaak voedt een gewelddadige verbeelding die geen wroeging voelt bij vernietiging, omdat niets echt is…”. Radcliffe houdt een krachtig pleidooi voor geweldloosheid, wat hij heel ruim definieert. Onze dolgedraaide prestatiemaatschappij, alle haast en drukte van het moderne leven, noemt hij inherent gewelddadig: het neutraliseert ons innerlijke vermogen tot vrede. In de eerste eeuwen betekende een bekering tot het christendom dat je alle geweld verwierp. Jezus werd geboren in een land dat overliep van geweld: “… Toen Jezus nog een kind was, kwam Judas de Galileeër in opstand tegen de onderdrukkers. Hij opende de aanval op Sepphoris, op nog geen zesenhalve kilometer van Nazaret, waar Jezus woonde. De opstand werd neergeslagen door de Romeinen en tweeduizend joden werden gekruisigd. De jonge Jezus zal ongetwijfeld hebben gezien hoe hun lichamen hingen te rotten aan de bomen. Tijdens zijn leven en nog gedurende tientallen jaren na zijn opstanding braken er oproeren en revoltes uit die steeds weer met afschuwelijk veel geweld door de Romeinen de kop werden ingedrukt. Uiteindelijk zou dit uitmonden in de verwoesting van Jeruzalem en de tempel in het jaar 70, waarna de joodse staat voor bijna tweeduizend jaar van de kaart verdween…”. Waarschijnlijk dachten zijn leerlingen dat Jezus een opstand zou beginnen toen ze op weg gingen naar Jeruzalem. Toen hij weigerde dat te doen waren ze verbaasd en teleurgesteld. Misschien was dat zelfs de reden van Judas’ verraad. Ook de Emmaüsgangers klagen over zijn tegenvallende optreden: “… Wij leefden in de hoop dat hij degene was die Israël zou bevrijden…” (Lucas 24:21).

 

Tussen twee vuren

Radcliffe besteedt veel aandacht aan de schizofrene wereld waarin je als gelovige terecht komt: aan de ene kant de kerk, aan de andere kant het seculiere leven waarin iedereen het gek vindt dat je iets hebt met God. Alsof je tussen twee vuren zit. Dat herken ik maar al te goed. Aan de ene kant de moderne literatuur, aan de andere kant de Bijbel - ik noem maar wat. Dat schuurt op alle fronten. Maar juist ‘de pijn van het verscheurde hart’, zegt pastoor Tony Philpot tegen zijn collega’s, is ‘een teken dat ze goede priesters zijn’. Mijn ervaring is dat ‘cognitieve dissonantie’ je dwingt jezelf naar ‘eenheid te denken’: “… De grote Bijbelse figuren herkennen we aan de strijd in hun ziel: Abraham, onze vader in het geloof, doet tegenover de farao alsof zijn vrouw zijn zuster is; Jakob bedriegt zijn blinde vader en eigent zich Esaus recht als eerstgeborene toe; de geliefde koning David is een moordenaar en overspelige en de wijze koning Salomo is dom. Paulus slaat zich dapper door zijn innerlijke existentiële strijd heen: ‘Ik ontdek in mij de wetmatigheid dat het kwade zich aan mij opdringt, ook al wil ik het goede doen’ (Romeinen 7,21)…”. Dit lijkt de manier waarop een geestelijk soort groei inzet: “… Disharmonieën worden omarmd in een ultieme harmonie. Zonder die disharmonieën zou de harmonie levenloos zijn…”. Is dat ook de ‘functie’ van het kwaad (als dat er al is)? Wie het vatte kan, vatte het. De wereld is niet alles, de kerk ook niet. Zie alleen al het onverteerbare kindermisbruik. Geconfronteerd met verschrikkelijk lijden kun je je vrome woorden maar beter inslikken en toegeven dat je niet weet wat je moet zeggen. De katholieke bekeerlinge Dorothy Day in in “The Duty”: “… Wat de kerk betreft: waar kunnen we anders heen dan naar de Bruid van Christus, één lichaam met Christus? Al is ze dan soms een hoer, ze is wel onze moeder. Liefde is inderdaad ‘iets wreeds en verschrikkelijks’ om van ons, van elk van ons, te vragen, maar het is het enige antwoord…”.

 

Dood

Radcliffe vergelijkt de aanhouding van Jezus met “Het proces” van Kafka. De dood is het “… ultieme verloren gaan van alle betekenis…”. En even verder: “… Het verhaal van Jezus’ lijden en sterven is geen fantasie van masochisten of sadisten. Het vertelt hoe God in Jezus de verdrukking van de mensheid omarmde. De verschrikkelijkste daad in de menselijke geschiedenis was, samen met de joodse Holocaust, de slavernij van 12,5 miljoen Afrikanen, die tot handelswaar werden gemaakt. Twee derde van hen werd tussen 1700 en 1808 getransporteerd, ten tijde van de zogenaamde Verlichting, ‘het tijdperk van de rede’. Nog altijd worden mensen tot slaaf gemaakt om te werken of om seksueel te worden uitgebuit. Daar gaat naar schatting 150 miljard dollar per jaar in om, zelfs meer dan in de drugshandel…”. Radcliffe heeft het over de ‘levende doden’ die zijn gereduceerd tot een ‘zombie-achtig bestaan’. Onze menselijkheid kan vermorzeld worden, onze levenskracht kapotgemaakt: zie Céline over de fabrieksarbeiders in “Reis naar het einde van de nacht”. Het gaat over de ontzetting van verlatenheid en agressie. Waar woorden niet winnen, wint geweld. Over de dood: “… In de BBC-serie ‘Killing Eve’ zegt de hoofdpersoon, een vrouwelijke huurmoordenaar genaamd Villanelle, dat mensen die sterven naar binnen vallen: ‘Je ogen worden gewoon leeg. Je ziel trekt zich terug naar binnen. Mensen denken dat je ziel of je persoonlijkheid of wat dan ook je lichaam verlaat wanneer je sterft, maar ik zweer je dat die alleen maar verder naar binnen trekt. Die valt zo ver naar binnen dat ze je lichaam niet meer kan besturen.’…”. Zie Flannery O’Connor over het sterven van Hazel in “Wijs bloed”. Radcliffe: “… Maar het is misschien eerder zo dat we terugvallen in het middelpunt van ons zijn, daar waar God ‘dichter bij mij is dan ik bij mezelf’, zoals Augustinus schreef. ‘Tu autem eras interior intimo me’. We vallen in Gods wachtende handen…”. Zie wederom “Het evangelie van Pilatus”: “… Mama, diep in mezelf, vind ik niet mezelf…”. Radcliffe: “… In de prachtige verwoording van de Amerikaanse franciscaan Richard Rohr: ‘Jouw leven gaat niet over jou.’…”.

 

Opstanding

Radcliffe heeft het over de ‘ijzeren kooi’ van het ‘eendimensionale technocratische paradigma’ die aangedreven wordt door de markteconomie, waar we aan moeten ontsnappen. Er is zóveel meer. De kerkelijke liturgieën maken een nieuwe manier van kijken naar de wereld mogelijk. Het is niet altijd onze taak om oplossingen te bedenken, maar misschien kunnen we wel processen op gang brengen. Met kleine handelingen komt Gods transformerende kracht in de wereld. Hij wijst op de miljoenen jongeren die de kapitalistische roofzucht verwerpen: “… Er is een nieuwe verbeelding aan het ontstaan. Talloze kleinere organisaties zijn op zoek naar een andere manier van leven, die zachter over de aarde loopt en zorgt voor het kwetsbare web van de schepping waarvan wij deel uitmaken. Zuster Margaret Atkins spreekt van een ‘ondergrondse beweging’. Dit zijn de organisaties die van onderop ontstaan en die het dominante model van eindeloze groei afwijzen. In alle culturen zijn er steeds meer mensen te vinden die op een duurzame manier willen leven…”. De verschrikkelijke meneer Gradgrind uit “Zware Tijden” van Charles Dickens, begrijpt dat zijn technocratie wordt bedreigd door het lezen van romans. Na lange uren van zwaar werk in zijn fabrieken gaan de arbeiders naar de bibliotheek om daar verhalen te lezen: “… Ze waren geïnteresseerd in de menselijke natuur, stelden belang in menselijke hartstochten, menselijke verlangens en angsten, in strijd, overwinningen en nederlagen, de zorgen, vreugden en droefenissen, het leven en de dood van gewone mannen en vrouwen! Na een vijftienurige werkdag zaten ze soms te lezen in boeken met niets anders dan fabeltjes erin over mannen en vrouwen zoals ze zelf waren en over kinderen zoals de hunne. Ze verslonden de werken van Foe in plaats van die over meetkunde en schenen over het algemeen meer troost te vinden bij Goldsmith dan bij Cocker…”.

 

Waarom lezen?

Radcliffe: “… De uitdaging van mijn katholieke traditie is dat ze afwijkende meningen leert zien als vruchtbaar en noodzakelijk…”. De botsing van ideeën leidt tot nieuwe inzichten en helpt ons op weg naar een ruimere waarheid. Radcliffe heeft het over een ‘wijze flirt’ met andere denkwijzen, waarvoor een eerste vereiste is dat wij onszelf niet al te serieus nemen. Daarvoor heb je de ‘humuli cordis intelligentia’, de ‘intelligentie van een nederig hart’ nodig: “… als we leven in vriendschap, op een intelligente manier naar elkaar luisteren en onze verbeelding openstellen voor wat misschien merkwaardig of zelfs verkeerd lijkt, wie weet wat er dan kan gebeuren? Voor God is alles mogelijk...”. Zie ene Scott G. Braathen in een schitterend ongepubliceerd gedicht: “… Thomas Merton, Thomas Aquinas and I / Went fishing for lobster / We set our traps / And proceeded to spend the entire day / Discussing Jesus and Quantum Physics / We ate like kings / And drank in the sun…”. Romanschrijvers en dichters ontsluiten werelden waar we geen sjoege van hebben. We gaan snappen dat we dezelfde schurken zijn als waar we over lezen. Dat is precies waarom ik van moderne literatuur houd: “… Vaak is het juist fictie die de waarheid onthult over wie we zijn. Grote romans en gedichten hebben ons vaak de ogen geopend voor de menselijkheid van vreemden, vooral de armen, en voeden ons verzet tegen flagrante ongelijkheid. Martha Nussbaum, een joodse filosofe, stelt dat ‘Zware Tijden’ van Charles Dickens Victorianen bewust maakte van de verschrikkingen van de armoede. ‘De Hut van Oom Tom’ mobiliseerde in de VS mensen voor de strijd tegen de slavernij. John Steinbecks ‘De Druiven der gramschap’ opende de ogen van het Amerikaanse publiek voor het lijden van arbeidsmigranten en droeg bij aan de steun voor de New Deal. Aleksandr Solzjenitsyns ‘De Goelag Archipel’ bracht de verpletterende barbaarsheid van het Sovjet-communisme aan het licht. Dorothy Day zei dat haar leven was gebaseerd op de leer van Jezus en de kerk en op het lezen van de romans van Dostojevski, Tolstoy, Gorki: ‘Ik zou graag willen dat de mensen zeiden: “Ze hield echt van die boeken!”. Dat is de zin van mijn leven – leven met de morele visie van de kerk en van sommige van mijn favoriete schrijvers, om die kunstenaars en romanschrijvers ter harte te nemen en met hun wijsheid te leven.’…”. We hebben poëzie nodig om ons te bevrijden van de oppervlakkigheid en banaliteit van het alledaagse leven: “… Iedereen, van welk geloof dan ook, die zich bezighoudt met de complexiteit van het mens-zijn – van verliefd worden, moeizaam vergeven, de weg kwijtraken, proberen er iets van te snappen – is onze bondgenoot…”. Amen.

 

Uitgave: Skandalon – 2022, vertaling Huub Stegeman, 392 blz., ISBN 978 949 322 0102, 29,95

Rechtstreeks bestellen: klik hier


Geen opmerkingen :

Een reactie posten