Menu

zondag 1 mei 2011

Een goede zoon – Boudewijn Smid


Door een min of meer autobiografisch verhaal te schrijven over hoe het is op te groeien met een, in dit geval, ‘godsdienstwaanzinnige’ moeder (alhoewel een meisje dat zich gaandeweg het boek in het leven van de 37-jarige hoofdpersoon en naamdeskundige Krijn Sterveling - mooi gevonden: zijn wij niet allen ‘stervelingen’?! - wurmt, zegt, dat de term ‘godsdienstwaanzin’ helemaal geen erkend ziektebeeld is), treedt Boudewijn Smid (1964) met zijn tweede roman in het spoor van Jan Siebelink.

Deze keer wordt er niet ‘doorgedraaid’ in somber orthodox-gereformeerde sfeer, maar in blij evangelisch-pinkster milieu. Dat is trouwens goed te merken aan de stijl van het boek: het is veel luchtiger geschreven dan ‘Knielen’. Het past perfect in de oer-Hollandse verteltraditie van schrijvers als b.v. Maarten t’ Hart: met humor overgoten ‘kleine’ gebeurtenissen, en vooral nergens buitenissig groots of sensationeel  meeslepend. Dat maakt dit soort literatuur voor bijna iedereen verteerbaar.

Krijn, die zijn moeder in geen twaalf jaar heeft gezien, krijgt een telefoontje van zijn oudere broer Stan dat ze er slecht aan toe is. Hij moet haar echt op gaan zoeken, wil hij haar nog levend meemaken.  
Hoe kan het zover komen dat deze oude vrouw, vereenzaamd en overgeleverd aan haar waandenkbeelden, doodziek ligt te vegeteren in een snikhete slaapkamer? Nou, dat kan als je langzaam maar zeker gek wordt, je familie daar zonder veel tegengas te plegen in meegaat, en je met een beroep op ‘God, die je geneesheer is’, de dokter buiten de deur houdt.

Die moeder dus: “… Lenna, voor de duvel niet bang. Of moet ik zeggen: alleen voor de duvel bang, want ze was al heel jong erg serieus met het geloof…”.
Ze is geen kwezelachtig type. Integendeel, Krijn’s moeder is een prachtige, charismatische, autoritaire vrouw: “… Ze had een buitengewoon open gezicht. Ze was net een magneet. Tegen wil en dank trok ze mensen aan… Alles in het gezin draaide om haar. Zij was het gezag, de toorn, maar vooral ook de liefde. Als ze je onderzoekend aankeek, kromp je ineen. Als ze je glimlachend aankeek, werd je hart van kaarsvet. Ze kon vreselijk goed liefde geven…”.
Haar man en zonen onderwerpen zich liefdevol aan haar gezag. Sterker nog; ze dragen haar op handen. Ze lopen zich de blaren op hun voeten om haar evangelieblaadjes in het dorp rond te brengen, waarmee ze zich wel erg buiten de gemeenschap plaatsen. Alsof iedere dorpeling de foute weg bewandelt. Behalve de familie Sterveling.
Ze nemen geen tv omdat mama daar tegen is, en papa laat zich zonder veel tegensputteren uit de echtelijke slaapkamer jagen, na de geboorte van Krijn.
Deze jongste ‘benjamin’ lijkt de plaats van de vader zo'n beetje in te gaan vullen: moeder-zoon verhouding is om van te rillen. Moeder Lenna voelt zich met Krijn verbonden als met een ledemaat. Als hij langer dan een dag weg is, ervaart ze een zeurende fantoompijn. Ze kunnen elkaar minutenlang aanstaren. Vaak gaat Krijn s’middags uit school naast haar op bed liggen: lepeltje-lepeltje.

Op een zondag valt Lenna, tijdens het schaatsen, keihard op haar achterhoofd. Vanaf die tijd is ze pas echt goed gek. Ze komt haar slaapkamer niet meer uit. Ze gaat rare  brieven schrijven aan allerlei beroemdheden die Krijn op de post moet doen, want hij is haar ‘koerier’, en uiteindelijk draagt zij hem op zijn vader te vermoorden, omdat God wil dat de wereld verlost wordt van dit ‘monster’.
Het laatste contact met zijn moeder wordt Krijn teveel. Ze vertelt hem nonchalant dat ze een stopcontact heeft afgeplakt om via de muur de televisieaansluiting van de buren te saboteren. Die kijken elke avond zondige films. Ze raaskalt maar door. Of hij even wil controleren of er geen geraamte in de spoelbak van de wc zit, want als ze die doortrekt hoort ze steeds botten rammelen. Voor hij het weet, en tot zijn verbijstering, liggen zijn handen ineens om haar nek, in een poging haar te wurgen. Hij vlucht van haar weg, en komt zo eindelijk-eindelijk los van zijn zieke moeder.

En dan is daar die andere vrouw in het leven van Krijn. Doris Vonkel; sociologie-studente. Ze wil ‘persoonlijk ervaringstheater’ met hem maken, om ‘de context van de consument aan het wankelen te brengen’. Krijn peinst daar niet over. Het enige wat hij wil is: opgaan in de massa.

Na een bladzij of honderd door enigszins saaie hoofdstukken heen bijten, maakt deze Doris het verhaal ongemeen spannend. Ze is erg geïnteresseerd in het lot van Krijn’s moeder, en daagt hem uit haar gekte te onderzoeken: “… Veel vrouwen slaan door als ze in de overgang komen, dat weet je toch? Dan rest de vlucht: in de esoterie, de lesbische liefde of… de gekte. Misschien is ze ooit zo beschadigd dat het vervolg van haar leven een worsteling werd. Dat ze het met zichzelf niet meer redde en iemand anders wilde worden. Godsdienst en gekte zijn beide vormen van angst… Voor de werkelijkheid natuurlijk. Voor de zinloosheid van alles wat je meemaakt…”. Meent Doris.
Na hem eerst enkel te hebben benaderd via e-mail, maakt ze een afspraak met Krijn in Paradiso. Alleen vertelt ze hem niet hoe ze eruit ziet: het lot moet beslissen of ze elkaar al dan niet zullen tegen komen. Uiteindelijk gebeurt dat natuurlijk.

Krijn lijkt vermalen te worden tussen deze twee vrouwen. Ze lijken veel op elkaar. Beiden zoeken een vorm van extase. Krijn’s moeder wil niets liever dan opgaan ‘in de Heer’; en Doris zoekt haar verlossing in roekeloze seks. Als Krijn in Doris’ bed belandt, zoemt er een laptop naast haar ledikant. Terwijl zij slaapt checkt hij stiekem haar mail en leest tot zijn verbijstering teksten die Doris aan zichzelf heeft geschreven. Ze gaan over dat ze gek wordt van alle gedachten die door haar hoofd spoken en die ze niet kan stoppen en waardoor ze niet kan slapen en dat ze dan uren door de stad moet lopen om zich daarvan te bevrijden, en dat alleen Sterveling haar kan helpen. Kortom; wederom zit Krijn opgescheept met een labiele vrouw.

Het boek eindigt spectaculair. Als een moderne Oedipus, vermoordt Krijn op een buitengewoon tedere, en naar mijn idee volstrekt onwaarschijnlijke manier, niet zijn vader, maar zijn moeder. Een goede foute zoon dus. Daarna haast hij zich naar een afspraak met Doris, die op een rotonde, bijna in haar blootje, haar persoonlijke theater staat uit te testen. Het drukke verkeer om haar heen is compleet ontregelt geraakt. In alle chaos klimt Krijn naar haar toe, pakt haar in een laken, en draagt haar onder luid gejoel en gefluit uit het zicht. Wat gaat hij met haar doen, dacht ik toen ik het boek dichtklapte: ook liefdevol vermoorden soms?

Ik wil het nog even hebben over de prachtige metaforen die hier en daar in het verhaal opduiken: “… Een traan rolde over mijn wang. En nog één en nog één. Als torren renden ze achter elkaar aan…”. En Krijn over Doris: “… Ja, ze danste met mijn hoofd op een schotel, ze kon met me doen en laten wat ze wilde, maar moest ik daar rouwig om zijn?...”. En tenslotte over slaapkamerverlichting: “… Maar kan je wat aan dat licht doen? Het lijkt wel alsof we op een operatietafel liggen…”.

Ik vind dit een belangwekkende roman. Soms slaan mensen volkomen door op godsdienstig gebied. Daar moeten gelovigen eens over nadenken. Ik denk hierbij direkt aan de onlangs verschenen theologische studie "Waarlijk vrij? Bevrijdingspastoraat in het licht" van Els Nannen, voormalig docente psychologie aan de Christelijke Hogeschool in Ede. Zij veegt daarin op een stevig onderbouwde manier de vloer aan met christenen die 'achter elke boom een duivel zien'.
Ik probeer de christelijke media een beetje bij te houden, en ik moet bekennen dat mij soms het gevoel bekruipt, dat christenen in een wereld die bol staat van de spirituele en occulte films, spelletjes, boeken, enzovoort; hun eigen manier van spelen met het occulte hebben uitgevonden. Natuurlijk is het hartstikke spannend om het op te nemen tegen boze geesten en wat niet al; maar of dat Bijbels is, is de vraag.
Net zo goed als dat ik er helemaal niks van geloof dat iemand een persoonlijk lijntje met God kan hebben, zoals de moeder van Krijn. Als dat wel zo was, zou dat zo'n persoon een macht geven waar niemand tegenop kan, en in staat stellen tegen de klippen op te manipuleren, wat de moeder van Krijn dan ook doet.
Zeker na het drama in Alphen vragen deze zaken om aandacht. Dr. Mart-Jan Paul, eveneens verbonden aan de Hogeschool Ede, riep onlangs in het ND op ook het onderzoek naar het occulte in de zaak Alphen te betrekken. Ik denk dat we daar heel voorzichtig mee moeten zijn. Want wat is ziek en wat komt van de duivel - om het maar eens plat te zeggen? Waar trek je de grens? Leven we niet simpel aan 'deze zijde' van die grens?

"Een goede zoon" is voor €18,50 rechtstreeks te bestellen bij internetboekhandel IZB-Ark als je hier klikt (voor meer informatie over IZB-Ark: zie kolom hiernaast).

Uitgave: De Bezige Bij - 2010

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen