Menu

dinsdag 13 december 2011

Stille Zaterdag – Désanne van Brederode


“… Liefde is een eigenaardig mengsel van twee tegengestelde dingen, een mengsel van het ergste egoïsme en de meest volmaakte toewijding. Een paradox! Bovendien, liefde, de hele wereld praat voortdurend maar over liefde, liefde, maar liefde kies je niet, je raakt ermee besmet, als een ziekte. Liefde overvalt je als een ramp…” - Amos Oz in ‘Een verhaal van liefde en duisternis’.

Wel raar om het tegen Kerst over een Paasverhaal te hebben, maar dit is echt té mooi om te laten liggen tot Pasen. Bovendien: Kerst maakt Pasen mogelijk, dus whatever (zo, dit heb ik maar weer mooi aan elkaar gekletst) …

“Stille Zaterdag” is geen makkelijk boek; maar dat verwacht natuurlijk ook niemand van een filosoof (Désanne van Brederode - Utrecht, 1970 - getrouwd met Volkskrantcolumnist Arjan Peters - samen één zoon - studeerde filosofie en is een veel gevraagd spreker op het gebied van filosofie en religie). Het is wel een ontroerend boek (en ik maar denken dat wijsgeren van die ‘droge’ wetenschappers zijn…).
Voor ik verder ga, wil ik ook dit keer op de prachtige grafische vormgeving wijzen. De gedeelten worden afgescheiden door verschillend gekleurde pagina’s, die te maken hebben met de kleuren van het liturgische jaar – maar hoe of wat weet ik ook niet precies.

Het verhaal is gauw verteld: gehuwde man, - Maurice Benders, kunstkenner - wordt stapelverliefd op gehuwde vrouw, - Sara Mijland, burgemeester van A’dam – jawel.
Het bijzondere is dat Désanne van Brederode dit stel nu eens níet geheid het bed in schrijft, maar tot gekwordens toe laat ronddraaien in een achtbaan van verzwegen emoties (het is bijna onvoorstelbaar dat ze dat anno 2011 kan verkopen; toch is het zo). En dat levert literatuur op. Met een grote L, welteverstaan.

“… Voor het eerst die avond had Maurice aan Sara gedacht. Aan zijn eigen, belachelijke huilbuien in hun begintijd. Zonder snikken, zonder stuwingen en samentrekkingen in zijn middenrif, een enkele keer zelfs zonder ergerlijke snotneus, zonder gesnuif; een huilen dat opkwam bij de gedachte aan haar, aan wat hij dan toch nog van de gewiste sms’jes, van de zinnen die ze had uitgesproken had onthouden, een huilen van woede en teleurstelling soms, in haar, vaker nog in hemzelf, een huilen om het huilen van verlangen. Naar een stille omhelzing die zou overgaan in meer, en nog veel meer, het meeste – een omhelzing waarin ze zich konden verbergen, niet voor God, maar voor de hoekige, de starre, stramme, oud geworden wereld, de meningenmachine, het perpetuum mobile van oordeel dat op oordeel volgde. Een vrijage als een vluchten in elkaar: tot er van hen niets meer zou resten dan één enkel licht, een onderwaterlamp, een bovenwaterlamp, hun opkomende, stralende morgenster. Als in dat kerstliedje uit zijn kindertijd. De raadselachtige woorden in de vierde regel: 'Bode van de luister'...”.
Ziedaar: liefde.
Toen ik dat allemaal had gelezen, merkte ik dat ik keihard zat te janken.
En van wat volgde: “… Hoe vaak had Henriëtte (zijn ega) hem in die weken niet gevraagd of hij verkouden was? Soms midden in de nacht, ze had een flesje Otrivin gekocht, en keelpastilles, Adem Vrij…” (nóg meer liefde), ging ik nog veel harder janken.
Ga nou niet zeggen dat ik niet zo vreselijk sentimenteel moet doen: in een reactie drie bloggen geleden zei iemand nog dat ik juist zo’n ‘heerlijke nuchtere kijk’ op een boek had – dus ik val best mee.

Bovenstaand citaat is natuurlijk uit zijn verband gerukt, maar wat hier en nog een paar keer in dit boek gebeurt is dat Désanne van Brederode zichzelf stap voor stap naar de top schrijft en helemaal ‘los’ gaat. Alsof ze in een soort ‘flow’ terecht komt waarin je als lezer mag delen. En dát is ‘schrijven’ (vind ik)… En dit: “… Het uitzicht, vergezichten, overzicht. Elkaars gezicht. Dat ene…”.

Twee geliefden, dus (“… Maar wat ik allemaal door jou ben gaan denken…”). Waarom gebeurt er ‘niks’? Omdat er gezinnen zijn waar ze zich verantwoordelijk voor voelen. Omdat ze allebei christelijk zijn. Omdat ze geloven dat God dat niet wil. Als God al iets met deze liefde te maken heeft, zegt Maurice, dan is dit een ‘beproeving’.
Een groot deel van hun wederzijdse aantrekkingskracht lijkt gebaseerd te zijn op het begrijpen van elkaars spiritualiteit (“… Hoezo langetermijnbelangen? Eeuwigheidsbelangen, daar gaat het om...”). Er zijn geen anderen in hun omgeving die ook, of op dezelfde manier, geloven. Dat maakt ontzettend eenzaam.
Drie jaar duurt hun relatie (zoals Jezus ook drie jaar op aarde ‘wandelde’), dan zetten ze er een punt achter. Een punt die natuurlijk geen punt blijft.

Van Brederode omkleedt haar verhaal met verrassende uitweidingen over religie, kunst, en schrijvers: een filosofe waardig. Grote namen komen voorbij: Kierkegaard, Bonhoeffer, Nietzsche, Edith en Gertrude Stein, Luther, Augustinus. Het gaat over Levinas-geklets. Het gaat over de grote Orpheusmythe die wordt verbonden met het bijbelverhaal over de vrouw van Lot. Orpheus haalt zijn geliefde op uit het dodenrijk. Hij mag niet omkijken, maar doet dat toch. De vrouw van Lot mag ook niet omkijken naar de brandende stad achter haar, maar doet dat ook. Veranderd in een zoutpilaar:
“… Doe wel, en zie niet om. Weinig woorden. Allemaal monosyllabisch, zodat ook de dommeriken het konden begrijpen. Aforisme voor een Succesagenda…”.
En dat is natuurlijk allemaal niet voor niets: “… Het niet omkijken: dat was de lakmoesproef. Het omzien was het kwaad. Het zeker willen weten of er achter je rug nog wel iets was, desnoods alleen een terugweg…”. Op een ‘Stille Zaterdag’ kijken ook Maurice en Sara om. Het ‘offer’ kan niet uitblijven. Terwijl Sara een sms’je van Maurice leest, loopt ze onder een auto. (“… En nu was ze dus dood. Echt waar? Je meent het niet…”).

Désanne van Brederode steekt niet onder stoelen of banken dat ze wat heeft met ‘geloof’. Ik bewonder dat enorm, want van de tolerante elitaire grachtengordel mag je álles zijn, behalve christelijk. Het kan je literair echt je kop kosten. Van Brederode zit daar niet mee.
Ze beschrijft hoe burgemeester Sara Mijland ("... die doodenge Veluwse reli-troela..."), steeds weer wordt beoordeeld op haar geloof, hoe dat er overal bij wordt gehaald en zij zich steeds weer moet verdedigen.
Hoe overleeft een moderne gelovige de ongelovige maatschappij. En wie is hier eigenlijk ‘dom’ en ‘achterhaald’ en ‘zielig ‘?
“… Nadat Maurice, begin jaren tachtig, als student een spreekbeurt had gehouden over twee iconen uit Ohrid, Macedonië, getiteld ‘Man van Smarten’ en ‘Uitstorting van de Heilige Geest’, hadden zijn nieuwe vrienden hem nog net niet met zijn kop onder de koude kraan gehouden, maar veel had het niet gescheeld…”.

Nergens in dit boek verder een sprankje humor. Voor het geval je het nog niet wist: enkel en alleen verliefden nemen elkaar dood- en doodserieus. Of misschien toch, als Maurice in bad zit en er twee soorten badschuim op de rand staan:
“… Omdat Maurice te lui is om te kiezen, goot hij van allebei wat in het veel te hete water…”. Maar dan moet je wel ‘helemaal’ twee doppen…, dus als je écht lui bent… Nou ja, laat maar. Maar dit is dan ook echt het enige hilarische.

Misschien is het allermooiste in dit boek wel de bespreking van het beeld 'De kus' van Rodin, die Désanne van Brederode in het verhaal verweeft. Sara ziet het tijdens een kunstuitje. Natuurlijk is het bij mij ook wel eens langs gekomen tijdens lessen cultuur- en kunstgeschiedenis, maar nooit op de manier waarop Van Brederode het omschrijft. Dantes ‘Divina Commedia’ is Rodins inspiratiebron geweest: “… De twee kussende gelieven waren de overspelige Paolo en Francesca, die de schrijver opvoerde in het vijfde Canto van het eerste boek Inferno, oftewel de Hel (!)… “. Ze hebben hun liefde met de dood moeten bekopen, voorgoed gevangen in een omhelzing omgeven door mist en zwaveldampen. “… Rodin had zich eeuwen later een hoeder, een redder van de twee dolende kussenden betoond, niet slechts door een beeld van ze te maken, maar ook door dit ook nog eens uit te voeren in het reinste, sneeuwwitte, bijna lichtgevende marmer. Alsof hij de helledrek, de bedorven modder, de stinkende, inktzwarte zonden eigenhandig van zowel hun lichamen als hun zielen had geschrobd. Broederlijk? Priesterlijk. Een absolutie zonder kruisteken, maar met beitels en borstels bij de Allerhoogste afgesmeekt…”. Auguste Rodin: “… de heidense natuurgod met de woeste baard, met de onstuimige, verwilderde blik die zowel op scheppingskracht als vernietigingslust kon duiden, de dichtergod, de kettergod, die twee rechtopstaande handen Kathedraal had durven noemen…”. Ik moest spontaan aan Prince denken. “Purple Rain”; weet je wel?! Sara: “… Zo hield de stenen man zijn stenen geliefde vast: als iemand die losliet… De man was bedroefd. Dat zag je aan zijn schouders, zijn hals, de buiging van zijn hoofd. Aan hoe de vrouw haar hand om zijn nek heen vouwde, waarbij ze zijn ogen door haar schouder aan het zicht onttrok…”. Alsof de vrouw de man wil beschermen, terwijl de man al bezig is haar los te laten. Van wie moet dat?
“… Waarom? Waar? Om?...”. Het zijn de twee volkomen aan elkaar tegengestelde reacties op tragiek die het beeld zo tragisch maken. “… Het beeld had onder stroom gestaan, dat was het, en daarom had de aanblik Sara als een bliksemflits getroffen. Er was geen gelijk, er werd geen strijd beslecht, maar vrede was er evenmin. Er was een boek, in de hand van de vrouw, een opengeslagen boek, ze hield het achteloos achter haar rug – iets wat niet meer gelezen hoefde te worden. En Sara had getrild…”.

Een Europese collega-burgemeester: “… U liep op een gegeven moment weg van ‘De Kus’, maar u bleef ernaar kijken, zelfs met uw rug nog… Alsof u uit Plato’s grot kwam!...”.

En verder: “… De wetmatigheid: hoe groter geluk, hoe minder taal…”.
En: “… Lezen, lezen, en lopen en herlezen, om maar niet weg te zinken in verdriet…”.
En: “… Voordat je ons verlaat: Verlaat mij niet… Of andersom. Hier ben ik…”.
En: “… Meer was er niet. Meer was er wel…”
En: “… Geen mens zou verder lezen. Nooit…”.

Wat een boek. Ik wil dat beeld van Rodin ‘zien’! In het echt! Wie gaat er mee?

"Stille zaterdag" is voor €18,95 rechtstreeks te bestellen bij internetboekhandel IZB-Ark als je hier klikt (voor meer informatie over IZB-Ark: zie kolom hiernaast).

Uitgave: Querido – 2011

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen