Menu

zondag 24 juni 2012

Alles opgeven en rijk worden – Hanneke van Dam


Subtitel: Op avontuur met God in Mongolië

“… Daar lag ik dan, in een oubollig ingerichte kamer op het Mongoolse platteland, onder het wasgoed door naar Deutsche Welle kijkend met een paar slapende Mongoolse tienermeiden tegen me aan…” (blz. 139).
Nog een boek dat ik van iemand kreeg. Als ik dit soort titels lees denk ik gelijk aan Franciscus van Assisi. Misschien kun je Hanneke van Dam (1963) dan ook wel typeren als een moderne Franciscus.
Wat beweegt iemand om alles op te geven en ‘de stem van God’ te gaan volgen? Ik heb het al eerder gezegd: ‘metanoia’ - omkering, bekering, verandering, omslag van denken, het fascineert mij buitengewoon. Wat gebeurt er in deze levens, en met deze mensen?


Uit het voorwoord: “… Eigenlijk had ik een boek willen schrijven wanneer ik oud was. Wijs en grijs, terugkijkend op mijn leven, uit de gevarenzone en met het overzicht dat me nu nog ontbreekt. Maar het liep anders. Eind 2008 kwam ik terug van een bezoek aan Nederland met een woord in mijn hoofd: BOEK…”. Ze definieert dit als ‘de stem van God’: “… dus begon ik te schrijven…”.
Een zwaar geval van Francine-Rivers-Spiritualiteit. Een leuke term die ik een tijdje geleden tegenkwam in een tweet, en die ik sinds ik “Bevrijdende liefde” heb gelezen (zie mijn blog van 27.05.12) helemaal snap: het gaat om christenen die letterlijk ‘de stem van God’ in hun hart horen – zoals een stem Hosea uit het voornoemde boek opdraagt met een prostituee te trouwen.
Christenen zijn er in alle soorten en maten. Ik ben geen christen die stemmen hoort. Nooit heeft iets of iemand tegen mij gezegd: ‘Evelien, ga jij dit of dat maar doen…’. Ik lees de Bijbel en uit hetgeen ik lees probeer ik wat op te pikken. Net zoals uit gewone boeken. Maar die Francine-Rivers-Spiritualiteit boeit mij wel. Mateloos zelfs.

Hoe weet je nu zeker dat je niet gewoon de stem van jezelf hoort?
Neem de roman “Eten, bidden, beminnen”, van Elizabeth Gilbert. Ook hier een ‘metanoia’, een ‘omkering’, alleen ontbreekt de christelijke context. Na een bittere echtscheiding en een hevige depressie gooit de schrijfster het roer van haar leven om en gaat alleen op reis. ‘Komen wat komt; we zien wel’. Elizabeth vertelt hoe ze totaal aan het eind van haar Latijn s’nachts om drie uur op de vloer van haar badkamer ligt te janken, tot een innerlijke stem haar ook plotseling stil zet. Die zegt helemaal niets bijzonders; alleen ‘Ga terug naar bed, Liz’ (wat in haar geval trouwens wel het verstandigste advies is dat je maar kunt bedenken).
Elizabeth Gilbert: “… Ik heb besloten me geen zorgen te maken over de vraag of deze conversaties met mezelf inhouden dat ik schizofreen ben. Misschien is het de stem van God, misschien is het mijn goeroe die in mijzelf spreekt, misschien is het de beschermengel die op mijn zaak is gezet, misschien is het mijn Hoogste Ik, of misschien is het inderdaad gewoon een verzinsel van mijn onderbewuste, verzonnen om me tegen mijn eigen kwellingen in bescherming te nemen. De heilige Theresia van Avila noemde zulke goddelijke innerlijke stemmen ‘locuties’- woorden uit het bovennatuurlijke die spontaan in je bewustzijn binnenkomen, kant en klaar in je eigen taal, en je hemelse troost bieden. Natuurlijk weet ik best wat Freud over zulke vormen van spirituele troost gezegd zou hebben – dat ze irrationeel zijn en ‘geen vertrouwen verdienen. De ervaring leert ons dat de wereld geen peuterklas is.’ Daar ben ik het mee eens – de wereld is geen peuterklas. Maar juist omdat deze wereld zo’n uitdaging is, moet je soms buiten de jurisdictie van onze wereld hulp zoeken, een hogere autoriteit aanspreken om soelaas te vinden…”.
Het punt is dat Hanneke van Dam in weerwil van Freud echter zegt dat haar stem juist wél volkomen betrouwbaar is. God heeft haar nog nooit, maar dan ook nooit, in de steek gelaten. Ze spreekt uit ervaring en bij vlagen net zo lichtvoetig en hilarisch als Elisabeth Gilbert.

“… Op een lentedag, jaren geleden, terwijl ik op mijn fiets door het drukke centrum van Amsterdam laveerde, hoorde ik mezelf plotseling hardop zeggen: ‘op een dag vlieg ik hieruit!’. Ik had geen idee waar die zin vandaan kwam. Ik was dol op de hoofdstad en niets verlangde naar emigratie…”.

Hanneke van Dam studeerde sociale wetenschappen in Utrecht en Amsterdam en werkte als gedragsdeskundige onder meer voor de Raad voor de Kinderbescherming: “… Het werk beviel me goed, ik had leuke collega’s en leerde dingen waarvan ik tot op de dag van vandaag profijt heb. Tegelijkertijd was ik me ook bewust van de beperkingen van mijn baan; ik moest in een formeel kader onderzoek doen en adviezen uitbrengen en kon niet met de mensen spreken over hetgeen ze volgens mij het meest nodig hadden…”.
Hanneke: “… Ik geloofde in God, ik bad, gebruikte geen drugs, hoedde me voor grove immoraliteit en bezocht, als ik niet te moe was van het uitgaan, een kerkdienst naar keuze. Zo hield ik als christen ternauwernood mijn hoofd boven water…”
. Tot iemand haar meeneemt naar een christelijke conferentie waar Jackie Pullinger, de schrijfster van “Chasing the Dragon” spreekt. Kijk, en dat ben ik nu eerder tegen gekomen. In “Mijn weg van Boeddha naar Christus”, zie mijn blog van 24.03.11 vertelt een boeddhistische non dat Jackie Pullinger haar op het spoor van het christelijke geloof heeft gezet. Die Pullinger moet toch wel een heel bijzonder iemand zijn.

De metanoia-ervaring: “… Jackie deed een oproep: ‘Wie meer van Gods hart wil ontvangen kan naar voren komen, ik wil voor jullie bidden.’ Ik ging naar voren en stond tussen een groot aantal mensen, dat eveneens was gekomen. Jackie bad, mensen om me heen begonnen te huilen, ik voelde niets. Maar plotseling was het of twee handen mijn hart pakten en het doormidden scheurden. Ik viel op mijn knieën en barstte in tranen uit. De pijn die ik voelde, was overweldigend. Het was de pijn van mensenharten die alle hoop verloren hebben. De pijn van kinderen waar niemand naar omkijkt en de pijn van mensen die verloren zijn. Maar vooral de pijn in het hart van de Vader, die dit alles ziet. Dit moment veranderde iets wezenlijks in mijn leven. Ik voelde een fractie van Gods hart, zijn liefde, zijn bewogenheid voor mensen. Het was enkel een druppel van zijn oceaan, maar het was genoeg. Al mijn reserves en angsten, mijn behoefte de controle te houden, smolten weg als sneeuw voor de zon. Eén ding bleef over; ik lag op mijn knieën en smeekte God om me te gebruiken. ‘Zeg me alstublieft wat ik moet doen. Het maakt niet uit wat, het maakt niet uit waar, of het China is of een klein dorp in de Achterhoek. Wat U ook zegt, ik ben bereid!’…”.
De volgende dag komt het antwoord onder het stofzuigen: MONGOLIA… (sic!).

“… ‘Ik ga naar Mongolië,’ zei ik toen ik bij mijn moeder kwam. Ze zat in de tuin en dronk thee met mijn zus en een paar vriendinnen. Iedereen knikte zwijgend. ‘Dat waait wel weer over’, zag ik hen denken...".
Het waaide niet over: voor ze het weet loopt ze rond op de Mongoolse steppe.


De Bijbel zegt dat als je wilt weten of iets echt van God komt je gewoon moet kijken naar het resultaat. Werkt het? Nou en of. Bij Hanneke zéker: mensen komen tot geloof, zieken worden genezen.
“… Die ochtend maakten we ons buiten klaar om verder te reizen. Plotseling werd ik me van iets bewust. IK LEEF!, dacht ik. IK LEEF! Daar stond ik, naast een oude autobus in een immens eentonig landschap. Ik was moe, mijn kleren hadden een wasbeurt nodig en de gedachte aan alles wat nog voor ons lag, bezorgde me nog steeds een knoop in mijn maag. Maar ik voelde me zo levend! Onwillekeurig vergeleek ik mezelf met een gloeilamp die eindelijk in de fitting werd gedraaid. Ik was niet veranderd, maar ik was op de juiste plek gekomen. Contact! Stroom! Licht! Het meest verbazende vond ik dat dit gevoel me overviel in omstandigheden die ik helemaal niet ideaal vond. WAS DIT WAT MENSEN BEDOELDEN ALS ZE SPRAKEN OVER ‘HET VINDEN VAN JE BESTEMMING’?...”.

Loopt het leven van Hanneke van Dam sindsdien op rolletjes? Zeker niet. Het grootste probleem in Mongolië is alcoholisme. Mannen die ze van de wodka probeert te bevrijden vallen vaak net zo hard weer terug, een kindertehuis gaat in de vlammen op wat het leven kost aan een dierbare vriendin en collega. Het gaat er dan ook niet om dat je leven verandert in een sprookje; het gaat erom dat je contact krijgt met God. Hoe of op wat voor manier maakt niet uit. Het alternatief is eeuwig onvervuld blijven – eeuwig verlangen naar… ja, naar wat eigenlijk… iets ‘anders’, iets ‘meer’, iets ‘mooiers’, iets ‘weet-ik-veels’…

Mongolië is arm en koud. Temperaturen van min dertig tot min veertig s’nachts zijn heel gewoon. De mensen zijn ongekend vriendelijk, lief, en aanhankelijk. Overal wordt Hanneke eten voorgezet: “… Twee teiltjes werden toegeschoven. Het ene was gevuld met kronkelige, gekookte schapendarmen. Vanuit het andere teiltje staarde een gekookte schapenkop me met doffe ogen aan. Omdat ik de darmen koste wat kost wilde vermijden, koos ik voor de kop…”. Eten geven is liefde geven, prent ze zichzelf kokhalzend in. Als ze bij iemand op bezoek gaat gebeurt het regelmatig dat mensen naast haar gaan zitten, haar hand pakken, en deze blijven aaien tot ze weggaat. Soms denkt ze dat ze tegen een kussen zit, en komt er halverwege een gesprek ineens een slaperig gezicht achter haar rug te voorschijn. “… Bij de bank ergerde ik me vaak aan het gebrek aan privacy. Vooral de plattelandsmensen hingen het liefst in een kluit aan het loket om, met hun hoofd vertrouwelijk op mijn schouder leunend, mee te kijken welke transactie werd gemaakt. Mijn geïrriteerde verzoek om even aan de kant te gaan, werd met niet begrijpende blikken beantwoord…”. De andere kant van al deze lichamelijkheid is dat conflicten op dezelfde manier uit de weg worden geruimd: op de vuist, en vaak met ongekend geweld – wat nog eens wordt versterkt door de welig tierende alcoholproblemen. Ook vrouwen vechten elkaar de ger (nomadentent) uit. Om een dode meer of minder maalt niemand.

Dit boek is niet geschreven uit geleur om geld; dit boek is geschreven voor “… iedereen die ernaar verlangt Gods wil te kennen en te doen…”. Dat ontroert mij. Dit boek gaat over ‘dienstbaarheid’. Ik vind dat een verademing in een wereld die narcistischer lijkt dan ooit…
Wat met niets begon groeit uit tot een grote christelijke welzijnsorganisatie. In de volgende filmpjes vertelt Hanneke van Dam hier het een en ander over:

http://www.youtube.com/watch?v=VU_ohsTnF88
http://www.youtube.com/watch?v=ao2qDB8rdbA

Uitgave: Gideon - 2012, 256 blz., ISBN 978 905 999 021 0, € 18,90
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen