Menu

donderdag 25 augustus 2011

Waarom ik een christen ben – Prof. O. Hallesby


Een vriendin van mij vroeg of ik via internet een oud en onverkrijgbaar boekje voor haar op kon scharrelen, want zij was daar niet zo handig in. Ze vertelde verder niet waar het over ging. Dat lukte. Toen ik het thuis gestuurd kreeg bladerde ik het door, en werd er zo door geboeid, dat ik het eerst even zelf las voor ik het aan haar doorgaf.

Eigenlijk is dit boek het tegenovergestelde verhaal van Ann de Craemers’ “Vurige Tong” (zie mijn blog van 09.07.2011). Ann de Craemer vertelt hoe ze van haar geloof afviel, Hallesby (1879-1961), hoogleraar te Oslo, vertelt hoe hij juist een gelovige wérd.
Ik had nog nooit van Hallesby gehoord. Op internet kon ik ook praktisch niets over hem vinden. Het enige waar ik achter kwam was dat hij een leidende rol heeft gespeeld in het kerkelijke (Noorse, dus waarschijnlijk Lutherse) verzet tegen de Nazi’s en daarvoor twee jaar in een concentratiekamp zat.   
En verder: “… In simple, personal terms his book shows the way through from skepticism and doubt to a firm Christian faith…”. Genoeg om mijn nieuwsgierigheid te prikkelen.

Volgens Hallesby is de reden waarom mensen aan het Christendom twijfelen het feit dat ze er wel over ‘denken’ maar het niet ‘beleven’. Anselm Grün heeft het over hetzelfde (zie mijn blog van 13.07.2011): “… mensen hebben er niet genoeg aan in God te geloven, ze willen Hem ervaren…”.
Er staat zoveel onbegrijpelijks en tegenstrijdigs in de Bijbel dat een mens er met zijn ratio alleen niet uitkomt: “… Ik geloof niet, dat redeneren de weg is om iemand van twijfel terug te brengen. De dingen zelf ervaren kan alleen onze ziel van twijfel tot zekerheid brengen…”.
Religie wordt onwerkelijk voor iemand die geen religieus leven lijdt: “… De christelijke waarheden, evenals trouwens alle religieuze en morele waarheden, zijn van dien aard, dat het onmogelijk is ze op dezelfde manier te bewijzen, als waarop men een stelling in de mathematica of fysica kan bewijzen. Mathematische, logische en algemeen historische waarheden zijn van dien aard, dat ieder normaal denkend mens ze moet aannemen. Morele en religieuze waarheden hebben echter niet noodzakelijkerwijs voor ieder denkend mens waarde. Alleen door te leven in de sfeer van moraal en religie kan iemand bewust maken van de waarde der morele en religieuze waarheden…”.  

Wil je God ervaren dan raadt Hallesby aan te beginnen met het lezen van het Nieuwe Testament. Zo heeft hij dat ook gedaan. Zijn gedachtegang vertrekt vanuit Johannes 7:17 waar staat dat “… wie ernaar streeft te doen wat God wil, zal weten of mijn (Jezus spreekt hier) leer van God komt of dat ik namens mezelf spreek…”. Dus ‘doe het’!  Hier belooft Jezus persoonlijke zekerheid te zullen geven op de grondslag van ervaring, op voorwaarde dat iemand de wil van God wil doen. Als je de Bijbel gaat lezen kom je zowat op iedere bladzij iets tegen wat je ongetwijfeld zult moeten erkennen als “Gods wil”. Neem b.v. Mattheus 7:12 “…Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten…”. Nou, ga er maar aan staan, zegt Hallesby. Binnen de kortste keren zul je erachter komen dat je daar van geen kant toe in staat bent. Wij zijn egoïstisch tot op het bot (had de overtuigd atheistische evolutie-bioloog Richard Dawkins het niet over onze ‘zelfzuchtige genen’?!). De enige die dat wél kon was Jezus zelf. Dat maakt van Hem een wonderlijke en bovennatuurlijke persoonlijkheid.
Hallesby’s tweede raad: Maak een begin met gebed. Het is onzin te menen dat je dat niet kunt. Bidden is openhartig en vertrouwelijk met God spreken. Je spreekt toch ook met andere mensen?

Verder raadt Hallesby aan, wanneer je bij een kerk hoort, zo mogelijk deel te nemen aan het Heilig Avondmaal, ook al snap je misschien niet zo goed wat er gebeurt. Jezus zegt: “doe dat tot Mijn gedachtenis”. Er gaat een onzichtbare werking van uit.
Ook is het goed een kring van gelovige vrienden om je heen te hebben. Het christelijke leven moet als een ellips zijn, die zich beweegt om twee vaste punten: de stilte waarin je je in je eentje terug kunt trekken om te bidden en te mediteren, en, in modern psychologisch jargon, de peer-group, waarbinnen je de ‘gemeenschap der heiligen’ kunt beleven: “… Christus wenst zijn volgelingen te verbinden tot een broederschap van de intiemste soort… Het voorrecht van uitwisseling van gedachten en ervaringen betekent een geestelijke verrijking voor beide partijen…”.

Hallesby: “… Hoe meer ik de religieuze geschiedenis van het menselijk geslacht bestudeerde, des te duidelijker werd het mij, dat religie een eigenschap is van het menselijk ziele-leven, erfelijk wonend in de mens op dezelfde manier als poëzie en muziek, en die men niet uit het leven kan verwijderen. Immers is de mens naar Gods beeld geschapen en Zijn Goddelijke afkomst verloochent zich nooit helemaal. Ik merkte op dat er geen ongodsdienstige volken zijn (waarschijnlijk werd dit, gezien het ouderwetse taalgebruik, in de jaren ‘30/’40 van de vorige eeuw geschreven; literatuurwetenschapper, journalist en schrijver Maarten Meester liet onlangs weten dat tegenwoordig zes miljard mensen religieus zijn, ‘wat de resterende half miljard mensen toch wel aan het nadenken zou moeten zetten’…). Ik ontdekte, dat een ongodsdienstig mens een kunstmatig produkt is, alleen gevonden onder hyper-wijsgerige en hyper-beschaafde volken in diverse tijdperken, vooral in tijdperken van decadentie. Ik zag ook, dat dit kunstmatig produkt het resultaat was van onderdrukking van ingeboren religieuze neigingen. In de regel is de onderdrukking bereikt ten koste van grote inspanning, doordat de personen zelf hun godsdienstige gevoelens en verlangens in de kiem smoorden door een zogenaamd intellectuele of wetenschappelijke levenshouding. Ik merkte verder op, dat zelfs in niet-religieuze, ongodsdienstige personen de erfelijke religieuze verlangens zo sterk zijn, dat zij een uitweg zoeken in sofisme. De religieuze verlangens van mensen schijnen vaak door de mazen van hun intellectueel ongeloof heen…”.   

Een van de kenmerken van het menselijk leven is o.a. dat het zijn eigen betekenis moet ontdekken: “… In alle andere levende wezens ontplooit het ingeboren leven zich vanzelf, automatisch, door middel van het instinct. Maar in de mens vindt deze ontplooiing bewust plaats, opzettelijk. Hij moet zelf zijn omgeving uitzoeken, waarin zijn eigen leven zich kan ontwikkelen. Hiermee hebben de mensen zich de eeuwen door bezig gehouden, zolang wij enige historische gegevens bezitten van het menselijke leven. De beste mannen en vrouwen van iedere generatie waren zij, die hun tijd en kracht besteedden om de betekenis van het leven te leren verstaan…”. Hij zegt zelf dat het wel raar klinkt, maar dat hij christen werd om echt ‘mens te zijn’ (weer die link met Anselm Grun die stelt dat echte Godservaring tegelijk de weg naar authentieke menswording is; zie mijn blog van 13.07.2011).  Als orthodox godsdienstleraar oordeelt Hallesby opvallend mild richting andere levensbeschouwingen. In iedere geloofsrichting kunnen goede dingen worden gevonden.

Hallesby komt tot de conclusie dat Jezus op een manier geleefd heeft, zoals hij zelf zou moeten leven, en hij kan niet anders dan de keus maken Hem te volgen: “… dit leidde tot een ander groot wonder dat ik ervaren mocht; wat de Bijbel ‘wedergeboorte’ noemt. Een hele nieuwe wereld ging voor mij open. Alsof ik met een zesde zintuig was toegerust voelde ik de wereld der onzichtbare dingen mij omgeven. Ik weet nu, dat deze onzichtbare wereld mij te voren ook omgeven had. Maar ik miste het vermogen, om haar te zien. Nu gingen echter de ogen van mijn ziel open. Ik zag het onzichtbare. De oren van mijn ziel gingen open. Ik hoorde de muziek van de hemel. Bovenaardse melodieën in machtige golven van vreugde, vervulden mij… En nu ondervond ik, dat dit nieuwe leven het leven is, waarvoor ik eigenlijk geschapen werd. Vissen zijn geschapen om in het water te leven. Zij voelen zich alleen vrij in water. Vogels zijn geschapen voor de lucht. Zij zijn alleen vrij in de lucht. Ik ben geschapen om voor God te leven. En ik ben alleen vrij, wanneer ik in afhankelijkheid van Hem leef… Het wonder bestaat hierin, dat de Geest de onzichtbare, eeuwige wereld voor je in een nieuw licht zet. Het is het werk van de Geest, om contact te scheppen tussen de eeuwige en de tijdelijke wereld, tussen zichtbare en onzichtbare werkelijkheden…”.

Hallesby spreekt uitgebreid over deze ‘wedergeboorte’ als ‘het verborgen element in het Christendom’ (zie het verhaal over Nicodemus in het N.T.): “… In al wat leeft is iets, waarin ons verstand niet door kan dringen. Wij noemen dat gewoonlijk het mysterieuze, het verborgen element in het leven, hoewel we niet in staat zijn, het nauwkeurig te omschrijven. Hoe hoger de levensvorm, hoe groter dit mysterieuze element wordt; hoe groter de levenssfeer, waarin onze geest niet vermag door te dringen. Daar het Christendom de hoogste vorm van leven is, zal het ons niet verbazen, dat we in contact komen met het grootste van alle mysteries…”.
De ‘wedergeboorte’ is tevens  het meest irritante, het aanstootgevende, het ergernis oproepende, het kruis van het Christendom. Omdat het niet begrepen kan worden door mensen die het zelf niet hebben meegemaakt. Het is iets wat God geeft, mits je je serieus naar Hem toewendt, ‘bekeert’. Jij hoeft daar niets voor te doen. Jij hoeft niet naar God toe te klimmen; God komt naar jou toe. Het heeft te maken met Jacobus 4:8 “… Nader tot God, dan zal Hij tot u naderen…”. Als jij een stap naar God doet, doet God twee stappen naar jou. Miljoenen christenen hebben dat ervaren. Hierin verschilt het Christendom met alle andere godsdiensten en levensbeschouwingen. Vandaar dat de vermaarde theoloog dr. W. Aalders christenen dan ook omschrijft als ‘burgers van twee werelden’. 

Ik vond dit boek een ongelooflijk mooi en authentiek verslag. Natuurlijk moet je er wel bij bedenken in welke tijd het werd geschreven. Ik denk dat Hallesby omringd is geweest door mensen die naar de kerk gingen omdat iedereen dat deed – nu ben je bijna een excentriekeling als je dat doet -, en die zich allemaal aan christelijke waarden en normen hielden omdat dat zo hoorde. Kortom: het tentoongespreide geloof was lang niet altijd even écht. Hij schreef het vóór de seksuele revolutie, en de digitale revolutie, vóór bekend werd hoeveel ravage leiders als Hitler, Stalin en Mao hebben aangericht, vóór de secularisatie, vóór de leegloop van de kerken, en vóór de terroristische aanslagen. Ons wereldbeeld heeft ondertussen een draai van 180 graden gemaakt. Maar: eeuwige waarheden blijven altijd hetzelfde…

Uitgave: J.N. Voorhoeve – Den Haag

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen