Menu

maandag 3 oktober 2011

In ongenade – J.M. Coetzee


“Disgrace”. “In ongenade”. Een briljante, maar zeer verontrustende Zuid-Afrikaanse roman die aanvangt met de mededeling van de twee maal gescheiden, 52-jarige docent communicatiewetenschappen David Lurie (“… Hij verbaast zich allang niet meer over de omvang van de onwetendheid van zijn studenten. Postchristelijk, posthistorisch, postonderlegd als ze zijn, zou je denken dat ze gisteren uit het ei waren gekropen…”), dat hij het probleem van seks naar zijn idee heel aardig heeft opgelost.
Nou, als een boek zo begint, weet je zeker dat dat niét het geval is…


Net een hele discussie achter de rug of erotiek in boeken wel kan voor christenen. Alsof christenen niet aan seks doen. Ik haal hoogleraar klinische psychologie Paul Verhaeghe met zijn studie “Liefde in tijden van eenzaamheid” er maar weer eens bij. Ik vind dat één van de indrukwekkendste publicaties over hedendaagse seksuele verhoudingen. Eigenlijk zou iedereen die zich met literatuur (of mensen) bezig houdt het eens moeten lezen.
Wat ik zeer waardeer: Verhaeghe neemt het op tegen de neodarwinistische reductiemodellen die, met hun eigen versie van de predestinatieleer, stellen dat wij niets anders dan wandelende genenverzamelingen zijn, en dus geen vrije keus hebben (zie prof. Swaab: “Wij zijn ons brein”). Het laatste heeft volgens mij als uiterste konsekwentie dat we maar raak kunnen leven. En daar geloof ik niet in. Wij zijn óók en o.a. een wandelende genenverzameling, meen ik, maar goed: dat is weer een heel andere discussie.
Paul Verhaeghe stelt aan de hand van een bezoek aan het British Museum dat alle menselijke cultuurproducties door de eeuwen heen, altijd op de een of andere manier te maken hebben met drie thema’s: ‘seks’, ‘macht’, en ‘dood’. Eros & Thanatos / seksualiteit & dood, zijn via ‘macht’ met elkaar verbonden, en vormen een geheel:
“… Van meet af aan heeft de mens deze drie-eenheid voortdurend verbeeld, uitgebeeld en gesymboliseerd. Een van de eerste symbolen is het grafmonument, en de huidige erotische graffiti verschillen niet eens zoveel van die uit het stenen tijdperk. Het is deze uitbeelding, en de noodzaak daartoe, die ons verwant maakt met onze voorouders uit langvervlogen tijden…”.
De Belgische schrijfster Ann De Craemer vertelt in ‘Vurige tong’ (zie mijn blog van 09.06.’11) een grappige anekdote over haar oom Frans, die in familiekring oppert dat alle miserie in de wereld altijd te maken heeft met de drie G’s: Geld, Gat en God. Dat ís: macht, seks en dood. Als je het hebt over “waarheid als een koe…”!
Mijn conclusie: literatuur zonder seks kan helemaal niet. Dan is het namelijk geen literatuur meer. Je kunt niet zomaar één van de grootste en ongrijpbaarste krachten in het leven uit de kunst amputeren. Dat komt neer op verminking. Ik vraag mij af of dit de reden is waarom christenen eigenlijk niet kunnen schrijven. En zou het misschien ook niet zo kunnen zijn dat de seculiere mens vaak zo onvervuld en leeg en ongelukkig door het leven struint omdat hij ‘de dood’ en daarmee ‘God’ uit het oog heeft verloren? Dat is óók verminking. Misschien goed om daar eens diep over na te denken.
Dan nog even dit. Ik weet dat veel moraalridders moord en brand schreeuwen over de verseksualisering van onze maatschappij. En zeker: dat loopt hier en daar de spuigaten uit. Maar was het vroeger zoveel beter? Door mijn werk praat ik vaak met oude mensen. De verhalen die ik hoor van vrouwen die zijn geboren voor de wilde jaren 6o, toen seksualiteit taboe was, zijn af en toe ten hemel schreiend. De seksuele aanranding en uitbuiting van onze moeders, onze oma’s, die meestal van niéts wisten, kon maar doorgaan, omdat iedereen de andere kant opkeek en deed of seks niet bestond. Alle beschadigde vrouwen zeggen hetzelfde: daar praatte je niet over, ik schaamde mij zo, ik wist niet wat me overkwam, ik wist niet waar ik er mee heen moest. Onverwerkte seksuele trauma’s gaan nooit over. Komen steeds weer naar boven. Juist en vooral als je oud bent geworden. Ik ben blij met de openheid die er vandaag de dag heerst. Iedereen weet dat incest en misbruik en verkrachting hartstikke fout zijn. Dat is de positieve kant van onze open samenleving.
Betekent dat dat ik applaudiseer voor alle seks die schrijvers de wereld in gooien? Natuurlijk niet. Ik vind de seksuele incontinentie waarvan auteurs als b.v. Ronald Giphart blijk geven ronduit stuitend. Ik wil helemaal niet weten hoe anderen rondhoereren. In zijn boeken gaat het alleen maar over seks om de seks; wat in mijn ogen niet anders is dan platte porno – zij het op een ongelooflijk goede manier geschreven. Erotiek heeft alleen iets met schoonheid als het functioneert binnen een verhaal. Anders blijft het rondhangen in leegte, in het ultieme niets, om uiteindelijk te verdwijnen in een gapende afgrond, zoals Joost Zwagerman ooit toegaf na een bezoek aan een ‘dark room’. Wie wordt daar vrolijk van? Hij niet, en ik ook niet. Geef mij maar taal van de Bijbel: “… Drie dingen zijn te wonderlijk voor mij, vier dingen kan ik niet bevatten: de vlucht van een arend hoog aan de hemel, het glijden van een slang over de rots, de vaart van een schip op volle zee, de weg van een man naar een meisje…” (Spreuken 30:18). Dat is schoonheid. Daarin blijft het ‘onnoembare’, het ‘geheim’ bewaard.
Zo; dat wilde ik even gezegd hebben…

Terug naar ‘Disgrace’. Bij uitstek een verhaal dat je kunt analyseren aan de hand van bovengenoemde thema’s.
Als de zelfvoldane David Lurie bij zijn jarenlange prostituee uit de gratie raakt, knoopt hij een impulsieve relatie aan met een mooie minderjarige studente. Dat gaat niet goed. Er komt een jonge vent opdagen met een dun sikje, een oorring, een zwart leren jack en een zwarte leren broek. “… Een branie, denkt hij. Ze heeft wat met een branie en nu heb ik ook wat met een branie! Zijn maag keert om…”. Prachtig is de link naar een gedicht van Byron, waarin het gaat over een ‘zwarte engel’, Lucifer, een monster met een ‘waanzinnig hart’. De jongen bedreigt David Lurie, zijn auto wordt vernield en de universiteit klaagt hem aan wegens seksuele intimidatie. Geen genade. David bekent schuld, maar blijft hoogmoedig weigeren publiekelijk spijt te tonen (hij zegt - lekker sarcastisch - dat hij zijn misstap eerder een ‘verrijkende ervaring’ vindt). Ontslag volgt.“… Je kunt geen beschuldigingen van verdorvenheid erkennen en verwachten dat er een golf van sympathie voor terugkomt. Na een bepaalde leeftijd niet meer…”. Dat weet hij wel, maar toch vindt hij dat zijn verdediging berust op ‘de rechten van begeerte’.
David trekt zich terug op het platteland waar zijn lesbische dochter Lucy
“… Aantrekkelijk, denkt hij, maar verloren voor mannen…”, een boerderijtje op poten tracht te houden. En daar gaat het pas echt goed mis. Tijdens een brute overval wordt David opgesloten in de wc, zijn dochter verkracht door drie daders (waardoor ze later zwanger blijkt te zijn), haar honden doodgeschoten, en van alles uit huis geroofd: de overeenkomst met Jessica Durlacher’s ‘De Held’ (zie mijn blog van 24.09.’11), die mij op het spoor van dit boek zette, is inderdaad treffend.
Ook in dit boek: heftige observaties over het kwaad.

Hoe ga je vervolgens met zulke fatale drama’s om? Hoe verwerken tot in hun merg geschokte mensen dit soort situaties?
E.e.a. heeft te maken met veranderende rassenverhoudingen. Als Nederlander vond ik dit deel van het verhaal soms moeilijk invoelbaar. Lucy wil maar één ding: op haar boerderij blijven wonen. Daar heeft ze alles voor over. David wil wraak; Lucy wil rust. Doet niet eens aangifte. Ze denkt dat de verkrachting een vooropgezet plan is van haar zwarte knecht, die heer en meester wil worden over haar bedoening, en haar even zijn macht heeft laten voelen. Ze gaat door de knieën voor hem. Zegt zelfs dat ze voor de wet met hem wil trouwen, als hij haar daarvoor in ruil bescherming biedt. Alleen op die manier valt er volgens haar voor een blanke vrouw te leven op het levensgevaarlijke Zuid-Afrikaanse platteland.
De passieve reactie van zijn dochter vindt David onbegrijpelijk (en ik eerlijk gezegd ook - daarin kan ik Jessica Durlacher goed volgen). Alsof Lucy denkt persoonlijk de geschiedenis goed te kunnen maken. Ze wil geen abortus: “… Ik ben een vrouw. Denk je dat ik een hekel aan kinderen heb? Moet ik vanwege de identiteit van de vader tegen het kind kiezen? … Ik heb me vast voorgenomen een goede moeder te zijn, David. Een goede moeder en een goed mens. Jij zou ook moeten proberen een goed mens te zijn…”. Kun je van het kind van je verkrachter houden? Ze neemt het in bijna ondenkbare vergevingsgezindheid op voor één van haar verkrachters; een jongen die niet goed wijs is.
David Lurie kan kletsen wat hij wil, het resultaat is 0,0, zijn dochter denkt totaal anders dan hij, en uiteindelijk zal hij haar los moeten laten en leren accepteren dat het gaat zoals het gaat. De vernedering ten top.
‘Disgrace’ werd in 2008 verfilmd door Steve Jacobs.

In 2003 ontving Coetzee(1940) de Nobelprijs voor literatuur. Uit de pers:
“… Passiviteit is niet alleen een grauwsluier waarin de persoonlijkheid vervaagt, het is ook de laatste toevlucht voor mensen die geen gehoor willen geven aan bevelen die ingaan tegen hun overtuiging. Juist door de focus op zwakte en nederlaag laat Coetzee de goddelijke vonk in de mens zien…”. Ik weet het niet. Ik vind het nogal schrijnend allemaal. Wie dit boek leest zou nog een roman zeker niet moeten laten liggen: “De overgave” van Arthur Japin. Nooit heb ik een werk gelezen dat dichter bij het machtige wapen van ‘vergeving’ komt. Het belicht 'het kwaad' van nog weer een heel andere kant dan Durlacher en Coetzee. Bovendien is het een van de mooiste boeken die ik ooit heb gelezen.

Uitgave: Ambo - 1999

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen