Menu

donderdag 13 maart 2014

De vrouw die de honden eten gaf – Kristien Hemmerechts


In mijn vorige blog ging het o.a. over ‘grenzen’. Kan kunst te ver gaan? John Updike kreeg vanwege zijn roman “De terrorist” het verwijt naar zijn hoofd dat hij begrip zou kweken voor zelfmoordterroristen. Ook Jonathan Littell kreeg in 2008 bakken kritiek over zich heen omdat hij zijn ongeëvenaarde roman “De Welwillenden” vorm gaf vanuit het ik-perspectief van een SS-officier: Maximilien Auge. Kristien Hemmerechts (1955) overkwam recent hetzelfde omdat ook zij vanuit het gemoed van een dader schreef. Ze maakte het zelfs nog een graadje erger. Waren de hoofdpersonages van Updike en Littell verzonnen figuren, Hemmerechts schreef een fictief verhaal over een bestaand persoon: Michelle Martin, de ex-vrouw en handlangster van kindermoordenaar Marc Dutroux, die tijdens de gevangenschap van haar man wel zijn honden te eten gaf, maar niet de meisjes die hij in zijn kelder gevangen hield. Ze stierven een verschrikkelijke hongerdood.
Lezend België stond op zijn kop.


Heftig

In een interview vertelt Hemmerechts dat ze niet wist wat haar overkwam toen ze nietsvermoedend van een kerstvakantie in Nieuw-Zeeland terug kwam, en werd geconfronteerd met de hevige aversie die haar inmiddels verschenen roman had opgeroepen. Dat lijkt me nogal sterk. Ik ben niet eens een Belg, en ik heb al dagen zitten dubben of ik het heftige “De vrouw die de honden eten gaf” überhaupt wel moest recenseren. Maar ik had het gelezen. Het voelt inmiddels bijna alsof ik ‘voor niets’ lees, als ik er niet over schrijf. Het is mijn manier om literatuur te verwerken. En daarnaast: hoe je er ethisch ook over denkt, “De vrouw die de honden eten gaf” is een ontzagwekkend goed geschreven verhaal. Uiteindelijk besloot ik twee recensies tegelijk te schrijven, zodat degenen die niet geconfronteerd wensen te worden met de zaak Dutroux, door kunnen klikken naar een volgende blog over een ‘gewoon’ boek (daar wordt het wel eens tijd voor – geloof ik). Hierbij…

De meest gehate vrouw van België
Goed. Kristien Hemmerechts vertelde dat ze tijdens een gastschrijversproject in Amsterdam een schrijfopdracht kreeg voor een verhaal van 12000 woorden. Het was zomer 2012 en het nieuws stond bol van verontwaardiging over de vervroegde vrijlating van ‘de meest gehate vrouw van België’, Michelle Martin. Ze zou ondergebracht worden in een klooster. Dat bracht Hemmerechts op het idee in het hoofd van Martin te kruipen. Ze las en bestudeerde alles wat ze over haar kon vinden.
Ik moet zeggen, toen ik met het boek in handen stond en bedacht wat ik zou gaan schrijven als ík de opdracht kreeg mij in het brein van de vrouw van Dutroux te verplaatsen, mijn gedachten stokten. Ik kon mij er gewoon niets bij voorstellen. Ik snap dan ook heel goed dat de vader van een van de overleden meisjes, Paul Marchal, tijdens een confrontatie met Kristien Hemmerechts fel tekeer ging tegen haar roman. Ze zou Martin vermenselijken. En Martin was geen mens. Maar een psychopate zonder empathie. Punt. Hemmerechts dacht daar anders over. En juist dat trok mijn aandacht. Wat denkt Kristien Hemmerechts over wat Michelle Martin denkt? En voelt? Want natuurlijk is het niet echt. Niemand weet wat er zich precies in het binnenste van Martin afspeelt. Niemand komt dat vooralsnog ook te weten: ze mag geen interviews geven. Het doet me denken aan het spel met de waarheid van de bekende kunstenaar Rene Margritte, die onder een afbeelding van een pijp ‘Ceci n’est une pipe’ (dit is geen pijp) schreef.

Moederhormonen
Het boek is een bijna sobere monoloog van korte, krachtige zinnen waarin Martin in het personage van Odette haar gedachten uit. Haar ex noemt ze kortweg M. Ze zit in de gevangenis. Een psychotherapeut, Anouk: “… Volgens Anouk hebben alle vrouwen in de gevangenis een laag zelfbeeld. ‘Daar begint het’, zegt ze. ‘Bij het zelfbeeld.’ …”, en een non, zuster Virginie, doen hun best haar voor te bereiden op haar vrijlating, maar echt tot haar doordringen kunnen ze niet. Odette is voornamelijk gefocust op zichzelf. En op haar kinderen. Want het gekke is; toen ze werd opgepakt had ze twee zoontjes, een jongetje van elf en een peuter van twee, en was ze net bevallen van een meisje – die ze alle liefde van de wereld gaf: “… Jérôme was een lichte slaper. Van het minste geluid schrok hij wakker. Gilles gilde soms in zijn slaap. Zonder wakker te worden. Als ik dat hoorde, sprong ik uit mijn bed en haastte me naar hun kamer… ik verzekerde de jongens dat ze me altijd mochten roepen als er iets was. En ook mochten ze het licht aanknippen…”.
Het is bijna onvoorstelbaar dat een vrouw, die na het baren van een dochtertje nog vol moederhormonen zit, andere meisjes gewoon laat creperen. Ze was notabene onderwijzeres; ze was gewend om kinderen om zich heen te hebben.
De omstandigheden waar ze in was beland waren evenwel schokkend. M weigerde naar haar om te kijken, had haar vervroegd uit het ziekenhuis gehaald en in een krot van een woning gedumpt zonder douche of warm water, zonder geld om voor de baby pampers te kunnen kopen, of voor haarzelf maandverband, waardoor ze alleen daardoor al de deur niet uit kon. Bij toeval zag ze in een tijdschrift een advertentie van een hulpverleningsinstantie, die ze belde, en waardoor mensen haar kwamen helpen, maar uit niets blijkt dat er lange termijnhulp werd ingeschakeld om het gezin uit de ellende te halen.

Allerlei zelven
Odette is een overlever die het lukt haar moeder geld af te troggelen. Als M in de gevangenis belandt geeft hij Odette de opdracht hun honden, die hij heeft achtergelaten in de bouwval waar de meisjes gevangen zitten, plus de kinderen zelf, eten te geven (ze woonden gescheiden, dat was goedkoper voor de belasting, en zo kon M bij hem thuis doen wat hij wilde, zonder dat Odette het hoefde te weten). Haar hele leven volgde Odette de bevelen van M op. Behalve deze. Ze zegt dat ze niet kon geloven dat er kinderen in de kelder zaten, ze zegt dat de meisjes het aan zichzelf te wijten moeten hebben gehad dat M ze opsloot, ze zegt dat ze te moe was om zich ook nog eens verantwoordelijk te voelen voor de slachtoffers van M - ze sliep ‘s nachts nooit langer dan twee uur achter elkaar, ze zegt dat ze bang was dat de honden haar aan zouden vallen, ze zegt dat er een zware kast voor de ingang van de kelder stond die ze niet weg kon krijgen. Ze klaagt dat M een volstrekt afhankelijke pillenjunk van haar maakte en dat zij wordt verafschuwd voor zaken die ze heeft nagelaten, terwijl niemand het heeft over vrouwen die daadwerkelijk tot moorden overgaan. Ze is ziekelijk geobsedeerd door Geneviève Lhermitte, die haar vijf kinderen ombracht met een mes. Ze ontkent en verdringt, en stort zich op haar geloof (M zou een keer al haar Bijbels hebben verbrand). Volgens Anouk gebruikt ze God om haar problemen op te lossen.
Odette is een vrouw met verschillende kanten. Wij zijn geen personen uit één stuk; wij hebben allerlei zelven – die naast elkaar bestaan, aldus Hemmerechts.

Liefde interesseerde hem niet

De psychopatische trekken van M zijn veel duidelijker. Odette: “… Liefde interesseerde hem niet. Seks wel, maar liefde niet. Omdat hij het niet kende. Hij wist niet was het was. Hij kon het niet herkennen, hij kon het niet geven, hij kon het niet ontvangen. Het ergste was dat hij dat besefte. Soms. Er waren momenten waarop hij het besefte. Dan wist hij heel goed waarom hij was wie hij was en hoe hij was…”. Hij behandelde haar als zijn seksslavin (het boek is af en toe, maar niet overdadig, doortrokken van getormenteerde seks - het draait niet voor niets om een ophefmakend zedenmisdrijf, al gaat het gelukkig nergens over de meisjes) en richtte haar af als een dier: “… ‘Odette kan erg goed schoonmaken.’ M over mij tegen zijn vriendjes. Op dat toontje van hem. Alleen een getraind oor hoorde het gevaar. Wie hem niet goed kende, rook geen onraad. Die noemde hem vriendelijk. Charmant. In het gebergte beginnen honden te janken lang voor een mensenoor het eerste gerommel van een lawine hoort. Ik was zo’n hond. M had van mij een hond gemaakt. Geen sint-bernhard en ook geen Duitse scheper zoals mijn trouwe Brutus en Nero, maar een jack russell, zoals Fifi: klein maar dapper. En vooral: onvermoeibaar. Gewerkt dat ik heb voor die man! Mij afgebeuld. En nooit was het genoeg. ‘Laat eens zien, Odette, hoe goed jij kunt schoonmaken.’ Hij schopte de vuilnisbak om. ‘Sorry. Ongelukje.’ Of hij goot melk op de grond, stapte in de plas en legde in het hele huis een melkspoor. ‘Dank u, M.’ En dan mocht ik niet vergeten mijn mond in een glimlach te trekken…”. Ze trouwde met hem omdat ze bang was dat hij haar anders uit de weg zou ruimen – zegt ze. Hij gaf haar de trouwring van zijn eerste partner, omdat hij te gierig was om een nieuwe ring te kopen: “… Ik heb die trouwring bijna tien jaar gedragen. Met haar naam en trouwdatum erin gegraveerd…”.
Hij wilde geen cent aan de kinderen uitgeven: “… Anouk zegt: ‘Ik zou de vrouwen geen onderdak willen geven die een geheim spaarpotje moeten aanleggen om hun kinderen te eten te kunnen geven. Of die bij hun ouders moeten gaan bedelen.’ ‘Hoe komt dat?’ vroeg ik haar. Ze haalde haar schouders op. ‘Veel mannen willen kinderen, maar ze hebben er niets voor over. Ze willen hen zoals ze een auto willen, en een huis, of een horloge. Meer als bezittingen. Of als statussymbool.’ ‘Waarom vertellen ze ons dat niet op school?’ ‘Omdat anders niemand aan kinderen zou beginnen. Er zijn andere mannen, maar ik heb ze nooit ontmoet. Mannen willen op hun gemak zijn. Vrouwen moeten ervoor zorgen dat ze op hun gemak zijn. Je aanvaardt het of je aanvaardt het niet.’…”.
M mishandelde en vernederde Odette continu en zij pikte álles: “… Hij slokte me op, en spuwde me uit om me opnieuw te kunnen opslokken…”.

Maman
De moeder van Odette was een abnormaal claimend type. Haar vader kwam om bij een verkeersongeluk toen hij haar naar school bracht. Haar moeder wreef haar in dat dat haar schuld was. Toen haar man er niet meer was, nam ze ter vervanging Odette zelfs bij haar in bed. De relatie was zo verstikkend dat Odette geen enkel besef van een eigen identiteit lijkt te hebben ontwikkeld. Ze rolde als een nog net niet dooie vlieg uit het spinnenweb van haar moeder zo in het spinnenweb van M. Beiden bepaalden wat ze moest doen en laten.
Met het vorige boek nog in mijn hoofd, deed Odette’s moeder me denken aan de Franse kunstenares Louise Bourgeois, die een reusachtige sculptuur van een spin tentoonstelde in de Tate Modern Hall in Londen (2000), ‘Maman’ genaamd: “… Sinds de oudheid en de mythe van de jonge Arachne die, omdat ze pronkte met haar weefkunst, door een jaloerse godin werd gestraft, leeft de spin, tegelijk zorgzaam en dodelijk, buitenaards en huiselijk, in het culturele bewustzijn als een dubbelzinnig symbool van de risico’s die creativiteit met zich meebrengt… Wie onder haar negen meter hoge sculptuur staat met zijn stalen poten die de horizon in segmenten verdelen, voelt hoe Bourgeois’ innigste liefde en diepste angsten in dit beeld gestalte hebben gekregen…”. ("Honderd meesterwerken die onze tijd markeren" – Kelly Grovier).
De ouders van M waren nog honderd keer erger.

Reconstrueren
“De vrouw die de honden eten gaf” is een enorm confronterend boek. Het dwingt je na te denken over de verschillende kanten van jezelf. Over wat je zelf wegstopt. Over waar je zelf met een grote boog omheen loopt.
Zondag 2 maart vertelde breinprofessor Margriet Sitskoorn naar aanleiding van het boek "153 x cafeine voor je geest" in een, in dit verband buitengewoon interessante uitzending van Jinek (ze komt na 21.50 min. aan het woord), over de gebieden in je hersenen die bepalen of je anderen als ‘mensen’ dan wel ‘objecten’ ziet. Dat heeft alles te maken met twee feiten waar je onbewust op oordeelt: warmte en competitie. Vinden wij iemand warm, en voelen wij weinig rivaliteit, dan zullen wij gauw medelijden en empathie voelen. Vinden we iemand niet warm en ook niet competent; dan willen we niets met hem te maken hebben. Als we iemand dehumaniseren, hem niet aankijken, doen of hij niet bestaat, halen we zijn morele bescherming weg en is er voor hem of haar geen noodzaak meer om zich menselijk te gedragen. Ik vraag me af of er zoiets met Odette is gebeurd. Wat ze deed, of juist niet deed, is onvergeeflijk, maar door je middels dit boek in haar te verdiepen, wordt wat zich heeft afgespeeld wel begrijpelijker.
Kristien Hemmerechts over haar werk: “… ‘De vrouw die de honden eten gaf’ is geen verdediging of rechtvaardiging, wel een poging om de gruwelijke gebeurtenissen te reconstrueren vanuit haar (dat van Michelle Martin's) standpunt…”.
België is overduidelijk nog niet klaar voor dit boek. De zaak Dutroux is een nationaal trauma. De reacties zijn vergelijkbaar met de ophef in Duitsland naar aanleiding van de film “Der Untergang”, waarin Hitler veels te menselijk zou zijn neergezet – hij was aardig voor zijn honden en zijn secretaresse. De rest van de wereld (ikzelf incluis) vond het best een mooie film.
In mei komt de Franse vertaling van “De vrouw die de honden eten gaf”: ik verwacht opnieuw een hetze.

Uitgave: De Geus – 2014, 248 blz., ISBN 978 904 453 158 9, €19,95
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen