Menu

donderdag 14 juni 2018

Het gewelddadige brein – Adrian Raine


Subtitel: De biologische wortels van crimineel gedrag

“… Ben je een vrouw, dan weten we dat je je sterker tot boeken over misdaad voelt aangetrokken dan mannen – misschien wel omdat je banger bent slachtoffer van een misdrijf te worden…”, aldus Adrian Raine, hoogleraar neurocriminologie aan de universiteit in Pennsylvania in “Het gewelddadige brein”. Ik was alleen al benieuwd wat hij te zeggen had over de biologische en sociale achtergronden van agressief en crimineel gedrag omdat er zóveel thrillers rond dit onderwerp draaien (zie mijn vorige blog: “In koelen bloede” van Truman Capote), dat het CPNB er speciaal de Spannende Boeken Weken voor heeft uitgevonden, die lopen van woensdag 6 juni t/m zondag 24 juni. Het spannende boek van dit jaar is “Barst”, geschreven door Boris Dittrich, voormalig advocaat, rechter en politicus. Naar verluidt graaft de auteur vooral graag naar de psychologische drijfveren achter misdaden. Uiteraard worden ook dit jaar de prijzen voor het beste oorspronkelijke Nederlandse spannende boek en debuut uitgereikt: de Gouden Strop en de Schaduwprijs.

Oerkracht

In de jaren zeventig en tachtig, toen zowel Raine als ikzelf op school zaten, was het idee dat een criminele inslag wel eens mede veroorzaakt kon worden door biologische omstandigheden zwaar taboe. Zie de affaire rond criminoloog Wouter Buikhuisen. Of de verkettering van neurobioloog Dick Swaab omdat hij homoseksualiteit in de hersenen situeerde. De heren deden teveel denken aan Cesare Lombroso en Josef Mengele, die altijd in verband worden gebracht met stigmatisering en schedelmeting. Door de moderne genetica, en de mogelijkheid van het maken van hersenscans, is de anatomie van geweld echter weer helemaal terug van weggeweest. Zijn wij niet veel meer dan een zelfzuchtige genenmachine – à la Richard Dawkins? Heeft al ons streven uiteindelijk maar één doel: succesvolle voortplanting? Gaan wij daarom, soms letterlijk, over lijken? Gedragen de meeste mensen zich enkel altruïstisch omdat dit op den duur nu eenmaal het beste resultaat oplevert? Raine begint met aantonen hoe agressie en geweld deels zijn gebaseerd op oeroude evolutionaire krachten. Zomaar wat conclusies: mannen zijn bereid te vechten voor vrouwen, want vrouwen vinden sterke mannen aantrekkelijk. Vrouwen zijn eerder verbaal agressief: roddelen, zwartmaken, buitensluiten, beschuldigen. Zij zorgen lang voor hun kinderen dus is het belangrijk dat ze overeind blijven. Het liefst heelhuids. Achtennegentig procent van alle moordgevallen gaat om slachtoffers die niet verwant zijn met de daders: “… Stiefouders vormen in dit verband een bijzonder kwaadaardig onderwerp, een feit dat in talloze mythen en sprookjes is vastgelegd…” (Hans en Grietje, Doornroosje, Assepoester). Uit onderzoek kwam naar voren dat in Miami tien procent van de moorden betrekking had op het doden van een echtgenoot – en echtgenoten zijn meestal niet genetisch verwant. Ouders zullen veel eerder hun baby vermoorden dan hun tiener: in de eerste is nog niet zoveel energie gestoken. Verkrachters willen hun genen doorgeven, dat blijkt uit het feit dat ze bijna altijd vruchtbare vrouwen uitkiezen. En die vruchtbare vrouwen zijn ook vaak veel heviger getraumatiseerd dan jonge of oude slachtoffers; de alarmbel staat bij hen op z’n allerhardst.

Tot in het derde en vierde geslacht…
Bestaat er zoiets als een ‘moordenaarsgen’? Raine heeft veel onderzoek gedaan naar pleegkinderen en eeneiige tweelingen. Hoe liefdevol het opvanggezin ook is, sommige pleegkinderen zullen toch gevaarlijke criminelen worden. Identieke tweelingen die bij de geboorte worden gescheiden en een totaal verschillende opvoeding krijgen, vertonen een frappante overeenkomst in hun antisociale persoonlijkheidsstructuur: “… We weten ook dat genetische invloeden het sterkst zijn bij criminele loopbanen die vroeg beginnen, in allerlei situaties voorkomen, zich blijvend en ernstig laten gelden en harteloze symptomen, zoals gebrek aan berouw, met zich meebrengen…”. Raine vertelt over een Mexicaanse, vrouwelijke tweeling die na negen maanden van elkaar werd gescheiden en waarvan de een in de stad en de ander in de woestijn opgroeide: “… Toch verlieten ze geheel onafhankelijk van elkaar na het bereiken van de puberleeftijd, als door toverkracht daartoe aangezet, het ouderlijk huis en kwamen op straat terecht waar ze het ene misdrijf na het andere begingen. Los van elkaar kregen ze diverse malen gevangenisstraf voor hun misdaden…”. Terwijl recidive bij vrouwelijke misdadigers weinig voorkomt. Aanleg voor misdadig en antisociaal gedrag is voor de helft erfelijk bepaald. De invloed van de buitenwereld is ook nog eens veel heftiger dan die binnen het gezin: “… Al op negenjarige leeftijd worden kinderen eerder door hun leeftijdgenoten dan door hun ouders beïnvloed en zelfs bepaalde richtingen in geduwd en getrokken…”. Daar ga je dan als ouder met al je goede bedoelingen… Raine vertelt over de (in eerste instantie door de media zwaar bekritiseerde) onderzoeken die op stapel werden gezet. Een arts kwam tot de conclusie dat in een hele familie het MOAO-gen bij mannen niet meer functioneerde, nadat een verontruste vrouw aan de bel had getrokken omdat al haar mannelijke familieleden, inclusief haar zoontje, gedragsproblemen hadden. MAOA is een enzym dat inwerkt op neurotransmitters als dopamine, norepinefrine en serotonine. Functioneren deze neurotransmitters niet zoals het hoort dan zorgt dat voor allerlei wanorde als een laag IQ, impulsief gedrag, agressie, ADHD, alcoholisme en drugsverslaving. Nog later werd ontdekt dat een laag gehalte aan MAOA vooral antisociaal en gewelddadig gedrag in de hand werkten bij degenen die als kind ernstig mishandeld waren. Hoe moeilijk het is om de juiste conclusies te trekken uit onderzoek blijkt wel uit het feit dat de Maori in Nieuw-Zeeland en de Chinezen ook een laag MAOA-genotype hebben. De Maori staan van ouds bekend als een geducht ‘krijgers-volk’ maar de Chinezen zijn juist zeer vredelievend en beheerst. Uitgebreid gaat Raine in op nog veel meer genen die betrokken zijn bij de invloed van neurotransmitters en dus op antisociale en agressieve uitingen. Dopamine zet aan tot beloning vragend gedrag en drugsgebruik. En hoe minder serotine je hebt, hoe doldriester je kunt zijn.

Moordzuchtige hersenen
“… We vergeten dat moordenaars gedurende 99,9 procent van hun leven net zo zijn als jij en ik. Daarom maken ze ook altijd de indruk dat ze je buurman kunnen zijn. Door de tragische daden die ze binnen enkele, vluchtige momenten begaan, zijn ze anders dan wij…”. In een bloedstollend hoofdstuk vertelt Raine over de hersenscans die hij maakte van 41 moordenaars in een gevangenis waar hij vier jaar werkte. Daarbij kwam aan het licht dat de prefrontale cortex, een controleorgaan voor in je hoofd dat zorgt dat je je emoties en gedrag in bedwang houdt, bij veel delinquenten slecht functioneerde. Behalve bij een charmante seriemoordenaar. Daardoor kun je moordenaars verdelen in reactieve, onbesuisde, impulsieve heethoofden en proactieve roofdieren die ijskoud en planmatig gaan voor wat ze willen hebben. Mannen die hun vrouwen mishandelen hebben een reactief-agressieve persoonlijkheid. Na een provocatie zullen ze er waarschijnlijk op los meppen. Raine denkt dat er bij huiselijk geweld meer aan de hand is dan feministen ons willen doen geloven: namelijk dat de patriarchale samenleving het prima vindt dat mannen hun fysieke kracht gebruiken om vrouwen binnen het huwelijk te overheersen. “… Waarom? Omdat de traditionele behandelingprogramma’s voor dit soort mannen, die zijn gebaseerd op feministisch perspectief, gewoon niet werken. We moeten neuro-biologische gezichtspunten aan deze programma’s toevoegen, als we dit totaal onaanvaardbare gedrag van mannen jegens vrouwen echt willen uitroeien…”. Bij gevoelloze moordenaars gaat het in de dieper gelegen kookpot van de hersenen echter wel weer veel heftiger aan toe dan ‘normaal’. Ook in andere gedeelten kunnen verstoringen zijn. De hippocampus is beslissend voor het leervermogen en geheugen, maar ook voor de angstregulering. Psychopaten zijn vaak onbevreesd. De anterieure cingulate cortex is belangrijk in verband met zelfreflectie. Sommige psychopaten begrijpen niet hoe hun daden anderen kunnen schaden: “… Er zijn gebieden in de hersenen van misdadigers, die cruciaal zijn voor morele oordelen, die niet goed lijken te functioneren…”. En even verder: “… Terwijl de amygdala, het zenuwcentrum van emotie, helder oplicht bij normale mensen als die geconfronteerd worden met emotionerende morele dilemma’s, geeft deze kaars nauwelijks licht bij sterk psychopathische personen…”. Raine haalt de ‘jolige’ Jane Toppan aan, een verpleegster die in zes jaar tijd, opgewekt ten minste 31 mensen vermoordde, wat haar een seksuele kick gaf. Jane’s gevoelens waren vrijwel afgestorven. Vandaar het pathologische zoeken naar extra prikkels.

Onverschrokken
“… Sommige mensen die op een bepaalde manier een moord begaan, noemen we ‘koelbloedige moordenaars’, zonder al te diep over die term na te denken. Maar stel dat deze omschrijving eerder letterlijk dan figuurlijk moet worden opgevat?...”. De scheidingswand tussen psychopaten en nationale helden is flinterdun: “… Diverse biologische, psychologische en sociale risicofactoren kunnen in elkaar grijpen en tot geweld of een zichzelf opofferend heroïsme leiden…”. Het blijkt dat een abnormaal lage hartslag in rust al op driejarige leeftijd kan voorspellen wie een predispositie voor psychopathie heeft. Een lage hartslag maakt je onverschrokken en is zelfs sterker met geweld verbonden dan een criminele ouder. Je kent geen angst. Een lage hartslag kan zo’n onaangenaam leeg en rusteloos gevoel geven dat iemand op zoek gaat naar prikkels en opwinding om zichzelf op te peppen. Raine komt met Miss Mauritius aanzetten als voorbeeld, maar ook met psychopaten die kicken op macht en heerschappij over anderen. Een verschil is dat psychopaten eigenlijk altijd te maken hebben gehad met verstoorde hechte banden in de kindertijd. Psychopaten zullen ook altijd anderen de schuld geven. Nog een biologische marker is de zweetproductie die gemeten kan worden en is gelieerd aan het geweten; het gevoel voor goed en kwaad. Je geweten wordt gevormd door het geheel van de klassiek geconditioneerde emotionele reacties. Daardoor is het ook verklaarbaar dat witteboordencriminaliteit, plagiaat, het illegaal kopiëren van software of het illegaal downloaden van muziek en films helemaal niet zo slecht aanvoelt. Daar zijn wij in onze kindertijd immers nooit voor gestraft…

Kaïnsteken
Een hoofdstuk gaat over hersenbeschadigingen. Raine vertelt over een vreedzame schizofreen die op een zeker moment de stem van God hoorde die hem opdroeg de wereld van prostituees te verlossen. Daarop reet hij de baarmoeder van dertien ‘zondige’ vrouwen open. Geestesziekten zijn een opmaat tot geweld. De schrijver gaat diep in op de verwaterde versie van schizofrenie in de vorm van schizotypie: rare geloofsvoorstellingen, paranoïde ideeën, vreemd gedrag, geen intieme vrienden, afgestompt gevoelsleven - symptomen die op zichzelf niet erg opvallen maar wel duidelijke risicofactoren zijn voor gewelddadig gedrag. Raine geeft voorbeelden van misdadigers met cystes in hun hersenen. Anderen liepen door ongelukken een beschadiging op aan de prefrontale cortex. Hij heeft het over psychopaten waarvan de linker en rechter hippocampus asymmetrisch zijn tengevolge van het alcoholgebruik van hun moeder tijdens de zwangerschap. Alcohol en sigaretten staan garant voor een gewelddadige carrière van een ongeboren kind: hoe meer, hoe agressiever. Zie verder het abnormale uiterlijk bij een foetaal syndroom. Een zware bevalling in combinatie met afwijzing van de moeder betekent bijna zeker een uiterst gewelddadig karakter. Zuurstofgebrek tijdens de geboorte voorspelt een gebrek een zelfbeheersing. Zwangerschapsvergiftiging heeft vaak te maken met een laag IQ. Een breuk in de moeder-kindrelatie wordt gelinkt aan liefdeloze psychopathie. Ook veelvuldig verhuizen in de kindertijd schijnt van invloed te zijn op een abnormale ontwikkeling van de hippocampus, die belangrijk is voor de angst- en agressieregulatie. Psychopaten hebben meestal een betere bedrading tussen de linker en rechterhersenhelft waardoor ze verbaal sterker zijn dan normaal. Pathologisch liegen en bedriegen vraagt dan ook een hoog IQ en gaat gepaard met een grotere witte hersenmassa dan normaal. De waarheid spreken is veel makkelijker, al liegen we allemaal. Constant. En dat is maar goed ook, want het maakt het samenleven een stuk aangenamer. We liegen vooral tijdens ons eerste afspraakje. Anders hadden we ons eerste kusje misschien wel nooit gehad. Ook al denken veel politieagenten, douaniers en psychologiestudenten dat ze leugenaars er zo uitpikken, feit is dat dat heel moeilijk is. Het enige wat je zou kunnen opmerken is dat leugenaars heel stil zitten omdat ze alle aandacht nodig hebben om te kunnen faken. Mensen met een verminderde prefrontale grijze massa zijn vaak levenslang antisociaal. Witteboordcrimenelen hebben op allerlei fronten in de hersenen meer volume en zijn daardoor vaak slimmer dan gewone mensen, maar het deel dat gevoelig is voor beloningen en dan vooral in geld, is ook bovenmatig ontwikkeld. Dat verklaart veel. Bestaat er zoiets als een ‘kaïnsteken’? Er zijn zeker vrijwel onzichtbare lichamelijke afwijkingen die duiden op een agressieve inslag omdat ze te maken hebben met een neurologisch mankement. Lombroso heeft deels gelijk. Bij topsporters, ADHD-ers en mensen met een tekort aan empathie is de ringvinger bijvoorbeeld vaak langer dan de wijsvinger. Lange ringvingers wijzen op een agressieve inslag en dat heeft weer te maken met veel testosteron.

All you need is love

Er bestaat een connectie tussen ondervoeding en asociaal gedrag. Door een tekort aan ijzer, zink, eiwit, vitamine B2 en omega-3 in ons voedsel komt een aantal van ons in de goot terecht. Zwangere vrouwen die in de hongerwinter giftige tulpenbollen aten kregen gewelddadige kinderen. Hoe hoger de visconsumptie hoe minder moorden. Visolie, rijk aan omega-3, maakt namelijk opvallend sociaal. Omega-3 versterkt de structuur en functies van het brein. Een lage zink-koperverhouding in het bloed maakt agressief. IJzer en tryptofaantekort zorgen voor een afname van positieve emoties. De remedie: veel spinazie eten want dat zit vol tryptofaan. Junkfood leidt tot een lage bloedsuikerspiegel en dat verhoogt weer de agressie. Kinderen die veel snoep eten zijn als volwassenen drie keer agressiever dan normaal. De hoeveelheid lood in het milieu is inherent aan de geweldscijfers. Lood vergiftigt de hersenen waardoor ze krimpen. Zware metalen als cadmium en mangaan zijn een aanslag op ons brein. Lassers zeggen soms letterlijk dat ze gek worden van dampen. Verstedelijking en werkloosheid leiden niet tot hogere moordcijfers. Armoede en een grote inkomensongelijkheid doen dat wel. Samenlevingen die meer in geld dan in liefde geloven staan inherent aan meer misdaad: all you need is love. Het ontbreken van moederliefde heeft alles te maken met geweld. Verwaarlozing zorgt dat je genen veranderen: ‘epigenetica’. De stressfactor in de buurt waar je opgroeit heeft alles te maken met cognitieve achteruitgang. Door het meemaken van een moord presteer je slechter op school. Maar we weten dat een positief gezinsleven een kind tegen antisociaal gedrag kan beschermen, ook al leeft hij in een gemeenschap waar veel geweld heerst. Raine gaat diep door over de interactie tussen biologische en sociale factoren. Een cocktail van slechte biologische en slechte sociale omstandigheden zorgen voor het ontstaan van de meest extreme misdadigers: “…Hoe je het ook wendt of keert, onderzoeken tonen aan dat een interactie van biologische en sociale factoren veel verderfelijker kan zijn dan elke factor op zich…”.

Genezing

Biologie is geen noodlot. Er zijn allerlei manieren om misdaad te genezen. Raine haalt een onvoorstelbaar resultaat aan van een jongen die in een biofeedback-kliniek zijn onderprikkelde, onvolwassen cortex opnieuw herschiep en trainde door middel van een Pac-Man-computerspelletje. Tijdens een experiment werden een groep zwangere vrouwen uit de lagere sociale klassen intensief begeleid door verpleegkundigen die hen adviseerden op het gebied van roken, drinken, goede voeding en de sociale, emotionele en fysieke behoeften van hun baby’s. Vergeleken met een controlegroep scheelde dat meer dan 50 procent aan arrestaties in het latere leven van de kinderen. Een ander experiment begeleidde een groep driejarigen in zake goede voeding, cognitieve stimulering en fysieke training, door ze bijvoorbeeld iedere dag twee uur buiten te laten spelen. Ook dit preventieprogramma liet een significante afname van gedragsproblemen en hyperactiviteit zien vergeleken bij de ‘normale’ groep. Raine behandelt het controversiële onderwerp fysische/chemische castratie bij pedofielen en zedendelinquenten die deze prijs soms heel graag willen betalen voor zielsrust. Zo leuk is het niet om weg te rotten in de gevangenis terwijl je voortdurend belaagd wordt door anderen omdat je nu eenmaal helemaal onderaan in de pikorde van de broeders in het kwaad staat. Raine: “… Het is een bittere pil voor veel criminologen en psychologen, maar medicatie werkt bij het controleren en reguleren van agressie bij kinderen en volwassenen…”. En vaak ook nog eens een stuk beter dan gedragstherapie. Uit studies blijkt dat het toedienen van omega-3 en multivitaminen aan gevangenispopulaties het aantal geweldsmisdrijven soms wel met 34 procent deed afnemen. Verder maken meditatietechnieken als mindfulness je niet alleen rustiger en positiever, ze blijken ook nog eens je breinstructuur wezenlijk te veranderen.

Meedenken
De sociale omgeving heeft een vergaand ‘biosociaal’ effect op de hersenen. Kun je de voorafgaande geschiedenis van criminelen ontkennen die hen op het neerwaartse pad naar geweld heeft gestuurd? Een en ander noopt ons na te denken over de vrijheid van onze wil. Zijn wij enkel het product van onze genen en onze omgeving? Zijn wij machines die geloven in onze vrije wil? Raine neemt een middenpositie in. Op een schaal van 1 tot 100 zitten wij willicht allemaal ergens tussen vrij en onvrij in. Raine vraagt zich af of wij zijn geprogrammeerd voor vergelding: “… Als we psychopaten gaan vergeven, dan zouden we door hen onder de voet worden gelopen…”. In hoeverre kun je iemand verantwoordelijk stellen voor zijn daden? Wat is recht? Moeten we geweld zien en behandelen als ‘ziekte’? Raine werkt op het eind van zijn boek een stel toekomstscenario’s uit. Als criminaliteit een ziekte is kunnen we dan daarop testen zoals we tegenwoordig bevolkingsonderzoek doen naar borst- en baarmoederhalskanker? Moet er meer educatie op school komen? Moet er een nationaal testprogramma komen voor schoolkinderen met betrekking op een eventuele criminele inslag? En wat doe je dan met de ‘rotte appels’? Geef je je kind op voor een ‘interne behandeling’? Wat gebeurt er als je dat niet doet en het gaat mis? En als een kind in de rode zone zit, hoe zit het dan met de biologische vader? Niemand kan een kind zo kwetsen als ouders en 80 procent van kindermishandeling wordt door ouders begaan. Misschien zouden mensen een vergunning moeten krijgen voor het op de wereld zetten van kinderen? En wat te denken van een verplicht examen ouderschap? Wat zouden dan de sancties moeten zijn op illegaal ouderschap? Big Brother is watching you. Feit is dat er overal steeds meer veiligheidsmaatregelen worden genomen. Raine doet een klemmend beroep op de lezer mee te denken.

Adrian Raine in “Gesprek op 24” – VPRO 09-09-2013: zie hier

Uitgave: Balans – 2013, vertaling Gerrit Jan Zwier, 440 blz., ISBN 978 946 003 635 4, € 7,90
Rechtstreeks bestellen: klik hier

woensdag 6 juni 2018

In koelen bloede – Truman Capote


Ik vind het ontzettend leuk om aan de hand van welke literatuurgeschiedenis dan ook oude boeken te lezen. Het is verrassend wat je soms tegen komt. Onlangs stuitte ik op een stel tweedehands geschriften van de christelijke filosoof en theoloog Francis A. Schaeffer (1912-1984). Je zou hem kunnen omschrijven als calvinist, maar hij ging niet zover dat hij de mens als ‘alleen maar geneigd tot alle kwaad’ (zie mijn vorige blog) beschouwde. De mens is gemaakt naar het beeld van God, en dat is te merken aan zijn vermogen tot liefhebben. Schaeffer stond midden in de jaren zestig, dus zijn werk is inmiddels nogal gedateerd. Hij leerde gelovigen als geen ander om na te denken. Wat mij opviel is dat hij midden vorige eeuw al opperde dat het ouderwets is de mens als een diersoort te zien, de moderne tijd definieert de mens eerder als een machine. En hoe goed dat aansluit bij wat Antoine Bodar zegt in “Droef gemoed” over dat inmiddels niet alleen het christendom, maar ook het humanisme aan het verdwijnen is. Als Ratzinger schrijft dat ‘een maatschappij die niet openstaat voor het transcendente een grauwe wereld wordt zonder viering van het leven’ waarin ‘feitelijk niets gebeurt, omdat men simpel niet meer doet dan zichzelf herhalen’, klopt dat ook helemaal met deze visie. Een machine repeteert alleen maar en kan stuk gaan. Zonder reparatie kun je er niets meer mee: klaar met leven. Een en ander is ook interessant in het licht van waar de tegenwoordige transhumanisten mee bezig zijn: de ontwikkeling van de mens naar cyborg. Een ander punt is dat een machine geen goed of kwaad kent. Vandaag zijn de Spannende Boeken Weken ingegaan. In het eerste faction-boek, één van de eerste voorbeelden van New Journalism; Truman Capote’s bloedstollende en waargebeurde misdaadverhaal “In koelen bloede” (1965), komt geen moraal te pas. Capote verdiepte zich zes jaar lang in een gruwelijke moord op vrijwel een heel gezin in Kansas. Hij werd hierin bijgestaan door een assistente, zijn vroegere buurmeisje en wereldberoemde schrijfster Nelle Harper Lee (“To Kill a Mockingbird” - 1960, waarin een waarheidsgetrouw portret van Capote als kleine jongen voorkomt). Hij interviewde alle betrokkenen en begeleidde ten slotte de moordenaars op hun laatste gang naar de galg. De publicatie was een sensatie. De openlijk homoseksuele Truman Sreckfus Persons werd op 30 september 1924 in New Orleans geboren en stierf op 25 augustus 1984 in Los Angeles aan de gevolgen van drank en drugs. Schaeffer: “… Een van de dingen die bijna alle recensenten opviel in Capote’s boek, was dat er geen moreel oordeel in geveld wordt. Het geeft eenvoudig weer - ‘hij pakte het moordwapen vast en deed het volgende’ - precies hetzelfde wat een computer, aangesloten op een camera, erover zou kunnen meedelen…. ” (“Ware wijsheid. Bijbelse analyse van het moderne denken”. Oorspronkelijke titel: “Escape from Reason” - 1968).

Geen domme ventjes

Capote begint zijn verhaal met het omstandig voorstellen van de mensen die een rol zullen gaan spelen in zijn verhaal. Het gezin Clutter, waarvan de jongste twee kinderen nog thuis wonen. De zestienjarige Nancy, in alle opzichten de volmaakte dochter - maar desondanks ‘zonder verbeelding’ - jawel, en haar één jaar jongere broer Kenyon. De ziekelijke, aan depressies lijdende moeder die altijd op bed ligt. En de sterke, rechtschapen vader, farmrancher op de hoge tarwevelden van westelijk Kansas nabij het dorpje Holcomb, een eenzame streek en daardoor ‘de rimboe’ genaamd. “… Hij was een ‘verenigingsman’. Een ‘geboren leider’; zij was dat niet en staakte haar pogingen ertoe. En zo, langs paden die door tedere aandacht, door volstrekte trouw afgebakend waren, begonnen ze elk hun half gescheiden weg te gaan – hij een publieke weg vol bevredigende prestaties en zij een privé-weggetje dat ten slotte in ziekenhuisgangen uitmondde…”. Het gaat om een strenge maar geliefde methodistenfamilie waar niet gerookt of gedronken wordt. Aangezien Nancy een rooms-katholiek vriendje heeft, vermaant haar vader haar in haar laatste nacht dat ze het uit moet maken, want ‘twee geloven op één kussen …’. Verder heb je het vriendenpaar Perry en Dick, die elkaar kennen uit de gevangenis, en hun oude zwarte chevrolet nog eens goed nakijken voor ze een eind zullen gaan rijden om ‘de slag van hun leven te slaan’. Het opvallendste gegeven is dat Perry’s onderlichaam onderontwikkeld is: hij heeft hele korte benen en kindervoetjes. Hij droomt van goud zoeken en naar verloren schatten duiken. Toen de halfindiaanse Perry in de gevangenis een onwaar verhaal ophing over dat hij ‘voor de rotgein’ een neger zou hebben doodgeslagen raakte Dick ervan overtuigd dat Perry ‘een geboren moordenaar’ was, “… goed bij zijn verstand, maar gewetenloos, in staat om, met of zonder motief, in volstrekt koelen bloede dodelijke klappen uit te delen. Dicks theorie was dat een dergelijke gave onder zijn supervisie profijtelijk uitgebuit kon worden…”. Dus besloot hij met hem aan te pappen. Opmerkelijk is dat beiden geen domme ventjes zijn. Dick heeft een I.Q. van 130; gewoon is 90 – 110.

Normaal?
Een vriendin van Nancy die op zondagmorgen altijd met de Clutters meerijdt naar de kerk is de eerste die ontdekt dat er wat mis is in het huis van de familie. De zaak komt onder de hoede van rechercheur Al Dewey. Over de impact van het gebeuren: “… Dinsdagochtend vroeg, bij het krieken van de dag, wisten een wagen vol fazantenjagers uit Colorado - vreemdelingen, onbekend met de plaatselijke ramp –, niet wat ze zagen toen ze over de velden reden en door Holcomb kwamen, en in de kamers mensen met al hun kleren aan, hele gezinnen zelfs, die de hele nacht hadden opgezeten, klaarwakker, op hun hoede, luisterend. Waar waren ze bang voor? ‘Het kan weer gebeuren.’ Dat was, met varianten, gewoonlijk het antwoord…”. De meesten waren ervan overtuigd dat de dader of daders onder hun midden moest worden gezocht. De fragmenten met betrekking op daders en slachtoffers wisselen continu. Perry en Dick worden na hun vergrijp minutieus gevolgd. Allebei hebben ze een ongeluk gehad. Daardoor heeft Perry constant pijn in zijn gehavende benen en eet hij asperines als snoepjes. Dick lijdt aan migraine. Hij laat geen kans voorbijgaan om straathonden dood te rijden. Zijn vader zal later verkondigen dat hij na het ongeluk ‘veranderd’ is. “… Hij was nooit zonder jaloezie; de Vijand was iedereen die iemand was die hij wilde zijn of die iets bezat dat hij wilde hebben…”. En hij valt op kleine meisjes, waarvoor hij zich ‘eerlijk schaamt’. Perry blijkt te zijn opgevoed door nonnen -‘kloostervlooien’ - in inrichtingen waar hij vreselijk werd geslagen omdat hij in bed plaste. Daar ontwikkelde hij een steeds terugkerende droom waarin een grote, gele papegaai hem redt uit doodsnood en naar een soort Luilekkerland vliegt waar hij kan eten wat hij wil. Het tweetal laat een spoor van ongedekte cheques achter zich, waar ze allerlei artikelen voor kopen die ze weer verpatsen in pandjeshuizen, tot ze over de grens verdwijnen naar Mexico. Perry heeft last van ‘mystiek-morele angsten’: hij kan niet geloven dat je vier moorden kunt plegen en er toch tussen uit draait. Dick voelt wroeging richting zijn doodgoeie ouders en zijn drie zoontjes die hij misschien nooit meer zal zien. Perry blijft tot ergernis van Dick terugkomen op hun daad. Dick vindt de intuïtieve, bijgelovige Perry af en toe ‘een doodgriezelige jongen’. Perry diende onder andere in de Koreaanse oorlog. Had hij PTSS? Hij huilt en bedwatert niet alleen in zijn slaap, maar Dick heeft hem ook “… uren op zijn duim zien zitten zuigen boven die stomme nepblaadjes over schatgraverij…”. Perry kan in een mum van tijd uitbarsten in razernij. Na een schrikwekkende laatste ruzie waarbij rijzwepen en kokend water en petroleumlampen als wapens werden gebruikt gingen zijn ouders uit elkaar. Zijn alcoholische moeder stikte in haar eigen braaksel. Zijn vrijbuiter van een vader verdient zijn brood onder andere als jager in Alaska. Een zus pleegde zelfmoord. Zijn ziekelijk jaloerse broer dreef eerst zijn vrouw tot zelfmoord en maakte een dag later zichzelf van kant. Geen wonder dat Perry zich afvraagt of ze wel ‘normaal’ zijn.

Toeval
De recherche staat voor een raadsel. Op twee zoolafdrukken na zijn er geen sporen in deze zaak. Uiteindelijk worden Dick en Perry verlinkt door een bajesklant die ooit een verhaal ophing over dat hij voor een stinkend rijke Mr. Clutter had gewerkt. Of laatstgenoemde een brandkast had. Hij dacht van wel. Een gefascineerde Dick liet zich ontvallen dat hij die Mr. Clutter op een goeie dag zou overvallen. De bajesklant schonk er geen aandacht aan; er werden zo veel overmoedige plannen gesmeed om hem heen. Tot hij op de radio hoort over de viervoudige moord en de beloning die is uitgeloofd. Ondertussen komen Dick en Perry er al gauw achter dat reguliere baantjes in Mexico niet lonen. Ze liften terug als ze hun geld hebben verbrast. Een handelsreiziger ontkomt zonder het te weten enkel aan hun moordplannen omdat er onderweg toevallig nóg een lifter opduikt die hij meeneemt. Uiteindelijk worden ze getraceerd en opgepakt in Las Vegas. En dat is maar goed ook, want rechercheur Dewey is ondertussen zo door de zaak geobsedeerd dat hij er over droomt, steeds magerder wordt en zo’n zestig sigaretten per dag rookt. Bladzijden lang doet Capote omstandig verslag van de bekentenis die Perry aflegt tijdens de autorit naar het stadje Garden City, nabij Holcomb: “… De misdaad was, psychologisch gezien, een toevalligheid, in feite een onpersoonlijk gebeuren; de slachtoffers hadden evengoed door de bliksem getroffen kunnen zijn. Met dit grote verschil: ze hadden langdurig in doodsangst gezeten, ze hadden geleden. En Dewey kon hun lijden niet vergeten. Niettemin was het hem mogelijk zonder wrok naar de man naast hem te kijken, zelfs tot op zekere hoogte medelijden met hem te hebben – want het leven van Perry Smith was niet over rozen gegaan, maar een erbarmelijke, povere en eenzame gang geweest van de ene zinsbegoocheling naar de andere. Toch ging Dewey’s meegevoel niet zo diep dat er plaats was voor vergiffenis of genade. Hij hoopte Perry en zijn maat te zien hangen – met de ruggen tegen elkaar. Duntz vraagt aan Smith: ‘Hoeveel geld hadden jullie nou al met al bij de Clutters buitgemaakt?’ ‘Tussen de veertig en de vijftig dollar.’…”.

We haten de hele wereld
Het huis van bewaring bevat de dienstwoning van een hulpsheriff. Het heeft vijf cellen voor mannen, plus een vrouwencel in een aanbouw naast de keuken van het dienstdoende echtpaar. Zodoende kan de vrouw des huizes 'gezellig' met een eventuele arrestant praten: “… Het zijn meestal vrouwen waar je eigenlijk mee te doen moet hebben. Er zit altijd armoede achter – het ouwe liedje…”. Perry komt daar terecht omdat de sheriff de jongens tot het proces apart wil houden. De vrouw raakt erg gehecht aan hem. De jongens worden allebei veroordeeld tot de galg. Ze vertrekken naar de dodencellen in Lansing waar nog drie moordenaars zitten. Capote beschrijft deze misdadigers nauwkeurig. Onder andere een kolossale, bijziende, briljante, achttienjarige, maagdelijke student biologie. Een teruggetrokken en zachtaardig figuur die regelmatig naar de kerk ging. Toch schoot hij meedogenloos zijn ouders en zusje dood, toen hij geld nodig had omdat hij de beest wilde gaan uithangen. Hij leest vijftien tot twintig boeken per week. Capote voegt er allerlei psychiatrische rapporten en psychologische verslagen aan toe. Vaak zijn de daders in hun jeugd blootgesteld aan hevige prikkels die ze niet kunnen verwerken en/of ernstige affectieve verwaarlozing, waardoor er stoornissen ontstaan in het gevoelsleven. Ook hier weer de opvallende vergelijking - als je er eenmaal op let - met een machine: “… De potentiële hang naar moord kan worden geactiveerd, vooral indien er op dat moment sprake is van onevenwichtigheid, wanneer het slachtoffer in spe onbewust gezien wordt als een sleutelfiguur in een bepaalde traumatische constellatie uit het verleden. Het gedrag, of desnoods louter de aanwezigheid van deze figuur zet het labiele evenwicht van krachten onder spanning, leidend tot een plotselinge hevige uitlaat van gewelddadigheid, niet ongelijk aan de ontploffing die plaatsvindt als een slaghoedje een lading dynamiet ontsteekt…”. Opvallend is dat geen van de moordenaars ook maar een greintje berouw heeft. Over twee jonge, knappe soldaten - waarschijnlijk de reden dat er veel vrouwelijke tieners tijdens hun proces aanwezig waren – die een moordtocht achter de rug hadden: “… ‘Waarom,’ vraagt de interviewer, ‘waarom hebt u het gedaan?’ En York antwoordt met een zelfvoldane glimlach: ‘We haten de hele wereld.’…”. Na meer dan tweeduizend dagen, de executies zijn drie keer uitgesteld, worden Dick en Perry even na middernacht opgehangen, op woensdag 14 april 1965.

Over Truman Capote en zijn boek is een prachtige film gemaakt: zie hier

Uitgave: Rainbow – 2014, vertaling Thérèse Cornips, 365 blz., ISBN 978 904 171 144 1, € 8,00
Rechtstreeks bestellen: klik hier

zondag 27 mei 2018

Droef gemoed – Antoine Bodar


Subtitel: Nels Fahner in gesprek met Antoine Bodar over depressie

Antoine Bodar is ’s lands meest bekendste priester: veel aanwezig in de media, zelden verlegen om een mening en altijd bereid om een lastig standpunt te verdedigen. Minder bekend is het dat hij, net als velen, kampt met terugkerende depressie. Nels Fahner, freelance journalist voor onder meer “De Nieuwe Koers” en het “Friesch Dagblad”, gaat in dit boekje met Bodar in gesprek over deze kant van zijn persoonlijkheid.

Dood willen

Bodar is een priester die weet wat het is om dood te willen. Dat is bijzonder. Volgens de rooms-katholieke kerk is depressie of, zoals Bodar het liever noemt, ‘melancholie’ een zonde (al is het niet zo’n grote). Volgens de wetenschap is klinische depressie een ziekte. Daar sluit Bodar zich bij aan. De wetenschap is op dit punt verder, meent hij. Hij hoopt dat de lezers zijn openheid over het onderwerp als een handreiking zullen ervaren. Voor het containerbegrip depressie kiest Bodar voor de indeling van de psychiater van wijlen prins Claus, Paul Kielholz. Deze onderscheidt drie groepen: een lichamelijk bepaalde depressie (bijvoorbeeld vanwege een hersenziekte), een endogene depressie (van binnen uit, het zit bijvoorbeeld in de familie) en een psychogene depressie (door lichamelijke en/of geestelijke overbelasting voortkomend uit bijvoorbeeld neuroses, conflicten, verdrietige gebeurtenissen, uitputting). Soms is het moeilijk om het verschil te zien, maar Bodar denkt dat hij tot de laatste groep behoort. Hij vertelt hoe het voor de eerste keer mis ging, toen hij 21 was. Op de drempel naar de volwassenheid; zoals zo vaak. Het leren lukte niet, hij ontdekte dat hij op mannen viel, en in de kerk werd vanwege het Tweede Vaticaanse Concilie het mysterie met de vuilnisman meegegeven, wat hij vreselijk vond: “… Het heilige, dat toch eigenlijk heel belangrijk is in de beleving van een godsdienst, ging teloor…”. Zijn depressie eindigde in een zelfmoordpoging, waarvoor weinig begrip was in zijn omgeving. Een tante, van huis uit psycholoog, hield hem op de been. Dertig jaar later belandde Bodar voor de tweede keer in een depressie, die zes jaar duurde. Nu had hij zich beter in de hand en had hij meer vertrouwen in genezing. Hij kon zijn stemming goed verbergen en wijst op het belang van evenwicht en zelfaanvaarding.

Afwachten en uithouden
Aan de hand van Kierkegaard vertelt hij over de negatieve en positieve kanten van depressie. Negatief duidt hij de agressie jegens jezelf. Positief duidt hij de ‘Sehnzucht’, het heimwee, het diepe verlangen naar de Eeuwige, het absolute. Bodar stelt naar aanleiding van een boek van de theoloog Romano Guardini (1885-1968) dat in spiritueel opzicht “… De eigenlijke zin van de zwaarmoedigheid ligt in de onrust van de mens door de nabijheid van de Eeuwige…”. We houden altijd twijfel of God bestaat, zegt Bodar, maar in een depressie vermoedt de mens “… God in de nabijheid, en daarom is hij zo extreem onrustig. Dat is hetzelfde idee als het gevleugelde woord van Augustinus, vroeger veel geciteerd: en mijn hart is onrustig, tot het rust vindt in U…”. Ik vind dat persoonlijk een ongelooflijk bemoedigende kijk op depressie. Het geeft ook een min of meer aanvaardbare verklaring voor het opvallende gegeven dat je in de calvinistische traditie pas ‘bekeerd’ bent nadat je een zogeheten ‘donkere nacht van de ziel’ hebt beleefd. Toch uit Bodar zich negatief over het zwarte calvinisme (zie mijn blogs over “Hoor nu mijn stem” van Franca Treur en “Licht in augustus” van William Faulkner): “… ‘Een gedeelte van het calvinisme gaat zo ver dat de levensvreugde voor een deel ontnomen lijkt te worden. Dat heeft iets krampachtigs. De predestinatieleer – het maakt niet uit wat jij gelooft, God beschikt – is natuurlijk een verschrikkelijke beperking van ons menselijk zijn.’ Fel voegt hij eraan toe: ‘Zijn we alleen geneigd tot het kwaad? Welnee, door Gods genade zijn we ook geneigd tot iets goeds.’…”.
Het is troostrijker in God te geloven dan niet in God te geloven, meent Bodar. Hij is groter dan wij, dus kunnen we ons aan Hem overgeven. Dat heeft te maken met ‘Sehnzucht’: “… Het gaat over de vraag: waarom leef ik? Ben ik hier niet voor niets? Ik heb een diep verlangen naar dat wat groter is dan ikzelf ben.’…”. Bodar herkent zich in Guardini: “… Hij zegt dat zwaarmoedigheid wortelt in ‘Sehnsucht nach Liebe und nach Schönheit’, een verlangen naar het schone, naar de liefde. Verdriet en vreugde hebben in die zin dezelfde bron, het zijn bewegingen op de bodem van de ziel. Mensen die behept zijn met die ‘Sehnsucht’, met die grote melancholie, vinden het ondermaanse bestaan doorgaans maar plat en armzalig, omdat het zo oppervlakkig is…”. Bodar lijdt aan de leegte. Hij vertelt over een mystieke ervaring die hij had op een dieptepunt in zijn leven. Je kunt zover komen dat je zegt: het leven is zinloos, ik kan maar beter dood zijn. Echter, melancholie kan ook een opmaat zijn tot een soort van geestelijke vernieuwing of wedergeboorte. Ik zag dat inderdaad gebeuren in het leven van een van mijn grote inspirators, Henk Vreekamp, die dwars door alle ellende heen nieuwe lagen in zijn ziel leek aan te boren (zie mijn blog over “Heer der vliegen” van William Golding). Misschien is afwachten en uithouden tóch de moeite waard…

Goddelijke kern
Bodar zegt zich als ‘een plant in midwinter’ gevoeld te hebben. Maar ook in een toestand van inertie zijn wij belangrijk voor God. Het zou goed zijn als het mysterie terugkomt in onze onttoverde maatschappij, meent Bodar: “… Wij zeggen vaak dat God in ons zit, maar wij zijn veeleer opgeborgen in Hem. Dat vind ik veel boeiender. Natuurlijk hebben wij een goddelijke vonk. Als Willem Kloos dicht dat hij God is in ’t diepst van zijn gedachten, dan betekent dat, bescheiden gezegd, dat wij deel aan God hebben. Maar de gedachte dat we wat onze zuivere kant betreft in God zijn opgenomen, is als beeld veel verder reikend.’…”. En even verder: “… Een katholieke psychiater schreef dat zijn manier van behandelen was veranderd toen hij in een begrip als de ‘ziel’ ging geloven. Maar wat is de ziel precies? Bodar: ‘De ziel is onze kern. Denk maar aan de uitdrukking “u trapt op mijn ziel”. Zoals Plato al leerde: de ziel blijft. Dat leren ook de christenen. Ons lichaam is de tempel van de Heilige Geest geweest; het wordt besprenkeld met wijwater, als herinnering aan het doopsel, en het wordt bewierookt bij de uitvaart als herinnering aan de Heilige Geest. Dat wordt teruggegeven aan de aarde en vergaat. Maar de kern blijft, en die wordt geoordeeld.’…”. De ziel is eeuwig, en bestaat buiten ons om:“… Op enigerlei wijze heb je deel aan de eeuwigheid als je je met God inlaat…”. Hij pleit voor ironie, het jezelf niet al te serieus nemen. Prachtig vertaalt Bodar het begrip troosten naar iemand ‘beschermen’. Ook door anderen te helpen, kunst en boeken kun je getroost worden. Hij heeft het over Petrarca en de historicus Johan Huizinga. “… Het lijkt erop dat je omgeven met boeken een soort alternatieve therapie kan opleveren…”. Daar kan ik over meepraten.

Kan een hele cultuur depressief zijn?
Bodar vindt het bijna onvoorstelbaar hoe de geseculariseerde maatschappij denkt over de dood: “… je maakt je geld op, je maakt nog een reis, je vindt dat je een mooi leven hebt gehad en je stapt eruit. Dat begrijp ik niet, dat is zó rationeel. Het metafysische perspectief is dan niet meer aanwezig, behoudens misschien in de opvoeding die je je kinderen hebt meegegeven. Als je dus pertinent niet gelooft in het leven na de dood, en je vindt zelfs dat je “klaar bent met leven” – om die slogan te gebruiken – dan beperk je je tot het verstand. Dat is voor mij niet te volgen…”. Bodar is bang dat een wereldbeeld dat stoelt op het materialisme een bedreiging vormt voor kwetsbare mensen. Is iemand van tachtig opereren aan het hart niet veel te duur? Een en ander relateert hij aan de roman “Winter in Gloster Huis” van Vonne van der Meer (zie hier). Niet alleen de invloed van het christendom neemt af, maar ook van het humanisme, waardoor we volgens hem in een soort neo-heidendom zijn beland. Kan een hele cultuur depressief zijn? “… Een maatschappij die niet openstaat voor het transcendente, schrijft Ratzinger, wordt een ‘grauwe wereld zonder viering van het leven’, waarin ‘feitelijk niets gebeurt, omdat men simpel niet meer doet dan zichzelf herhalen’. …”. Ik dacht aan een buurvrouw, een ex-katholiek, die zei dat sinds we niets meer hebben met de kerk, we ook ‘niets meer meemaken’. En aan het feit dat ik de eerste roman nog moet tegenkomen waarin het niet óf op een positieve, óf op een negatieve manier, hoe dan ook, wel een keertje over God gaat. Bodar: “… Je kunt als persoon in jezelf opgesloten zitten, en geen zin meer hebben om naar buiten te komen. Je snijdt je af van andere mensen, zet de bel af en je geraakt in een neerwaartse spiraal, steeds verder naar beneden. Je isoleert je en mensen maken zich zorgen om je, als ze tenminste mededogen met je hebben. Zo kan het gaan met een depressief persoon. Maar een samenleving die zich in zichzelf opsluit, en die de evolutie zo interpreteert dat we niets meer zijn dan dieren, gebeurt daar niet hetzelfde mee?...”. En even verder: “… De analyse van Ratzinger sluit aan bij die van de eerdere paus Johannes Paulus II die sprak over ‘een cultuur van de dood’, en Johan Huizinga, die stelde dat een cultuur die niet transcendent is, niet ergens naar streeft, verloren gaat…”. Depressie wordt inmiddels volksziekte nummer een genoemd. Bodar meent dat dat komt omdat iedereen probeert te leven zonder hoop, zonder perspectief: “… Volgens Ratzinger ligt dat perspectief in de uitnodiging van het geloof. Hij schrijft: ‘De moed om de goddelijke dimensie in ons zijn te ontdekken en te aanvaarden kan onze zielen en onze samenleving een nieuwe stabiliteit geven.’…”. Je zou er bijna katholiek van worden…

Uitgave: Meinema – 2018, 79 blz., ISBN 978 902 114 495 5, € 9,99
Rechtstreeks bestellen: klik hier