Menu

donderdag 4 juli 2013

Gen voor geluk – Richard Powers


Het is verbluffend wat er soms aan ongelezens opduikt uit de krochten van mijn boekenkast. “Gen voor geluk” is alleen nog te vinden in tweedehands winkeltjes of de bibliotheek. En ik snap ook waarom. Het begint fantastisch, maar zakt gaandeweg in als een leeglopende ballon. Geen tweede druk waard, waarschijnlijk. Wat mij betreft mag dat de pret niet drukken. Richard Powers (Evanston, 1957) is een Amerikaanse schrijver die veel wetenschap en muziekkennis verweeft in fictie. Dat maakt zijn romans altijd nog leesbaarder dan elke gortdroge studie. Powers werd vooral bekend met “De echomaker” (2007), dat gaat over een man met het syndroom van Capgras, een hersenletsel waardoor mensen denken dat hun bekenden niet echt zijn, maar dubbelgangers van de werkelijke personen. Powers won er de National Book Award mee. Met “Gen voor geluk” heeft hij zichzelf niet overtroffen; maar het is voor een auteur dan ook niet makkelijk om na een mega succes opnieuw een goed boek te schrijven (zie b.v. Zadie Smith, die na haar bestseller “White Teeth”, en daaropvolgende schrijversblok, met het tegenvallende “The Autograph Man” op de proppen kwam, waarin ze de zinloosheid van roem aan de kaak stelt; en Yann Martel, die in “Beatrice and Virgil” vertelt over de torenhoge verwachtingen die mensen hebben van een schrijver die een tophit heeft afgeleverd. Martel kreeg een miljoenencontract aangeboden na “Life of Pi” – zie mijn blog van 24.01.13).

We ‘willen’ eindeloos ‘hebben’
Een roman over ‘geluk’. Een originele, alwetende verteller introduceert een man die in een metro door Chicago raast: Russell Stone. Een invaldocent die een avondcursus ‘Creatieve non-fictie; dag- en reisboeken’ gaat geven aan een stel kunststudenten. Ooit schreef hij een aantal succesvolle essays, maar sinds iemand daarin de trigger tot een - weliswaar mislukte - zelfmoordpoging vond, wil het niet meer lukken met zijn inspiratie. Overdag heeft hij een saai baantje bij een obscuur zelfhulptijdschrift waar hij de copy van corrigeert: “… Welk genoegen put hij uit zijn onbaatzuchtige persklaarmaakwerk? Stone lijkt me typisch zo’n figuur die eigenlijk niet weet waar hij genoegen aan beleeft. Hij is de enige niet. Niemand weet het: de boeken over geluk laten op dat terrein geen ruimte voor twijfel. We denken dat de dingen ons gelukkig zullen maken, zo zitten we in elkaar. Maar ook zo dat we maar heel kort genieten van het ‘krijgen’. Het ‘hebben’ wil het ‘willen’ terughalen…”. Oftewel: we ‘willen’ eindeloos ‘hebben’ – als ik het goed begrijp…

Ziekelijk gelukkig

Tussen zijn studenten zit een Algerijnse vluchtelinge die zo’n uitbundige uitstraling heeft dat iedereen erdoor van slag raakt: “… Het geheim van geluk leek opeens belachelijk simpel: zorg voor het gezelschap van iemand die al gelukkig is…”. Het gekke is dat deze Thassa een gruwelijke jeugd heeft meegemaakt in een land vol terreur. Haar vader werd vermoord, haar moeder overleed jong aan een ongeneeslijke ziekte, en toch voelt ze zich uitzinnig gelukkig: “… Een tien jaar durend, georganiseerd bloedbad heeft een wandelend lijk gemaakt van een land ter grootte van West-Europa. En uit dat land is Thassa stralend als een uitgefreakte mystica opgedoken…”.
Russell maakt zich zorgen over haar, hij ”… vraagt zich af of de Algerijnse zou kunnen lijden aan een ernstige vorm van gevoelloosheid door een posttraumatische stressstoornis. Misschien is haar vrij rondzwevende extase de voorbode van een aanstaande instorting…”. Thuis zoekt hij van alles uit over het thema ‘geluk’: in boeken, op internet. En dan vindt hij het: “… Ben je ooit iemand tegengekomen met een bovenmaatse lust tot leven? Iemand die ogenschijnlijk niets dan majeurtoonsoorten kent, een veerkrachtige monterheid aan de dag legt en niet vatbaar is voor tegenspoed? Sommige mensen zijn simpelweg de grote winnaars in de geluksroulette van de genetica. Ze baden dag aan dag in duurzame verrukking, zijn voortdurend manisch maar niet depressief, extatisch zonder de cyclische wanhoop. Die (erg zeldzame) mensen hebben mogelijk een eigenschap die hyperthymie wordt genoemd… - Hij heeft het niet verzonnen. Het is biologisch. Onderzoekers bestuderen het. Het heeft een Griekse naam – Maar laat je niet voor de mal houden: mensen die opgewekt zijn, bezield en vol zinderend leven, lijden in wezen misschien aan hypomanie, een kwaal die verwant is aan de echte bipolaire stoornissen. Hyperthymie is een blijvende eigenschap, hypomanie een cyclische toestand. De eerste kan het leven beter maken, de tweede kan moordend zijn. Zoals gebruikelijk kun je een volledige diagnose het beste overlaten aan deskundigen…”.
Stone zoekt de universiteitspsychologe op. Samen buigen ze zich over het meisje en duiken nog dieper in haar euforie waardoor het boek barst van de fraaie uitweidingen over het fenomeen geluk.
Thassa is ‘ziekelijk’ gelukkig.

Huxley-achtig commentaar
Tot de groep studenten Thassa meeneemt naar een café om te kijken wat er gebeurt als ze haar dronken voeren. Een gemankeerde jongen brengt haar thuis en probeert haar te verkrachten. De volgende dag geeft hij zichzelf aan bij de politie, maar Thassa weigert van het geval een zaak te maken. Op de één of andere manier komt de pers daar achter en gaat bij Stone verhaal halen: hoe het zit met die vreemde studenten van hem. Hij laat zonder nadenken het woord ‘hyperthymie’ vallen. Dan is het hek van de dam. De hele wereld wil gelukkig worden; de media, de wetenschap, het bedrijfsleven – allemaal storten ze zich als wolven op Thassa: “… Ze voelde de veelomvattende wanhopige verlangens van een bevolking die voor 58 procent (!) de tussenkomst van iets chemisch nodig had om zich alleen al staande te houden…”. Ze komt in een soort Ophra Winfrey-achtige t.v.-show terecht waardoor ze een hype van jewelste wordt. Haar DNA zou wel eens de ultieme gelukspil op kunnen leveren. Haar eicellen zijn kapitalen waard. Tussen de bedrijven door krijgt Stone ook nog eens een relatie met de studentenpsychologe. Haar aan de computer verslaafde zoontje krijgt hij er gratis bij.
Al met al is het boek een enorm Huxley-achtig commentaar op de moderne samenleving met onderwerpen als wat de moderne media met ons doet: “… Hij moet er niets van hebben, maar de hele wereld schakelt langzamerhand over op de volstrekt vrijgevochten eerste persoon. Blogs, mash-ups, reality–tv, rechtszaken op de buis, chatprogramma’s, chatrooms, chatcafés, inzamelingsacties, catalogusteksten, zelfs oorlogsjournalistiek, alles wordt in de bekentenisvorm gegoten. Gevoelens zijn de nieuwe feiten. Memoires de nieuwe geschiedenis. Open boeken zijn het nieuwe nieuws. Hij zoekt online zijn studenten. Op twee na hebben ze allemaal welig tierende persoonlijke pagina’s. Ze laten zich aan de lopende band intiemere details ontvallen dan Stone zelfs maar durft te lezen: lievelingsmuziek, favoriete drugs, voorkeursstandjes, gehate films, begane vergrijpen, gebotvierde lusten, beroemdheden die ze graag zouden doden, zouden nemen of zouden zijn als ze niet zichzelf waren…”, of het allemaal wel ethisch verantwoord is waar wij in ons grenzeloos biologisch-technisch kunnen toe in staat zijn: “… Het scenario dat ons aldoor somber en doodsbang heeft gemaakt staat op het punt herschreven te worden. Laboratoria over heel de wereld komen steeds dichter bij de bespottelijke genetische fouten die van het leven een zelfmoord maken. Oud worden is niet gewoon een ziekte; het is het ergste van alle kwalen. En de mensheid heeft misschien uiteindelijk de kans die te genezen…”, de macht en manipulatie van niets en niemand-ontziende topbedrijven die op zoek naar de somadrank pas zullen stoppen als “… elke honger is gestild en elke jeuk is weggekrabd…”, de onbekende maar zeer gewelddadige burgeroorlog in Algerije en –last but not least- het schrijverschap dat in de moderne wereld van geen enkel belang meer lijkt te zijn.

Is het geluk met de dommen?
Nu zou je denken dat wat voor ‘liefhebben’ geldt ook van toepassing is op ‘gelukkig-zijn’. Religiedeskundige Karen Armstrong (zie mijn blog van 06.11.12) en psychotherapeut Erich Fromm (zie mijn blog van 18.06.13) beweren allebei dat je door veel over liefde te lezen en te leren je beter zult worden in liefhebben. Maar Powers schrijft over zijn hoofdpersoon die het zoveelste boek over ‘geluk’ leest:
“… Het boek noemt geluk een bewegend doel, een kunstgreep van de evolutie, een lokkertje om ons vooruit te krijgen. De doses moeten voortdurend worden opgevoerd wil de zaak quitte spelen. Voor ware voldoening moeten we elk verlangen uit ons hoofd zetten. Het najagen van geluk zal ons een treurig leven bezorgen. Onze enige hoop is ermee kappen…” en “… Gelukkige mensen weten dat ze gelukkig zijn en hoeven geen boeken over geluk te lezen om vast te stellen hoe gelukkig ze zijn…” en verder “… Gelukkige mensen hebben hechtere sociale banden, meer vrienden, een betere baan, een hoger salaris en een hechter huwelijk. Ze zijn creatiever, altruïstischer, rustiger en gezonder en ze leven langer…”, maar
“… Mensen met positieve stemmingen hebben (ook) meer vooroordelen, denken minder logisch en zijn minder betrouwbaar dan negatief ingestelde mensen…”. Geluk is dus ook weer niet alles. Geluk lost niet je zingevingsvragen op. Een gelukspil kan geen betekenis geven aan jouw leven op aarde.

De natuur selecteert pessimisten
Over de psychologie van geluk: “… Na eeuwenlange studie van alle manieren waarop het met de geest fout kan lopen, is de psychologie eindelijk op het idee gekomen te bestuderen hoe het goed zou kunnen gaan. De richting lijkt vliegend gestart rond het jaar 2000, net toen de wereld naar een collectieve ellende begon af te zakken…”.
We weten dat het slechte ons veel meer kan schaden dan het goede ons baat: de natuur selecteert pessimisten: “… Een compliment herinneren we ons ongeveer drieënhalve dag, maar een kritische opmerking laat ons maandenlang niet los. Van onprettige gebeurtenissen denken we dat ze pakweg zestig procent langer duren dan van prettige met dezelfde lengte. Bedreigende beelden trekken eerder onze aandacht en het kost meer moeite onze blik ervan los te maken. We hebben ongeveer vijf positieve gebeurtenissen nodig om één vergelijkbare negatieve te compenseren. Als je een vriend schoffeert moet je vijf aardige dingen doen om de schade in te halen…”.
De meeste mensen zeggen dat ze gelukkiger zijn dat het gemiddelde: “… De meeste mensen zijn al behoorlijk gelukkig. Wat ze eigenlijk willen is gelukkiger zijn. En de meeste mensen denken dat ze dat in de toekomst mee zullen maken. Dat houdt ons in de loopgraven, denk ik…”.
En dan nog over de psychologie van het weer: “… Een week geleden was de stad een smeltoven. De temperatuur is in vier dagen van dertig naar vijftien graden gezakt. Affectieve stoornis van het seizoen: waarschijnlijk is de hele rondtollende planeet bipolair…”. Dat begin ik de laatste tijd ook te denken...

Interview
Ik vond een verrassend interview op internet waarin Richard Powers vertelt dat hij de negende persoon op aarde is die zijn genoom heeft laten sequencen: “… Een van de conclusies was dat ik drager ben van het in 2003 door wetenschappers ontdekte depressiegen. Uit hun onderzoek bleek dat de werking van een bepaald gen het risico op depressie serieus vergroot. Nadat ik dat te horen kreeg, begon ik mezelf voortdurend te observeren en in vraag te stellen. Ik raakte er zelfs van overtuigd dat ik al heel mijn leven min of meer depressief was, maar dat ik het nooit zo had durven benoemen. Ik begon ook te geloven dat mijn schrijverschap een poging was om die donkere wolk te verdrijven. Tijdens het schrijven van mijn vorige roman, DE ECHOMAKER, werd ik bij mezelf een verlangen naar duisternis bewust. EEN GEN VOOR GELUK ben ik als een vorm van therapie beginnen te schrijven. Toen dit boek in Amerika in de zomer van 2009 gedrukt werd, verscheen een nieuwe gezaghebbende studie die alle voorgaande studies over het depressiegen naar de prullenbak verwees. Ze stelde dat het veel te vroeg was om het betreffende gen aan depressie te koppelen. Van de ene op de andere dag voelde ik me een stuk beter (lacht). Op het einde van EEN GEN VOOR GELUK komt Russell Stone tot een gelijkaardige conclusie:‘Had Thassa Amzwar eigenlijk wel iets uitzonderlijks in haar genen waardoor ze zo vrolijk door het leven huppelde? Of was haar eigen wil er misschien verantwoordelijk voor dat ze de stress uit haar omgeving het hoofd kon bieden?’. Het is nog veel te vroeg om te geloven dat gemoed en temperament gevat kunnen worden in een of andere genetische formule. De relatie tussen nature (aanleg) en nurture (opvoeding) is en blijft ongelooflijk gecompliceerd…” - Jan Stevens.be; 17.12.2009.

Geluk bij een ongeluk
Ik heb het boek uitgelegd vanuit Stone, maar het bevat twee verhaallijnen, waarvan de andere vanuit een geneticus wordt geschreven. Op die manier staan er dus twee werelden tegenover elkaar, waarvan je zou kunnen zeggen dat ze door de tv-presentatrice van een populaire wetenschapsshow aan elkaar worden gelijmd. Bepaald overtuigend gebeurt dat niet. Halverwege het boek ziet Richard Powers blijkbaar zelf ook wel in dat “Gen voor geluk” niet echt op dreef komt: “… Ik zit zo vast als de ezel van Buridan en verhonger tussen allegorie en realisme, feit en fabel, creatieve en non-fictie. Ik zie nu precies wie deze mensen zijn en waar ze vandaan komen. Maar ik weet niet helemaal wat ik met ze aan moet…”. Het wordt ook écht niets meer; en dat vind ik het innemende. Hij heeft op een ongewoon sympathieke manier een roman geschreven die willens en wetens in de mist verdwijnt. Dat noem ik nog eens een geluk bij een ongeluk...

Radio: http://www.radio1.be/programmas/mezzo/richard-powers-mildheid-gen-voor-geluk

Uitgave: Atlas Contact - 2009, vertaling Jan Pieter van der Sterre,400 blz., ISBN 978 902 543 208 9, €24,90
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen