Menu

maandag 2 februari 2026

De nieuwe Romeinen – Gerhard F. Mehrtens

 


Subtitel: Een cultuurfilosofische verkenning

 

De rooms-katholieke denker Robert Lemm gelooft niet in het letterlijke eindtijd-denken zoals gebruikelijk binnen de evangelische beweging: “… Men leeft sinds Christus in de eindtijd, en zo is het mogelijk de Jongste Dag op te vatten als een persoonlijke gebeurtenis voor ieder die sterft…” (zie mijn blog over “Desengaño”). Zo sta ik er zelf ook in. Maar ik laat mij natuurlijk graag verrassen. Wat weten wij nu helemaal? Volgens de rabbi’s zijn er vier wijzen van Bijbeluitleg: “… p’sjat (betreft de directe, letterlijk-historische betekenis van de tekst), remez (betreft de diepere – symbolische of metaforische – betekenis), d’rasj (betreft de typologische en allegorische betekenis; vgl. het woord ‘midrasj’) en sod (betreft de esoterisch-mystieke betekenis) …”. Zie “Israël en de hiel van Ezau” van theoloog/filosoof Willem Ouweneel, die wél gelooft in de feitelijke betekenis van de Bijbel. Zijn hele leven is hij al bezig met het bestuderen van de profetieën rond de ‘wederkomst van Christus’. In een fascinerende lezing haalde hij het boek “De nieuwe Romeinen” (1987) van Gerhard Mehrtens aan, dat ik nog ergens op de kop kon tikken.

 

Een verhaal

In vrijwel elke religie komt ‘de eindtijd’ aan bod. Zie onder andere mijn blog over “Ragnarök” van A.S. Byatt. Ik vind dat een spannend gegeven. Het thema heeft mensen altijd geweldig getriggerd. Al helemaal in moeilijke tijden. Neem bijvoorbeeld de ‘Doomsday Clock’ die door wetenschappers onlangs naar 85 seconden tot onze ondergang is gezet. Zie ook mijn bespreking van “Apocalyps in de kunst” onder redactie van Marcel Barnard en Wessel Stoker. Of het gedicht “Le jugement du Roy de Navarre” van de veertiende-eeuwse dichter Guillaume de Machaut, waarmee René Girard zijn boek “De zondebok” inzet. Enfin, in het Bijbelboek Daniël worden vier koninkrijken beschreven die aan de ‘wederkomst’ voorafgaan. Het verhaal gaat over de profeet Daniël die een droom van koning Nebukadnezar uitlegt, waarin een ontzagwekkend standbeeld voorkomt met een hoofd van goud, een borst van zilver, een buik van brons, benen van ijzer en voeten van ijzer en leem. Elk deel staat voor een wereldrijk dat in de geschiedenis aan de macht komt. Het gouden hoofd zou voor Nebukadnezar en zijn Babylonische rijk staan. De zilveren borst voor het Medo-Perzische rijk (zie de koningen Kores, Darius en Arthasastha). De bronzen buik voor het Grieks-Macedonische rijk (zie Alexander de Grote). En de ijzeren benen, eindigend in lemen en ijzeren voeten, voor het Romeinse rijk. Daarna komt er een steen die het hele beeld omver kegelt, waarna het koninkrijk van de Messias baan breekt. Een en ander linkt met de vier beesten uit Daniël7. Dan heb je natuurlijk wél een ‘verhaal’ – zie Lena Bril in mijn vorige blog.

 

Het vierde Rome

Na de ondergang van het West-Romeinse rijk in 476 werd deze interpretatie uiteraard moeilijk. Sommige geleerden kwamen echter tot de conclusie dat de macht van Rome zich ondergronds heeft voortgezet in het Byzantijnse rijk, en vervolgens via Karel de Grote overging op het Heilige Roomse Rijk, waar de paus een grote stempel opdrukte. Istanbul/Constantinopel wordt dan ook wel het ‘tweede Rome’ genoemd. De Russen spraken in het verleden zelfs van Moskou als het ‘derde Rome’ (Poetin lijkt daar nog steeds in te geloven). De speculaties van Willem Ouweneel gaan nog verder: het nieuwe Romeinse rijk komt volgens hem boven water in de Verenigde Staten. Het huidige Amerika wordt immers grotendeels bevolkt door afstammelingen van westerse immigranten. Zie Openbaring 13:3 waarin staat dat het ‘beest met zeven koppen’ (symbolisch getal voor de Europese Unie), overeenkomend met het Romeinse Rijk, zich na een dodelijke wond weer opricht. In “Mozes, Messias, Mohammed en het einde der tijden” schrijft Ouweneel over de obsessie die Donald Trump, Elon Musk en Mark Zuckenberg aan de dag leggen voor de oude Romeinen: “… Dit is allemaal nog opmerkelijker geworden doordat de nieuwe bisschop van ‘Rome’ een… ‘Amerikaan’ is: Robert F. Prevost, de nieuwe paus Leo XIV…”. Is Washington het ‘nieuwe Rome’? Ouweneel, die een buitengewone aversie heeft tegen Donald Trump, mijmert zelfs openlijk over de vraag of Trump misschien de voorspelde ‘antichrist’ is. Dat is toch fascinerend? De Keltische naam ‘Donald” betekent ook nog eens ‘wereldheerser’. Donald I (†862) was de eerste christenkoning van de Schotten. Vladimir, de Slavische voornaam van Poetin, betekent trouwens precies hetzelfde. Vladimir I de Heilige  (†1015) was de eerste christenkoning van de Russen.

 

Supermachten

Het wordt allemaal nóg gekker als Ouweneel aan komt zetten met een boek van een Duitser uit 1987, “De nieuwe Romeinen”, waarin de antieke Romeinse wereld wordt vergeleken met de moderne Verenigde Staten: alsof alles zich in een gigantisch retro-perspectief herhaalt (zie Prediker 1:9). Je wrijft je ogen uit. Mehrtens wijst op de talloze overeenkomsten tussen de beide ‘supermachten’. “… Aan het einde van de tweede eeuw bereikte het Romeinse Rijk het hoogtepunt van zijn omvang en glorie. In de loop van een duizendjarig bestaan had het kans gezien de uiteenlopende volken en beschavingen rond de ingetogen spiegel van de Middellandse Zee te rangschikken tot een nieuwe, geordende wereld, die zich uitstrekte van de Perzische Golf tot aan Schotland, van de Atlantische Oceaan tot aan de Kaspische Zee en van diep in Noord-Afrika tot ver in de Balkan…”. Zelden spreekt een geschiedenis zo tot de verbeelding als de stichting van Rome. “… Of het nu over Romulus en Remus gaat, de bijna mystieke tweeling die door de wolvin werd gezoogd, over de ganzen van het Capitool of over de Sabijnse maagdenroof, het blijven verhalen die de mensen steeds weer boeien en die telkens opnieuw zijn herschreven…”.

 

Sublieme informatiecultuur

Bijna alles hebben de jonge Romeinen geleerd van de hen voorgaande ‘verstarde’ Etrusken (zie onze door overmatige bureaucratie in de klem geraakte samenleving), die zij langzaam begonnen te overvleugelen: huizenbouw, bodemverbetering, irrigatiemethoden, voedselveredeling, medische zorg, het omgaan met zware industrie. Volgens Mehrtens wisten de Romeinen de macht naar zich toe te trekken door hun sublieme ‘informatiecultuur’ (zie wat Giuliano da Empoli in “Het uur van de wolven” schrijft over de tech tyconen van nu). Vier factoren waren daarbij van wezenlijk belang: het alfabet, de wet, de weg en de vrijheid van godsdienst. De Romeinen maakten van de wereld een dorp. Het Latijn werd binnen no time de wereldtaal, zoals het Engels nu. Na een overwinning brachten de Romeinen met veel eerbied en groot ceremonieel de godenbeelden van de verslagen volkeren naar hun hoofdstad, om ze daar in tempels te vereren, waardoor Rome het godsdienstige middelpunt van de verliezers werd: zo kweek je eenwording. Onze rechtsorde is nog steeds gebaseerd op de Romeinse wet. Over de democratie: “… De tijdslimiet van 1 jaar voor de regeerperioden van de consuls en het feit dat er steeds twee tegelijk aan het bewind waren, geeft wel aan hoe zorgvuldig men met die macht omging. Het kon echter niet uitblijven dat met de groei van het rijk de macht van zijn heersers – zoals zo vaak in zulke situaties – corrumpeerde…”. Zie Trump. Over Rome’s flexibele innovatieve vermogens: “… Koning Pyrrhus uit Macedonië, aanvankelijk uitgenodigd door Tarentum, een welvarende Griekse kolonie in Zuid-Italië (ook wel genoemd Groot Griekenland), bracht de Romeinen zware nederlagen toe, niet in het minst door het gebruik van strijdolifanten, de eerste tanks op de slagvelden van Europa. Maar de Romeinen vonden spoedig een antwoord in het gebruik van brandende pijlen (‘bazooka’s), die de dieren in paniek rechtsomkeert deden maken, waarna ze de eigen linie’s vertrapten…”. Rome werd het middelpuntvliedende centrum van kaarsrechte, 80.000 tot 300.000 kilometer, perfect bestrate en van afwateringssystemen, overnachtingsplaatsen en bewegwijzering voorziene ‘heirbanen’. Zonder grensbelemmeringen of douanes vormden zij de communicatiebanen van de wereld, waardoor Julius Caesar in acht dagen van Rome naar Genève kon racen om de Gallische oorlog uit te vechten. Een en ander bracht een gigantische vergroting en versnelling van het maatschappelijk gebeuren teweeg: zie het World-Wide-Web van nu. Overal werd de Romeinse superioriteit aanvaardt en overgenomen: zie de Romeinse zuilengangen, thermen, aquaducten, reliëfs en mozaïeken. Heb je eenmaal een Romeinse stad gezien, dan heb je ze allemaal gezien.

 

Godsdienstvrijheid

Helaas, de renaissancestaatjes in Italië trokken weer onophoudelijk tegen elkaar ten strijde alsof de Pax Romana nooit had bestaan. Iets van de oude eenheid bleef evenwel bestaan in de rooms-katholieke kerk. Zie de pausbeelden in de St.-Pieter: “… Opnieuw de absolute macht van ‘vergoddelijkte keizers, uitgedrukt in watervallen van brons en marmer en voorzien van alle Etruskisch/Romeinse attributen zoals toga’s, purperen gewaden, wierookvaten, kromstaven en mijters. Daar werd de opperherder weer Pontifex Maximus…”. De Romeinse vrijheid van godsdienst was echter ver te zoeken. Zie de tachtigjarige oorlog waarin complete steden werden uitgemoord. Zie de inquisitie die door middel van brandstapels en folteringen andersdenkenden tot ‘betere’ inzichten probeerde te brengen. Zie de heksenprocessen die als stormen over Europa raasden. Zelfs Romekenner Edward Gibbon moest in de tweede helft van de 18de eeuw nog de universiteit van Oxford verlaten omdat hij zich tot het protestantisme bekeerde.  In de 16e eeuw diende zich een nieuwe grote kans aan om ‘imperia’ te stichten: het koloniale tijdperk begon. Maar met name de kolonisatie van Afrika en Amerika ging gepaard met uitbuiting en moordpartijen op een schaal waar Rome zich voor gegeneerd zou hebben: “… Deskundigen schatten dat van de 25 miljoen Indianen in Zuid- en Centraal-Amerika, slechts vijf miljoen de ‘kerstening’ door Spanje en Portugal overleefden…”. De godsdienstvrijheid in ons land leidde ertoe dat een stad soms wel zeventig kerkgenootschappen binnen de muren had: “… Ieder meende en verkondigde het enige ware te zijn en trachtte zijn gelijk tot in alle maatschappelijke situaties door te drukken…”.

 

Dromen over een Europees imperium

Rome bleef lokken. Na de Franse revolutie had een serieuze heerser een Europees rijk naar Romeins model voor ogen: Napoleon Bonaparte. Daarna kwam de eerste Wereldoorlog. Het leek wel of de dood de afgod van Europa werd. Alles wat de Romeinse overwinningen succesvol maakte, het verstrekken van gelden voor de wederopbouw, het aanmoedigen van handelscontacten en het medezeggenschap door stemrecht, ontbrak aan het Verdrag van Versaiiles waarin de Duitse overgave werd vastgelegd. De gevolgen bleven niet uit. Adolf Hitler kwam op en besloot, naar Romeins voorbeeld, zijn duizendjarig rijk te stichten. Bedremmeld staarde Europa in 1945 naar de grond. De orgiën van geweld en verwoesting bleken van een afmeting, waarbij de Romeinse veldslagen en vervolgingen kinderspelletjes waren. Een en ander kostte ongeveer vijfenzestig miljoen mensenlevens.

 

Haantje de voorste

Het verband tussen Amerikanen en Romeinen is onder andere af te lezen aan Amerika’s bewust grootschalig gebruik maken van moderne techniek, zoals elektriciteit. Ze exploreerden de telecommunicatie. Evenzo ging het kleine, jonge Rome er indertijd vandoor met de belangrijkste uitvindingen van zijn tijd. De grootste overeenkomst ligt in hun dynamiek, versnelling en optimisme. De slogan van de Verenigde Staten luidt: ‘Why not’, gevolgd door het wat drogere ‘So what’. De massamedia nivelleerde en democratiseerde de onderlinge machtsverschillen: de Amerikanen werden elkaars ‘brothers’.  Zoals Rome zichzelf bevrijde door de Etruskische koning weg te jagen, zo bevrijde de Verenigde Staten zich van Engeland en Europa door de ‘Declaration of Independence’ uit te vaardigen. Aanvankelijk waren Rome en de Verenigde Staten nuchtere en sobere boerenculturen, die allebei dachten anders en beter te zijn dan de rest van de naties. Door nieuwe technologieën groeiden in beide culturen de boerenbedoeningen uit tot supergrote agrarische ondernemingen (zie glamour-farmers als de Ewings in de televisie ‘Dallas’ uit Mehrtens tijd), die ontaarden in de hedendaagse bio-industrie: “… Reeds in het oude Rome werden varkens gefokt die te zwaar waren om te kunnen lopen…”. Toen men op land niet meer verder kon, ging men de lucht in. Wolkenkrabbers. Straaljagers. Satellieten. Het Capitool in Washington (nergens is zoveel Romeinse architectuur te zien!) is een copy van het Capitool in Rome: een Jupitertempel, waarvan men tijdens de bouw op een stenen mannenhoofd (Latijn: caput) was gestuit. In de allerijl geraadpleegde priesters verklaarden dit vreemde voorteken als dat Rome de ‘hoofd’stad van de wereld zou worden. Natuurlijk kenden de politici in Washington deze legende.

 

Giga

Rome vond het beton uit, waardoor er gebouwd kon worden op giga-schaal: “… Doorgangen, bedoeld voor mensen niet groter dan u en ik, bereiken gemakkelijk hoogten van zes meter of meer…”. Wie oog in oog staat met de bijna 14 meter hoge roodgranieten zuilen van de thermen van Diocletianus, realiseert zich pas over wat voor enorme geavanceerde mogelijkheden de Romeinen beschikten (ze steken overigens ook nog eens twee meter in de grond). Alles getuigt van euforische overdaad: zie de tempels in Baälbek en Palmyra, de thermen in het huidige Bath (Engeland), de Porta Nigra in Trier, het amfitheater van El Djem (Tunesië), de ruïnes van Djemila (Algerije), de bogen van St. Rémy de Provence en Arles (Frankrijk), de aquaducten van Segovia (Spanje). In Amerika herhaalde zich dezelfde prestigedrang. De architect van het Empire State Building in New York moest dan ook de ware hoogte geheimhouden om te voorkomen dat de eigenaar van het concurrerende Chrysler Building met de eer van het hoogste gebouw ging strijken. Een wonderlijke overeenkomst is ook de voorliefde voor baden. Onder Constantijn de Grote had Rome 11 enorme thermen en 850 privé badinrichtingen. In de tijd van Lodewijk XIV moesten er in Frankrijk nog parfums aan te pas komen om de ergste lichaamsgeuren te verdrijven. In Amerika borrelt en bruist het vanwege een ware badcultus: whirlpools, jacuzzibaden, superzwembaden met torenhoge glijbanen. Talloze marmeren en bronzen portretten van Romeinse hoogwaardigheidsbekleders dienden als informatieoverdracht. Evenals de vele munten. Mehrtens vergelijkt een en ander met de Amerikaanse sterrencultus. De Romeinse triomfzuilen met in spiraalvorm gebeeldhouwde verhalen doen denken aan Amerikaanse strips. De Romeinen kende het fenomeen van het mecenaat, de schatrijke beschermer van de kunsten. Zie heden ten dage het Getty en het Guggenheim. Mehrtens wijst op het abstract-expressionisme met zijn action- painting en colourfield-painting, zie het werk van Rothko en Barnett Newman, dat de toeschouwer tracht te omhullen, voor zover dat in het platte vlak mogelijk is. De overtreffende trap zijn de exposities in het Stedelijk Museum van Amsterdam, waar Sol Lewitt in 1984 en Keith Haring in 1986 hun werk uitbreidden over de wanden en plafonds en culmineerde in de landschapskunst van Christo, Calder, Oppenheim en De Maria. Dan ben je weer terug bij de alle vlakken van een ruimte vullende schilder- en mozaïekkunst van de Romeinen. De Amerikaanse pop-art zorgde pas echt voor een mondiale verspreiding.

 

Go man!

Uit de unieke Amerikaanse muziekvorm, de jazz, evolueerde alle popmuziek. Weer die stimulatie richting ‘vebroedering’ in het mee-improviseren. Het uitgelaten ritme illustreert de beweeglijke kracht en de optimistische toon. Toen het geloof in de hemel wat begon te tanen, werd het lokkend perspectief van een betere wereld overgenomen door de reclame, een verleidelijke dochter van Amerikaanse verkoopmethodes. Zie het reclamefilmpje van Doublemint, waarin een trouwhartige, frisse, open, jonge yank zijn kauwgum, onbelast door tradities, veelzeggend presenteert als ‘herkauwer van het niets’. “… Ongetwijfeld een vorm die nagevolgd zal worden…”, schrijft Mehrtens ook nog. Zie ook de Amerikaanse televisie-series uit de jaren tachtig vol opgewekte, goedgeklede mensen die energiek hun problemen overwinnen. De intriges vertonen simpele zwart-witpatronen van de goeden versus de slechten. In een maatschappij die barst van de gebroken huwelijken spelen de series voornamelijk af in ‘gezellige’ gezinnen. Onophoudelijk wordt er geappelleerd aan ‘mooier, groter, beter’. “… Wat een contrast met de beelden uit een somber tijdperk, zoals wij die bijvoorbeeld voorgeschoteld kregen in Emile Zola’s serie ‘Het geslacht Rougan-Macquart’. Daar spoedde eenieder zich onherroepelijk de goot in…”. De eenvoudige plots in Romeinse toneelstukken werden ook uitgebeeld door ‘good guys’ en ‘bad guys’ die herkenbaar waren aan hun expressief beschilderde maskers. De vermaaksindustrie in het oude Rome was eveneens ongeëvenaard. Het Colosseum, Marcellustheater en Circus Maximus liggen slechts enkele minuten lopen van elkaar, waar ooit elke zomeravond 300 000 zitplaatsen beschikbaar waren. Tel daar ook nog eens de vele kleine theaters en cabarets bij op! En dat in een stad van ongeveer een miljoen mensen. De theaters, vergelijkbaar met de hedendaagse film- en televisie-industrie, zorgden niet alleen voor massa-entertainment, maar waren ook communicatiepunten waar iedereen elkaar kon ontmoeten. Cola, hamburgers, spijkerbroeken, televisieseries, computerspelletjes, open-hartoperaties, vliegtoerisme, de pil en popmuziek: wat komt er eigenlijk niét uit Amerika.

 

Het leger

Het succes van het Romeinse leger had vooral te maken met de vorm van ‘ontwikkelingssamenwerking’ die ze de overwonnen volken bood, in tegenstelling tot de ordinaire plundertochten gebruikelijk in barbaarse streken. Zie koning Leopold II van België die in ‘zijn’ Congo inlanders die niet de vereiste hoeveelheid ivoor of rubber leverden, eenvoudig een hand of voet afhakte, als ze al niet werden doodgeschoten. Het Romeinse leger had zo’n reputatie van onoverwinnelijkheid dat het meestal uit niet meer dan 300.000 soldaten bestond, die voornamelijk aan de grenzen waren gestationeerd: “… het leger had haar offensieve karakter goeddeels kunnen inruilen voor een vermanende aanwezigheid…”. Het werkte preventief en was gebaseerd op imponeergedrag, wat Mehrtens linkt aan het tegenwoordige kernwapenarsenaal. Het is vooral bedoeld ter afschrikking. Gebruik is geen optie: dat zou de ondergang van de wereld betekenen. Een waarschuwend fragment wat anno nu echt wel weer gewikt en gewogen mag worden: “… Intussen leert de geschiedenis van Rome hoe noodzakelijk het is militaire uitgaven binnen de perken van het redelijke te houden. Ook daar begon het leger vanaf een bepaald moment als zelfstandige macht een eigen leven te leiden en benoemde het soms zelf de staatshoofden. Onder keizer Diocletianus, in de late keizertijd, leidden de hoge defensielasten tot grote problemen. Zij veroorzaakten niet alleen spanningen onder de bondgenoten, maar waren zelfs de oorzaak van opstanden in het centrum van het rijk…”. Zie tevens het bericht over rechts-extremisme in het leger.

 

Amerikaanse superioriteit

Ondertussen ligt de toonaangevende beurs in New York en is Europa afgegleden naar een kolonie van Amerika, aldus Mehrtens. Nu Europa anno 2026 van het beleid van Trump af wil, is het maar de vraag of ze wel zonder de VS kan. De nieuwe Romeinen wisten geweldloos hun invloed uit te breiden via een ware informatierevolutie. Het Sovjetbewind, vastgepind aan marxistische dogma’s en vastgeklonken binnen zelf aangebracht schrikdraad, het ijzeren gordijn, isoleerde zich juist van de wereld: “… Binnenslands had men nauwelijks de vrijheid om te schilderen, te musiceren of te schrijven zoals men wilde, laat staan dat er sporen van zichtbaar konden worden buiten de grenzen van de Sovjetunie…”. Evenals vroeger de cultuurverspreiding vanuit Romeinse militaire nederzettingen begon, veramerikaniseerde de wereld overal waar Amerikaanse bases gevestigd waren. De wapenwedloop werd geboren, wat gezien kan worden als een spelletje blufpoker. De nieuwe Romeinen wisten de Russische beer te temmen via hun graanverkopen. Het starre stalinisme bleek niet opgewassen tegen de grotere souplesse van het vrije westen. Het Amerikaanse volk is gegroeid uit een smeltkroes van landverhuizers, avonturiers en goudzoekers: “… Mensen zonder zitvlees kortom, die bereid waren een gokje te wagen om hun materiële positie te verbeteren…”. In tegenstelling tot de vastgeroeste Sovjets haten de Amerikanen alles wat op stilstand lijkt. Ze  joggen, ze rollerskaten, ze tapdansen over het podium, in bioscopen rossen cowboys door de straten, politiewagens rijden als bezeten met gillende sirenes alles aan flarden. Alles raast en flitst. Amerika vestigde haar hegemonie zonder een schot te lossen.  

 

‘Why should we’-culturen

Volgens Mehrtens hadden de Romeinen hun succes voor een groot deel te maken aan het op hun retour zijn van de oude culturen waarvan ze zich meester maakten. De Etrusken, Grieken en Carthagers waren vermoeide ‘why should we’ mensen geworden. Hij wijst erop hoe het geloof in een ‘eindtijd’ bijzonder verlammend op de Etrusken inwerkte. Waarom je nog druk maken als de ondergang aanstaande is? Het gevreesde Carthago kruisigde generaals die een strijd verloren hadden. Graven van geofferde kinderen getuigen van achtergebleven inzichten. Evenzo de Kelten en Germanen waar mensenoffers door ophanging, wurging of verbranding tot de geaccepteerde reiligieuze praktijk behoorde. Bij de Germanen plachten de priesteressen de toekomst te voorspellen uit de ingewanden van nog levende gevangenen. En toen waren daar de Romeinen met hun vrijheid van godsdienst. Overgelopen soldaten en uitgezogen ondernemers wachtte in Rome een zoveel beter bestaan. Ze kregen burgerrechten en grond om te bebouwen. Slaven liepen er net zo bij als hun meesters. Rome werd het magnetische centrum van een enorme braindrain. Een toevluchtsoord van dissidenten. Zie de VS. Natuurlijk had ook Rome zijn ontaarde keizers. Dat zijn ook precies degenen die, zoals altijd, in de herinnering bleven hangen. Het diepreligieuze Rome begon christenen bij tijden als staatsvijandig te beschouwen omdat ze het goddelijke karakter van de keizer, dat de boel bij elkaar hield, ondermijnden. Het is ook waar dat zonder Rome het christendom zich nooit zo had kunnen verspreiden als het gedaan heeft.

 

Pax Informatica

De geïnformeerde mens zal uitgroeien tot de begrijpende mens aldus Mehrtens, en dan komt alles goed. Hij schrijft dat hij het niet eens is met het pessimistische slot van Barbara Tuchmans fenomenale boek “Mars der Dwaasheid”, waarin ze gedetailleerd de gevolgen van ongecorrigeerde macht en verkeerde informatie in verschillende perioden van de geschiedenis schildert. Tuchman eindigt niet met een hoopvolle oplossing, maar met de sombere vaststelling dat dwaasheid een terugkerend fenomeen is, waarbij het besef van fouten vaak te laat komt. Helaas lijkt Tuchman inmiddels op alle fronten gelijk te krijgen, nu de berichten aanzwellen dat het tot op het bot gepolariseerde Amerika zo’n beetje op het punt van een burgeroorlog staan. De Romeinen hadden trouwens ook meermalen te maken met burgeroorlogen.

 

Uitgave: De Haan – 1987, 198 blz., ISBN 978 902 694 233 4

Alleen nog tweedehands verkrijgbaar

Geen opmerkingen :

Een reactie posten