Menu

vrijdag 27 maart 2026

Wachten. Een levenshouding – Dirk De Wachter

 


De populaire Vlaamse psychiater Dirk De Wachter deed zijn naam eer aan door een pleidooi te houden voor het ‘wachten’ in onze gekmakende tijden. Hij is bijna christelijk. Hij gelooft niet in God, maar wel in het goddelijke: de mens is een spiritueel, religieus wezen. Zie Psalm 130 in de prachtige oude berijming: “… Ik blijf den Heer verwachten / Mijn ziel wacht ongestoord…”. Wachten versterkt het mysterie, leert geduld en bedachtzaamheid, brengt rust, zelfs in moeilijke tijden: “… Mijn ziel, vol angst en zorgen, / Wacht sterker op den Heer, / Dan wachters op den morgen; / Den morgen, ach, wanneer?...”. Stelde De Wachter in het Dionysische (zie mijn vorige blog) “Borderline Times” de diagnose, dan is het Apollinische “Wachten” zijn therapie. Naast “Borderline Times” besprak ik ook: “Liefde. Een onmogelijk verlangen?”.

 

Freedom soon will come

De Wachter vertelt hoe een inmiddels overleden vriend en mentor hem op het spoor van de ‘Gelassenheit’ van Martin Heidegger zette: “… Fragen können heisst: warten können, sogar ein Leben lang…”. Het zou de essentie van het leven bevatten. Binnen die ‘Gelassenheit’ is “… das Warten ohne Erwartung…” cruciaal, volgens De Wachter. Maar dat betekent niet egoīstisch ‘niets doen’: “… Dat is je verantwoordelijkheid ontlopen…”. Dan verwaarloos je ‘de kleine goedheid’. De Wachter is ernstig ziek geweest en houdt er rekening mee dat de ziekte hem ieder moment weer bij zijn kuif kan grijpen. Verklaart dat de melancholieke ondertoon in zijn relaas? Graag wandelt hij op het kerkhof van Montparnasse in zijn geliefde Parijs om bij de beroemde doden te zijn: Sartre, Joris-Karl Huysmans, Samuel BeckettCharles Baudelaire, Serge Gainsbourg.  “… ‘Hoor de wind door de henna-bomen varen’, zegt Herman de Coninck dan. 'Through the graves the wind is blowing ,freedom soon will come', fluistert Leonard Cohen…”.

 

Lastigheden

Eens heeft De Wachter een metrokaartje op het graf van Sartre gelegd met de zin ‘L’enfer, c’est le manque des autres’, want hij is het niet met de schrijver eens dat de hel de anderen zijn. Je hebt anderen juist nodig: “… Wij zijn slechts in de verbinding met anderen. Niemand hebben, moet verschrikkelijk zijn. Je kan nog beter iemand hebben waar je hele dagen ruzie mee maakt dan dat je niemand hebt. Ja, dat mag zelfs een troost zijn voor vele koppels tussen wie het knettert…”. De Wachter gelooft niet in de hemel, maar wel dat de doden onder ons zijn: zie Lucas 17: 20-21. De doden bepalen ons nog altijd: “… Voor mensen die het niet goed gehad hebben, is dat een lastige boodschap. Miserie gaat niet over wanneer de mensen sterven die voor die miserie gezorgd hebben…”. De ‘lastigheden’ blijven. “… Zoals emigreren naar Australië evenmin zal helpen. Het gaat allemaal met je mee…”. De wachters weten niet waarop zij wachten. Ik bedacht dat ook de gelovigen niet weten waar zij op wachten: niemand heeft ooit God gezien.

 

Lopen en lezen

De Wachter houdt van twee dingen: lopen en lezen. Ik ook. Daarom houd ik zo van zijn boeken. Het is ongelooflijk hoeveel hij gelezen heeft. Hij leest overal, zelfs in de rij bij de bakker. Hij noemt “Leven en lot” van Vasili Grossman het belangrijkste boek van de twintigste eeuw. Een buurvrouw legt op een dag het complete werk van Konstantin Paustovski op zijn eettafel, dat hij langzaam en aandachtig tot zich neemt, want dat moet bij Paustovski. Het raakt hem als hij leest: “… Maar het wachten op gelukkige dagen is soms mooier dan die dagen zelf…”. In Parijs staat hij in de rij bij een boekhandel om de nieuwe Michel Houellebecq te kopen. Hij noemt “Een soort van liefde” van Alicja Gescinska. En natuurlijk komt hij op te proppen met zijn geliefde filosoof Emmanuel Levinas. Hoe hij op een prachtige zomerochtend naar het Canal Saint-Martin kuiert: “… De ochtendzon staat als een honingvlek aan de hemel, de kalmte van het wandelen brengen zachte gedachten…”. Even verder: “… De tijd wordt vloeibaar, het lijkt wel een stuk van Jon Fosse…”.

 

Sein zum Tode

Tijdens zijn ziekte las zijn zoon hem “Een odyssee” van Daniel Mendelsohn voor. Hij herinnert zich hoe de held in de oorspronkelijke “Odyssee” van de godin Calypso de kans kreeg om onsterfelijk te worden. Hij vertelt over het opgevangen gesprek tussen de groten der aarde, Vladimir Poetin en Xi Jinping, die het hadden over de biotechnologie waardoor onsterfelijkheid in het vizier komt. Ik bedacht dat Jeffrey Epstein daar ook mee bezig was. Odysseus koos de sterfelijkheid, omdat het sterven het leven zin en betekenis geeft. Het betekent niet dat we niets moeten uitstellen. Als we als kippen zonder kop onszelf voorbijlopen, stoten we uiteindelijk op een burn-out: “… Ik ben ervan overtuigd dat we dat kunnen vermijden door goed en rustig en bedachtzaam na te denken over wat we doen en waarom. Misschien moeten we minder dóén en beter nadenken over wat, waarom en wanneer…”.

 

Nabijheid en apartigheid

De Wachter pleit voor de lach. En voor de ‘galanterie’ en ‘beleefdheid’ als levenshouding, waardoor het leven zoveel aangenamer wordt. “… Een terughoudendheid, bescheidenheid, nederigheid. Het jezelf niet vooropstellen. Niet het idee hebben dat je zelf belangrijker bent dan de andere, neen, doe maar eerst, het kan geen kwaad…”. Hij haat de ‘ikkigheid’. Volgens Levinas moeten we ons juist van onszelf ‘ontdoen’ (zie ook mijn blog over “De verborgen geschiedenis” van Donna Tartt). We kunnen ‘ont-ikken’ door ons te concentreren op de ander: een psychiater doet niet anders. Alhoewel je jezelf ook weer niet hoeft te laten ‘wegdrummen’. Een goed leven scharniert tussen ‘nabijheid’ en ‘apartigheid’: “… iedereen heeft nood om af en toe apart te zijn…”. Een solide verbinding verdraagt behoorlijk wat afstand. Het loopt mis als het scharnier lost. “… In de psychiatrie zien we beide fenomenen. De eenzaamheid en het gebrek aan vrijheid…”. Als therapeut gaat hij met mensen op zoek naar ‘hechtingspunten’ in het vaak verschrikkelijke verleden. Die zijn er bijna altijd: de ‘bomma’, de buurvrouw, de meester. Onder de nodige lagen lastigheid en ongemak: “… ‘Under fifteen feet of pure white snow’, zou Nick Cave zeggen…”. Mensen komen soms uit een gezin waarin geweld, verwaarlozing en misbruik de toon voerden. Dat is afschuwelijk. Maar door daarin te blijven hangen bestaat het gevaar dat we in een slachtofferrol belanden. De slachtoffercultuur is overal om ons heen. We moeten voorbij de miserie geraken. Zodat de beschadiging niet onze identiteit wordt. We moeten ‘durven’ wachten. Met een open geest en met verwondering voor de wereld. Wachten op ‘The Right Moment’ van Hannah Arendt, die hij een ‘geniale vrouw’ noemt. Wachten op de ‘goedheid’. Wachten op de morgen.

 

Spagaat

Prachtig schrijft De Wachter over ‘herstel’, ook al word je leven nooit meer zoals het eerder was: “… De lastigheid is er nog, maar het leven is goed…”. Soms kun je, juist door je problematiek meer betekenis, meer diepgang, meer liefdevolheid ervaren. “… Binnen, in mijn consultatieruimte, wordt besproken wat wachtend werd bedacht. Alles wat niet wachtend bedacht werd, heeft het moeilijk om betekenisvol te zijn. Dan wordt de consultatie een gebabbel. Mijn werkruimte is een reflectiekamer…”. In België bestaat ‘Het Wachthuis’, een plek waar mensen terecht kunnen die op de wachtlijsten voor de psychiatrie staan. Er wordt samen koffiegedronken, gekookt, gemediteerd, muziek gemaakt. Soms voelen mensen zich daar zo goed door dat ze zich van de wachtlijsten voor verdere hulp laten schrappen. Als er te veel volk komt, gaan ze wandelen. Psychiaters zitten nogal eens in een spagaat: wachten of gedwongen opname. “… Hebben we te lang gewacht? Of niet lang genoeg? Die lijn is heel dun en het is heel moeilijk om het juiste moment te bepalen. Hoever moeten wij als psychiater het leven bewaken? Wanneer is iets agressie? Hoe tolerant moeten we zijn? Het zijn aartsmoeilijke vragen…”.

 

No time to lose?

Zijn favoriete kunstenaars komen voorbij: Andrej Babenk, Werner Mannaers, Francis Bacon, Louise Bourgeois. Zij wachten ‘werkend’. Op inspiratie. Op erkenning. Vasalis definieert het wachten als ‘eb’. Daar kun je je alles bij voorstellen. Zijn favoriete dichter Charles Bukowski heeft het over het ‘ledige’ wachten: “… You waited in a shrink’s office with a bunch of psychos and you wondered if you were one…”. Waar eindigt dat? De Wachter benadrukt het wachten inzake carrières en promoties die mensen vaak in posities duwen die ver van hun oorspronkelijke talenten staan. Hij is allergisch voor de daadkrachtige kringen waar een sfeer van efficiëntie en succes heerst. De psychiater ziet de andere kant van het verhaal. De kwetsbare mens, de mens die uitvalt, is een signaal voor ons allemaal. Bovendien ontwikkel je in veel domeinen skills en wijsheden die je in je jongere jaren niet kunt hebben.

 

Bemin je keuze

Over het wachten in de liefde: “… Via Tinder swipen mensen vandaag dat het een lust is, dezelfde avond nog komt het tot een seksuele explosie waarvan men de dag nadien al niet meer weet wat er gebeurd is, vanwege de alcoholische bedwelming. Ik ben geen moralist en we leven gelukkig niet meer in victoriaanse tijden, waarin mensen op verschrikkelijke manieren zwanger werden. Maar ik bepleit toch de charme van het even kunnen wachten. Zelfs voor het seksuele, tot we er bewust kunnen bij zijn…”. De essentie van duurzame liefde is volgens hem de notie dat de ander een vreemde is. Dan blijft het gezamenlijke liefdesleven boeiend. Zie ook “Erotische intelligentie” van Esther Perel. Ga je scheiden, bedenk dan dat ook voor grote kinderen het ‘goede uit elkaar gaan’ veelal veel moeilijker is dan gedacht. “… Twijfel desnoods lang. Wees omzichtig, wacht, bespreek, denk lang na en beslis dan pas. Maar als je beslissing valt, moet dit je motto zijn: bemin je keuze…”. Als je je keuze niet bemint, geef je die keuze geen kans.

 

Bidden

Wij hebben ‘verveling’ nodig om van binnenuit de creativiteit te doen opstijgen. Zie Sartre’s “Walging”.  “… Wat de mens te doen staat, is de hypostase: de verschrikking omdraaien en ontstijgen…”. De verveling is de oorsprong, de motor en de zoektocht naar zin. Rituelen zijn ook ‘wachtmiddelen’. Zie het ‘bidden’ van Simone Weil. “… Je kan bidden met of zonder God. Het gaat erom stilte op te zoeken, tijd te maken. Noem het mediteren, dat iedereen nu doet…”. In zijn streng katholieke jeugd werd bidden ook wel ‘lezen’ genoemd. “… Mijn leven spitst zich daarop toe, in de zoektocht naar diepte, naar wijsheden, inzichten, troost, verheffing, schoonheid…”. Zo bekeken, bid ik heel veel. Volgens De Wachter is rouw geen ‘ding met veren’ maar ‘ding met stekels’. Verdriet heeft tijd nodig, de stekels verwonden je door je vel heen. “… We moeten dat stekelige ding omzwachtelen en in dat woord zit letterlijk het wachten. Dat omzwachtelen kan met verhalen, met rituelen, met stilte, met luisteren, met spreken…” (zie ook “Door de sneeuw” van Tommy Goerz).

 

Donut

Voor De Wachter is ‘wachten’ ook, à la Edmund Husserl, ‘een opschorting van een oordeel’. Prachtig schrijft hij over het ‘zijnsgat’ van Heidegger. Onze levens doen vaak denken aan een vrolijke, smakelijk versierde donut. Maar het gaat om de essentie van het gat in het midden dat we niet dicht krijgen, hoezeer we het leven ook consumentistisch opvullen. De metafoor verraste me, omdat ik de gelovige ook vaak heb vergeleken met een donut die God in en om zich ervaart. Het gat wordt zinvol door zingeving. Voor De Wachter zit dat in de zorg voor de medemens. Dat komt wat mij betreft heel dicht bij het eerste en grote gebod in de Bijbel. God liefhebben boven alles en de naaste als jezelf. Tenslotte zijn laatste levenswijsheid: ‘Blijf vooral verwonderd’!

 

Uitgave: Lannoo Campus – 2025, 168 blz., ISBN 978 902 099 965 5, 24,99

Rechtstreeks bestellen bij bol: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie posten