Menu

vrijdag 29 november 2013

Het Witte Wief - Willy Vandersteen


Suske en Wiske / deel 227

Toen ik de stapel Suske en Wiskestrips doorzocht die mijn man vroeger verzamelde, vond ik twee verhalen die zich afspelen op de Veluwe. “Het Witte Wief” is niet het sterkste album, maar het grappige is dat Ede en omgeving het decor is: mijn geboorteplaats. Ooit heb ik de Edese boekhandelaar Piet Pel, die in het verhaal een rol(letje) speelt, er een handtekening in laten zetten en wel op 14.02.1991, lees ik.
Pel wist ontzettend veel over de legenden rond Ede en leverde de ideeën voor dit boek.


Zonnekuiken
Op de eerste bladzijde komen Lambik en tante Sidonia, samen met Suske en Wiske, aan op het stationnetje in het centrum van Ede. Heel leuk getekend, alleen klopt de bosrijke omgeving niet. De winkelstraat met aan het eind de Oude kerk is wel heel herkenbaar.
Ze laten zich naar hun vakantiehuisje rijden in het bos, waar Wiske haar popje Schanulleke even op een zwerfkei legt, die prompt gaat zweven. Wiske er achter aan: ziet ze ook nog een raar mannetje. Niemand gelooft haar – tot ze hem met z’n allen zelf tegenkomen. Zander zonder Zolen: een zandloperfiguur wiens taak het is gescheiden en verdwenen mensen weer bij elkaar terug te brengen. Hij vertelt dat hij het Witte Wief wil helpen die steeds wordt aangevallen door Udo de Boze, een afstammeling van Wodan. Ze doolt rond in de bossen rond Huize Kernhem, op zoek naar haar verloren geliefde. Het Witte Wief is de geest van een priesteres die de ceremonie leidde in de zonnetempel die vroeger op dit terrein stond (saillant detail: mijn opa en oma van vaders kant woonden op een oud boerderijtje in de buurt van Leerdam met de naam “Zonnekuiken”, wat mij altijd aan een buine kip met een batterij vrolijke, gelige, donzige kuikentjes deed denken – tot een oom van mij zei: ben je mal, dat betekent zonne-kijken…). Al de mensen die het verdrietige Witte Wief in het verleden wilden helpen zijn veranderd in zwerfstenen. Er liggen er welgeteld negen, her en der verspreid. Als Lambik met de kinderen op zoek gaat naar Huize Kernhem, struikelt Wiske over de z.g. ‘bloedsteen’: als je daar bij volle maan in prikt gaat de steen bloeden. Rond 1500 voor Christus kwam de aarde bijna in botsing met een andere planeet, vertelt Zander zonder Zolen, alias Vadertje Tijd. Als het Witte Wief haar lief niet terugvindt dreigt dit weer te gebeuren als de zandloper leeg is - en dat is bijna. Suske en Wiske moeten een catastrofe zien te voorkomen…

Ten oorlog
Des nachts sluipen Suske en Wiske stiekem het huisje uit, ontmoeten het schone Witte Wief, worden belaagd door Udo de boze en opgezogen in het modderige moeras “de Viskom”. Aan de onderkant, dwars door de tijdgrens, komen ze er weer uit. De brij wordt namelijk steeds dunner. Ze zwemmen regelrecht de pre-historische nederzetting van het Witte Wief binnen. Een paaldorp uit de oertijd. De inwoners nemen hen gevangen en brengen de kinderen naar de hogepriester in de zonnetempel waar ze zeker geofferd zouden zijn, ware het niet dat de priesteres - dan nog geen Wit Wief - verschijnt, en de hogepriester smeekt ter wille van haar geen mensen te offeren. ‘Okay dan, omdat jij het bent’. Nu slaan de poppen pas echt aan het dansen. De oorlogsgod Wodan himself komt zich er mee bemoeien. Plus de jaloerse Udo de Boze. En Lambik en Jerome die op zoek zijn naar de kinderen. Mensenoffers worden geëist. Een enorme machtstrijd ontstaat. Pilaren van de zonnetempel veranderen in een leger Vikingen. De hogepriester verandert in de bloedsteen. Gelukkig worden Lambik en Jerome en Suske en Wiske teruggeflitst naar hun eigen tijd als de strijd op zijn heetst is. Door professor Barabas met zijn teletijdmachine natuurlijk. Met de Gyronef, zijn zelfgebouwde helikopter, vliegt hij het hele gezelschap naar de Veluwe, waar Wiske met Wodans lans (Gungnir) in de bloedsteen prikt, en de hogepriester terug tovert, die de geliefde van het Witte Wief blijkt te zijn.
Zo dan. Nu kan iedereen eindelijk aan een welverdiende vakantie beginnen…

Het verhaal achter het verhaal
In 1426 noemen de kronieken de hertogen van Gelre als eigenaars van het landgoed Kernhem. Op de plaats waar eerst een kasteel heeft gestaan werd in 1803 Huize Kernhem gebouwd. De naam zou eigenlijk “Keer om!” betekenen, vanwege de Spanjaarden die hier in 1624 op de vlucht zijn geslagen. De oudst bekende leenheer van Kernhem was Udo de Boze.
Bekend is echter dat het gebied al in 1500 voor Christus bewoond werd door Germanen. Grafheuvels herinneren er nog aan. Vanaf Huize Kernhem loopt de Doolhoflaan (een uniek vleermuisreservaat met maar liefst 7 soorten, waarvan de rosse vleermuis het best vertegenwoordigd is, in de paringstijd is zijn lokroep veelvuldig hoorbaar) met aan weerszijde een dubbele rij beuken naar een labyrinth, waarvan het centrum wordt gevormd door een (graf?)heuvel. Hier schijnt in het verre verleden de zonnegod Kere te zijn vereerd door in het wit geklede priesteressen. Het altaar, de bloedsteen, herinnert er nog aan. Volgens een legende komt er bloed uit als je er bij volle maan in prikt, vermoedelijk van de offers die hier zijn gebracht.
Bekend zijn de verhalen over een treurende freule, die ooit op het kasteel woonde, en tot aan haar dood wachtte op haar verdwenen ridder. Sinds die tijd verschijnt ze in de omgeving als ‘Wit Wief’.
‘De viskom’ is een kuil met water op het landgoed.
In de 19e eeuw was een van de opmerkelijkste bewoners van Huize Kernhem Anna Maria Moens. Zij gaf leiding aan een kostschool voor aanzienlijke jongedames en bracht bij: vaderlandsliefde, moederliefde, godsdienstzin en huwelijkstrouw!
Vanaf 1970 kwam het in bezit van de gemeente Ede: mijn zusje is er getrouwd.
Er is een met palen aangeduide wandelroute van 5,9 km. uitgezet die langs alle bijzondere plekken op het landgoed Kernhem voert.
Toen ik een beetje zat te googelen vond ik een site waarop een leuk filmpje te zien is over de legenden rond Kernhem: http://www.kernhemgroeit.nl/in-en-om-de-wijk/ook-kernhem/. Tot mijn verrassing las ik daar ook dat de NIZO, die op het Kernhemgebied staat, een ‘Kernhemkaas’ heeft ontwikkeld. En ook een ‘Proosdijkaas’. Het bijzondere is dat ik op “De Proosdij” ben opgegroeid, een kinderboerderij waar mijn vader vanaf mijn zevende beheerder was. Het was ooit eigendom van de Proost (een Rooms Katholieke geestelijke) van Utrecht.
Inmiddels is “De Proosdij” verbouwd tot zorgboerderij – zie hier. Er wordt verteld dat er lang geleden op zolder een mysterieuze gevangene is vastgehouden (misschien het verdwenen lief van die Kernhemse freule wel…). En dat er een onderaardse gang vandaar naar de Oude Kerk moet lopen.
Ik weet nog dat er vroeger elk jaar een monnik kwam vragen of hij bij de boerderij mocht bidden. Met 'allerzielen'? Voor wie? Voor die geheimzinnige gevangene soms?
Mijn moeder vond dat natuurlijk prima. Hij deed dat vreemd genoeg altijd onder het kelderzolderraam. Op een gegeven moment is hij gewoon weggebleven.
Vind je het gek dat ik van ‘sterke’ verhalen hou!

Uitgave: Standaard Uitgeverij Antwerpen - 1991, 56 blz., ISBN 900 216 459 0, €5,-
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen