Menu

maandag 16 februari 2015

Efter – Hanna Bervoets


Over liefde. “Veertigers leven in relationele chaos”, kopte een artikel in het Nederlands Dagblad van 20 december 2014. Veertigers zouden volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek steeds minder in staat zijn om zich te binden aan een partner en steeds minder goed in het zorgen voor een kind. Volgens psycholoog Paul Verhaeghe, die ik ooit aanhaalde in een blog over het huwelijk van Tim Keller, weten we anno 2015 álles over seks, maar níets over liefde. Karen Armstrong stelt in “Compassie” dat we daarom vooral veel over liefde moeten lezen en leren. Nou, dan kunnen we wat mij betreft met “Efter” beginnen; een toekomstroman, waarin Hanna Bervoets (1984; begenadigd schrijfster, journaliste en columniste voor o.a. de Volkskrant) de liefde op een wel heel uitzinnige manier benadert. Juist dat stemt tot nadenken. Eerder besprak ik van haar de post-apocalyptische roman “Alles wat er was”.

Toekomst

“Efter” is een soort liefdesthriller. Dat het verhaal zich afspeelt in de toekomst valt eigenlijk alleen op doordat de negen personages, die ieder voor zich in aparte hoofdstukken hun zegje doen, mediamiddelen gebruiken waarvan ik nog nooit heb gehoord. Ze ‘schudden’ hun ‘Seos’ waarop ze berichten ‘gazen’, journaliste Laura Horst heeft volgens derden een fantastische ‘meek’, en sommige fragmenten eindigen met het vetgedrukte woord ‘realm’ plus de naam van de schrijver – wat iets als een betaalde blog lijkt te zijn.

Ziek van liefde

Er is een tijd aangebroken waarin verliefdheid wordt gemedicaliseerd. In de nieuwe DSM (psychiatrisch handboek) staat de aandoening vermeldt als Love Addiction Disorder: “… Kenmerken van klassieke LAD:
* Aanhoudende hunkering (verstoring dopaminecircuits)
* Stemmingswisselingen (afwijkingen hormonaal evenwicht)
* Verstoorde realiteitsbeleving (verminderd functioneren prefrontale cortex)
* Obsessief compulsieve gedachten en/of handelingen (verlaagd serotonineniveau)
* Ontwenningsverschijnselen (paniekaanvallen, pijn op de borst)…”
.
LAD als verslaving: “… Wordt een verliefde afgewezen, dan zal zijn hunkering, zijn verlangen naar winst, juist toenemen. In zijn geval is die winst: affectie of fysiek contact. Daar zal hij voor blijven doorspelen. En zoals we zojuist hebben gezien, zijn bij gokverslaafden en LAD-patiënten dezelfde hersengebieden actief. Zowel in de ‘gyrus cingularis’ als in de ‘striatum ventrale’ zien we een piek. Dat betekent dat deze twee typen verslaving uit hetzelfde dopaminecircuit tappen…”.
Nog nooit is verliefdheid zo lucratief geweest. Er komen pillen met de naam Efter voor op de markt. De bijwerkingen worden onder het vloerkleed geveegd. Maar journaliste Laura Horst is de excessen die daaruit ontstaan op het spoor. Als dank vindt ze opengesneden rattenlijken voor haar deur, waar het bloed uit druipt.

Subject
Er bestaan speciale klinieken waar je af kunt kicken van de liefde. Eén daarvan, slot Jagthof, wordt gerund door Kathinka Asselbergs. Een opgenomen meisje over de behandeling (ik schrijf het allemaal maar even over voor het geval een hopeloos verliefde er misschien wat aan zou kunnen hebben): “… Fase één: alle communicatie met het subject verbreken, Seos uitzetten en inleveren…”. Met het subject wordt de geliefde bedoeld. “… Fase twee: Praten. Over het subject, en dan vooral over wat zijn slechte eigenschappen waren. Hercontextualiseren: het subject van verslaving weer tot een mens van vlees en bloed maken’, …”. Er wordt wat afgejankt in deze fase: om films, om muziek, zelfs een pak vlokken verdwijnt in de prullenbak omdat het iemand herinnert aan hoe haar geliefde iedere ochtend zijn boterham met vlokken placht te bestrooien:
“… Om de fijne dingen werd gehuild omdat ze voorbij waren, om de minder fijne dingen werd gehuild omdat ze gebeurd waren, dus in feite huilden de meisjes om álles wat ze meegemaakt hadden, omdat ze een verleden hadden en dus eigenlijk gewoon omdat ze leefden. En dat ging maar door…”. Dan komt “… Fase drie: niet praten. ‘Over het subject praten is aan het subject denken, en aan het subject denken is bepaalde hersenprocessen in werking zetten. Hersenprocessen die we in deze fase gaan proberen helemaal uit te schakelen,’… ". Er worden activiteiten aangeboden “… die het gebrek aan genot bij afwezigheid van het subject compenseren…”, en wel boogschieten, parelduiken en paardrijden. Op het eind leer je hoe je je subject in de toekomst moet benaderen:
“… Op een voor beiden neutrale locatie zonder connotaties met de voorbije relatie, in een ambiance arm aan erotische prikkels en romantische stimuli…”, oftewel “… op een plek met fel tl-licht, zonder alcoholvergunning, het liefst aan een tafeltje bij de toiletten…”. Je bent genezen als je een mooi liedje hoort dat weer gewoon een mooi liedje is: “… en dus niet een mooi liedje dat over mijn subject gaat, of een mooi liedje waarvan ik me afvraag of mijn subject het mooi zou vinden, of waarvan ik stante pede wil weten wie het zong zodat ik het kan opzoeken en met mijn subject kan delen…”.

Obsessief compulsieve affectie
Katinka, die in haar Jagthof voornamelijk meiden opneemt (en daar gebeuren de meest verontrustende dingen mee, die ik verder niet uit de doeken ga doen, ik wil het vooral over de liefde als ‘obsessief compulsieve affectie’ hebben): “…. Het woord verslaving is eigenlijk niet helemáál op z’n plaats. Verslaving is onderdeel van de stoornis, maar daarnaast is de chemische samenstelling van het brein bij LAD zó verstoord dat het de waarneming van de werkelijkheid vergaand beïnvloedt. Bovendien krijgt bijna iedereen vroeg of laat met LAD te maken. Meestal gaat het vanzelf weer over. Maar bij de meisjes die hier logeren belemmerde de aandoening hun sociaal functioneren. Om terug te komen op je vraag nu: ik heb inderdaad een relatie. En die begon met LAD, zoals de meeste relaties. En zoals de meeste relaties zijn we er allebei goed uit gekomen…”.
Ze legt uit hoe door een mislukte sportprestatie tijdens een wereldkampioenschap in Yankton zich dwanggedachten van haar meester begonnen te maken, waardoor ze gemotiveerd werd de hulpverlening in te gaan: “… Natuurlijk wist ik dat zulke gedachten geen enkele zin hebben. En toch kon ik het denken aan Yankton niet stoppen. Tenminste: niet in mijn eentje. Na een jaar heb ik hulp gezocht. Groepstherapie, iets dat toen nog MBCT heette. Daar vertelden ze me dat ik de bedrading van mijn brein omgelegd had. Door steeds hetzelfde gedachtepad af te gaan gaven de synapsen buiten dat pad nog nauwelijks nieuwe informatie af. Mijn brein was als een rotonde waarop de afslagen een voor een geblokkeerd waren, waardoor ik datzelfde rondje maar bleef rijden, zeiden ze. Inmiddels weet ik dat het geen goede omschrijving is, maar op dat moment hielp die uitleg. De moderne psychologie drijft namelijk op één truc: geef mensen een verhaal met hun naam erop. Verschaf ze een verklaring voor hun symptomen en ze zijn plotseling bereid die symptomen te bestrijden. Begrip geeft kracht, het maakt niet uit of dat begrip een illusie is. Zelf was ik binnen drie weken van mijn compulsief repetitieve gedachten af.’ ‘En toen?’ ‘Toen wilde ik weten welke verhalen er nog meer waren.’ ‘En toen?’ ‘Toen wilde ik met die verhalen anderen beter maken.’…” (uiteindelijk blijkt haar Jagthof alleen maar een façade te zijn om Efter te testen en aan de man te brengen).

Oftewel: een pitbull in je buik
Er zijn ervaren moeders die de prachtigste dingen zeggen over verliefdheid: “… Dat je er alles voor overhebt de ander gelukkig te maken. Misschien had ze het anders moeten zeggen. Accurater is: dat jij degene wil zijn die de ander van zijn verdriet kan verlossen. Jij, als ‘enige’. Want verliefdheid is toch vooral ambitie, de hang naar een unieke positie, met bijbehorende superkrachten die alléén jij op de ander kunt toepassen. En iets voor een ander willen betekenen is in de eerste plaats het verlangen uit te stijgen boven het gepeupel in zijn omgeving…”.
Nog een moeder: “… Ben je verliefd, dan zet je elkaar op een voetstuk. Vanaf dat voetstuk kun je elkaar bewonderen en begeren, maar écht samenzijn is onmogelijk, want je staat op een plek die een ander voor je heeft gekozen en kunt dus niet zomaar weg. Pas wanneer de verliefdheid voorbij is, stappen beide partijen van hun voetstuk af. Dan kunnen ze naar elkaar toe lopen, elkaar eens van dichtbij bekijken. En beslissen of ze, na wat ze hebben gezien, nog samen willen blijven…”.
Een andere moeder over haar tweede echtgenoot: “… Na al die jaren weet ze nu zeker: als ze ooit echt verliefd op Robert geweest was, dan zou dat gevoel weer zijn verdwenen. En had het plaatsgemaakt voor dezelfde vergeefse hoop waarop ze bij Jonas zo lang geteerd had. Wanhoop, in feite: alle hoop die niet wordt ingelost is wanhoop. Ze zag het ook bij haar ouders, eigenlijk zag ze het overal; het is vaak niet de belofte van de toekomst, maar de belofte van het verleden die mensen bij elkaar houdt. Dan zijn haar redenen om met Robert samen te leven een veel solidere basis voor een relatie. En steeds wanneer ze de zaken op een rij zet, komt ze tot dezelfde conclusie: haar verbintenis met Robert is een goede overeenkomst voor beide partijen. Hij verschaft zorg, zij verschaft kost, ze verschaffen elkaar gezelschap en fysieke aanraking die hen beiden zelfverzekerder, rustiger mensen maken…”.
Een meisje over een jongen die wil dat ze beter wordt: “… Maar beter zijn betekent niet meer van hem houden. Dus als ik beter word, dan wil hij dat ik niet meer van hem houd. En als hij wil dat ik niet meer van hem houd, dan houdt hij dus niet meer van mij. Want van iemand houden is eigenlijk niets anders dan ervan houden dat iemand van jóú houdt, toch?...”. En even verder: “… ‘Gaat het eigenlijk wel weg?’ fluisterde ze. ‘Wat?’ ‘Dit, waarom we hier zitten. Dat gevoel alsof je een pitbull in je buik hebt die je luchtpijp grijpt, omlaag trekt en kapot kauwt…”.

Placebo-effect
Het gevaarlijke van Efter is dat het bij mensen die geen LAD hebben averechts werkt:
“… Denk aan de medicijnen die ze vroeger voorschreven aan kinderen met wat ze toen ADHD noemden. En denk aan wat er gebeurde wanneer gezonde volwassenen die middelen slikten…” (sommige eindexamenkandidaten gebruiken inderdaad ritalin omdat ze het idee hebben dat ze dan beter presteren). Mensen die niet verliefd zijn maar wel Efter slikken, blijken plotseling hevige affectie te ontwikkelen voor iemand waarmee ze fysiek contact maken. Dat zet de hele wereld op zijn kop: “… Dien Efter toe aan degene naar wie je smacht. Maak intiem contact en wacht af. Voor je het weet zal je lief voor jou vallen. Het is bewezen door de wetenschap!...”. Iedereen raakt in de war. Hetero’s gedragen zich als homo’s. Homo’s gedragen zich als hetero’s. Er vallen honderden slachtoffers. Aanrandingen, moorden, zelfmoorden: “… Ja, in de wereld waarin we nu leven is de liefde nooit vrij van verdenking, elke aanzet tot tederheid verdacht…”. Efter evolueert tot een liefdesdrugs. Komt in het illegale circuit terecht. Er wordt bakken met geld mee verdiend. Ook al blijken sommige pillen namaak, en lijkt het placebo-effect sterker dan de echte werking (zoals sommigen ook beweren van antidepressiva): “… Want mensen geloven wat ze willen geloven. Dat ze de liefde in de hand hebben. Hun eigen liefde, de liefde van anderen. Dat ze kunnen kiezen voor wie die anderen vallen, kunnen kiezen voor wie zijzelf vallen. Misschien kan dat ook allemaal. Misschien heeft het altijd gekund. Maar was er een kleine blauwe pil voor nodig om dat de mensen te doen geloven. En als er één ding is dat ik de afgelopen dagen, weken, maanden geleerd heb, is het dit: geloof wint het altijd van de feiten. Dus ja, wanneer een geloof in liefde, in wetenschap, in dingen die anderen zeggen of op Meeks zetten, gevoelens veroorzaakt, dan zijn die gevoelens wáár. Ongeacht hun bron, ongeacht de juistheid van het geloof dat de gevoelens voortbracht. Gevoelens zijn het nageslacht van het geloof: haar blindgeboren zuigelingen. Dat maakt ze niet minder echt, of oprecht. En alles wat oprecht is, is levensgevaarlijk…”. En toch: “… ‘Echt, een heleboel mensen zijn beter af met Efter.’ ‘Die mensen hoor ik nooit.’ ‘Nou, ik hoor ze wel, hoor. Vrouwen die al jaren smachten naar een relatie, en dankzij Efter eindelijk vallen voor de niet bijster appetijtelijke maar lieve jongens die al jaren achter hen aan zitten. Moeders die Efter in de bruidsschat van hun uitgehuwelijkte zonen en dochters stoppen. Echtgenoten die elkaar na jaren verveling eindelijk weer zien staan.’…”.

Soms moet je een roman gewoon voor zichzelf laten spreken. Ik heb zelden iets gelezen waarin met zoveel humor en wijsheid, zoveel kanten van de waanzin die verliefdheid heet, wordt getoond.

Uitgave: Atlas/Contact – 2014, 320 blz., ISBN 978 902 544 342 9, €19,99
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen