“… Luister goed, en vergeet vooral niet dat echte verhalen verteld moeten worden; als je ze voor jezelf houdt, pleeg je verraad…” – Israel Baal Shem Tov
Filosoof en journalist Lena Bril vraagt zich in haar boek “In therapie” af of mensen in het in rap tempo ontkerkelijkte Nederland wel zonder enige vorm van geloof of een ander ‘collectief verhaal’ kunnen. Waar kom je elke dag je bed voor uit? De seculiere samenleving heeft veel beloofd en vooral veel afgebroken. Wat nu? De religie die ervoor in de plaats kwam is die van ‘het ideaal-ik’, van ‘zelfverwerkelijking’. Maar ja, op een gegeven moment kom je erachter dat de ‘perfecte versie van jezelf’ niet te verwezenlijken valt. We zijn en blijven falende mensjes. Wat we nodig hebben is een ‘nieuw verhaal’. Zie ook Victor Kal in mijn vorige blog: “… Het gaat erom, dat je bij het lezen van de krant kunt zeggen: ‘Nou, het is allemaal hevig, maar er is ook een ánder verhaal, een verhaal waar ik óók in leef.’ In zo’n verhaal kun je op adem komen…”. De vooral in Duitsland enorm populaire denker Buying-Chul Han (1959), van wie ik eerder “Via contemplativa” besprak, schreef een indringend essay over de crisis van het narratieve (zie ook videoplatform “De Nieuwe wereld” - nr. 1883).
Pornografische zelfpresentatie
“… Verhalen stichten een gemeenschap…”, schrijft Buying-Chul Han. Maar het kampvuur is allang gedoofd en vervangen door het digitale beeldscherm, waar vereenzaamde consumenten aan ‘storytelling’ doen. Oftewel reclame maken voor zichzelf. Het promoten van je ‘ideale ik’ middels posts, likes en shares is ontaard in een soort tsunami van ‘pornografische zelfpresentatie’. Het luidruchtige gekakel duidt vooral op het gemis van een écht verhaal, “… dat tot uiting komt in zinledigheid en gebrek aan oriëntatie…”. Alleen al het feit dat dit gebrek inmiddels een geliefd thema van onderzoek is geworden, legt een ‘diepgaande vervreemding’ bloot. “… De luide roep om het narratieve duidt op een ‘functionele verstoring’…” (zelfs Poetin krijgt van de miskende profeet Alexander Doegin het verwijt dat hij bewust heeft verzuimd de inerte Russen, door middel van een ‘wervende mythe’ dan wel een ‘goed verhaal’, te mobiliseren voor wat hij aan het doen is – zie mijn vorige blog). We leven in een ‘postnarratieve’ tijd. We moeten het doen zonder ‘narratieve toverkracht’.
Metaverhaal
Verhalen verankeren je in de wereld. Wijzen je je plek. Geven je een thuis, en daardoor houvast en richting. Het christendom is zo’n ‘metaverhaal’ dat tot voor kort elke uithoek van het leven omvatte. Religieuze feesten en rituelen, die inmiddels zijn vercommercialiseerd tot events en spektakels, gaven glans- en hoogtepunten aan het leven. Het verhaal verándert de wereld; ópent de wereld. Geeft de wereld zin. Sticht identiteit. Begrenst ook (zie de grenzeloze wereld van Epstein). “… Verhalen vertellen en informatie overbrengen zijn tegengestelde krachten…”. Informatie mist de ‘stabiliteit van het zijn’. We verliezen onszelf in het dichte bos van informatie, terwijl we door verhalen onszelf en de wereld juist gaan begrijpen. Verhalen verbinden omdat ze het empathisch vermogen bevorderen. Verhalen vertellen veronderstelt geduldig luisteren en diepe aandacht, vermogens die we zienderogen aan het verliezen zijn. “… De geest van het verhaal stikt in de informatiestroom…”.
Draai de persen
Byuing-Chul Han baseert zich op de filosoof Walter Benjamin (1892-1940) die over de zeldzaam geworden kunst van het verhalen vertellen het volgende schreef: “… Informatie verdringt de gebeurtenissen die niet verklaarbaar zijn, maar alleen verteld kunnen worden. Verhalen hebben niet zelden wonderbaarlijke en raadselachtige kanten. Ze zijn niet te verenigen met informatie als tegenhanger van het geheim. Verklaring en vertelling sluiten elkaar uit…”. De verslaggever stroopt de wereld af op zoek naar ‘informatie’, ‘nieuwtjes’. De verteller is zijn tegenhanger. De verteller is een ‘raadsman’ voor wie om raad verlegen zit. In de vertelling komt weten en mensenkennis naar boven. Een goed verhaal blijft inspireren: “… Met zijn rijkdom aan ervaring en wijsheid kan hij iemand bij leven raad geven…”. Vertellen vergt een toestand van diepe geestelijke ontspanning. Een tijd van ‘niets te doen te hebben’. Dan broedt de droomvogel zijn ei van ondervinding uit. Wikkelen we ons in de doek van haar dromen. Luisteren vergt ‘zelfvergetelheid’, wat precies het tegenovergestelde is van de tegenwoordige trend inzake ‘zelfrealisatie’. Wij leven juist in een tijd van hyperactiviteit. Een tsunami aan informatie fragmenteert de aandacht. Zorgt voor permanente overprikkeling. Het is erg moeilijk geworden om over te schakelen naar een contemplatieve modus. Volgens Benjamin begint de neergang van het verhaal met de roman. Het verhaal sticht een gemeenschap, de roman wordt in eenzaamheid genoten. Het is de opkomst van de informatievoorziening binnen het kapitalisme die de vertelling definitief om zeep helpt. Er wordt niet meer ‘overgeleverd’ en ‘doorverteld’. Waar niets bindends of blijvends meer bestaat, waar continuïteit en stabiliteit zijn verdwenen, resteert alleen nog maar het ‘overleven’. Geven we ons prijs aan de ‘barbaren’. Maar dat hoeft niet per se negatief te zijn. Misschien is het wel eens goed ‘opnieuw te beginnen’. Schoon schip te maken. De ‘nieuwe barbaar’ viert de ervaringsarmoede als ‘emancipatie’. Zie de lichtheid van het bestaan van bijvoorbeeld Mickey Mouse.
Marionetten van de macht
Benjamin wist honderd jaar geleden niet dat het nog wel een graadje erger kon: zie de huidige digitalisering. Inmiddels is er een ‘informatieregime’ ontstaan, dat werkt middels ‘verleiding’: “… Het neemt een ‘smarte’ vorm aan…”. De vrijheid wordt niet ‘onderdrukt’, maar compleet ‘uitgebuit’. Zonder dat wij het in de gaten hebben slaat zij om in controle en sturing. En wel door een macht die steeds subtieler en onzichtbaarder te werk gaat (zie Jonathan Haidt in “Generatie Angststoornis”). We zijn bedwelmd door een ‘informatie- en communicatieroes’. We zijn overgeleverd aan een algoritmische black box waaraan de meesten van ons zich blindelings onderwerpen. Zie Georg Büchner: “… Poppen zijn we, en onbekende machten trekken aan de touwtjes; niets, niets zijn we zelf!...”. In de neoliberale hel van het gelijke staan paradoxaal genoeg authenticiteit en creativiteit op een voetstuk. Zie de marionettenfilm “Anomalisa” (2015) van Charlie Kaufman. De protagonist, een succesvolle motivatietrainer, beseft opeen dag dat hij een pop is. Als zijn mond van zijn gezicht valt, ziet hij tot zijn schrik dat het bij het oppakken gewoon verder babbelt.
Overleven
De uitgeputte laatmoderniteit ontbreekt het nogal aan ‘omwenteling’ en ‘verandering’. Ze is eerder verlamd tot ‘almaar zo verder’ en ’alternatiefloosheid’. Ze is elke moed verloren om een nieuw verhaal te vertellen, een wereldveranderend narratief te verzinnen. “… Wij ‘bekennen ons’ nergens toe. Wij ‘schikken ons’ voortdurend…”. Niemand weet hoe het verder moet. We zijn in een impasse geraakt. Zie de huidige politiek, zou ik zeggen. Zelfs de ChristenUnie komt niet verder dan waarschuwen voor Forum. Het leven dat voortjakkert van de ene actualiteit naar de volgende, van de ene crisis naar de volgende, van het ene probleem naar het volgende, verlamt ons. Alsof we vooral ‘overleven’. Is het bestaan niet méér dan het oplossen van problemen? Ons ontbreekt elke hoop, elke hartstocht, elk visioen, elke ‘verte’.
Phono sapiens
Niet ‘glanzen’, maar ‘nagloeien’ is de verschijningsvorm van geluk. Daarom zijn we ervan verstoken zolang we in de actualiteitsroes zitten. De digitalisering maakt dat de werkelijkheid uiteenvalt in een stroom van informatiepartikels. We ‘fragmenteren’ letterlijk in ‘snaps’. We ‘atomiseren’ in data. Des te beter kunnen we worden gecontroleerd, gestuurd en economisch uitgebuit: “… De smartphone als speeltuin blijkt een ‘digitaal panopticum’ te zijn…”. De ‘Phono sapiens’ leeft pas echt in het nu, bedacht ik. Als een zombie, zonder verleden, zonder toekomst, zonder doel en zonder verhaal. Er is geen verwerking van het beleefde mogelijk. Geen reflectie van het gepasseerde. Geen interpretatie. Alles gaat ‘buiten het bewustzijn’ om. Geschiedt bijna ‘reflexmatig’. Of misschien wel ‘instinctmatig’. ‘Driftmatig’ (zie de vier V’s van Karen Armstrong: geen wonder dat de content voornamelijk uit porno, geweld, en maffe fotootjes van borden eten bestaat). We reageren met ons ruggenmerg in plaats van met ons brein. We etaleren vooral ons ‘digitaal onbewuste’. Het enge is dat de ‘datagedreven psychopolitiek’ zich daardoor meester kan maken van ons voorbewuste niveau van gedrag. Bij ‘self-tracking’, waarbij het ‘tellen’ compleet in de plaats komt van het ‘vertellen’ via het bijhouden van je hartfrequentie, bloeddruk, lichaamstemperatuur, bewegings-en slaapprofielen et cetera, verander je al aardig richting cyborg. In de derde aflevering van het eerste seizoen van “Black Mirror”: ‘The Entire History of You’, snijdt de protagonist zijn implantaat, dat alles wat de drager ziet en meemaakt opslaat, met een scheermesje uit zijn huid (zie ook Openbaring 13:16-18).
Leven of posten
Buying-Chul Han haalt Sartres roman “Walging” aan, waarin de pure feitelijkheid van de dingen bij de protagonist Antoine Roquentin een ondraaglijke walging oproept. Alles is van betekenis ontdaan. Roquentin: “… Dit is wat ik dacht: om van het meest alledaagse voorval een avontuur te maken hoeft iemand het alleen maar aan een ander te ‘vertellen’…”. Roquentin besluit uiteindelijk dan ook romanschrijver te worden: “… Wat geluk schenkt, is het ‘waarnemen in verhalende vorm’. Alles past in een welgevormde orde. Een narratief ‘en’, gevoed door de fantasie, verbindt de dingen en gebeurtenissen die anders niets met elkaar te maken zouden hebben – zelfs futiliteiten, banaliteiten of bijzaken – tot een verhaal, waarin de ‘pre feitelijkheid’ is overwonnen. De wereld verschijnt dan als ‘ritmisch geheel’. Dingen en gebeurtenissen staan niet geïsoleerd op zichzelf. Het zijn eerder schakels in een verhaal…”. Daarom schrijft Peter Handke in “Essay over de jukebox”: “… hij vroeg zich af of dat vertellen dat voor hem in het begin in een goddelijk licht was verschenen, niet een begoocheling was – was het niet een uitdrukking van zijn angst voor alles wat geïsoleerd was, wat buiten een samenhang stond?...”. Dat is net zoiets als het fenomeen dat mensen ‘dapper’ worden gevonden die níet geloven: zij durven de afgrond tenminste in de bek te kijken. Maar ja, dat durfde Nietzsche ook en hij werd wel gek. “… In de digitale laatmoderniteit verdoezelen we de naaktheid, de zinledigheid van het leven, doordat we permanent posten, liken en sharen. Het kabaal van communicatie en informatie zorgt ervoor dat het leven geen beangstigende leegte te zien geeft. De huidige crisis luidt niet leven óf vertellen, maar leven óf posten…”.
Magie
De post-narratieve tijd is een tijd zonder ‘innerlijkheid’. Zonder ‘betovering’. Bestaat domweg uit een opsomming van objectieve feiten. Juist gebeurtenissen die zich aan elke verklaring onttrekken vragen erom verteld te worden. Zorgen voor poëzie. De verteller keert naar binnen. Informatie keert alles naar buiten: “… In plaats van de ‘innerlijkheid van de verteller’ hebben we te maken met de ‘waakzaamheid van de informatiejager’…”. Wie verhalen vertelt neemt een duik in het leven en spint in zijn innerlijk nieuwe draden tussen gebeurtenissen. In de tijd als vertelling bestaan Pasen, Pinksteren, Kerstmis en hebben zelfs weekdagen een narratieve betekenis: woensdag is de dag van Wodan, donderdag de dag van Donar, enzovoort. Achter het scherm verkommert de magische ervaring van de wereld. Het van het narratieve beroofde geheugen lijkt op een ‘uitdragerij’. De opeenhoping van data en informatie zonder verhaal is niet ‘narratief’ maar ‘cumulatief’. Een zielloze brij.
Vetgemest consumptievee
Volgens Freud is de voornaamste rol van het bewustzijn gelegen in de prikkelafweer. Het moet zich zien te vrijwaren van de nivellerende, verwoestende invloed van de buitenwereld. Gebeurt dat onvoldoende dan raken we getraumatiseerd. Dromen is een manier om shockerende gebeurtenissen te verwerken. Herinneren ook: “… Wordt de shock door het bewustzijn gepareerd, dan wordt het voorval dat hem heeft uitgelokt tot een belevenis afgezwakt…”. Over het digitale beeldscherm dat we tegenwoordig bijna dag en nacht voor ons hebben: “… Het woord ‘scherm’ heeft oorspronkelijk de betekenis van iets wat bescherming biedt…”. Het beeldscherm bant de werkelijkheid: “… Daardoor schermt het ons voor haar af…”. Op de smartphone is de werkelijkheid zo gekrompen dat haar indrukken geen enkel shockkarakter meer hebben: “… De shock maakt plaats voor de like…”. Het echte gezicht van de ander gebiedt distantie te houden. Het is een ‘jij’ en geen ‘het’. De smartphone versnelt de verdrijving van de ander. Alleen wijzelf blijven nog over in onze infantiele, narcistische wereld. Op den duur kunnen we nergens meer tegen. Zal iedere, echte ander, ons ongemakkelijk doen voelen. Men kan de niet-participerende wijze van waarnemen, zoals het kijken naar Netflixseries, dan ook karakteriseren als ‘bingewatchen’ of ‘comakijken’: “… De toeschouwer wordt als consumptievee vetgemest…”. Ons psychische apparaat went mettertijd aan de grote hoeveelheid prikkels die op haar wordt afgevuurd, waardoor de waarneming afstompt. Er vormt zich als het ware een eeltlaag over onze hersenschors.
Wow
Wilde kunstenaars als Baudelaire nog shockeren (zie “Het Modernisme. De schok der vernieuwing” van Peter Gay), het huidige type kunstenaar is iemand als Jeff Koons: “… Hij maakt een ‘smarte’ indruk. Zijn werken weerspiegelen de gladde consumptiewereld, die diametraal tegengesteld is aan die van de shock. Van de toeschouwer van zijn werk verlangt hij niets dan een simpel ‘wow’. Zijn kunst is bewust ontspannen en ontwapenend. Hij wil vooral ‘in de smaak vallen’. Zijn devies luidt daarom: ‘De kijker omarmen’. Niets aan zijn kunst mag de kijker afschrikken of schokken. Deze kunst heeft zich aan gene zijde van de shock genesteld. Zij wil, aldus Koons, ‘communicatie’ zijn. Hij had ook kunnen zeggen: ‘het devies van mijn kunst is like’…”.
Passie
Big data maakt wetenschappelijke theorievorming overbodig, ook al verklaart ze niets. Wat maakt het uit waarom mensen doen wat ze doen? “… Ze doen het gewoon, en wij kunnen dat met ongeëvenaarde nauwgezetheid op de voet volgen en meten…”. Plus voorspellen. Data verdrijft de geesteswetenschap. “… Kunstmatige intelligentie kan het volledig zonder begrip stellen. Intelligentie is geen geest…”. Hier houden de verhalen dus op. Freud, wiens genezing erin bestaat dat zijn patiënten instemmen met het narratief dat hij hun aanbiedt, kan wel inpakken. Zo ook Plato met zijn dialogen. En Dante met zijn “Goddelijke komedie”. Evenals de ‘Verlichting’, dat ook maar een verhaal is. En Nietzsche met zijn ‘hervertelling van de wereld’, dat toch een ‘nieuw verhaal’ is, een ‘verhaal als waagstuk en feest’, ja als ‘avontuur’. Een ‘dronkenschap’ van de geest. Is het een wonder dat daar heel wat onredelijkheid en gekkigheid bij komt kijken! Kunstmatige intelligentie kent geen ‘passie’. Daarom ‘verstomt’ het verhaal.
Luisteren
“… All sorrows can be borne if you put them into a story or tell a story about them…”. Verhalen herscheppen de wereld tot een vertrouwd huis. Verhalen zorgen voor sociale cohesie. Péter Nadás vertelt in zijn essay “Behutsame Ortsbestimming” over een reusachtige perenboom in het centrum van een dorpje, waaronder op warme zomeravonden de dorpsbewoners samenkomen om elkaar verhalen te vertellen. Ook wordt er zachtjes gezongen en geeft het dorp zich over aan een ‘rituele contemplatie’: samen zwijgen. Verhalen brengen de dingen weer in het reine. Verhalen zijn heilzaam. Verhalen genezen. Verhalen bevrijden. “… Freud begrijpt de pijn als een symptoom dat wijst op de blokkade in iemands levensverhaal. De persoon in kwestie kan zijn verhaal niet voortzetten…”. Momo in “Momo en de tijdspaarders” van Michel Ende, zorgt ervoor dat de ander zich ‘vrijvertelt’, alleen door te ‘luisteren’. Zelfs een kanarie die niet wil zingen krijgt ze na een week aan het kwetteren en kwinkeleren. Het luisteren is in eerste instantie niet gericht op de inhoud van de mededeling, maar op de ander. Momo ‘ziet’ de ander. Er wordt een resonantieruimte geopend waarin de verteller zich gezien, gehoord en geliefd voelt. Ook aanraking heft als ‘tactiel verhaal’ spanningen en blokkades op. De aanraking in empathische zin scheurt ons los van ons ego. We worden ziek, depressief, angstig en eenzaam door toenemende aanrakingsarmoede. De ‘stories’ op sociale netwerken zijn ‘schreeuwen om aandacht’. De digitale netwerksamenleving werkt isolement in de hand.
Wij
De innigste gemeenschap is een gastvrije vertelgemeenschap. Maar niet alle verhalen stichten gemeenschap. Het neoliberale prestatie-narratief bijvoorbeeld maakt van iedereen zijn eigen ondernemer, zodat de ander een concurrent wordt. Waar iedereen de godsdienst van het Zelf huldigt en zijn eigen priester is, zichzelf produceert en performt, ontstaat geen ‘wij’. Integendeel, het (vaak moralistische) privé-narratief breekt zowel de solidariteit als de empathie af. Verhoogt alleen de eigenwaarde. De conservatieve, nationalistische narratieven die tegen de liberale permissiviteit gericht zijn, zijn eveneens buitensluitend en discriminerend. Moderne managers hebben de waarde van het verhaal ook ontdekt: “… ‘Stories sell’ betekent uiteindelijk: ‘emotions sell…”. Uit winstbejag eigent het kapitalisme zich moedwillig verhalen toe. In deze wereld van storytelling wordt alles gereduceerd tot consumptie. De storytelling als verkapte commercie mist elke vorm van bezieling. “… Daardoor worden we blind voor andere verhalen, voor andere levensvormen, voor andere waarnemingen en werkelijkheden…”. Dát is de crisis van het narratieve.
Uitgave: De Nieuwe Wereld/Ten Have – 2024, vertaling Mark Wildschut, 160 blz., ISBN 978 902 591 277 2, € 14.99
Rechtstreeks bestellen bij bol: klik hier

Geen opmerkingen :
Een reactie posten