Subtitel: De wereld is niet voor verbetering vatbaar
Verder met de zingevingscrisis. In een artikel van “De ongelooflijke” (15.01.26) komt een deskundige aan het woord die vertelt dat meer dan vierduizend studies aantonen dat er een koppeling bestaat tussen zingeving en (geestelijke) gezondheid. In zeer korte tijd zijn wij wereldkampioen ontkerkelijking geworden, maar we kunnen niet goed tegen de ‘horror vacui’, de innerlijke leegte, die daardoor optreedt. Inmiddels kampt de helft van de jongeren met mentale problemen. Als reactie op de hedendaagse zingevingscrises zijn filmmakers Gertjan Duijm en Florian Groeneveld het documentaireproject ‘ZINcentraal’ begonnen, waarin zij allerlei denkers interviewen inzake hun wereldbeschouwing (zie Emanuel Rutten over wat dat eigenlijk is: een ‘wereldbeeld’). In één van hun YouTubefilmpjes komt Robert Lemm (07.05.45) voorbij, een briljant Hispanist en tegelijk traditionele katholiek, van wie ik eerder “Essays over de ziel” besprak. In “Desengaño”, uitgegeven in 2022, stelt Lemm dat de wereld niet voor verbetering vatbaar is. Bioloog Midas Dekkers beweert in zijn nieuwste boek “Het menselijk tekort” (2025) inmiddels precies hetzelfde: “… Het is dom te denken dat de mens steeds beter wordt. Al zou elke generatie steeds maar een ietsiepietsie vooruit zijn gegaan, dan waren we nu na honderdduizenden jaren evolutie zo ongeveer volmaakt en dat zijn we niet. Ieder mens struikelt over dezelfde dingen als de mensen die hem voorgingen…” (Filosofie Magazine, jan. 26). Volgens een bericht op Nu.nl (15.01.26) verwachten ‘honderden experts’ zelfs dat de tijd slechter in plaats van beter wordt. Hoezo ‘vooruitgang’?! Een en ander zal zeker geen verrassing zijn voor wie het nieuws tot zich neemt. Toch is er volgens Robert Lemm geen reden voor pessimisme. Wij kunnen zélf wel ‘groeien’ en ‘veranderen’: “… Beter en wijzer worden blijft voorbehouden aan het individu, niet aan de mensheid als geheel…”.
Homo homini lupus
Volgens René Girard (zie mijn vorige blog) is de wereld gevangen in een eindeloze cyclus van ‘mimetische’ begeerte waarin we de ander de baas willen zijn. De wolf is de mens een wolf. Beëlzebul drijft Beëlzebul uit met Beëlzebul, dus helemaal niet mee bemoeien, vindt Robert Lemm. De duivels maken elkaar wel af. Wordt geen Don Quichot die vecht tegen windmolens. Je moet de wereld niet genezen, je moet jezélf genezen. “… Een wijs man trekt zich terug in het heiligdom van zijn stilte, en mocht hij zich desondanks willen uitspreken, dan in de luwte van een kleine kring van goede verstaanders…” (Baltasar Gracián, 1647). Zet in op ‘geestelijke ontwikkeling’. Daar wordt iedereen beter van: ook je omgeving.
Hebben wij een onsterfelijke ziel?
Lemm noemt zichzelf een ‘reactionair’. Hij is geen liberaal die voor een utopische toekomst gaat, hij is geen conservatief die zich op het verleden richt, hij ‘kijkt naar boven’ (wat op zijn leeftijd niet zo heel raar is, denk ik). Een voorbeeld van een typische ‘reactionair’ is de jezuïet Leo Naptha uit de beroemde roman “De Toverberg” van Thomas Mann. Naphta richt zich op het voortbestaan na de dood: “… Voor hem is de mens een onsterfelijke ziel in een sterfelijk lichaam met een bovennatuurlijke bestemming…”. Lemm: “… De menselijke persoon is waar het om gaat. ‘De vraag of onze ziel onsterfelijk is, raakt iedereen oneindig veel meer dan alle vragen die voor volken en individuen gewoonlijk in het middelpunt van de belangstelling staan’. Deze conclusie ontleen ik aan de Duitse filosoof Dietrich von Hildebrand, een tijdgenoot van Thomas Mann, die allebei uitgesproken tegenstanders van de Duitse staat onder het nationaalsocialisme waren…”. Zie ook het artikel‘Waarom je een schedel op je bureau moet zetten. Het belang van memento mori’ (De Ongelooflijke, 30.12.25). Het leven is een voorbereiding op de dood, aldus Plato. Het paradijs ging verloren door de zondeval. Sindsdien zijn repressie en agressie van alle tijden en regeert het geld. Bij Thomas Mann is ‘reactionair’: orthodox of rechtzinnig katholiek en antikapitalistisch. Enkele beroemde reactionairen uit onze eigen geschiedenis: Willem Bilderdijk (1756-1831), Isaac Da Costa (1798-1859), Groen van Prinsterer (1801-1876), Abraham Kuyper (1837-1920) en Multatuli (1820-1887) die de Tweede Kamer al een verzameling van ‘nitwits’ noemde – zie vooral zijn “Ideeën”.
Onttovering
C.S. Lewis schrijft in “The Discarded Image” (1964) dat er voor de uitvinding van de boekdrukkunst in de ‘Dark Ages’ een uitgebreide leescultuur was, waarin het wereldbeeld draaide om God en het hiernamaals. Zie Boëthius, die stelde dat het ondermaanse niet deugde, zoals al eerder was vastgesteld door Plato en Seneca. Welnu: “… Had de wereld gedeugd, dan was Christus niet gestorven…”. Zie Dante, die qua inhoud van zijn “Commedia” een middeleeuwer was, maar op het punt van de vorm van zijn gedicht een heraut van de Renaissance. Wij hebben moeite met het begrijpen van de middeleeuwse wereld omdat onze levens niet meer gericht zijn op het goddelijke maar op het hier en nu. Zie Joseph de Maistre: “… Alles in deze wereld die wij zien houdt verband met een andere wereld die wij niet zien…”. Wij moeten volgens Lemm dan ook ‘bij het licht van de waarheid uit de dwaling geraken’ (een fascinerend thema dat breed leeft, zie de termen ‘woke’ en ‘wakker worden’). Wij moeten ontsnappen uit de ‘waan’. Daarvoor gebruikt hij het Spaanse begrip ‘desengaño’, een woord dat hij omschrijft als ‘onttovering’, “… een ‘wake-up call’, doch zonder daarbij te vervallen in moedeloosheid, depressiviteit of cynisme…”. Want wie gelooft wacht immers de ‘hemel’. Wat kan er mooier zijn dan dat?! “… Zonder het leven na de dood is het tijdelijk leven zinloos…”. De reactionair is altijd een rebel volgens G.K. Chesterton. “… De christen, zei Chesterton, is pessimistisch ten aanzien van de tijdelijke wereld, maar optimistisch ten aanzien van de uiteindelijke afloop…”.
Het menselijk tekort
‘Reactionair’ kreeg tijdens de Verlichting een uitgesproken ongunstige bijklank. Reactionairen werden geassocieerd met een voorliefde voor de absolute monarchie, met dictaturen als van Franco en met fascisme en nationaalsocialisme. De Colombiaanse schrijver en filosoof Nicolás Gómez Dávila (1913-1994) gaf de term weer een positieve lading, door van het gewraakte label een geuzennaam te maken. Volgens reactionairen eindigt het vooruitgangsgeloof immer in de spreekwoordelijke ‘Toren van Babel’, met als duidelijkste voorbeeld het repressieve communisme. Lemm bespreekt de Spaanse filosoof en politiek denker Juan Donoso Cortés (1809-1853) die vond dat liberalen en socialisten geen rekening hielden met het menselijk tekort, en dat juist om die reden gezag van bovenaf nodig was: “… De liberale gelijkheidsleer en de vrijdenkerij leidden onvermijdelijk tot wanorde…” (zie ook: “De gezagscrisis” van Ad Verbrugge). De Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa en de Spaanse filosoof José Ortega y Gasset, schrijver van “De opstand der horden”, treuren beiden om het gemis van onderscheidingsvermogen in de kunst. “… Net als in de politiek, worden ook in de culturele arena de besten niet gekozen…”. Mensen zijn niet gelijk.
Tegenwereld
Als het leven lijden is, hoe ga je daar dan mee om? “… De antwoorden van Freud en Nietzsche verhullen de vlucht en de wanhoop…”. Freud propageert de wenselijkheid zo lang mogelijk in leven te blijven, in zo prettig mogelijke omstandigheden. “… Om het lijden te vermijden raadt hij de mensen aan hun toevlucht te nemen tot amusement, seks, drank en drugs…”. Nietzsche vindt zelfmoord het eerlijkst. De humanisten bevelen het stoïcisme aan. Zonder God staat alles op losse schroeven en wordt het ergste mogelijk, aldus Dostojewski. We kunnen echter niet bewijzen dat Hij bestaat. En dat is maar goed ook. Konden we dat wel dan zou alles uiteindelijk worden onderworpen aan de heerschappij van de mens. “… ‘Het katholicisme’, luidt de conclusie van Donoso Cortés, ‘kan niet alles verklaren, maar wie de katholieke duisternis verlaat, komt terecht in een nog grotere duisternis’…”. Nietzsche, de meest aangehaalde filosoof in onze tijd, mag dan de dood van God hebben verkondigd, hij eindigde wél in het gekkenhuis. De Kerk geeft houvast: “… Die leerde dat het lijden bij het leven hoort en dat aanvaarding ervan en de moed om tegenslagen te verduren de hoogste deugden zijn in het vergankelijke tranendal…”. Lemm: “… Geloven is mooi, hoort men vaak zeggen, maar is daarvoor de Kerk nodig? Zonder de Kerk is het geloof als een kaars zonder kandelaar. Die valt om…”. De Kerk moet een ‘tegenwereld’ vormen. “… Waarom klinkt verontwaardiging over onrechtvaardigheid luider dan liefde voor rechtvaardigheid?...”. Gómez Dávila: “… Wat de Christus van de Evangeliën zorgen baart, is niet de economische situatie van de armen, maar de morele gesteldheid van de rijken…”.
Deugen
De westerse beschaving bereikte haar hoogtepunt in de zeventiende en de eerste decennia van achttiende eeuw, volgens Lemm. Naarmate de elite het geloof in de onsterfelijke ziel en het eeuwige leven verloor, groeide het geloof in - vooral fysieke - wereldverbetering. Oswald Spengler ontwaarde in de geschiedenis evenwel een komen en gaan van culturen met elk een jeugd, een opkomst, een bloeiperiode, een verval en een afsterven. In het inmiddels ondergaande Avondland is de geest uitgeput. De architectuur, schilderkunst, beeldhouwkunst, toonkunst en literatuur spiegelen de dromen en nachtmerries van de liberale elite en de massamens tegen de achtergrond van de demografische expansie. Het materiële correspondeert met de onverzadigbare uitbreidingsdrang. De ‘faustische ruimtehonger’ maakt van elke sterveling met zijn ‘onbegrensde mogelijkheden’ een onophoudelijke, rusteloze zoeker: “… De buitenwereld verdrong de verstilde binnenwereld…”. Dit staats haaks op Jezus’ ‘metafysische’ boodschap: “… Mijn koninkrijk is niet van deze wereld…”. Geld genereert een soort mentale energie: “… De moderne mens valt of staat met zijn marktwaarde…”. Alles wordt vertaald naar wat het kost, wat het waard is, tot en met de kunst (zie: “Het Modernisme. De schok der vernieuwing” van Peter Gay). “… Spenglers autoriteit werd ernstig betwijfeld door de meeste cultuurdragers. Toch waren er ook beschouwers die in zijn kielzog voeren, zoals de Duits-Amerikaanse joodse sociaal-psycholoog en filosoof Erich Fromm…”. Hij stelde vast dat in de jaren vijftig bijna iedereen in de Verenigde Staten in God geloofde, terwijl bijna niemand zich zorgen maakte over zijn zielenheil. Ondertussen nam Fromm een toename van verveling, depressiviteit en zelfmoord waar (en zie nu eens…). De Nederlandse psychiater H.C. Rümke noemde ongeloof de oorzaak van een ontwikkelingsstoornis. Herbert Marcuse, de Duits-Amerikaanse socioloog en filosoof van de 1968-revolutie, redeneerde verder in de lijn van Spengler. Hij stelde dat de maatschappij ziek was als gevolg van materiële overvloed. De open discussie was volgens hem ver te zoeken. De media hield het establishment overeind. Dat is nog steeds zo. “… De revolutionaire studenten van 1968 werden de ambtenaren van Utopia…”. Volgens hen deugt onze maatschappij als nooit tevoren.
Het gouden kalf
Ondertussen liet het ‘ontwikkelde’ Westen een schrikbarende toename van miljonairs zien ten koste van straatarme massa’s in voornamelijk Afrika, Azië en Latijns-Amerika. “… ‘Democratisch gekozen regeringen vormen steeds meer een systeem waarin kiezers bepalen welke politici gaan uitvoeren wat de financiële sector dicteert’, schrijft Joris Luyendijk in “Dit kan niet waar zijn. Onder bankiers”. Banken, vervolgt hij, zijn meedogenloos gericht op winst en het bedriegen van klanten. De beurs, van oudsher al getypeerd als een rovershol, noemt de auteur ‘een aquarium van haaien’…” (2015). Dit alles voorzag Spengler al in zijn in 1917 voor het eerst gepubliceerde boek. “… De nieuwe mens die uit de Revolutie was opgerezen had geen last meer van zijn geweten…”. In een transcendente bestemming geloofde immers niemand meer.
Slachtoffercultuur
Johan Huizinga oogstte met zijn “Herfsttij der Middeleeuwen” mondiaal bewondering. Minder bekend is dat hij in “In de schaduwen van morgen” (1935) en “Geschonden wereld” (1943) profeteerde dat het christendom opzij zou worden geschoven. “… Moderne kunst doorzag hij als louter een kwestie van vorm, cultuur als louter horizontaal en liefde louter als seks…”. Zie over het mentale en morele failliet van de kunsten het interview dat Jelle van Baardewijk onlangs had met vertegenwoordigers van het kunstenaarscollectief KIRAC (17.01.26). Het persoonlijke geweten week voor collectieve verontwaardiging over wat er sociaal niet deugde, en zo ontstond de hippe ‘slachtoffercultuur’. De schuld ligt altijd bij de ander (zie mijn vorige blog). De modieuze verontwaardiging geldt immer de omstandigheden búiten jou. “… Het niet aanvaarde lijden is de diepe oorzaak van revoluties. De eis van ‘sociale rechtvaardigheid’, in wezen wraak, paart zich aan de verongelukte houding van Lucifer. Ook hij gaat, voorgesteld als aap van God, aan een kruis hangen om het slachtoffer te spelen…”. Even verder: “… Compassie is in onze tijd een politiek wapen geworden…”. Lemm: “… Het schuldgevoel dat van oudsher de christen kenmerkt daarentegen, betreft alleen zijn eigen zonden, datgene waarin hij zelf tekortschiet, de vergrijpen en nalatigheid die hij zichzelf aanrekent. In de katholieke Kerk bestaat daarvoor het Sacrament van de Biecht…”.
Geestelijk afkalvingsproces
Ondertussen heeft de kunst geen boodschap, en is dus ook geen ‘noodzaak’ meer. Degradeerde tot een ‘product van toegevoegde waarde’. De met veel tamtam gepropageerde reuzenromans van na de oorlog draaien om ‘anti-helden’. Om doorsnee-mensen die verzandden in de complicaties van het liefdesleven en de afdwalingen volgens de moderne psychologie. Een ‘geestelijk afkalvingsproces’ ving aan. Elke vorm van ‘bezieling’ verdween. “… The crises of western civilisation was neither political nor economic but essentially spiritual…”, aldus de katholieke historicus Christopher Dawson. Er is niets meer wat ons samenbindt, wat de boel bij elkaar houdt. “… Wereldberoemde schilders als Picasso en Klee laten een misvormde, fragmentarische werkelijkheid zien. In de labyrintische romans van literaire iconen als Joyce en Dos Passos ontbreekt de draad van Ariane…”. Nu de Europese Unie zich laat meeslepen in de oorlog tussen Amerika en Rusland om Oekraïne, stijgen de prijzen van energie en voedsel, nog verergerd door de hoge inflatie. De armoede neemt toe en een nieuwe golf vluchtelingen overspoelt Europa. Op de decadentie in geestelijk en zedelijk opzicht, volgt inmiddels het economisch verval. Verdwijnt daarmee onze ‘laatste toevlucht’?
Helicopterview
Aan de hand van de Engelse theoloog en katholieke bekeerling John Henry Newman (1801-1890) legt Robert Lemm uit waarom hij het liberalisme een ‘dwaalweg’ vindt. Newman publiceerde veel brieven, preken, gedichten, romans en toneelstukken met de bedoeling christenen te laten nadenken. Evenals Newman heeft Lemm heeft niets met het ‘gevoelschristendom’. Newman hield van duidelijkheid: óf je ging voor het katholicisme, óf je bekende je tot het atheïsme. Alles ertussen wekte alleen maar verwarring. “… Met de zuivere wetenschappen had Newman geen probleem. Want die waren per definitie atheïstisch, aangezien daarbij kwesties van theologische aard buiten beschouwing bleven…”. Anders lag het met de ‘humaniora’, de geesteswetenschappen c.q. menswetenschappen. De letteren, de filosofie, de geschiedenis. Zij vormen de geest. In de zeventiende eeuw maakte de wijsbegeerte zich los van de godsgeleerdheid. Men sprak nog wel van een ‘ordenend principe’: de ‘god van de Rede’ dan wel ‘de god van de wetenschap’. Met de Romantiek viel de Rede echter van haar voetstuk. Vanaf nu werd de godsdienst beschouwd als een subjectieve gewaarwording. Evenals de rest van de humaniora. Hoorden die nog wel op de universiteit thuis? Moet je God en de ziel ontkennen omdat een en ander niet proefondervindelijk kan worden aangetoond? Om hun academische status te rechtvaardigen en hun gebied een academische glans te geven, begonnen de beoefenaren van de menswetenschappen het jargon en de methoden van de natuurwetenschappen te imiteren. En zo ontstonden de ‘theoretische literatuurwetenschap’ en vergelijkbare constructies. “… Wetenschap is in onze tijd vijandig aan godsdienst. Dat komt doordat ze vanuit omgekeerde situaties vertrekken. Godsdienst vertrekt vanuit een vooropgesteld idee, namelijk de geopenbaarde waarheid, terwijl de wetenschap de waarneembare werkelijkheid tot uitgangspunt heeft. Sinds Galileo heeft de wetenschap wraak genomen op de godsdienst. Maar de eerste mag zich dan onafhankelijk hebben verklaard, ze is in verkokering vervallen, ze is haar centrum kwijtgeraakt…”. Wat ontbreekt is de helicopterview waar ik het in mijn vorige blog over had. “… De leergangen worden hoe langer hoe gevoeliger voor de mode en er vindt een wildgroei plaats van leerstoelen voor details waarvan het bestaansrecht te denken geeft…”. Na het existentialisme kwam het marxisme en daarna het postmodernisme. “… In onze postmoderne samenleving bestaat de werkelijkheid net zomin als de waarheid. Ook de werkelijkheid is afhankelijk van iedere afzonderlijke waarnemer…”.
La condition humaine
Toch liep men in de filosofie tegen het ‘leerstuk van de erfzonde’ aan: het ‘menselijk tekort’, ‘la condition humaine’. Ondanks de Volkerenbond en de Verenigde Naties duren de oorlogen voort, vergezeld met de begrippen ‘genocide’ en ‘misdaden tegen de menselijkheid’. “… Naast een internationaal Vredespaleis, verrees er een internationaal Strafhof waar oorlogsmisdadigers en dictators terechtstaan van een door Amerika en westerse machten gefinancierde rechtbank, alsof die machten niet ook misdrijven tegen de menselijkheid plegen…”. Zie hoe iedereen momenteel met zijn handen in het haar zit inzake de democratisch gekozen Trump (gekke koningen hebben altijd voor problemen gezorgd). Democratie is de minst slechte bestuursvorm. Niemand mag daaraan tornen.
Tolerantie
Tolerantie komt in feite neer op onverschilligheid, aldus Lemm. Dostojewski: “… Tolerantie zal er uiteindelijk toe leiden dat verstandige mensen verbannen worden om de imbecielen niet te beledigen…”. Tsja. Natuurlijk was de katholieke inquisitie een dingetje, maar kijk ook eens naar de calvinisten met hun verbranding van Miguel Servet en de Joden met het symbolisch vertrappen en doodverklaren van Spinoza. Je kunt wel steeds naar de katharen en anabaptisten wijzen, maar als zij de baas waren geworden was het echt niet beter gegaan: “… de katharen waren allesbehalve onschuldige dromers. Het waren onuitstaanbare puriteinen, zoals later de calvinisten…”. De moderne inquisitie is overal. Zie de Armeense volkerenmoord in 1915. Zie de joden en zigeuners in de periode 1940-1945. Zie de concentratiekampen in China. Zie de Killing Fields in Cambodja. Zie de Goelag in Rusland. Zie de Afrikaanse Rwandi en Burundi. Zie het huidige opinieklimaat waarin iedereen die buiten de lijntjes kleurt de kans loopt te worden ‘gecanceld’. Het enige wat verandert zijn de maskers en de methodes. Het christendom zit vol paradoxen, ook daar overziet men de waarheid echt niet in alle schakeringen.
Flierefluiters
“… Arcadia, de gouden eeuw, de Hof van Eden, de nostalgie naar een beter vroeger sloeg tijdens de Verlichting om in een project voor de toekomst…”. Aldus Lemm. Zie Jean-Jacques Rousseau met zijn ‘nobele wilde’. Joseph de Maistre vond dat Rousseau zijn ‘goedaardige, ongeciviliseerde flierefluiters’ verwarde met ‘Gods beelddragers in de Hof van Eden’. Het gaat er niet om of iemand in de stad of in de boesboes leeft, maar of iemand deugd of niet. Uit Rousseaus droom kwam de socialistische heilstaat voort die zijn christelijke component heeft in de vorm van het ‘duizendjarig vrederijk’ en ‘de nieuwe aarde na de wederkomst van Christus’. Lemm gelooft niet in het evangelische eindtijd-denken: “… Men leeft sinds Christus in de eindtijd, en zo is het mogelijk de Jongste Dag op te vatten als een persoonlijke gebeurtenis voor ieder die sterft…”. Lemm gelooft al helemaal niet in de algemene goedheid van de mens: de wilde stammen in het oerwoud sloegen elkaar overal de hersens in. Wij kunnen niet zonder goede leiders. “… Het socialisme is een reactie tegen het liberalisme, maar het gaat evenals het liberalisme uit van de maakbaarheid van de maatschappij. Voor beide ideologieën is economie het voornaamste beginsel. Hoe een overheid geld genereert en verdeelt, is het cruciale. De rest is bijzaak…”. En zo werd Nederland een ‘bedrijf’. “… Toenemende welvaart is echter geen garantie voor geluk…”. Het seculiere liberalisme is niet een staat voor verbinding te zorgen. De helft van onze jongvolwassenen heeft mentale problemen terwijl we in één van de rijkste landen van de wereld wonen.
De American dream
In ‘the land of the free’(behalve voor zwarten en natives) draaide alles om geld en ondernemingslust: “… In zo’n samenleving zullen de vrije kunsten niet bloeien en zal de religie verstoken blijven van haar onwereldse, contemplatieve geaardheid. Christus is verrezen en heeft de wereld genezen, dus alles behoorde tot de mogelijkheden. Het protestantse arbeidsethos houdt in dat op materiële welvaart de zegen rust van de Heer…”. Lemm: “… De lijdende Christus, die vooral het katholieke voormalige Spaans-Amerika domineerde, is in het Angelsaksisch-protestantse noorden geen optie…”. Conservatief Amerika begunstigde de ‘haves’, de ‘have-nots’ ten spijt. Het is ‘ieder voor zich en God voor ons allen’. De postrevolutionaire mens is door de bank genomen geldzuchtig, vrijheidslievend, antigodsdienstig en kosmopolitisch.
Levensvragen
Echter, niemand die nadenkt kan om de levensvragen heen. “… Wie ben ik? Waar ga ik heen? Waar is alles goed voor? Waarom bestaat de dood? En vooral: Wat is de zin van het leven? En wat is waarheid, de Absolute Waarheid?...”. Volgens Lemm is de Absolute Waarheid niet verkrijgbaar via de wetenschap, maar alleen via de Bijbelse openbaring. Spinoza dacht nog dat door middel van onderwijs ons verstand dermate verbeterd kon worden, dat we op den duur al onze problemen zouden oplossen via helder denken en redeneren (anno 2026 komt de helft van de kinderen van school zonder goed genoeg te kunnen lezen om normaal te kunnen functioneren in de maatschappij). Verwerp je het christendom, dan heb je geen verklaring voor het kwaad en het lijden in de wereld. Dat de mens besmet is met de ‘erfzonde’ bewijst het lijden en de dood. Het kwaad en het lijden bestaan, geen atheïst of humanist kan om deze werkelijkheid heen. “… Het aannemen van een boze macht buiten de zondeloze mens leidt tot fatalisme of determinisme, zoals in de heidense oudheid…”. Dat onheil en rampen iets te maken kunnen hebben met het innerlijk van de mens, met morele verloedering, is altijd en overal begrepen: zie de wijdverbreide offercultussen (Jezus Christus heeft zichzelf geofferd en daarmee de mensenoffers overbodig gemaakt). De moderne christen vraagt God echter niet meer om vergeving, maar ‘om de zonde niet te laten bestaan’ (wéér het zondebok-denken van René Girard). Lemm denkt dat volken die het christelijk geloof vrijwillig hebben opgegeven het nooit meer terugkrijgen: “… Wat thans heerst is de totale onwetendheid…” (studenten denken dat Christus de ‘achternaam’ van Jezus is). Daarom kan religie enkel nog een persoonlijke zaak zijn. Onder de radar en in stilte lijken veel mensen inderdaad bezig te zijn met het geloof. Zie bijvoorbeeld het bericht over dat er in 2025 een recordaantal Bijbels zijn verkocht in Engeland. Tragisch genoeg kan Christus niet iedereen verlossen, volgens Lemm: “… Wie ziek is en niet naar de arts gaat, heeft geen uitzicht op genezing. Het katholicisme zegt: aanvaardt het lijden en zie het leven als een leerschool en een louteringsproces ter voorbereiding op het eeuwige leven, de hemelse gelukzaligheid…”.
De een zijn recht is de ander zijn onrecht
Lemm’s belezenheid is duizelingwekkend. Een leger aan schrijvers passeert, die de ‘ondergang van het Avondland’ aankondigen. Zie bijvoorbeeld hoe Louis Couperus in “Metamorfose” (1897) de nieuwe eeuw ziet aanstormen: “… Hij zag een nieuw type mens: de reuzen van Egoïsme. En die reuzen vormden tezamen een nieuw type Staat, het samengebalde Egoïsme…”. De aanstormende reuzen “… misten de blanke bloem in hun ziel, ze wisten niet van de zomer, de zielsgemeenschap. Ieder mens leefde voor zichzelf…”. De superrijke leeghoofden geven één procent van hun godsvermogen weg en worden de hemel in geprezen: “… Zij meenden naïef het goede te doen. Zij vonden zich edel: het Egoïsme, boze kanker, onzichtbaar, woekerde in hun ziel…”. Zie Ferdinand Borderwijk die in “Rood Paleis” (1936) de nieuwe mens ziet opkomen die zielloos en goddeloos zal zijn. “… De man zou de kracht van de vrouw ondervinden. De suprematie van de man was voorbij. Bij al zijn nieuwe ervaring zou de man de belangstelling in het eigen innerlijk verliezen…”. Spengler noemde ons geobsedeerde speculeren met geld ‘het manoeuvreren van proleten’. De nadruk op economie heeft na de Tweede Wereldoorlog de ‘gastarbeider’ naar West-Europa gebracht: “… Goedkope werkkrachten die uiteindelijk de nieuwe representanten zijn van het oude slavenbestaan. Het zijn de ‘have-nots’ die het vuile werk opknappen in een maatschappij van ‘haves’ die niets anders beogen dan stoffelijke welvaart…”. De een zijn recht is de ander zijn onrecht: “… De ironie wil dat de fameuze proclamatie van de mensenrechten tijdens de Franse Revolutie samenviel met de installatie van de valbijl, instrument van de eerste genocide…”. De mens verandert niet: “… de voorspoed van de een loopt parallel met tegenspoed van de ander…”. De een zijn welvaart berust op de ander zijn uitbuiting. De een zijn brood is de ander zijn dood. “… Vrijheid, gelijkheid en broederschap zijn evangelische idealen die buiten het Evangelie tot onderdrukking leiden…” (Donoso Cortés). Lemm: “… Pas nadat de perverse kanten van het communisme niet meer te loochenen vielen, kwam het postmodernisme als een soort pragmatisch vervolg…”. Even verder: “… Voor de postmoderne mens geldt dat smaken verschillen…”. Ondertussen slaan onze dromen om in nachtmerries: “… Als de wetenschap echt de vrije hand krijgt, kan ze de mensheid overnemen en opnieuw conditioneren…” (C.S. Lewis). Zie de podcast van Holland Gold waarin Paul Buitink praat met trendwatchers Adjiedj Bakas en Yuri van Geest over wat er in 2026 op ons af gaat komen (15.01.26).
Gidsen
In een ondergaande beschaving rest altijd nog de individuele weg, aldus Lemm. Daarom noemt hij in het tweede deel van zijn boek een reeks visionairen die als gidsen kunnen dienen in het labyrint van onze cultuur. De spits wordt afgebeten door dichter/monnik Luis de León (1527-1591) die vijf jaar door de inquisitie gevangen werd gezet omdat hij in de landstaal dichtte in plaats van in het Latijn, waarna hij lofredes schreef op het teruggetrokken leven. Justus Lipsius (1547-1606) was tijdens de Tachtigjarige Oorlog hoogleraar aan de universiteiten in het lutherse Jena, het katholieke Leuven en het calvinistische Leiden. Zijn boek, “Standvastigheid bij algemene rampspoed”, gaat over hoe je je ziel zuiver houdt in een tijd van polarisatie en burgeroorlog. Volgens Michel de Montaigne (1533-1592) draait het leven om het overwinnen van de angst voor de dood (alle angst is uiteindelijk doodsangst). Zijn roem dankt Blaise Pascal (1623-1662) niet aan zijn wiskunde en zijn reputatie niet aan de fysica, maar aan zijn “Pensées”, diepzinnige gedachten over de levensvragen en het wezen van het christendom. Een gelovige moet volgens hem kunnen leven met de paradox. Hoofd en hart hebben evenveel recht van spreken. In Emanuel Swedenborg (1688-1772) verbonden zich de theoloog, de mysticus en de wetenschapper. Hemel en hel kies je zelf, volgens hem. Johan Georg Hamann (1730-1788) wordt wel ‘de magiër van het Noorden’ genoemd. Søren Kierkegaard (1813-1855) is het prototype van de christelijke individualist. Volgens hem is het geloof een goddelijke waanzin die ingaat tegen het redelijke. Hij benadrukt dat God, de God van de Openbaring, ín ons is. In het Denemarken van zijn tijd werd het christendom trouwens verkondigd door ambtenaren, schrijft hij (staatsgodsdienst). De grote Russische schrijver Fjodor Dostojewski (1821-1881) voelde, evenals Nietzsche, de sombere toekomst van de mensheid aankomen. De schrijver/dichter/filosoof Miguel de Unamuno (1864-1936) vraagt zich af of het leven meer is dan een droom. Niet als dat bestaan gekoppeld is aan het bestaan van God, concludeert hij. Zijn roman “Sint Manuel Bueno, heilige en martelaar” uit 1930 gaat over de innerlijke gespletenheid van een door het volk vereerde priester wiens geweten knaagt omdat hij niet in het eeuwige leven gelooft. Lemm noemt “The problem of pain” uit 1940 van C.S. Lewis (1898-1963) het boek dat de kern vormt van het probleem van alle tijden. Waarom lijden? Als laatste vermeldt Lemm de ‘profeet van de eindtijd’ en ‘vrome dronkaard’ Lén Bloy (1846-1917).
Uitgave: De Blauwe Tijger – 2022, 300 blz., ISBN 978 949 326 220, € 24, -
Bij bol op dit moment uitverkocht

Geen opmerkingen :
Een reactie posten