Menu

donderdag 31 januari 2013

Liefde, lust en ellende – Roos Vonk


Boeken zijn er over vol geschreven: liefde. Vervelen doet het nooit, erover uitgepraat raak je niet, maar snappen: nou, nee.
Waarom nu juist die ene? Roos Vonk: “… Vorige week gebeurde het weer. Ik ontmoette de geliefde van een vriendin; de man naar wie zij hunkert en die haar niet ziet staan. En ik dacht: wat is nou de big fuzz? Doodgewone man! Waar maakt ze zich zo druk om? Niet dat ik zo’n ijskonijn ben. Omgekeerd is het natuurlijk ook voorgekomen dat ik hysterisch deed over een man waar mijn vriendinnen de grote attractie niet van in zagen…”, of, zoals Emily Dickinson verheven dichtte: “… The Voice that stands for Floods to me, Is sterile borne to some – The Face that mades the Morning mean, Glows impotent on them - …”. Duidelijk verliefd.
‘Liefde, lust en ellende’ is een eigentijdse drieslag over “… dat eigenzinnige mysterie, de liefde, waarin we tot op zekere hoogte allemaal ervaringsdeskundige worden - soms onvrijwillig, maar meestal met overgave…”.


Onromantische hormonen
Het leuke aan de boeken van Roos Vonk (1960; hoogleraar Sociale Psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen) is dat ze in korte columns ingewikkelde onderwerpen terug brengt naar alledaagse, herkenbare en vaak grappige toestanden – die je helpen het leven een beetje beter te begrijpen.
Zo is liefde vooral een kwestie van onromantische hormonen. Niet erg leuk om te bedenken als je in vuur en vlam staat; maar misschien kan het idee een doekje tegen het bloeden zijn als je gek wordt van liefdesverdriet. De biologische functie van verliefdheid is paarvorming. Het activeert in het brein dezelfde gebieden die betrokken zijn bij verslaving en zorgt voor de aanmaak van ‘lekkere’ stoffen, zoals dopamine. Als het lukt om een band te smeden, komen de verliefdheidshormonen vanzelf tot bedaren, en kun je weer overgaan tot de orde van de dag. Als het niet lukt gaan je hormonen alleen nog maar harder tekeer. Vandaar dat Woody Allen zei: ‘De enige liefde die stand houdt is onbeantwoorde liefde.’ Dus als je verliefd bent op de verkeerde is er maar één oplossing: “… alle contact verbreken en afkicken van de verliefdheidshormonen. Cold turkey, net als bij elke verslaving…”.

Internetdaten
Heel veel mensen denken dat ze moeten laten zien hoe geweldig ze zijn als ze indruk op iemand willen maken. Het tegenovergestelde is het geval: je moet juist die ánder laten voelen hoe geweldig hij of zij is. Oftewel: het draait niet om jou. Het is dan ook best raar dat uit onderzoek is gebleken dat meer dan 80 procent van de participanten op datingsites zich op de een of andere manier veel beter voordoen dan ze in werkelijkheid zijn: “ … Ze zijn slank en sporten, ze staan midden in het leven. Geen muurbloempjes en nerds te bekennen! Ze hebben leuk werk, veel vrienden en veel hobby’s (vaak ‘passies’ genoemd). Vrouwen zijn ‘spontaan’ en overal voor in, hebben een ‘te gekke job’, ‘fantastische kids’ en missen alleen nog een ‘brede schouder’. Mannen hebben het ‘goed voor elkaar’, zijn ‘communicatief ingesteld’ (ze praten!) en vermaken zich met hun veelzijdige interesses, ze zitten vol leuke en spontane invallen, ze houden van romantiek (strandwandelingen en open haard) en koken (‘goed glas wijn’), en zijn dermate spannend dat hun annonce moet eindigen met de provocerende vraag ‘Durf jij het aan?’…”. Nou, ik denk het niet, eerlijk gezegd; bij dergelijke volmaaktheid kun je niet in de schaduw staan. “… Nu zeggen de meeste adverteerders wel dat ze ‘gewoon lekker zichzelf’ zijn, maar dat is non-informatie (ik moet waar dan ook de eerste nog tegenkomen die zegt ‘Ik ben meestal niet mezelf’)…”. Roos Vonk is niet erg positief over internetdaten: “… Nog los van flatteuze foto’s en keiharde leugens over leeftijd en gewicht, heb ik het gevoel dat de singles zich happiër en stoerder presenteren dan ze zijn, uit angst om voor de welbekende kneus of oude vrijster te worden versleten. (…) Je laat je niet kennen. En dat is precies het probleem. Want om je zielsverwant te ontmoeten, moet je je ziel laten zien…”. Ondanks het overweldigende aanbod - driekwart miljoen singles struinen geregeld de sites af - vindt 93 procent geen duurzame relatie via internet.

Jezelf zijn
Voor mensen in intieme, langdurige relaties is het juist belangrijk dat ze mogen zijn die ze zijn, inclusief hun gebreken – waaronder ook rimpels, vetrollen, platvoeten en terugtrekkende haargrenzen: “… Je moet er toch niet aan denken dat je je hele verdere leven je buik moet inhouden voor je partner, of achteruit de slaapkamer uit moet lopen als je niks aan hebt?…”.
Vaak wordt beweerd dat tegenpolen elkaar aantrekken. Ook dat blijkt niet waar:
“… Mensen vallen veel eerder op iemand die op hen lijkt wat betreft intelligentie, politieke overtuiging, godsdienst, leeftijd, aantrekkelijkheid, achtergrond en opleiding, interesses, voorkeuren, leefsituatie...". Gelijkenis is een belangrijke voorwaarde voor stabiele gelukkige relaties (vandaar die ouderwetse uitdrukking: twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen?).
Niet alleen voor mensen, ook voor dieren, is het vinden van een partner soms een hele toer. Wat dacht je hiervan: “… Octopussen vechten soms tijdens de seks met seksegenoten die ook willen. Toch handig om veel armen te hebben dan. Concurrenten die niet zo sterk zijn, hebben een andere tactiek: zij doen zich voor als vrouwtjes-octopus en komen zogenaamd casual voorbij dobberen, tralala, en in een onoplettend moment steken ze gauw hun paararm uit naar de begeerde vrouw. Hagedissen en inktvissen doen zich ook voor als vrouw, en mensenmannen die niet zo stoer zijn trouwens ook; zij zetten zichzelf als vrouw op dating- en chatsites om met vrouwen in contact te komen en intieme ontboezemingen aan hen te ontlokken…”.

Verschillen
Roos Vonk legt in haar boek het een en ander uit over het verschil tussen mannen en vrouwen en over veilige en onveilige hechting. Ik denk dat wat begrip over en weer heel wat geruzie kan voorkomen. Iedereen die aan een relatie begint zou van te voren moeten weten dat mannen door hun hogere testosteronspiegel een hogere seks-drive hebben dan vrouwen: “… Onbewust is seks voor vrouwen vaak een middel om de ander te veroveren en te binden. Als dat gelukt is, haakt de vrouw in lustmatige zin af…”. Je hoeft dus niet gelijk te gaan denken dat er iets mis is met jou of je relatie als je als vrouw minder zin hebt om te vrijen. Integendeel: het is misschien eerder een teken dat je relatie stabiel is, dat je je partner vertrouwt en je geborgen voelt.
Verder zijn mannen meer ingesteld op het hier en nu en op plezier. Mannen produceren meer dopamine als ze leuke dingen doen, zoals hard rijden, sport kijken en drinken. Vrouwen denken aan verantwoordelijkheden, verplichtingen en later. Vrouwen willen weten van de hoed en de rand, gaan gerust moeilijk doen en houden zich niet in omdat anderen lol willen hebben.

Blijven of gaan

Uitgebreid gaat Roos Vonk in op relatieproblemen en uit elkaar gaan: het uitmaken, de wraak, de rouw en het weer single zijn:
“… Ik geloof helemaal niet in de stelling: liefde is een werkwoord. Taalkundig klopt dit al niet, om mee te beginnen: liefde is een zelfstandig naamwoord. Maar los daarvan: de stellen die ik ken bij wie het goed zit, hoor ik nooit over ‘werken aan de relatie’. Bij een goeie match klikt het gewoon en gaat het vanzelf. Je kunt ontspannen bij elkaar. Natuurlijk moet je weleens tijd maken voor elkaar, voorkomen dat je elkaar vanzelfsprekend gaat vinden. Maar ‘werken’, dat zie ik alleen koppels doe waar het niet lekker bij loopt. Zoals het liedje gaat: ‘Als er over de liefde gepraat wordt, is de liefde voorbij’…”.
Tsja, ik moest denken aan de reactie van mijn man toen ik hem ooit eens vertelde dat er bij ons in de kerk een ‘Mariage Course’ werd gegeven om huwelijken te versterken: “Als je dat nodig hebt zit het al niet goed”. Een beetje gelijk heeft hij wel – denk ik. Schrijfster Ann De Craemer heeft het in ‘De seingever’ over een stel dat het na anderhalf jaar “… net zo vanzelfsprekend vindt om te trouwen als elke morgen je voet in een sok stoppen…”. Dat klinkt niet echt spannend, maar wel ‘duurzaam’.
Er is veel onderzoek gedaan naar hoe mensen zich voelen na een beëindigde relatie: “… Wat bleek: kort na de breuk voelden ze zich inderdaad ellendig, maar zes weken later was dat al zo bijgetrokken dat ze vrijwel op hun oude geluksniveau terug waren…”. Kortom: het leed duurt korter dan je denkt. Ooit las ik een keer een onderzoek waarin gesteld werd dat de meeste mensen in zes weken overal aan wennen. In dit verband ging het over gegoede burgers die miserabele concentratiekampen overleefden.
Vonk: “… Natuurlijk heb je momenten van wanhoop, leegte, je geamputeerd voelen, en dat is verschrikkelijk – maar hé, je gaat er niet dood van. En waar je niet dood van gaat… zo is het…”.

Oud en lelijk
Ter relativering: “… Uiteindelijk worden we allemaal oud en lelijk, en mensen die het samen supergezellig hebben worden ook nog eens dik. Als de liefdeshormonen eenmaal toeslaan, ga je de ander vanzelf mooi vinden. Zo kun je heerlijk samen lelijk, oud en dik worden, en heel gelukkig…”.
Kijk aan: dán maar dik…

Uitgave: Scriptum Psychologie - 2013, ISBN 978 905 544 294 7, €18,95
Rechtstreeks bestellen: klik hier

zondag 27 januari 2013

In vredesnaam – Daniëlle Hermans


In drie verschillende oude Utrechtse kerken worden drie vermoorde vrouwen gevonden. Rechercheurs Rob van Helden (vanwege mot met het politiecorps in Amsterdam overgeplaatst naar Utrecht) en zijn onafscheidelijke maatje Nicole Hessels (likt haar wonden na een stukgelopen relatie) onderzoeken de zaak.
Het leuke aan deze vrouwenthriller is dat de schrijfster het verhaal verbindt met historische gebeurtenissen rond de Vrede van Utrecht in 1713, precies 300 jaar geleden, wat dit jaar uitbundig gevierd gaat worden. Zo staan o.a. alle Utrechtse musea in het teken van de Vrede van Utrecht; vindt zaterdag 13 april 2013 het openingsspektakel “De Slag om Vrede” plaats op het dak van de A2-tunnel bij Leidsche Rijn Centrum met het Metropole Orkest, Junkie XL, theater en een moderne variant van het vreugdevuurwerk uit 1713; en is er van alles te doen in de Utrechtse wijken tijdens het midzomerweekend van 21, 22 en 23 juni 2013. Voor uitgebreide informatie: zie de website http://vredevanutrecht2013.nl/.


Wat is ‘de Vrede van Utrecht’?
‘De Vrede van Utrecht’ is een wereldomspannend vredesverdrag dat na anderhalf jaar onderhandelen, op 11 april 1713 in het stadhuis van Utrecht werd ondertekend door diplomaten uit Spanje, van het hof van Zonnekoning Lodewijk XIV, namens de Habsburgse keizer, uit Savoye, Portugal en Groot-Brittannië, en vertegenwoordigers van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën.
Het regelde het Europese machtsevenwicht. Het maakte met succes een einde aan twee eeuwen op en neer golvend oorlogsgeweld met ongekend grote aantallen burgerslachtoffers: “… Enerzijds ging het katholieke vorsten erom ‘het ware geloof’ te laten zegevieren door alle protestanten van de kaart te vegen, anderzijds voerden zij onderling een verbeten strijd om onderlinge macht…”, aldus de website Vrede van Utrecht, “…Omdat alle Europese partijen overzeese gebiedsdelen bezaten, werd er overal ter wereld gevochten. Van Noord-Amerika tot Latijns Amerika en de Caraïben, in India en voor de kust van West-Afrika…” (de nulde wereldoorlog – stelt iemand in het boek).
Het betekende een doorbraak in denken en doen: conflicten oplossen met ‘praten’ in plaats van door elkaar de koppen in te slaan. De EU-top is nog steeds gebaseerd op dit model.
Er zijn allerlei redenen te bedenken waarom het verdrag juist in Utrecht werd getekend: het lag centraal en was voor alle partijen goed te bereizen; het had brede, ‘koetsvriendelijke’ straten; het was zowel voor de grootmachten Frankrijk als Groot-Brittannië neutraal gebied: ze zouden nooit ook maar een officiële stap in elkaars land zetten omdat dat een vernedering van eigen status betekende – zo gevoelig lag dat wel -, sterker, het stadhuis had zelfs twee even grote en fraaie toegangsportalen, zodat er geen gedoe was met eersten en laatsten in de rij van binnenkomers; en de voertaal van de Hollandse elite was Frans.
Wat mij verwonderde: de Verenigde Provinciën ging dit keer niet voor de financiën. Ze verloor haar overwicht op zee aan de Britten (belangrijk i.v.m. de slavenhandel). De winst was ‘veiligheid’. Great!

Geheime zusterorde
Daniëlle Hermans geeft in haar boek een heel eigen draai aan deze geschiedenis.
Zij introduceert een geheime zusterorde die achter de coulissen de mannenbroeders die verantwoordelijk zijn voor “De Vrede van Utrecht” manipuleert. Zelf wilden de heren het vredesgedrag namelijk tegenhouden, want Utrecht was beroemd om zijn fantastische wapensmeden, en geen oorlog betekende natuurlijk ook geen wapenhandel. De vrouwen grijpen in: pappen met de mannen aan, bewerken ze zowel psychisch als fysiek net zolang tot ze als was in hun handen glijden, waardoor ze alles doen wat hun minnaressen verlangen - in dit geval dus het tekenen van de vrede.
Saillant detail: in het echt werden de strenge gereformeerde zeden in Utrecht tijdens de vredesonderhandelingen even opgeschort. De dames van plezier deden inderdaad goede zaken, er werden feestbanketten georganiseerd, het Calvinistische theaterverbod werd tijdelijk opgeheven, en er was muziek, vuurwerk, en allerlei ander vermaak: niets maakt schijnheiliger dan geld.

Anna Maria van Schurman
Hermans heeft het verhaal over de oprichtster van de zusterorde gebaseerd op de historische Anna Maria van Schurman, die in 1636 als eerste vrouw aan de universiteit colleges mocht volgen. Vanachter een gordijn waarin een paar kijkgaatjes waren gemaakt, welteverstaan. Aletta Jacobs was de eerste vrouw die in Nederland in 1878 een universitaire graad ontving; daar was bij Van Schurman nog geen sprake van.
Prachtig vertelt de schrijfster over de geheime gangen en gewelven onder de oude stad waar het vrouwennetwerk samenkwam. Nu ik daar wat van weet zal ik er voortaan toch wat anders rondwandelen – denk ik.
De zusterorde blijkt in onze huidige tijd nog steeds te bestaan, en zich over de hele wereld bezig te houden met het helpen van vrouwen in onderdrukkende situaties. Maar gezien de afrekeningen hebben de vrouwen een gezamenlijke vijand…
Ik ga het daar verder niet over hebben; want “In vredesnaam” moet natuurlijk wel spannend blijven!

Kippen die kraaien en hanen die kakelen
Hermans feministische thriller is een krachtig pleidooi voor ‘female power’ en vrouwenrechten. Wie daar niet tegen kan, kan er beter niet aan beginnen.
Het onderdrukken van vrouwen viel in het verleden in onze contreien nog mee, vergeleken met de bizarre gang van zaken in het buitenland – krijg ik het idee (een fransman in het boek vindt het maar raar dat vrouwen gewoon mee aan tafel zitten tijdens het diner en hun mening geven). Een tijdje geleden las ik een Frans commentaar uit die tijd waarin werd gesteld dat “in Holland de kippen kraaien en de hanen kakelen”. Mooi zo!
De onderdrukking van vrouwen is helaas nog steeds een actueel onderwerp (zie ook mijn blog van 18.10.11 over “Meisjes te koop” van Iana Matei).
Daniëlle Hermans: “… Nog steeds worden vrouwen in veel landen als derderangs burgers behandeld. Ze mogen niet stemmen, ze mogen niet naar buiten, ze mogen geen opleiding volgen, ze worden verkracht en op straat gedumpt zonder dat er iemand naar omkijkt. Hier zijn we beter af, maar ook in Nederland worden dagelijks vrouwen lastiggevallen of seksueel geïntimideerd en krijgen vrouwen minder salaris dan hun mannelijke collega’s. Er is nog een lange weg te gaan…”.

Waar zit je trots
Ik denk dat dat waar is. Het zijn niet alleen de onmenselijke verhalen die gaan over wat er bij ons allemaal gebeurt op het gebied van vrouwenhandel, maar ook de gewone verhalen van de straat. Laatst vertelde een geëmotioneerde moeder mij over het werk van haar zoon, een Amsterdamse beroepsfotograaf, volgens wie de modellen waar hij mee werkt bijna allemaal seksueel beschadigd zijn en gewend tussen de lakens van hun managers op te klimmen naar hogere regionen.
In feite doen de leden van de zusterorde in “In vredesnaam” hetzelfde, onder het mom dat ze ‘de lust van de mannen tegen henzelf gebruiken’. Misschien heb je dan wel de touwtjes in handen, maar persoonlijk vind ik dat geen emancipatie: je blijft een ‘ding’ dat ‘gebruikt’ wordt. Waar zit je trots; denk ik dan. Zo leren foute mannen het nooit. Zolang vrouwen het glazen plafond alleen kunnen doorbreken via het bed van graaiende griezels, is er nog heel veel mis, lijkt mij… Daar moet je je veels te goed voor voelen en zeker niet aan meewerken.

Feel-good-educatie
Daniëlle Hermans (1963; freelance communicatiemanager) studeerde Kunstbeleid- en management aan de universiteit van Utrecht. Ze schreef meerdere thrillers waarin historische onderwerpen aan bod komen: “Het tulpenvirus” (inmiddels verschenen in 11 landen), “De watermeester” en “De man van Manhattan”. Fantastisch: dat is nog eens feel-good-educatie!

Händel componeerde maar aanleiding van "De vrede van Utrecht" het "Te Deum":


Uitgave: A.W. Bruna - 2012, 240 blz., ISBN 978 902 299 883 0, €17,95
Rechtstreeks bestellen: klik hier

donderdag 24 januari 2013

Het leven van Pi – Yann Martel


Afgelopen weekend in de bioscoop “Life of Pi” gezien, en het gelijknamige boek herlezen. Niet omdat ik in mijn herinnering steil achterover ben geslagen van deze roman die in 2002 de Man Booker Prize won (ik vind het nog steeds een mierzoet verhaal, geef mij maar wat steviger werk: “De ijsballon” van Alec Wilkinson bijvoorbeeld - zie mijn blog van 26.08.12), maar omdat ik las dat de Indiase Amanat, vlak voordat ze in een bus het slachtoffer werd van zes brute verkrachters, samen met haar vriend deze film had gezien. De schrijver beoogt ‘een verhaal te vertellen waardoor je in God gaat geloven’. Omdat het goed afloopt met de hoofdpersoon? En Amanat dan? Was Amanat gelovig? Deed de film haar aan God denken? Yann Martel (1963; geboren in Spanje, woont tegenwoordig in Montreal, Canada) ergens in het boek: “… De pijn was zo hevig dat ik niets voelde. Lang leve de shock. Lang leve de menselijke reactie die ons beschermt tegen te veel pijn en verdriet. De kern van het leven is een stoppenkast…”. Ik hoop met heel mijn hart dat dat bij Amanat ook het geval is geweest. Voor mij zal deze film voor altijd met haar lot verbonden zijn.

Haast niet te geloven
In ieder geval was Amanat’s laatste film, ondanks het verhaal, van een sprookjesachtige schoonheid. De 3D-beelden zijn overweldigend.
“Het leven van Pi” doet denken aan een combinatie van de klassieker Robinson Crusoë en het Bijbelverhaal over de ark van Noach. Een 16-jarige schipbreukeling, Pi, overleeft op een vlot, met als gezelschap geen ‘Vrijdag’, maar een levensgevaarlijke Bengaalse tijger: ‘Tom Parker’. Dat vlot heeft hij zelf gemaakt, en vastgemaakt aan de reddingssloep waarin de tijger verblijft: onder een dekzeil. In feite is het natuurlijk een waanzinnig gegeven. Als Pi uiteindelijk in Mexico aanspoelt en in een ziekenhuis belandt vinden zijn ondervragers dat ook. Ze geloven nog wel dat de Japanse vrachtboot, waarmee hij met zijn ouders, zijn broer, en een hele dierentuin die ze van India naar Canada verhuisden, letterlijk ‘naar de haaien’ is gegaan; maar dat Pi in een sloep terechtkwam met een zebra, een hyena, en een orang-oetan die allemaal door de tijger werden opgevreten, lijkt ze te gortig. Bovendien; waar is die tijger gebleven?
Maar: “… Liefde is ook haast niet te geloven, vraag maar aan iedereen die verliefd is. Het leven zelf is haast niet te geloven, vraag maar aan een natuurwetenschapper. God is haast niet te geloven, vraag maar aan een gelovige. Waarom doet u toch zo moeilijk over dingen die haast niet te geloven zijn?...”.

Een verhaal dat niet verbaast
Dan vertelt Pi zijn verhaal opnieuw, maar worden de dieren mensen: de zebra is een matroos, de hyena een kok, de orang-oetan zijn moeder, en de tijger hijzelf: “… Ik begrijp wel wat u wilt. U wilt een verhaal dat u niet verbaast. Dat bevestigt wat u al weet. Waardoor u niet hoger of verder of anders gaat kijken. U wilt een vlak verhaal. Een onbeweeglijk verhaal. U wilt droge, ongegiste feitelijkheid…”.
Dit verhaal wordt wel geslikt. De schrijver filosofeert nog even door: “…’U kunt niet bewijzen welk verhaal waar is en welk verhaal niet. U moet alles maar van mij aannemen.’ ‘Tja.’ ‘In beide verhalen zinkt het schip, komen mijn ouders en broer om en maak ik de verschrikkelijkste dingen mee.’ ‘Ja.’ ‘Vertelt u me dan eens, als het voor u dan toch niets uitmaakt en u geen van beide lezingen kunt bewijzen, welk verhaal heeft uw voorkeur? Welk verhaal is het mooiste, het verhaal met de dieren of het verhaal zonder dieren?’ Okamoto: ‘Interessante vraag…’. Chiba: ‘Het verhaal met de dieren.’ Okamoto: ‘Ja. Het verhaal met de dieren is het mooiste.’ Pi Patel: ‘Dank u. Zo is het met God nu ook.’ (Stilte) Chiba: ‘Wat zei hij nou?’ Okamoto: ‘Weet ik niet.’ Chiba: ‘Ach kijk – hij huilt.’ (Lange stilte) …”.
Geloven omdat dat dat het leven mooier maakt? Nou; dat vind ik in het licht van wat er met Amanat gebeurde dan wel de diepgang van een vingerhoedje hebben, eerlijk gezegd. Theologie van het kaliber van dominee Klaas Hendrikse: ‘Geloven in een God die niet bestaat’. Of zoals Yann Martel het toch wel heel indringend ergens stelt: “… Moet ik de hel verdragen zonder antwoord uit de hemel?...”.

Inlegkunde
Iemand die daar heel anders over denkt is filmcriticus Rick de Gier. Volgens hem kun je de tijger zien als een metafoor voor het geloof van Pi: “… Die tijger lijkt Pi’s geloof te verbeelden. Eerder zien we Pi door het leven fladderen als zorgeloos joch, maar nu, in zijn diepste wanhoop, komt het erop aan: gaat Pi de tijger (zijn geloof) doden, vreet de tijger hem op, of vinden ze een manier om samen te leven? Ik vind het een prachtige metafoor: een onbegrijpelijk, gevaarlijk beest waar je mee worstelt, maar dat ook troost biedt en je door diepe dalen heen loodst. De conclusie van het verhaal is volgens mij zoiets: het leven is onverklaarbaar gruwelijk; daar kun je je verslagen bij neerleggen, maar je kunt ook geloven dat er ondanks alles een verklaring bestaat, dat het leven zin heeft, dat het goede zal overwinnen…”. Heel mooi gevonden. Het verheft de film inderdaad meer dan een level hoger. Maar ik vind het wel erg veel inlegkunde. Zo kun je alles altijd wel alle kanten op praten. Maar goed, ik heb niet zoveel met de interpretatie van beelden.

Hilarisch
Aan het begin van het verhaal vertelt Pi dat hij twee studies aan de Universiteit van Toronto heeft gevolgd: theologie en zoölogie. Als jongetje had hij al veel belangstelling voor religie. Hij wilde alles tegelijk worden: christen-moslim-hindoe. Hij ‘deed godsdiensten op zoals een hond vlooien’. Zijn broer pest hem ongenadig: “…’Zo, Swami Jezus, ga je dit jaar de hadj maken?’ vroeg hij en legde zijn handpalmen voor zijn gezicht tegen elkaar in een eerbiedige namaskar. ‘Lokt Mekka?’ Hij sloeg een kruis. ‘Of ga je naar Rome om je te laten inwijden als de volgende paus Pi-us?’ Hij schetste een Griekse letter in de lucht om zijn woordspeling te verduidelijken. ‘Heb je al tijd gehad om je piemel te laten inkorten en jood te worden? Als je zo doorgaat, moet je op donderdag naar de tempel, op vrijdag naar de moskee, op zaterdag naar de synagoge en op zondag naar de kerk – dan hoef je er nog maar drie godsdiensten bij te nemen en je hebt de rest van je leven vakantie.’…”.
Zijn ongelovige ouders snappen niets van hem. Zijn vader: “… ‘Praat er maar eens met moeder over.’ Die zat te lezen. ‘Moeder?’ ‘Ja, lieverd?’ ‘Ik wil me laten dopen en ik wil een gebedskleedje.’ ‘Praat daar maar eens met vader over.’ ‘Dat heb ik gedaan. Hij zei dat ik maar eens met u moest gaan praten.’ ‘O ja?’ ze legde haar boek neer. Ze keek in de richting van de dierentuin. Ik weet zeker dat vader op dat moment een koude tochtvlaag in zijn nek voelde. (…) ‘Vader en ik vinden die godsdienstijver van je nogal een mysterie.’ ‘Het ís ook een Mysterie.’ ‘Hmmm. Zo bedoelde ik het eigenlijk niet.’…”.
De religieuze toon is hilarisch maar komt niet boven kleuterschool-niveau, dus dat van die theologische studie lijkt me stug. Echter; de zoölogie is een heel ander verhaal.

Hoe lui kun je zijn
Yann Martel schrijft ongelooflijk boeiend over het gedrag van dieren, zowel in de vrije natuur, als in gevangenschap. In de film komt dat terug in prachtige beelden van o.a. walvissen, dolfijnen, vliegende vissen, stokpaardjes en luiaards, waarover dit staaltje:
“… Ik had de luiaard uitgekozen (als onderwerp voor een vierdejaarsscriptie) omdat zijn gedrag – bedaard, stil en introspectief – mijn verscheurde zelf enigszins tot rust bracht. (…) Het is een bijzonder intrigerend dier. Zijn enige gedragskenmerk is indolentie. Hij slaapt gemiddeld twintig uur per dag. Ons team onderzocht de slaapgewoonten van vijf wilde drietenige luiaards door vroeg in de avond, als ze net in slaap gevallen waren, bij allemaal een felrood plastic schaaltje water op de kop te plaatsen. De volgende ochtend laat stonden de schaaltjes nog precies zoals we ze hadden neergezet en krioelde het water inmiddels van de insecten. De luiaard is tegen zonsondergang op zijn drukst, waarbij ‘druk’ in de meest ontspannen zin des woords moet worden opgevat. Het dier verplaatst zich in zijn karakteristieke hangende houding met een snelheid van ongeveer 400 meter per uur langs een tak. Over de grond kruipt hij, als hij gemotiveerd is, met 250 meter per uur van de ene boom naar de andere, wat 440 keer zo traag is als een gemotiveerde jachtluipaard. In ongemotiveerde toestand legt hij vier tot vijf meter per uur af. De drietenige luiaard is niet goed geïnformeerd omtrent de buitenwereld. Op een schaal van 2 tot 10, waarbij 2 een abnormale sufheid en 10 een extreme alertheid vertegenwoordigt, gaf Beebe (1926) de luiaard voor smaak, tastzin, gezichtsvermogen en gehoor een 2 en voor reukvermogen een 3. Als je in het wild een slapende luiaard aantreft, krijg je hem met twee, drie porren doorgaans wel wakker; dan kijkt hij slaperig alle kanten op behalve naar jou. Waarom hij om zich heen kijkt is trouwens niet duidelijk, want een luiaard ziet alles door een Mr. Magoo-achtig waas. Wat zijn gehoor betreft, de luiaard is niet zozeer doof als wel ongeïnteresseerd in geluid. Beebe vermeldt dat het afschieten van een geweer naast een slapende of etende luiaard geen noemenswaardige reactie teweegbrengt. En het iets betere reukvermogen van de luiaard moet ook weer niet worden overschat. Men beweert dat ze kunnen ruiken of een tak dood is, zodat ze die kunnen vermijden, maar Bullock (1968) meldt dat uit de boom gevallen luiaards ‘dikwijls’ met een vermolmde tak in hun poten op de grond worden aangetroffen. Men zou zich kunnen afvragen hoe zo’n beest overleeft. Juist dankzij zijn traagheid. Door zijn slaperigheid en luiheid kan hem in de regel weinig gebeuren, want hij trekt niet de aandacht van jaguars, ocelotten, adelaars en anaconda’s. In de vacht van de luiaard groeit een algensoort die in het droge seizoen bruin en in de regentijd groen wordt, zodat het dier versmelt met de omringende mossen en bladeren en eruitziet als een nest witte mieren of eekhoorns, of als helemaal niets, gewoon als een deel van een boom. De drietenige luiaard leidt een vredig, vegetarisch leven in volmaakte harmonie met zijn omgeving…”. Adembenemend - iets wat we allemaal wel zouden willen!

Veilig
Toen ik na afloop van de film met mijn zestienjarige dochter naar buiten liep bedacht ik hoe ongelooflijk veel geluk we hebben dat wij in een van de meest veilige gebieden ter wereld wonen. Het maakt dat we zo’n beetje kunnen leven als die luiaard: vredig, in harmonie met onze omgeving en zo nodig ook nog vegetarisch…

Uitgave: Prometheus - 2012, 320 blz., ISBN 978 904 462 229 4, €12,50
Rechtstreeks bestellen: klik hier