Menu

vrijdag 21 maart 2014

Girlpower in de Tweede Wereldoorlog – Annabel Junge


Je zou het vanwege de frivole voorkant niet zeggen, maar dit is toch echt een geschiedenisboek. Annabel Junge deed onderzoek naar de bijdrage van – voornamelijk Engelse en Amerikaanse – vrouwen aan de bevrijding van Europa. Er zijn nogal wat vrouwelijke oorlogsverslaggevers en piloten actief geweest, die heel ver gingen om te bewijzen dat ze even goed, zo niet beter waren dan hun mannelijke collega’s, omdat ze ook nog eens moesten opboksen tegen het maatschappelijke vooroordeel dat vrouwen achter het aanrecht en tussen de kinderen thuis hoorden - de vrouwenemancipatie stond nog in haar kinderschoenen. Na de oorlog verdwenen ze weer in de geschiedenis. Simpel omdat ze vrouw waren. Junge wil een lans breken voor deze vergeten groep en aanzetten tot nadere studie.

Vrouwelijk talent
Tijdens de oorlog grepen veel vrouwen de kans om buiten de deur hun talenten te ontplooien. Als techneuten in de wapenindustrie. Als verpleegsters aan het front. Sommigen doken in het verzet. Het meisje met het rode haar, Hannie Schaft, is in Nederland het bekendst geworden. In Duitsland had je Johanna Solf, de leidster van de Solf-kring, en Inge en Sophie Scholl, die samen met hun broer betrokken waren bij de verzetsgroep de Weisse Rose. In Frankrijk was de bekende schrijfster en filmregisseuse Marguerite Duras aktief in het verzet. Sommige vrouwen werden oorlogsjournalist. Amerika en Engeland hadden een squadron vrouwelijke oorlogsvliegers.
Een aanzienlijk aantal vrouwen maakten war-art. Ze hielden zich niet alleen bezig met serieuze, realistische oorlogskunst, maar ook met de in de jaren veertig onder soldaten razend populaire pin-up art (vandaar het plaatje op de voorkant van "Girlpower"), waarmee o.a. piloten hun vliegtuigen en bomberjacks opsierden. Volgens Junge waren pin-ups meer dan lustobjecten. Ze hadden vooral een functie als mascotte. Uitgebreid behandelt ze deze kunstvorm. De pin-ups inspireerden de oorlogsvliegers tot een bijzondere vorm van creativiteit: de nose-art. Afbeeldingen die op de neus van het vliegtuig werden gemaakt, vaak geflankeerd door persoonlijk getinte merktekens die aangaven hoeveel vijandelijke toestellen door de bemanning werden neergehaald. Ik zag een plaatje van een cockpit waaronder 130 (!) bommen op een rijtje waren geschilderd. De afbeeldingen bestonden niet alleen uit schaars geklede dames; ook stripfiguren dienden als decoratie. Er staat een verhaal in het boek over een bommenwerper die ‘The Flying Flit Gun’ (de vliegende flitsspuit) werd genoemd, waarop naast de spuit drie exotische insecten waren geschilderd met de gezichten van Hitler, Mussolini en Hirohito.
Veel schilders, tekenaars en beeldhouwers gaven hun eigen interpretatie van oorlog ( zie b.v. het bekende 'Guernica' van Pablo Picasso): “… Op geheel eigen wijze wisten de kunstenaars de sfeer te treffen, die voor de cameralens meestal verborgen bleef, want de camera registreerde slechts wat de lens waarnam…”.

First Lady of the World
In “Girlpower” is een grote plaats ingeruimd voor Eleanor Roosevelt (1884-1962), de krachtige vrouw van president Roosevelt, die zich heel haar leven inzette voor mensenrechten. Ze vocht tegen rassendiscriminatie: “… Ze ging zo ver dat ze openlijk het Amerikaanse racisme vergeleek met de Arische leer van de Nazi’s. Dat deed in die tijd nogal wat stof opwaaien…”, zette zich in voor oorlogsslachtoffers, en wat veel minder bekend is, ze was een enorme motor achter het streven voor gelijke rechten van mannen en vrouwen.
Eleanor was de eerste presidentsvrouw die boeken schreef. In 1935 begon ze ook aan krantencolumns: “… Ofschoon ze de vrouw van de president was, kreeg haar column slechts een plek in de ruimte bestemd voor vrouwen, namelijk tussen de advertenties (…) De populariteit nam zo immens toe dat de columns verschenen in 62 kranten en gelezen werden door circa vier miljoen Amerikanen. Haar columns bevatten uiteenlopende onderwerpen en daarbij ging ze confrontaties met de publieke opinie niet uit de weg. Ze durfde het zelfs aan om een publiek debat uit te lokken, zoals in het geval met Marian Anderson, een Afro-Amerikaanse operazangeres, die geweigerd werd om te mogen optreden, omdat ze gekleurd was. De toon was hiermee gezet…”. Tja; schrijvende vrouwen zijn gevaarlijk.
Het eerste wat ze als First Lady van de Verenigde Staten invoerde waren wekelijkse persconferenties die alleen door vrouwelijke journalisten bezocht mochten worden. Het was moeilijk voor vrouwen om overeind te blijven in een door mannen gedomineerde wereld. Het was ook nog eens de tijd van de Grote Depressie.
Eleanor stimuleerde de vrouwenemancipatie in het leger door het oprichten van de WASP (Women Airforce Service Pilots) en de WAVES (Women Auxiliary Volunteer Emergency Service), een vrouwenonderdeel bij de marine. “Girlpower” schenkt veel aandacht aan de moeizame acceptatie van vrouwen bij de luchtmacht en de marine. Omdat de V.S. tijdens de oorlog een tekort had aan mannelijke piloten kregen vrouwen de kans te integreren. Ze mochten niet meedoen aan oorlogshandelingen, maar vlogen wel transport-, trainings- en testvluchten. Na de oorlog werden ze echter ontslagen en was het gedaan met hun vliegcarrière. Pas in 1977 ondertekende de toenmalige president Jimmy Carter een wet die hen de veteranenstatus toekende. In 2010 kregen de nog levende vliegeniersters onder het toeziend oog van president Barrack Obama eindelijk hun lang verwachte onderscheiding: de Congressional Gold Medal.
Eleanor werkte mee aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die op 10 december 1948 werd aangenomen, waarbij president Truman haar voormalige titel van presidentsvrouw uitbreidde tot ‘First Lady of the World’.

Pers
Een indrukwekkend deel gaat over de vrouwen die hun strepen verdienden bij de schrijvende pers en in de fotojournalistiek. Opmerkelijk is de verandering van toon in de oorlogsverslaggeving. Mannen maakten verhalen over de heldendaden en opofferingen van vechtende soldaten. Vrouwen mochten amper in de buurt van het front komen, en waren op die manier genoodzaakt zich bezig te houden met de slachtoffers van de oorlog, die ze opzochten in ziekenhuizen en schuilkelders. Vrouwen toonden vooral de verwoesting die werd aangericht. De berichtgeving vermenselijkte. De fotoreportage “Europe’s Children” (1943) van Thérèse Bonney, waarin schokkende beelden van in kranten gewikkelde babytjes en uitgemergelde, getraumatiseerde kinderen werden getoond, was een mediasensatie. Martha Gellhorn, de vrouw en rivale van Ernest Hemingway, beschreef als oorlogscorrespondent als geen ander de verbijstering toen het vernietigingskamp Dachau werd ontdekt: “… Achter het prikkeldraad en het elektrische hek zaten de uitgemergelde lichamen in de zon en onderzochten elkaar op luizen. (…) Ze waren leeftijdsloos en hadden geen uitdrukking; ze leken allemaal hetzelfde en op niets dat je ooit zult zien als je geluk hebt… Tijdens de bevrijding van het kamp renden vele gevangenen in hun vreugde om vrij te zijn en brandend van verlangen om hun Amerikaanse bevrijders te ontmoeten, naar het hoge hek dat onder stroom stond. Ze werden geëlektrocuteerd. Sommigen stierven juichend, omdat de vreugde meer was dan hun lichaam kon verduren. Er waren ook gevangenen, die stierven doordat ze zich overaten aan het pas verkregen voedsel. Ik heb geen woorden om de mensen te beschrijven, die deze verschrikkingen hebben overleefd voor jaren, drie jaar, vijf jaar, tien jaar, en met gedachten nog net zo helder en net zo onbevreesd als de dag waarop ze het kamp binnenkwamen. Ik was in Dachau toen de Duitse legers zich onvoorwaardelijk overgaven aan de geallieerden. We zaten in een vertrek in die vervloekte gevangenis annex begraafplaats en niemand had nog wat te zeggen. Toch lijkt Dachau voor mij de meest geschikte plek in Europa om het nieuws van de overwinning te horen. Deze oorlog werd zeker gevoerd om Dachau af te schaffen en alles waar Dachau voor stond, en om dat voor altijd af te schaffen…” (bron: Collier’s Weekly, 23 juni 1945).
De vrouwelijke pers was niet verpierd. Toen de oorlog met Duitsland uitbrak, en fotografe Margaret Bourke-White net in Moskou zat waar de militaire autoriteiten direct het bezit van camera’s ten strengste verboden, klom ze, in plaats van het land hals over kop te verlaten, boven op het dak van de Amerikaanse ambassade om foto’s te schieten van de Duitse bomaanvallen. De meeste verslaggeefsters hadden maling aan de militaire regels van de journalistieke gedragscode. Om in het vuur van de strijd te komen logen en bedrogen ze alles aan elkaar – en dat is maar goed ook, anders hadden we nooit van hen gehoord.

Uniek
“Girlpower” is het vierde deel van een serie publicaties die uitgeverij Aspekt uitbrengt over de Tweede Wereldoorlog. Eerder verschenen: "De stalen vuist van de blitzkrieg. De 1ste Panzer Division 1939-1941" van Vincent Dumas, "Verzet! Swastika onder vuur. Facetten van de weerstand tegen Hitler's 'Festung Europa'", met bijdragen van Perry Pierik, Martin Ros, René Marres en Emerson Vermaat, en "Vlaams bloed aan de Wolchow. Ruslandveldtocht 1941-1942" van Vincent Dumas.
Het boek is mooi vormgegeven en verrassend rijk geïllustreerd. Tel daar het unieke van het onderwerp en de vlotte schrijfstijl van de auteur bij op, dan valt het tegen dat de tekst niet beter is gecorrigeerd. Een boek als dit verdient een goede redacteur…

Uitgave: Aspekt – 2014, 218 blz., ISBN 978 946 153 397 5, €12,50
Rechtstreeks bestellen: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen