Menu

maandag 20 januari 2014

Nazi-Duitsland en de joden 1933-1945 – Saul Friedländer


Verkorte editie: Orna Kenan

Onlangs heb ik met een boekenkring “Het raadsel van Spinoza” van Irvin D. Yalom besproken, een roman waar ik een klein jaar geleden een blog over schreef, en waar een verhaallijn is ingeruimd voor Alfred Rosenberg die met zijn “Der mythos des Zwanzigsten Jahrhunderts” (dat trouwens massaal verkocht, maar door niemand werd gelezen: veels te moeilijk) de ideologische basis legde voor de nazipartij. Er was onder de aanwezigen een jongen die ontzettend veel over de oorlog wist, en zelfs een exemplaar van “Mijn kamp” had meegenomen. Hitler schreef het in 1924 toen hij in de gevangenis zat van Landsberg am Lech. Hij, die jongen, citeerde een aantal passages waarin Hitlers virulente Jodenhaat naar voren komt (toen al!).
Saul Friedländer, hoogleraar geschiedenis aan de University of California in Los Angeles en emeritus hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Tel Aviv, beschreef in twee kloeke delen van ieder 1400 pagina’s de vervolging en vernietiging van de Joden in het door de nazi’s bezette Europa. Zijn vrouw, ook professor, schreef een verkorte versie van dit magnum opus, dat voor gewone mensen zoals ik makkelijker te lezen is, omdat het minder verdrinkt in details en heel vlot van stapel loopt. Het bijzondere is dat Friedländer zijn verhaal uit de doeken doet aan de hand van ontelbare stemmen van getuigen: slachtoffers, toeschouwers, daders (sommige Duitse historici betichtten hem indertijd van ‘subjectiviteit’, alsof zij, met hun verleden, wel ‘objectief’ konden zijn!). Op internet vond ik een indrukwekkend diepteinterview met Friedländer, uitgezonden op zondag 28 april 2013, door de Joodse omroep: zie hier.
Gezien de oneindige stroom boeken die WO II als thema hebben, ik noem de nieuwe uitgaven over het werk van Etty Hillesum(die evenals Anne Frank in het boek aan het woord komt) maar even, is het buitengewoon verhelderend om een naslagwerk als van Friedländer te lezen. Het helpt je een overzichtelijk beeld te vormen van de Endlösung. Friedländer heeft het in de voornoemde documentaire ook over de ‘kits’ van veel WO II verhalen en films. Hij is er dubbel over: aan de ene kant de valse romantiek, aan de andere kant ‘iedereen weet er nu van’.
Friedländer werd in 1932 in de Tsjechische hoofdstad Praag geboren, en overleefde als joods jongetje de oorlog onder een valse naam in Frankrijk. In 2008 won hij de Pulitzer Prize voor non-fictie en in 2007 de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel.


Zeg dat maar thuis tegen je teddybeer
Het is geen boek dat je in een keer uitleest: daar is het veels te gruwelijk voor. Wat ik misschien nog wel het meest erg vond is dat Orna Kenan uitlegt hoe de Jodenhaat niet uit de lucht kwam vallen, maar in wezen terug gaat op het christelijk anti-judaïsme: de Joden hebben Christus vermoord, dus…
In de Visie van deze week las ik een dubbelinterview tussen prof. dr. Willem Ouweneel en rabbijn Lody van de Kamp n.a.v. hun boekje "Joden en christenen. Een verdiepend gesprek" (uitgave: Medema – 2013) waarin de laatste geprikkeld opmerkt: “… In contacten tussen Joden en christenen zie je overigens wel vaak dat het eenzijdig doorslaat. Dat elkaar knúffelen… Vroeger sloegen ze ons dood. Na een lezing kwam een christelijke vrouw naar me toe, die zei: ‘Wij hóuden zoveel van jullie.’ Dan denk ik: ‘Zeg dat maar thuis tegen je teddybeer, niet tegen mij.’ ” Ouweneel: “… Joden hebben in de loop van de geschiedenis van niemand zoveel ellende ondervonden als van christenen. Eeuwenlang gingen moslims beter om met Joden dan wij. De nazi’s zouden nooit zoveel Jodenhaat hebben kunnen genereren als er niet ééuwen aan ‘christelijk’ antisemitisme aan vooraf waren gegaan. Denk maar aan Luther en zijn fel anti-Joodse uitlatingen. Lutherse theologen nemen daar terecht afstand van, maar het is wel gezégd en het heeft de Duitse geest door de eeuwen heen vergiftigd. In die zin hebben ze van niemand zoveel last gehad als van christenen. Uit te leggen, maar niet goed te praten. Vanwege de Jodenvervolging zit ik hier met een zeker gevoel van gêne. Ik kan best wat nare dingen vertellen over wat Joden met christenen gedaan hebben, maar dat valt compleet in het niet bij het vele, vele gruwelijke van christenen…”.

De kerken en de Shoah
Uit het boek van Friedländer komt duidelijk naar voren dat de meeste kerken niet zijn opgekomen voor de Joodse slachtoffers tijdens WO II, of zich hoogstens druk maakten over de Joodse bekeerlingen in eigen kring, sterker, in sommige delen van Europa hielpen ze zelfs mee een genocidale kruistocht in gang te zetten: “… De katholieke Ustaša had niets tegen de aanwezigheid van moslims en protestanten, maar de (orthodoxe) Serviërs en Joden werden voor de keuze gesteld: bekeren, het land verlaten of sterven. ‘Servische en Joodse mannen, vrouwen en kinderen werden letterlijk in stukken gehakt. Hele dorpen werden met de grond gelijkgemaakt en de inwoners werden in schuren gedreven, die door de Ustaša in brand gestoken werden,’ aldus de historicus Jonathan Steinberg. ‘In het archief van het Italiaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bevindt zich een verzameling foto’s van de slagersmessen, sikkels en bijlen die bij het afslachten van Servische slachtoffers werden gebruikt. Er zijn foto’s van Servische vrouwen wier borsten met een zakmes waren afgesneden, van mannen met uitgestoken ogen en die ook gecastreerd en op andere manieren verminkt waren.’ Terwijl het hoofd van de Katholieke Kerk in Kroatië, aartsbisschop Alojzije Stepinac, maandenlang zweeg over de bloeddorstigheid, juichten sommige bisschoppen in het land het toe dat de christelijke scheurmakers en Joden zich moesten bekeren of werden gedood. ‘Nog nooit hebben we zo’n uitgelezen kans gehad om Kroatië te helpen door talloze zielen te redden,’ zoals de katholieke bisschop van Mostar het formuleerde. En terwijl bisschoppen zich verheugden over de unieke kans om zieltjes te redden, speelden enkele franciscaanse monniken een leidinggevende rol bij de meest kwaadaardige moordcampagnes en de decimering van Serviërs en Joden in het zuiver Kroatische vernietigingskamp Jasenovac…”. En even verder: “… De belangrijkste instellingen die tot op zekere hoogte de anti-Joodse campagnes hadden kunnen stuiten, waren de kerken, Pius XII drong er samen met andere leiders als Horny op aan om de Duitse deportaties te staken. Deze eerste interventie van de paus ten gunste van de Joden werd op 25 juni 1944 verstuurd, maar zelfs deze boodschap was wazig geformuleerd: de Joden werden niet expliciet genoemd en ook de uitroeiing werd niet vermeld. Ook de leiders van de katholieke en protestantse kerken in Hongarije wisten wat de deportaties naar Duitsland inhielden. Toch waren zij tussen mei en juli 1944 niet te bewegen tot openlijke stellingname tegen het beleid van de regering-Stójay. Beide kerken probeerden in de allereerste plaats vrijstelling voor bekeerde Joden te krijgen, en daarin slaagden ze voor een deel omdat ze zich van openbare protesten tegen de deportaties in het algemeen onthielden…”. De individuele gelovige die zich verzette tegen de nazipraktijken “… werd in het algemeen niet de weg gewezen door de christelijke kerken en instellingen, en nog minder door de hoogste leiding daarvan…”. Neem in ons land alleen al de ambivalente houding van SGP-voorman en oprichter van de Gereformeerde Gemeenten ds. G. H. Kersten.
In het licht van het voorgaande vind ik het niet gek (al heb ik te weinig inzicht in de desbetreffende kwestie om daar een gefundeerde mening over te hebben) dat een aantal dominees binnen het orthodoxe deel van de PKN in een open brief - november 2013 - hun verontrusting hebben geuit over de veranderende visie op Israël in hun geloofsgemeenschap, zie hier. Anno nu zien niet alleen kerken maar ook de Nederlandse bedrijven en pensioenbeleggers Israël als ‘besmet’ gebied vanwege het nederzettingsbeleid van de Israëlische regering. De ‘zware delegatie’ naar de winterspelen – ondanks de filmpjes over homo-aftuiging in Rusland die gewoon tijdens het journaal over het beeld rollen, waarbij ik overigens onmiddellijk denk ‘zo ging het toen ook’ - staat in schril contrast bij de afvaardiging van voormalig minister-president Kok (ik vrees dat de jongere generatie amper weet wie hij is) naar de begrafenis van de oud-premier van Israël, Ariël Sharon. Niemand die problemen heeft met handeldrijven in Rusland, China, en Saoedie-Arabië; ik noem maar een paar landen waar de mensenrechten met voeten worden getreden. Om maar te zwijgen over de bouw van het voetbalstadion in de snikhete slavenstaat Quatar voor het WK van 2022 en voetvalclub Vitesse die ook geen nee zei tegen de uitnodiging van de Verenigde Arabische Emiraten ondanks dat de Joodse speler Dan Mori niet welkom is. ‘Brood en spelen’ gaan blijkbaar voor. De Joodse staat blijft een hete aardappel waar niemand zijn mond aan wil branden. Overigens is Saul Friedländer vóór het vrijgeven van de bezette Palestijnse gebieden: ‘zonder dat kunnen we ons moreel niet verkopen’.

Apocalyptische messias
Naast het ‘völkische raciale antisemitisme’ onderscheidt de auteur een nog radicalere vorm van antisemitisme – het ‘verlossingsantisemitisme’ - dat de historische eindstrijd tussen de krachten van goed en kwaad aankondigde, vertegenwoordigd door het Arische ras en ‘de Jood’: “… Het enige wat het volk, het ras of de Arische mensheid kon verlossen was de eliminatie van de joden. De ideologie waarop dit soort antisemitisme berustte, werd eind negentiende eeuw in Duitsland, en met name in Bayreuth, bedacht. De voornaamste grondlegger was Houston Stewart Chamberlain, die als schoonzoon van Richard Wagner tot de kring der Wagnerianen in Bayreuth behoorde. Binnen deze kring werden diens denkbeelden dominant en zo beïnvloedden zij ook Dietrich Eckhard, een antisemitische publicist uit München en bewonderaar van de Wagnerianen. Deze Eckhard op zijn beurt was de meest invloedrijke ideologische mentor van het opkomende politieke talent Hitler. Met als gevolg dat die zich alras na het begin van zijn politieke carrière ging zien als de messias die door de voorzienigheid was uitverkoren om Duitsland te leiden in de eindstrijd tussen de rassen. Hitlers doelstellingen, en in het bijzonder zijn visie omtrent de strijd tegen de Joden, gingen boven de `normale´politiek uit. Het idee van een apocalyptische strijd gaf de harde kern van zijn beweging de felheid van een pseudoreligieuze sekte die het kwaad wil uitroeien. Zoals we zullen zien, wist de nazileider deze metapolitieke doelen te ‘vertalen’ naar een moderne politiek, een moderne organisatie en moderne concepten. En het was die fusie tussen schijnbaar verschillende werelden die het regime zijn fanatisme en zijn dodelijke efficiëntie gaf…”.
Cultuurfilosoof dr. F. de Graaff in “Anno Domini 1000 – Anno Domini 2000”: “… De zogenaamde herleving van het Germanendom had weinig of niets met de oorspronkelijke Germaanse religie te maken. De gegevens waren ontleend aan Wagner, vergroofd door de vulgaire valse romantiek van de filmtrucs. De leer van het zuiver bloed was volstrekt modern. Ze had niets uit te staan met Germaanse mystiek. Zij was een bewerking van Darwin’s evolutie-hypothese…”. The stuggle for life. De sterken overleven ten koste van de Untermenschen. Vandaar ook de vervolging, sterilisatie en euthanasie van asocialen, homoseksuelen, zigeuners en lichamelijk en geestelijk zieken. Groepen waar je niets aan had, die alleen maar lastig waren en dure bedden bezet hielden (dit boek kun je beter niet lezen als je het nieuws van vandaag de dag bijhoudt; mijn maag draait zich om bij het zien van verontruste bejaarden die weg moeten uit hun verzorgingstehuizen omdat ze te ‘goed’ zijn, gehandicapte Wajang-jongeren die bang zijn dat ze hun uitkering verliezen, voorstellen om gevangenen dagelijks 16 euro te laten betalen terwijl juist deze groep zo-bij-zo omkomt in de schulden en uitgeprocedeerde asielzoekers 5 euro te laten betalen voor medicijnen terwijl ze geen cent te makken hebben omdat ze niet mogen werken – trouwens: hoe wanhopig moet je als minister zijn om op dit soort ideeën te komen?!).
De Joden waren ook nog eens ‘gevaarlijk’: ze zouden via het bolsjewisme en kapitalisme uit zijn op de wereldheerschappij. Propaganda die er dag en nacht bij de bevolking werd ingestampt. Net zolang tot iedereen het ging geloven.
De Graaff over de massa die Hitler vereerde als Führer: “… Het oorspronkelijk Germaanse zou de moderne massamens, die stikt van schuldgevoel en minderwaardigheid, geenszins aangesproken hebben. Ondenkbaar is een massamens, die grootmoedig, dapper en trouw zou zijn. (…) De massamens heeft echter nog meer zelfbevestiging nodig. Andere groepen moeten minderwaardig verklaard worden. (…) Het oude Rome heeft reeds het één en ander hiervan laten zien in de arena’s, waarin de massa brulde: ‘ad leones’, naar de leeuwen…”.

Godsgruwelijk
Het verhaal van Friedländer is verbijsterend en niet te bevatten. Zomaar een paar voorbeelden: “… De moordpartijen tegen Joden mochten door sommige militaire commandanten dan als een vorm van ongedisciplineerd gedrag worden veroordeeld, het folteren van Joden werd niet alleen door SS’ers maar ook door soldaten als een welkome afleiding gezien. Vooral orthodoxe Joden, die door hun uiterlijk en kleding eenvoudig te herkennen waren, waren geliefde slachtoffers. Ze werden beschoten, ze moesten elkaar met drek insmeren, springen, kruipen, zingen, uitwerpselen met hun gebedssjaal opvegen of dansen om een vuur waarin Tora-rollen werden verbrand. Ze werden geslagen met een zweep, gedwongen varkensvlees te eten of er werd op hun voorhoofd een Jodenster gekerfd. Het meest populaire tijdverdrijf was het ‘baardspel’. Daarbij werden de baard en pijpenkrullen afgesneden, uitgerukt of in brand gestoken, met of zonder deel van de huid, de wangen of de kaak. Rondom de daders en slachtoffers vormde zich niet zelden een grote groep lachende en applaudiserende soldaten…” en "... Toen de Duitsers kwamen waren de Oekraïners buiten zichzelf van blijdschap. Groepen Oekraïense boeren, meest jonge mensen, liepen zwaaiend met geelblauwe vlaggen met daarop de Oekraïense drietand door de stad. Ze kwamen uit de dorpen en zongen, in Oekraïense klederdracht gehuld, hun Oekraïense liederen.’ Met voorspelbare gevolgen. ‘De meeste Joden die die dag in Brzezany omkwamen, werden vermoord met bezemstelen waarin spijkers waren geslagen. (…) De Oekraïense bandieten, die grote stokken bij zich hadden, vormden twee rijen. Zij dwongen die mensen, de Joden, door de twee rijen te lopen en vermoordden ze koelbloedig met die stokken.’…”.
Het is ongelooflijke berichtgeving van satanische proporties; en toch blijft Friedländer genuanceerd en heeft hij het ook over de verzetsdaden van individuele mensen en de afpersing van Joden onder elkaar. Opvallend is dat veel verzetsmensen zich haastten te vertellen dat ze de Joden niet hielpen omdat ze zo gek op hen waren, maar uit principe: zo ga je niet met mensen om.

Jan Wolkers, de ontwerper van het Auschwitzmonument, dat is opgebouwd uit “Gebroken Spiegels” (1977) waarin de lucht zich in scherven reflecteert: “… De hemel blijft voorgoed geschonden. Het is een godsgruwelijke aanslag op alles waar een mens voor staat…”.

Uitgave: Nieuw Amsterdam – 2014; Ebook, 1423 blz., €17,99
Rechtstreeks bestellen: hier

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen