zondag 27 januari 2013
In vredesnaam – Daniëlle Hermans
In drie verschillende oude Utrechtse kerken worden drie vermoorde vrouwen gevonden. Rechercheurs Rob van Helden (vanwege mot met het politiecorps in Amsterdam overgeplaatst naar Utrecht) en zijn onafscheidelijke maatje Nicole Hessels (likt haar wonden na een stukgelopen relatie) onderzoeken de zaak.
Het leuke aan deze vrouwenthriller is dat de schrijfster het verhaal verbindt met historische gebeurtenissen rond de Vrede van Utrecht in 1713, precies 300 jaar geleden, wat dit jaar uitbundig gevierd gaat worden. Zo staan o.a. alle Utrechtse musea in het teken van de Vrede van Utrecht; vindt zaterdag 13 april 2013 het openingsspektakel “De Slag om Vrede” plaats op het dak van de A2-tunnel bij Leidsche Rijn Centrum met het Metropole Orkest, Junkie XL, theater en een moderne variant van het vreugdevuurwerk uit 1713; en is er van alles te doen in de Utrechtse wijken tijdens het midzomerweekend van 21, 22 en 23 juni 2013. Voor uitgebreide informatie: zie de website http://vredevanutrecht2013.nl/.
Wat is ‘de Vrede van Utrecht’?
‘De Vrede van Utrecht’ is een wereldomspannend vredesverdrag dat na anderhalf jaar onderhandelen, op 11 april 1713 in het stadhuis van Utrecht werd ondertekend door diplomaten uit Spanje, van het hof van Zonnekoning Lodewijk XIV, namens de Habsburgse keizer, uit Savoye, Portugal en Groot-Brittannië, en vertegenwoordigers van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën.
Het regelde het Europese machtsevenwicht. Het maakte met succes een einde aan twee eeuwen op en neer golvend oorlogsgeweld met ongekend grote aantallen burgerslachtoffers: “… Enerzijds ging het katholieke vorsten erom ‘het ware geloof’ te laten zegevieren door alle protestanten van de kaart te vegen, anderzijds voerden zij onderling een verbeten strijd om onderlinge macht…”, aldus de website Vrede van Utrecht, “…Omdat alle Europese partijen overzeese gebiedsdelen bezaten, werd er overal ter wereld gevochten. Van Noord-Amerika tot Latijns Amerika en de Caraïben, in India en voor de kust van West-Afrika…” (de nulde wereldoorlog – stelt iemand in het boek).
Het betekende een doorbraak in denken en doen: conflicten oplossen met ‘praten’ in plaats van door elkaar de koppen in te slaan. De EU-top is nog steeds gebaseerd op dit model.
Er zijn allerlei redenen te bedenken waarom het verdrag juist in Utrecht werd getekend: het lag centraal en was voor alle partijen goed te bereizen; het had brede, ‘koetsvriendelijke’ straten; het was zowel voor de grootmachten Frankrijk als Groot-Brittannië neutraal gebied: ze zouden nooit ook maar een officiële stap in elkaars land zetten omdat dat een vernedering van eigen status betekende – zo gevoelig lag dat wel -, sterker, het stadhuis had zelfs twee even grote en fraaie toegangsportalen, zodat er geen gedoe was met eersten en laatsten in de rij van binnenkomers; en de voertaal van de Hollandse elite was Frans.
Wat mij verwonderde: de Verenigde Provinciën ging dit keer niet voor de financiën. Ze verloor haar overwicht op zee aan de Britten (belangrijk i.v.m. de slavenhandel). De winst was ‘veiligheid’. Great!
Geheime zusterorde
Daniëlle Hermans geeft in haar boek een heel eigen draai aan deze geschiedenis.
Zij introduceert een geheime zusterorde die achter de coulissen de mannenbroeders die verantwoordelijk zijn voor “De Vrede van Utrecht” manipuleert. Zelf wilden de heren het vredesgedrag namelijk tegenhouden, want Utrecht was beroemd om zijn fantastische wapensmeden, en geen oorlog betekende natuurlijk ook geen wapenhandel. De vrouwen grijpen in: pappen met de mannen aan, bewerken ze zowel psychisch als fysiek net zolang tot ze als was in hun handen glijden, waardoor ze alles doen wat hun minnaressen verlangen - in dit geval dus het tekenen van de vrede.
Saillant detail: in het echt werden de strenge gereformeerde zeden in Utrecht tijdens de vredesonderhandelingen even opgeschort. De dames van plezier deden inderdaad goede zaken, er werden feestbanketten georganiseerd, het Calvinistische theaterverbod werd tijdelijk opgeheven, en er was muziek, vuurwerk, en allerlei ander vermaak: niets maakt schijnheiliger dan geld.
Anna Maria van Schurman
Hermans heeft het verhaal over de oprichtster van de zusterorde gebaseerd op de historische Anna Maria van Schurman, die in 1636 als eerste vrouw aan de universiteit colleges mocht volgen. Vanachter een gordijn waarin een paar kijkgaatjes waren gemaakt, welteverstaan. Aletta Jacobs was de eerste vrouw die in Nederland in 1878 een universitaire graad ontving; daar was bij Van Schurman nog geen sprake van.
Prachtig vertelt de schrijfster over de geheime gangen en gewelven onder de oude stad waar het vrouwennetwerk samenkwam. Nu ik daar wat van weet zal ik er voortaan toch wat anders rondwandelen – denk ik.
De zusterorde blijkt in onze huidige tijd nog steeds te bestaan, en zich over de hele wereld bezig te houden met het helpen van vrouwen in onderdrukkende situaties. Maar gezien de afrekeningen hebben de vrouwen een gezamenlijke vijand…
Ik ga het daar verder niet over hebben; want “In vredesnaam” moet natuurlijk wel spannend blijven!
Kippen die kraaien en hanen die kakelen
Hermans feministische thriller is een krachtig pleidooi voor ‘female power’ en vrouwenrechten. Wie daar niet tegen kan, kan er beter niet aan beginnen.
Het onderdrukken van vrouwen viel in het verleden in onze contreien nog mee, vergeleken met de bizarre gang van zaken in het buitenland – krijg ik het idee (een fransman in het boek vindt het maar raar dat vrouwen gewoon mee aan tafel zitten tijdens het diner en hun mening geven). Een tijdje geleden las ik een Frans commentaar uit die tijd waarin werd gesteld dat “in Holland de kippen kraaien en de hanen kakelen”. Mooi zo!
De onderdrukking van vrouwen is helaas nog steeds een actueel onderwerp (zie ook mijn blog van 18.10.11 over “Meisjes te koop” van Iana Matei).
Daniëlle Hermans: “… Nog steeds worden vrouwen in veel landen als derderangs burgers behandeld. Ze mogen niet stemmen, ze mogen niet naar buiten, ze mogen geen opleiding volgen, ze worden verkracht en op straat gedumpt zonder dat er iemand naar omkijkt. Hier zijn we beter af, maar ook in Nederland worden dagelijks vrouwen lastiggevallen of seksueel geïntimideerd en krijgen vrouwen minder salaris dan hun mannelijke collega’s. Er is nog een lange weg te gaan…”.
Waar zit je trots
Ik denk dat dat waar is. Het zijn niet alleen de onmenselijke verhalen die gaan over wat er bij ons allemaal gebeurt op het gebied van vrouwenhandel, maar ook de gewone verhalen van de straat. Laatst vertelde een geëmotioneerde moeder mij over het werk van haar zoon, een Amsterdamse beroepsfotograaf, volgens wie de modellen waar hij mee werkt bijna allemaal seksueel beschadigd zijn en gewend tussen de lakens van hun managers op te klimmen naar hogere regionen.
In feite doen de leden van de zusterorde in “In vredesnaam” hetzelfde, onder het mom dat ze ‘de lust van de mannen tegen henzelf gebruiken’. Misschien heb je dan wel de touwtjes in handen, maar persoonlijk vind ik dat geen emancipatie: je blijft een ‘ding’ dat ‘gebruikt’ wordt. Waar zit je trots; denk ik dan. Zo leren foute mannen het nooit. Zolang vrouwen het glazen plafond alleen kunnen doorbreken via het bed van graaiende griezels, is er nog heel veel mis, lijkt mij… Daar moet je je veels te goed voor voelen en zeker niet aan meewerken.
Feel-good-educatie
Daniëlle Hermans (1963; freelance communicatiemanager) studeerde Kunstbeleid- en management aan de universiteit van Utrecht. Ze schreef meerdere thrillers waarin historische onderwerpen aan bod komen: “Het tulpenvirus” (inmiddels verschenen in 11 landen), “De watermeester” en “De man van Manhattan”. Fantastisch: dat is nog eens feel-good-educatie!
Händel componeerde maar aanleiding van "De vrede van Utrecht" het "Te Deum":
Uitgave: A.W. Bruna - 2012, 240 blz., ISBN 978 902 299 883 0, €17,95
Rechtstreeks bestellen: klik hier
donderdag 24 januari 2013
Het leven van Pi – Yann Martel
Afgelopen weekend in de bioscoop “Life of Pi” gezien, en het gelijknamige boek herlezen. Niet omdat ik in mijn herinnering steil achterover ben geslagen van deze roman die in 2002 de Man Booker Prize won (ik vind het nog steeds een mierzoet verhaal, geef mij maar wat steviger werk: “De ijsballon” van Alec Wilkinson bijvoorbeeld - zie mijn blog van 26.08.12), maar omdat ik las dat de Indiase Amanat, vlak voordat ze in een bus het slachtoffer werd van zes brute verkrachters, samen met haar vriend deze film had gezien. De schrijver beoogt ‘een verhaal te vertellen waardoor je in God gaat geloven’. Omdat het goed afloopt met de hoofdpersoon? En Amanat dan? Was Amanat gelovig? Deed de film haar aan God denken? Yann Martel (1963; geboren in Spanje, woont tegenwoordig in Montreal, Canada) ergens in het boek: “… De pijn was zo hevig dat ik niets voelde. Lang leve de shock. Lang leve de menselijke reactie die ons beschermt tegen te veel pijn en verdriet. De kern van het leven is een stoppenkast…”. Ik hoop met heel mijn hart dat dat bij Amanat ook het geval is geweest. Voor mij zal deze film voor altijd met haar lot verbonden zijn.
Haast niet te geloven
In ieder geval was Amanat’s laatste film, ondanks het verhaal, van een sprookjesachtige schoonheid. De 3D-beelden zijn overweldigend.
“Het leven van Pi” doet denken aan een combinatie van de klassieker Robinson Crusoë en het Bijbelverhaal over de ark van Noach. Een 16-jarige schipbreukeling, Pi, overleeft op een vlot, met als gezelschap geen ‘Vrijdag’, maar een levensgevaarlijke Bengaalse tijger: ‘Tom Parker’. Dat vlot heeft hij zelf gemaakt, en vastgemaakt aan de reddingssloep waarin de tijger verblijft: onder een dekzeil. In feite is het natuurlijk een waanzinnig gegeven. Als Pi uiteindelijk in Mexico aanspoelt en in een ziekenhuis belandt vinden zijn ondervragers dat ook. Ze geloven nog wel dat de Japanse vrachtboot, waarmee hij met zijn ouders, zijn broer, en een hele dierentuin die ze van India naar Canada verhuisden, letterlijk ‘naar de haaien’ is gegaan; maar dat Pi in een sloep terechtkwam met een zebra, een hyena, en een orang-oetan die allemaal door de tijger werden opgevreten, lijkt ze te gortig. Bovendien; waar is die tijger gebleven?
Maar: “… Liefde is ook haast niet te geloven, vraag maar aan iedereen die verliefd is. Het leven zelf is haast niet te geloven, vraag maar aan een natuurwetenschapper. God is haast niet te geloven, vraag maar aan een gelovige. Waarom doet u toch zo moeilijk over dingen die haast niet te geloven zijn?...”.
Een verhaal dat niet verbaast
Dan vertelt Pi zijn verhaal opnieuw, maar worden de dieren mensen: de zebra is een matroos, de hyena een kok, de orang-oetan zijn moeder, en de tijger hijzelf: “… Ik begrijp wel wat u wilt. U wilt een verhaal dat u niet verbaast. Dat bevestigt wat u al weet. Waardoor u niet hoger of verder of anders gaat kijken. U wilt een vlak verhaal. Een onbeweeglijk verhaal. U wilt droge, ongegiste feitelijkheid…”.
Dit verhaal wordt wel geslikt. De schrijver filosofeert nog even door: “…’U kunt niet bewijzen welk verhaal waar is en welk verhaal niet. U moet alles maar van mij aannemen.’ ‘Tja.’ ‘In beide verhalen zinkt het schip, komen mijn ouders en broer om en maak ik de verschrikkelijkste dingen mee.’ ‘Ja.’ ‘Vertelt u me dan eens, als het voor u dan toch niets uitmaakt en u geen van beide lezingen kunt bewijzen, welk verhaal heeft uw voorkeur? Welk verhaal is het mooiste, het verhaal met de dieren of het verhaal zonder dieren?’ Okamoto: ‘Interessante vraag…’. Chiba: ‘Het verhaal met de dieren.’ Okamoto: ‘Ja. Het verhaal met de dieren is het mooiste.’ Pi Patel: ‘Dank u. Zo is het met God nu ook.’ (Stilte) Chiba: ‘Wat zei hij nou?’ Okamoto: ‘Weet ik niet.’ Chiba: ‘Ach kijk – hij huilt.’ (Lange stilte) …”.
Geloven omdat dat dat het leven mooier maakt? Nou; dat vind ik in het licht van wat er met Amanat gebeurde dan wel de diepgang van een vingerhoedje hebben, eerlijk gezegd. Theologie van het kaliber van dominee Klaas Hendrikse: ‘Geloven in een God die niet bestaat’. Of zoals Yann Martel het toch wel heel indringend ergens stelt: “… Moet ik de hel verdragen zonder antwoord uit de hemel?...”.
Inlegkunde
Iemand die daar heel anders over denkt is filmcriticus Rick de Gier. Volgens hem kun je de tijger zien als een metafoor voor het geloof van Pi: “… Die tijger lijkt Pi’s geloof te verbeelden. Eerder zien we Pi door het leven fladderen als zorgeloos joch, maar nu, in zijn diepste wanhoop, komt het erop aan: gaat Pi de tijger (zijn geloof) doden, vreet de tijger hem op, of vinden ze een manier om samen te leven? Ik vind het een prachtige metafoor: een onbegrijpelijk, gevaarlijk beest waar je mee worstelt, maar dat ook troost biedt en je door diepe dalen heen loodst. De conclusie van het verhaal is volgens mij zoiets: het leven is onverklaarbaar gruwelijk; daar kun je je verslagen bij neerleggen, maar je kunt ook geloven dat er ondanks alles een verklaring bestaat, dat het leven zin heeft, dat het goede zal overwinnen…”. Heel mooi gevonden. Het verheft de film inderdaad meer dan een level hoger. Maar ik vind het wel erg veel inlegkunde. Zo kun je alles altijd wel alle kanten op praten. Maar goed, ik heb niet zoveel met de interpretatie van beelden.
Hilarisch
Aan het begin van het verhaal vertelt Pi dat hij twee studies aan de Universiteit van Toronto heeft gevolgd: theologie en zoölogie. Als jongetje had hij al veel belangstelling voor religie. Hij wilde alles tegelijk worden: christen-moslim-hindoe. Hij ‘deed godsdiensten op zoals een hond vlooien’. Zijn broer pest hem ongenadig: “…’Zo, Swami Jezus, ga je dit jaar de hadj maken?’ vroeg hij en legde zijn handpalmen voor zijn gezicht tegen elkaar in een eerbiedige namaskar. ‘Lokt Mekka?’ Hij sloeg een kruis. ‘Of ga je naar Rome om je te laten inwijden als de volgende paus Pi-us?’ Hij schetste een Griekse letter in de lucht om zijn woordspeling te verduidelijken. ‘Heb je al tijd gehad om je piemel te laten inkorten en jood te worden? Als je zo doorgaat, moet je op donderdag naar de tempel, op vrijdag naar de moskee, op zaterdag naar de synagoge en op zondag naar de kerk – dan hoef je er nog maar drie godsdiensten bij te nemen en je hebt de rest van je leven vakantie.’…”.
Zijn ongelovige ouders snappen niets van hem. Zijn vader: “… ‘Praat er maar eens met moeder over.’ Die zat te lezen. ‘Moeder?’ ‘Ja, lieverd?’ ‘Ik wil me laten dopen en ik wil een gebedskleedje.’ ‘Praat daar maar eens met vader over.’ ‘Dat heb ik gedaan. Hij zei dat ik maar eens met u moest gaan praten.’ ‘O ja?’ ze legde haar boek neer. Ze keek in de richting van de dierentuin. Ik weet zeker dat vader op dat moment een koude tochtvlaag in zijn nek voelde. (…) ‘Vader en ik vinden die godsdienstijver van je nogal een mysterie.’ ‘Het ís ook een Mysterie.’ ‘Hmmm. Zo bedoelde ik het eigenlijk niet.’…”.
De religieuze toon is hilarisch maar komt niet boven kleuterschool-niveau, dus dat van die theologische studie lijkt me stug. Echter; de zoölogie is een heel ander verhaal.
Hoe lui kun je zijn
Yann Martel schrijft ongelooflijk boeiend over het gedrag van dieren, zowel in de vrije natuur, als in gevangenschap. In de film komt dat terug in prachtige beelden van o.a. walvissen, dolfijnen, vliegende vissen, stokpaardjes en luiaards, waarover dit staaltje:
“… Ik had de luiaard uitgekozen (als onderwerp voor een vierdejaarsscriptie) omdat zijn gedrag – bedaard, stil en introspectief – mijn verscheurde zelf enigszins tot rust bracht. (…) Het is een bijzonder intrigerend dier. Zijn enige gedragskenmerk is indolentie. Hij slaapt gemiddeld twintig uur per dag. Ons team onderzocht de slaapgewoonten van vijf wilde drietenige luiaards door vroeg in de avond, als ze net in slaap gevallen waren, bij allemaal een felrood plastic schaaltje water op de kop te plaatsen. De volgende ochtend laat stonden de schaaltjes nog precies zoals we ze hadden neergezet en krioelde het water inmiddels van de insecten. De luiaard is tegen zonsondergang op zijn drukst, waarbij ‘druk’ in de meest ontspannen zin des woords moet worden opgevat. Het dier verplaatst zich in zijn karakteristieke hangende houding met een snelheid van ongeveer 400 meter per uur langs een tak. Over de grond kruipt hij, als hij gemotiveerd is, met 250 meter per uur van de ene boom naar de andere, wat 440 keer zo traag is als een gemotiveerde jachtluipaard. In ongemotiveerde toestand legt hij vier tot vijf meter per uur af. De drietenige luiaard is niet goed geïnformeerd omtrent de buitenwereld. Op een schaal van 2 tot 10, waarbij 2 een abnormale sufheid en 10 een extreme alertheid vertegenwoordigt, gaf Beebe (1926) de luiaard voor smaak, tastzin, gezichtsvermogen en gehoor een 2 en voor reukvermogen een 3. Als je in het wild een slapende luiaard aantreft, krijg je hem met twee, drie porren doorgaans wel wakker; dan kijkt hij slaperig alle kanten op behalve naar jou. Waarom hij om zich heen kijkt is trouwens niet duidelijk, want een luiaard ziet alles door een Mr. Magoo-achtig waas. Wat zijn gehoor betreft, de luiaard is niet zozeer doof als wel ongeïnteresseerd in geluid. Beebe vermeldt dat het afschieten van een geweer naast een slapende of etende luiaard geen noemenswaardige reactie teweegbrengt. En het iets betere reukvermogen van de luiaard moet ook weer niet worden overschat. Men beweert dat ze kunnen ruiken of een tak dood is, zodat ze die kunnen vermijden, maar Bullock (1968) meldt dat uit de boom gevallen luiaards ‘dikwijls’ met een vermolmde tak in hun poten op de grond worden aangetroffen. Men zou zich kunnen afvragen hoe zo’n beest overleeft. Juist dankzij zijn traagheid. Door zijn slaperigheid en luiheid kan hem in de regel weinig gebeuren, want hij trekt niet de aandacht van jaguars, ocelotten, adelaars en anaconda’s. In de vacht van de luiaard groeit een algensoort die in het droge seizoen bruin en in de regentijd groen wordt, zodat het dier versmelt met de omringende mossen en bladeren en eruitziet als een nest witte mieren of eekhoorns, of als helemaal niets, gewoon als een deel van een boom. De drietenige luiaard leidt een vredig, vegetarisch leven in volmaakte harmonie met zijn omgeving…”. Adembenemend - iets wat we allemaal wel zouden willen!
Veilig
Toen ik na afloop van de film met mijn zestienjarige dochter naar buiten liep bedacht ik hoe ongelooflijk veel geluk we hebben dat wij in een van de meest veilige gebieden ter wereld wonen. Het maakt dat we zo’n beetje kunnen leven als die luiaard: vredig, in harmonie met onze omgeving en zo nodig ook nog vegetarisch…
Uitgave: Prometheus - 2012, 320 blz., ISBN 978 904 462 229 4, €12,50
Rechtstreeks bestellen: klik hier
donderdag 17 januari 2013
Borderline Times – Dirk De Wachter
Subtitel: “Het einde van de normaliteit”.
Psychiater Dirk De Wachter (KU Leuven) concludeert in zijn maatschappijkritische “Borderline Times” dat we vandaag de dag op allerlei gebied nogal ‘doorslaan’. Living on the edge. We worden er met z’n allen doodmoe van. Het fascinerende en paradoxale is dat hij, door het te hebben over ons gebrek aan normaliteit, er tevens een pleidooi voor houdt. Het lijkt een beetje in de lucht te hangen. En daar heb ik niéts op tegen. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.
Sekserollen
Neem bijvoorbeeld het vervagen van de sekserollen: “… We hebben nu hetero’s en homo’s, maar ook transseksuelen, transgenders, metroseksuelen en retroseksuelen, en van al die categorieën ook nog alle tussenvormen…”.
De Wachter haalt ene Guinevere Claeys aan die zegt: “… De hele volksverhuizing halfweg de vorige eeuw – vrouwen drongen het mannenterritorium binnen waardoor mannen op hun beurt het rijk der vrouwen binnenschuifelden – heeft mannen met een monster van een identiteitscrisis opgezadeld. Wie moet de man zijn? Wie wil de vrouw dat hij is? Een eenduidig antwoord hebben we de mannen, op zijn zachts gezegd, nog niet gegeven. We hebben ze integendeel al breed doen slalommen van macho-met-humor naar nieuwe man, over metro-, retro-, en überseksueel. En helemaal terug. Intussen hebben de mannen geen enkel recht van klagen. Ze hebben namelijk nog een openstaande schuld van generaties ver…”.
Schrijver Joost Vandecasteele: “… Vrouwen willen tegengestelde dingen. Geborgenheid, ja. Maar geroffel op een breed opgezette borstkast levert nog altijd meer seks op dan jezelf in al je onzekerheid en vertwijfeling open te plooien…”.
Wat me direct doet denken aan een wel erg verrassend commentaar op “Vijftig tinten grijs”, onlangs in het ND, waar een criticus schrijft dat dit boek het vooral zo goed doet omdat vrouwen hebben ontdekt dat ze diep in hun hart toch liever getiranniseerd willen worden door een autoritaire despoot - nu alle mannen zijn veranderd in toegeeflijke watjes. Tsja; ‘de man zal over u heersen’, hé (Gen. 3:16)?!
We maken het elkaar niet makkelijk. Vrouwen moeten perfect zijn: mooi, slim, cultureel geïnteresseerd, een goede baan hebben, een fantastische moeder zijn (maar ook weer niet té), lekker kunnen koken en hun echtgenoot en minnaar geweldige seks bezorgen. Mannen moeten dat ook, maar ‘die kunnen dat wel aan’: “… Mannen moeten sterk zijn, maar ook lief en attent. Ze moeten liefst royaal geld binnenbrengen en succesvol carrière maken. Ze moeten enthousiast luiers verversen en des zomers fluitend vijf keer de Mont Ventoux beklimmen. En vooral: ze moeten praten…”. Anders zijn ze autistisch.
De Wachter: “… Vrouwen hebben er alle belang bij dat mannen het goed stellen. En omgekeerd. Laat vrouwen geen mannen willen worden en laat mannen geen vrouwen willen worden. Laten we elkaar gewoon graag zien. En blijven lachen!...”.
Wie God verlaat…
‘Wie God verlaat heeft niets te vrezen’, schreef Maarten ’t Hart een tijd geleden. Ondertussen paradeerde hij clandestien in een rokje en op hoge hakken door de stad. Sinds wij uit Gods hand zijn gevallen, weten we niet meer wie we moeten zijn, zegt Dirk De Wachter: “… Op de Wereldjongerendagen in Madrid in 2011 waarschuwde Paus Benedictus voor de gevolgen van de secularisering. ‘We zijn God aan het vergeten. Dat kan leiden tot verlies van onze diepste identiteit’, zo sprak hij (De Standaard 20-21.08.2011). Of we die bron nu betrouwbaar vinden of niet, zijn observering is in elk geval raak, zijn aanbod echter niet meer…”.
De Wachter stelt dat heel de maatschappij lijdt aan borderline-symptomen.
Het doet me aan Nietsche denken, die nadat hij concludeerde dat God dood was, ook knettergek werd. Niet dat de immer erudiete De Wachter Nietzsche er bij haalt. Wel heel veel andere auteurs: Arnon Grunberg, Michel Houellebecq, Karel Capek.
De Wachter: “… Romans verwoorden waar het in de wereld over gaat, en ze doen dat vaak accurater dan wetenschappelijke artikelen over dezelfde onderwerpen…” (toch het goeie vak gekozen!). Kijk: daarom mag ik die man nu zo graag…
Dirk de Wachter wil niet terug naar de kerk, maar een oplossing voor onze mentale problemen ziet hij toch vooral in de christelijke naastenliefde (evenals Paul Verhaeghe en Sanne Bloemink, trouwens). De Wachter haalt er uiteindelijk de moeilijke joodse filosoof Emmanuel Levinas (1906-1995) bij, die het kort door de bocht genomen heeft over ‘God zien in het gelaat van de ander’ – en het dus ook niet zonder Hem kan stellen.
Ik vind Dirk de Wachter, evenals Nelleke Noordervliet in “Vrij man” (zie mijn blog van 02.01.13), bijzonder eerlijke denkers. Allebei zijn ze blij dat God overboord is gezet, maar daar blijven ze niet in hangen. Allebei vragen ze zich af: wat nu? Allebei kijken ze niet weg als ze geconfronteerd worden met de eenzaamheid, de leegte, de zinloosheid en de wanhoop in een bestaan zonder God. Als er geen hiernamaals is, zul je het hier en nu moeten fiksen. Voorwaar geen sinecure. Zolang je ‘succes’ hebt zal het wel loslopen; maar wat als je partner bij je wegloopt, als je werkloos wordt, als jij of je geliefden ziek worden en dood gaan.
Borderlinetijden
De meest gestelde diagnose in de geestelijke gezondheidszorg is het ‘containerbegrip’ borderline. Volgens De Wachter zijn psychiatrische patiënten een afspiegeling van de maatschappij en betekent dit dus dat onze cultuur vol borderline-kenmerken zit. Aan de hand van negen borderline-criteria zoals verwoord in de DSM, oftewel de Diagnostic and Statistical Manuel of Mental Disorders: hét Amerikaanse handboek voor psychiatrische diagnostiek zonder welks label je geen ziektekostenvergoeding krijgt, toont hij deze maatschappelijke fenomenen aan.
Ik zal ze kort langs gaan:
• Verlatingsangst: “… Het is belangrijk dat we de broosheid van de individuele vrijheid beseffen. Die is fijn als alles goed gaat, maar er gaapt een reusachtig gat als dat niet meer het geval is. Verbindingen staan onze ontplooiing in de weg, en dus verbreken we banden bij de vleet. En toch zijn we bang dat we op een dag alleen vallen…”.
• Instabiele en intense relaties: “… Shoppen, kopen, consumeren, beu worden, wegooien, iets nieuws zien, kopen, consumeren, ook beu worden, bij de rest gooien (de afvalberg vergroten): we doen het met genotsartikelen, maar we doen het – helaas – ook meer en meer met onze medemensen…”.
• Onaangepaste agressie: “… Als, zoals in de zomer van 2011, een spontane protestactie na een schietpartij in de Londense armoedewijk Tottenham zo dramatisch ontspoort dat er een vierdaagse plundertocht door heel Groot-Brittanië op volgt, kunnen we dan nog spreken van blinde anarchie van losgeslagen tuig (zie b.v. ook de Harense Facebook-rellen), of is dit een symptoom van een veel dieper liggende malaise, tijdverdrijf zonder een hoger doel, laat staan een ideologie?...” (zie mijn blog van 06.06.11 over “De man met de schaar” van Iris Koppe: gaat over mensen die niet meer meekunnen in onze prestatiemaatschappij en vervallen in zinloos geweld).
• Identiteitsstoornissen: “… De moderne mens is niet verdeeld, hij is verbrokkeld…”.
• Affectlabiliteit: “… Wanneer er geen dieptestructuur is en enkel een oppervlaktestructuur, wanneer er geen fundering, geen basis is om op terug te vallen, wanneer alles gericht is op onmiddellijk genot… dan lijden we aan affectlabiliteit. De afwezigheid van diepte is verbonden met de economie van het genot, die een cultuur lanceert waarin het vluchtige, het nieuwe, het vergankelijke voortdurend als onmiddellijk bereikbaar doel naar voren geschoven worden…”. Wat je in de breedte leeft, leef je niet in de diepte. Kinderboekenschrijver Guus Kuijer heeft het in dit verband over de mens die ‘een zwart gat vormt dat energie slurpt’ uit zijn omgeving.
• Impulsiviteit: “… We leven op de top van onze driften. (…) In de 21ste eeuw is de leefwereld van de gemiddelde burger meer en meer op een pretpark gaan lijken…”. Wel fapprant dat als God in de Bijbel mensen verlaat, gezegd wordt dat Hij hen ‘overlevert aan hun hartstochten’…
• Voorbijgaande, stressgebonden paranoïde/dissociatiesymptomen: “… We focussen op 2 fenomenen: ons ‘virtuele leven’, en wat we – even kort door de bocht – zouden willen samengooien in de zak van ‘massahysterie’…”. En hoe te denken over b.v. moderne complottheorieën als: Jezus had een zoon, Elvis is niet dood, en de maffia betaalde Bin Laden…
• Automutilatie en suïcidaliteit: “… Net zoals het laten aanbrengen van lichaamsversierselen (tatoeages, piercings, cosmetische chirurgie) de mainstream-vorm van automutilatie aan het worden is, kunnen we euthanasie beschouwen als de mainstream wordende variant van suïcidaliteit…”.
• Zinloosheid en leegte: “… Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar ga ik naartoe? Wie een antwoord heeft op die vragen, of wie er niet blijvend door gekweld of ‘ontregeld’ wordt, mag zich anno 2012 gelukkig prijzen. (…) De commercie schreeuwt onze zingeving plat…”.
Wir setzen uns mit Tränen nieder
Sommigen vinden Dirk De Wachter veels te pessimistisch en zwart-wit in zijn denken. Ik niet. Zonder het (misschien wat overdreven) scherp stellen van symptomen kun je geen remedie zoeken. Ik vind hem een moderne profeet - en met profeet bedoel ik dan niet iets als ‘toekomstvoorspeller’, maar ‘duider van de tijd’ - thuishorend in het rijtje van steeds meer aanzwellende stemmen als b.v. Paul Verhaeghe (zie mijn blog van 10.10.12) en Sanne Bloemink (zie mijn blog van 17.10.12).
Ik ben ook helemaal niet pessimistisch over de toekomst. Wij leven in een buitengewoon spannende kanteltijd. Zeker nu de economische crisis een spaak in onze welvaartsmaatschappij steekt, zodat deze vanzelf hortend en stotend tot stilstand wordt gedwongen. Wat gaat er gebeuren?
Ik deel de mening van de door De Wachter aangehaalde schrijver Alessandro Barico: “… Onze cultuur wordt niet domweg bedreigd door Het Grote Niets. Ze vervelt tot iets nieuws…”.
Dirk De Wachter eindigt zijn boek met woorden uit Bachcantate BWV21: “… Ich hatte viel Bekümmernis in meinen Herzen aber deine Tröstungen erquicken meine Seele…”. Voor zijn verhaal voel ik hetzelfde.
Uitgave: Lannoo Campus - 2012, 136 blz., ISBN 978 902 099 676 0, €19,99
Rechtstreeks bestellen: klik hier
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)


