Menu

zaterdag 19 september 2026

De meester en zijn afgezant - Ianin McGilchrist

 


Subtitel: De twee hersenhelften en de ontwikkeling van de westerse wereld

 

De vraag stellen, is hem beantwoorden. Een tijdje geleden beschreef ik in een blog naar aanleiding van “Inferno” van Arnold Huijgen, hoe in een loods vol tweedehands boeken, de sufheid van de afdeling theologie mij overmande. Hoe kan het dat wat zou moeten tintelen van inspiratie nog het best te omschrijven valt met het modewoord ‘boring’? Wáár is het kippenvel van het ‘mysterium tremendum et fascinans’ gebleven? De Schotse auteur, psychiater, filosoof en voormalig literatuurwetenschapper Ianin McGilchrist (1953) legt het als geen ander uit. Ineens kwam ik hem overal tegen: in kranten, podcasts, op videokanalen en Substack.

 

De tovenaarsleerling

McGilchrist baseert zijn verklaring op uitgebreid hersenonderzoek naar de verschillen tussen de rechter- en linkerhersenhelft. Beide hemisferen werken nauw samen, maar ervaren de wereld op een totaal verschillende manier. De ‘talige’ linkerhersenhelft focust op details en controle, denkt dogmatisch, instrumenteel en abstract, neigt naar eigenbelang en dominantie, ziet geen context en slaat alles plat. De ‘stomme’ rechterhersenhelft daarentegen beschouwt het geheel, denkt holistisch, richt zich op alles wat ‘nieuw’ en ‘anders’ is en legt de nadruk op flexibiliteit. Deze helft toont gevoel voor harmonie en schoonheid, is wijs en empathisch en heeft respect en ontzag voor wat ons overstijgt. McGilchrist stelt, à la Nietzsche, dat de linkerhersenhelft, ondanks zijn beperkte begrip van de werkelijkheid, weliswaar een geweldige dienaar is, maar een slechte meester (in “Nirwana” van Tommy Wieringa oppert Beth steeds dat ‘vuur’ een goede dienaar is, maar een slechte meester). De kracht van de linkerhersenhelft krijgt anno 2026 steeds meer de overhand – met alle rampzalige gevolgen van dien. Volgens McGilchrist is de gezant niet langer in dienst van de meester: hij heeft zelf de macht gegrepen. Zie ook de ballade “Der Zauberlehrling” (De tovenaarsleerling) van Goethe, waarop Walt Disney de tekenfilm ‘Fantasia’ baseerde, met Mickey Mouse als de tovenaarsleerling. McGilchrist beschrijft zijn visie zo uitgebreid in zijn dikke pil van 700 bladzijden dat hij nogal eens in herhaling valt. Het voordeel daarvan is dat je het boek, als je het eenmaal uit hebt, niet nog eens hoeft te lezen: zijn theorie zit voor altijd in je hoofd gestampt en je ontwaart die in de praktijk overal om je heen. Je kunt het nooit meer níét zien.

 

'Zwei Seelen wohnen, ach! in meiner Brust'

Het eerste deel legt de biologie van de twee hersenhelften uit. De linkerhelft heeft iets ‘autistisch’. In een prachtig interview in Trouw (22-01-2026) zegt McGilchrist: “… Voor mensen die een beroerte hebben gehad in de rechterhelft kan het moeilijk zijn om ironie en metaforen te begrijpen. Alles wordt letterlijk. Als ik een lezing geef en zeg: ‘Wat is het hier warm’, dan is dat voor de linkerhelft een feitelijke mededeling. De rechterhelft begrijpt dat ik eigenlijk vraag of er een raampje open kan. Patiënten met schade in de linkerhelft daarentegen bezien de werkelijkheid in beginsel niet anders dan mensen zonder schade. Wel kunnen ze bijvoorbeeld ineens grote moeite hebben met het gebruiken van bepaalde gereedschappen – het ‘grijpen’ en manipuleren waar de linkerhelft goed in is…”. Bij mensen met een beschadigde rechterhersenhelft verdwijnt de linkerhelft van de wereld uit het bewustzijn. Ze eten bijvoorbeeld alleen de rechterhelft van hun bord leeg. Wanneer iemand hun bord een halve slag draait, eten ze pas de rest op. McGilchrist beschrijft hoe een patiënt aan zijn verpleger vraagt of die ‘die vervelende arm links in bed’ wil weghalen. Die arm is immers niet van hem.

 

These + antithese = synthese

De linkerhelft zweert bij theorie en bureaucratie. Ze creëert een onbezielde, mechanische, bekrompen, rationele ‘hokjeswereld’ en classificeert. Ze blijkt (ongezond) optimistisch en een ‘trickster’: ze fabuleert binnen no time de meest onzinnige verklaringen bij elkaar voor dingen die ze niet snapt. Ze manipuleert, streeft naar macht en is blind voor het transcendente. Ze wordt kwaad en agressief als het niet gaat zoals ze wil en zal altijd anderen de schuld geven. De ‘manie’ hoort bij de linkerhersenhelft, de ‘depressie’ bij de rechterhersenhelft. De schreeuwerige linkerhersenhelft staat voor de verdeelde of-of-wereld. De stille, ontvankelijke, tolerante rechterhersenhelft staat voor de en-en-mentaliteit – voor heelheid. Ze is in staat tot verwondering. Wat de rechterhersenhelft begrijpt, is onbegrijpelijk voor de egoïstische, rechtlijnige, eenzijdige linkerhersenhelft. Wanneer de mentale gerichtheid van de linkerhersenhelft echter op een goede manier wordt geïntegreerd in die van de rechterhersenhelft, vindt er een verheffing van het bewustzijn plaats: these + antithese = synthese. Tegenstellingen creëren iets nieuws. Oorlog is de vader van alle dingen (Heraclitus).

 

Prometheus

In het tweede deel neemt McGilchrist de lezer mee op een fascinerende reis door de geschiedenis van de westerse cultuur, waarbij hij de spanning tussen de twee hersenhelftwerelden illustreert aan de hand van het denken en de overtuigingen van filosofen en kunstenaars, van de oudheid tot de moderne tijd. Vanaf de vierde eeuw v.Chr. veranderde de abstracte, stereotiepe en uitdrukkingsloze blik van de Egyptische portretten in de veel meer geïndividualiseerde, gevarieerde, emotioneel expressieve en empathische portretkunst van de Grieken. Rond deze periode maakte de rechterhersenhelft dan ook een snelle ontwikkeling door. In de Griekse tragedie zien we voor het eerst in de westerse geschiedenis de kracht van empathie. In het domein van de mythe vind je geen gewone, maar een hogere waarheid. Een soort heilige dramatiek. In Athene ontstond de Prometheuscultus. Hij stal het vuur uit de hemel om het aan de mensen te schenken. In de terminologie van McGilchrist: “… de afgezant eigent zichzelf de macht van de Meester toe…”.

Bij de Romeinen werd de linkerhersenhelft weer dominant. Zie de abstracte portretten, de verstarde gelaatstrekken en de marionetachtige, gefixeerde figuren, weergegeven volgens een formuleachtig, stereotiep patroon. In de middeleeuwen dook de rechterhersenhelft weer onder: zie bijvoorbeeld de onzinnige scholastieke discussies over de vraag hoeveel engelen er op de punt van een naald kunnen dansen. Tijdens de renaissance kwam ze weer boven. Het lijkt op een golfbeweging.

 

Het vlees is woord geworden

Reformatie en Verlichting gleden wederom af naar de linkerhersenhelft, die zweert bij ‘macht’. Het was een periode van heiligschennis en aantasting van het sacrale. Al het mysterieuze en wonderbaarlijke moest de deur uit. De nadruk kwam op het woord te liggen. De Reformatie perste de theologie in een keurslijf van formalistisch, letterlijk denken. Met een parafrase op ‘Het Woord is vlees geworden’: ‘het vlees werd woord’. Maar woorden doden de dingen; ze maken het ongewone alledaags. Het religieuze gevoel is enkel te vangen in metaforen. Opvallend is dat de calvinisten (analoog aan de linkerhersenhelft) geen enkele boodschap aan het traditionele verleden hadden: niets mocht er zelfs maar aan herinneren. De afbeelding van het lichaam van Christus en zijn fysieke lijdensweg wekte weerzin op. Zie de Beeldenstorm. Erasmus beschreef het fanatisme van die tijd als volgt: “… Na het horen van de preek zag ik hen terugkeren alsof ze bezeten waren door een kwade geest. Op ieder gelaat was merkwaardige toorn en wreedheid af te lezen…”. Soms werden de heiligenbeelden naar het dorpsplein gesleept en door de stadsbeul onthoofd. Dergelijke zaken lijken op een voorafschaduwing van de koningsmoord tijdens de Franse Revolutie. Onthoofding staat symbool voor castratie. De Franse en Amerikaanse Revolutie waren een erfenis van de Verlichting. In naam van de linkerhersenhelftversie van ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ werd alles afgebroken wat niet strookte met dit concept, en dat eindigde in chaos en bloedbaden. Fragmentatie is een basiskenmerk van de linkerhersenhelft. Vernieling, verminking en versnippering bleven krachtige elementen in de revolutionaire ideologie, tot aan de dood van Robespierre in 1794 en zelfs nog daarna. De linkerhersenhelft verloochent de fysieke wereld ten faveure van een papieren dan wel virtuele werkelijkheid. Zie Descartes, die niet geloofde dat dieren pijn konden voelen. Bij gebrek aan rechterhersenhelftwaarden wordt een samenleving afhankelijk van rigide bureaucratische regels die het volk controleren, beteugelen, inperken, onzenuwen, onderdrukken, uitblussen en verdoven.

 

Het Andere

McGilchrist duidt de opleving van de Romantiek als heimwee van protestanten naar het katholicisme. De ontzieling en vervreemding eisten hun tol. Het werk van de romantische schilders vertoont diepte, zowel in ruimte als in tijd. Ze vieren licht en kleur. Sommigen spreken over de ‘muziek’ van een schilderij. De romantici verlangden naar verbinding met iets wat groter is dan henzelf. Het ging hun om een gevoelsmatige relatie met het Andere. De voorliefde voor wat slechts gedeeltelijk waar te nemen was, speelt op: halfduister, maneschijn, muziek in de verte. Indirect wordt inzicht bereikt; langs verborgen paden. De uil van Minerva, godin van de wijsheid, vliegt in het schemerlicht.

 

Wetenschap als religie

De eerste reformatie behelsde die van het woord. De tweede reformatie behelsde die van het materialisme, dat draait om de ontkenning van het (kwetsbare) goddelijke en de verheerlijking van de materie. De nieuwe religie is de wetenschap. De aanval van de linkerhersenhelft openbaart zich in de industriële revolutie. Alles gaat draaien om maakbaarheid, meetbaarheid, procedures en exploitatie.  Virginia Woolf schrijft dat rond december 1910 het karakter van de mens veranderde. Het modernisme zorgde voor sociale desintegratie. Haar fragmentatie komt tot uiting in de abstracte kunst (zie “Het Modernisme. De schok der vernieuwing” van Peter Gay). De ontheemde geest leeft een abstract en virtueel bestaan. Alle magie verdwijnt. Fascisme en stalinisme doemen op als facetten van het modernisme. Bizarre, schokkende, pijnlijke ideeën zijn pogingen om de verdoofde, geïsoleerde en ontmenselijkte status van het (post)modernisme te doorbreken. Schokbehandelingen om tenminste nog wát te voelen. De resonantie ontbreekt. Niets spreekt de moderne mens nog aan. Er is geen wereld meer die ‘anders’ is dan hijzelf. Dat maakt het bestaan bijzonder vervelend (zie “De avonden” van Gerard Reve). De geestelijke leegte mondt uit in sensatiezucht. Men gaat op zoek naar (goedkope) prikkels. Typisch moderne geestesziekten zijn: meervoudige persoonlijkheidsstoornissen, schizofrenie, anorexia, borderline en autisme. Ze definiëren de eenzame, gefragmenteerde, onverschillige, angstige, lusteloze, passieve mens.

 

Een permanente staat van onvervuld verlangen

Welnu, de rechterhersenhelft gelooft wel maar weet niet. De linkerhersenhelft weet wel maar gelooft niet. Wat gebeurt er als de Meester wordt verraden? Opgeschroefde techniek floreert in de onpersoonlijke, machinale, bureaucratische, onttoverde, manipulerende linkerhersenhelftwereld. Uitbuiting komt in de plaats van samenwerking. Paranoia en wantrouwen zal de overheersende houding worden binnen de samenleving, waar de overheid volledige controle over wil. Individuen worden inwisselbare onderdelen van het systeem. De dood wordt taboe. Seks zal overal en altijd aanwezig zijn. Woede en agressie, starheid en onverdraagzaamheid zullen toenemen, terwijl het gezonde verstand verdwijnt omdat ze berust op de samenwerking van de twee hersenhelften. Klinkt dat allemaal niet verontrustend bekend? Misschien zal de welvaart toenemen, maar materieel welzijn heeft weinig tot niets te maken met geluk. Britten bleken in de jaren vijftig gelukkiger dan nu, ondanks het feit dat ze drie keer zo rijk zijn geworden. “… De hedonistische tredmolen zorgt ervoor dat moderne consumenten zich overal in een ‘permanente staat van onvervuld verlangen’ bevinden…”. Het leven blijkt “… een voortgang van behoefte naar behoefte, niet van plezier naar plezier…”. Bij vrouwen is de grootste daling in gelukgevoelens te zien, en de grootste toename van depressie, suïcidale gedachten en zelfdoding, aldus McGilchrist. Wat maakt wél gelukkig? De breedte en diepte van onze sociale relaties. “… ‘Sociale verbondenheid’ zorgt voor minder kans op verkoudheden, hartaanvallen, hersenbloedingen, kanker, depressie en vroegtijdig overlijden door allerlei oorzaken…”.

 

Het lichaam als machine

Het lijkt misschien dat we ons lichaam heden ten dage overwaarderen, maar dat doen we wel op de verkeerde manier, aldus McGilchrist. Het lichaam is een ‘ding’ geworden, een object, een machine voor plezier, een beetje zoals een sportauto met een geluidsinstallatie. Zie de bezetenheid met lichaamsoefeningen. Zie het narcisme waarmee wij ons lichaam boetseren tot hoe het in onze ogen moet zijn. Zie de pornowereld. Lichaam en ziel vormen geen eenheid meer. Het is frappant dat schizofrene personen zichzelf ook stelselmatig als machines ervaren: “…als robots, computers of camera’s. Soms beweren ze dat delen van hun lichaam vervangen zijn door metalen of elektronische voorwerpen…”. Het lichaam is ‘slechts’ materie, een ‘wandelende automaat’.

 

Daverende leegte

De vercommercialisering van de kunst gaat onverminderd door. De schoonheid wordt weggepoetst uit het verhaal van de kunst, “… als een publieke figuur die tijdens een wreed regime uit de gratie valt…”. Kunst wordt alleen nog vanuit machtsretoriek gelauwerd als ‘sterk’ of ‘uitdagend’, de enige retoriek die is toegestaan in onze verhouding met de wereld en met elkaar. Het is onfatsoenlijk geworden om te praten over ‘schoonheid’ of ‘bezieling’. De Reformisten vernietigden alle godsdienstige verering in metaforen, rituelen en andere kunstwerken. Ze ruilden deze in voor ideeën, theorieën en stellingnames. De kunst is evenzo te werk gegaan. Soms zijn de uitlegkaartjes naast een kunstwerk nog groter dan het kunstwerk zelf. Het leverde een kunst op van daverende leegte die we mogen opvullen met onze eigen interpretaties.

 

Rechtlijnig

De linkerhersenhelft loopt, als een slaapwandelaar, altijd maar rechttoe rechtaan richting ‘de afgrond’, aldus McGilchrist. De linkerhersenhelft staat bekend om haar ‘lineaire werking’. “… Daar waar de linkerhersenhelft (echter) de boventoon voert, komen rechte lijnen veel voor. Dat was reeds zo in het Romeinse Rijk (met steden en wegen, aangelegd als rasters), tijdens het classicisme (in tegenstelling tot de barok, die veel hield van rondingen), tijdens de industriële revolutie (met de victoriaanse klemtoon op ornamenten en gotiek als een uiteindelijk nutteloze, nostalgische dekmantel voor de functionele wreedheid en onveranderlijkheid van rechtlijnige, machinaal voortgebrachte zaken), en het is te zien in de rastervormige omgeving van onze moderne steden, waar deze dekmantel werd weggelaten…”. Zie ook een uitdrukking als: ‘rechtlijnig in de leer’. Arnold Huijgen laat het gestaag en rücksichtslos doorgaan op dezelfde weg in “Inferno” eveneens eindigen in ‘de hel’. “… Hoe het ook zij, de linkerhersenhelft houdt van rechte lijnen, niet van curven of cirkels…”. In de wereld van de natuur zijn er echter geen rechte lijnen te vinden. Een context is circulair en concentrisch, niet lineair.

 

De wereld is rond

Tegenover de rechtlijnigheid staat de cirkel, met zijn ‘heil’ dan wel ‘heelheid’. McGilchrist komt met een groot aantal voorbeelden die mij diep raken, omdat ik de ‘ziel’ altijd heb beschouwd als iets wat ik alleen kan omschrijven als een ‘gouden bal’, een ongrijpbare ‘inwendige zon’ waarin het ‘licht van God’ schijnt (natuurlijk zijn er geen woorden voor zoiets spiritueels). De cirkel roept een typische ‘omheen lopende’ beweging op; een beweging die we maken als we iets in zijn geheel en grondig willen bekijken. De toneelstukken van Shakespeare eindigen vaak met een ‘rondedans’. Hij heeft het over ons ‘kleine leven’ dat wordt ‘afgerond’ met een slaap. Dante beschouwt deze beweging als ‘het resultaat van de zwaartekracht van de liefde’. Zie de sterren die rondcirkelen en steeds weer terugkeren. Donne vergelijkt zijn liefde voor zijn minnares met de beweging van een passer rond zijn middelpunt – vooral als hij niet bij haar is –, net zoals God een ‘Cirkel van Schepselen’ rond zichzelf trekt. Rondheid en bolvormige beelden zijn een zaak van de rechterhersenhelft. Ze komen en gaan in de Romantiek. Shelley heeft het over de ‘bol’ van verdriet. Blake meent dat het idee van ‘Energie’ (vitale levenskracht) bolvormig is. Wordsworth dicht over ‘de ronde aarde en de levende lucht’ die ‘rondrolt in de dagdagelijkse voortgang van de aarde’. Van Gogh ging zelfs zover om te zeggen dat ‘het leven waarschijnlijk rond is’. Jaspers bracht naar voren dat ‘jedes Dasein scheint in sich rund’: elk ‘Dasein’ op zichzelf rond lijkt. Zie de uitspraak: ‘in mijn einde zit mijn begin, en in mijn begin mijn einde’. De dood is een poort naar het leven. Dit komt ook naar voren in het ‘rondeau’ van Guillaume de Machaut. Misschien is de meest ontroerende beschrijving van ‘rondheid’ wel te vinden in “De christus van Elqui”, een roman van Hernán Rivera Letelier. Over de protagonist die is verdwaald: “… Als een foetus opgerold in het zand – zijn handen tussen zijn benen en zijn benen zo hoog opgetrokken dat zijn knieën zijn voorhoofd raakten –, vormde hij bijna een cirkel. Daardoor besefte hij plotseling dat het leven, de liefde en de dood rond waren. Terwijl hij in huilen uitbarstte en een stukje boven het zand leek te zweven, herhaalde hij hardop dat de gedachten rond waren, dat de wind, de pijn, de eenzaamheid, de vergetelheid rond waren, dat zelfs de dorst die hem nu kwelde rond was. Toen de nacht over de woestijn begon te vallen en de christus van Elqui op het punt stond het bewustzijn te verliezen, herhaalde hij nog altijd snikkend dat het niets rond was, dat het vierkant rond was, dat de stilte rond was, dat het luiden van klokken rond was. Dat de herinnering aan zijn moeder… het rondst was van allemaal…”.

 

Een bol worden

Het idee dat God een bol is met een middelpunt dat overal is en een omtrek die nergens is — een idee dat zijn beroemdste uitdrukking te danken heeft aan Pascal in de zeventiende eeuw — kent een lange geschiedenis: “… Het is minstens even oud als het Corpus Hermeticum, een verzameling vroegchristelijke teksten uit het Hellenistische Egypte van de derde eeuw. Na een tussenperiode van duizend jaar werd het weer opgepakt door Alain de Lille, een dertiende-eeuwse bisschop. En men treft het overal aan in de hermetische traditie van de Renaissance, met name bij Nicolaas van Cusa in de vijftiende eeuw en bij Giordano Bruno in de zestiende eeuw…”. Even verder: “… Voor de oude Grieken was de bol de perfecte vorm die eeuwigheid en goddelijkheid uitdrukte. Het universum van Aristoteles bestond uit vijfenvijftig in elkaar genestelde bollen. Meer dan een millennium later werd de bol tijdens de vroege Renaissance opnieuw belangrijk door de publicatie van de ‘Tractatus de Sphaera’, of ‘Sphaera Mundi’, rond 1230. Dit werk bestond uit een compilatie van oude teksten van Johannes de Sacrobosco (later ‘John van Holywood’ genoemd), die nog tot het einde van de zeventiende eeuw werden gebruikt. Bollen begonnen in de schilderkunst voor het eerst een prominente rol te spelen in de Renaissance, zowel om symbolische redenen als vanwege de toenmalige fascinatie voor het weergeven van een gebogen en glanzend oppervlak. Het idee dat de hemelbollen door hun bewegingen een onhoorbare muziek voortbrachten, is waarschijnlijk afkomstig van Pythagoras. Het was gebaseerd op zijn begrip van de wiskundige verhoudingen die ten grondslag liggen aan de harmonische intervallen. In de Renaissance werd dit idee verder uitgewerkt in de ‘Harmonices Mundi’ van Kepler, gepubliceerd in 1619…”. Tijdens de Verlichting verdween de belangstelling voor de bol weer. De romantische dichters begrepen het belang van de bol echter intuïtief, evenals fenomenologen als Jaspers, Kierkegaard en Heidegger. Arthur Koestler heeft het over ‘de nostalgie der dingen om te worden als een bol’. Heel. Volmaakt. Het sluit aan bij de mythe van de eeuwige terugkeer. Zie Prediker 1:9. “… Lang voordat men er enig idee van had dat de aarde rond is en het luchtruim gebogen, zien we zelfs in het christelijke Westen merkwaardig genoeg toch voorstellingen van de kosmos. Meestal zijn deze te vinden in het ronde plafond van een koorgalerij, in de koepel van een kerk of in het gebogen timpaan boven de grote westelijke deuren. Slechts zelden op een vlakke muur…”.

 

Is er hoop?

Is er nog hoop, nu wij overduidelijk in een linkerhersenhelftwereld leven? Ja, zegt McGilchrist. Misschien gaat deze periode ook weer voorbij, zoals dat tot nu toe altijd het geval is geweest. Bovendien is de linkerhersenhelftwereld niet authentiek. Misschien komen we ooit weer achter ons ‘schild van ironisch kennend weten en cynisme’ vandaan. Misschien krijgen we genoeg van onze schizofrene wereld. Misschien zullen we in staat zijn onszelf te overstijgen en weer voor het ‘echte’ gaan. Zowel Hölderlin als Kleist beweren dat wat wij verlangen slechts te vinden is in een andere wereld, de wereld van de goden. McGilchrist pleit ervoor ons geestelijk leven weer serieus te nemen.

 

De letter doodt, de Geest maakt levend

Tenslotte: ik heb antwoord gekregen op mijn vraag. Veel theologen hebben religie naar de linkerhersenhelft getrokken en er een onbezielde ‘wetenschap’ van gemaakt. Hierdoor wordt het voor mensen steeds moeilijker om betekenis en transcendentie te ervaren. Voor religie en spiritualiteit – ‘het sacrale’, noemt McGilchrist het – is in de wereld van de linkerhersenhelft geen plaats. Echter: ‘de letter doodt, maar de Geest maakt levend’ (2 Korintiërs 3:6). Bovendien ‘waait de Geest waait Hij wil’ (Johannes 3:8).McGilchrist: “… Op het vlak van religie zijn er dogmatische aanhangers van geloof en dogmatische aanhangers van ‘geen-geloof’. Zij lijken mij dichter bij elkaar te staan dan degenen die proberen de deur open te houden voor iets wat onze gebruikelijke manieren van denken zou kunnen overstijgen, maar wat we minutieus en moeizaam zelf moeten ontdekken…”.

 

Over de wreedheid jegens onszelf

De tweeduizend jaar oude westerse traditie van het christendom, of je er nu in gelooft of niet, biedt evenwel een uitzonderlijk rijke mythos om de wereld te begrijpen en ons ermee te verhouden, aldus McGilchrist. Een mythos die zorgt voor een goddelijke Ander. Een Schepper die meelijdt, betrokken is, en het Faustiaanse verval van de schepping betreurt. Nietzsche noemt de ‘dood van God’ dan ook een ‘wreedheid jegens onszelf’: “… Moest men uiteindelijk niet alles opofferen wat troostend, heilig, en helend is, evenals alle hoop en elk geloof dat verscholen zit in harmonie, in toekomstige gelukzaligheid en in gerechtigheid? Moest men God zelve niet opofferen om daarna stenen, domheid, de zwaartekracht, het lot of niets-heid te aanbidden, uit wreedheid tegen zichzelf? God opofferen voor niets-heid – dit paradoxale mysterie van ultieme wreedheid was weggelegd voor de generatie die nu aantreedt. We weten er allemaal iets van…”. Zie ook het slot van een fel gedicht, ‘The Last Hellos’ uit de “Collected Poems” van Les Murray, de ‘Gentle Giant uit Bunyah’:

 

“… Snobs mind us off religion

Nowadays, if they can.

Fuck them. I wish you God…”

 

(“… Vandaag de dag proberen snobs // Ons religie uit het hoofd te praten. // Laat ze opdonderen. Ik wens je God toe…”)

 

Uitgave: Synthese – 2026, vertaling Nelly Busschots, 710 blz., ISBN 978 906 271 189 5, 39,95

Rechtstreeks bestellen bij bol: klik hier

Geen opmerkingen :

Een reactie posten