Subtitel: Over de dood van God en het lijk dat maar warm bleef
In mijn vorige blog schreef ik dat misschien wel iedereen naar ‘verlossing’ zoekt – van zichzelf, van het leven. Arnon Grunberg (1971) gaat in het essay “Mogen we nog een beetje leven?” op zoek naar de wortels van dit verlangen en komt uit bij Jezus’ Bergrede. Grunberg heeft een Joodse achtergrond en houdt zich intensief bezig met religieuze thema's, maar hij wordt doorgaans niet gezien als een praktiserend of traditioneel gelovig persoon. Eerder besprak ik van hem: “Moedervlekken” en “Bij ons in Auschwitz”. Er zijn boekenkasten vol over de Bergrede geschreven. Zie mijn blog over “Gods geheime plan” van Dallas Willard.
Gruwel
Tot mijn verrassing vormt het betoog van Grunberg min of meer een voortzetting van mijn bespreking over “Het menselijk tekort” van André Malraux. De ‘simpele, sturende antwoorden’ op de vraag hoe te leven afkomstig van mensen die zich ‘God wanen’ zijn Grunberg ‘een gruwel’, schrijft hij: “… een gruwel waarmee boekenwinkels half zijn gevuld, opiniepagina’s, kranten zelf staan er vol mee, praatprogramma’s, we moeten dit of we moeten dat, we moeten x of we moeten y en tussendoor moeten anderen zich schamen om deze of gene reden. Als de eigen antwoorden dreigen tegen te vallen kun je anderen altijd nog beschamen…”. Zie Pieter Omtzigt in De Ongelooflijke Podcast (24.05.26) over de huidige politiek: “…Als jij denkt dat je grootste ambitie is dat je kwaad bent op een ander, dan ben je zelf best een beetje leeg…”.
Een revolutie van liefde
Omdat de Bergrede (Matteüs 5, 6 en 7) van Jezus niet bij iedereen bekend mag worden verondersteld, heeft Grunberg haar in zijn geheel achter in zijn boekje laten afdrukken. Hij noemt het een ‘bedwelmende’ tekst, even dwingend als “Aldus sprak Zarathoestra” van Nietzsche, dat je als een antwoord op de Bergrede zou kunnen lezen. Jezus belooft een barmhartige en liefdevolle wereld voor iedereen. Zarathoestra zegt dat God doodgaat aan Zijn medelijden met de mensen. Volgens Grunberg gaat het in de Bergrede om niets minder dan een ‘universele revolutie’ van liefde. Daarom is de vraag van de westerling hoe je moet leven identiek aan de vraag hoe je moet liefhebben, aldus Grunberg. Zie de grootinquisiteur uit “De gebroeders Karamazov”, die Jezus wil terechtstellen omdat hij de mensen is komen storen. Jezus reageert door hem ‘stil op zijn bloedeloze lippen te kussen’, waarop de autocraat Hem de stad uit jaagt.
De deceptie van wereldse revoluties
Max Weber bepleit een soort ‘social distancing’ rond het vuur van de Bergrede. Grunberg – immer ironisch: “… Zoals wij tegenwoordig niet meer de hand aan onszelf slaan na het lezen van Goethes "Het lijden van de jonge Werther" – wij hebben Goethe en zijn romantiek niet meer nodig om suïcidaal te zijn – zo zouden wij Jezus en zijn Bergrede voor privégebruik moeten bestemmen, zoals wij ook naar Wagner kunnen luisteren zonder aangestoken te worden door de nazistische bacil…”. Het geloof in revoluties is tegenwoordig tanende, aldus Grunberg (wat onder de huidige politieke ontwikkelingen nog maar valt te bezien, wat mij betreft). En dat komt vooral doordat de meeste revoluties niet hebben gebracht wat ze beloofden. Denk aan de deceptie van de Arabische Lente, de Iraanse Revolutie en de Russische Revolutie. Zie terreurorganisaties als de RAF. Aangezien de AfD volgens de opiniepeilingen in voormalig Oost-Duitsland 40 % van de kiezers trekt, moet je wel tot de conclusie komen dat zelfs de Duitse eenwording op een teleurstelling is uitgelopen.
Slachtofferschap
“… De Franse Revolutie als de grote gebeurtenis van de moderne tijd werd vervangen door Auschwitz. Het geloof in strijd en strijders (voor de goede zaak) werd het geloof in trauma en slachtofferschap, wat een totaal andere maatschappelijke dynamiek tot gevolg heeft gehad…”. Welnu, de Bergrede drááit om ‘slachtofferschap’. Maar wie is er uiteindelijk géén verliezer? Overal waar geleden wordt, ontstaat een verlangen naar verlossing. “… Maar ook Auschwitz als centrale gebeurtenis van onze tijd loopt op haar laatste benen. Misschien is het tijdperk van de slachtoffers weldra voorbij. Waaraan wij ons hierna zullen vastklampen is nog onbekend. Onze medicijnen wellicht. De pijnstiller als de reëel bestaande Messias. Verlossing uit een potje…”. Zie “Brave New World”, zou ik zeggen.
Zingevingscrisis
Het Bijbelse hongeren naar rechtvaardigheid is vrijwel altijd een hongeren naar zingeving. Wij, postchristenen, zijn en blijven verslaafd aan ‘verlossing’, schrijft Grunberg. “… Het proces van secularisering kan het best begrepen worden als liberalisering van de zingevingsmarkt, iedereen mocht de markt op, profeet zijn werd ineens een vrij beroep…”. De staat nam gaandeweg alle taken van de kerk over. Het zielenheil van de burgers werd een staatsaangelegenheid. De staat moet alle problemen oplossen, van eenzaamheid tot incontinentie. Het christendom zegt dat de echte oplossingen pas na de dood komen, maar aangezien we niet meer in het hiernamaals geloven, moet de corebusiness van de democratie wel het oplossen van problemen in het hier en nu zijn. Wie de problemen het best kan benoemen, het beste anderen kan aanwijzen die ervoor verantwoordelijk zijn en doet alsof de oplossing een fluitje van een cent is, wint het politieke steekspel. “… Alleen al daarom werd langzaam alles een crisis. Een probleem is immers pas echt een probleem als het een crisis kan worden genoemd. Leescrisis. Klimaatcrisis. Vertrouwen-in-de-politiek-crisis. Toeslagencrisis. Trumpcrisis. Poetincrisis. Einde-van-NAVO-crisis. Huizencrisis. Ongelukkige-jongerencrisis. Te-rijke-bejaaardencrisis. Irancrisis. Racismecrisis. Antisemitismecrisis. Jodencrisis. Mensencrisis. Dierencrisis…”. Misschien is het oplossen van al die crisissen wel een vorm van zingeving geworden. Ziedaar het recept voor de drie-eenheid van verwachting-verlossing-deceptie. De Westerse sneuvelbereidheid is er daarom wel een beetje uit. De hedonistische levensgenieter Don Juan eindigt in een klooster met uitzicht op een dorre, hete, Spaanse vlakte, waarin hij zijn ziel herkent. Zie Gisors in “Het menselijk tekort”: “… en als zovelen hun ouderdom leeg zien, is het omdat zovelen leeg waren en het wisten te verbergen…”. Camus schreef: “… de liefde van Don Juan heeft ‘ontelbare gezichten en doet ons huiveren omdat wij weten dat zij vergankelijk is. Don Juan heeft gekozen niets te zijn.’…”.
Het verrukkelijke tl-licht van het atheïsme
Volgens Grunberg is de Bergrede de omkering der omkeringingen: de ware ‘Umwertung aller Werte’ (zie ook Jan van Aken in “Monsterzicht” over het begrip ‘enantiodromie’ van Jung). Zie de ‘verbale placebo’: “… Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden…”. Grunberg: “… Uw lijden is uw geluk. Uw smart kunt u als kampioensmedaille om uw nek hangen. Uw pijn is goud. Zelfs als die pijn nu nog niet zo aanvoelt. Waarop Zarathoestra zei: we gaan de ‘Umwertung’ nog eens ‘umwerten’…”. Grunberg heeft het over fanatieke godloochenaars die niet moe worden te beweren dat religieuze medemensen zielenpieten zijn, en hen die het licht nog niet hebben gezien willen trakteren op “… het verrukkelijke tl-licht van het atheïsten…”. Ook zij willen niet anders dan ‘zieltjes winnen’. Hun ‘mechanische rede’ en ’ten einde gedachte rationaliteit’ is “… zo kil als een guillotine. Zo koud als een gaskamer…”. Grunberg heeft het over de oude voetbalvirtuoos Maradonna die als een junk een tribune opschuifelt: “… Een schim van zijn vroegere zelf. Een karikatuur van een afgod, een wezen dat alle onoverwinnelijkheid belachelijk lijkt te maken…”. Is dat wat het Nieuwe Testament bedoelde met de profetie dat de eersten de laatsten zullen zijn en andersom
Lof der zotheid
Verlossing is zowel een religieus als een politiek issue, en die twee zijn nauwelijks uit elkaar te halen, aldus Grunberg. Elke oplossing van een probleem heeft als ongewenst neveneffect nieuwe problemen – en dat is maar goed ook. Alles wat leeft is onevenwichtig, maar evenwicht betekent de ‘eeuwige rust’. Als het kwaad is overwonnen, bestaat het goede ook niet meer. De eindoplossing is de dood. Daarom moet de politiek vooral een eeuwige debatclub blijven, en moeten definitieve oplossingen vermeden worden. “… Waar de dictatuur van het goede de kop opsteekt, begint het totalitarisme…”. Erasmus benadrukt in “Lof der Zotheid” dat het hele menselijk leven een ‘spel der zotheid’ is. Zie ook Huizinga in “Homo ludens” over de ‘spelende mens’. Zonder het zout der zotheid is elke maaltijd smakeloos, zegt Erasmus. Laat Jezus in de Bergrede zijn volgelingen nu het ‘zout der aarde’ vinden, schrijft Grunberg. Welnu, dacht ik, zie vervolgens Paulus: “… Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen…” (1 Korinthe 1:25).
Barmhartigheid zonder heipalen
De Verlichting heeft geprobeerd de poëzie van de Bergrede te rationaliseren en van logica te voorzien, aldus Grunberg. De mensen waren het wachten beu. Barmhartigheid en rechtvaardigheid moesten naar het hier en nu worden verplaatst, middels verbeterde wetten en verbeterde instituten. Barmhartigheid als dwangarbeid. Afgedwongen door de elite die zich meer dan een stacaravan kan veroorloven - goed verzekerd en wel, met een handige belastingadviseur – en die zich allang voorbij de barmhartigheid bevindt, van waaruit een verrukkelijke machtspositie kan worden ingenomen om barmhartig om te gaan met de stakkers. Barmhartigheid als hobby. “… Ach, ijdelheid en eigenliefde kunnen de moeder zijn van het goede…”. Grunberg meent dat het universalisme (zie de Bergrede: iedereen hoort erbij) aan het verkruimelen is. Identiteit is vooral groepsidentiteit geworden: Nederlander of niet-Nederlander, hetero of niet-hetero, moslim of niet-moslim.
Wonderen
Over ‘wonderen’: “… Spinoza meende dat een wonder, en dat is een van zijn heerlijkste uitspraken, slechts onbegrepen realiteit is. Wonder, kortom, is het woord dat we plakken op ons eigen onbegrip. Op ons tekort aan weten…”. Een wonder onderbreekt de status quo. Dat willen we helemaal niet. Een wonder is een ontmoeting tussen het goddelijke en het menselijke. Maar wat is het goddelijke in tijden van ongeloof? “… De meeste ongelovigen die ik ken geloven in van alles, vaak in de meest dwaze dingen. En ik zou niet willen beweren vrij te zijn van deze kwaal. De balk en de splinter…”.
Zondebok
Toen God een lege plek bleek en de barmhartigheid een hobby, “… zoiets als tuinieren maar dan anders…”, bleef de zonde over. De zondaar werd de zondebok: de melkkoe der melkkoeien. Want “… oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt…”, is te veel gevraagd voor de westerling, aldus Grunberg. “… Ik vrees dat te veel mensen verlossing hebben gevonden in het bestaan van de zondebok. Omdat hij bestaat voelen zij zich al een beetje verlost…”.
Mensen zijn we
God de Vader is dood. Wat laat Hij na? De wet. Zijn Zoon verdubbelde de inzet. Grunberg noemt Jezus een ‘maniak’. Er zit volgens hem iets absoluut onverdraaglijks in de Bergrede. De Bergrede is een ideaal en een utopie die eist dat wij boven de wet uitstijgen. ‘Heb uw vijanden lief!’ De hedendaagse wetgevers weten dat het Koninkrijk van Liefde zal eindigen in complete anarchie. “… Ja, mogen we nog een beetje leven? Hier en nu? Voor het te laat is? Want wat als je je rechteroog uitrukt en vervolgens met je linkeroog nog altijd naar diezelfde vrouw blijft gluren? Het oog is uitgerukt. De obsessie blijft. Het oog: dood. Het verlangen: levend. Mensen zijn we…”. De centrale boodschap van “Mogen we nog een beetje leven?” is dat mensen verlangen naar een rechtvaardige en menselijke wereld, maar vaak moeite hebben om de hoge morele eisen die daarbij horen daadwerkelijk na te leven. De Bergrede is geen menselijk maar een spiritueel concept. Dallas Willard stelt als christen dan ook dat de Bergrede niet te volbrengen is zonder de Heilige Geest en zonder de mystieke ‘wedergeboorte’ die ‘van boven komt’.
Uitgave: Atlas Contact – 2026, 128 blz., ISBN 978 904 505 273 1, € 19,99
Rechtstreeks bestellen bij bol: klik hier

Geen opmerkingen :
Een reactie posten