Menu

zondag 16 januari 2022

Radicale verlossing – Beatrice de Graaf


Subtitel: Wat terroristen geloven

 

“… De mens is het enige levende wezen dat zich bewust is van zijn sterfelijkheid en de rest van zijn leven probeert daarmee te dealen…”Ernest Becker (psycholoog en Pulitzerprijswinnaar)

 

Hoezeer filosoof Cees Zweistra het bij het rechte eind heeft aangaande zijn stelling dat mensen die kampen met verlies van zingeving en sociale vervreemding, geneigd zijn de ‘common sence’ de rug toe te keren om een alternatief ‘thuis’ te zoeken (zie mijn blog over “Waarheidszoekers”), bewijst terreurdeskundige Beatrice de Graaf  (1976) maar weer eens. “Radicale verlossing” is de tweede nominatie voor het ‘beste theologische boek – 2021’, die ik bespreek. De Graaf vertelt het verhaal van 23 veroordeelde moslimterroristen. Allemaal ervoeren ze een ‘tekort’, en haakten naar een ‘levensdoel’ en ‘betekenis’. Dat maakt een mens tot mens. Echter; het zoeken naar zin en het omarmen van een al dan niet religieuze overtuiging kan verweven raken met het plegen van geweld: “… Terroristen ontwikkelen een eigen, radicale en dynamische visie op de geschiedenis: ze zien het leven als een strijd tussen goed en kwaad, met henzelf als middelpunt. In hun verhaal zijn ze zelf de hoofdpersoon, iemand die de uitkomst en de voltrekking van die geschiedenis zelf mede in de hand heeft (ook al ontdekken ze later vaak wel dat dit een illusie was)…”. Dat is precies waarom het christelijke ‘vijanddenken’ waar Sander Rietveld het in “Nieuwe kruisvaarders” (zie mijn vorige blog) over heeft echt niet zo onschuldig is. Zie de evangelische complotdenker die vorige week met een brandende fakkel voor het huis van Sigrid Kaag stond. “… Bij jihadisten en andere religieuze fundamentalisten komt er een goddelijke openbaring, oordeel of eindstrijd in het spel…”. Sommigen kunnen de ‘verlossing’ niet aan God, Allah, de politiek of de maatschappij overlaten en bombarderen zichzelf tot held of redder: “… Schuld, boete en verantwoordelijkheid voegden zich samen tot een persoonlijke dadendrang om zo het gevoel van eigenwaarde ten overstaan van een (vermeend) discriminerende of onderdrukkende overheid een boost te geven…”. Opvallend is dat De Graaf, evenals Rietveld, aangeeft dat de geïnterviewden meestal niet uitblonken in brede of diepgaande religieuze kennis. Met andere woorden: het gaat niet om ‘dogma,’ maar ‘praxis’.

 

Ellende, verlossing, dankbaarheid

Ik ben groot gebracht met de Heidelbergse Catechismus uit 1563, een geloofsbelijdenis die in onze kerk gebruikt werd om de geloofsleer uit te leggen. De weg van het geloof kent drie stadia dan wel inwijdingsniveaus: ellende, verlossing, dankbaarheid. Deze trits is ook heel goed bruikbaar bij het doorlichten van het verhaal van terrorismedelinquenten. De Graaf baseert zich op “The Redemptive Self” van psycholoog Dan McAdams. Daarin gaat het steeds over een ‘plotwending’ dan wel ‘bekering’ in het leven van mensen: via een koerswijziging van een situatie van leed naar een situatie van verlossing of bevrijding. Het christelijk-religieuze stramien: “… de persoon in kwestie zoekt boetedoening (atonement) voor zonden die hij of zij heeft begaan, ervaart vervolgens vergeving en voelt zich geroepen tot een leven van dankbaarheid en inzet voor anderen…”. Boetedoening heeft te maken met het betalen van een prijs voor de verlossing van het kwaad. Een crisis, breuk en herstelervaring hoeft zeker geen religieuze context te hebben. De behoefte aan verlossing is een algemeen menselijke ervaring: “… In de literatuur, cultuur en filosofie van het Westen is het begrip vervolgens geseculariseerd, gepsychologiseerd en in allerlei romans en toneelstukken een terugkerend patroon geworden…”. Bijvoorbeeld: iemand overwint een ernstige ziekte en verandert vervolgens van carrièretijger in hulpverlener. In de islam kunnen slechte daden tegen goede worden weggestreept. De keuze van martelaarschap is dan het ultieme offer (in het christendom offert Jezus zich op voor de gelovigen). Een extreme daad van boetedoening met als doel verlossing: “… In het verleden zijn mensen geradicaliseerd om hun ras, natie, stam of voetbalclub te verdedigen…”.

 

Heilige status

Veel van zulke verlossingsverhalen ontlenen kracht en legitimiteit aan het feit dat religieuze en levensbeschouwelijke instanties en organisaties (kerken, sektes, geloofsgemeenschappen) deze ‘generatieve’ mensen en hun verhalen naar voren schuiven in religieuze tijdschriften, tijdens kerkdiensten of politieke bijeenkomsten. Een platform als C.I.P. leeft ervan. Zo vindt het individuele levensverhaal validering bij een grotere gemeenschap of hogere instantie, wat enorm belangrijk blijkt voor de veelal statusgevoelige terroristen waarmee De Graaf contact had. Ze halen hun gevoel van zingeving bij hun volgers, combineren dat met de ‘arrogantie van iemand die gelooft in een persoonlijke roeping’, wat hen drijft om als een engel der wrake te keer te gaan: “… Wanneer dat niet het geval is, slaat het ‘relaas van verlossing’ om in een ‘relaas van bederf en teleurstelling…”. Radicalisering is lang niet altijd een geleidelijk proces: “… ‘Ineens heb je het!’ stond er ooit op een jihadistische poster van een groepje Nederlandse uitreizigers; ‘van Muzikant naar Mu-jahid!’…” (naar een slogan van een NS-reclame). Het doet denken aan een ‘plotselinge bekering’, in een ‘punt des tijds’, uit de godsdienstige bestseller “Knielen op een bed violen” van Jan Siebelink.

 

Tatidealismus

Er zijn vier golven van modern terrorisme te onderscheiden: anarchistisch terrorisme, antikoloniaal terrorisme, nieuw-links terrorisme en religieus terrorisme. De anarchistische beweging die vanaf het midden van de negentiende eeuw opkwam (zie “Vaders en zonen” van Toergenjev) baarde de eerste terroristen. De Graaf noemt het werk van denkers als Peter Kropotkin, Pierre-Joseph Proudhon en Michail Bakoenin en bespreekt de terroristische daden van Auguste Vaillant (hij gooide een spijkerbom in het Franse parlement) en Zinaida Konopljannikova (zij joeg een hooggeplaatste legerleider een kogel door het hoofd). Beiden zagen zich als ‘verlossers’ van de onderdrukte massa. De RAF is als een ‘doorstart’ van de negentiende-eeuwse anarchistische beweging te beschouwen. Deze Duitse organisatie had het voorzien op het kapitalisme. Daar kwam een diepe worsteling met de collectieve schuld van de Holocaust en het Derde Rijk bij. Het ging om boete, zuivering en bevrijding. De RAF-leden waren, evenals de IRA-participanten, geen zelfmoordterroristen, maar hongerstakers. De IRA-gevangenen lukte het veel beter zichzelf als ‘martelaren’ te verkopen: “… Een verlosser kan zijn bestemming pas vinden wanneer er een volk bereid is verlost te worden…”. De eco-anarchist en zogeheten ‘UNABOMBER’ John Kaczynski, was een ‘lone wolf’ die de samenleving van het juk der technologie wilde bevrijden. Hij was een inspiratiebron voor Anders Behring Breivik, die hoogstpersoonlijk de ‘omvolking’ en ‘uitroeiing van het witte ras’ wilde voorkomen. Steeds gaat het om een ‘heilige strijd’. De stap naar ‘religieus terrorisme’, waarbij het om een ‘eschatologische ideologie’ gaat, is dan ook klein. Geradicaliseerde gelovigen zijn van zins de eindstrijd én de eindtijd, de naderende Apocalyps, een handje te helpen: “… Met hun acties en aanslagen proberen ze een stuk van de lange weg van de graduele, geweldloze politieke veranderingen af te snijden. Ze zoeken een shortcut. Religieuze terroristen worden gemotiveerd door heilig ongeduld, en de daad is de vervulling van hun verlangen naar verlossing…”.

 

Dromen

Alle Nederlandse en Indonesische (ex-)gedetineerden die De Graaf sprak, waren gefrustreerd in hun persoonlijke leven. Wilden het roer omgooien. YouTube-filmpjes en andere chats en forums dreef hen in de armen van internetronselaars van ISIS. Veel van hen waren (kleine) criminelen. Gangsters die genoeg hadden van de leegte die de materiële overdaad met zich meebracht. Sommigen liepen vast in hun schoolcarrière of werk. Anderen hadden bonje thuis, kampten met een drugsverslaving of waren op de vlucht voor schuldeisers. Ze ervoeren een ‘tekort’. Hoopten op vergeving. Verlangden naar een spiritueel leven dat ‘echt’ en ‘zuiver’ was. Ze wilden hun geloofsgenoten, die leden onder het regime van Assad, daadwerkelijk helpen: “… De oorlog in Syrië en de Arabische Lente brak met geweld door de zelf gecreëerde welvaartsbubbel van mijn gesprekspartners heen…”. Ze voelden zich voor de spiegel gezet en uitgedaagd. In Indonesië, waar 87 procent van de bevolking islamitisch is, sprak nog mee dat het land geen Godstaat is en de persoonlijke verhalen over islamitisch activisme en islamitische opstandigheid konden bogen op een lange traditie die diep terug reikt in de vooroudergeschiedenis. De meeste Indonesische terroristen kwamen op islamitische kostscholen, pesantren, voor het eerst in aanraking met salafistische en jihadistische propaganda. Via boeken en/of internetfilmpjes die op slaapzalen de ronde deden. Opmerkelijk is dat  terrorismeveroordeelden hetzelfde begonnen te dromen. Het decor was altijd een woestijnlandschap vol grotten en rotsen, terwijl ze zoiets nooit in het echt hadden gezien. Voor de dromers was het soms nauwelijks mogelijk onderscheid te maken tussen dagdromen, wensdromen, nachtdromen of visioenen en hallucinaties die bijvoorbeeld door drugsgebruik of juist door verwondingen en ontberingen op het slagveld of op de vlucht werden veroorzaakt: “… De dromen spelen hoe dan ook een rol; ze worden gedeeld, doorverteld, ze scheppen de illusie van een nabijheid van het goddelijke, een bewijs dat iemand op het spirituele juiste pad is en geven zo ook richting aan iemands daden…”. Het frappante is dat nogal wat moslims die christen worden, óók beweren over Jezus te hebben gedroomd. Hoe verhoudt zich het een tot het ander?

 

De jihad en het geweer

Het merendeel van de moslimjongeren bekeerde zich vanwege zeer puriteinse, fundamentalistische opvattingen over de juiste gedragingen, waarmee je punten kunt scoren om in het paradijs of de hemel te komen: “… Bij vrijwel alle terrorismegedetineerden begon het met het aanpassen van hun eigen levensstijl, het afzweren van alcohol, het worstelen met gokverslaving, roekeloos rijden, rockmuziek en tv…”. Het fascinerende is dat ik in mijn leven ook reformatorische vrienden heb meegemaakt die als ze gingen trouwen, 'serieus' werden, en hun hele wereldse lp-verzameling in de vuilnisbak gooiden. Vervolgens verschoof de focus op ánderen. En in het geval van de geïnterviewde moslims tégen anderen. Het verlangen naar een zuiverder leven werd gekoppeld aan actie, strijd, een hoger doel: iets doen voor derden (in eerste instantie vaak kleding inzamelen in het ‘hypocriete’ thuisland) tot en met het emigreren naar Syrië of Irak om daar zelfs de eindstrijd uit te gaan vechten en het Kalifaat te stichten. Via Turkije was het strijdtoneel makkelijk bereikbaar. “… In hun eigen, hoogst particuliere verlossingsverhaal kon de onoplosbare complexiteit van de ongelijkheid in het Midden-Oosten, en de situatie van moslims wereldwijd, worden samengebundeld en platgeslagen in simpele, apocalyptische complottheorieën. Altruïsme, ongeduld, complotdenken en empathie met moslims in Syrië gingen een symbiose aan met diepe gevoelens van onrust en frustratie over het eigen leven…”. Evenals de gereformeerde wereld focust IS op de visie dat iedereen een zondaar is. Vandaar de slogan op een rekruteringsposter: “… SOMETIMES PEOPLE WITH THE WORST PASTS CREATE THE BEST FUTURES…”. En even verder: “… Niet op de bank blijven hangen, maar meedoen met het ‘onthoofden van vijanden’, dat was de enige juiste wijze om een echte moslim te zijn…”. Veel veteranen vertelden over hun aanvankelijke euforie. Het gevoel op het juiste pad te zijn, werd nog eens bevestigd door overwinningen of miraculeuze ervaringen. Het eten raakte niet op, bommen vlogen rakelings langs hen heen, olijfbomen droegen extra veel vrucht, er werden engelen gezien en de lichamen van gesneuvelde kameraden wasemden een zoete geur van muskus uit. Thuisterroristen worden veel meer gedreven door wraak. Gökmen T. was daarbij zwakbegaafd en gedragsgestoord, maar werd tbs onthouden omdat hij geen spoor van berouw of inkeer vertoonde. Daardoor is het gevaar op herhaling levensgroot. Bij Bart van U., die vanuit een reformatorische achtergrond ‘euthanasieminister’ Els Borst om het leven bracht, was dat anders - hij pleegde zijn daad in een psychotische toestand.

 

Afgang

Deradicalisering van delinquenten is een intens en langdurig proces. Vaak maakten jihadisten-met-een-strafblad en een overschot aan criminele energie, in de gevangenis de overstap van criminaliteit naar  terrorisme, wat is te zien als een vorm van ‘witwassen’. “… Het IS-tijdschrift ‘Rumiyah’, dat in negen talen werd gepubliceerd, leverde vervolgens de bevestiging, aanprijzing en onderbouwing van dat verlossingsaanbod. Volgens dit digitale blad was het niet alleen toegestaan (halal) om het bloed van ongelovigen (kufar) te vergieten, maar ook diens welvaart af te nemen. Praktijken van bedrog, in de vorm van fraude, en diefstal van ongelovigen, polytheïsten en afgodenaren werden geprezen als legitieme manieren om jihad te voeren…”. Bijna alles valt goed te praten als je het in een religieus jasje stopt. Nagenoeg iedere gedetineerde vond dat hij onschuldig vastzat en probeerde de veroordeling van  jihadisten weg te zetten als ‘moslimdiscriminatie’. De meeste terroristen wezen naar anderen en bagatelliseerden hun eigen aandeel. Zelfreflectie kostte veel moeite. Ook al was de uitreis meestal een fiasco. Om het maar niet te hebben over de extreme angst en heftige trauma’s die het geweld veroorzaakte. IS verloor op alle fronten, dus kon het ware Kalifaat niet zijn. Eind 2017 viel de jihadstaat, en ondermijnde zo de eschatologische overtuigingskracht, waarmee ‘losers’ hun leven wilden opwaarderen (evenals de val van de Muur de RAF betekenisloos had gemaakt). Bovendien mondde de eindstrijd uit in desertie, chaos, corruptie, schijnheiligheid, en rivaliserende broedertwisten. Er werd gebied veroverd om weer verkocht te worden aan de regering. Oppositieleden maakten dealtjes met de troepen van Assad, waarvan de bevolking de dupe werd. Diverse leiders, waaronder de koning van Marokko en zelfs Bin Laden, spraken zich ook nog eens uit tegen het  onnodige bloedvergieten van onschuldige moslims. De mensen in Syrië bleken de strijders helemaal niet als verlossers te omarmen. In plaats van dankbaar te zijn, wilden ze tips om zelf naar Nederland te komen. Wat hadden buitenstaanders in de hel te zoeken, als ze voor hetzelfde geld in het paradijs konden zitten? Waar was het applaus? Ook de achterban van zowat elke jihadstrijder keerde zich tegen zijn actie. Ouders, vrienden, of een gemeenschap riepen hen terug. Waar doe je het dan allemaal voor?! Zo leuk is het niet om kinderen met afgehakte hoofden te zien voetballen of gekruisigde lijken tegen te komen. Meestal eindigde de droom in teleurstelling dan wel een complete afgang. Dat aan je zelf toegeven valt niet mee.

 

Dwang

Ter vergelijking onderzocht De Graaf ook andere terroristenverhalen dan die van de jihadgangers naar het Midden-Oosten. De oorlogsmisdadigers die onder Syrische vluchtelingen zijn opgepakt, ontkenden de link met terrorisme in alle toonaarden. Ze verdedigden hun land tegen het ontaarde regime van Assad. Ze hoorden bij de gewapende oppositie. Sektarische groepen als Boko Haram in Afrika, lokten laagopgeleide straatkinderen en wezen met contant geld en snelle motoren. Door te zorgen dat ze gauw bloed aan hun handen hadden, konden ze niet meer terug. Aardse en hemelse beloningen werden in het vooruitzicht gesteld. Ze hoefden niet meer naar school, want dat was haram. Ze kregen toegang tot een hechte rebellengemeenschap. Gingen deel uitmaken van een magische wereld van hellevuur, engelen en onoverwinnelijke strijders. Tegenstanders waren demonen. Het was kiezen tussen ellende of het hemelse paradijs. Als ze zich niet voegden of meededen aan de strijd werden ze met toverspreuken en verdoemenis bedreigd. Voor de meesten was het bijna onmogelijk zich aan deze ban en hersenspoeling te onttrekken. Sommige jongeren kwamen onder dwang en ontvoering bij Boko Haram terecht (zie ook: “Ons lichaam, jullie slachtveld” van Christina Lamb). De Graaf behandelt verder het rechts-extremistisch terrorisme. Zoals de ‘white supremacists’ met hun ‘bijbel’: "The Turner Diaries". De doelwitten die het altijd weer moeten ontgelden: overheidsinstellingen, joodse instellingen en moskeeën, abortusklinieken en de lghbt-gemeenschap. De Christian Identity Movement in de VS en de rabiaat atheïstische National-Sozialistischer Underground in Oost-Duitsland komen voorbij. Het gaat over de manifesten van Anders Behring Breivik, Brenton Tarrant en Dylan Roof en hun megalomane ‘reddings’- annex wraakacties, die een ‘rassenoorlog’ moesten ontketenen. De overgang met rechts-extremistische massamoordenaars naar extremisten in Nederland die géén dodelijke slachtoffers op hun geweten hebben is groot, maar De Graaf waarschuwt wel voor ‘een glijdende schaal’.  

 

Deradicalisering

Eén ding is duidelijk: als er geen bestaand draagvlak of religieuze motieven meespelen bij terrorisme blijkt de aantrekkingskracht stukken minder. De Graaf ziet drie extremistische groepen: de ‘altruïsten’, de ‘boetelingen’ en de ‘wrekers’. Ook loopt de cyclus van radicale verlossing ongeveer hetzelfde. Stap 1: Gevoeld tekort. Stap 2: De duiding van dat tekort in een groter verhaal. Stap 3: De bewustwording van de eigen rol en verantwoordelijkheid in dat verhaal. Stap 4: De radicale verlossingsdaad. Stap 5: De evaluatie en reflectie op de eigen situatie ná overgave en strijd. Bijna alle geïnterviewden keken uiteindelijk in bitterheid, gefrustreerd, verdrietig of zwaar getraumatiseerd op hun daden terug. Aan de andere kant zat niémand met de slachtoffers die er gemaakt werden. De Graaf gaat diep in op de deradicaliseringspogingen om het voornoemde pad te doorbreken. Ze hamert er op nooit en te nimmer mee te gaan  in extremistische rants of memes, of deze te tolereren onder het motto van de vrijheid van meninguiting. Het is zaak voor familie, opvoeders, docenten en overige geestelijke of politieke leiders om dergelijke verhalen te ontmaskeren voor  wat ze zijn. Mensonwaardige en potentieel totalitaire bedenksels die uitsluiting, haat en geweld aanwakkeren: “… Met behoud van onze cruciale vrijheden hoeven niet alle winden van leer klakkeloos geventileerd te worden. Los van verbieden kun je heel wel met jongeren in debat gaan…”. Over bijvoorbeeld fatsoensnormen, empathie met slachtoffers of de gevolgen van radicale verlossingsfantasieën. Ik moest denken aan de ongezouten column van neerlandicus en journalist Elma Drayer in De Volkskrant van 2 december 2021 over socioloog Jaron Harambam, die de buitenaardsereptielenlullekoek van David Icke (Brits samenzweringsdenker en gepatenteerd antisemiet, maar dat staat er niet bij) een voorbeeld noemde van hoe ‘mooi’ complotverhalen kunnen zijn. Drayer, niet al te voorzichtig: “… zelden zag ik de postmoderne beschetenheid om fier voor de feiten en de waarheid te staan pregnanter verwoord…”. Waarschijnlijk had Harambam nog niet van de Amerikaanse vader gehoord die zijn eigen kinderen ombracht; omdat hij dacht dat ze 'slangen-dna' bezaten! De inzet van religieuze gemeenschappen kan enorm helpen om geradicaliseerde jongeren van hun extreme denkbeelden af te brengen. De Graaf vertelt over een islamitische koepelvereniging in Indonesië waar ex-gedetineerden de mogelijkheid krijgen lezingen te geven: “… Op middelbareschoolleerlingen heeft het meer effect een ex-bendeleider of ex-terrorist te horen vertellen over de gewapende strijd, en over de teleurstellingen en pijn die die strijd meebrengt, dan ze saaie democratielesjes te geven…”. De Graaf: “… In de PI’s Vught, Alphen aan den Rijn en De Schie betekenen de gesprekken met de imam veel voor de gedetineerden. Jongens als Haroun, Abdelkarim en Noureddine gaven aan graag ‘een goede moslim’ te willen zijn, en dankzij gesprekken met een islamitische geestelijke beter te weten wat ze moeten lezen en leren, en welke ideeën misleidend zijn geweest…”. In Afrika zijn de omstandigheden in de gevangenissen zo erbarmelijk dat kerken vaak de enige organisaties zijn die nog iets voor gevangen terrorismeveroordeelden willen en kunnen uitrichten.

 

Zelf Jezus worden

De Graaf: “… Voor het probleem van transformatie naar een geweldloos (religieus) engagement geldt dat re-integratie- en deradicaliseringstrajecten de rol van religie, van verlossingsverhalen, serieus moeten nemen, en naast alle sociaal-economische programma’s ook met vraagstukken van zingeving, religieuze identiteit en eigen verantwoordelijkheid aan de slag moeten…”. Haar boek bevat vooral geloofsgetuigenissen. Haar interviews hadden nadrukkelijk het doel de spirituele ontwikkeling die de terroristen hebben doorgemaakt in kaart te brengen. De Graaf is zelf religieus, wat er toe leidde dat de gedetineerden haar veelal snel vertrouwden. Ze wisten dat ze serieus werden genomen. Op het eind van haar boek legt ze diepgaand verantwoording af over haar manier van werken, schrijft ze zichzelf in het verhaal, en houdt een hartstochtelijk en betrokken pleidooi over de verantwoordelijkheid van praktiserend gelovigen: “… Je kunt niet simpelweg stellen dat de gewelddadige jihad niets met de islam te maken heeft, of kruistochten en wit supremacisme niets met het christendom. Binnen elke religie, ideologie of levensbeschouwing kan het schoonste in het zwartste ontaarden...”. Volgens hoogleraar sociale psychologie Kees van den Bos kan religie het radicaliseringsproces zowel versterken als afremmen (ND - 14.01.22): “… De meeste christenen zijn geneigd tot tien te tellen wanneer zij zich aangevallen voelen in hun opvattingen. Zij zullen denken aan passages in de Bijbel, zoals ‘heb je naaste lief als jezelf’. (…) Maar mensen die meer extreme interpretaties van hun religie aanhangen, kunnen door hun geloof juist sneller radicaliseren. Zij kunnen zich eerder in hun manier van leven aangevallen voelen dan andersdenkenden, en zich geroepen zien om hun wereldbeeld fanatiek te beschermen…”. Ook in de kring van christelijke complotdenkers zie je dat de activisten zelf redders worden, aldus Mariëtta van der Tol, politicoloog en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford, gespecialiseerd in de relatie tussen religie en maatschappij, in hetzelfde artikel: “… Welke Jezus vertegenwoordig je dan; of ben je zelf Jezus geworden?...”.

 

Tegen de klippen op

Ik ben mezelf ook rot geschrokken van de demonisering van het coronabeleid, waar ik in mijn eigen kerk tegenaan liep. Hugo de Jonge vertelde onlangs dat hij 3000 tot 5000 haatmails per dag (!) krijgt – hij zal wel blij zijn dat hij pispaal af is. Mark Rutte vergaat het vast niet beter. Jeffrey Schipper van het Christelijk Informatie Platform verzuchtte onder het kopje ‘D66-haat van christenen loopt spuigaten uit (en ik schaam mij kapot)’ niet voor niets: “… Zou je extra hemelpunten scoren als je ‘D666’ of ‘Kaag = de antichrist’ de digitale wereld in slingert?...”.  Alle drie voornoemde politici zijn ook nog eens medechristen. “… Kerken zouden een belangrijke rol kunnen spelen in het voorkomen en tegengaan van polarisatie en radicalisering, vindt Van der Tol. ‘In veel kerken zie ik wantrouwen tegen de overheid, die de vrijheden van christenen zou inperken. Ik denk dat dat de voedingsbodem kan leggen voor complottheorieën, waardoor christenen daar meer ontvankelijk voor worden.’ Dat wantrouwen kan volstrekt terecht zijn, onderstreept ze. ‘Maar als we zelf als kerk de tegenstelling tussen kerk en wereld, tussen kerk en overheid, tussen christenen en niet-christenen gaan vergroten, dan spreken we in dezelfde termen van goed en kwaad. En daar moeten we juist zo voorzichtig mee zijn.’ Daarnaast zouden kerken zich volgens Van der Tol openlijker moeten distantiëren van het complotdenken en het gebruik van geweld. ‘Als westerse samenleving vroegen we hetzelfde van moslims – dat ze afstand namen van moslimterroristen. Kerken zijn te langzaam met het aangeven van wat wel en wat niet binnen de kerkelijke traditie past. Ze moeten heel duidelijk zijn dat geweld daar geen deel van uitmaakt.’…”. Voor wie het interessant vindt: toen ik met “Radicale verlossing” bezig was, kwam ik een wel héél originele preek uit 1980 van cultuurfilosoof/theoloog F. de Graaff tegen over Kaïn en Abel – zie hier. Kaïn zou je de eerste Bijbelse terrorist kunnen noemen. Volgens F. de Graaff sloeg hij Abel dood omdat hij het paradijs terug wilde. Beatrice de Graaf: “… Binnen elke religie weten gelovigen dat het kwaad niet van buitenaf komt, maar ook in onszelf kan schuilen. Daarom moeten we vanuit de eigen geloofsgemeenschap, en in de samenleving als geheel, zeer alert zijn op pogingen van medegelovigen om zichzelf als verlosser op te werpen. Zeker als ze ook nog bereid zijn daar geweld voor toe te passen. Het is de plicht en roeping van iedere gelovige om te streven naar een godvruchtig en zuiver leven, daar kan ik in meegaan. Maar het zijn uiteindelijk niet straf en boete, maar barmhartigheid en compassie die de kern uitmaken van wat echt geloof is – en of je nu gelooft of niet, van wat echte menselijkheid is. Het is dan ook zaak dat we oog hebben voor mensen die worden verteerd door frustratie, teleurstelling, verbittering en leegte, en bereid zijn dat gat te vullen met eigen radicale daden. Juist daar is het nodig om te laten zien wat echte verlossing kan zijn: dat is bewogenheid die zich uit in solidariteit, medeleven of compassie met mensen in nood. In opbouw, steun en hoop, tegen de klippen op. En niet in afbraak of het zaaien van verdeeldheid…”. Amen.

 

Uitgave: Prometheus – 2021, 304 blz., ISBN 978 904 464 657 3, 29,99

Rechtstreeks bestellen: klik hier

dinsdag 4 januari 2022

Nieuwe kruisvaarders – Sander Rietveld

 


Subtitel: De heilige alliantie tussen orthodoxe christenen en radicaal-rechtse populisten

 

De stap van Flannery O’Connor (zie mijn vorige blog) naar Sander Rietveld (politicoloog, onderzoeksjournalist voor het televisieprogramma Zembla) is niet groot. “Nieuwe kruisvaarders” gaat over fanatieke christenen anno nu, die geen boodschap hebben aan de uitspraak van Jezus dat ‘zijn rijk niet van deze wereld is’. Het werd genomineerd voor ‘het beste theologische boek van het jaar 2021’ en leest dan ook als een thriller. Het behelst een buitengewoon fascinerend onderzoek naar rechtse populisten die flirten met het geloof, calvinistische geldschieters, evangelische eindtijdpredikers en katholieke sektes die, evenals de middeleeuwse kruisvaarders, dromen van een Godsrijk op aarde. Deels schurkt het aan tegen “Waarheidszoekers” van filosoof Cees Zweistra, dat ik eerder besprak. Alleen is het werk van Rietveld een stuk subjectiever en tendentieuzer, wat ik hem gelijk vergeef: de hedendaagse verslaggever moet nu eenmaal flink in de modder roeren om aandacht te trekken. De mensheid leeft van sensatie. Het intrigerende is dat Sander Rietveld in dezelfde conservatief-protestantse bubbel is grootgebracht als ik. Ik heb na de reformatorische basisschool verder geen middelbaar dan wel hoger onderwijs op calvinistische leest genoten, en geen christelijke werkkringen gehad. Ik heb ook nooit op christelijke jeugdclubs gezeten of de zomers in christelijke vakantiekampen doorgebracht. Wij gingen zondags twee keer ter kerke; dat was het wel zo’n beetje. Zo niet Sander Rietveld. Die zat op de bevindelijk gereformeerde Pieter Zandt-scholengemeenschap in Kampen en de Evangelische Hogeschool in Amersfoort (evenals Stevo Akkerman en Margriet van der Linden: daar komen anders wel verdraaid goede journalisten vandaan), was tijdens zijn studie in Leiden lid van de reformatorische studentenvereniging CSFR, en werkte zelfs een tijdje voor de EO. Ik bleef zijdelings, via verwanten en vrienden, op de hoogte van de refowereld, die mij nog steeds mateloos boeit. Rietveld zat in het hol van de leeuw. Je kunt dus zeggen dat hij gepokt en gemazeld is in deze subcultuur, waarvan hij inmiddels afstand heeft genomen, om een wat vrijzinniger en linkser jasje aan te trekken. Dat stempelt zijn werk natuurlijk wel. Waarschijnlijk zou de compromisloze Flannery O’Connor vinden dat Rietveld niet zo ‘hoogmoedig’ van zijn liberale toren moet blazen en hem beschuldigen van ‘povere kleingeestigheid’. Zij geloofde in een werkelijk bestaande duivel, een gevallen engel met de naam Lucifer, zijn geschiedenis vol listen en lagen, en zijn welomschreven missie: het saboteren van Gods plan voor deze wereld. Degenen die de strijd aanbinden met deze al dan niet verzonnen duivel beschrijft ze niet als christelijke ‘freaks’, maar als ‘geweldenaars’ die het vuur van ‘the violence of love’ dragen. Haar criticus Maria Stahlie: “… Het is de vraag of onze hoogmoed getuigt van naïviteit of van gezond verstand…”. De tijd zal het leren.

 

Slachtofferschap en vijanddenken

Om te voelen dat je leeft, heeft de een meer prikkels nodig dan de ander (zie “Het gewelddadige brein” van Adrian Raine en “Erotische intelligentie” van Esther Perel). Je kunt natuurlijk drank en drugs proberen of vreemdgaan, zoals Graham Greene (zie mijn blog over “Het einde van de affaire”), maar dat mag allemaal niet op de Biblebelt. Dus smokkelden de ouders van Sander Rietveld in de zomervakantie van 1988 Bijbels naar de vervolgde christenen achter het IJzeren Gordijn. In hun Kip Kompakt-caravan met dubbelde bodem. Oók spannend. Natuurlijk waren ze oprecht begaan met het lot van hun geloofsgenoten daar. Wie niet, zou ik zeggen – daar hoef je niet eens christelijk voor te zijn. Het waren echter niet alleen de gelovigen die het zwaar hadden onder het communisme, zie “Alles voor het moederland” van Michel Krielaars. Twee zaken griften zich  in het jeugdige hoofd van Sander Rietveld: dat christenen ‘slachtoffers zijn van onderdrukking’ en dat ‘de vijand van links komt’. Zelf heb ik dat nooit zo ervaren. Mijn moeder had de hele dag de radio aanstaan, stemde SGP, maar kon met veel plezier en waardering naar bijdehante tantes luisteren als Jeltje van Nieuwenhoven, Ien Dales en Erica Terpstra. Ze hield gewoon van debatteren, denk ik. Ze vertelde aan iedereen die het horen wilde dat Bas van der Vlies de ‘biechtvader’ was van Femke Halsema, wat haar vervulde met plaatsvervangende trots. Wij hadden niets met slachtofferschap, integendeel. We waren frank en vrij en vrolijk, zwaar gereformeerd. Ik geloof niet dat mijn ouders zich erg druk hebben gemaakt om wat er in het buitenland gaande was; ze hadden hun handen vol aan hun eigen leven. Ik kan me ook niet herinneren dat ik ooit bang ben geweest voor ‘de bom’, of zo. Terwijl ik toch in die, best wel bedreigende koude oorlogstijd, puber was. Edoch, ‘slachtofferschap’ en ‘vijanddenken’ ziet Rietveld terugkomen in de retoriek van populisten anno nu, Wilders en Baudet, wat volgens hem de verklaring zou zijn voor de aantrekkingskracht die beide heren hebben op rechtse refo’s.

 

Linkse ondermijning

Rietveld vertelt dat de diehards onder de calvinisten niet zoveel hadden met 'Open Doors', een stichting die uitgroeide tot het grootste Nederlandse platform voor vervolgde christenen. Omdat deze gelanceerd werd vanuit de evangelische hoek, waar ze een beetje achterdochtig naar keken. Dat zou heel goed kunnen. Bevindelijk gereformeerden waren nooit zo activistisch volgens mij. Het ging hen om de mystieke kant van het geloof. Dat spreekt mij nog steeds het meeste aan. Ik kan mij wel wat titels over geloofsvervolging herinneren, die Rietveld opsomt. Wij hadden een boekje van Richard Wurmbrand in huis, en “Vanya” stond in de kast van een vriendin. Rietveld vertelt een beetje laatdunkend dat orthodoxe christenen Nobelprijswinnaar Aleksandr Solzjenitsyn omhelsden, maar dat doet een heiden als Michel Krielaars ook. De laatste noemt diens “Een dag uit het leven van  Ivan Denisovitsj” zelfs het mooiste boek over de Goelag dat er bestaat. Verder heeft Rietveld het over de strijdkreet van het zogeheten Oud-Strijders Legioen: ‘Liever een raket in de tuin dan een Rus in de keuken’. Ik herinner mij dat mijn broer ook een blauwe maandag geobsedeerd was door deze hardliners. STIVO, een radicaal rechts krantje, circuleerde onder christenen; dat ken ik verder niet. De erin geuite ideeën kwamen van de John Birch Society uit de Verenigde Staten, een organisatie die heden ten dage weer gelieerd wordt aan vooraanstaande Trump-aanhangers: “… De van Twitter verbannen haatzaaier Alex Jones, die met zijn InfoWars miljoenen Amerikanen bereikt met complotten over Barak Obama, de Clintons en het coronavirus, meldde in zijn shows al vaker dat hij in Donald Trump de belichaming ziet van het John Birch-gedachtengoed…”. De visie op ‘linkse ondermijning’ van toen, door de overwegend joodse filosofen van de ‘Frankfurter Schule’, komt bij Baudet terug onder de term ‘cultuurmarxisme’. Rietveld brengt hoofdschuddend een smeuïg verhaal naar buiten over premier Gerbrandy van de ARP - een voorloper van de ChristenUnie, die in 1947 van plan was met ‘Soldaat van Oranje’ Erik Hazelhoff Roelfzema, zowaar een staatsgreep te plegen: “… Ze wilden de onafhankelijkheid van Indonesië blokkeren en de linkse Partij van de Arbeid stoppen. Er werd een locatie aangewezen om ministers en staatssecretarissen op te sluiten. Toen voormalige verzetsstrijders uit de ARP protesteerden tegen de plannen, zou Gerbrandy hebben gezegd ‘dat deze staatsgreep op grond van de Bijbel was gemotiveerd.’ Onderdeel van het coupplan was een moordaanslag op PvdA-voorzitter Koos Vorrink. Zo wilden Gerbrandy en de zijnen laten zien dat het ze menens was. Pas toen de samenzweerders te horen kregen dat hun plan was ontdekt, werd de conservatieve staatsgreep afgeblazen. De mannen die de moord op Vorrink voor hun rekening zouden nemen, waren echter al onderweg en konden niet worden teruggeroepen. Alleen omdat Vorrink toevallig niet thuis was, ontsnapte hij aan de dood…” (Sytze van der Zee, 2015).

 

De tirannie van Bert Dorenbos

Rietveld beschrijft hoe in de jaren tachtig de Evangelische Omroep onder leiding van de snoeiharde Bert Dorenbos van de grond kwam, die later directeur werd van de christelijk-fundamentalistische club ‘Schreeuw om leven’. “… Intern voert hij met een aantal medebestuurders een waar schrikbewind. Wie het niet met hen eens is wordt zonder pardon ontslagen. Voormalige EO’ers omschrijven de omroep uit die tijd als een ‘politiestaat’ en een ‘geestelijk concentratiekamp’…”. Zijn inspiratie haalde Dorenbos bij het poeppierijke Christian Broadcasting Network (CBN) in de VS, een Amerikaans mediabedrijf van de aartsconservatieve baptistische televisiedominee en gebedsgenezer Pat Robertson. Dorenbos werd beroemd vanwege zijn acties tegen blasfemie (onder andere in de film ‘The Last Temptation of Christ’), homo’s - die destijds als ‘neuroten’ en dus ‘te genezen’ werden beschouwd, en andere goddeloze zaken als de islam, de evolutietheorie, feminisme, abortus, popmuziek en porno: “… Dorenbos deelt sjaaltjes uit op naaktstranden en organiseert openbare verbrandingen van seksboekjes. ‘De lucht is zwaar van pornodemonen!’…”.

 

Op zoek naar een thuis

Wat heeft godsdienstig fundamentalisme met politiek populisme te maken? Nou, op hun eigen manier beogen ze hetzelfde: “… ze beloven hun aanhangers een uitweg uit een complexe, moderne wereld waarin ze zich niet thuis voelen. Als je hen volgt, kun je terugkeren naar een mythische gouden eeuw, van zuiverheid en eenvoud. Ze appelleren aan een diep gevoel van vervreemding, aan een verlangen naar een wereld zonder grijstinten, naar een plek waar alles duidelijk is…”. En dan zijn we weer terug bij filosoof Cees Zweistra die in “Waarheidszoekers” uitlegt dat iedereen een ‘thuis’ nodig heeft. Als de maatschappij je het gevoel geeft dat je een loser bent, is er altijd wel een community te vinden op internet waar je gewaardeerd wordt. Rietveld: “… Daarom zijn fundamentalisten en populisten ook zo gevoelig voor complottheorieën. Of het nu de sinistere plannen van de cultuurmarxisten zijn, een geheime samenzwering van darwinisten om het christendom te vernietigen, of het verband tussen coronavaccins en het einde der tijden, zulke ideeën vormen een belangrijk deel van de boodschap die rechtse populisten en fundamentalistische christenen uitdragen. Ze bieden eenvoudige, heldere verklaringen voor mensen die niet kunnen leven met chaos en verwarring, een duidelijk onderscheid tussen goed en kwaad, tussen wij en zij, tussen hier en daar. Complottheorieën draaien om conflict. Alles is een oorlog. In die oorlog beschouwen gelovigen zich als de underdog, als slachtoffers van onderdrukking…”. Fundamentalisten en populisten leven van haat zaaien: “… Bij populisten staat het zuivere volk tegenover de corrupte elite, terwijl fundamentalisten zichzelf zien als de ware christenen die strijden tegen ketters en ongelovigen. En zoals populisten claimen de enigen te zijn die de wil van het volk vertolken, zo stellen fundamentalistische leiders dat zij het monopolie hebben op de goddelijke waarheid. Alle anderen zitten fout. Wetenschappelijk onderzoek of genuanceerde journalistiek, alles wat het eigen gelijk ondergraaft wordt afgedaan als leugens en fake news…”.

 

Religie als ‘identity marker’

Rietveld heeft het over de SGP, die altijd een nationalistische partij is geweest met een theocratisch ideaal, waarin geen plaats is voor ‘ketters’. Zie Willen Ouweneel die in “Het Israël van God” haarfijn uitlegt hoe dit denken zich heeft gevormd. Inmiddels is de conservatieve scherpslijterij bij de EO en de ChristenUnie verleden tijd. De ChristenUnie heeft zich zelfs ontwikkeld tot een partij ‘links van het midden’. Rechtse populisten ‘kapen’ het christendom, volgens Rietveld. Zie de FPÖ in Oostenrijk, het Italiaanse Lega en het Franse Rassemblement National van Marine Le Pen. Allemaal gebruiken ze religie als ‘identity marker’. Pim Fortuyn zette zichzelf ongegeneerd neer als een messiaanse leider, een soort Mozes, een vaderfiguur van de ‘verweesde samenleving’: “… Hij koketteert graag met zijn rooms-katholieke opvoeding. Als tiener overwoog hij het priesterschap, hij voerde gesprekken op het seminarie van Warmond, maar haakte af vanwege het celibaat. Tegelijkertijd is Fortuyn een libertijnse dandy die als bezoeker van darkrooms de christelijke moraal benepen vindt. Het christendom is voor hem een historische en culturele identiteit waar we trots op zouden moeten zijn, geen orthodox geloof of moreel systeem…”. Twee jaar na zijn dood staat Wilders op met zijn PVV. Het verkiezingsprogramma schrijft hij samen met de orthodox-protestantse Bart Jan Spruyt, een voormalig journalist van het Reformatorisch Dagblad. De PVV ontpopt zich echter tot een seculiere en liberale partij die het christendom alleen gebruikt als stok om de islam te slaan. Spruyt belandt uiteindelijk in het christelijk onderwijs. Baudet steekt een spade dieper. Hij noemt zichzelf een ‘agnostische cultuurchristen’: “… Baudet speelt met het christelijk geloof, hij balanceert op het randje ervan. Soms noemt hij zichzelf een christen, dan weer iemand die wel zou willen geloven, maar het niet kan…”. Volgens Rietveld is Baudet vooral vriendjes met de SGP om zijn lege cultuurchristendom zonder naastenliefde te ‘voeden’. Om het ‘goedkeuring’ te verlenen. Zonder wortels is het ten dode opgeschreven. Opvallend is dat hoe kerkelijker mensen zijn, hoe minder ze rechts-populistisch stemmen. Binnen de islam is hetzelfde aan de hand. De meeste jonge mensen die destijds Europa verlieten om zich bij IS aan te sluiten, waren losgeslagen gasten, die zelden een moskee vanbinnen zagen – zie “De oorlog van ISIS” van Judit Neurink. 'Thuislozen' dus.

 

Taliban op klompen

Rietveld deed onderzoek naar het geld dat richting Forum stroomt. Dat blijkt nogal eens van stinkend rijke SGP-ers te komen. Bijvoorbeeld van de internationale vastgoedondernemer Cor Verkade, commentator bij de christelijke tv-zender Family7. En topadvocaat Jan Louis Burggraaf. Ze geven intieme dinertjes – met als gasten Forumleden. Bart Jan Spruyt neemt Rietveld mee naar een brasserie in Gouda waar het ‘Conservatief Café vergadert. Vier keer per jaar geven conservatieven van naam en faam er een lezing: Hans Wiegel, Frits Bolkestein, Pieter Omtzigt, Gert-Jan Segers. Nestor Bart Jan Spruyt vertelt over de Burke-Stichting, een conservatieve denktank, die de progressieve revolutie van de babyboomers uit 1968 ongedaan wil maken. Ze hebben een eigen zomerschool op kasteel Vanenburg in Putten, eigendom van het bekende ICT-bedrijf der gebroeders Baan, waar destijds iedere christelijke slimmerik van mijn leeftijd, met een beetje  talent voor programmeren, vers van het vwo terecht kon. Ik weet nog dat de bomen er in de hemel groeiden. Na een boekhoudschandaal ging het in andere handen over. Waarom behoudende SGPers Baudet steunen: “… Op de SGP zullen ongelovigen niet snel stemmen, daarom is het goed dat er een heidense variant bestaat…”. En wat het nativisme en de xenofobie betreft: SGPers gaat het niet om rassen, maar om religies. Het weren van de valse godsdienst. Hoogleraar theologie Stefan Paas vertelt dat hij blij is dat de Nederlands Hervormde Kerk is overgegaan in de PKN, omdat de term ‘volkskerk’ het nationalisme voedt. De veelvuldig in praatprogranmma’s optredende PVV-dominee Henk-Jan Prosman, voorzag wel weer een Afghaanse vluchteling van tienduizend euro, omdat je ‘iedereen die op je pad komt moet helpen’. Hij blijkt een eigen talkshow te hebben, ‘De Dominees’, bij De Blauwe Tijger Studio van de ultrarechtse uitgever Tom Zwitser. Hij steunt de harde aanpak van de actiegroep Farmer Defence Force. Verder stelt Rietveld de anti-islam-retoriek van Christen Unieleider Gert-Jan Segers aan de kaak. En de ‘gehaaide’ SGP-politicus Kees van der Staaij van de SGP, ‘een soort taliban op klompen’, is al helemáál niet te vertrouwen: hij durft het zowaar op te nemen voor de autocratische premier van Hongarije, Viktor Orbán.   

 

Grijstinten

Volgens de orthodoxe islamdeskundige Bernhard Reitsma zijn, na het wegvallen van het communisme, de moslims de kwaaie pier van de conservatieve christenheid. Reitsma waarschuwt voor een al te simpel zwart-witdenken: “… ‘Alle religies en levensovertuigingen hebben een gewelddadige kant. Sommige gelovigen die de waarheid claimen, komen daardoor op een gegeven moment op een punt dat ze de ander, letterlijk of figuurlijk, monddood willen maken.’ Dat geldt ook voor het christendom. Neem de genocide op de moslimmannen in Srebrenica…”. Christenen hebben het niet makkelijk in de islamitische wereld, maar “… Er zijn ook plekken waar christenen en moslims vredig samenleven. Bovendien zijn veel conflicten niet louter religieus, maar gaat het eigenlijk om politieke en tribale spanningen…”. Als die grijstinten wegvallen wordt een angstig vijandbeeld aangewakkerd. Omdat moslims niet in Jezus geloven, is de islam de ultieme ontkenning van het christendom, stelt Joël Voordewind van de ChristenUnie. Ja, hallo, oppert Rietveld, waarin verschillen moslims dan van alle niet-christenen, die ook niet in Jezus geloven? Hij krijgt te horen dat de ChristenUnie geen theologisch instituut is dat theologische vragen beantwoordt. Eén van de spannendste hoofdstukken gaat over hoe Israël en de islam passen in het eindtijddenken van veel christenen. De aartsvaders van de SGP en de Christenunie, dominee Kersten en Abraham Kuyper, grossierden in de jaren dertig van de vorige eeuw nog volop in antisemitische denkbeelden. Omdat de Joden Jezus kruisigden, waren ze schuldig aan hun eigen onheil. Volgens Kuyper vielen ze, samen met de liberalen, het christelijke karakter van Nederland aan. De klassieke anti-Joodse stereotypen over de Jood als woekeraar en een Joods complot om de wereldmacht te veroveren, tierden welig in christelijk Nederland (zie “De begraafplaats van Praag” van Umberto Eco). Intussen zijn de orthodoxe protestanten compleet omgedraaid en juist de felste verdedigers van Israël geworden: “… De oprichting van de staat Israël in 1948 wordt gezien als de goddelijke vervulling van de Bijbelse profetieën, een stap op weg naar het einde der tijden…”. De islam wordt gelinkt aan de ‘antichrist’. De Noors-Amerikaanse evangelische voorganger, Jeremy Hoff, gaat zelfs zo ver dat hij de massamoord van Anders Breivik op negenenzestig jongeren van de sociaaldemocratische partij bestempelt als straf van God. Hadden ze de dag ervoor maar niet met Palestijnse vlaggen een symbolische actie moeten uitvoeren tegen de Israëlische blokkade van de Gazastrook (zie ook “Een van ons” van Åsne Seierstad).

 

Leven in de eindtijd

Rietveld legt het‘eindtijdschema’ volgens Openbaring uit, dat volgens miljoenen eenentwintigste-eeuwse gelovigen letterlijk in vervulling zal gaan: “… Hun liefde voor Israël komt daaruit voort. Al is die liefde niet bepaald onbaatzuchtig: de joden zijn slechts een middel tot een doel. Een vehikel waarmee de wederkomst van Jezus dichterbij wordt gebracht, de vestiging van Gods Rijk op aarde en de verwoesting van alles wat daarmee strijdig is…”. Zie ook de “Left Behind”-serie van auteur Tim LaHaye en “Apocalyps in kunst” van Marcel Barnard en Wessel Stoker. Alle nieuwsfeiten worden door fundamentalistische gelovigen in dit apocalyptische denken geperst, dus ook corona (zie “Waarheidszoekers” van Cees Zweistra): “… ‘Is corona een teken van de eindtijd?’ koppen christelijke websites in 2020…”. Theoloog Bernhard Reitsma: “… Apocalyptische scenario’s bieden mensen houvast. Het komt goed, alles is al voorzegd…”. De Antichrist heeft altijd dezelfde goddeloze bondgenoten: de Verenigde Naties, de Europese Unie, de islam, de media, humanisten, internationale bankers, de Rockefellers, Klaus Schwab, George Soros, Bill Gates. “… De liefde voor Israël blijkt slechts rechtse joden te betreffen, en Israëlische geestverwanten zoals Netanyahu. Voor progressieve joden worden oude beschuldigingen uit een naargeestig verleden van stal gehaald…”. Daarom kan iemand als Baudet ook stuitende antisemtische uitspraken doen en zich tegelijk presenteren als vriend van Israël. Reitsma waarschuwt voor het gevaar de ander te ‘ontmenselijken’ (zie ook “Het boek Daniël” van Chris De Stoop). Bloederige eindtijdvisioenen voeden eindtijdfantasieën van wraak en macht. Ook Bijbelwetenschapper Pieter de Villiers vindt dat wanneer je de wereld duidt in goed- en kwaadwillende personen, dat gevaarlijke consequenties kan hebben: “… Woorden die uitsluiting bewerkstelligen, die tegenstanders in vijanden veranderen met wie niet onderhandeld of gesproken wordt, het is een van de redenen waarom religie gevaarlijk en gewelddadig kan worden. Als God straks op zo’n manier zal afrekenen met ongelovigen, waarom zouden christenen zich dan iets gelegen laten liggen aan basale rechten van andersdenkenden, van mensen die zich niet houden aan christelijke normen?...”. Journalist Chris Hedges (The New York Times): “… De retoriek van de ontmenselijking creëert een angstwekkende morele fragmentatie: het vermogen om met medeleven en rechtvaardigheid te handelen tegenover mensen in de eigen gesloten christelijke kring, en tegelijk toe te laten dat anderen buiten die kring worden mishandeld, gemuilkorfd en beroofd van hun rechten…”.

 

Macht

Waarom zochten evangelische leiders als Jan Zijlstra en Mattheus van der Steen contact met Geert Wilders? Waarom zijn zoveel christenen idolaat van Donald Trump? Omdat God ook heidenen kan gebruiken voor zijn plannen, vertelt een deskundige. Zie Cyrus de Grote, de koning van Perzië, en de heilige wreker Jehu die de goddeloze koningin Izebel een lesje leerde. “… Het draait allemaal om macht. Veel van deze voorgangers maken deel uit van de snelst groeiende groep pinksterchristenen ter wereld; de Nieuwe Apostolische Reformatie…”. De miljoenen gelovigen in deze beweging worden geleid door zelfbenoemde apostelen, die rechtstreeks in verbinding zeggen te staan met God. “… Dat legt ze geen windeieren. Ze leiden, vanuit de Verenigde Staten, een internationaal netwerk van kerken en groepen en verdienen daar tientallen miljoenen dollars mee…”. Ze hangen de leer van de ‘Seven Mountains’ aan, de zeven belangrijkste zaken die ‘veroverd’ moeten worden voor en ‘gedomineerd’ door God: onderwijs, religie, familie, het zakenleven, de entertainmentindustrie, de media en de overheid. Vandaar dat dit theologische idee ook wel ‘dominionisme’ wordt genoemd. Het mag duidelijk zijn dat een en ander ver afstaat van de contemplatieve gelovigen waarmee ík mij verbonden voel. Dit zijn christenen met een politieke agenda, die op gespannen voet staat met de pluriforme samenleving. Achter de zichtbare werkelijkheid, zo geloven zij, vindt een kosmische strijd plaats tussen goede en duistere krachten, tussen engelen en demonen, en christenen worden opgeroepen aan deze oorlog deel te nemen. God een handje te helpen. Alsof de Almachtige het niet alleen af kan. Zie de bestsellers van Frank Peretti. Gods koninkrijk zal in eerste instantie op totalitarisme lijken, aldus de ingewijde Rick Joyner, en pas later meer weg van 'een hemel op aarde' krijgen. Het doet me vooral aan “Het verhaal van de dienstmaagd” (Margaret Atwood) denken.

 

Culture war

Om voornoemde religieuze oorlog te winnen is geld nodig. Veel geld. De puissant rijke en uiterst conservatieve Amerikaanse familie DeVos komt voorbij, goed voor vijf miljard dollar. Richard Scaife, een overleden miljardair die rijk werd in de bankensector en oliewereld. Chock Colson en zijn criminele politieke verleden. De juristen van het ADF, die geheime bijeenkomsten organiseren met de belangrijkste pro-life en pro-familyleiders uit alle Europese landen, onder de naam ‘Agenda Europe’, waar ze hun ‘culture war’ bespreken. Het doen en laten van de steenrijke conservatieven, de ‘money people’ en ‘white evangelicals’ binnen de CPN, wordt onder een vergrootglas gelegd. Het gaat over de banden die Nederlanders als Henk Jan van Schothorst (voormalig SGP medewerker) en diplomaat Leo van Doesburg (ECPM) met hen onderhouden, en de onvermijdelijke foute en fascistische ‘vrienden’ die ze aantrekken (Marek Jurek, Enoch Powell, Bogdan Stanciu, David Duke). Rietveld trekt in een hoofdstuk ook de geldstromen uit Azerbeidzjan en het Rusland van Poetin na, die allemaal richting ultrarechtse organisaties, zoals CitizenGo gaan, met het doel om op die manier de Europese Unie te ondermijnen. Vandaar ook de Russische trollenfabrieken die via twitter en facebook constant fake news de wereld inpompen (zie ‘Novini.nl’ van Eric van Beek en ‘De Andere Krant’ met fans als rapper Lange Frans en fotomodel Doutzen Kroes). Het World Congress of Families wordt geannexeerd door de Russen. De aartsconservatie Russisch-orthodoxe kerk helpt Poetin van zijn strijd tegen het Westen een ‘heilige oorlog’ te maken. De Europese Ruslandliefde van ultraconservatieve christenen en rechtse nationalisten wordt gekocht met het geld van Russische oligarchen, die dromen van een Euraziatisch keizerrijk ‘van Dublin tot Vladivostok’. De voormalige hoofdredacteur van het media-imperum Tsargad TV, Aleksandr Doegin, heeft het over een pro-Russische ‘vijfde colonne’ in Europa, waar onder andere ook Baudet toe behoort. Het kan verkeren: inmiddels gaat het om de totstandkoming van een ‘christelijk’ Russisch rijk. Geduldig bouwt Moskou aan een netwerk van fellowtravellers in het buitenland. Dit keer zijn de ‘useful idiots’ geen linkse radicalen, maar rechtse nationalisten: “… Toen het communisme instortte, bekeerden KGB’ers en partijbonzen zich en masse tot de Russisch-orthodoxe kerk, zo ook Poetin…”.

 

Braveheart en baarmoeders

Eén hoofdstuk gaat over de dubbele moraal onder orthodoxe christenen, waarvoor strikte seksuele omgangsvormen zo ongeveer het belangrijkste zijn wat God heeft voorgeschreven. Tegelijkertijd steunde 80 procent van de Amerikaanse white evangelicals een president die opschept over aanrandingen en die er talloze buitenechtelijke relaties op na hield, onder meer met een pornoactrice: “… Grab ‘em by the pussy…”. In Nederland geldt voor de vrouwonvriendelijke Thierry Baudet hetzelfde. Zie zijn naaktfoto op de rand van een infinitypool, de expliciete seksscènes in zijn boek “Voorwaardelijke liefde” en zijn verdediging van de omstreden versiercoach Tom Gorny. Rietveld heeft het over de ‘evangelische omarming’ van een ‘patriarchale autoriteit’, en voert daarbij het boek “De ongetemde man” van John Eldredge aan, waarin de man gezien wordt als een ‘goddelijke strijder’ a là 'Braveheart'. Dat die masculiene boodschap ook in Nederland aanslaat blijkt wel uit de populariteit van de evangelische mannenbeweging ‘De vierde Musketier’, die karakterweekenden en survivaltochten organiseert in de Ardennen of de Schotse Hooglanden, waar elk jaar honderden rouwdouwers aan mee doen. Ze beklimmen rotsen, waden door rivieren, schieten met carbid, rollen een autowrak over een parcours, stoken vuur in oil drums en doen aan wedstrijdjes touwtrekken. Er wordt geschreeuwd en gebruld. Primitieve kracht, dáár draait het om. Fysieke uitputting schept echte mannen. Maar het is absolúút geen Rambo-christendom. Ik word er wel een beetje lacherig van. Het doet me van de weeromstuit denken aan neanderthalers die vrouwen aan hun haren een grot inslepen. Germanen. Wodan. Donar. Asterix en Obelix. Primitief heidendom. Van daaruit is de link anti homoseksualiteit en antifeminisme snel gelegd. De beruchte Nahvilleverklaring komt voorbij. De Focus on the Family-club. De complotdenker en schutter van de beruchte ‘pizzagate’. De namen vallen van de evangelische psycholoog James Dobson en de Canadese psychiater Jordan Peterson.

 

Never waste a good crises

De katholieken kunnen er ook wat van hoor. Zie hispanist Robert Lemm, ‘de fluisteraar van Baudet’, die de Inquisitie verdedigt. Zie de ultraorthodoxe katholieken die samenkomen in de Amsterdamse Sint-Agneskerk, waar de mis nog altijd in het Latijn wordt opgedragen, terwijl de priesters volgens de oude Tridentijse rite met hun rug naar de gelovigen staan. Het gaat over Steve Bannon, de voormalig adviseur van Donald Trump, een reactionair katholiek. Evenals Tom Zwitser van uitgeverij de Blauwe Tijger, die uit de Vergadering van Gelovigen komt, een ‘evangelische splintergroepering met sektarische trekken’. Met diens potpouri aan tegenstrijdige complottheorieën hoopt Zwitser zo veel wantrouwen te zaaien tussen burgers en overheid dat de conservatieve revolutie vanzelf aanbreekt:  “… Traditionalisten willen terug naar één rijk, één paus, één doopsel. Naar een samenleving waar blanke heteroseksuele mannen de dienst uitmaken. Blanke vrouwen moeten kinderen baren…”. Ook Hugo Bos van de ultraconservatieve organisatie Civitas Christiana, dat weer een onderdeel is van de Braziliaanse, door grootgrondbezitters gesteunde TFP-sekte,  is een van oorsprong calvinistische bekeerling. Allemaal dromen ze van een terugkeer naar de middeleeuwen en zetten daarvoor eeuwenlange theologische vijandschappen aan de kant, om op te trekken met alt-rightgoeroes: “… Aan de horizon wapperen de vaandels van een christelijk rijk…”. Ik heb nog nooit zoveel over mijn achtergrond geleerd. Ik weet weer helemaal hoe de wereld in elkaar zit.  Ik ben er duizelig van.

 

Uitgave: Prometheus – 2021, 368 blz., ISBN 978 904 464 516 3, 24,99

Rechtsreeks bestellen: klik hier