Menu

zondag 26 december 2010

Geloof: waan of werkelijkheid? – Andrew Sims


“Noem God en je wordt gek verklaard”, verzuchtte Tony Blair ooit in een interview met de BBC. Dat gevoel heb ik ook vaak. Vandaar dat ik direkt geboeid was door dit boek, geschreven door een Britse emeritus-professor in de psychiatrie: Andrew Sims. Het heeft als ondertitel: “Waarom geloven goed is voor je gezondheid”.

In 2001 is in Oxford “The Handbook of Religion and Health” van Koening, McCullough en Larson uitgegeven, waarin 1200 onderzoeken worden beschreven over de relatie tussen geloof en geestelijke gezondheid. Wat blijkt? Uit 65% van die onderzoeken komt tevoorschijn dat religie een positief effect heeft op mensen. Dit is het best bewaarde geheim uit de gezondheidszorg, zegt Sims. Als het anders was geweest en de onderzoeken de schadelijkheid van geloven hadden bewezen,  zou de media bol hebben gestaan, denkt hij. Nu is dit onderzoek min of meer geruisloos voorbij gegaan.

Over welke positieve effecten hebben we het dan?
  • Welzijn en levensgeluk
  • Hoop en optimisme
  • Doel en zingeving in het leven
  • Grotere zelfwaardering
  • Betere aanpassing na het overlijden van geliefden
  • Meer sociale ondersteuning en minder eenzaamheid
  • Lagere cijfers voor depressie en sneller herstel van depressie
  • Lagere cijfers voor zelfmoord en minder positieve houding ten opzichte van zelfmoord
  • Minder angstgevoelens
  • Minder psychoses en minder psychotische neigingen
  • Lagere cijfers voor alcohol- en drugsgebruik
  • Minder criminaliteit
  • Grotere stabiliteit in het huwelijk en meer huwelijksgeluk

Kan religie gezondheid ook schaden? Zeker. Dat is mogelijk als een verkeerd soort religie op een onbehoorlijke manier wordt toegepast. Soms wordt religie gebruikt voor negatieve politieke, sociale en gewelddadige doelen. Dat weten we allemaal. Hetzelfde kun je zeggen van verkeerd toegepaste medicijnen, behandelingen en therapieen. Religie is een enorme kracht. Maar gelukkig vaak ten goede.

Veel ongelovige mensen denken dat geloof een waanidee is. Sims toont aan dat dat geen hout snijdt. Geloof geeft mensen juist stabiliteit in plaats van desintegratie.
Een waanidee is on-begrijpelijk en daarom niet mededeelzaam. Geloof deel je met anderen, geloof is uit te leggen aan anderen, en gelovigen begrijpen dat anderen niet altijd meegaan in hun zienswijzen. Als geloof een waanidee is, zou de gelovige gek moeten zijn om het te aanvaarden. Alleen al het feit dat veel hoog-intelligente mensen gelovig zijn, strijdt met  deze stelling.
Op een waanidee kun je geen kerk bouwen. Niemand zal moeite doen om een kerk in stand te houden waar b.v. de kerstman wordt vereerd.
Gelovigen kunnen denkbeelden hebben die anderen onacceptabel of fout vinden, maar daardoor zijn ze nog niet psychotisch. Zo zal een gezonde gelovige nooit zeggen dat hij iets aanneemt omdat een roze salamander hem dat heeft verteld. Een gelovige valt niet uit de context.

In een auteursinterview met Sims in het ND van 17.12.2010 gaat het over de vraag hoe het komt dat ongelovigen zo vaak negatief aankijken tegen gelovigen. "Stel dat twee intelligente mannen, die de wereld in zwart-wit zien, over een derde persoon op hun werk praten, die de wereld in kleur ziet. Ze verklaren hem voor gek omdat hij de schoonheid bejubelt van de wereld vol kleuren. Dan transformeren ze in feite hun gemis tot handicap van de derde man."

Sims biedt een groot stuk psychiatrische geschiedenis. Halverwege de jaren vijftig van de vorige eeuw stonden psychiatrie en religie nagenoeg diametraal tegenover elkaar. Dat is inmiddels verandert. Er is zeker een stuk toenadering tot elkaar. En hoe kan het ook anders?  Psychiatrie en religie bestrijken hetzelfde gebied: een landschap van zingeving en betekenis, schuld, geloof, waarden, denkbeelden, lijden en genezing. Sims pleit voor een elkaar aanvullen teneinde de individuele mens (nog) beter te kunnen helpen.

In een welsprekend betoog voor psychiaters zei prins Charles, de prins van Wales, het volgende: “… Ik denk dat de moderne, westerse mens voor alles het goddelijk element in zijn wezen moet herontdekken, zonder welke er geen hoop kan zijn en geen zin van ons bestaan in dit aardse domein…” (1991).

Wie een beetje op de hoogte is van de discussies tussen atheïsten en gelovigen begrijpt direkt waarom Sims zijn boek de engelse titel “Is Faith Delusion?” meegaf. Het is als het ware een reaktie op het felle anti-christelijke boek van Richard Dawkins dat nogal wat stof heeft doen opwaaien: “The God Delusion” (2006): God als waan.

Uitgave: Groen - 2010

  

dinsdag 21 december 2010

Troubled Water – Erik Poppe


Nooit gedacht dat ik op dit weblog zoveel over films zou zetten, maar ik heb er weer eentje gezien waar ik wel over MOET schrijven: het ongelooflijk indrukwekkende schuld- en boete drama “Troubled water” (DeUsynlige / De onzichtbaren - 2008)  van de Noorse filmmaker Erik Poppe .

Proloog: Twee tieners nemen een wandelwagentje met daarin een klein jongetje mee, als de moeder (actrice Trine Dyrholm) even een cafeetje in loopt om wat te kopen. Uit het zicht, doorzoeken ze de tas die in het bagagemandje ligt: de buit valt tegen. Terwijl ze daar druk mee bezig zijn, klimt het jongetje uit het wagentje, en loopt naar de waterkant van een snelstromende beek, waar ze naast staan. Dan loopt alles vreselijk uit de hand. Het jongetje struikelt en valt de beek in. De hoofdpersoon uit deze film, Jan Thomas (acteur Pal Sverre Valheim Hagen), duikt achter hem aan, vist hem uit het water, hij en zijn vriend zien dat het jongetje een fikse hoofdwond heeft, en Jan laat het jongetje weer het water inglijden.
Dat maakt van deze tieners moordenaars.    

De film vangt aan met Jan Thomas, die na acht jaar ‘goed gedrag’, vrij komt uit de gevangenis. Jan heeft leren orgelspelen in de voor gedetineerden georganiseerde kerkdiensten. Hij krijgt een baantje als organist in een kerk: de plek bij uitstek waar alles draait om ‘vergeving’. Als Jan Thomas zich uitleeft op het orgel lijkt het of hij even zijn kwellende schuldgevoelens kan vergeten. Hij heeft de moord altijd ontkend.
Hij maakt kennis met de vrouwelijke pastor van de kerk, en ze valt al snel voor de stille zachtaardige Jan. Alles wordt nog veel complexer als blijkt dat ze een zoontje heeft, Jens, die sprekend op het dode jongetje uit Jan’s verleden lijkt. Ze voeren indringende religieuze gesprekken. De pastor zegt dat ze gelooft in een God die nog bewezen moet worden. Jan Thomas vindt dat naïef. Ik BEN naïef, zegt ze (tsja, als je zonder het te weten aanpapt met een kindermoordenaar…).

Halverwege de film klapt het perspectief om: we worden geconfronteerd met de moeder van het dode jongetje, Agnes. Uiterlijk lijkt haar leven op orde. Ze heeft een leuke baan als lerares, twee aangenomen dochtertjes, een liefhebbende man. Maar het verloren zoontje knaagt aan haar innerlijk.
Op een dag komt Agnes tijdens een excursie met haar klas in de kerk van Jan terecht. Terwijl Jan op het orgel op een ontzagwekkende manier het ontroerende “Bridge over Troubled Water” (Simon en Garfunkel ) speelt, en alle kinderen ademloos toeluisteren, kijkt de lerares naar Jan, en dringt langzaam het besef tot haar door dat ze oog in oog staat met de moordenaar van haar zoontje.
Ze begint Jan Thomas te stalken, en raakt het spoor zo bijster dat ze Jens ontvoert. Uiteindelijk herhaalt de scène van de moord zich doordat Jan Thomas in paniek achter het stel aangaat, en hen vindt op de plek waar alles zich heeft afgespeeld. Ook Jens valt in het water, maar deze keer redt Jan Thomas het kind wel, zij het ternauwernood. Ondanks deze heldendaad blijft ‘vergeving’ voor alle betrokkenen heel, heel erg moeilijk…  Misschien kan alleen God alles vergeven.

“Troubled Water” is doortrokken van zwaar religieuze thematiek. Dat kan ook haast niet anders als alles zich in en om een kerk afspeelt. Met al die ronkende orgelmuziek, de duistere schuldgevoelens, de  metafysische afgronden, komt de film bijna calvinistisch over.
Het troebele water wijst naar de symboliek van water in de Bijbel: het water van de doop dat leven schenkt, maar net zo goed het water van de doodsrivier.
In de Noorse titel “DeUsynlige” is het woord voor God, “Deus”, te lezen. Maar zijn aanwezigheid is onzichtbaar: “usynlig”.
De film doet denken aan Johannes de Doper, aan Sint-Christoffel die Christus over het water droeg, aan Goethes kinderrovende Erlkoning, aan de monsterlijke Abel Tiffaugus uit  “De Elzenkoning” van Michel Tournier.

Ik las op internet dat er nogal druk gezocht is naar de indrukwekkende orgelmuziek in deze film. De componist is Iver Kleive. Voor zover ik weet is er geen CD van. Helaas. Wel heb ik trailers gevonden op YouTube, maar zonder beeld vind ik het niet zo geweldig klinken als met: 

DeUsynlige (Troubled Water) organ music #1 - The Beginning

DeUsynlige (Troubled Water) organ music #2 - Class Visit

DeUsynlige (Troubled Water) organ music #3 - The Wedding

maandag 20 december 2010

Adieu God – Arjan Markus



(Deze blog verscheen als recensie op de site van "Theoblogie" dec. 2011, www.theoblogie.nl, weblog over theologie)

Filosoof en theoloog Arjan Markus vraagt zich af of het nog wel mogelijk is om, anno 2010 en volledig meedraaiend in onze westerse maatschappij,  te geloven in een persoonlijke God.

Een boeiende vraag, vind ik.

Natuurlijk denkt hij zelf van wel. Tenslotte verdient hij zijn geld als dominee. Maar het vanzelfsprekende is hij wel voorbij: “…Ik hoop dat er een geheim is dat onze wereld behoedt voor zinloosheid en ondergang. Stel nu dat dit geheim een ‘Iemand’ is die een ideaal van heelheid nastreeft voor wie kapot is en voor wat kapot is…” (zie mijn blog van 28.10.2010).
Veel mensen hebben de intuitie dat er ‘iets’ is; stel nu dat dat ‘iets’ een ‘Iemand’ is.

Hij heeft een aantal gesprekken gevoerd met twijfelaars en zoekers, en daaruit is “Adieu God. Over het afscheid van een persoonlijke God” ontstaan.

Veel mensen ervaren een kloof tussen wetenschap en religie. Volgens Markus is dat niet nodig. Het conflict ontstaat meestal doordat fysische en metafysische uitspraken niet goed onderscheiden worden. We moeten goed voor ogen houden dat de moderne wetenschap zich beperkt tot fysische uitspraken over onze werkelijkheid. Wetenschap is goddeloos, en dat hoort ook zo, want God is niet empirisch toetsbaar.
Moderne, westerse mensen zijn gewend door een wetenschappelijke bril naar het leven te kijken. Maar ons fysisch verklaren zou dingen uit kunnen filteren. Misschien kunnen we proberen langs de randen van onze bril te kijken?

“We leven niet alleen in een wetenschappelijk universum dat zich (…) volstrekt onverschillig verhoudt tot ons menselijk bestaan en waarin alles te reduceren valt tot impulsen, reacties en toevallige mutaties. We leven als mensen ook in een wereld van gevoelens, verlangens en onontloopbare vragen, vragen naar de zin en betekenis van het menselijk bestaan in het algemeen en van ons eigen bestaan in het bijzonder. Welnu, tegenover die levensvragen staat de wetenschappelijke wereldbeschouwing praktisch met lege handen.”
S.W. Couwenberg

Als er geen wetenschappelijk conflict hoeft te zijn, maakt dat het geloof in een persoonlijke God dan aantrekkelijker?
Vaak niet; zegt Markus. We hechten aan onze vrijheid, verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en autonomie. We zitten niet te wachten op Iemand, die achter de schermen van ons bestaan, aan de touwtjes trekt..
Maar werkt God eigenlijk wel zo? Waarom zou Hij van ons verantwoordelijke wezens met een vrije wil maken; om ons die verantwoordelijkheid en vrije wil vervolgens weer af te nemen?

Met die vrije wil zijn mensen in staat tot ongekende daden van liefde en medemenselijkheid, maar ook tot verbijsterende daden van inktzwart kwaad. En goed en kwaad kunnen in één persoon huizen. Het raadsel van het kwaad heeft een bodem in de raadselachtigheid van de mens.
Markus zegt hierover: “…Ik herinner mij een discussie met een kennis, nadat we samen naar de film ‘Der Untergang’ waren geweest. Ze was verontwaardigd omdat Hitler in de film zulke menselijke kanten had. Hij was aardig voor mensen in zijn naaste omgeving en liefdevol voor zijn hond. Dat was ook het bezwaar van sommige recensenten tegen de film. Hitler was te sympathiek neergezet. Nu is het inderdaad veiliger om het kwaad ver bij je vandaan te houden door het te associeren met extreem slechte mensen. Realistisch is dat echter niet, lijkt mij. De mogelijkheid van het kwaad huist ook in ‘normale’ mensen. Ik weet niet of iedereen tot elke vorm van kwaad in staat is onder ongunstige omstandigheden. Ik hoop het niet. Maar mensen zijn tot veel in staat …” (zie mijn blog van 03.12.2010)

Het is totaal onbegrijpelijk, maar de vreemdste overtuiging in het christelijke geloof is dat God mee lijdt in het kwaad dat mensen overkomt. God is mens geworden in de persoon van Jezus en  gaat als mens dood aan een kruis.

Uiteindelijk hopen christenen op een wereld voorbij het kwaad. Op een toekomst waarin alles recht wordt gezet. Dat is verbonden met het idee van de opstanding: “…God heeft in de persoon van Jezus een weg door het lijden gevonden. Een uitweg. Dat hebben de eerste christenen herkend in de opstanding van Jezus uit de dood. Zo beleven veel christenen dat. Het gebeuren van het kruis en de opstanding van Jezus is voor veel christenen een aanwijzing dat God niet in een neutrale betrekking tot deze wereld staat, maar op zeer partijdige wijze betrokken is. Via de vreemde weg van zijn menswording en lijden voert God in deze wereld een strijd tegen het kwaad. Het is een gevecht tegen lijden en onrecht dat mensen ondergaan en dat mensen veroorzaken. God staat daarin tegenover ieder die het kwaad verdedigt en in stand houdt…”

Over geloven en gaan geloven zegt Markus dat het begint met ‘herkenning’: je herkent iets van jezelf in de verhalen over God en mensen. “…Misschien herken je dingen die je zelf had willen doen, keuzen die je eigenlijk zelf had moeten maken. Je herkent iets dat helemaal past bij je eigen situatie, een boodschap. Deze herkenning lijkt op de herkenning die je kunt hebben in de figuren van een roman. Soms kan er een heel duidelijke klik zijn met een personage in een verhaal. Er kan iets zijn in hun leven dat je herkent in je eigen leven. Dit proces is prachtig beschreven door Pascal Mercier in zijn roman ‘Nachttrein naar Lissabon’…”.  Jawel: en laat ik hier nu weer eerder een blog over hebben geschreven! (zie 29.11.2010)

Je 'wordt' meegenomen en overtuigd. Dat heb je dus niet zelf in de hand en kun je ook niet zelf organiseren. Met redeneren kom je niet bij een persoonlijke God uit. Het gaat om de ervaring.

Schrijver Willem Jan Otten hierover:
“Waarom ben ik gaan geloven in de incarnatie? Ik ben het nooit van plan geweest! Je kunt zoiets niet van plan zijn, zoals je je van te voren geen echte voorstelling kunt maken van degene op wie je verliefd zult worden.

Hoe is het mogelijk dat ik geloof dat deze historische, kort levende man (Jezus dus)  God is geweest? Ik heb zoiets nog nooit van enig ander mens die werkelijk geleefd heeft willen geloven. Ik weet eerlijk gezegd soms niet eens of ik het 'wil' geloven. Ik vraag me af of geloven niet net dat is wat je niet wilde, toen je het aanvaardde.”

Markus neemt in dit boek niet echt stelling, maar gaat vooral de dialoog aan.
Dit boek is voor mensen die niet alles zeker weten:
“Ik ben geen bezitter van de waarheid en wil het ook niet zijn. Dwalen langs de randen van de ketterij past mij uitstekend. Om datgene te vermijden wat men de rust van het geloof noemt, maar wat eenvoudig zelfvoldaanheid is.”
Czeslaw Milosz

Uitgave: Meinema - 2010